Positie : Pulau Bawean, Java zee. (05°43,85 Z  112°40,14 O)



Vissers maken zich klaar op het strand van Lovina.

Tegen alle verwachtingen in blies er een behoorlijke wind tijdens het eerste deel van de nacht en onze tocht naar Noord-Bali.
Rustig wat lezen of luisteren zat er niet in. Daar zorgden de ontelbare FAD's wel voor. Ja, ook hier krioelen ze, zelfs op een behoorlijk eind van de kust. Ze zijn wel verlicht (behalve eentje) maar je moet toch flink opletten. Hun licht is niet zo helder, je ziet ze pas als ze vlakbij zijn.  
Op die manier, steeds scherp over het water uitkijkend, gaat de wacht wel snel voorbij en voor we het weten komt de zon op en ...zien we in de verte, vlak bij onze bestemming, honderden vissersbootjes dicht op elkaar gepakt in een snel varend kluwen in dezelfde richting vooruit varen. Wat is dat?
Later, als we bij het “dolfijnen dorp” Lovina geankerd zijn, begrijpen we dat honderden bootjes met toeristen elke ochtend vóór zonsopgang uitvaren om dolfijnen te spotten. Wij snappen niet dat dit kan en vooral mag. Aan hoge snelheid varen ze met de jagende dolfijnen mee. Zoveel motoren maken toch een hels lawaai. Desondanks blijven de dolfijnen in de buurt?
Vinden ze dit spelletje leuk?

Voor ons is er slechts één hoogtepunt in Lovina : de “Pepito” supermarkt, waar we naar hartenlust dure voeding spullen kunnen inkopen. Kaas, volkoren bloem, spek, Frankfurter worstjes, super kwaliteit gehakt. 
We wandelen wat door het leuke stadje en genieten van het toeristische happy hour. Mag ook wel een keertje.
Maar ons verblijf in de erg rustige baai hier is gewijd aan het genezen van Tony's knie. Dik gezwollen en pijnlijk na al het werk in Medana, waarbij hij steeds op zijn knieën zat, en van het vele op en af geklauter van de hoge ladder. Rust en Voltaren moeten het probleem oplossen.


De Ijen vulkaan (van het blauwe vuur) in het vroege morgenlicht. (Indonesië telt meer dan 400 vulkanen, 130 actieve). 

Als we na een week besluiten verder te varen richting noordwest naar het eiland Kalimantan (Borneo) slaat het noodlot opnieuw toe.
Ankerop gaan lukt nauwelijks. De ankerlier motor stopt er telkens mee en al is het maar 25 m ketting, het duurt een eeuwigheid om die en het anker boven te halen. Het minieme anker probleem is tijdens de drie maanden op de kant dramatisch verergerd, zo blijkt.
Bij het wegvaren brainstormen we heftig wat te doen. Besluit van het korte crisis overleg : we kunnen zo niet verder. De ankerlier is niet meer te vertrouwen. Er moet iets gedaan aan die elektrische motor. We keren om. Terug op de ankerplek reageren we onze frustratie af tijdens een video chat met Bert en Stefanie. Gelukkig is bij hen aan boord in Zeeland alles goed.

We nemen contact op met Boom Marina Banyuwangi en Warrick wil ons wel proberen helpen. Tony vermoedt immers dat er iets mis is met de wikkelingen van de motor en dat kan hij niet zelf verhelpen. Ik bespaar je het verhaal van onze helletocht naar deze marina die in het nauwe kanaal tussen Java en Bali ligt. Onlangs zonk er nog een ferry. Wij krijgen te maken met veel ergere tegenstroom dan voorspeld. Jakkeren tegen overfalls en woelige stroom rafelingen, komen nauwelijks vooruit en moeten opgeven omdat we nooit vóór donker in de marina kunnen zijn. Een tweede poging, met stroom mee, mislukt omdat nu de wind fors is toegenomen en 20 knopen wind tegen een 4-5 kn stroming staande golven veroorzaakt. Dit water gaat de Jakker annalen in als “het Zijpe ²”. (Het Zijpe is de engte tussen Bruinisse (Schouwen-Duiveland) en Sint-Philipsland waar een akelig harde stroom stond in de tijd dat wij er zeilden in “de oertijd” toen de Oosterschelde kering nog niet gesloten was).
Onze naam helpt ons dit keer niet. En de vulkaan kijkt zwijgend toe. 


De typische spitse golfjes van stroomrafelingen.

Met hangende pootjes zeilen we een uur terug...naar een verrassend pittoreske, rustige baai met moorings (!), Teluk Banyuwedang. Een mooring is nl. dé oplossing, we hoeven niet te ankeren en Tony kan rustig zelf de motor uit elkaar halen. Want wat kan hij anders doen? De ganse dag poetst, ontvet en schuurt hij koolborsteltjes die vastgekoekt zaten en koperen onderdelen en wat blijkt : de ankerlier loopt weer als een klok.


Hier is de boosdoener.


Tony pakt de motor grondig onder handen. Cruisen is werken in de tropen ! 

We leren weer wat cruisers en locals kennen, wandelen wat, genieten van een etentje, vullen onze watervoorraad bij en zijn na twee dagen weer “in form” voor een tweede vaarpoging richting Kalimantan.


Wandelen in de baai van Banyuwedang.



Uitrusten in Pulau Bawean.
Ik schrijf dit in Pulau Bawean, je kan dus al vermoeden dat we onze tocht verder konden zetten. Na twee dagen en twee nachten, waarvan we meer dan de helft zeilden (een record voor een land als Indonesië), voeren we hier binnen.
Makkelijk was het niet. We slapen erg weinig. Anders dan het zeilen op de oceaan is het zeilen in de Java zee heel vermoeiend. Voortdurend moet je opletten op FAD's (nog maar eens zeggen : Fish Attracting Devices), kleine en grote vissersboten, snelle ferry's en enorme vrachtschepen. Ten noorden van Java heb je ook nog boorplatforms, die we letterlijk links laten liggen.

Enorme licht schijnsels afstralend op de donkere hemel lijken wel van grote steden afkomstig. Kan toch niet? Als je dichterbij komt, word je er echt door verblind. Het licht is feller dan dat van de volle maan. Het moeten visplatforms zijn, misschien vissen ze inktvisjes? De tweede nacht zeilen we letterlijk ertussen.

Bij momenten zijn de dwars golven in deze ondiepe zee (slechts 65 m diep meestal) erg onaangenaam. De genua klapt van stuurboord naar bakboord . Het doet pijn want je weet welke slijtage dit toebrengt. Het oproltouw voor de genua slaat van zijn rol. Onder in de ankerbak zit dat. Enkel Tony, met zijn lange armen, kan daaraan. Hij is dus weer slachtoffer van dienst om het touw terug op de rol te krijgen. Plat op zijn buik op het voordek in de brandende zon.

We gijpen en meteen worden de golven aangenamer. We zitten over die boeg ook beter op koers. Zo kunnen we de ganse nacht door en 's ochtends zien we het eiland Bawean voor ons.
Hier willen we even op adem komen en proberen onze tour op de Sekonyer rivier te regelen. Borneo had altijd al een magische klank en aantrekkingskracht voor ons.


Twee kleine vissersboten komen een kijkje nemen. 



Additional information