Positie : bij Nanuya-Lailai, Blue Lagoon.
Manta's krijgen we dit keer niet te zien in Mantaroggenbaai. En omdat we, tussen de twee eilanden, op de harde wind en de daar tegenin staande sterke stroming liggen te dobberen en springen als een kurk, vertrekken we woensdagochtend verder noordwaarts.
Zorgvuldig volgen we Ulani's track tussen de riffen door. Dank je, Philippe, dit bespaart ons navigatiewerk.
Weer is de wind op kop en de bewolking hardnekkig. Na bijna vier uur motoren, varen we Blue Lagoon baai (eiland Nanuy Lailai) binnen, waar net drie jachten ankerop gaan. Plaats zat voor ons en de drie overige boten.
We maken een lange strandwandeling en zien Turtle eiland, het eiland waar in 1980 de film “The Bleu Lagoon” is opgenomen. Behalve de naam van de baai verwijst niks meer naar die tijd. Brooke Shields is nergens te bekennen.
Deze baai is beschut door de vele omringende eilandjes. Op één van die eilandjes, in Nasomo Baai, verkopen tuinder Toki en zijn vrouw Miri groenten, fruit en eieren. Dat hoef je ons geen twee keer te zeggen. Dit vraagt om een expeditie. Samen met Hans en Imma (Tuvalú) gaan we de volgende dag op pad. Bij hoog water voert een klein riviertje tot vlakbij de groententuin. Helaas, wij zijn te laat. Grote stukken strand liggen al droog. Een lokale visser toont ons waar we onze bootjes moeten achterlaten. Daar blijven ze steeds drijven ! Zal wel, zeker.
Zaki van 7 jaar loopt met ons mee naar de farm, over modderige paadjes, door hoogopschietend gras en kruiden. Blijf niet te lang op één plek staan, dan weten de muggen je te vinden.
Daar duikt ineens een open plek in de jungle op, een huisje, spelende kinderen op het veldje. Bula allemaal ! En op naar de moestuin. Daar begint Toki op verzoek te snijden en te plukken. Bok Choy, groene boontjes, radijzen, aubergines, spinazie, citroenen, bananen verdwijnen in de meegebrachte tassen.
Imma en Hans, de Spaans -Zwitserse crew van Tuvalú.
Even wordt zijn werk onderbroken door het bezoek van echte toeristen. Ze verblijven in het tentenkamp beneden in de baai en worden begeleid door de “broer” van Maui. Grapje : enkel voor kenners van de tekenfilm Vaiana, dé nr. 1 film van onze kleinkinderen, Lyam en Roxie.
"
"Maui's broer" en Miri.
Maar we moeten terug, laag water wacht niet. Miri maakt inventaris én de rekening op hun terrastafel. Toki stopt nog vlug wat basilicum in onze tas. Terug in de baai liggen onze bootjes lekker droog op het zand (modder.) Of wat had je gedacht? Met vereende krachten dragen en sleuren we de dinghies naar dieper water. Onze crocks, normaal hét schoeisel voor strandlandingen, deugen hier niet, vastgezogen als ze worden in de modder. Tony moet letterlijk graaiend op zoek naar een verdwenen exemplaar. De mijne gooide ik al lang in onze Jak.
Uiteindelijk raken we behouden thuis. Ons zal het de volgende week niet ontbreken aan vitamientjes.
Positie : bij MantaRay Island Resort en Drawaqa eiland.
Al veel te lang lonken de heuvels van de Yasawa eilanden naar ons, vanuit de verte. Je ziet ze altijd of je nu in Vuda ligt of in Denarau. Maar nu gaan we ze écht van nabij verkennen. In alle vroegte, zo doen we het meestal, sleuren we het anker, letterlijk, uit de zware modder van Denarau. Het duurt wel even voor de klei, met behulp van een emmer, van de ankerketting gespoeld is. Maar dan zijn we op weg. De nieuw geplaatste AIS (Automatic Identification System) werkt voortreffelijk. We worden op onze GPS display, met flikkerende pijlen, gewaarschuwd voor alle schepen (uitgerust met zulk systeem), die ons pad kruisen en een gevaar kunnen opleveren. Bovendien hebben we nu een transponder waardoor zij ons kunnen zien. Weer wat veiliger aan boord van Jakker.
Naar Drawaqa eiland, onze bestemming, is het 40 mijl. Het waait te weinig om dat binnen de gewenste tijd zeilend te bereiken, dus geeft ons lawaaierig, groen monster weer een demonstratie van zijn kunnen.
Goed nieuws : de zoutwaterpomp van de motor, die niet vervangen is wegens onmogelijk te bestellen in Fiji, lekt niet meer. Het geïmproviseerde opvangpotje dat eronder hangt, blijft leeg. Oef.
Bij Drawaqa aangekomen liggen er al drie zeiljachten en moeten we ons tevreden stellen met een plaatsje dichtbij een “bommie” (koraalblok). 's Nachts hoor ik geregeld de ketting over het koraal ratelen. Dus verhuizen we een eerste én een tweede maal als er andere boten vertrekken.
Twee keer per dag stopt de Flyer II hier. De gele ferry van South Sea Cruises. Er is geen steiger. Kleine bootjes komen toeristen, bagage, bevoorrading voor de resortjes oppikken en afgeven terwijl de ferry gewoon in onze buurt drijft. De Flyer II - Awesome Adventures Fiji brengt zelfs voorraden voor kleine cruiseschepen mee.
Zo komt het dat we meer dan een uurtje babbelen met twee wachtende crewleden van de Fiji Princess. Zij halen groenten en fruit af voor hun cruiseschip dat om de hoek ligt. We gooien hun een lijntje toe, maakt het wachten makkelijker. Als de ferry eindelijk komt aanracen weten wij weer wat meer over het leven in Fiji.
In Manta Ray Island Resort gaan we 's namiddags onze benen strekken, eten een pizza en laten ons vertellen dat er al drie dagen geen manta's zijn gespot. Het water zou te helder zijn. Vorige week was dat anders. Er kwam toen zelfs een bultrug door de pas. We blijven hopen.
Witte zeilboot vooraan is Jakker.
Positie : op anker bij Port Denarau Marina.
Jep, we liggen er nog steeds, buiten vóór Port Denarau Marina op anker. Het is er rustig liggen met zuidoosten wind, in 5 m diep water. Enkel de vele ferries doen Jakker af en toe vervaarlijk schommelen. Niks om je echt druk om te maken. De “rough seas” die er buiten het rif staan, voel je hier niet.
We zijn hier om onze duikflessen te laten inspecteren. Een poging om onze duikcompressor te herstellen, zodat we zelf flessen kunnen vullen, is jammer genoeg mislukt. Wat er nog meer aan de hand is, kan enkel bij volledige demontage aan het licht komen...als Tony nog eens heel veel zin heeft.
We zullen onze gekeurde flessen voorlopig in duikcentra moeten laten vullen.
Port Denarau is van de zomerse massatoeristen ferry- en rondvaarthaven (in het cycloonseizoen), die we zo goed kennen, deels omgetoverd in een winterse (zeilseizoen) verzamelplek voor superjachten. Klinkende namen als Aquamarina, Dragonfly, Cygnus Montanus, Cavallo, Gran Finale, Glaze, Encore palmen het C dock in. We kunnen enkel de blitse, prachtig blinkende buitenkant bewonderen. Naar het interieur gluren we graag via het web. De bemanningen, heuse catwalkmeisjes en stoere binken, flaneren dan wél weer levensecht over de steiger.
Positie : op anker bij Port Denarau Marina.
Al zeven jaar.
Exact zeven jaar geleden zegden we de marina van Port Zélande vaarwel én onze familie en vrienden...op zoek naar avontuur, vrijheid? Nooit gedacht dat we zeven jaar later, nog steeds met Jakker, in Fiji zouden rondhangen. We plannen al lang niet meer ver vooruit. Voorlopig willen we volgend cycloonseizoen (november-mei 2018) naar de Marshall eilanden en nu een paar maanden in Fiji rondzeilen. We zien wel.
Reddingsvlot.
Eerst ronden we hier de laatste dingetjes in de Western Division af. Zo noemen de Fijianen het westelijk deel van de eilanden. We halen ons “goedgekeurde” reddingsvlot op. Eerst vonden ze het na al die maanden niet meteen terug in hun magazijn. Nu het terecht is, blijkt de controle heel professioneel gedaan en daar hangt een prijskaartje aan. Omgerekend 1600 €, enkel cash te betalen. Heel wat wandelingetjes naar het kastje in de muur later hebben we het bedrag eindelijk verzameld. Er bestaat immers zoiets als een dag- en weeklimiet. En de laatste tijd zijn we, noodgedwongen, niet bepaald zuinig geweest met aankopen en geldafhalingen.
Het reddingsvlot veilig in de bakskist tot we weer een grote oversteek maken.
We laten de taxi ook nog snel bij de supermarkt stoppen. Waar ze, maar dat weten we wel, spijtig genoeg niet het uitgebreide gamma producten zoals in Frans Polynesië kunnen aanbieden. Niks is bovendien lang houdbaar. Niet ideaal om een voorraad aan te leggen. Het zij zo.
Werkplaats.
In onze bakskist staat ook nog steeds een duikcompressor die op herstelling wacht. We hebben vervangstukken meegebracht uit België, maar dan moeten er eerst een paar aansluitingen voor leidingen, van de cilinder losgedraaid. Die aansluitingen zitten potvast. Wij op zoek naar hulp, in de plaatselijke werkplaats van de dieselmotoren die voor elektriciteit zorgen op Malolo Lailai. Ze helpen ons graag en met de bankschroef en hun grootste sleutel krijgen ze de aansluitingen uiteindelijk los.
Vaarwel.
Ulani, de Zwitserse boot die we al kennen van de Dominikaanse Republiek (in 2011) en die geregeld ons pad kruist, laatst nog in Frans Polynesië, vertrekt naar Nieuw Caledonië en Australië. Ook Tuvalú, Zwitsers-Spaanse boot, is in de buurt. Hier moet een afscheidsparty gevierd. Een spelletje petanque, een pizza-avond met als toemaatje Fijiaanse krijgsdansen, eigenlijk bedoeld voor een ánder feestje, meer moet dat niet zijn.
Vaarwel (ook letterlijk), Sandra en Philippe, het ga jullie goed. Het was superleuk jullie hier te treffen, al was de oorzaak, TC Winston helemaal niet leuk. Ooit zien we elkaar weer, al moeten we wachten tot Isla La Graciosa in onze gezamenlijke fantasie, het “gepensioneerde-zeilers huis”.
In de schitterend mooie omgeving van Malolo Lailai ofte Musket Cove kan je snorkelen met de honderden anemoonvisjes (“nemootjes”). Je kan wandelen op het strand of hogerop klimmen en de riffen vanuit de hoogte bewonderen. Je kan er bbq-en of een pintje gaan drinken onder het typische dak van palmbladeren. Af en toe kan je zelfs de spectaculaire landing van het watervliegtuig gadeslaan.
Wij beleven echter toevallig een speciale attractie : een honderdtal valschermspringers hebben zich in The Plantation Resort genesteld. Ze zorgen voor spektakel.
Para's bij valavond.
Meteen stapt de volgende groep in...
...en weg zijn ze weer.
De Cessna Caravan doet veel stof opwaaien.
De ganse dag horen we het hoge gefluit van een recht omhoogklimmend vliegtuig. Je kan de springers volgen, eerst speldenknopjes hoog in de blauwe lucht. Daarna hoor je de chutes openklappen en flapperen in de wind. Voor ons een erg bekend geluid dat mooie herinneringen oproept. In een ver verleden waren we immers lid van de vliegclub in Zwartberg waar ook een paraclub bij hoorde. Elk jaar organiseerden zij de Black Mountain Boogie. Een groots para evenement compleet met recordpogingen figuren vormen met zo veel mogelijk mensen. Een heel aparte sfeer.
Gek hoe je dan plots wordt terug geflitst, helemaal naar huis en naar de tijd dat we zelf paradrop deden met de Antonov II.
Ook de lokale mensen zijn geïnteresseerd.