Positie : Tampa Garam Marina, Sorong, West-Papua (Indonesia).


Foto's van op zee.


Zonsondergang.


Half kaduke stern vaart met ons mee.


In de scheepvaartroute.

Helemaal geen wind.


“Mevrouw, take a deep breath and drink some water ! Relax, we are going to solve this problem.” Ik kan niet verstoppen dat ik duidelijk gefrustreerd en kwaad ben. De mannen van de douane, ze spreken perfect Engels, doen alle moeite om “die bejaarde madam” op haar gemak te stellen.
Ja, we zitten opnieuw bij de douane, dit keer in Sorong en nee, ze vinden onze ingevulde Vessel Declaration (die we tweemaal instuurden) niet terug op de computer ! Al die moeite die we deden, twee dagen lang, toen we in Gizo geen internet meer hadden, voor niks ? Komaan.
Ze komen meteen met de oplossing : we gaan alles opnieuw invullen. Dat hoeft echter plots niet meer als ik ons password terugvind en ze alles kunnen “zien”.
Enkel nog de controle aan boord. Vier uiterst galante mannen bekijken inhoud van kastjes, koelkast, onder de vloerdelen en leveren vlot ons officieel douane formulier af.




Bezoek van de Bea Cukai (douane).

We zijn in Sorong gearriveerd. De poort tot Raja Ampat.
Dachten we dat Jayapura een rommelige, onoverzichtelijke stad was. Sorong is nog erger.
De stad is één lange weg langsheen het water, geen centrum. Honderden winkeltjes en kraampjes, scholen, kerken, moskeeën, gesluierde meisjes en vrouwen, een paar grote supermarkten, lokale markten, duizenden brommertjes, heel veel lawaai. Ook hier weer ganse dorpen gebouwd over het water, met akelig smalle houten loopplank-paadjes.
Het is allemaal zo ver weg van de Tampa Garam “Marina” dat we steeds met een taxi op pad moeten. Niet erg, prijzen in Indonesië zijn spotgoedkoop voor Westerlingen.

Een marina kan je dit dok trouwens moeilijk noemen. We liggen in een plastic soep, vervallen huisjes van wat ooit een resort moest worden, rondom. De watertanks kan je er vullen en er is een restaurant en een olympisch zwembad !
We zien er Ignazio terug, vriend sinds de Solomon eilanden, die ons helpt met de landvasten. Je moet immers vooraan het anker uitgooien en met de achtersteven naar de kant heel lange touwen uitbrengen. We ontmoeten ook een stel Australische zeilers.
Met inkopen doen, geld afhalen (slechts 2,5 milj. Rupiah per keer = 150 €) en een pizza eten, bij de Nederlander die we in de supermarkt ontmoetten, gaat de tijd snel.
We wachten erg lang op de havenmeester die niet komt opdagen maar als ook dat probleem is opgelost, zijn we good to go.


Zicht vanuit het douane kantoor.

Zondagochtend is het ondertussen.
Maar deze plek wil ons niet laten gaan.
Als ik weg wil varen, maakt de schroef een hels lawaai. De hele boot rammelt en trilt, ik schakel onmiddellijk in vrijloop. Achteruit, zelfde verschrikkelijk geluid.
Zo kunnen we niet naar de verafgelegen Raja Ampat eilanden.

Tony duikt in het water, de plastic soep ligt gelukkig aan de andere kant van het dok deze ochtend, ziet geen mankement. Vermoedelijk zit er zand tussen de bladen van onze verstelbare schroef, Autoprop.
We keren terug naar onze plek. Ontelbare keren vooruit –achteruit gas geven, lost uiteindelijk ons probleem op, of dat hopen we toch.
Dat zien we morgen dan wel weer !


De marina met "resort ".


Kinderen in de supermarkt (Onafhankelijkheidsdag) willen met ons praten.





Positie : Tampa Garam Marina, Sorong, West-Papua

Passerende schepen in de nacht.
De cargo DUTA MULIA roept ons op. Dat hij ons aan bakboord zal voorbijsteken en of we asjeblieft onze snelheid en koers willen aanhouden. Hij ziet ons dus duidelijk op de AIS, goed om weten. Wij blijven braaf onze koers vervolgen tot hij meer dan een uur later ons echt passeert. In de loop van de nacht vaart er nog een schip achter langs en merk ik een visser op die met een felle lamp in mijn gezicht schijnt. Zo doen ze dat hier om hun aanwezigheid kenbaar te maken.
Weinig te melden voor de rest. Ja, geen wind.
We motoren veel. Onze tank is bijna leeg, dus moet er diesel uit de jerrycans die aan dek staan, bijgegoten worden. Dat kan maandag ochtend in alle vroegte, de zon brandt nog niet erg, de golven zijn braaf. Tachtig liter kan erin.

We hebben af en toe internet als we in de buurt van een antenne komen. We varen immers evenwijdig met het het land, bewonderen de erg hoge, dichtbeboste bergen in de mistige verte. Zo kunnen we onze komst bij de marina in Sorong melden. Krijgen meteen ook een bericht van Ignacio, onze kompaan in de Solomon eilanden, die ons graag ziet komen.
Fijn, kan hij ons meteen wat wegwijs maken in alweer een andere vreemde stad.

Maar we zijn er nog niet. Het venijn zit hem weer eens in de staart. Er komt eindelijk wind opzetten, maar raad eens, die komt van op kop. Met ook nog 2 kn stroom tegen, raken we echt niet vooruit. Golven bouwen zich op. Het toerental van de motor moet flink omhoog. Zo jakkeren we , doen onze naam eer aan, nog een ganse nacht, paaltjes pikkend (bonkend op de golven) verder.
In het ochtendlicht varen we geholpen door de satellietkaarten tussen de riffen door naar de super-smalle (10m), super-ondiepe (3m) ingang van Tampa Garam. Het is zo spannend, ik kan geen foto maken.
De procedure, anker uit in het midden van het dok en dan langzaam achteruit om lange lijnen aan de wal te bevestigen, deden we nog nooit. Fijn dat Ignacio uit zijn bed komt om ons te helpen. Motor uit. Rust.

Positie : 00°42 Z 134°01 O (Molucca Sea) Noord van West-Papua

Dit onthouden we van dag drie : het is bakoven-heet en niet enkel omdat ik een brood bak. De motor doet het harde werk, de ganse dag, er is geen wind. Erg rustig is het wel. Alsof we op anker liggen. Zo kunnen we de enorme boomstammen die in het water drijven beter ontwijken, we zijn in het gebied waar de Mamberano rivier uitstroomt.
De squalls hielden zich ver weg de voorbije nacht, er waren geen golven en zo konden we in de voorpiek slapen met de deur dicht, zodat je niet gestoord wordt door het motor geluid. Je moet er dan wel af en toe het “klong, klang” van grote stukken hout en ander spul, bijnemen.
Die motor klinkt toch al niet zo luidt, hij draait aan 1100 toeren per minuut, op die manier verbruiken we zo weinig mogelijk diesel en hopen we lang met onze voorraad toe te komen.

In de vooravond roept Port Control van Biak haven ons op, we passeren op ruim 15 mijl “voor hun deur”. Ze willen onze destination en de ETA weten. In moeizaam Engels wordt de communicatie gevoerd, er hangen lange “denk stiltes” in de lucht maar ze begrijpen ons.
In Indonesië moet je verplicht een AIS signaal uitzenden. Onze Big Indonesische Brother kan ons zo overal volgen.

Als we om 9u zondagochtend aan ons vierde etmaal beginnen, heeft de wind er weer zin in. Vijf uur lang kunnen we ons hart ophalen aan een zeilsnelheid van 7 knopen.
We passeren een eiland dicht genoeg om 4G op te pikken en meteen vallen honderden, gemiste, berichtjes van onze (grote) familie whatsapp groep binnen.
Dan is het plots gedaan met de zeilpret.
Ons groen monster (Volvo Penta motor) maakt opnieuw overuren. We stevenen af op de “Vogelkop” (Doberai in het Papua) van West-Papua, die in de verte al opdoemt. Ook daar zullen we wellicht het Telkomsel signaal opvangen.
Manokwari haven, de hoofdstad van West-Papua, heeft ons blijkbaar niet opgemerkt of men nam niet de moeite ons op te roepen.
We zijn klaar voor de vierde nacht.

 

Positie  : 01°25,43 Z,  138°32,07 O. (Molucca Sea)

Langzaam varen we de enorme baai van Jayapura uit. Langzaam, want overal drijven vooral grote plastic zakken. Als die in de schroef vast komen te zitten, moet er iemand in het water en daar hebben we geen zin in.
Een laatste groet van meisjes in een taxiboot op weg naar school. Luid klinkt het : bye, mami !!. Nog even staren we verwonderd naar twee heel vreemde, reusachtige, drijvende vaartuigen : squidboten, zo las ik ergens. Met ontelbare lampjes lokken ze 's nachts argeloze inktvisjes, die worden hier in grote hoeveelheden veroberd.

We kunnen vrijwel onmiddellijk beginnen zeilen, de genua heeft er weer zin in.
Veel valt er niet te melden als je kan "champagne zeilen" Rustig wat lezen, slapen, uitkijk houden, podcast luisteren.
Als 's nachts de wind op is, moet de motor het, voor een paar uur, overnemen.
Zo afwisselend, toch meer zeilend dan motorend, varen we richting noordwest. Af en toe verschijnen er squalls op de radar, maar die lossen op voor ze ons bereiken.
Een gehavende stern, hij is vleugelpennen kwijt en heeft slechts één pootje, zoekt op onze zonnepanelen een rustplaats. Hij is vastbesloten te blijven, al is het met één poot niet makkelijk je evenwicht te bewaren op een schommelende boot.

Positie : Jayapura , (Provincie Papua) Indonesië, 02°22,90 Z 140°43,31 O


First impression of Jayapura....


but this is also Jayapura, a lot of rubish in the water. 

Jayapura
doemt op tegen de donkere lucht, we hadden net een squall. Heel veel lichtjes tegen een berg. De vissersboten, die in de nacht een felle lichtstraal op mij richtten, om hun aanwezigheid te melden, scheren vlak langs om ons te begroeten/bekijken.
We motoren verder vlot de grote haven binnen. De smurrie, waar men ons voor waarschuwde, zie je al van ver. Een open riool, niet meer of niet minder. Van waterzuivering, “Aquafin” een dienst waarvoor Tony zijn heel leven werkte, hebben ze hier nog nooit gehoord.

Als we dicht langs de politieboten varend de omgeving verkennen, gebaart men ons aan de boei vast te maken. Mooie oplossing, ankeren moet hier namelijk op 30+ m.
Met de dinghy aan de kant, een volgend probleem want hun steiger is ontmanteld, men werkt aan een nieuwe. Acrobatisch ben ik nooit geweest, maar het lukt me toch van Jak, op een vlondertje, over een balustrade klimmend bij de politie post te raken, zo komen we meteen in het centrum van de stad. Heel veel volk, massa's brommertjes, busjes, hels lawaai, uitlaatgassen ! In zo een grote stad waren we sinds mensenheugenis niet meer. Zijn we echt zulke kluizenaars geworden ?
Wij vallen op, mensen buigen voor ons, roepen een welkom. Nee, onveilig voelen we ons totaal niet.


Indonesian flag and the quarantaine flag. 




At a mooring close to the Polisi - dock. 

Inklaren.
De zoektocht naar het kantoor van de douane (Bea Cukai) en Imigrasi in een stad waar niemand Engels kan, duurt meer dan een uur. Onze buschauffeur, die aanvankelijk bleek te weten waar we heen moeten, rijdt zomaar wat in cirkels, vraagt hier en daar. We herkennen punten waar we net ook al waren.
Uiteindelijk, we hadden de hoop al opgegeven, staan we dan toch voor het chique gebouw van de douane. Daar worden we zo vriendelijk ontvangen, dat het haast ongemakkelijk wordt. We krijgen koffie en water en chef Adeltus bevestigt dat we gewoon kunnen blijven tot ons rigging probleem is opgelost. Nog wat koetjes en kalfjes over Indonesië en België en de “verplichte” foto, dan zijn we vrij om te vertrekken.
Op weg naar Imigrasi springen we binnen bij het Mercure Hotel voor een lekkere nasi goreng lunch. Hmm, kip saté met saté saus, ik zal hier zeker aan mijn trekken komen.
Bij Imigrasi wordt er onmiddellijk tijd voor ons gemaakt, toch zitten we nog twee uur op stoeltjes te wachten tot ons paspoort klaar is. Iedereen, wat lopen hier veel beambten rond, wil met ons praten, dat wel. Weer een foto en de belofte dat ze morgen naar de boot komen voor meer foto's en een bezoek.
Wij zijn uitgeput, slapen erg vast tot de muezzins van verschillende moskeeën, ons om 4u15 oproepen tot het gebed.


Smiling customs officers.


Immigrations officers need a picture with the captain and the boat. 



No need to put the motor on the tender. 

Ruim anderhalf uur te laat verschijnen, in de gietende regen, vier Imigrasi ambtenaren. Als ze zien dat Tony met een bootje aan komt roeien (ons motortje hangt nog op de reling) en ze halsbrekende toeren moeten uithalen om daarin te raken, stellen ze zich tevreden met een foto van henzelf met captain Tony en Jakker op de achtergrond.
Een bezoek aan de haven meester, we zijn het al gewoon, zelfde verhaal. Steeds meer ambtenaren komen een kijkje nemen bij de balie waar wij zitten, allemaal even vriendelijk. Alles is in orde, we moeten enkel nog even dag komen zeggen als we vertrekken, dan krijgen we een formulier mee voor onze volgende haven. De havenmeester maakt een afspraak met de officieren van Quarantaine, die zullen morgen onze boot inspecteren.
Een busje brengt ons naar de Telkomsel Grapari (in Entrop) om een SIM kaart en credits te kopen. Slechts op deze ene plek kan dat gebeuren. In Indonesië geen topup op alle hoeken van de straat. Alles gaat hier volgens het strenge boekje.

Terug op de boot en in de stank van de haven, een déjà vue. In de tachtiger jaren was het in Boulogne niks beter en ook in Blankenberge was het havenwater een vieze bedoening. Akkoord, er dreef niet zoveel plastic rond. Hier vervangt het water gewoon de vuilnis emmer waar men alles in kiepert.
Kinderen spelen in dit water, een visser trekt een visnet achter zich aan. Een man met duikpak en speargun zwemt langs onze boot. Terwijl wij moeite hebben niet te kokhalzen.


Fancy new building...slums in front.

In de mast.
Om 6 u zaterdagochtend hangt Tony al hoog en droog in het topje van de mast. Met vereende krachten, ik beneden en hij vanboven leiden we de spival zeker 6 keer in tegengestelde richting om de voorstag heen. Helemaal vrij hangt die nu. Dit hadden we op zee nooit kunnen flikken.
Toch willen we deze val opnieuw aan de preekstoel bevestigen, zodat ze een eventuele breuk van de voorstag kan opvangen.


Trying  to fix the problem with the jib.

Nu nog enkel boodschappen doen. Er is een hypermarkt vlakbij.
Voor hypermarkten ben ik allergisch, veel te groot en je loopt er kilometers. Na de winkeltjes van het afgelopen jaar lijkt mij deze ruimte helemaal immens, zo clean, zo licht, zo 'n ruime gangpaden. De grootste uitdaging in Indonesië : wat precies zit er in dat potje, dit zakje of deze doos. Alles Indonesische merken en dit keer zoek ik tevergeefs naar een Engelse vertaling. Erg tijdrovend zo boodschappen doen. Het zal wel loslopen als we wat oefenen.


The Jayapura Mall .


Lots of scooters.

Het is intussen al maandag en we krijgen bericht dat we bij het Polisi dok moeten vertrekken.
De enige andere ankerplek is achter Madurau eiland, bij de vissersboten, maar het is er erg onrustig. Ontspannen slapen kunnen we vergeten. Zo gauw we het papier van de havenmeester hebben, zijn we hier weg. Quarantaine inspectie is blijkbaar ook niet nodig.

Zo herinneren we ons Jayapura : een uit haar voegen barstende stad met chaotisch verkeer, ontelbare moskeeën en luid door elkaar roepende muezzins, vriendelijke mensen die jammer genoeg geen Engels praten maar ons wel uitbundig groeten en tenslotte de VIP behandeling die we in elke winkel, elk restaurant krijgen en overal willen ze met ons op de foto, hier zijn wij de exoten.

At anchor near the island Madurau.



Houses built above the water.


Indonesian style fishing boat.


JSN Mini template designed by JoomlaShine.com