Positie : Kuah, Langkawi . (06°18,76 N, 099°50,83 O). 


Our private beach in Pulau Pangkor Laut.



Immigratie perikelen.
Zes verschillende stempels moet hij zetten op de drie kopieën. Nog wat handtekeningen her en der. Klaar! Dezelfde procedure als hier bij kastam (douane) volgden ook de collega's van “imigresen” al. De gang naar de havenkapitein bespaarde de marina ons, door dit voor ons te doen. Dit Salles, let op, enkel om binnenlands in- én uit te klaren naar een volgende Maleisische haven. Overbodige administratieve rompslomp, toch? Via de verplichte AIS weten ze sowieso elk ogenblik waar we ons ophouden.
Maar, je bent gast en doet braaf wat er van je gevraagd wordt. Vergeet daarbij de dresscode voor overheidsgebouwen niet. Lange broek en hemd voor de heren, rok tot over de knieën en zeker geen blote schouders voor de dames. Teenslippers ook uit den boze.

Bootprojecten.
Omdat we dit jaar 16 jaar onderweg zijn en er zo een slordige 39.000 zeemijlen onder de kiel zitten, dient er nogal wat vernieuwd te worden. Dure dingen, zoals het teakdek, de zeilen, het want, de buiskap. We vragen wat rond in Pangkor Marina waar we nu aan de steiger liggen. Mr. Chong komt het teakdek opmeten. Met 11.000 € zijn we er vanaf. Slik! Heel wat goedkoper dan thuis, dat wel en hij gebruikt Birma teak, maar toch een smak geld.
De man die met polyester werkt, heeft misschien een andere dek oplossing, maar is met vakantie tot februari.
We besluiten ons licht te gaan opsteken in Langkawi, nog zo een plek waar veel aan boten wordt gewerkt, maar bezoeken eerst Pulau Pangkor. Met de ferry, die hetzelfde “pad” als ons benut om de haven binnen te varen, ben je er in 10 minuten.


Ferry terminal in Pangkor.


Just married! They like a picture with the old sailors! 


Pulau Pangkor.
Al wandelend, raak je niet erg ver. We huren een scooter, willen rond het eiland rijden. Dat kan op een uurtje. Je moet jezelf wel even goed inprenten : links rijden!
Helmen op en rijden maar. Mijn helm is te groot, wiebelt en zakt helemaal naar achter als Tony wat extra gas geeft.
De weg is goed onderhouden. We starten langs de zee, zien vooral resorts, strand, geen cafeetjes of zo. Plots maakt de weg een behoorlijke bocht en staat er een bord : Verboden voor auto's. Wij mogen wel verder. Als je de weg ziet, waarvan ganse stukken zijn weggeslagen door de orkaan die Marina Port Dickson vernielde en de erg steile stukken, die bovendien ook nog haarspeldbochten maken, begrijp je het wel.
De uitkijkpunten voor panorama foto's blijken dat, door de hoge bomen die ervoor groeien, niet meer te zijn. Jammer.
Bij de volgende baai Nipah picknicken we op het strand. Genieten van het uitzicht op de eilandjes en nog meer van het kijken naar badgasten, dat zien we niet zo vaak. Culturen baden naast mekaar. Je ziet een bikini en ook wat boerkini's, die verrassend elegant zijn. Lange broek, lange mouwen, een kapje en een luchtig plooirokje allemaal in lycra.

Als onze scooter nadien niet meteen wil starten, helpt een vriendelijke voorbijganger ons. Dat starten lukt niet als de scooter op zijn “poot” staat. Oeps.
Verder gaat het over nog meer steile bergwegen tot aan het water aan de andere kant. We volgen de weg tot het Hollands fort waar echt niet meer veel van overblijft. Maar het is een stille getuige.
De Taoïstische tempel met de mini-Chinese muur en een trap tot helemaal boven is meer de moeite waard. Vijvertjes met koi en schildpadjes, kleurrijke gebouwen, een enorme draak in aanbouw. Iedere religie heeft zo zijn specifieke architectuur.
Te moe om na dat dagje nog te koken, eten we bij High Time, een goed restaurantje op het haventerrein.






Steep road.


Dutch Fort.


Taoist temple.




Mini Chinese wall.


Our ferry to Pangkor and the fleet of fishing vessels.


One of the many fishing vessels of Pangkor. Very specific. 


We trekken verder.
Nadat we ook weer uitklaren, het kost ons een uurtje rondbollen naar de verschillende kantoren met Grab, de Uber van Zuidoost Azië, kunnen we vertrekken. O ja, ook nog, tot vervelens toe, een zoveelste vreemde supermarkt proberen in kaart te brengen. Te vermelden daarbij : in Maleisië, een moslimland, staat niet enkel de drank in een aparte ruimte, ook alle niet-halal voeding zoals varkensvlees., Frankfurter worstjes enz., die ze wél verkopen. Je moet een apart rood boodschappen mandje pakken, dat non-halal voedsel mag zeker de gewone boodschappen karretjes niet contamineren, en zelf de producten scannen en betalen. De winkeldame mag dat voedsel niet aanraken.
Nu kunnen we echt weg.

Eerst wat genieten van rust na de drukte van de marina.
Pangkor Laut is een chique resort eiland. We proberen op het jungle pad te raken, maar dat lukt ons niet. We vinden wel een mooi strandje.
Bovendien wacht er toch weer een klusje. Onder de boot zijn zeepokken er al in geslaagd zich vast te hechten. Na nog geen drie maanden!
Het water in de marina's in Maleisië is niet echt proper.
Het kost ons toch weer een paar uur om de boot en vooral de schroef opnieuw in topvorm te poetsen. Maar je merkt het als we verder varen. Jakker gaat als een speer.
Bij een zoveelste eilandje zuidwest van Penang overnachten we, op anker, samen met een aantal vissers. Daarna bonken we verder over de oncomfortabele golven van de ondiepe (meestal 17 m en minder) Golf van Bengalen, aansluitend aan de Straat van Malakka en de Zuid-Chinese Zee.
Op een bepaald moment, het paaltjes pikken, komt ons de strot uit, twijfelen we om terug te draaien en toch Penang binnen te varen.

Langkawi, het juweel van Kedah.
Maar de zee kalmeert weer en steeds uitwijkend voor vissersschepen en hun gevaarlijke netten arriveren we in de vooravond bij de zuidelijkste eilandjes van Langkawi.
Verrassend prachtige aanblik zo bij zonsondergang.
Nog maar eens besef ik hoe speciaal onze reis toch wel is. Hoe weinig mensen zoiets als dit kunnen beleven.
Als we ons anker droppen in wat men hier “The Fjords” noemt, denken we terug aan gelijkaardige eilanden in Vanua Balavu (Fiji), Misool en Wayag (Indonesië), kalksteen rotsen zo fotogeniek. Lang geleden, zo een prachtige ankerplek.
Wij dopen het hier de Gorge du Verdon!
En het is er al even toeristisch. Vanaf 10 u 's morgens passeren tientallen brullende jetski's. Ze houden even halt. Maar rustig wordt het dan niet. Brullende mensen laten zich verrassen door de indrukwekkende echo. De hoge wanden zijn eveneens verantwoordelijk voor felle rukwinden die de boot dwars treffen.
Pas rond 17 u keert de rust weer en kunnen wij genieten van de fladderende vlucht van neushoornvogels terwijl zeearenden (het symbool van Langkawi) hoog boven de rotsen slome rondjes draaien. Een ijsvogel landt op een tak. Schelle kreten klinken in de jungle en over het water.
Aapjes en varkens komen te voorschijn op het, bij laag water, vrij komend stenen strandje. Enkel met verrekijker goed te zien.
Een prachtige late (rond 20 u) zonsondergang sluit de dag af. Hier blijven we een tijdje.


Arrival in Langkawi. 






All shouting to hear their echo. 


The end of the famous Club Méditerranée (Phocea). Once the largest sailing vessel, owner Alain Colas. 
It caught fire and sank here in Langkawi. 





Additional information