Paperassen in het paradijs.
- Details
Positie : Kuah, Langkawi . (06°18,76 N, 099°50,83 O). .jpg)
Our private beach in Pulau Pangkor Laut..jpg)
Immigratie perikelen.
Zes verschillende stempels moet hij zetten op de drie kopieën. Nog wat handtekeningen her en der. Klaar! Dezelfde procedure als hier bij kastam (douane) volgden ook de collega's van “imigresen” al. De gang naar de havenkapitein bespaarde de marina ons, door dit voor ons te doen. Dit Salles, let op, enkel om binnenlands in- én uit te klaren naar een volgende Maleisische haven. Overbodige administratieve rompslomp, toch? Via de verplichte AIS weten ze sowieso elk ogenblik waar we ons ophouden.
Maar, je bent gast en doet braaf wat er van je gevraagd wordt. Vergeet daarbij de dresscode voor overheidsgebouwen niet. Lange broek en hemd voor de heren, rok tot over de knieën en zeker geen blote schouders voor de dames. Teenslippers ook uit den boze.
Bootprojecten.
Omdat we dit jaar 16 jaar onderweg zijn en er zo een slordige 39.000 zeemijlen onder de kiel zitten, dient er nogal wat vernieuwd te worden. Dure dingen, zoals het teakdek, de zeilen, het want, de buiskap. We vragen wat rond in Pangkor Marina waar we nu aan de steiger liggen. Mr. Chong komt het teakdek opmeten. Met 11.000 € zijn we er vanaf. Slik! Heel wat goedkoper dan thuis, dat wel en hij gebruikt Birma teak, maar toch een smak geld.
De man die met polyester werkt, heeft misschien een andere dek oplossing, maar is met vakantie tot februari.
We besluiten ons licht te gaan opsteken in Langkawi, nog zo een plek waar veel aan boten wordt gewerkt, maar bezoeken eerst Pulau Pangkor. Met de ferry, die hetzelfde “pad” als ons benut om de haven binnen te varen, ben je er in 10 minuten..jpg)
Ferry terminal in Pangkor. ko (Copy).jpg)
Just married! They like a picture with the old sailors!
Pulau Pangkor.
Al wandelend, raak je niet erg ver. We huren een scooter, willen rond het eiland rijden. Dat kan op een uurtje. Je moet jezelf wel even goed inprenten : links rijden!
Helmen op en rijden maar. Mijn helm is te groot, wiebelt en zakt helemaal naar achter als Tony wat extra gas geeft.
De weg is goed onderhouden. We starten langs de zee, zien vooral resorts, strand, geen cafeetjes of zo. Plots maakt de weg een behoorlijke bocht en staat er een bord : Verboden voor auto's. Wij mogen wel verder. Als je de weg ziet, waarvan ganse stukken zijn weggeslagen door de orkaan die Marina Port Dickson vernielde en de erg steile stukken, die bovendien ook nog haarspeldbochten maken, begrijp je het wel.
De uitkijkpunten voor panorama foto's blijken dat, door de hoge bomen die ervoor groeien, niet meer te zijn. Jammer.
Bij de volgende baai Nipah picknicken we op het strand. Genieten van het uitzicht op de eilandjes en nog meer van het kijken naar badgasten, dat zien we niet zo vaak. Culturen baden naast mekaar. Je ziet een bikini en ook wat boerkini's, die verrassend elegant zijn. Lange broek, lange mouwen, een kapje en een luchtig plooirokje allemaal in lycra.
Als onze scooter nadien niet meteen wil starten, helpt een vriendelijke voorbijganger ons. Dat starten lukt niet als de scooter op zijn “poot” staat. Oeps.
Verder gaat het over nog meer steile bergwegen tot aan het water aan de andere kant. We volgen de weg tot het Hollands fort waar echt niet meer veel van overblijft. Maar het is een stille getuige.
De Taoïstische tempel met de mini-Chinese muur en een trap tot helemaal boven is meer de moeite waard. Vijvertjes met koi en schildpadjes, kleurrijke gebouwen, een enorme draak in aanbouw. Iedere religie heeft zo zijn specifieke architectuur.
Te moe om na dat dagje nog te koken, eten we bij High Time, een goed restaurantje op het haventerrein..jpg)
.jpg)
.jpg)
Steep road..jpg)
Dutch Fort..jpg)
Taoist temple..jpg)
.jpg)
Mini Chinese wall..jpg)
Our ferry to Pangkor and the fleet of fishing vessels..jpg)
One of the many fishing vessels of Pangkor. Very specific.
We trekken verder.
Nadat we ook weer uitklaren, het kost ons een uurtje rondbollen naar de verschillende kantoren met Grab, de Uber van Zuidoost Azië, kunnen we vertrekken. O ja, ook nog, tot vervelens toe, een zoveelste vreemde supermarkt proberen in kaart te brengen. Te vermelden daarbij : in Maleisië, een moslimland, staat niet enkel de drank in een aparte ruimte, ook alle niet-halal voeding zoals varkensvlees., Frankfurter worstjes enz., die ze wél verkopen. Je moet een apart rood boodschappen mandje pakken, dat non-halal voedsel mag zeker de gewone boodschappen karretjes niet contamineren, en zelf de producten scannen en betalen. De winkeldame mag dat voedsel niet aanraken.
Nu kunnen we echt weg.
Eerst wat genieten van rust na de drukte van de marina.
Pangkor Laut is een chique resort eiland. We proberen op het jungle pad te raken, maar dat lukt ons niet. We vinden wel een mooi strandje.
Bovendien wacht er toch weer een klusje. Onder de boot zijn zeepokken er al in geslaagd zich vast te hechten. Na nog geen drie maanden!
Het water in de marina's in Maleisië is niet echt proper.
Het kost ons toch weer een paar uur om de boot en vooral de schroef opnieuw in topvorm te poetsen. Maar je merkt het als we verder varen. Jakker gaat als een speer.
Bij een zoveelste eilandje zuidwest van Penang overnachten we, op anker, samen met een aantal vissers. Daarna bonken we verder over de oncomfortabele golven van de ondiepe (meestal 17 m en minder) Golf van Bengalen, aansluitend aan de Straat van Malakka en de Zuid-Chinese Zee.
Op een bepaald moment, het paaltjes pikken, komt ons de strot uit, twijfelen we om terug te draaien en toch Penang binnen te varen.
Langkawi, het juweel van Kedah.
Maar de zee kalmeert weer en steeds uitwijkend voor vissersschepen en hun gevaarlijke netten arriveren we in de vooravond bij de zuidelijkste eilandjes van Langkawi.
Verrassend prachtige aanblik zo bij zonsondergang.
Nog maar eens besef ik hoe speciaal onze reis toch wel is. Hoe weinig mensen zoiets als dit kunnen beleven.
Als we ons anker droppen in wat men hier “The Fjords” noemt, denken we terug aan gelijkaardige eilanden in Vanua Balavu (Fiji), Misool en Wayag (Indonesië), kalksteen rotsen zo fotogeniek. Lang geleden, zo een prachtige ankerplek.
Wij dopen het hier de Gorge du Verdon!
En het is er al even toeristisch. Vanaf 10 u 's morgens passeren tientallen brullende jetski's. Ze houden even halt. Maar rustig wordt het dan niet. Brullende mensen laten zich verrassen door de indrukwekkende echo. De hoge wanden zijn eveneens verantwoordelijk voor felle rukwinden die de boot dwars treffen.
Pas rond 17 u keert de rust weer en kunnen wij genieten van de fladderende vlucht van neushoornvogels terwijl zeearenden (het symbool van Langkawi) hoog boven de rotsen slome rondjes draaien. Een ijsvogel landt op een tak. Schelle kreten klinken in de jungle en over het water.
Aapjes en varkens komen te voorschijn op het, bij laag water, vrij komend stenen strandje. Enkel met verrekijker goed te zien.
Een prachtige late (rond 20 u) zonsondergang sluit de dag af. Hier blijven we een tijdje..jpg)
Arrival in Langkawi. .jpg)
.jpg)
.jpg)
All shouting to hear their echo. .jpg)
The end of the famous Club Méditerranée (Phocea). Once the largest sailing vessel, owner Alain Colas.
It caught fire and sank here in Langkawi.
Onderweg in de Straat van Malakka.
- Details
Positie : Pangkor Marina, Lumut (04°12,50 N , 110°34,74 O )..jpg)
Zovele avonden, zovele prachtige zonsondergangen.
Het is weer bijzonder lollig.
Zijn we vroeg opgestaan en onmiddellijk bij het eerste licht vertrokken. Gaan we aan een behoorlijke snelheid, de stroming sleurt ons mee, doorheen de Straat van Johor. (ziet eruit als een rivier). Zet Tony Jefke aan het sturen, onze herstelde stuurautomaat weet je nog? Weigert die gewoon elke dienst!!! Er gebeurt niks. We horen het gebruikelijke piepje van “auto on” helemaal niet. Hij lijkt wel dood. Dit pikken we niet. Prompt keren we om, vloekend dat het toch altijd wat is. Tony bereidt zich voor op wellicht een paar uren werk eens terug in de marina. Maar plots duikt hij naar binnen en roept meteen : “Probeer het nog eens”, en ja, het stuurwiel beweegt hard bakboord. Jefke heeft er weer zin in. Er zat een draadje los binnen aan het paneel.
Ok. We kunnen verder varen. Even geluk gehad.
Maar het is opletten geblazen. De vaart over de rivier wordt belemmerd door plastiek troep én visnetten die, vaak vlak voor onze boot, worden uitgeworpen door vissers in kleine bootjes. Die piepkleine, witte boeitjes, waaraan het visnet hangt, merk je altijd erg laat pas op.
Met stroom mee zijn we snel bij de uitgang van de rivier en worden we zo de Straat van Malakka, vroeger berucht om zijn piraten, ingestuwd. Dat probleem schijnt niet meer te bestaan. Fingers crossed.
Nu begint onze tocht langs de westkust van het Maleisische schiereiland.
De ondiepe vlakte voor deze kust strekt zich enorm ver uit zodat je van het land en de eventuele bebouwing of begroeiing niks kan onderscheiden in dit heiige weer. Op veilige afstand sturen we noordwest. Nog verder van de kust, evenwijdig met ons meevarend, zien we de file van cargo's, tankers en slepers.
De lichte wind en stroom is tegen dus het wordt weer motoren..jpg)
Zo zien de huidige cargoschepen eruit. Let op de uitgebouwde brug.
Pulau Pisang.
Ik wil liever niet 's nachts varen tussen al die vissersschepen en hun uitgezette netten dus proberen we langsheen onze route veilige ankerplekken te ontdekken, beschut tegen noordwesten tot noordoosten winden en swell van zowat overal.
Bananen eiland is zo een eerste plek. De modderige bodem loopt heel langzaam op. We ankeren op 4 m en nemen het ervan, genieten van de rust en het uitzicht op de twee eilandjes.
's Nachts schrik ik wakker. Jakker is hel verlicht. We lijken in een voetbalstadion verzeild. Een squid boot vist erg dichtbij. Die lichten kennen we.
We zijn daardoor vroeg wakker en vertrekken als het nog donker is. Extra moeilijk om de zware klomp modder rond anker en ketting te verwijderen
Rond de middag neemt de wind toe. Het is bezeild. Geleerd als we zijn door ervaring, wachten we af. Blijft deze wind staan of zakt hij meteen weer in? Het moet minstens een half uur waaien, dan hijsen we de zeilen.
Dit is genieten. Maar dan toch, tien minuten later is het alsof ze de knop op “uit” zetten. Verdorie. Al de inspanningen voor niks. Inrollen is alles wat ons rest.
De motor bromt alweer.
Pulau Besar en Port Dickson.
Twee dagen luieren we bij Pulau Besar, waar we uitzicht hebben op Malakka en de grote moskee op het strand. We wandelen op aangelegde paden en bezoeken de rotsen waar de heilige Yunus, een kluizenaar, verbleef .
Het verhaal van die Yunus in de buik van een walvis, dat hier verteld wordt, lijkt wel heel erg op dat van onze Jonas.
Een bedevaartsoord, een soort Scherpenheuvel, aan de andere kant van het eiland, waar de tombe van een heilige staat, trekt vele moslims die hier zelfs in tentjes overnachten.
.jpg)
Tombe van Syarifah Rodziah.
En verder gaat het. We banen ons nu een weg door honderden geankerde schepen op de rede van Malakka. Daar zijn vreemde kolenschepen bij met een transport band voor op de neus.
Volgende stop. Bij een luxe resort (Lexis Hibuscus) in de vorm van een hibiscus bloem, gebouwd op het water, in de nabijheid van Port Dickson. De bloem is zichtbaar op de satelliet kaart vanuit de ruimte. Van dichtbij echter niks bijzonders. We mogen Port Dickson marina niet binnen. Een maand geleden is die volledig vernield tijdens een tyfoon, in tyfoon vrij gebied nog wel ?
Als we hier aan land gaan, wanen we ons even aan de Vlaamse kust. Winkels met emmertjes, schepjes en vormpjes net als thuis, kinderen bouwen forten. Enkel...het zand is vies. Niks zo mooi als ons schitterend wit Noordzeestrand.
We wandelen naar de vuurtoren, laten ons amuseren door de apen, langstaart makkaken, denk ik, mama's met kleintjes.
Terug bij de dinghy blijkt het water helemaal weg. Jak is geen amfibie of moddervaartuig. Een restaurantje op het strand en de eeuwige nasi goreng maken het wachten op hoger water aangenaam..jpg)
Komt dit je bekend voor?
Port Klang en Pangkor.
Op onze verdere tocht verandert het decor niet. Onnoemelijk veel geankerde schepen, ditmaal op de rede van Port Klang. We ankeren op een riviertje tussen twee eilanden. Aan de overkant zien we de grote kranen op een rij, een mini Antwerps havengebied.
We slapen slecht. De getijstroom draait 's nachts en drukt ons met de kont in de wind, golfjes bonken ertegen. De hele boot is een klankkast. Geen leuke muziek.
Ook volgende nacht is niet ideaal. Anderhalve mijl uit de kust lijken we wel midden op zee te slapen. Toch is het er slechts 5 m diep en moeten we nog 2 m zakken tot laag water.
Slalommend tussen vissers, het is nochtans zondag, bereiken we eerst de grote kolenhavens voor de elektriciteitscentrales bij Lumut en vervolgens Pulau Pangkor met daartegenover Pangkor Marina op een kunstmatig eiland.
Pas om 17 u, als er een zeilboot vertrekt, krijgen we een plaatsje aan de langs steiger. Het is hoog water en 2 m onder de kiel in het kanaaltje naar de marina is ruim voldoende.
We zien onmiddellijk veel masten, in het water en nog meer op de kant.
Pangkor is een bij zeilers bekende en vooral betaalbare “klus” haven.
Wij willen hier vooral onze voelhorens uitsteken. Wat kosten bepaalde reparaties en is er gespecialiseerd personeel voorhanden?.jpg)
Jakker bij Pulau Besar..jpg)
In de voetsporen van Yunus..jpg)
Toen was er vast nog geen plastiek afval op het strand..jpg)
Het Noordzee achtige strand bij Port Dickson.
.jpg)
Met de bekende winkeltjes..jpg)
Zo zie je het Hibiscus resort op de satelliet foto. .jpg)
De vuurtoren en .jpg)
de aapjes..jpg)
.jpg)
Mini Antwerpen..jpg)
Kolen transport schepen.
Pinetree Marina en Johor Bahru.
- Details
Positie : Pinetree Marina, Johor Bahru 01°25,084N , 103°39,49 O .jpg)
Pinetree Marina.
Dieren in de buurt.
Een pienter aapje maakt de omgeving van jachthaven Pinetree onveilig. Hij haalt elke goed opgeborgen vuilniszak te voorschijn en opent die deskundig. Hij klimt in de mast. Hij tracht in boten binnen te raken en neemt alles mee wat hem interesseert.
Opgepast dus. Laat niks buiten staan en hou alle luiken dicht als je er niet bent.
De water varanen. Die zien we vooral zwemmen, 's ochtends. Soms loopt er eentje op de steiger. Nee, ze zijn niet gevaarlijk, beweert men hier. Niet zoals hun collega's in Komodo, alhoewel, ze zijn toch zo een 2 m lang, staart inbegrepen.
Elke ochtend wekt de roep van de plaatselijke koekoek ons. De Indische koël is dat. Hij duwt de jongen van de kraaien uit hun nest en legt zijn ei in de plaats.
Het kraaien issue kan hij echter niet oplossen. Massa's van die lawaaierige vogels zorgen voor ellende. Een probleem van heel Johor Bahru. Er zijn nogal wat mensen bang voor. Mij doet het denken aan ons vorig leven in Genk toen honderden kraaien 's winters met oorverdovend lawaai in de bomen bij ons huis neerstreken.
Honden zien we hier niet maar de kat, die haar voederbakje heeft staan bij de waker van de marina, maakt de dierentuin compleet. (Copy).jpg)
De watervaraan, de mascotte van de marina.
Pinetree.
In golven arriveren in Pinetree Marina yachties op weg naar Langkawi en Phuket. Duitsers, Denen, Italianen, een Spanjaard. Europa onderweg. Ze blijven nooit erg lang. Uitzondering : Jakker.
Dat komt zo. Bij terugkomst uit Singapore moest Tony echt naar de tandarts door een steeds terugkerende tand-, kaakpijn. Dr. Wong, een jonge Chinese, stelde een tandwortel kanaal behandeling voor. Daar zou ze iets meer dan twee weken voor nodig hebben, controle en afwerking inbegrepen.
Ze kon er onmiddellijk aan beginnen. Stel je dat thuis maar eens voor!
Zo kregen wij plots tijd om de omgeving van Johor Bahru, hier ligt onze marina, te verkennen en niet enkel om boodschappen te doen, in de overigens vrij goed uitgeruste supermarkten.
Het is de tweede grootste stad van Maleisië. Hoofdstad van de staat Johor. Ver van het koloniale hart van de stad heeft men hier grote appartementsblokken gebouwd, rond de jachthaven en ferry terminal, schaars bewoond echter.
Blikvanger is het enorme terrein van Kota Iskandar. Het grote administratieve centrum van de federatie Maleisië én van de staat Johor, eert de nalatenschap van de voor de geschiedenis van Johor belangrijke sultan Almarhum Sultan Iskandar, verweven met de huidige koninklijke familie.
Wij wandelen er zoveel als we kunnen en ontdekken nog steeds andere hoekjes. Het geheel lijkt uit duizend en één nacht te komen en doet ons sterk aan het Alhambra denken.
Enkel de 7/7 werkende tuinmannen met lawaaierige bladblazers en idem hoge druk reinigers verstoren deze rustgevende plek..jpg)
Kota Iskandar.
Forest City,
eigendom/initiatief van de koninklijke familie, is ook zo een project dat je gezien moet hebben. Gebouwd door Chinezen, rijen en rijen hoge luxe appartementsgebouwen in een groene omgeving bedoeld voor 700.000 inwoners, op heden door amper 9.000 mensen (sommigen zeggen 2.000) bewoond. Buiten de twee hotels, het waterpark en de mooi aangelegde parken bij het strand, is het een spookstad. Winkels zonder klanten, wat restaurants.
De kunstgreep om meer volk aan te trekken : men maakte het gebied een taksvrije zone. Je auto wordt dus doorzocht als je het terrein verlaat.
Zo ook onze Grab auto, de Uber van zuidoost Azië, die we gebruiken voor al onze verplaatsingen. Snel, makkelijk en goedkoop.
Voor onze volgende verplaatsing gebruiken we de Grab app niet, we gaan gewoon met onze boot. Enige voorbereiding is nodig want in Maleisië moet je in elke haven of je nu ankert of af meert in een marina, domestic in- en uitklaren. Zelfde procedure als inklaren vanuit het buitenland. Minstens drie instanties bezoeken.
Nog wat rompslomp voor we vaarwel zeggen..jpg)
Een klein deeltje van Forest City..jpg)
Stairway to heaven with captain Tony on it..jpg)
De mooiste "toren"..jpg)
.jpg)
.jpg)
Meer beelden van administratief centrum, Kota Iskandar, en de ingang mét VOC kanon..jpg)
Ons aapje..jpg)
Onze steiger..jpg)
Een drone show. Nog nooit gezien.
De kerstmarkt in Puteri Harbour.
Leeuwenstad.
- Details
Positie : Puteri Harbour, Johor Bahru, Maleisië ( 01°25,084 N 103°39,490 O)
Het bekende Marina Bay Sands hotel.
Singapore. In mijn hoofd heb ik het beeld van een stad waar men helemaal niet houdt van kauwgom op de stoep. Het hardnekkig beeld van een heel propere stad, gevormd door nieuwsberichten in de jaren negentig, vermoed ik.
En wat blijkt, dat klopt. Kauwgom op de stoep is verboden sinds 1992 en de invoer, het bezit sinds 2004. Onder andere omdat plakkende kauwgom soms de deuren van de metro zou onklaar maken.
Dit is slechts één van de vele verboden. Je mag bijvoorbeeld niet eten en drinken in de metro. Vapen : verboden in de hele stadstaat. Je mag zelfs niet naakt in je eigen appartement rondlopen als anderen je zouden kunnen zien. Op al die overtredingen staan zware straffen, op borden kenbaar gemaakt, waarbij men het aantal stokslagen, dat je bovendien riskeert, zeker niet vergeet te vermelden, integendeel.
Pas dus maar op je tellen in Singapore.
Singapore, of Leeuwenstad van het Sankriet "Singa Pura" naar de legende, is veel meer dan dat. Natuurlijk gaan we erheen, nu we slechts wat busritten verwijderd zijn en intussen genoeg gelezen hebben over dit multiculturele, fascinerende landje.
De bus vlakbij onze Pinetree Marina (in Puteri Harbour) neemt je mee naar de Second Link brug (dezelfde waar we onderdoor voeren) over de Johor Straat, de grens. Immigratie Maleisië klaart je uit. Over de brug, niemandsland, bereiken we het controle punt van Singapore immigraties. Opnieuw paspoortcontrole. Je hebt natuurlijk je arrival card online ingevuld. Een half uur busrit later, moet je op zoek naar het metro station. Dat bereiken we via vele trappen, een lift, lange tunnels en een paar keer vragen.
Op het grote schema nog even puzzelen welke metro je moet hebben en of je moet overstappen. Zelfs wij zeerotten raken moeiteloos in Little India en ons hotel. De toegangspoortjes openen als je, elk je eigen debet- of kredietkaart, op de juiste plek drukt.
De overvolle metro, in het gezelschap van enkel smartphone geïnteresseerde mensen, het wordt even onze wereld. Zo makkelijk en je raakt in no time overal.
Alleen...niemand vertelde ons over de immense ondergrondse metro stations, de snelle roltrappen, de kilometers die je aflegt op zoek naar de juiste metro of uitgang..jpg)
De grote tunnel met spiegels aan twee kanten (toegang tot Gardens by the Bay), ideaal voor de massa tiktok dansers !
Zo, met de metro, trekken we rond naar alle dingen die de moeite zijn in deze stad van wolkenkrabbers en toch ook veel groen.
De grote trekpleister : Gardens by the Bay. Een groot park letterlijk in de baai, sinds 2014 in gestage uitbreiding. Bekend over de wereld voor de grote kunstmatige Supertrees begroeid met orchideeën, die o.a. ook dienen als wateropvang en vernuftige koeling voor de grote domes. s' Avonds is alles prachtig verlicht. In dat park vragen de twee grote “serres” de aandacht. Eentje herbergt het Cloud Forest, met nu een Jurassic World tentoonstelling. Het andere, de Flower Dome , de grootste serre ter wereld, herbergt prachtige tuinen, bloemen en zelfs bomen van over de hele wereld.
Het fantastische Marina Bay Sands Hotel vlakbij overheerst de skyline. Drie torens op de top verbonden met een soort boot-achtig platform, overhangend aan één kant, het Skypark.
In Little India en China Town vind je de speciale sfeer van eeuwenoude migratie in de stad. Heerlijke geuren van Hindoe bloemenoffers, wierook, gekruide gerechten. Overal prachtige murals. Ook zo in de buurt van de Sultan Moskee en de Arabische wijk.
Bij Clarke Quay kom je in het oude koloniale deel van Singapore. Erg Engels, met echte pubs en Engelse huizen. Een aantal otters trekt de aandacht van het publiek..jpg)
De top bezigheid van de meeste mensen dezer dagen.
Uitgeput na al dat wandelen en de 4 uur durende reisweg terug naar de boot, hebben we een dag nodig om te recupereren. Maar het was de moeite en in al de drukte zijn we helemaal vergeten, zoals gepland, naar de scheepswinkels op zoek te gaan.
Dat zal moeten wachten !
Dit verslag draag ik op aan Huguette, één van de meest trouwe volgers van deze blog en een goeie vriendin, vroeger klasgenootje. Op 13 december verloor ze haar strijd.
Huguette, nu kan je reizen zonder grenzen. Je zal altijd meevaren met ons.
.jpg)
Het kleurrijke voormalige huis (uit 1900) van Chinese ondernemer, Tan Teng Niah..jpg)
Sultan Moskee. .jpg)
Prachtige muurschildering. Eén van de vele..jpg)
Ganse oude wijken zijn mooi gerestaureerd..jpg)
Het regenwoud gevangen in een serre ! .jpg)
Baobabs in de grootste kas ter wereld..jpg)
Plensbui in Chinatown..jpg)
.jpg)
Superbomen by night..jpg)
Vanop de grootste supertree, de twee domes ....jpg)
en de baai. .jpg)
De oude brug van begin 19de eeuw, Clarke Quay. .png)
En de otters.
Op de cargo snelweg.
- Details
Positie : Puteri Harbour, Pinetree Marina (Johor Bahru, Maleisië) 01°25,084 N 103°39,490 O .jpg)
Tussen de oceaanstomers. Links een autoschip, rechts eentje met containers.
Botensnelweg.
Enorme “blokkendozen” vol met auto's, de zogenaamde autoschepen, afgewisseld met gigantische tankers en andere cargo's, allemaal met een grote bulb vooraan die soms ferm boven water uitsteekt, en allemaal met een angstwekkende snelheid door het water klievend. Moeten wij daar tussendoor?
Inderdaad. Op de kaart zijn ze mooi uitgetekend, de beide brede vaarstroken, oost- en west gaand, van de botensnelweg, aan beide uiteinden voorzien van een verplicht vak voor de overstekers. Niet dat de cargo's zich in zullen houden, maar ze weten wel dat hier overstekend wild te verwachten valt.
Wij dus.
Het loopt al bij al erg goed. We slagen erin in een tiental minuten de overkant te bereiken vóór een aantal van die grote oceaanstomers door.
Niet in het minst omdat een sterke stroming ons al de hele tijd vooruit stuwt. We halen een maximum van 9 knopen af en toe. Verbluffende snelheid voor ons.
Regen.
Vanmorgen zijn we in alle vroegte en in de gietende regen uit Nongsa Point Marina vertrokken. We moesten wel. Eenmaal uitgeklaard uit Indonesië moet je binnen de 24 u weg. De regen maakt het er niet makkelijker op. Alhoewel, wij kunnen de super snelle ferry's naar en van Singapore, slecht te zien in dit weer, toch niet ontwijken. Dat moeten zij maar doen. We tellen er tientallen. Zoveel volk werkt er in Singapore..jpg)
De Singapore skyline met het beroemde Marina Bay Sands hotel iets rechts van het midden. Vier torens en een "boot" erbovenop.
Intussen zijn we aan de Singapore kant en nu komt pas het bangelijke mee opvaren met de groten aan de stuurboord kant van de straat van Singapore. Zoals op de Noordzee nemen we de buitenkant van de snelweg, om die groten niet in de weg te varen. Steeds ervoor oppassend dat we in de juiste richting mee opvaren. Dat is buiten de waard, de Singapore politie, gerekend. Die sommeren ons, vriendelijk maar toch dringend, met de megafoon, om een 20tal graden op te schuiven, richting grote jongens, we zijn immers op Singapore grondgebied en horen daar niet te zijn.
Ik heb aan de radio grote moeite hun “Singlish” (met sterk Chinees accent) te snappen. Zeg hun dat ook eerlijk. Op het eind begrijpen we elkaar toch. Ze escorteren ons nog even en geven ons dan als een estafette stokje door aan de volgende politieboot .
Zo van boot tot boot doorgespeeld komen we tenslotte bij de ingang van de Johor Strait.
Hier moeten we zijn. De straat vormt de grens tussen Maleisië en Singapore. Na een 12 mijl trip tussen de boeien van de zeestraat en een brug van 25 m hoog arriveren we bij Puteri Harbour en krijgen meteen in Pinetree Marina een plekje toegewezen. We reserveerden immers en mailden hen al de nodige documenten voor inklaring. Pas nadat ze echt in het Engels kunnen lezen dat onze verzekering zal instaan voor door onze boot berokkende schade komt dat in orde.
Nog even met het golfkarretje naar de ferry terminal, een stempel van de immigraties en we zijn 90 dagen welkom in Maleisië !.jpg)
Onder deze brug moeten we door, de second link bridge tussen Maleisië en Singapore..png)
En het lukt. Altijd wel wat akelig. .jpg)
Schermafbeelding van de schepen met AIS in de Singapore Straat. .jpg)
Pinetree Marina. Niet enkel voor yachties.
Huisdiertjes in de haven. Een watervaraan.
Reuze blokken en veel onweer.
- Details
Positie : Puteri Harbour, Pinetree Marina, Johor, Maleisië. (01°25,084 N, 103°39,490 O) .jpg)
Waterwoestijn en veel vissers.
Als we weer helemaal uitgerust en bevoorraad 's morgens vroeg blijgezind vertrekken vanaf de Kumai riviermond belanden we in een water woestijn. Olieachtig blinkend in de zon. Geen wind, geen vissers, geen vrachtschepen of slepen. Enkel vlak, ondiep (tussen 8 en 12 m) water. Zeilen heeft geen zin, toch proberen we het bij het minste zuchtje waarvan we denken dat het zal lukken. Elke pauze in het motoren is welkom.
In de kalme nacht passeren ons een tiental vrachtschepen en uiterst langzame sleepcombinaties. We zitten nu bij een snelweg op het water, een dieper kanaal tussen de ondieptes.
De daarop volgende nacht is het de beurt aan de lijnvissers om ons te “ambeteren”. Een hele blokkade van hen. Hun boten gelukkig goed verlicht. We varen spitsroeden. Ze komen soms erg dichtbij, schijnen in onze ogen, roepen “Halo”. Af en toe móeten we wel uitwijken voor hen.
Rond zonsopgang verdwijnen ze plots allemaal naar huis alsof iemand daar het fluitsignaal geeft. Wij zien nu duidelijk onze bestemming vóór ons, omringd door rotsige eilandjes en met een tweetal jachten in de baai. Belitung !
Belitung.
Van waar we het anker droppen, zien we de enorme op en naast elkaar liggende granieten rotsblokken. Als reuze kiezelstenen willekeurig neergegooid. Heel fotogeniek. Dat is voor later.
Onze buurman nodigt ons meteen uit voor het diner vanavond bij de “Yacht Club” van Eddie. Daar verzamelen de gebruikelijke Europese, Canadese en Australische zeilers. Met steeds dezelfde, voor landrotten onbegrijpelijke, conversaties over dingen die kapot gaan aan boord, gevaarlijke situaties met FAD's en vissers, het weer !
Gezellig.
Met Indonesische Aya en Luca, een Europese zeiler en piloot, gaan we op zoek naar de canyons op Pulau Kelayang. Canyons of grotten gevormd door de enorme rotspartijen.
We verwonderen ons over dit natuurlijke kunstwerk, proberen er zover mogelijk in door te dringen.
Later, bij het inkopen in de stad, merken we dat Belitung echt wel speciaal is. Weinig vuilnis, goed verzorgde huizen met voortuintjes, zelden gezien in Indonesië.
Eddie, de onvolprezen man van de Yachtclub, levert water en diesel aan boord. Ze pompen diesel in onze jerrycans gewoon door te blazen in de volle tank, een tuinslang werkt als hevel.
In zijn restaurant genieten we van cumi cumi (pijlinktvis), udang.(garnalen) en nasi goreng..jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Tyfoon Uwan brengt slecht weer.
Tyfoon Uwan over de Filipijnen echter zorgt dat we weg moeten, die tyfoon zorgt voor slecht weer zelfs tot Indonesië. In Belitung ben je nu niet goed beschut.
Verder gaat het in twee dagen naar de groen blauwe baai van Pulau (eiland) Lingga.
Vervolgens naar de beschutting van Pulau Kongka waar we in een hels onweer met veel wind, regen en amper zicht het anker droppen. Zelfs de lokale vissers vinden een nacht op deze zee te ruig en vereren ons met een bezoekje. Om de tijd te verdrijven.
Een invasie van zeven man op onze Jakker. Allemaal familie, vader en zoon, neven. Ze zijn echt geïnteresseerd en we praten zo goed en zo kwaad als het gaat. Natuurlijk moeten er foto's gemaakt en eentje maakt me vriend op facebook. De wereld, een dorp, weet je wel.
Van onze volgende trip blijven we ons de drie onweders op 6 u tijd herinneren en de talloze vissershuisjes op het water in de erg kalme baai van Mesanak. Uit de kluiten gewassen FAD's?
Bootjes brengen mensen 's avonds naar de huisjes, om te vissen ?.jpg)
Zulke huisjes, met netten onder, staan hier bij tientallen in de baai. Opletten geblazen.
Naar Batam.
De stormen nemen af en na nog enkele haltes op de Riau eilanden bereiken we Nongsa Point Marina onze laatste stop in Indonesië. Op weg hierheen moet je erg goed opletten, we naderen Singapore, het is hier ook al druk. We beleven als het ware een generale repetitie voor de Singapore Strait, één van de drukste waterroutes ter wereld.
We worden geconfronteerd met de vele zandwinningen, die het land hevig naakt rood en gekwetst achter laten. Zand nodig voor de enorme bouwwoede die hier en in Maleisië heerst.
Havenmeester Roy, een old school gentleman, verwelkomt ons in Nongsa Point en regelt moeiteloos onze Indonesische uitklaringspapieren, waar je normaal gezien twee dagen zoet mee bent.
We hebben er de tijd van ons leven. Nemen elke avond een duik in de koele pool. Maken wandelingen tussen de mooie huisjes van het resort.
Brengen een dagje zoek in Batam, waar vooral het vegetarisch buffet in de boeddhistische tempel ons kan bekoren.
Ontmoeten er een groepje Vlamingen, vrienden op catamaran El Jefe. Hun gezellige spaghetti avond zorgt voor een onvergetelijk afscheid.
Morgen wagen we ons in de Singapore Strait..jpg)
Zwaar onweer boven de groen blauwe baai van Pulau Lingga..jpg)
Fuel levering. .jpg)
Eddie geeft info over een veilige lees diepe ankerplek..jpg)
Ook vissers maken graag fotootjes..jpg)
En houden van een praatje maken..jpg)
Wandelen in de buurt van de marina..jpg)
In de boeddhistische tempel, Batam..jpg)
Het is al kerstsfeer in Nongsa Point Marina Resort.
Zwaluwen en mieren.
- Details
Positie : 0°44,63 N , 104°16,21 O Pulau Galang, Batam, Kiki Beach Resort. .jpg)
Bij de floating market van Kumai, let op de hoge gebouwen. .jpg)
Kumai als je binnen vaart. .jpg)
Mensen komen van de overkant hierheen.
Kumai, de poort naar de orang oetan tours, is een vreemde stad.
Als we aan komen varen op de kronkelende rivier vallen aan de overkant bijna uitsluitend grijze, sombere, hoge flatgebouwen op, gebouwen zonder ramen met enkel kleine vierkante openingen op een rij bovenaan. Sovjetstijl misschien?
Je hoort geen jungle geluiden maar het gekwetter van jawel, zwaluwen. De ganse dag gaat dat door. Eigenaardig.
Blijkt, deze flatgebouwen zijn eigenlijk zwaluwboerderijen! Een speciale gierzwaluw (de eetbaar-nest salangaan) wordt er “gehouden” om zijn nestje dat volledig en enkel uit speeksel is gebouwd. Verderop staat een grote fabriek waar men soep produceert van die nestjes. De befaamde vogelnestjes soep..jpg)
Dit is eerder een hotel dan een boerderij..jpg)
Een gewone straat in Kumai..jpg)
Wildvreemden willen steeds met ons op de foto.
De binnenkant van de gebouwen is quasi leeg, je treft er enkel stellages aan van waarop men de nestjes oogst die onder planken en balken door de ijverige gierzwaluwtjes gemaakt werden. Geluidopnames van kwetterende zwaluwen klinken op straat, om nog meer vogeltjes aan te trekken.
Blijkbaar is er heel wat mee verdiend, de zwaluwnestjessoep is erg duur en een zeldzame delicatesse, in het buitenland en Java, wel te verstaan.
In de stad kan je enkel ikan(vis), cumi cumi (inktvis) en udang (garnalen) eten met witte rijst en groenten, zelfs geen nasi goreng op het menu hier.
Weer wat bijgeleerd. .jpg)
De pasar in Kumai.
Op Jakker zitten we dan weer met heel andere diertjes geplaagd. Sinds we in Medana op de kant stonden, op dat prachtige gazon, kennen we een invasie van kleine miertjes. Mijn mieren lok schoteltjes (op Google vind je alles) , gemaakt met bloem, gist,(daar kunnen ze niet tegen) en suiker, ruimen er wel een aantal op. Toch zien we elke ochtend nieuwe mieren paadjes aan dek en in de kuip..jpg)
Een pas geschilderde boot in Kumai.
Nina, van Sister Tour, die ook de diesel jerrycans voor ons ging vullen, belooft ons een effectief middel te bezorgen. En nu kan je ons bij elk mieren paadje dat we aan dek bespeuren, bezig zien met een speciaal krijtje. Je moet drie strepen trekken waar de mieren lopen, er zit giftig spul in voor mieren trouwens ook kakkerlakken kunnen er niet tegen.
Sorry, maar we moeten ten alle tijde vermijden dat de diertjes binnen in kasten en frigo komen zoeken. Dan krijg je ze nooit meer weg.
Nu zitten er nog wel wat aan dek, maar hun aantal mindert gestaag.
Krijt dus !.jpg)
Dit krijtje moet ons van de mieren redden.
Welcome to the jungle.
- Details
Positie : 00°18,46 Z 104°55,92 O - Pulau Lingga (Indonesië) .jpg)
Albert , the macho.
Albert.
Heel nonchalant, maar met rollende schouders en een air alsof het hem allemaal onverschillig laat, slingert Albert zichzelf op het voeder platform. Daar hebben de rangers net een ganse zak bananen leeggeschud.
Onmiddellijk begint Albert bananen uit te zoeken, schilt ze, stopt ze in zijn mond en kauwt bedachtzaam. Twee vrouwtjes tolereert hij bij zich op het platform. Andere geïnteresseerden veegt hij met een ruw gebaar weg. Aan de uiterste rand van het podium proberen de veel kleinere gibbons bananen weg te kapen. Dit lukt ze aardig.
Twee mama's, met zich vastklemmende baby, dalen behoedzaam neer uit de bomen die de open plek omringen. Pas ruim een half uur later zijn ze op de grond beland, elk aan de tegenovergestelde kant van het pleintje. Dan nog durven ze het platform niet te naderen. Ze verliezen het echter geen ogenblik uit het oog. Rapen hier en daar een gevallen banaan van de grond.
Rijken dan uiteindelijk van onder het platform naar de vruchten waar ze net bij kunnen. Je ziet ze beven van angst voor Albert het macho mannetje van de groep. Silo, het alfa mannetje, laat zich vandaag niet zien.
Pas als Albert, na een uurtje ononderbroken kauwen, genoeg heeft en vertrekt, klimmen de mama's op het platform. Blijft er nog wat over voor hen?
Albert wandelt quasi ongeïnteresseerd langsheen de toeschouwers die achteruit deinzen. Neemt nog enkele fotogenieke poses aan voor een fotoshoot en verdwijnt dan in de bomen.
Einde van de ontbijt voorstelling van de orang oetans (letterlijk mens van het bos in het Indonesisch) van het Pondok Tanggui camp.
Je raadde het al. We zijn in Borneo in het regenwoud langsheen de Sekonyer rivier..jpg)
.png)
.png)
+.png)
.jpg)
.jpg)
Bij de orang oetans.
Kelotok.
Deze tocht van drie dagen, twee nachten met Sister Tour is een presentje voor mijn nakende verjaardag maar eveneens een korte, broodnodige ontsnapping aan de miserie aan boord van Jakker. Drie dagen enkel relaxen en de boot de boot laten of liever de boot overlaten aan Anang, de waker, die op Jakker zal passen.
We wonen drie dagen op een kelotok, een house boat. Stel je dat zo voor : een groot bed met klamboe op een verhoog op de poep, een soort woonkamer met eettafel, twee matrasjes en relax zetels, overal vrij uitzicht op de jungle langsheen de rivier. Alles is open, enkel als het regent laat men dekzeilen naar beneden.
Meer dan drie dagen aan boord zou niet goed komen, vrees ik. We worden immers met zoveel lekkers overladen door onze chef, dat je eigenlijk altijd te veel eet. Na elke tocht wachten er versnaperingen zoals beignets en pannenkoekjes.
Dit is van het beste dat we al in Indonesië aten.
Ook kapitein Abdul en assistent Yogi leggen ons in de watten, hangen de dekzeilen, poetsen de vloer, maken het bed op en bevestigen elke avond minutieus de klamboe. We hebben niks dan lof voor Nana, onze gids, die vol enthousiasme vertelt over de primaten maar ook over de derde Leakey angel, bij ons minder bekend..jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Samen met gids, Nana, op de boeg. .jpg)
Ons huis voor drie dagen brengt ons via de prachtige rivier naar Camp Leakey.
Dr. Biruté Galdikas.
Al vanaf 1946 zocht Louis Leakey (de beroemde antropoloog) dames die de primaten wilden bestuderen in hun eigen habitat. Jane Goodall (onlangs overleden) startte in 1960 in Tanzania met de studie van chimpansees.
Dian Fossey bestudeerde vanaf 1967 de gorilla's in Rwanda en Biruté Galdikas begon in 1971 met het onderzoek naar de leefomstandigheden van de orang oetans in Borneo.
De drie dames gaan de geschiedenis in als de Trimates of Leakey's angels. We bezoeken Camp Leakey, Biruté's domein, prachtig gelegen aan de rivier. Helaas zien we daar amper orang oetans door een ongezien hevige tropische stortbui die de paden in rivieren verandert. We vluchten terug naar onze “Selva”, komen daar doornat met soppende schoenen aan.
Maar mijn belangstelling is gewekt. Ik probeer zoveel mogelijk over dr. Biruté en haar onderzoek te lezen. Ze is de enige overlevende van de engelen. Nu zelf bijna 80 jaar. Maar nog steeds is ze de bezielende kracht achter de projecten die nu door haar vele studenten worden uitgevoerd. Ze zet zich nog steeds in om orang oetans van gevangenschap te redden en hun habitat te beschermen tegen illegale houtkap en de uitbreiding van de palmolie plantages. Een moeilijke strijd tegen multinationals.
Neusapen.
Maar de Borneose jungle herbergt nog veel meer wonderen. Naast de arenden, ijsvogels en de prachtige mangroven palmen zien we flink wat neusapen. Ze leven enkel in Borneo en zijn eveneens met uitsterven bedreigd. Ze leven aan de oevers en eten vooral planten. Het zijn in feite herkauwers, daarom hun tonvormige buik. Je hebt zeker al eens een foto van de enorme neus van de mannetjes gezien. Vrouwtjes herken je aan hun Michael Jackson wipneus. Het lijkt alsof ze allemaal een beige broek aan hebben en ook hun onderarmen kleuren beige. Een rossig bovenlichaam en dito bovenarmen en een zwarte “pet” voltooien het geheel. Hun lange eveneens grijze staart hangt loodrecht naar beneden, daardoor kan je hen makkelijker vinden tussen takken en bladeren.
Goede zwemmers zijn het, vertelt Nana ons, en we zien er ook daadwerkelijk eentje een koele plons nemen in de rivier..jpg)
.jpg)
Een familie Neusapen in de bomen langs de rivier.
.jpg)
.jpg)
Zo slapen, niet erg comfortabel.
Onvergetelijke beelden zien we bij het ontwaken de tweede dag als ook de troep neusapen, in de bomen vlakbij onze boot, wakker worden. De erg actieve jongeren laten zich pardoes uit hun boom naar beneden vallen, springen van boom naar boom daarbij de takken flink doorbuigend. En groot mannetje slaapt gewoon verder, rechtop tegen een stam armen en benen uitgespreid.
Jefke valt uit.
Ken je dat, de dip die je bij terugkomst in de realiteit, na een vakantie krijgt ? We kunnen ervan mee praten.
De overtocht van Pulau Bawean naar Borneo viel al niet mee door de zware nachten waarin we gekruist werden door trage, moeilijk zichtbare sleepboten met enorm logge slepen. Ook de barrières van vissers met enorm verblindende lichten die kris kras voor Jakker passeren, maakten ons het leven zuur.
Erger nog was het zware drie uur durende onweer dat de zeeën opzweepte tot felle golven waarin Jakker zich vast bonkte. De hele boot schudde en daverde.
Paaltjes pikken, noemt men dat.
Het kwam vast hierdoor dat op de tweede ochtend de stuurautomaat (Jefke) op hol sloeg tijdens mijn wacht en helemaal de tegenovergestelde koers ging varen.
Van dan af moeten we zelf achter het stuur staan. We doen dat quasi nooit. Erg vermoeiend is het. Je kan echt niks anders doen en moet erg goed opletten. Het vergt zoveel concentratie.
Bovendien wacht ons nu het vrij ondiepe, 11 mijl lange, kronkelende pad naar de ankerplek op de Kumai rivier, met drukke scheepvaart en “drijvende” eilanden.
Aan een tweede stortbui kunnen we niet ontsnappen, het zicht wordt quasi nul en we wachten af tot we met de hulp van Anang (Sister Tour) op de beste plek tegenover de stad kunnen ankeren.
.jpg)
Een barrière van squid vissers met verblindende lichten..jpg)
Probeer hier maar eens tussendoor te varen ! .jpg)
Vreselijke stortbui op het water. .jpg)
In Camp Leakey.
Na de vakantie op de rivier moet Tony alweer aan het werk. Zelf de rest van de reis sturen, zien we niet zitten. Jefke moet gemaakt. De roerstand aangever is ontregeld, zo blijkt, samen zoeken we met eindeloos geduld, telkens opnieuw proberend naar een nieuw nulpunt. Dat lukt en ook het moeizame terug monteren krijgt Tony voor elkaar.
Wat heeft mijn kapitein met zijn creatieve oplossingen ons al fortuinen aan loon voor specialisten arbeid bespaard! Om nog maar te zwijgen over de snelheid waarmee problemen worden aangepakt. Wat zou ik zonder hem moeten !.jpg)
Afscheid van de bemanning van de Selva.