Positie : Houthalen - Centrum, België. 

 
 Rijstvelden in Ubud.

 Ietwat opgelucht, er gebeurden de laatste tijd te veel ongelukken met ferry's in Indonesië, stappen we van de veerboot Ekajaya in Padang Bai, Bali.
Mede door het babbeltje met een jong koppel uit Beringen, onze provincie, die zelfs een ex-collega van Tony bleken te kennen, verliep de overtocht naar Bali, supersnel.
Op de overvolle kade, een krioelende massa aankomende en vertrekkende passagiers, stapels nog in te laden en reeds afgeladen bagage. Toch slagen we erin onze tassen en ook chauffeur op te sporen.
Meteen maken we kennis met de enorme verkeerschaos waaraan Bali ten prooi is. Ontelbare auto's, scooters, trucks en wegen smaller dan onze “dorpsstraten”.
We staan veel stil en kunnen meteen de bouwstijl bewonderen. Elk huis lijkt een tempel met de vele typische ornamenten met draken en mythisch goden.
Door een bezoek aan de koffiefarm waar we kennis maken met de luwak, het katachtig diertje verantwoordelijk voor de luwak koffie, breken we de rit naar Sidemen. Amper 38 km, maar we doen er wel meer dan anderhalf uur over.


De civetkatachtige Luwak die lekkere koffiebonen uitkakt.


Zoveel smaken koffie om te proeven. 


Deze meisjes bereiden de koffie en geven uitleg. 

Daar wacht ons een huisje in de jungle. Ayu, de eigenares, verwelkomt ons met Balinese lees Hindoe hartelijkheid.
We lijken beland in een heiligdom. Overal altaartjes, groot en klein. Wierookgeur de ganse dag, de stokjes worden steeds ververst. Ook de offerandes van gevlochten schaaltjes met bloemen en rijstballetjes.
Later zullen we merken dat heel Bali geurt naar wierook en dat letterlijk overal, op straat, op de brommers, in de werkplaatsen, offerandes worden gebracht.

We bezoeken een waterval, wandelen veel, tenminste als het niet regent en dat doet het erg vaak, niettegenstaande het regenseizoen lang voorbij is.



Hier zullen we lekker slapen.


Beschermd door de huisgoden voor de deur.


En door de vele tempeltjes op het terrein van het hotel.


Deze offerande schaaltjes worden een paar keer per dag ververst.


Hier leren ze mij, een toevallige passant, hoe je die schaaltjes vlecht.





Waterval met natuurlijke pool.



Wandelend in de rijstvelden van Sidemen.




Onze wandelgids.


Zomaar een verlaten tempel aan het eind van ons straatje.




In Ubud (slechts 35 km ver) waar we na een lange rit van 3 uur eindelijk arriveren, belanden we van de regen in de drop. Ons geplande bezoek aan de moeder aller tempels in Bersakih valt letterlijk in het water.
De zware stortregen van de laatste nacht in Sidemen zet zich gewoon door en houdt drie dagen en nachten aan.

Als het eindelijk wat droger wordt, kan je ons in de befaamde rijstvelden vinden. Zo ontvluchten we tijdens lange wandelingen het door toeristen overspoelde stadje.
Bali telt meer tempels dan woningen. Je moet er dus wel enkele bezoeken. Ceremonies zoals voor de doden zijn er elke dag. Het verkeer wordt er voor omgeleid.
Ondanks al die drukte en chaos hebben we genoten van de erg speciale Balinese sfeer. Een totaal verschillend eiland.
Wierookgeur, bloemen offeranden, tempels en murmelend water dat blijft hangen van Bali, als we op het vliegtuig richting België stappen.




Rijst, rijst, rijst...


...en nog meer tempels.




De beroemde lotusbloem.

Je kan Bali niet verlaten zonder het dansen gezien te hebben.



Danseressen met aan beide zijden het gamelan orkest.



Additional information