Mal island, Ninigo. .jpg)
The comity that welcomes us in Mal. .jpg)
The lagoon, you can see Lau island. .jpg)
Meeting with Justin, head of the family, lots of kids and his mother Lucy. .jpg)
Justin's new house. (Copy).jpg)
 (Copy).jpg)
Girls showing us around the very nice village.  (Copy).jpg)
Where is Belgium, and where is Ninigo ? .jpg)
A new way of making a living, no more copra but it's all seaweed now.  (Copy).jpg)
Simone, hairdresser in a former live, is chasing lice ! .jpg)
Serious talking. .jpg)
 (Copy).jpg)
That is how the sailing canoes work.  (Copy).jpg)
.jpg)
Invited for diner. .jpg)
Boys fishing.
Longan island, Ninigo.
Lagoon seen from Longan island anchorage. (Copy).jpg)
Walking through the village with Oscar..jpg)
Visiting the school, last grade. .jpg)
Nice wild flower garden.  (Copy).jpg)
Diner at Oscar's and Karen's place.  (Copy).jpg)
Stanley is the carpenter. (Copy).jpg)
Scofiel, from the next door village, seeks help for the severe wound at his leg. We can only replace the bandage. .jpg)
We have al lot of bad weather ..jpg)
Sunday family visit to Longan island . (Copy).jpg)
Kids don't wear a lot of cloths around here. (Copy).jpg)
Goodbye to Karen. .jpg)
Auto pilot on the operation table.
Too much fish for us (Spanish mackerel). .jpg)
Oscar and Karen with some of the many schoolkids. (Copy).jpg)
The village toilets.
Our sailing experience with the canoes.
Tony took the pictures, I'm on the second canoe.
Deze foto's horen bij het tekstje over de Hermit eilanden. .jpg)
.jpg)
On the beach of "Richards island ", where 40 students of Ninigo island are staying.  (Copy).jpg)
Richards house, he built it himself. .jpg)
Around the Hermits. (Copy).jpg)
Ivy and Chloë seeking shelter for the heavy rain and trying to get dry.  (Copy).jpg)
And their mama Rosalita. .jpg)
.jpg)
Ready to move on after the rain stopped.
Close encounter with a manta ray. .jpg)
On our way to the Ninigo group.
Positie : Longan eiland, 01°13,10 Z 144°18,13 O (Ninigo atoll – Manus Province – PNG)
Naar Ninigo.
We zitten midden op zee, tussen Hermits en Ninigo atoll. Plots doemt er aan bakboord een boot op. Beetje vreemd toch wel. De AIS (Automatic Identification System) geeft geen alarm. Misschien is het een sail-canoe (“wa”) van Ninigo, in het atol varen er talloze rond.
Nee, door de verrekijker kan je het zien, het is een enorme boom, de takken, of zijn het wortels, hoog opgericht als even zovele masten. Oeps, we hebben weer even geluk gehad. Het gevaarte passeert op veilige afstand.
De waarschuwing komt hard binnen. We moeten hier beginnen opletten met deze enorme “logs” die van de grote rivieren op het vasteland in de zee spoelen en net onder de oppervlakte drijven. Hoe moet je die dingen 's nachts ontwijken? Lijkt me onmogelijk. Niet zo een prettig vooruitzicht.
Maar de enorme bui die achter ons aankomt, eist onze aandacht op.
Toen we vanochtend om 6 u, bij het eerste licht, vertrokken uit het Hermit atol, beloofde de lucht veel zon. Dat klopte ook. Tot nu. Natuurlijk, net nu we door de “hondepoot”-pas moeten, de ZO toegang tot het Ninigo atol, begint het te miezeren, het zicht wordt Noordzee-slecht. De pas blijkt echter vrij breed en ruim diep genoeg.
De lagune zelf is enorm uitgestrekt en diep. Dat zal ons later parten spelen, zo krijg je immers meer dan een meter hoge golven aan de lage wal; de wal waarheen de wind blaast.
Slalommend rond bommies, koraal bergjes die soms tot het water oppervlak rijken, die we zien op de satelliet kaarten (wat zouden we doen zonder deze kaarten en Open CPN) arriveren we een dik uur later bij Mal eiland.
Daarboven hebben ze nog het fatsoen om ons net de tijd te gunnen het anker te droppen, eenmaal dit gebeurd, draaien ze de sluizen volledig open. Het blijft gieten tot ver na middernacht. Welkom op Mal eiland !
Tot onze grote ontzetting zullen we snel ervaren, dit (en nog erger) is het weer voor het grootste deel van onze tijd hier.
Puhipi.
In de stralende voormiddagzon tuffen we de volgende dag met Jak naar het dorpje, Puhipi. Het is laag water, er staat een ontvangstcomité klaar, oma Lucy en een legertje kinderen. Ze waden op ons toe en pakken geroutineerd ons bootje en ankertje over. Hier zullen zij wel even voor zorgen!
Onder de grote boom zitten de volwassenen. Justin, die na de dood van beroemde “yachties-vriend” en schoonvader, Thomas, samen met zijn vrouw, Theodora, de honneurs waarneemt. Er zijn Lucy en Elisabeth (Thomas weduwe), de oma's. Meer namen van vrouwen en kinderen probeer ik op te slaan. Ondoenbaar. Jody, Trudy, Luana, Cheryl, Fabiola, Gerard en en en.
De namiddag is vergevorderd als we terug op Jakker aankomen, weer heel wat wijzer over het eenvoudige, soms moeilijke doch veelal vrolijke leven van de eilanders.
De volgende dagen, toen was het weer nog vriendelijk, verlopen op dezelfde wijze. Babbelend en lachend onder de grote boom, kokosnootwater en citroenthee sippend, bananen knabbelend.
Kinderen, die aan en rond mij hangen, tonen mij hun dorp. De mannen leggen ons de vernuftige, eeuwenoude werking en bouw van de zeilkano's uit. Een diner ter ere van de zeilers (Jakker en Huaiqui) kan niet ontbreken. We zijn slechts het tweede en derde jacht dit jaar.
Omdat er een voet-, fietswegje is aangelegd naar de school (op een uur lopen van Puhipi) kunnen we eindelijk weer eens een flink stuk doorstappen.
De mensen van Puhipi overladen ons met vruchten en crayfish (zo noemt men langoesten aan deze kant van de wereld) en ik krijg ook een beroemde pandanus hoed, made by Elisabeth, die de traditionele ambacht aan haar dochter leerde en nu haar kleindochter probeert te interesseren.
Van ons groot anti-shitbirds-dekzeil (herinner je je dat verhaal) kunnen ze een zeil voor de komende canoe-races maken. De strandwieltjes van onze vorige dinghy gaan, onder een kar geplaatst, helpen zware balken te vervoeren. Houtlijm voor het repareren van een oude kano, een handboormachine, ze zijn er allemaal even blij mee.
Hoe intens we ook van het verblijf hier genieten, de toenemende deining met bijbehorend reuzenschommel-gevoel, jaagt ons naar de overkant. Dertien mijl noord-noordoost waarts verwacht ons in Longan eiland hetzelfde warme welkom.
Longan eiland.
Stanley, de kanobouwer, komt ons al meteen verwelkomen. Legt uit waar we nog beter kunnen ankeren en hoe we met de dinghy aan land komen, via een doorgang in het rif.
Met Oscar en zijn vrouw Karen maken we de volgende dag kennis. Hun namen kennen we via onze zeilvrienden van de Nautilus die hier 8 jaar geleden langs kwamen.
Oscar en Karen herinneren zich Katrien en Hans maar vooral Seppe en Fien, die ganse dagen met hun kinderen speelden. Wat is de zeilwereld klein.
Ook hier moeten er weer stories verteld, moet er gegeten worden, is er tijd voor een rondgang door het dorp en een bezoek aan de school. Vijfenzeventig kinderen bevolken de schoolbanken van first grade tot sixth, vier leraren, vier klaslokalen. Een grote speelplaats en volleybalveld. Justin (van Mal) geeft les aan de vijfde graad, woont hier tijdens de week. Ook de kinderen, de meesten van de omliggende eilanden, verblijven hier, veelal samen met hun ouders, voor hun ganse schooltijd. Als alle kinderen klaar zijn met school, keert de ganse familie naar hun respectievelijke eiland terug.
We zien de twee toilethokjes een eindje ver, in de lagune. Dit zijn de dorpstoiletten. Maar waarom moet je die bereiken via een wankel, erg smal, meterslang brugje dat bovendien rond is aan de bovenkant? Geen evenwichtskunstje dat ik ga uitproberen. Een “gemak” kan je dit bezwaarlijk noemen.
Zeilkano's.
Als lid van het wedstrijdcomité van het zeil kanoracen vindt Oscar het erg jammer dat we niet kunnen blijven. Inderdaad, ze gebruiken de zeilkano's niet enkel voor transport van mensen en spullen over de lagune, er wordt ook mee geracet. De laatste keer in 2015 . Liefst 97 deelnemers in drie categorieën verschenen toen aan de startlijn. Dit jaar gaan de races door tussen 21 en 27 augustus. We kunnen er niet op wachten, onze visa aanvraag voor Indonesië loopt af begin september. Zo jammer.
“Maar,” vindt Oscar, “jullie moeten het kano zeilen toch een keer beleefd hebben.”
Dus klimt Tony in de ene kano, met Karen en Oscar en de twee kleuters waar ze op passen, ik in een andere met drie jonge gasten, Million, Eric en Junior.
Zodra we in dieper water “geboomd” zijn, kan het werk beginnen. Niet makkelijk : mast opstellen en met touwen bevestigen aan beide drijvers, speciale verstelbare knopen moeten zorgen dat de boom met het zeil omhooggetrokken kan en aangetrokken of gelost . Meteen krijgen we snelheid, licht als de boten zijn. Ik flits terug in de tijd, naar ons zeilen met 420, bijna 50 jaar geleden. Een beetje dat gevoel.
“Dit snel? Dan moet je eens met een twee mast kano, de grootste categorie, meezeilen, wel 20 knopen halen die.” Trots zijn ze op hun traditionele kano's, Million wil er me alles van vertellen, hoe ze het zeilen van hun ouders leerden, dat zijn pa er nu eentje bouwt voor de race.
Ondertussen stuurt Eric vakkundig, hij houdt gewoon een roeispaan tegen de smalle romp waar hij op zit, in het langsstromende water, de hoek een beetje veranderen dat is het stuur-geheim.
Oscar, in de andere kano, geeft het bevel om overstag te gaan. Niet gewoon even de andere kant opsturen en het zeil overtrekken. Nee, zeil oprollen op de boom, touwen lossen, mast uit zijn houder in de romp hijsen, balancerend op de golven en over de smalle dwarsbalken met de mast naar de andere houder in dezelfde romp lopen en daarin ploffen. Mast vastzetten met de touwen, boom met zeil hijsen, weer de knopen maken, klaar. Wat een gedoe. En in een race moet dit razendsnel gebeuren, lachen ze, daar wordt de wedstrijd gewonnen!
Dank je mannen en Karen, voor dit zeilkano uitje ! Onvergetelijk.
Net voor er weer een pikzwarte slechtweer zone op ons toekomt, brengt Stanley ons twee crayfish. Verhongeren zullen we niet.
Pilletjes tegen hoofdpijn, maagpijn, gewrichtspijn, het is de klassieke “medische hulp” die mensen komen vragen, maar Scofiel ( twaalf, zoals onze kleinzoon Lyam) zal ik niet snel vergeten. Met de ganse familie van vijf komen ze aanroeien. Als hij ons een afzichtelijke wonde aan zijn been toont, besef ik, hier kunnen we niks aan doen. Een kleine zaagwonde is nu een dikke onregelmatige vieze roze bult. Wild vlees ? Hij was pas gisteren bij het dispensarium. Daar stuurden ze hem wandelen met wat antibiotica pillen. Ook wij kunnen enkel wat ontsmetten en opnieuw verbinden. Hoe wanhopig moet je zijn, om aan wildvreemden hulp te gaan vragen? De pawpaw, aubergines, paprika's en tomaatjes die ze absoluut willen geven, nemen we schoorvoetend aan.
Met Scofiel naar een hospitaal gaan, dat zal wel niet gebeuren, de jongen blijft door mijn hoofd spoken.
Geen tijd voor getreuzel, er komt alweer harde zuidoosten wind, we moeten dus na een snel afscheid van Longan eiland terug naar Mal. Voor onze dochter Karen, naamgenote van zijn vrouw, kerfde Oscar een dolfijn.
Nog even ter info : zijn grootvader was een Duitser. Werkte op de kokosnootplantage . De hoogste kokospalmen op de eilanden, dat zijn nog palmen door Duitsers geplant, verzekert men ons.
Stanley vraagt nog snel om epoxy, voor zijn kano's; dat zouden vrienden zeilers die hierheen komen kunnen meebrengen.
Opnieuw bij Mal eiland.
Het ritme één mooie zonnige dag, twee rotslechte regen en winddagen lijkt zich door te zetten.
Who'll stop the rain? Niemand, tot nu. Veel wind, emmers water en een vreselijke ankerplek waar we nooit tot rust komen. Vraag dat maar aan onze buikspieren, die werken op volle toeren, om ons evenwicht te bewaren op een steigerende boot. Ik zou warempel zeeziek worden.
Waaraan hebben we dit verdiend? Ninigo lijkt behekst. Ook van bliksem en donder worden we niet gespaard. Alle apparatuur van smartphones tot laptops vinden een plekje in de oven. We willen niet eindigen als onze vrienden van de Moana die de meeste van hun apparaten verloren in een “electrical storm”.
Slechts één keer hebben we kunnen snorkelen, werden beloond met drie prachtige rondcirkelende eagle rays. Aan duiken hoeven we zelfs niet te denken. De prachtige duikspots die ik noteerde, allemaal nutteloos werk.
Ons besluit staat vast : we wachten op een kleine adempauze en smeren hem dan.
Ninigo eilanden, eerlijk ? We voelden ons nog nooit zo thuis, zo welkom bij de families in de dorpen van deze prachtige lagune. De snelle zeilkano's maakten veel indruk. Maar voor ons zijn het ook "de slecht weer eilanden". Wat kan je doen als je opgesloten zit in je boot?
Toch weer een mooie dag.
Nog even aarzelde ik om bovenstaande tekst door te sturen. En zie, vandaag staan we op met een stralende zon. Alsof Ninigo zich nog even van haar prachtige zijde wil tonen. De ankerplek hier beu steken we de lagune nog maar een keer over naar Longan, dan kunnen we toch nog eens snorkelen.
Opnieuw vangen we, met onze “lucky lure”, een Spaanse makreel van wel 6 kg.
Terwijl ik nog met de sashimi bezig ben, brengt Stanley ons bovendien 6 crayfish.
Tijdens onze overtocht naar Sorong (Indonesië) zullen we zeker geen honger lijden.
Als Karen ons nog wat pawpaw en bananen brengt, is ook de fruitvoorraad aangevuld. Zij en Oscar blijven voor het avondeten en bij de koffie en thee wordt weer menig verhaal opgedist.
Maar vertrekken willen we, zo snel mogelijk, nu de volle maan onze nachten kan verlichten. Duim maar voor een open hemel.
Positie : Hermits eilanden (PNG) 01°31,73 Z 145°03,25 O
Hij (of zij) komt recht op ons toe gezwommen. Zijn enorme smoel gigantisch groot opengesperd, als om niks van de kril-soep te missen. Met één vleugelslag zwenkt hij elegant vóór ons door, nog een beweging en hij is al in het troebele water verdwenen.
Je raadde het al, we ontmoetten de manta roggen, daarvoor zijn we vanochtend vroeg opgestaan.
We zagen al een drietal schimmen, maar deze is de ster van vandaag. Honderd meter van ons vandaan fourageren er nog tientallen. We zien de zwarte vleugeltippen boven het water wenken. Maar wat bewegen wij langzaam als logge mormels tegenover deze rustige en toch zo snelle racers. Inhalen kunnen we ze nooit. We zwommen al genoeg heen en weer in de pas.
Dit was het dan.
Tevreden keren we terug naar het huisje van Adrian, onze gids, jongste zoon van de beroemde manta whisperer Bob, die in januari dit jaar overleed. Hij moet Jacques-Yves Cousteau nog gekend hebben, die hier eind jaren tachtig onderzoek deed.
Zijn zoons, Ben en Adrian, zetten de mooie taak die Bob zich stelde, het beschermen van de manta's en hun habitat, verder.
Wij vinken dit puntje op ons programma af.
“Verhalen vertellen”.
Dat is waar het om draait in de eilanden van PNG.
Kano's met mensen jong en oud komen langs om fruit en groenten te ruilen tegen alles wat we kunnen missen, maar toch vooral om hun verhalen te vertellen en de onze te horen.
Boston en Tony bewaken het eiland Maron (Hermits eilanden) zo zeggen ze zelf. Ze brengen ons, de ochtend na onze aankomst, jonge kokosnoten, “to drink”. Hun verhalen komen nadat ze ons uithoorden over ons land, kinderen, kleinkinderen, onze reis. Verhalen over de gevaarlijke tochten met hun open motorboten honderden mijlen ver, doorheen ruwe zee en piraten gebied, naar Manus (Lorengau) en Vanimo (on the mainland). Best heftig, er worden af en toe boten vermist waarvan ze nooit wat terugvinden, nooit zullen weten wat ermee gebeurde.
Mij intrigeert vooral de story van Queen Emma. Trots vertellen ze over haar kasteel op hun eiland. Iemand verwoestte het, er blijft enkel een ruïne over. Queen Emma ? Dat zegt me niks. Later in onze, onvolprezen Wikipedia offline (we hebben immers geen internet) vind ik “Queen Emma of New Guinea” warempel terug. Een mooie dame, die Emma Coe, zakenvrouw, eigenaar van plantages en blijkbaar ook van een “kasteel” op dit eiland. Speelde zich allemaal af in het begin van de 20ste eeuw. Interessant.
Ruzie in het paradijs.
Een minder prettig verhaal vertelt Richard ons. Ondertussen verhuisden we naar Penau eiland en het zuid rif.
Richard komt ons uitnodigen voor een eilandbezoekje maar moet er meteen bij zeggen dat het vandaag niet kan. Er komt een delegatie van de nieuwe, grote Akib High School, gevestigd op het tegenoverliggend eiland. Samen gaan ze trachten een oplossing te vinden voor een meer vreedzame schoolomgeving ?!
Wat gebeurde er ? Leerlingen uit Manus (het grote eiland hier 150 mijl vandaan en bekend om de raskol gangs en de daardoor meer wantrouwige, vijandelijke mentaliteit van de bewoners) hebben boel geschopt met de leerlingen uit de Ninigo groep. Er kwamen zelfs messen aan te pas.
Richard, verantwoordelijk voor de 40 tieners uit Ninigo, wil een afkoelingsperiode en de uitwijzing van de oproerkraaiers. Hij maakt zich grote zorgen, dat zie je zo. Bang dat de fameuze vriendelijke, vredevolle eilandmentaleit van de Ninigo en Hermits eilanden op termijn ten dode is opgeschreven.
Hij vertrouwt ons dat allemaal toe terwijl we in zijn zelfgebouwde huis schuilen voor alweer een hoosbui (we incasseren heel veel regen in de Hermits). We zitten op één van de vier grote tafels, in elke hoek staat er zo één. Later blijkt, dit zijn hun bedden. Op eentje spartelt Richards baby neefje onder de klamboe .
Als de regen ophoudt , keren we naar huis, onze Jak vol met pompoenen, snake beans en kokosnoten.
Jakker = Shelter.
We verhuizen nogmaals, nu naar het noorden van Luf eiland, op de vlucht voor sterke zuid oosten wind. Halfweg tussen de huisjes van de village aan de ene kant en de school op Akib eiland aan de andere kant, vormen we hier de ideale stopplaats voor kano's onderweg.
Op een middag komt Rosalita met haar twee dochtertjes Ivy en Chloë beschutting zoeken in een heuse wolkbreuk. Ze willen groenten en fruit ruilen.
We nemen ze gauw aan boord. Ik zoek wat handdoeken om hun rillen tegen gaan, maak koffie met melk en suiker. Een lolly gaat er bij kinderen en volwassenen ook altijd in. Mama is niet verlegen, ze babbelt er vrolijk op los. Wil mijn jurk wel graag hebben, grapt ze.
Na de bui vertrekken ze weer welgezind. Rijst, T-shirts en een jurkje rijker.
Voor ons een leuk intermezzo.
's Avonds, het is pikdonker en het stortregent, alweer, wij luisteren een podcast in de kuip, wordt er geroepen. Is er nu nog iemand in de lagune onderweg? Een lampje licht op. Hello! Twee druipnatte jongens in een kano verschijnen in beeld. Ik zei het al, wij zijn de ideale shelter. Ze vragen of ze even aan boord mogen schuilen. Kan je ze dat weigeren?
Aan boord toveren ze uit een waterdichte emmer twee lange broeken tevoorschijn die ze moeizaam over hun natte benen sjorren. In je ondergoed ga je, als wegopgevoede jongeman, niet op bezoek. Troy en Shane (19 en 21 jaar) zijn op weg naar school. Morgen is de vakantie voorbij. Ook zij vertellen graag, over hun toekomstdromen van een job en mooie meisjes ergens op het vasteland van PNG, over de twee schooljaren die ze nog voor de boeg hebben. En, of ze mogen roken, hun zelf gekweekte tabak “brus”. De regen stopt niet echt, maar het is over achten, de koffie is op en ze moeten gaan. Lange broeken weer uitworstelen, in de emmer proppen, de bananen die ze bijhebben voor onderweg, krijgen wij, beleefd handjes schudden en weg zijn ze.
Minstens even interessant als onze podcast, deze ontmoeting.
Maar we willen ook nog wel eens meer uit ons kot komen, gaan wandelen, snorkelen, duiken . Vooral één spelbreker belet ons dat, we verzuchten dus : “Who'll stop the rain?”
Positie : Maron Island, Hermits eilanden (PNG) 01°33,401 Z 145°00,148 O
Aha, zo ziet het er hier uit !
Met nog half slaperige ogen, ik steek net mijn kop buiten, neem ik een grote lagune waar, eilandjes met gouden strand randjes, sommige met originele begroeiing, die doen me zelfs aan de Grevelingen in Zeeland denken. Ik zie grotere eilanden met een paar huisjes en veel palmbomen, getuigen van de Duitse plantages van de 19de -20ste eeuw, én zeilboot Huiaqui (broer in Quechua) onze Spaans-Brazilaanse “broeders”, Agustin en Simone, naast ons.
We zijn geankerd in de lagune van de Hermits eilanden. Een paradijsje?
Na de depressief, grijze dag van gisteren verrast de zon ons.
Aan het eind van die dag, zeilen werd onmogelijk door te weinig wind en vervelende golven, motorden we de laatste 50 mijl. Ons pad bracht ons in de buurt van de shipping lane : China – Australië . Een vijftal, duidelijk erts-schepen, voeren aan hoog tempo in ons blikveld voorbij. De AIS waarschuwde ons al vóór we ze zagen.
Rond 22 u, komen we ter hoogte van de eerste riffen van het eiland, maar omdat we de West ingang willen nemen, breed en diep dus makkelijk in het donker, moeten we eerst nog 7 mijl verder, voor we de afslag kunnen nemen.
En nog eens 3 mijl tot een enigszins aanvaardbare ankerplek, 17m diep. Oef, zo ver zijn we weer. 23u30. Het begint te regenen, we ruimen buiten vlug wat op en vallen in onze kooi. Even voelt het aan alsof we nog steeds op zee bonken, dan wordt alles stil.