Positie : Awei island (Maskelyne Islands).

Het gekrijs van het varkentje snijdt door merg en been. “Gillen als een gekeeld varken”, we snappen dat plots veel beter.

De man die het beestje naar voren brengt, legt het voorzichtig aan de voeten van de chiefs en de president van de provincie Malampa. Men rijkt deze laatste een knuppel aan en met een welgemikte slag klopt hij het biggetje naar de andere wereld.

Niks voor tere zielen of Gaia-adepten, maar, alweer, “kastom”. The pig killing ceremonie hoort bij alle vieringen in Vanuatu.

Elke man hier kan deze klus klaren want verplichte oefening bij de inwijding van jongen tot man.

 

Vandaag is het feest in het dorp Pellonk (Maskelynes – het grote door eilanden en beschutte baaien gekenmerkt, afgelegen rif in het zuiden van Malekula) . De doopvontschelpen farm “Ringi Te Suh” (Leave it alone !) bestaat 25 jaar.

Toevallig dropten wij, in de baai aan de zuidkant van het eiland Uliveo, ons anker.
Toevallig maakten wij met John, onze “ zelf benoemde” gids, gisteren de wandeling doorheen de onbeschrijflijk mooie jungle naar de farm voor een bezoek. Prompt nodigde Jack's dochter, de volgende generatie schelpenkwekers, ons uit voor de jubileum viering. Morgen om 8 u al ! Vroeg opstaan.

Zo komt het dat we nu op twee, speciaal voor ons gereserveerde plastic stoelen, de hele ceremonie kunnen meemaken. Alle chiefs, aangevoerd door een soort tovenaar, nemen plaats op de “tribune”.

 

Het programma, naast de killing of the pig, omvat veel toktok (speeches) in Bislama. Af en toe dringt er een woord tot ons door.
Jack (gepensioneerd hoofdonderwijzer en baas van de farm) vertelt de geschiedenis. Zijn familie, de Enrels, wilde iets doen aan de vernieling van het rif en de overbevissing in de baai. Startte (volledig zonder steun) deze, over 100 hectare rif uitgespreide, schelpenfarm, die in 1994 officieel tot “conservation area” gepromoveerd werd.

Zo zorgen ze voor de bescherming van het rif en tegelijk voor de productie van de nodige proteïnen voor de bevolking (ze eten die reuze schelpen) zonder dat ze de laatste visjes uit de lagune moeten vangen. Leave it alone and leave it to multiply.

Nog meer hoogtepunten : de onthulling van een monument dat aan deze heuglijke dag moet herinneren , het aansnijden van de verjaardagstaart met wel 15 handen tegelijk. Het aanbieden van geschenken aan de genodigden, waarbij ook wij weer een waaier rijker worden.

 

Opvallend : vrouwen komen bij de ganse ceremonie niet aan bod, spelen vooral een tweederangs rol in Vanuatu. Overal rond het terrein zitten ze op zelf geweven, meegebrachte matten in hun ruime “missionaris” bloemenkleren. Enkel voor de catering blijken de dames onmisbaar.  

De string band, met in het midden de soort rommelpot voor de basklanken, speelt een paar deuntjes.

Na het buffet van visjes, een spiesje van kreukels uit de mangroven, manioc, kumala (zoete aardappel) toont Jeannie, de acrobate van het dorp, haar kunsten.

Als de dj het overneemt en de muziek te hard wordt, besluiten we naar huis te gaan.

De doopvontschelpen zelf, de sterren van de viering, zijn nu, laag water en bovendien spring tij, niet bereikbaar. Het rif ligt helemaal droog. Jammer.

Maar de doejong die we 's avonds zien, maakt veel goed.

Een toeval komt nooit alleen ?! Als we de volgende middag de baai uitvaren, roept een naderende catamaran ons op. “Jakker, this is Begonia. Zijn jullie niet de boot waarmee we samen door het Panama kanaal voeren in 2014 ? “
Wow, dit komt even uit een ver verleden, maar het blijkt te kloppen . We moeten dringend eens bijpraten. Onze zeilerswereld is klein.

 

 

Positie : Uliveo, Maskelyne Islands

Zeg je Vanuatu, dan moet spontaan bij je opkomen : traditie of, in hun woorden, “kastom”. Als er één land is waar traditie op “nambawan” komt, dan in dit eilandenrijk. Tijdens het yamseizoen is het pas echt feest. Ze slaan je met dansfestivals om de oren. De yamwortel, hun basisvoedsel, hun aardappel, hun leven, moet geëerd worden.

Het gebeuren in Lakatoro (Malekula) echter is toch nog even wat anders. Na tien jaar van afwezigheid, kan je hier de moeder van alle festivals meemaken, het Vierde Nationale Kunsten Festival. Meer dan 1.000 dansers en kunstenaars van elk veraf- en dichtbijgelegen eilandje tonen hier hun kunnen, een week lang. En wij zijn erbij.

We trotseren de hitte, de zonder genade brandende zon, het door stampende voeten opgewarrelde stof op het veel te grote voetbalveld.
De dansers té ver weg naar ons Westers gevoel. Het enthousiasme van de vele, voor hun dorp supporterende Melanesiërs, daarom niet minder.

Zonde dat we de verhalen, die ten grondslag van elke dans liggen, niet begrijpen. Maar het is dan ook duidelijk geen voorstelling voor witte mensen (de meesten bereikten Lakatoro, zoals wij, al zeilend) en dat maakt ons blij.

 

Tijdens de lange “toktok” (speeches) van ministers gaan we een hapje eten in één van de uit bamboe opgetrokken petieterige eettentjes. Sliertje kip met zoete aardappel, banaan, papaya op een schaal van gevlochten palmblad (geen piepschuim of plastic.) Drank : kokoswater.

Terrasjes, een cafeetje...vergeet het maar. Aan het eind van de dag doen mijn billen en rug pijn van de harde banken en het op de grond zitten.


Er wordt ook aan “edukesen” (education) gedaan. “In” traditionele vuurtjes en onder hete stenen, worden in bananenblaren gerolde lekkernijen als vis en geraspte kokosvrucht, taro en manioc gestoofd, nadat eerst is gedemonstreerd hoe men dat allemaal klaar maakt. Grote belangstelling van zwarte mensen. Kan men dit nog enkel in de geïsoleerde dorpen? Naar hartelust wordt kokosnoot geraspt en steeds weer in kokoswater tussen vingers geperst .

 

Ondertussen gaat de stoet en het optreden van dansers met indrukwekkende hoofddeksels en schilden onverminderd voort. Het monotone, diepe gezang, als van een groep dronken mannen, vindt Tony een beetje oneerbiedig, gonst nog lang na in ons hoofd.

 

Nog even de markt aan de overkant bezoeken. Overvol dit keer, er zijn immers zoveel monden te voeden.

Je kan er geen voet verzetten of je trapt op iemand. Verkoopsters wonen zowat op de markt, ze slapen overal waar ze kunnen, onder de tafels, kinderen bij zich. Meer verkoopsters àchter de tafels dan klanten ervoor. Tien vragende ogen kijken naar me op. Aan wie moet ik deze boontjes betalen? Scheef lachje, weer een witte dame, onbekend met de marktgebruiken.
Een paar hanen, strak verpakt in een gevlochten mand, ondergaan hun lot, gelaten. Horen niks, zien niks.

Zoek de haan !

Na twee dagen hebben we het verzadigingspunt bereikt. Genoeg blote billen, peniskokers (Big en Smol – breed en smal) scanderende mannen, tamtams en rammelende enkelratels. Met een busje rijden we terug naar de kaduke steiger in Litzlitz, komen deden we in de bak van een truck vol bananen.

Wat nu volgt is de pijnlijke apotheose, de ultieme marteling van onze toch al moe-e spieren. Over de rotsen klauteren naar Jak, valt nog wel mee. Maar dan wacht ons een kletsnatte tocht van meer dan een kwartier richting boot. Tegen wind en golven jakkerend zetten we ons schrap om niet overboord te gaan, daarbij omarm ik de twee rugzakken met kostbare fruitlading.
Steile golfjes spatten in zoute gulpen over ons heen. Jak is een “natte” dinghy, het minste wat je kan zeggen.

Wat later, na een zuinig afspoelen (water sparen) en bij een pintje Tusker, beginnen mijn armen weer enigszins te “leven”. Wij keuvelen wat na.
Op belevenissen als deze kunnen we een hele tijd teren. Zeg maar niks, ik weet het. Wat zijn wij gelukzakken !

 

 

Positie : Port Stanley, Malekula.

Foto's op de blog plaatsen, bij mijn tekstjes, is een nachtmerrie. Het duurt erg lang en vreet behoorlijk wat megabytes .
Foto's in een map plaatsen gaat veel makkelijker.

Daarom deze “Santo in foto's” map.
En omdat elke upload voor 1000 Vatu (8 €) bovenop de 2 Gig aan data, 500 MB gratis oplevert, zit ik hier nu met slaapogen om 5 u aan de laptop (stikgek !?!). Immers, addertje onder het gras, die 500 MB gratis : enkel te gebruiken tussen 0 en 6 uur 's nachts.

Hopelijk neemt er ook iemand de moeite om die foto's te bekijken.

Positie : Port Sandwich.

Deze foto hoort nog bij het vorige tekstje over kinderen met machetes.

En dan vaar je, na zo lang tanden bijten en “wachten” op één plek, voor je het goed en wel beseft, de baai uit richting zee. Een vriendelijk windje en dito zee verwelkomt je. Kan het niet altijd zo zijn?

Gisteren nog wat boodschappen gedaan in Luganville.

Taxichauffeur George, die ons terugbrengt, loopt zelfs mee tot bij onze Jak. Hij kent ons leven. Was zelf zeeman op Koreaanse vissersboten. Geboren is hij op het eiland Ambae, waar de eruptie van de vulkaan een jaar geleden opnieuw duizenden inwoners naar buureilanden Santo en Maewo verdreef. Hij probeert op Santo nog geld te verdienen, terwijl zijn vrouw en kinderen alweer terugkeerden naar hun huisje op Ambae. Ze moet wel, de vulkaan zorgt er voor enorme groenten en knollen. George gebaart met zijn armen alsof hij een enorme voetbal omklemt. Zo groot zijn de zoete aardappelen er en de spinazie blaren, gigantisch.

Ik kom met 5kg bloem extra terug op Jakker. Blij, want slecht meel heeft ervoor gezorgd dat we heel klef brood moesten eten. Dat probleem zal nu wel van de baan zijn.
Maar een ander dient zich aan : gedoe met de gasoven. Er is amper nog een vlammetje.
Tony, mijne man die alles kan, haalt alles uit elkaar. Blaast de gasleiding uit, klopt het roest uit de brander. Enfin, na een uurtje brandt het vuur weer lustig.

In Port Stanley op Malekula aangekomen, ankeren we op een bekend plekje. Toch lijken de koraalblokken (bommies) erg dichtbij. Dat inspecteren we even en ontdekken zo een wel bijzonder mooie koraaltuin compleet met schildpad, rustig liggend op de bodem. Een trevally zwemt met flinke snelheid recht naar mijn gezicht. Schrikken ! (Een vervelende gewoonte van deze vissen, lees ik achteraf). Een enorme zeebaars schrikt dan weer van ons.
De drop-off blijkt ook de moeite. Hier doen we een duik. Hopelijk regent het één van de volgende dagen. Duiken betekent extra waterverbruik om alle spullen af te spoelen.


Dan is er nog een klus. Onder water dit keer. Zink anode vervangen.
Omdat er zich onder water, rond de boot zwakke elektrische stromen voordoen, worden metalen aangevreten. Wij plaatsen zinkanodes dichtbij de bronzen schroef opdat die zich, geheel volgens de tabel van Mendeljev, zouden opofferen voor de dure schroef.
De anode, bijna weggegeten, moet dringend vervangen. Perfect om dit hier te doen, met behulp van de duikuitrusting.

Best moeilijk, al die schroefjes en de twee delen van de anode onder water plaatsen. Als je wat laat vallen, ben je het onherroepelijk kwijt.

En dan vragen jullie zich af : “Wat doen ze toch maar de ganse dag op zo een boot? “

Ankerplek Port Sandwich.

Wandelen ! Nog één van onze geliefkoosde, maar vooral ook noodzakelijke bezigheden. Op onze huidige ankerplek, Port Sandwich stappen we 40 minuten (warm, warm) naar het piepkleine stadje, Lamap, voor brood. Om ons gas (zelf brood bakken) wat te sparen.
De markt stelt niks voor. Gelukkig brengt Madeleine (met haar pikinini) fruit en groenten aan boord.


Nog even langs de kleuterklas van Lamap, de dril van elke ochtend tanden poetsen is net achter de rug, vóór we de terugweg aanvatten.

Halfweg wacht Amendine ons al op. Elke dag heeft ze een verrassing voor ons : pompelmoezen, verse kokosnoten. Ik bedank haar met een doosje theezakjes.
O ja, ze bevestigt wat we al lazen : “Neem “plis” geen verkoelende duik in het water rond jullie boot. In het verleden waren hier zeker vijf shark attacks, omdat men koeien slachtte bij de baai. “

Zouden die haaien er nog steeds zitten ? We zien toch niks !

Veel nieuws valt er van het Jakkerfront niet te melden. We leven ons bootleventje en wachten af ! En meer ga ik daar niet over vertellen.
Goed beschut, gelukkig, in de baai van Palikulo. Onder donkere, dreigende luchten. Af en toe sterke windvlagen met regen. Af en toe een stukje blauw.
Buiten : 3,5 m hoge golven, wind : 25 knopen en meer. Een goed zeeman gaat daar niet tegenin.
Pluspunt van deze baai : in de jungle van het schiereiland lokken prachtige paadjes een vastzittende zeiler om uit zijn kot te komen. Voeg daar een reeks “bunker” ruïnes en oud ijzer van generatoren, rails, gebinten en tanks aan toe en mijn kapitein is altijd tot een wandeling te verleiden.



Ik doe inspiratie op voor een tekstje. De ontmoeting met een vader en zijn drie kinderen (pikinini) zet me aan je wat te vertellen over de machete, hier “bus naef” (bush knife) of “bigfala naef”. Het jongetje (5 j. of zo) zwaait met zo een kapmes bijna even groot als hijzelf. Heel gewoontjes op de eilanden in de Caraïben en Pacific.

Mannen (en vrouwen evenzeer) hebben, in Vanuatu zelfs in de stad, zo een werktuig bij. Een werktuig, ja, en niet, zoals wij dat zien, een wapen.
Als een Zwitsers zakmes voor de Ni-Vanuatu. Alles kan je ermee doen. Je maakt er de weg mee vrij in het bos, graaft er zoete aardappels en yam mee op, je opent een kokosnoot. Een Ni-Vanuatu gaat nooit op pad zonder zijn bus naef. Hij zou zich naakt voelen.

En dus hebben kleine kinderen er ook al eentje, om te oefenen. Want denk maar niet dat je even een tak weghakt. Best moeilijk. Er komt techniek bij kijken. De exacte kap-hoek is 45° en op ¾ vanaf de top van het blad moet je je doel raken.
Of er ongevallen mee gebeuren? Dat komen we niet aan de weet. Een verlegen lachje en de opgetrokken wenkbrauwen van overal in de Pacific is hun antwoord.


Ze graven er ook de kavawortel mee op en zo kom ik naadloos bij het volgende : de kava-bar. Waar men gaat langs Vanuatu wegen , overal komt men kavabars tegen. Kleine, open hutjes met banken en een toog.
Nee, het gaat hier niet om de sprankelende champagne look-alike. Kava (het bruine, peperachtige “afwaswater”) is heel andere koek.
Je hebt nodig : kavawortel, iets om te pletten, een doek en water.
De geplette kavawortel wordt in water geweekt (vroeger gekauwd en uitgespuwd), geroerd en gefilterd door een doek. Drinken maar.

Ze gaan er prat op, hier is de kava veel straffer dan in Fiji want men droogt de wortel niet vooraf. Pas op, drink niet meer dan twee kopjes. Het is een sterke drug : eerst wordt je mond verdoofd, daarna weigeren je benen dienst vervolgens je armen.
Kava is een mannen ding. Vrouwen zijn niet welkom in de bars die rond 17 u openen. Ni-Vanuatu zweren erbij. Je praat makkelijker, wordt er rustig van. Een leuke manier om de dag af te sluiten.
Wij verkiezen een nationaal Tusker biertje.

 

 

 

 

Weinig foto's bij de tekstjes,  dan maar wat meer in een map.  Vanuatu 2.

Boodschappen.

Toch moeten we dichter naar de stad om boodschappen en jerrycans water en mazout makkelijk aan boord te krijgen. We verkassen naar de overkant, bij het Beachfront Resort. Hier kan je een busje nemen naar Luganville, een paar kilometer verderop.
Die ankerplek is goedkoop en af en toe vormt er zich een dorp van jachten, maar ze heeft ook de kwalijke reputatie erg onrustig te zijn vooral bij harde wind. Daar denken we even niet aan.

In ontzettend slecht weer, met veel regen, gaan we op zoek naar nieuwe “huis”batterijen. Ja, uiteindelijk blijken de onze dan toch op sterven na dood. Te vaak geladen en ontladen ?!
Vier keer hossen we, grote plassen ontwijkend, de buiten proporties brede, door het Amerikaanse leger aangelegde, hoofdstraat op en neer. Veel hoop batterijen te kunnen scoren, hebben we niet, moet ik toegeven.

Tot, bij Agricultural Supplies, stel je onze verbazing voor, de perfecte “solar batteries” met de exacte afmetingen, zomaar opgestapeld staan. Drie stuks? No problem. Bij het Beachfront leveren. Makkie.
Op onze tocht met een diepliggende Jak, volgeladen met batterijen, van strand naar Jakker, krijgen we zelfs niet al te veel water over.
Al dat hijsen van die loodzware dingen, in het bootje, uit het bootje, we zien het dan maar als fitnesstraining.

Luganville
is geboren uit het brein van Amerikaanse oorlogsplanners tijdens WOII. Na de aanval op Pearl Harbor bouwden Seabees hier op 20 dagen een airstrip. Later volgden er nog 4 voor bombers en fighters. Onderkomens voor 25000 soldaten in honderden quonset huts (hangaars), twee havens, 4 hospitalen, 40 cinema zalen rezen uit de grond, kortom een enorme basis van waaruit Guadalcanal en Japanse doelen in de Pacific werden aangevallen. Het Segond Channel tussen Aora Island en Luganville bood beschutting aan wel 100 grote schepen.
We proberen ons de garnizoensstad met al de bedrijvigheid voor te stellen.
Vooral de betonwegen hebben het overleefd en een aantal Quonset huts.
We bezoeken het piepkleine museum. Een groots museumproject staat op stapel. www.southpacificwwiimuseum.com


En dan heb je natuurlijk Milllion Dollar Point.

Toen de Condominium regering na de oorlog niet geïnteresseerd bleek het Amerikaanse materiaal te kopen met de idee : ze zullen dat wel voor niks achterlaten, was dit zonder de Amerikanen gerekend, die prompt alles in zee flikkerden. Million Dollar Point.

Gewoon al snorkelend, of wandelend op het rif bij laag water, kan je nu, ruim 70 jaar later, tientallen motoren, trucks, tanks met rupskettingen, kanonnen, heftrucks herkennen. Sommige delen zijn helemaal in het koraal ingebed. Een echt zoekplaatje.
Hallucinant zijn het aantal cola-, bier-, apotheker-, parfumflesjes.

Het pronkstuk van Luganville, de President Coolidge, een tot troepentransportschip omgebouwd passagiersschip dat zonk nadat het op een eigen mijn liep, willen we ook graag zien. Maar zelfs hier heb je het fenomeen van de tientallen duikers die in de rij staan om dit schip van hun bucketlist te kunnen strepen. Pas volgende week zou er een plaatsje zijn voor ons. Ze bekijken het maar, wij blijven hier niet liggen.

Blue Hole.

We verlaten Segond Channel en doen een paar prachtige ankerplekken aan in het zuid-oosten van Santo. In Palikulo, Surunda en Peterson Bay schommelen we veel minder.

We varen met Jak de prachtige Matevulu rivier op. Grillig gevormde bomen, als heksen uit een Disney film, bewaken het water. Nooit gezien : velden waterkers drijven her en der, sieren de oever. En dan verrast het blue hole ons toch nog. Kristalhelder, fris water nodigt uit tot een duik.
We wandelen wat in de omgeving. Je kan aan de vegetatie zien waar een brede landingsbaan voor goed verborgen ligt.

Achter onze boot, op het rif, moet het wrak van een Corsair gevechtsvliegtuig liggen. Als we na wat zoeken een vleugel, een blad van de prop met stermotor en een stuk romp onder zand en koraal ontdekken, voelen we ons echte schattenzoekers.

Een zeilershart is snel blij gemaakt.

Eindelijk is het gelukt. Een eerste reeks foto's van ons bezoek aan Vanuatu staan online.

Slecht internet hier (bij Oyster Island), helaas geen foto's.

 

Lang geleden, in 1606 om precies te zijn, botste de Portugees de Queiros op, daar was hij van overtuigd, het toen door iedere ontdekkingsreiziger gezochte onbekende Zuidland. Hij noemde het dan ook “Terra Australis del Espiritu Santo.” Nu maakt Espiritu Santo, voor de Ni-Vanuatu kortweg Santo, deel uit van Vanuatu, is zelfs het grootste eiland.

Santo wordt onze volgende bestemming.
We bereiken dit eiland na een “wasmachine overtocht” van Bougainville Channel (genoemd naar de beroemde Franse ontdekkingsreiziger) tussen Santo en Malekula. In al dat geweld, we hebben echt moeite om ons overeind te houden, klinkt er een plots een klap en zwiert er opeens een lijn van voor naar achter, van links naar rechts over de hele boot. Hij slingert zich als een liaan rond een want (één van de staalkabels die de mast recht houdt). Slik. Ok, als hij zo blijft hangen. Welk touw is dat ??? O natuurlijk, de kraanlijn: het touw dat belet dat de giek (de boom waar het grootzeil aan vastzit) naar beneden valt als we niet zeilen.
Dat moeten we pas oplossen als we het zeil inrollen bij aankomst, lees : op rustiger water. Nu gaat Tony toch even naar voren om de lijn echt vast te knopen rond het want.

Rijdend op de hoge golven stuiven we doorheen de engte tussen twee eilandjes die de zuidelijke toegang tot de baai van Luganville vormen en meteen wordt het rustiger. Pf, dat hebben we weer overleefd.
Nog meer dan een uur duurt het vóór we aan de boei bij Aore Resort vastmaken.

Binnen hoor ik het water van de sterke stroming in Segond Channel murmelen alsof we nog steeds varen. Stroom en wind vechten op deze plek een eeuwigdurend gevecht om de sterkste uit. Waar Jakker normaal mooi met de neus in de wind ligt, neemt de stroom het hier af en toe over. Resultaat : de (te) lange mooring lijnen eerst slapjes in het water hangend, worden plots weer strak getrokken, naar beneden langsheen Jakkers romp... rond de kiel. Daar zitten ze muurvast en o nee, ze schuren lustig onze nieuwe anti-fouling eraf.

Dat kan Tony, die inmiddels met snorkel in het water ligt, me vertellen. Een kwartier lang maneuvreer ik, gecommandeerd door mijn captain die met zijn hoofd onder water aan het trapje aan de spiegel hangt (kont van de boot), vooruit , achteruit, opzij. Jakker blijft vast in de touwen tot een laatste dot gas, hard achteruit, haar bevrijdt.

Toch niet zo een ideale ankerplek, after all.

 

 

Additional information