Positie : Savusavu, Fiji.     (Kijk ook even terug naar de foto's bij vorig tekstje).

Tussen eiland en rif laveerden we vandaag naar Bavatu Bay. Vijverkalm water en diepgroen van kleur door de weerspiegeling van de bomen, die intussen na TC Winston, weer bladeren hebben.

Bavatu, je kan de regenboog zo aanraken  !

Hier moet je “de trap” doen. 271 treden om precies te zijn. Ongezien in Fiji, zo stevig gebouwd, in hout, dat hij er na Winston nog steeds staat. Honderden “blauwstaart hagedissen” koesteren er zich in de zon.
Op het enorme plateau boven is de ravage wél nog overal tegenwoordig. Omgewaaide bomen, in verschillende stadia van “in stukken gehakt”. Tientallen koeien, schapen en paarden grazen er. Via een omheining kom je bij een vijftal trieste huisjes .
Zes mannen en één vrouw, Koto, houden de boel recht. Ze zorgen voor wat er nog overblijft van de “plantation”.
Koto komt ons van ver tegemoet lopen en nodigt ons uit in de “Sometimes Store” om het gastenboek te ondertekenen. In de winkel is armoe troef. Wat uien, een doos melkpoeder en wat pakken havermout “sieren” de rekken. De boot met voorraden laat weer eens op zich wachten.

Ze vertelt ons hoe we bij het uitkijkpunt moeten komen. Bij het graf van de man uit Aberdeen in 1881 geboren hier begraven, moet je rechts naar beneden. Wow, verrassend dat uitzicht . We kijken neer op het privé pretpark voor avontuurlijke lieden waar we een paar uur geleden zelf nog rondvoeren.



In Vanua Balavu kan je makkelijk een maand rondtoeren maar wij moeten terug, ons gaan voorbereiden op onze verdere tocht naar het noorden.

We bezoeken nog een laatste keer de vleermuisshow. Perfecte setting : ondergaande zon, oranje lucht, dramatische wolkenpartijen, het akelige geschreeuw van de honderden fruitbats. Onbetaalbaar.

Als we, vlak vóór we de pas naar buiten nemen, nog even kunnen binnen gluren in de baai van de “grotten”, zijn we het roerend eens. Hier pronkt het allermooiste plekje van de Bay of Islands. Loodrechte, donkere wanden dichtbij elkaar, kristalhelder azuurwater beneden, snelstromend over de prachtigste kleurige, zachte koralen. Onze favoriet.



Na 21 uur voor-de-winds rollen zonder veel slaap, deels zeilend, deels motorend, bereiken we, tamelijk kapot, Savusavu, de beschaving, het internet.

Positie : Vanua Balavu, Bay of Islands.

Een haast onbereikbare droombestemming bereikt !
Die daarboven over het weer beslissen, bedachten ons eindelijk, bij de vijfde poging, met een noord-oosten wind te belonen. Ons doel werd plots in één rak bezeild. Een rak van 110 mijl.
En of de nacht doorzeilen de moeite waard was !
Jakker dobbert nu tevreden in het rustige water van Bay of Islands, Vanua Balavu, één van de laatste verborgen aardse paradijsjes. De baai van eilanden, dit is letterlijk te nemen. Honderden kleine karst eilandjes, als van kalk-kantwerk gemaakt, lijken op turkoois water te drijven. Uren kunnen we met Jak rondzwerven in de "eiland doolhoven". Steeds openen zich nieuwe doorgangen die weer andere eilanden onthullen, de stroming in die doorgangen té sterk om er doorheen te roeien. Soms zie je de bodem met blauwer dan blauwe visjes. Een grijze haai dwaalt rond over de bodem tussen het koraal.

 

Doorkijk met Jakker.


Mensen wonen niet aan deze, de noordkant van het eiland. Je kan er zelfs niet het schamelste hutje bouwen. Voor de vliegende honden geen probleem. Die leven in de bomen en vormen enorme schreeuwerige kolonies. We proberen, gewapend met verrekijker, dichtbij de bewuste bomen te raken. Fascinerend hoe ze dicht op elkaar gepakt ondersteboven aan de takken hangen. Hun vleugels uitstrekken en ermee wapperen, zich een paar verdiepingen naar beneden laten vallen doorheen het gebladerte, in hun val een paar familieleden wegduwen, zich opnieuw aan een tak vastgrijpen, vreemde geluiden maken.



Maar ook hier : geen paradijs zonder schaduwzijde...muggen en nog erger "no-see-ums" of hoe die onzichtbare steekvliegjes hier ook heten, hebben zich binnen in de boot verstopt. We gaan ze te lijf met spuitbussen waar de dienst fumigation jaloers op zou zijn. Toch zit vooral Tony nog met een hoop steeds opnieuw jeukende beten voor de volgende veertien dagen. Duidelijk geen muggenbeten.

 

Positie : Savusavu, Namaka Creek.

De volgende ochtend, zonnig en wind-loos, besluiten we gewoon verder te gaan op het elan van gisteren, zij het al motorend. Savusavu ligt 50 mijl meer noordelijk en als het goed is wacht daar een pakje op ons. Tony bestelde een vaanstandschroef Autoprop. Ik bespaar je de technische uitleg, onthou enkel : je boot vaart sneller, op zeil (én op motor) omdat de schroef zich “opvouwt” als je zeilt. Onze huidige driebladschroef functioneert als een heuse rem als we zeilen, een reuze stoppende hand onder water.
Bovendien heeft onze schroef haast de pensioenleeftijd bereikt en zou ze wel eens de geest kunnen geven op een vreselijk ongepast moment.

Savusavu met zijn vriendelijke supermarktjes op loopafstand, zijn hotspring met kokend water, zijn knusse markt, zijn goeie restaurantjes ...en nu voor ons de haven waar we eindelijk nog eens Vlaamse zeilers ontmoeten. Een super sympathiek gezinnetje van de "kust", onderweg met Oceana, een grote Bénéteau.

Pinten pakken met Vlamingen, Dana en Steve van Oceana.

Zij verzachten een beetje de ellende van de levering van een foute schroef. Je leest het goed : de maten van de vaanschroef kloppen niet helemaal. De schroef gaat dus linea recta terug naar Engeland. Of we nog tijdig een wél passende propeller zullen kunnen meenemen op onze verdere reis...wie zal het zeggen?

Onder de mango boom, met hun koopwaar wachtend op de bus.

 

Positie : Savusavu, Namaka Creek.

Uren hebben we heerlijk gezeild. Aan de wind, op één oor, vriendelijke golven. Een droom.
Heerlijk gezeild...in een richting, naar een eiland waar we eigenlijk niet heen wilden. Koro eiland, we zijn in het donker aangekomen, hebben in het donker geankerd. Dat doen we nooit, maar hier waren we al eens en de ingang is poep-gemakkelijk.

Alles ging razendsnel vanmorgen. Het weerbericht beloofde slechter wordend weer binnen twee dagen. Eerst nog erg kalm, weinig wind. De windrichting : daar waren de voorspellers nog niet over uit. Wat doen we? Vertrekken maar, graag naar Vanua Balavu, Noord Lau groep. We zien "buiten" wel wat het wordt. In minder dan een uur ligt Jak aan dek, motortje aan de zeereling, is alles zeilklaar en vast gestouwd benedendeks. Ons record.
Buiten de pas varen we eerst noord langs Nairai eiland. Man, wat een rif. Stel je het eiland even voor als een hoge taart,
 dan strekt het rif zich in alle richtingen dubbel zo ver uit in zee. Een gigantisch bord waar de eiland-taart in het midden op ligt. Wij moeten daar helemaal omheen. Het rif zie je niet, enkel dik wit surf-schuim en een fijne nevel erboven. De lagune erachter, Bora-like, twintig tinten groen-blauw.

Na vier uur bereiken we het noordpunt van Nairai. Genoeg gemotord, hijs die zeilen maar. Er is wel wind, maar er zijn ook de korte, steile golven die Jakker soms helemaal afstoppen als we naar het oosten willen. Wat blijkt : enkel op een koers van 346° lopen we als een trein. Golven van schuin achter, wind schuin van voren. Geweldig zeilen. Laten we daar nu eerst maar eens van genieten. Vlug op de kaart kijken, die koers leidt ons recht naar Koro. Ok, dat is dan onze volgende bestemming. ETA (estimated time of arrival) : 20 u. Zo simpel kan het zeilersleven zijn...als je je laat gaan met de “flow”.

 

Positie : Gau Island, Waikama village.

Oehoe...oehoe !!” Luid roepende mannenstemmen echoën van uit verschillende plekken in de jungle achter ons. Willen ze onze aandacht trekken? Kunnen ze ons eigenlijk zien zitten aan onze lunch in de kuip op deze tweede ankerplek in Gau ? Zien doen wíj in elk geval niemand.

De jungle, met het geroep, gezien vanuit onze kuip

en omgekeerd.

Als we 's namiddags een bezoek (met sevusevu) brengen aan het dorp Waikama, leren we waarom de mannen roepen. Simpel : de farmers die aan het werk zijn op hun, in de jungle vrijgemaakte veldjes, roepen naar elkaar. Is buurman nog aan het werk? Wordt het niet stilaan tijd om terug naar het dorp te stappen ? Dat verklapt Talei ons. Zij ontfermt zich vandaag over ons, brengt ons naar de chief, wandelt met ons doorheen het dorp naar de grote heilige boom, vertelt over de cycloon, het stijgende water, de hot springs die we zeker moeten bezoeken.
Overal zijn vrouwen in huis aan het werk. Kinderen roepen : “Kijk, witte mensen”. Talei vertaalt.

Talei links van mij.

Een twintigtal mannen zitten, rustig babbelend onder een gammel afdakje, aan de cava, “grog” noemt men dit informele cava drinken. Om 15 u zijn ze al klaar met hun werk, vanochtend kwam immers het verzorgingsschip en ze hielpen allemaal met uitladen.
“Kom er toch bij zitten; schoenen uit, sulu (sarong) hoeft niet, en drink wat “bilo's” cava met ons mee. Tony and Jacky (mijn eiland naam), Fijian names !! Where from, how old, your profession ? “ Standaard conversatie.
Een grog namiddag maakten we nog niet mee. De cavapoeder wordt met de hand gemengd met water in een plastiek emmer, hier geen prachtige uit één stuk hout gesculpteerde grote cavabowl, de wortels wel op dezelfde manier gestampt. Eén kopje “mudwater” is wel genoeg voor ons. Zij gaan rustig door tot de nacht valt.

 Jakker ligt toch ver van het dorp !

JSN Mini template designed by JoomlaShine.com