Positie : Pinetree Marina, Johor Bahru 01°25,084N , 103°39,49 O 



Pinetree Marina.

Dieren in de buurt.
Een pienter aapje maakt de omgeving van jachthaven Pinetree onveilig. Hij haalt elke goed opgeborgen vuilniszak te voorschijn en opent die deskundig. Hij klimt in de mast. Hij tracht in boten binnen te raken en neemt alles mee wat hem interesseert.
Opgepast dus. Laat niks buiten staan en hou alle luiken dicht als je er niet bent.

De water varanen. Die zien we vooral zwemmen, 's ochtends. Soms loopt er eentje op de steiger. Nee, ze zijn niet gevaarlijk, beweert men hier. Niet zoals hun collega's in Komodo, alhoewel, ze zijn toch zo een 2 m lang, staart inbegrepen.

Elke ochtend wekt de roep van de plaatselijke koekoek ons. De Indische koël is dat. Hij duwt de jongen van de kraaien uit hun nest en legt zijn ei in de plaats.
Het kraaien issue kan hij echter niet oplossen. Massa's van die lawaaierige vogels zorgen voor ellende. Een probleem van heel Johor Bahru. Er zijn nogal wat mensen bang voor. Mij doet het denken aan ons vorig leven in Genk toen honderden kraaien 's winters met oorverdovend lawaai in de bomen bij ons huis neerstreken.

Honden zien we hier niet maar de kat, die haar voederbakje heeft staan bij de waker van de marina, maakt de dierentuin compleet.


De watervaraan, de mascotte van de marina.

Pinetree.
In golven arriveren in Pinetree Marina yachties op weg naar Langkawi en Phuket. Duitsers, Denen, Italianen, een Spanjaard. Europa onderweg. Ze blijven nooit erg lang. Uitzondering : Jakker.
Dat komt zo. Bij terugkomst uit Singapore moest Tony echt naar de tandarts door een steeds terugkerende tand-, kaakpijn. Dr. Wong, een jonge Chinese, stelde een tandwortel kanaal behandeling voor. Daar zou ze iets meer dan twee weken voor nodig hebben, controle en afwerking inbegrepen.
Ze kon er onmiddellijk aan beginnen. Stel je dat thuis maar eens voor!
Zo kregen wij plots tijd om de omgeving van Johor Bahru, hier ligt onze marina, te verkennen en niet enkel om boodschappen te doen, in de overigens vrij goed uitgeruste supermarkten.
Het is de tweede grootste stad van Maleisië. Hoofdstad van de staat Johor. Ver van het koloniale hart van de stad heeft men hier grote appartementsblokken gebouwd, rond de jachthaven en ferry terminal, schaars bewoond echter.
Blikvanger is het enorme terrein van Kota Iskandar. Het grote administratieve centrum van de federatie Maleisië én van de staat Johor, eert de nalatenschap van de voor de geschiedenis van Johor belangrijke sultan Almarhum Sultan Iskandar, verweven met de huidige koninklijke familie.

Wij wandelen er zoveel als we kunnen en ontdekken nog steeds andere hoekjes. Het geheel lijkt uit duizend en één nacht te komen en doet ons sterk aan het Alhambra denken.
Enkel de 7/7 werkende tuinmannen met lawaaierige bladblazers en idem hoge druk reinigers verstoren deze rustgevende plek.


Kota Iskandar.

Forest City,
eigendom/initiatief van de koninklijke familie, is ook zo een project dat je gezien moet hebben. Gebouwd door Chinezen, rijen en rijen hoge luxe appartementsgebouwen in een groene omgeving bedoeld voor 700.000 inwoners, op heden door amper 9.000 mensen (sommigen zeggen 2.000) bewoond. Buiten de twee hotels, het waterpark en de mooi aangelegde parken bij het strand, is het een spookstad. Winkels zonder klanten, wat restaurants.
De kunstgreep om meer volk aan te trekken : men maakte het gebied een taksvrije zone. Je auto wordt dus doorzocht als je het terrein verlaat.
Zo ook onze Grab auto, de Uber van zuidoost Azië, die we gebruiken voor al onze verplaatsingen. Snel, makkelijk en goedkoop.

Voor onze volgende verplaatsing gebruiken we de Grab app niet, we gaan gewoon met onze boot. Enige voorbereiding is nodig want in Maleisië moet je in elke haven of je nu ankert of af meert in een marina, domestic in- en uitklaren. Zelfde procedure als inklaren vanuit het buitenland. Minstens drie instanties bezoeken.
Nog wat rompslomp voor we vaarwel zeggen.


Een klein deeltje van Forest City.


Stairway to heaven with captain Tony on it.


De mooiste "toren".






Meer beelden van administratief centrum, Kota Iskandar, en de ingang mét VOC kanon.


Ons aapje.


Onze steiger.

Een drone show. Nog nooit gezien.









Positie : Puteri Harbour, Johor Bahru, Maleisië ( 01°25,084 N 103°39,490 O)

 
Het bekende Marina Bay Sands hotel.

 
Singapore. In mijn hoofd heb ik het beeld van een stad waar men helemaal niet houdt van kauwgom op de stoep. Het hardnekkig beeld van een heel propere stad, gevormd door nieuwsberichten in de jaren negentig, vermoed ik.
En wat blijkt, dat klopt. Kauwgom op de stoep is verboden sinds 1992 en de invoer, het bezit sinds 2004. Onder andere omdat plakkende kauwgom soms de deuren van de metro zou onklaar maken.
Dit is slechts één van de vele verboden. Je mag bijvoorbeeld niet eten en drinken in de metro. Vapen : verboden in de hele stadstaat. Je mag zelfs niet naakt in je eigen appartement rondlopen als anderen je zouden kunnen zien. Op al die overtredingen staan zware straffen, op borden kenbaar gemaakt, waarbij men het aantal stokslagen, dat je bovendien riskeert, zeker niet vergeet te vermelden, integendeel.
Pas dus maar op je tellen in Singapore.

Singapore, of Leeuwenstad van het Sankriet "Singa Pura" naar de legende, is veel meer dan dat. Natuurlijk gaan we erheen, nu we slechts wat busritten verwijderd zijn en intussen genoeg gelezen hebben over dit multiculturele, fascinerende landje.
De bus vlakbij onze Pinetree Marina (in Puteri Harbour) neemt je mee naar de Second Link brug (dezelfde waar we onderdoor voeren) over de Johor Straat, de grens. Immigratie Maleisië klaart je uit. Over de brug, niemandsland, bereiken we het controle punt van Singapore immigraties. Opnieuw paspoortcontrole. Je hebt natuurlijk je arrival card online ingevuld. Een half uur busrit later, moet je op zoek naar het metro station. Dat bereiken we via vele trappen, een lift, lange tunnels en een paar keer vragen.
Op het grote schema nog even puzzelen welke metro je moet hebben en of je moet overstappen. Zelfs wij zeerotten raken moeiteloos in Little India en ons hotel. De toegangspoortjes openen als je, elk je eigen debet- of kredietkaart, op de juiste plek drukt.
De overvolle metro, in het gezelschap van enkel smartphone geïnteresseerde mensen, het wordt even onze wereld. Zo makkelijk en je raakt in no time overal.
Alleen...niemand vertelde ons over de immense ondergrondse metro stations, de snelle roltrappen, de kilometers die je aflegt op zoek naar de juiste metro of uitgang.


De grote tunnel met spiegels aan twee kanten (toegang tot Gardens by the Bay), ideaal voor de massa tiktok dansers !

Zo, met de metro, trekken we rond naar alle dingen die de moeite zijn in deze stad van wolkenkrabbers en toch ook veel groen.
De grote trekpleister : Gardens by the Bay. Een groot park letterlijk in de baai, sinds 2014 in gestage uitbreiding. Bekend over de wereld voor de grote kunstmatige Supertrees begroeid met orchideeën, die o.a. ook dienen als wateropvang en vernuftige koeling voor de grote domes. s' Avonds is alles prachtig verlicht. In dat park vragen de twee grote “serres” de aandacht. Eentje herbergt het Cloud Forest, met nu een Jurassic World tentoonstelling. Het andere, de Flower Dome , de grootste serre ter wereld, herbergt prachtige tuinen, bloemen en zelfs bomen van over de hele wereld.
Het fantastische Marina Bay Sands Hotel vlakbij overheerst de skyline. Drie torens op de top verbonden met een soort boot-achtig platform, overhangend aan één kant, het Skypark.

In Little India en China Town vind je de speciale sfeer van eeuwenoude migratie in de stad. Heerlijke geuren van Hindoe bloemenoffers, wierook, gekruide gerechten. Overal prachtige murals. Ook zo in de buurt van de Sultan Moskee en de Arabische wijk.

Bij Clarke Quay kom je in het oude koloniale deel van Singapore. Erg Engels, met echte pubs en Engelse huizen. Een aantal otters trekt de aandacht van het publiek.


De top bezigheid van de meeste mensen dezer dagen.


Uitgeput na al dat wandelen en de 4 uur durende reisweg terug naar de boot, hebben we een dag nodig om te recupereren. Maar het was de moeite en in al de drukte zijn we helemaal vergeten, zoals gepland, naar de scheepswinkels op zoek te gaan.
Dat zal moeten wachten !

Dit verslag draag ik op aan Huguette, één van de meest trouwe volgers van deze blog en een goeie vriendin, vroeger klasgenootje. Op 13 december verloor ze haar strijd.
Huguette, nu kan je reizen zonder grenzen. Je zal altijd meevaren met ons.



Het kleurrijke voormalige huis (uit 1900) van Chinese ondernemer, Tan Teng Niah.


Sultan Moskee. 


Prachtige muurschildering. Eén van de vele.


Ganse oude wijken zijn mooi gerestaureerd.


Het regenwoud gevangen in een serre ! 


Baobabs in de grootste kas ter wereld.


Plensbui in Chinatown.




Superbomen by night.


Vanop de grootste supertree, de twee domes ...


en de baai. 


De oude brug van begin 19de eeuw, Clarke Quay. 


En de otters. 



Positie : Puteri Harbour, Pinetree Marina (Johor Bahru, Maleisië) 01°25,084 N 103°39,490 O 


Tussen de oceaanstomers. Links een autoschip, rechts eentje met containers.

Botensnelweg.
Enorme “blokkendozen” vol met auto's, de zogenaamde autoschepen, afgewisseld met gigantische tankers en andere cargo's, allemaal met een grote bulb vooraan die soms ferm boven water uitsteekt, en allemaal met een angstwekkende snelheid door het water klievend. Moeten wij daar tussendoor?
Inderdaad. Op de kaart zijn ze mooi uitgetekend, de beide brede vaarstroken, oost- en west gaand, van de botensnelweg, aan beide uiteinden voorzien van een verplicht vak voor de overstekers. Niet dat de cargo's zich in zullen houden, maar ze weten wel dat hier overstekend wild te verwachten valt.
Wij dus.
Het loopt al bij al erg goed. We slagen erin in een tiental minuten de overkant te bereiken vóór een aantal van die grote oceaanstomers door.
Niet in het minst omdat een sterke stroming ons al de hele tijd vooruit stuwt. We halen een maximum van 9 knopen af en toe. Verbluffende snelheid voor ons.

Regen.
Vanmorgen zijn we in alle vroegte en in de gietende regen uit Nongsa Point Marina vertrokken. We moesten wel. Eenmaal uitgeklaard uit Indonesië moet je binnen de 24 u weg. De regen maakt het er niet makkelijker op. Alhoewel, wij kunnen de super snelle ferry's naar en van Singapore, slecht te zien in dit weer, toch niet ontwijken. Dat moeten zij maar doen. We tellen er tientallen. Zoveel volk werkt er in Singapore.


De Singapore skyline met het beroemde Marina Bay Sands hotel iets rechts van het midden. Vier torens en een "boot" erbovenop.

Intussen zijn we aan de Singapore kant en nu komt pas het bangelijke mee opvaren met de groten aan de stuurboord kant van de straat van Singapore. Zoals op de Noordzee nemen we de buitenkant van de snelweg, om die groten niet in de weg te varen. Steeds ervoor oppassend dat we in de juiste richting mee opvaren. Dat is buiten de waard, de Singapore politie, gerekend. Die sommeren ons, vriendelijk maar toch dringend, met de megafoon, om een 20tal graden op te schuiven, richting grote jongens, we zijn immers op Singapore grondgebied en horen daar niet te zijn.
Ik heb aan de radio grote moeite hun “Singlish” (met sterk Chinees accent) te snappen. Zeg hun dat ook eerlijk. Op het eind begrijpen we elkaar toch. Ze escorteren ons nog even en geven ons dan als een estafette stokje door aan de volgende politieboot .
Zo van boot tot boot doorgespeeld komen we tenslotte bij de ingang van de Johor Strait.

Hier moeten we zijn. De straat vormt de grens tussen Maleisië en Singapore. Na een 12 mijl trip tussen de boeien van de zeestraat en een brug van 25 m hoog arriveren we bij Puteri Harbour en krijgen meteen in Pinetree Marina een plekje toegewezen. We reserveerden immers en mailden hen al de nodige documenten voor inklaring. Pas nadat ze echt in het Engels kunnen lezen dat onze verzekering zal instaan voor door onze boot berokkende schade komt dat in orde.
Nog even met het golfkarretje naar de ferry terminal, een stempel van de immigraties en we zijn 90 dagen welkom in Maleisië !


Onder deze brug moeten we door, de second link bridge tussen Maleisië en Singapore.


En het lukt. Altijd wel wat akelig. 


Schermafbeelding van de schepen met AIS in de Singapore Straat. 


Pinetree Marina. Niet enkel voor yachties.

 
Huisdiertjes in de haven. Een watervaraan.

 

 

Positie : Puteri Harbour, Pinetree Marina, Johor, Maleisië. (01°25,084 N, 103°39,490 O) 



Waterwoestijn en veel vissers.
Als we weer helemaal uitgerust en bevoorraad 's morgens vroeg blijgezind vertrekken vanaf de Kumai riviermond belanden we in een water woestijn. Olieachtig blinkend in de zon. Geen wind, geen vissers, geen vrachtschepen of slepen. Enkel vlak, ondiep (tussen 8 en 12 m) water. Zeilen heeft geen zin, toch proberen we het bij het minste zuchtje waarvan we denken dat het zal lukken. Elke pauze in het motoren is welkom.
In de kalme nacht passeren ons een tiental vrachtschepen en uiterst langzame sleepcombinaties. We zitten nu bij een snelweg op het water, een dieper kanaal tussen de ondieptes.
De daarop volgende nacht is het de beurt aan de lijnvissers om ons te “ambeteren”. Een hele blokkade van hen. Hun boten gelukkig goed verlicht. We varen spitsroeden. Ze komen soms erg dichtbij, schijnen in onze ogen, roepen “Halo”. Af en toe móeten we wel uitwijken voor hen.
Rond zonsopgang verdwijnen ze plots allemaal naar huis alsof iemand daar het fluitsignaal geeft. Wij zien nu duidelijk onze bestemming vóór ons, omringd door rotsige eilandjes en met een tweetal jachten in de baai. Belitung !

Belitung.
Van waar we het anker droppen, zien we de enorme op en naast elkaar liggende granieten rotsblokken. Als reuze kiezelstenen willekeurig neergegooid. Heel fotogeniek. Dat is voor later.
Onze buurman nodigt ons meteen uit voor het diner vanavond bij de “Yacht Club” van Eddie. Daar verzamelen de gebruikelijke Europese, Canadese en Australische zeilers. Met steeds dezelfde, voor landrotten onbegrijpelijke, conversaties over dingen die kapot gaan aan boord, gevaarlijke situaties met FAD's en vissers, het weer !
Gezellig.

Met Indonesische Aya en Luca, een Europese zeiler en piloot, gaan we op zoek naar de canyons op Pulau Kelayang. Canyons of grotten gevormd door de enorme rotspartijen.
We verwonderen ons over dit natuurlijke kunstwerk, proberen er zover mogelijk in door te dringen.

Later, bij het inkopen in de stad, merken we dat Belitung echt wel speciaal is. Weinig vuilnis, goed verzorgde huizen met voortuintjes, zelden gezien in Indonesië.

Eddie, de onvolprezen man van de Yachtclub, levert water en diesel aan boord. Ze pompen diesel in onze jerrycans gewoon door te blazen in de volle tank, een tuinslang werkt als hevel.
In zijn restaurant genieten we van cumi cumi (pijlinktvis), udang.(garnalen) en nasi goreng.








Tyfoon Uwan brengt slecht weer.
Tyfoon Uwan over de Filipijnen echter zorgt dat we weg moeten, die tyfoon zorgt voor slecht weer zelfs tot Indonesië. In Belitung ben je nu niet goed beschut.
Verder gaat het in twee dagen naar de groen blauwe baai van Pulau (eiland) Lingga.
Vervolgens naar de beschutting van Pulau Kongka waar we in een hels onweer met veel wind, regen en amper zicht het anker droppen. Zelfs de lokale vissers vinden een nacht op deze zee te ruig en vereren ons met een bezoekje. Om de tijd te verdrijven.
Een invasie van zeven man op onze Jakker. Allemaal familie, vader en zoon, neven. Ze zijn echt geïnteresseerd en we praten zo goed en zo kwaad als het gaat. Natuurlijk moeten er foto's gemaakt en eentje maakt me vriend op facebook. De wereld, een dorp, weet je wel.

Van onze volgende trip blijven we ons de drie onweders op 6 u tijd herinneren en de talloze vissershuisjes op het water in de erg kalme baai van Mesanak. Uit de kluiten gewassen FAD's?
Bootjes brengen mensen 's avonds naar de huisjes, om te vissen ?


Zulke huisjes, met netten onder, staan hier bij tientallen in de baai. Opletten geblazen. 

Naar Batam.
De stormen nemen af en na nog enkele haltes op de Riau eilanden bereiken we Nongsa Point Marina onze laatste stop in Indonesië. Op weg hierheen moet je erg goed opletten, we naderen Singapore, het is hier ook al druk. We beleven als het ware een generale repetitie voor de Singapore Strait, één van de drukste waterroutes ter wereld.
We worden geconfronteerd met de vele zandwinningen, die het land hevig naakt rood en gekwetst achter laten. Zand nodig voor de enorme bouwwoede die hier en in Maleisië heerst.

Havenmeester Roy, een old school gentleman, verwelkomt ons in Nongsa Point en regelt moeiteloos onze Indonesische uitklaringspapieren, waar je normaal gezien twee dagen zoet mee bent.
We hebben er de tijd van ons leven. Nemen elke avond een duik in de koele pool. Maken wandelingen tussen de mooie huisjes van het resort.
Brengen een dagje zoek in Batam, waar vooral het vegetarisch buffet in de boeddhistische tempel ons kan bekoren.
Ontmoeten er een groepje Vlamingen, vrienden op catamaran El Jefe. Hun gezellige spaghetti avond zorgt voor een onvergetelijk afscheid.

Morgen wagen we ons in de Singapore Strait.


Zwaar onweer boven de groen blauwe baai van Pulau Lingga.


Fuel levering. 


Eddie geeft info over een veilige lees diepe ankerplek.


Ook vissers maken graag fotootjes.


En houden van een praatje maken.


Wandelen in de buurt van de marina.


In de boeddhistische tempel, Batam.


Het is al kerstsfeer in Nongsa Point Marina Resort.


Positie :  0°44,63 N , 104°16,21 O   Pulau Galang, Batam, Kiki Beach Resort. 


Bij de floating market van Kumai, let op de hoge gebouwen. 


Kumai als je binnen vaart. 


Mensen komen van de overkant hierheen. 

Kumai, de poort naar de orang oetan tours, is een vreemde stad.
Als we aan komen varen op de kronkelende rivier vallen aan de overkant bijna uitsluitend grijze, sombere, hoge flatgebouwen op, gebouwen zonder ramen met enkel kleine vierkante openingen op een rij bovenaan. Sovjetstijl misschien?
Je hoort geen jungle geluiden maar het gekwetter van jawel, zwaluwen. De ganse dag gaat dat door. Eigenaardig.
Blijkt, deze flatgebouwen zijn eigenlijk zwaluwboerderijen! Een speciale gierzwaluw (de eetbaar-nest salangaan) wordt er “gehouden” om zijn nestje dat volledig en enkel uit speeksel is gebouwd. Verderop staat een grote fabriek waar men soep produceert van die nestjes. De befaamde vogelnestjes soep.


Dit is eerder een hotel dan een boerderij.


Een gewone straat in Kumai.


Wildvreemden willen steeds met ons op de foto.


De binnenkant van de gebouwen is quasi leeg, je treft er enkel stellages aan van waarop men de nestjes oogst die onder planken en balken door de ijverige gierzwaluwtjes gemaakt werden. Geluidopnames van kwetterende zwaluwen klinken op straat, om nog meer vogeltjes aan te trekken.
Blijkbaar is er heel wat mee verdiend, de zwaluwnestjessoep is erg duur en een zeldzame delicatesse, in het buitenland en Java, wel te verstaan.
In de stad kan je enkel ikan(vis), cumi cumi (inktvis) en udang (garnalen) eten met witte rijst en groenten, zelfs geen nasi goreng op het menu hier.
Weer wat bijgeleerd.


De pasar in Kumai.

Op Jakker zitten we dan weer met heel andere diertjes geplaagd. Sinds we in Medana op de kant stonden, op dat prachtige gazon, kennen we een invasie van kleine miertjes. Mijn mieren lok schoteltjes (op Google vind je alles) , gemaakt met bloem, gist,(daar kunnen ze niet tegen) en suiker, ruimen er wel een aantal op. Toch zien we elke ochtend nieuwe mieren paadjes aan dek en in de kuip.


Een pas geschilderde boot in Kumai.

Nina, van Sister Tour, die ook de diesel jerrycans voor ons ging vullen, belooft ons een effectief middel te bezorgen. En nu kan je ons bij elk mieren paadje dat we aan dek bespeuren, bezig zien met een speciaal krijtje. Je moet drie strepen trekken waar de mieren lopen, er zit giftig spul in voor mieren trouwens ook kakkerlakken kunnen er niet tegen.
Sorry, maar we moeten ten alle tijde vermijden dat de diertjes binnen in kasten en frigo komen zoeken. Dan krijg je ze nooit meer weg.
Nu zitten er nog wel wat aan dek, maar hun aantal mindert gestaag.
Krijt dus !


Dit krijtje moet ons van de mieren redden.



Positie : 00°18,46 Z  104°55,92 O   -  Pulau Lingga (Indonesië) 


Albert , the macho. 

Albert.
Heel nonchalant, maar met rollende schouders en een air alsof het hem allemaal onverschillig laat, slingert Albert zichzelf op het voeder platform. Daar hebben de rangers net een ganse zak bananen leeggeschud.
Onmiddellijk begint Albert bananen uit te zoeken, schilt ze, stopt ze in zijn mond en kauwt bedachtzaam. Twee vrouwtjes tolereert hij bij zich op het platform. Andere geïnteresseerden veegt hij met een ruw gebaar weg. Aan de uiterste rand van het podium proberen de veel kleinere gibbons bananen weg te kapen. Dit lukt ze aardig.
Twee mama's, met zich vastklemmende baby, dalen behoedzaam neer uit de bomen die de open plek omringen. Pas ruim een half uur later zijn ze op de grond beland, elk aan de tegenovergestelde kant van het pleintje. Dan nog durven ze het platform niet te naderen. Ze verliezen het echter geen ogenblik uit het oog. Rapen hier en daar een gevallen banaan van de grond.
Rijken dan uiteindelijk van onder het platform naar de vruchten waar ze net bij kunnen. Je ziet ze beven van angst voor Albert het macho mannetje van de groep. Silo, het alfa mannetje, laat zich vandaag niet zien.
Pas als Albert, na een uurtje ononderbroken kauwen, genoeg heeft en vertrekt, klimmen de mama's op het platform. Blijft er nog wat over voor hen?
Albert wandelt quasi ongeïnteresseerd langsheen de toeschouwers die achteruit deinzen. Neemt nog enkele fotogenieke poses aan voor een fotoshoot en verdwijnt dan in de bomen.

Einde van de ontbijt voorstelling van de orang oetans (letterlijk mens van het bos in het Indonesisch) van het Pondok Tanggui camp.
Je raadde het al. We zijn in Borneo in het regenwoud langsheen de Sekonyer rivier.






+





Bij de orang oetans.

Kelotok.
Deze tocht van drie dagen, twee nachten met Sister Tour is een presentje voor mijn nakende verjaardag maar eveneens een korte, broodnodige ontsnapping aan de miserie aan boord van Jakker. Drie dagen enkel relaxen en de boot de boot laten of liever de boot overlaten aan Anang, de waker, die op Jakker zal passen.

We wonen drie dagen op een kelotok, een house boat. Stel je dat zo voor : een groot bed met klamboe op een verhoog op de poep, een soort woonkamer met eettafel, twee matrasjes en relax zetels, overal vrij uitzicht op de jungle langsheen de rivier. Alles is open, enkel als het regent laat men dekzeilen naar beneden.

Meer dan drie dagen aan boord zou niet goed komen, vrees ik. We worden immers met zoveel lekkers overladen door onze chef, dat je eigenlijk altijd te veel eet. Na elke tocht wachten er versnaperingen zoals beignets en pannenkoekjes.
Dit is van het beste dat we al in Indonesië aten.
Ook kapitein Abdul en assistent Yogi leggen ons in de watten, hangen de dekzeilen, poetsen de vloer, maken het bed op en bevestigen elke avond minutieus de klamboe. We hebben niks dan lof voor Nana, onze gids, die vol enthousiasme vertelt over de primaten maar ook over de derde Leakey angel, bij ons minder bekend.












Samen met gids, Nana, op de boeg. 


Ons huis voor drie dagen brengt ons via de prachtige rivier naar Camp Leakey. 

Dr. Biruté Galdikas.
Al vanaf 1946 zocht Louis Leakey (de beroemde antropoloog) dames die de primaten wilden bestuderen in hun eigen habitat. Jane Goodall (onlangs overleden) startte in 1960 in Tanzania met de studie van chimpansees.
Dian Fossey bestudeerde vanaf 1967 de gorilla's in Rwanda en Biruté Galdikas begon in 1971 met het onderzoek naar de leefomstandigheden van de orang oetans in Borneo.
De drie dames gaan de geschiedenis in als de Trimates of Leakey's angels. We bezoeken Camp Leakey, Biruté's domein, prachtig gelegen aan de rivier. Helaas zien we daar amper orang oetans door een ongezien hevige tropische stortbui die de paden in rivieren verandert. We vluchten terug naar onze “Selva”, komen daar doornat met soppende schoenen aan.
Maar mijn belangstelling is gewekt. Ik probeer zoveel mogelijk over dr. Biruté en haar onderzoek te lezen. Ze is de enige overlevende van de engelen. Nu zelf bijna 80 jaar. Maar nog steeds is ze de bezielende kracht achter de projecten die nu door haar vele studenten worden uitgevoerd. Ze zet zich nog steeds in om orang oetans van gevangenschap te redden en hun habitat te beschermen tegen illegale houtkap en de uitbreiding van de palmolie plantages. Een moeilijke strijd tegen multinationals.

Neusapen.
Maar de Borneose jungle herbergt nog veel meer wonderen. Naast de arenden, ijsvogels en de prachtige mangroven palmen zien we flink wat neusapen. Ze leven enkel in Borneo en zijn eveneens met uitsterven bedreigd. Ze leven aan de oevers en eten vooral planten. Het zijn in feite herkauwers, daarom hun tonvormige buik. Je hebt zeker al eens een foto van de enorme neus van de mannetjes gezien. Vrouwtjes herken je aan hun Michael Jackson wipneus. Het lijkt alsof ze allemaal een beige broek aan hebben en ook hun onderarmen kleuren beige. Een rossig bovenlichaam en dito bovenarmen en een zwarte “pet” voltooien het geheel. Hun lange eveneens grijze staart hangt loodrecht naar beneden, daardoor kan je hen makkelijker vinden tussen takken en bladeren.
Goede zwemmers zijn het, vertelt Nana ons, en we zien er ook daadwerkelijk eentje een koele plons nemen in de rivier.




Een familie Neusapen in de bomen langs de rivier.
 



Zo slapen, niet erg comfortabel. 

Onvergetelijke beelden zien we bij het ontwaken de tweede dag als ook de troep neusapen, in de bomen vlakbij onze boot, wakker worden. De erg actieve jongeren laten zich pardoes uit hun boom naar beneden vallen, springen van boom naar boom daarbij de takken flink doorbuigend. En groot mannetje slaapt gewoon verder, rechtop tegen een stam armen en benen uitgespreid.

Jefke valt uit.
Ken je dat, de dip die je bij terugkomst in de realiteit, na een vakantie krijgt ? We kunnen ervan mee praten.
De overtocht van Pulau Bawean naar Borneo viel al niet mee door de zware nachten waarin we gekruist werden door trage, moeilijk zichtbare sleepboten met enorm logge slepen. Ook de barrières van vissers met enorm verblindende lichten die kris kras voor Jakker passeren, maakten ons het leven zuur.
Erger nog was het zware drie uur durende onweer dat de zeeën opzweepte tot felle golven waarin Jakker zich vast bonkte. De hele boot schudde en daverde.
Paaltjes pikken, noemt men dat.
Het kwam vast hierdoor dat op de tweede ochtend de stuurautomaat (Jefke) op hol sloeg tijdens mijn wacht en helemaal de tegenovergestelde koers ging varen.
Van dan af moeten we zelf achter het stuur staan. We doen dat quasi nooit. Erg vermoeiend is het. Je kan echt niks anders doen en moet erg goed opletten. Het vergt zoveel concentratie.
Bovendien wacht ons nu het vrij ondiepe, 11 mijl lange, kronkelende pad naar de ankerplek op de Kumai rivier, met drukke scheepvaart en “drijvende” eilanden.
Aan een tweede stortbui kunnen we niet ontsnappen, het zicht wordt quasi nul en we wachten af tot we met de hulp van Anang (Sister Tour) op de beste plek tegenover de stad kunnen ankeren.


Een barrière van squid vissers met verblindende lichten.


Probeer hier maar eens tussendoor te varen ! 


Vreselijke stortbui op het water. 


In Camp Leakey.

Na de vakantie op de rivier moet Tony alweer aan het werk. Zelf de rest van de reis sturen, zien we niet zitten. Jefke moet gemaakt. De roerstand aangever is ontregeld, zo blijkt, samen zoeken we met eindeloos geduld, telkens opnieuw proberend naar een nieuw nulpunt. Dat lukt en ook het moeizame terug monteren krijgt Tony voor elkaar.
Wat heeft mijn kapitein met zijn creatieve oplossingen ons al fortuinen aan loon voor specialisten arbeid bespaard! Om nog maar te zwijgen over de snelheid waarmee problemen worden aangepakt. Wat zou ik zonder hem moeten !


Afscheid van de bemanning van de Selva.

 

Positie : Pulau Bawean, Java zee. (05°43,85 Z  112°40,14 O)



Vissers maken zich klaar op het strand van Lovina.

Tegen alle verwachtingen in blies er een behoorlijke wind tijdens het eerste deel van de nacht en onze tocht naar Noord-Bali.
Rustig wat lezen of luisteren zat er niet in. Daar zorgden de ontelbare FAD's wel voor. Ja, ook hier krioelen ze, zelfs op een behoorlijk eind van de kust. Ze zijn wel verlicht (behalve eentje) maar je moet toch flink opletten. Hun licht is niet zo helder, je ziet ze pas als ze vlakbij zijn.  
Op die manier, steeds scherp over het water uitkijkend, gaat de wacht wel snel voorbij en voor we het weten komt de zon op en ...zien we in de verte, vlak bij onze bestemming, honderden vissersbootjes dicht op elkaar gepakt in een snel varend kluwen in dezelfde richting vooruit varen. Wat is dat?
Later, als we bij het “dolfijnen dorp” Lovina geankerd zijn, begrijpen we dat honderden bootjes met toeristen elke ochtend vóór zonsopgang uitvaren om dolfijnen te spotten. Wij snappen niet dat dit kan en vooral mag. Aan hoge snelheid varen ze met de jagende dolfijnen mee. Zoveel motoren maken toch een hels lawaai. Desondanks blijven de dolfijnen in de buurt?
Vinden ze dit spelletje leuk?

Voor ons is er slechts één hoogtepunt in Lovina : de “Pepito” supermarkt, waar we naar hartenlust dure voeding spullen kunnen inkopen. Kaas, volkoren bloem, spek, Frankfurter worstjes, super kwaliteit gehakt. 
We wandelen wat door het leuke stadje en genieten van het toeristische happy hour. Mag ook wel een keertje.
Maar ons verblijf in de erg rustige baai hier is gewijd aan het genezen van Tony's knie. Dik gezwollen en pijnlijk na al het werk in Medana, waarbij hij steeds op zijn knieën zat, en van het vele op en af geklauter van de hoge ladder. Rust en Voltaren moeten het probleem oplossen.


De Ijen vulkaan (van het blauwe vuur) in het vroege morgenlicht. (Indonesië telt meer dan 400 vulkanen, 130 actieve). 

Als we na een week besluiten verder te varen richting noordwest naar het eiland Kalimantan (Borneo) slaat het noodlot opnieuw toe.
Ankerop gaan lukt nauwelijks. De ankerlier motor stopt er telkens mee en al is het maar 25 m ketting, het duurt een eeuwigheid om die en het anker boven te halen. Het minieme anker probleem is tijdens de drie maanden op de kant dramatisch verergerd, zo blijkt.
Bij het wegvaren brainstormen we heftig wat te doen. Besluit van het korte crisis overleg : we kunnen zo niet verder. De ankerlier is niet meer te vertrouwen. Er moet iets gedaan aan die elektrische motor. We keren om. Terug op de ankerplek reageren we onze frustratie af tijdens een video chat met Bert en Stefanie. Gelukkig is bij hen aan boord in Zeeland alles goed.

We nemen contact op met Boom Marina Banyuwangi en Warrick wil ons wel proberen helpen. Tony vermoedt immers dat er iets mis is met de wikkelingen van de motor en dat kan hij niet zelf verhelpen. Ik bespaar je het verhaal van onze helletocht naar deze marina die in het nauwe kanaal tussen Java en Bali ligt. Onlangs zonk er nog een ferry. Wij krijgen te maken met veel ergere tegenstroom dan voorspeld. Jakkeren tegen overfalls en woelige stroom rafelingen, komen nauwelijks vooruit en moeten opgeven omdat we nooit vóór donker in de marina kunnen zijn. Een tweede poging, met stroom mee, mislukt omdat nu de wind fors is toegenomen en 20 knopen wind tegen een 4-5 kn stroming staande golven veroorzaakt. Dit water gaat de Jakker annalen in als “het Zijpe ²”. (Het Zijpe is de engte tussen Bruinisse (Schouwen-Duiveland) en Sint-Philipsland waar een akelig harde stroom stond in de tijd dat wij er zeilden in “de oertijd” toen de Oosterschelde kering nog niet gesloten was).
Onze naam helpt ons dit keer niet. En de vulkaan kijkt zwijgend toe. 


De typische spitse golfjes van stroomrafelingen.

Met hangende pootjes zeilen we een uur terug...naar een verrassend pittoreske, rustige baai met moorings (!), Teluk Banyuwedang. Een mooring is nl. dé oplossing, we hoeven niet te ankeren en Tony kan rustig zelf de motor uit elkaar halen. Want wat kan hij anders doen? De ganse dag poetst, ontvet en schuurt hij koolborsteltjes die vastgekoekt zaten en koperen onderdelen en wat blijkt : de ankerlier loopt weer als een klok.


Hier is de boosdoener.


Tony pakt de motor grondig onder handen. Cruisen is werken in de tropen ! 

We leren weer wat cruisers en locals kennen, wandelen wat, genieten van een etentje, vullen onze watervoorraad bij en zijn na twee dagen weer “in form” voor een tweede vaarpoging richting Kalimantan.


Wandelen in de baai van Banyuwedang.



Uitrusten in Pulau Bawean.
Ik schrijf dit in Pulau Bawean, je kan dus al vermoeden dat we onze tocht verder konden zetten. Na twee dagen en twee nachten, waarvan we meer dan de helft zeilden (een record voor een land als Indonesië), voeren we hier binnen.
Makkelijk was het niet. We slapen erg weinig. Anders dan het zeilen op de oceaan is het zeilen in de Java zee heel vermoeiend. Voortdurend moet je opletten op FAD's (nog maar eens zeggen : Fish Attracting Devices), kleine en grote vissersboten, snelle ferry's en enorme vrachtschepen. Ten noorden van Java heb je ook nog boorplatforms, die we letterlijk links laten liggen.

Enorme licht schijnsels afstralend op de donkere hemel lijken wel van grote steden afkomstig. Kan toch niet? Als je dichterbij komt, word je er echt door verblind. Het licht is feller dan dat van de volle maan. Het moeten visplatforms zijn, misschien vissen ze inktvisjes? De tweede nacht zeilen we letterlijk ertussen.

Bij momenten zijn de dwars golven in deze ondiepe zee (slechts 65 m diep meestal) erg onaangenaam. De genua klapt van stuurboord naar bakboord . Het doet pijn want je weet welke slijtage dit toebrengt. Het oproltouw voor de genua slaat van zijn rol. Onder in de ankerbak zit dat. Enkel Tony, met zijn lange armen, kan daaraan. Hij is dus weer slachtoffer van dienst om het touw terug op de rol te krijgen. Plat op zijn buik op het voordek in de brandende zon.

We gijpen en meteen worden de golven aangenamer. We zitten over die boeg ook beter op koers. Zo kunnen we de ganse nacht door en 's ochtends zien we het eiland Bawean voor ons.
Hier willen we even op adem komen en proberen onze tour op de Sekonyer rivier te regelen. Borneo had altijd al een magische klank en aantrekkingskracht voor ons.


Twee kleine vissersboten komen een kijkje nemen. 



Positie : Lovina (Noord-Bali) ; 08°09,67 Z 115°01,29 O 

 
Jakker drijft weer.

Groot, rood, doemt de zon achter de bergen van Bali op. Onze, pas gegalvaniseerde, ankerketting verstoort ratelend de stilte van de vroege ochtend. Het is erg ondiep in Lovina (Noord-Bali), een dertigtal meter ketting volstaat om Jakker potvast te leggen.
De kop is eraf. Onze eerste nachtelijke tocht zit erop. We zijn terug.
De “blog”stilte is voorbij. Ik wil er opnieuw tegenaan gaan al valt het me zwaar de draad terug op te pikken. Verval ik niet in eindeloze herhalingen?

Hoe stil het ook op de blog was, wij konden niet actiever geweest zijn.
Zodra je voet op Belgische bodem zet, begint het organiseren en regelen.
Na een jaar quasi zonder agenda, kan je er nu opeens niet meer zonder.
Elke dag is er wel iets gepland. Etentjes, visites, wandelingen met vrienden of familie, doktersbezoeken en vooral veel kwaliteit tijd met kinderen en kleinkinderen.
Alle overige tijd gaat zitten in het uitzoeken van dingen op het internet. Spullen die dringend nodig zijn aan boord. We plaatsen bestellingen, wachten leveringen af.
Een heel bijzondere belevenis, het heerlijke trouwfeest op wijndomein Den Eeckhout van nicht Lies, beleefden we met onze ganse familie.


Familiefoto op de trouw van Lies.




Bij de surfers aan zee.


Dit is nog maar een deeltje van onze grote familie, wandelend in Kiewit.


Met ons gezin uitwaaien in Zeeland.


Familiedag in Melsbroek op 21 juli. Bert leidde de formatie A 400. 



Om de pijn na het afscheid wat te verzachten, bezochten we alvorens aan het werk te gaan, Pura Besakih, de moeder van de tempels op Bali. Bijna liep alles in het honderd door het noodweer dat Bali en vooral Denpasar teisterde net op de dag dat onze vlucht landde.






Ons hotelletje met de vulkaan van Bali, Gunung Agung.

Drie weken later zijn de zwaarste klussen aan boord uitgevoerd. Het onderwaterschip is babyhuid glad geschuurd, daarna in de primer gezet en vervolgens in anti-foulingen de romp is gepolished. Voor het eerst deden we het niet zelf. Slechts twee mannen hebben al dat werk verzet. We zijn erg tevreden. Ook al de hulp die we van mister Gun, de mechanieker van dienst in Medana, kregen, vergeten we niet licht.

Ons roer waar haast geen beweging meer in te krijgen was, draait weer super soepel. De steun van het roerlager is opnieuw gelast en geplaatst. Het lager vervangen. In het totaal een week zwaar werk voor Tony.

De motor lekt niet meer met nieuwe rubbers aan de warmtewisselaar en een hersteld waterinlaatstuk voor de motoruitlaat. Hij is ontdaan van roest en voorzien van twee laagjes verf.
We pakten de buitenboord motor onder handen. Die ziet eruit als nieuw.
De ankerbak idem dito. Binnen in de boot maakte ik schoon schip.
En zo kan ik nog wel wat doorgaan.


Sleuren met het roer. Dank je Nigel, Gabriel en Marijke. 


Waar anders kan je dat groot zeil manipuleren om te herstellen?


De laatste deeltjes nog anti-foulingen.


De koeien houden steeds een oogje in het zeil.


De tocht naar het water.

De enige grote tegenvaller : Tony zit met een pijnlijk gezwollen, stijve knie. De tol van dat dagenlang werken op zijn knieën aan motor en roer. Van het kruipen in de krappe ruimte van de achter kajuiten om bij het roer te kunnen. En zeker ook van de ontelbare keren de ladder op en neer klimmen.
Rust en Voltaren zullen de oplossing moeten bieden.

Met tegenzin nemen we afscheid van de crew van Medana Bay Marina, Rini, Arno en Jaya. Drie weken werden we verwend in het hotel, genoten we van elk diner en de vriendelijke bediening in het Sailfish Café, gaf het ontbijt ons kracht om de dag door te komen.
Het is tijd om verder te gaan.



Daar gaat ie dan.





Nog 17 van deze waterbussen ingieten. 


Afscheid van Arno en Jaya, 


...van Rini en 


...van de meisjes van het restaurant. 


Additional information