Positie : mouillage Baie de l' Orphelinat (Nouméa).

 

Weggewaaid ín Marina Port Moselle. 

Eerlijk, het wordt me allemaal te veel.
Ik kan niet meer volgen. De gebeurtenissen buitelen over elkaar heen.
De internet verbinding faalt na de doortocht van categorie 5 cycloon Niran.
Er is te veel op te ruimen. Altijd bezig, geen rust. 
Achter de laptop gaan zitten schrijven, ik kan het niet. Er zitten een paar onafgewerkte tekstjes in de pipeline, voor later. Eerst dit maar versturen. Het meest recente gebeuren.

8 maart, Internationale Vrouwendag. Voor mij, sinds “mensenheugenis” : Tony's verjaardag. Om 5 u ben ik al in de weer in de kombuis. Een lekker vers broodje, veel meer heb ik niet om hem te verrassen, na onze angstige orkaanbelevenissen.
Het nieuws van 6 u zet meteen een domper op de feestvreugde. Nieuw-Caledonië gaat vannacht, na één jaar, opnieuw in confinement. Hoe is het mogelijk?
Er zijn 9 positieve covid-gevallen ontdekt !
Via de bubbel die NC deelt met Wallis en Futuna (twee kleine Frans overzeese eilandjes) sloop het virus binnen. Omdat er meer Futuna- en Wallisianen ( zeg je dat zo? ) in NC wonen en werken dan op hun eigen eiland, is het heen en weer een druk komen en...vliegen. Ongelooflijk, maar deze mensen ontsnappen aan de ultra strenge quarantaine maatregelen, de strikte tests die alle andere reizigers hier moeten ondergaan.

Confinement, lock down, zoals vorig jaar dus. Enkel noodzakelijke verplaatsingen zijn toegelaten, 1km van huis mag je nog 1 uur gaan wandelen per dag (steeds de correct ingevulde verklaring en identiteitskaart op zak hebben), scholen dicht, evenals horeca en niet-essentiële winkels, watersporten verboden, alle bewegingen van boten op de lagune verboden. Bovendien, dat is nieuw, vanaf zaterdag moeten we verplicht overal een chirurgisch mondmasker dragen.

Leuk verjaardagscadeau voor Tony ! We krijgen dus geen chill-pauze in de mooie Baie Maa, moeten snel terug naar Nouméa vóór de Zuidoost passaatwind (pal tegen) te hard gaat waaien, zo rond 10 u.
We wilden nog gaan wandelen hier.
Verwonderd, de frisse, alles overheersende “eucalyptusachtige” geur van miljoenen uitdrogende blaadjes nog wat langer inademen.
De enorme ravage van kapotte bomen op het strand, die we door de verrekijker kunnen waarnemen, van dichtbij bekijken.
Helaas, kan niet. We moeten terug.

Alles stopt hier. Jullie in België kennen dat. Wij waren het al vergeten.
In Nouméa aangekomen, besluiten we de kat uit de boom te kijken. Zoals elke goeie zeiler kunnen we lang overleven vóór echt alles opgegeten is. We willen zeker niet in de enorme files gaan staan voor de supermarkten. Ook hier doen ze het weer : vechten om toiletpapier, pasta en rijst.

 

Place des Cocotiers .

Majestueuze bomen volledig verdord.

De "frisgroene" struiken vóór het marina kantoor. 

We gaan wel nog even wandelen. Zien de schade door orkaan Niran aangericht aan bomen en planten overal in de stad. Omgevallen bomen en takken. Amper nog groene blaadjes, alles doods bruin alsof er vlakbij een gigantisch vuur brandde.
Nee, de blaadjes zijn niet weggewaaid, ze hangen bruin en dor nog aan de takken. Enkel palmen en koloniale pijnbomen ontsnappen eraan.
Ik zoek dit fenomeen op.
Blijkbaar heeft de enorme witte, zoute nevel (zeewater tientallen meters hoog in de lucht geblazen) die de ganse stad omhulde alle blaadjes in een oogwenk gedood. Net nu alles eindelijk ongewoon groen was door de zware regen van de laatste maanden.
Ook op de heuvels overal in Nieuw-Caledonië zie je grote “verbrande” stroken waar de zoute wind het hardst raasde.
Vreemd fenomeen. Ik lees dat men na zware orkanen in de Carieb, waar alles nog veel tropisch groener is, dit bruine landschap vanuit de ruimte kan waarnemen.

De volgende twee weken moeten we ons dus bezig houden aan boord. Geen probleem. Klussen zijn er genoeg. Ons dek ligt nog altijd vol vieze touwen, blaadjes, takjes overal.
En ik kan eindelijk werk maken van de beloofde, achterop geraakte, dramatische verslagjes.

Ook deze heuvel was prachtig groen. De flamboyant op de voorgrond, grijs nu. 


Positie : Baie Papaye.

De Bora Bora kleurtjes zijn teruggekeerd in de lagune en onze genua staat weer mooi rond de voorstag. 

De "staart" van ons orkaanverhaal, daar zou ik je nog van vertellen. 

De dag na onze belevenissen in de mangroven, hijs ik Tony in de mast. Tussen haakjes : het lukt ons nog steeds, al worden we toch elke dag wat minder sterk. Vierhonderd toeren met de winch hendel later is captain boven en kan hij de schade vaststellen, dat was de bedoeling. Hij kan meteen zien dat de genuaval (het touw waarmee je het voorzeil omhoog trekt) boven aan het oog gebroken is. Een nieuwe knoop lost dit probleem alvast op. Maar er is iets veel ergers aan de hand : één van de 19 staaldraden die samen de voorstag vormen, is gebroken. De voorstag is de staalkabel (gespannen van top mast tot voorkant boot) die vooraan de mast overeind houdt.
Deze voorstag moet vervangen, want als één draad breekt, zullen er anderen volgen. Het geheel wordt totaal onbetrouwbaar.
Varen kunnen we nog wel, op rustig water; zonder te zeilen (te veel druk op de mast), op motor. Doen we dus zo.

Als alle touwen gedroogd en opgeborgen zijn, de ankerbak helemaal schoon gespoeld, kunnen we vertrekken. Die ankerbak, in het voorste punt van de boot, waar de ankerketting in wegzakt als het anker boven is, orkaan Lucas toverde die ankerbak om tot modderbak. Voor de helft gevuld met rode modder, blaadjes, takjes en keitjes.
De verstopte afvoergaatjes open krijgen, lukt niet zomaar. Zelfs de lange arm van Tony blijkt nog iets te kort. Plat op zijn buik, met zijn ribben pijnlijk drukkend op de ankerlier, kan hij pokend met een kabelbinder de verstopping open krijgen. Met honderden emmers zout water spoelen we de vieze boel schoon. Kruipt aardig in je rug, dat omhoog hijsen van telkens 10 liter water, 2 m omhoog, over de zeereling heen.

Zonder verdere ongelukken, komen we, zondagavond, op ons bekende ankerplekje in Baie de l' Orphelinat aan. Zo ver zijn we al. Morgen zien we wel of we het zeil naar beneden krijgen. Ons biertje in de kuip smaakt. Ik mijmer over de naam : “Weeshuis baai” . Hier ontscheepten de meisjes-wezen die van Frankrijk naar dit onmogelijk ver, vreemd land werden gedeporteerd (eind 19de, begin 20ste eeuw) om te trouwen met kolonisten en ex-bajesklanten. In Nieuw-Caledonië was er immers een schrijnend gebrek aan huwbare vrouwen. Stel je hun lot voor !

Maandagochtend hebben we minder geluk, meer brokken. Om 5u30, nog geen wind, halen we het voorzeil naar beneden. Eerst uitrollen maar.
Amper twee slagen de genua ontrold, breekt de voorstag helemaal en hangt het profiel met stag en zeil er paraplu bij. Met handen en armen ontrollen we samen het zware doek, het toer na toer, als een reusachtig verband rond de voorstag afwikkelend.
Het valt daarna gewoon vanzelf naar beneden. Dank je, zwaartekracht.
Het profiel met voorstag binnenin, blijft in een boog hangen tegen de hoogste zaling. Toch nog een beetje geluk. De spinnakerval die steeds vooraan is vastgemaakt en doorgezet, als reserve stag, doet zijn werk : mee de mast overeind houden.

In Baie de l'Orphelinat , de gebogen lijn is de gebroken voorstag. 

Zo snel als kan, varen we de marina binnen naar rustiger water. Voor noodgevallen krijg je altijd wel een plekje toegewezen.
In de voorhaven maken ferries, pilot- en andere motorboten hogere golven dan op een zware zee. Daar kunnen we niet blijven.

Georges, “le gréeur”, ons door vriend Olivier aangeraden, komt meteen een schatting maken van het te verrichten werk. Hij verklaart wat wij reeds vermoedden. De gedeeltelijk gebroken voorstag hebben we de genadeslag gegeven toen we de genua wilden ontrollen en dus in de andere richting draaiden. Het kon helaas niet anders.

Als huiswerk zocht ik gisteren mijn 30 jaar oude boekje met scheepstermen in diverse talen. Resultaat, een lijstje Franse woorden over le gréement (het want) in mijn hoofd. De voorstag is l'étai, de val la drisse en ga zo maar verder. Zo leer je nog eens wat !

De volgende dag halen ze in een uurtje de voorstag naar beneden, meten de exacte lengte op. Georges, met de tengere bouw van geboren Vietnamees, hijst zichzelf met handen, armen en niet te vergeten, tenen, als een circusartiest, zonder probleem tot de eerste zaling en verder tot de top. Zijn collega hoeft enkel de veiligheidslijn gespannen te houden. Later vertelt Georges ons dat ze vroeger wedstrijdjes hielden : voor het eerst bovenin de mast. Zijn record : in 10 sec bovenin een 16 m hoge mast.

 

Georges, de circusartiest.

  

Georges verdwijnt helemaal in de ankerbak  om de voorstag met genua oproller los te maken. 

Hij zal nu aan het werk gaan. Nieuwe kabel bestellen, een Norseman terminal (waarvoor je geen speciale persmachine nodig hebt) zoeken, de kabel aan één kant persen.
Wij hebben ook ons werk : het profiel, dat opgebouwd is uit stukken van 2 m, losmaken. Aan de kleine schroefjes, vast gecorrodeerd als de pest, gieten we azijn, spuiten WD 40. Met nog wat hocus pocus kan Tony met een linkse tap en bunzenbrander ze allemaal los krijgen. We lenen de auto van Olivier en kopen in Ducos bij Monsieur Boulon (what's in a name !) een flink aantal nieuwe schroefjes.
Je bent nooit in Nouméa geweest als je het toverwoord “Ducos” niet kent. Ducos is de regio, van groot Nouméa, waar letterlijk alles te koop is voor huis, tuin, auto, boot, industrie. Wij vragen al lang niet meer : “Waar kan je dit kopen?” Kennen het antwoord al ! In Ducos .
Alleen, Ducos is niet op wandelafstand, altijd moeten we trachten voor een paar uurtjes ergens een auto te bietsen.

Als de mannen, een week later, met de nieuwe voorstag verschijnen, is die er in no time ingeschoven. Voorstag op lengte slijpen, de Norseman aan de andere kant vastmaken en het hele profiel naar boven hijsen, gaat allemaal erg vlot en professioneel. Nog even de volledig ontspannen wanten weer op de juiste spanning zetten. Klaar. Net vóór een fikse regenbui alles kletsnat achterlaat. Georges weet van wanten, dat is duidelijk.

De voorstag wordt op de steiger gelegd. 

Het oude gebroken uiteinde...

...de nieuwe voorstag in het profiel geschoven. 

Stag met oproller moet weer in de ankerbak vastgemaakt. 

Nu we toch in de marina liggen, spuiten we de laatste blaadjes, takjes en opgedroogde modder van dek en brengen in alle vroegte een nieuwe laag teak sealer aan. Tony doet het onderhoud van ons Yamaha motortje en we mogen nog een keer de Dacia van Olivier lenen om inkopen te doen bij Géant Casino.
Even de benen strekken, is ook wat makkelijker nu. Je stapt gewoon op de steiger en vertrekt. De twee wrakken aan de andere kant van de grote haven zijn een interessant doel voor onze wandeling. Hun schippers, we komen ze telkens opnieuw tegen op de schaarse ankerplekken vóór de marina, meerden bij storm Lucas af aan wat later de “lage wal” zou blijken. Tijdens de vorige storm lag je hier bij het Musée Maritime met westenwind goed beschut. Lucas echter zorgde voor enorme golven en veel wind die recht uit het zuiden de Petite Rade binnenrolden. De twee jachten eindigden lek geslagen en gezonken tegen de kade.
Voor ons twee concurrenten minder in de strijd om een mooi ankerplekje in Baie de l' Orphelinat. Maar op deze manier hoefde het zeker niet.

Yamaha dokter aan het werk. 

Twee onfortuinlijke collega's.

Het werk is klaar, alles betaald, wij kunnen weer gaan spelevaren ! Groot is onze verbazing als we bij Ilot Maître ook weer een wrak aantreffen. Pas een week geleden met harde westenwind van zijn boei geslaan en op het rif geëindigd. Westenwind, volledig tegengesteld aan de altijd waaiende zuid-oost passaat (een reverse ! ) daar huivert elke zeiler in NC en de hele Pacific (en Carieb) voor.
Onmiddellijk anker op gaan en één van de spaarzame, beschutte baaien opzoeken is de enige oplossing. Deze beginneling moest zwaar betalen voor zijn onwetendheid . 

(Lees verder onder foto).

Links de huisjes van het Hilton resort ,rechts, boven het achtereinde , de mast van Jakker.

BREAKING NEWS.
Onze dochter, Karen (nog een telg uit ons gezin door de reis-zeilmicrobe besmet) en haar partner, Jean-Marc, kochten een boot in volle covid tijd. Ze proberen hun Blowing Bubbles klaar te maken voor vertrek in mei. Volg hen op www.blowingbubbles.eu 

Zoon Bert en zijn gezin overleefden een zware overtocht. Lees hun verhaal op www.temanua-zeilt.be

 

 

Positie : Port Moselle (steiger A 32).

 

Stilte nà de storm.

Een gevoel van diepe opluchting neemt bezit van ons. Het is nog een keer goed afgelopen. Het beest, tropische cycloon Luca, trok woensdag over ons heen en liet onze boot onbeschadigd achter.
Wijzelf komen iets minder gehavend uit de strijd. Beurse spieren van het sleuren met de zware touwen en ankers, van het samenknijpen van onze billen, van het spannen van onze kaken. Hoofdpijn van de stress. Evenwel niks dat niet met slaap en rust opgelost kan worden.

Als Météo France Nouvelle-Calédonie de overtocht van tropische cycloon Lucas ergens tussen woensdagochtend en late namiddag vastpint, zijn we al op pad. Met onze aankomst op de rivier Katiramona bij Port Laguerre op maandagmiddag zitten we ruim op schema. Het springtij zorgt voor de hoogste rijzing van de volgende twee weken. Bij half tij moet er overal voldoende water staan om onze 2 m diepe kiel veilig te laten passeren (het stuk met minste diepte is 1,5m , er is een totale rijzing van 1,15 m). Dat hebben we een paar maanden geleden uitgetest.
Voor het gedeelte nog verder de rivier op hebben we een “track” van vriend Olivier.
Maar daar, in de bocht, gaat het mis. Plots geeft de dieptemeter 1,9 – 1,8 -1,7 m aan. Je kan het nauwelijks voelen, zo zacht, maar we zitten vast in de modder. Boten, vooral catamarans en monohulls met weinig diepgang, varen ons voorbij richting de smalle kreek verder stroomopwaarts. Dit is niet voor ons weggelegd. Toch te ondiep.

Het begint al goed, we zitten een eerste keer vast in de modder.

De ingaande sterke stroom duwt Jakker dwars en steeds verder naar de mangrove struiken. Dit begint al goed. Hier willen we niet zijn.
Pas als we de genua uitrollen, slagen we erin met de door de dwarswind hellende boot en flink wat gas, uit de modder en tegen de stroom in weg te komen. Terug naar af, ankeren we in de grote baai bij de ingang van Port Laguerre, waar we vandaan komen. Eerst maar eens een nieuw “plan de campagne” opstellen vooraleer we weer een poging wagen. Evenwel op de rivier daar moeten we zeker zijn.

We proberen nog het voorzeil af te halen. We zagen op onze reis al te vele onvrijwillig uitgerolde voorzeilen tot lange, smalle reepjes kapotgewaaid.
Het lukt ons echter niet, plotse windvlagen zijn veel sterker dan wijzelf.
We geven het op, krijgen de genua amper terug ingerold, forceren wellicht één en ander, horen een droge knal, vóór hij plots toch oprolt (dit krijgt later nog een serieuze staart! Even onthouden.).

Bij de aankomst van een orkaan begint het dagen op voorhand al hard te waaien, wolken pakken samen, het wordt erg grijs en regent flink. Dat maakt het voorbereiden er niet prettiger op.
Dinsdagochtend zodra het tij het toelaat (rond 10 u) gaan we opnieuw op pad. Wij, “bleutjes”, sluiten aan in het treintje van geroutineerde “mangroven schuilers”, die allemaal dezelfde route varen. Achter elkaar, meer ruimte is er niet.
Dit keer stoppen we vóór we het echt ondiepe gedeelte bereiken.
Met de sterke stroming op de kont kunnen we onmogelijk ankeren. We zouden meteen over het anker heen geduwd worden. Het zou zich niet kunnen ingraven.
Eerst omdraaien dus. Makkelijk gezegd. De slang van boten blijft achterop komen. We wachten het juiste moment af.
Als je terugdraait met de boeg in de stroom kom je op een moment dwars te liggen, het sturen wordt heel moeilijk. De stroom wil je boot gewoon zo dwars voortduwen. Maar Tony, geroutineerde stuurman, brengt Jakker met veel motorgeweld met de kop in de stroom. Snel anker uit in het midden van de rivier.
Geslaagd, we hangen vast achter het anker, in het midden van de 100 m brede rivier. Evenwijdig met de mangrovenbosjes (wat mangroven precies zijn, zoek je zelf maar even op) aan beide kanten. Eerste deel ok.

Volgende opdracht : zoveel mogelijk touwen vastmaken aan de mangroven stammen en wortels en Jakker in die richting trekken, weg van het midden van de rivier. De dure 70 m lange “aussières” die we vorig jaar verplicht moesten aanschaffen, komen nu goed van pas. Tony neemt in Jak het eind van zo een touw mee. Stuurt recht in de wortels. Moeilijk , de stroom sleurt hem gewoon mee, het motortje haakt achter takken en het touw trekt naar beneden, meegenomen door de stroming, zo hard dat het touw hevig trilt. Maak dan maar eens een stevige knoop ! De operatie lukt en zo hangen we weldra aan 5 touwen.

De 70 m lange aussières komen goed van pas.

Touwen vastgemaakt aan de mangrove stammen.


Achter en dwars van Jakker zet Tony een anker uit, met ketting. Ook niet makkelijk . De stroom zet hem weg zodra hij gas mindert, gauw anker, ketting en touw overboord. Maar zo komen de ankers toch niet precies terecht waar je ze hebben wil. Pech.
Later zal blijken dat de beide ankers loskomen en haast geen nut meer hebben.
We hebben nog een lange aussière maar zolang er boten langsvaren kunnen we die niet gaan vastmaken aan de verre overkant, onze bakboordkant. We zetten alles in op ons (loskomend) anker.
Pas als het bijna donker is , zien we onze achterburen nog bakboord lijnen vastmaken 100m ver aan de andere kant. Wij kunnen nu niks meer doen. We sjorden Jak vast aan dek. Overbodig, zal achteraf blijken.

Ik denk terug aan Fiji, hoor de havenmeester nog zeggen : “Geen touw mag ongebruikt aan boord blijven ! “ Die aussière ?!
We halen de bimini weg en controleren het dek. Klaar. De avond verloopt zoals gewoonlijk. We kijken een serie en gaan slapen. Het regende al van 's middags, nu giet het.

Om 2 u zijn we plots allebei klaar wakker. De wind fluit door het want. De stroming duwt de kont met de zonnepanelen in de struiken. De touwen kraken vervaarlijk. Het stortregent.
We móeten even poolshoogte nemen. Jas en lange broek aan tegen de muggen en naar buiten. Het goede nieuws : ons vooranker zit diep ingegraven. We trekken de ankerketting bij, lossen hier een touw, trekken er daar eentje aan. Liggen nu wat meer evenwijdig met de oever.
Zo móet het gaan. Wat later liggen we potvast met de voet van onze kiel een halve meter in de modder. Dat geeft toch een beter gevoel.
Klaar wakker drinken we nog een kop koffie...om beter te slapen ?
Nee, daar komt toch weinig van in huis.
Ergens in de ochtend komen we weer los van de bodem en drijven meteen richting mangroven. Als ik mijn hand door het raampje zou steken, zou ik zo de struiken kunnen aanraken.

 

Het water staat hoog tussen de mangroven wortels. Ik kan de takken haast aanraken vanuit het raampje in de salon.

Ons bakboord anker hangt slapjes in de dunne modder. Dit moest ons uít de struiken houden. Niet dus !
We hellen vervaarlijk over in de rukken, ons want en de zonnepanelen in de bovenste takken.
Zo gaat dat maar verder. Ik ben dankbaar voor elke adempauze, hoe kort van duur ook.
We balanceren zenuwslopend lang tussen hoop, als de wind even wat bedaart, en wanhoop, als er weer een aantal felle rukken elkaar opvolgen. Het krijsende lawaai is, onuitstaanbaar, de boot lijkt met kleine rukjes op te springen op de wind. We zeggen niet veel. Kijken elkaar veel betekend bang aan. Ik schrijf berichtjes op whatsapp en facebook, stel mensen hier en aan de andere kant van de wereld gerust. Realiseer me dat dit plots kan stoppen. Op de radio horen we immers dat de elektriciteit in bepaalde delen van Nieuw-Caledonië is uitgevallen, idem dito voor vaste en mobiele telefoon, wegen zijn overstroomd. Wij zijn zuinig met stroom, de zonnepanelen geven bijna niks nu.


Even een adempauze, de rivier staat al erg hoog en kijk eens naar die kleur. 


Woensdagnamiddag, na een aantal ondraaglijk harde windvlagen waarvan je denkt, kan het nu nóg harder, is het plots oorverdovend stil. Wij houden onze adem in.
Maar echt ! Lucas lijkt voorbij geraasd. Af en toe steekt er nog een windvlaag op, best hard, maar voor ons nu “een briesje”. Hoe hard het tijdens de orkaan waaide, zullen we wel nooit precies weten. Onze meter stond uit. Men spreekt van 50-60kn. 120Km/u.

We zakken weer zachtjes in de modder. Jakker ligt stil, we horen het prachtige geluid van tropische vogels, kunnen op beide oren slapen. De muggen blijven buiten.
Bij het krieken van de dag beginnen de wolken open te breken, het “stoomt” op de rivier, bruin water haast zich naar buiten, naar de lagune. Die zal voorlopig niet meer azuurblauw blinken.

Alles losmaken valt wel mee. Tony balanceert op de wortels van de mangroven, krabbetjes, met het meest prachtige fluo-blauwe rugschild, haasten zich weg. In de ketting van het bakboord anker zit een grote wortel-takkenbos vast. Als we die eindelijk losgemaakt hebben, langszij de boot, blijven grote, onmogelijk te verwijderen, bruinrode vlekken over. De enige getuigen van ons verblijf op de rivier. Dan reken ik even de kevertjes, miertjes, ontelbare blaadjes en takjes en de kleine gekko niet mee.

Rond de middag, het lijkt alsof er een sirene afging, zet de slang van boten zich in beweging. Het wordt een race “weg van de rivier”.
We laten ons anker net buiten de ingang van de baai Port Laguerre vallen. Het poetsen en opruimen kan beginnen.
Jakker heeft de orkaan doorstaan !

 

Takkenbos in onze ankerketting en tegen de romp.

Touwen terug losmaken.



Op een rijtje weer uit de rivier.

 

 

 

All well on board Jakker.
We survived TC Lucas in the mangroves of the Katiramona river (Port Laguerre -Païta) without damage.
It was a scary experience but also a lesson learned : how to moor your boat on a river in the mangroves.
We thank the trees and bushes that protected us with their gentle branches and roots.

 

Alles ok aan boord van Jakker. 
We overleefde cycloon Lucas in de mangroven van de Katiramona rivier (Port Laguerre - Païta) zonder schade. 
Een "bangelijke" ervaring , maar we leerden ons lesje : hoe hang je je boot vast in de mangroven. 
Bomen en struiken van de rivier , we danken jullie voor de zachte behandeling/bescherming van Jakker. 

Een langer artikel volgt. Zo veel te doen ! 

 

 

Positie : Îlot Maître .

Va'a training rond Jakker. 


Jean-Marie Tjibaou.
Van zodra je Nieuw-Caledonië bezoekt en je wat over de historie leest, duikt die naam op. Een naam die blijft hangen. Tjibaou, ooit burgemeester van Hienghène, bekende leider van de “indépendantistes” van het FLNKS in de woelige jaren zeventig en tachtig. Voor de enen een heilige, een martelaar, voor anderen veel te mild. De man van de “Akkoorden van Matignon” (1988). Akkoorden tussen indépendantistes en loyalisten (Frankrijk getrouwen) die voor de broodnodige rust en vrede zorgden in het toen door bloedige moorden, rellen en opstanden geteisterde land.
In 1989 werd hij, samen met zijn rechterhand Yeiwéné Yeiwéné, vermoord door een Kanak die het duidelijk niet eens was met zijn politiek. Dit gebeurde uitgerekend op de éénjarige herdenking van de 19 doden van Ouvéa. 19 Kanaken die stierven tijdens de bevrijdingsactie van door hen in grotten gegijzelde gendarmes.
Tjibaou wilde de Kanaken meer bewust maken van hun eigen cultuur, kunst en tradities. Was van plan een grootst cultureel centrum op te richten voor dat doel.
Na zijn dood heeft het stadsbestuur daar werk van gemaakt.

Vandaag wandelen wij rond in dat wel erg speciale gebouwencomplex van “Le Centre Culturel Tjibaou,” ontworpen door de Italiaanse architect, Renzo Piano ( bekend van dat andere ontwerp : het centre Pompidou) . Italiaan maar hij laat zich inspireren door de grote Kanaky symbolen. Het centrum is opgebouwd rond 10 traditionele “cases”, typische Kanaken huizen, in symbiose met de natuur van het schiereiland Tia, even buiten Nouméa.

Cultureel centrum Tjibaou.

Je hebt het al door. We zijn weer in de stad. De trein van depressies , de harde wind, hoge golven dwingen ons naar de betrekkelijke veiligheid en rust op anker in Baie de 'l Orphelinat. Al zitten we soms opgesloten aan boord.

Bij de minste weersverbetering kan je ons in Baie des Citrons vinden. De place to be voor de inwoners van Nouméa. Kinderen spelen in het zand, sportieve volwassenen (zo zijn er nogal wat in Nouméa) joggen er, doen hun turnoefeningen of trekken baantjes (als er geen “alarme requin” is !).


We wagen ons zelfs aan een Tahiti Night in MV Lounge en wanen ons terug in Moorea.

Polynesische danseressen komen aan. 


Ook de mannen en vrouwen met hun va'a die elke ochtend en avond rond onze boot trainen, herinneren ons aan Frans-Polynesië. De grote, hierheen geïmmigreerde, groep Polynesiërs van vooral Wallis en Futuna brachten hun geliefkoosde sport mee.

Ben je nog geïnteresseerd in onze laatste waarnemingen onder water ?
We zagen :
– een zebra haai. Vreemde naam voor een haai met luipaardtekening. Hij heeft die zebrastrepen enkel als hij jong is.
– een 2 m grote zeebaars onder onze boot
– twee enorme roggen nieuwsgierig rond ons fladder-zwemmen, bij slecht zicht en in door hoge golven erg onrustig water. Tony lacht me uit, maar ik wil het graag weten : waren het koestaart roggen of gespikkelde waaierstaart-pijlstaartroggen ?

 


Rustende zebra haai. 


Het recente lijstje van dingen die de geest gaven aan boord :
– de batterij van onze Dyson stofzuiger
– de Pactor Modem om emails te sturen met de HF radio
– een Blue Tooth luidsprekertje.
Tenslotte lekt de zoutwaterpomp van de motor en de antifouling onder de boot heeft het opgegeven. Steeds vaker moeten we onze “onderwater-zoo” eraf krabben.

Voor het overige : all well on board !  Tenminste als we  niet te veel van dit weer voorgeschoteld krijgen.  Misschien bij de volgende depressie ?! 

 

 

 

Positie : Ile Uéré.

Gorgonen.

 Het is zomer in Nieuw-Caledonië. Het is heet. Ook het water is een stuk warmer. Plots hoeven we helemaal geen shorty meer aan om te snorkelen. We moeten ook niks “overwinnen” of moed verzamelen om in dat koude water te springen.
Integendeel. Minstens een paar keer per dag zwemmen we in ons blootje rond de boot, de beste oplossing om snel af te koelen. Omdat het ook vaak onweert, met flinke tropische plensbuien (die via slangen in onze watertanks terechtkomen), is er nu op Jakker aan (douche) water absoluut geen gebrek.
Hebben we dat aan La Niña te danken? Het zal wel.
Vorig jaar brandden, zoals in Australië, rond deze tijd, grote, bosrijke gedeelten van Le Caillou (Nieuw-Caledonië) dagen na mekaar. Het vuur doven bleek een hele klus.
Nu stralen de heuvels in de verte je frisgroen tegemoet.
Keerzijde van de medaille : in het noorden en oosten zijn stadjes afgesloten van de buitenwereld, niet te bereiken, doorgaande wegen overstroomd.


Berichten over erg onaangenaam, koud weer thuis, zware sneeuwval in Spanje, felle koude in Portugal bereiken ons. Ik heb met jullie te doen maar hier, bij jullie tegenvoeters, is het zomer. Bovendien tot half februari “grote vakantie” . Daar krijgen ook wij een vakantiegevoel bij. Alweer. Vooral op deze bestemming : het kalksteen-grotteneiland Ile Moro.
De onderwaterwereld aan de zuidkant van dit eiland kennen we nog niet. De houle (zee deining) en de wind gaan er steeds ongenadig ruw te keer. Nu even niet.
Christel vertelde ons van deze “verplichte” snorkeltrip. Ik vroeg nog : “Waar precies ? “
Wist ik veel dat die pracht zich langs de ganse zuidzijde van het eiland uitstrekt. Minstens een halve kilometer.
Waw. Onderwatertuin. Wilde koraaltuin. Hoe noem je dit?
Een wilde rotstuin, misschien. Heel veel kleuren, lage, dichte struikjes. Groen overheerst, maar er is ook diepblauw en fluo paars.



Kerstdag heeft een verrassing in petto. Als we de bocht nemen bij Ile Ndukue dobbert er al een boot. Een witte boot, met veel rode “accenten” . De Touché Rouge, vrienden van vrienden. Didier ziet in onze komst een teken. Nu móet hij de grote langouste die hij weet “wonen”, wel gaan schieten.
Maar dit prachtig beestje opeten? Erg jammer.
Lekker smaakt hij wel. Nee, niet op de BBQ, die hebben we niet. Chefkok Didier weet precies hoe je dat..euh..varkentje wast.


Florence en Didier moeten na het weekend terug aan het werk. Wij zeilen elke dag een stukje verder, zwemmen veel en ontdekken nog steeds nieuwe snorkel-koraalriffen.
De enkele rifhaai die we zien, vormt voor ons geen gevaar.
Toch voelen we ons niet meer zo op ons gemak als voorheen. Er is hier veel te doen rond de aanvallen van haaien.
In de omgeving van Nouméa en ook bij eilandjes in de lagune vielen tijgerhaaien mensen aan. Vorig jaar verdween een windsurfer nadat een haai in zijn nabijheid werd gezien. Men vond enkel zijn, nog gesloten, trapeze-harnas terug ! Ook snorkelaars blijken een dankbare prooi. Vaak worden ze in de bil gebeten, zoals de vrouw die met een research-team werkte dichtbij het rif.
Onlangs sloot de stad een paar populaire stranden omdat er haaien opgemerkt zijn.
Wij nemen ons voor goed om ons heen te kijken tijdens het snorkelen.

Nee, geen tijgerhaai, dit is een wit punt rifhaai.

Waakzaam (vigilant) moeten we ook blijven voor het weer. Met al die depressies die ons deel zijn, draait de wind soms plots west. Naar beschutting tegen die wind moet je echt op zoek. Die plekjes kan je op één hand tellen.

Dan heb ik het nog niet over de orkaandreiging. Als aanvulling op de onvolprezen weervoorspeller www.windy.com, haal ik dagelijks via de HF radio ook nog andere gribfiles voor ons gebied binnen. Daar kan ik de evolutie voor de volgende 16(!) dagen zien, volgens het Amerikaanse computermodel GFS. Vaak is dat model het totaal oneens met het meer betrouwbaar Europees model ECMWF , maar je krijgt toch een idee.
Eind januari zal de kans op orkanen fors toenemen, dat staat vast.
Dan komt het “treintje” van de MJO terug in onze contreien.
Probeer ik dit even simplistisch voor te stellen ? De Madden-Julian Oscillation (MJO) is een patroon, een soort samenspel tussen circulatie in de atmosfeer en tropische diepe convectie. De heren Madden en Julian hebben dit patroon herkend en uitgevogeld. Het patroon beweegt zich, daarom noem ik het een treintje, van west naar oost boven de tropische gebieden rond de aarde, aan een snelheid van 9-18 mijl per uur. Het patroon laat zich vooral boven de Indische en de Stille Oceaan gelden. Belangrijk : tropische cyclonen liften mee met dit treintje, dat hun de ideale brandstof voor hun motor levert.
Concreet : om de 30 tot 60 dagen kan je dat treintje weer boven je boot verwachten.
Het vorige MJO treintje bracht super cycloon cat 5 Yasa naar Vanuatu en Fiji.
Wij kijken dus met een bang hartje naar eind januari – begin februari, hopen aan een orkaan te ontsnappen. Want wat zeggen de Frank Debooseres van deze kant van de wereld : La Niña zou voor meer orkanen kunnen zorgen.
Wordt het je allemaal te veel, te technisch ? Vergeet dat laatste dan maar.
Maar voor ons is het wel de harde realiteit.
Duimen maar.

Toemaatje. Een prachtig gecamoufleerde sepia. Compleet met stekeltjes, om in de omgeving op te gaan. 

 

 

 

 

Soms heb je geen zin om tekst te lezen. Kijk daarom naar mijn eerste fotomapje van Nieuw-Caledonië.

 

Additional information