Gaat de tijd in Vlaanderen sneller? Of komt het doordat we zoveel willen doen , zoveel mensen willen ontmoeten?
Bijna dagelijks neem ik me voor wat te vertellen over ons verblijf hier en hup zijn we een week verder zonder dat ik iets “op papier” kreeg.
Met nog twee weken te gaan, kan ik je nu al vertellen dat we het reuze naar onze zin hadden. We brachten veel tijd door met de kinderen en kleinkinderen.

Ontelbaar zijn de puzzles die ik samen met de bengels maakte. Zoveel verhaaltjes vertelde ik nog nooit. Tekeningen zat om mee naar Jakker te nemen. Wij kunnen hun gedateerde “one-liners” en speciale woordjes (ruim een jaar oud) in de prullenmand gooien. Hun repertoire is geupdate, zoals Bert zo mooi vaststelde. Een leuk voorbeeldje : “e'lekkere'triciteit”.

We hadden de familiereünie met meer dan 40 mensen, groot en klein. We zagen vriendinnen, vrienden terug. Zelfs onze zeilvrienden van de ex-Nautilus brachten we een onvergetelijk bezoekje.
We gingen met Karen indoor duiken in TODI op de “be-mine” site. We zeilden in Zeeland met Bert en zijn gezin in hun nieuw aangeschafte boot.

We werden een beetje “niet goed” van het overaanbod in de supermarkten en bij uitbreiding in alle winkels, die er naar ons gevoel allen, totaal onnodig, uitzien als paleizen.

We hebben het vreselijk koud gehad maar maakten ook, voor het eerst sinds zeven jaar, de intocht van de lente mee. Eindelijk kwam er wat kleur in het landschap en werd het even echt warm tenminste als je een tegen de wind beschut plekje kon vinden.
Maar, geef nu zelf toe, het is toch meestal erg donker en grauw in dit kouwe kikkerlandje. Wat krijgen we heimwee naar de uitbundige kleuren, het felle licht, de weidsheid van het water. De hitte nemen we er dan wel bij.
Ik weet nu al : de laatste twee weken zullen vast omvliegen en aan het afscheid nemen durf ik helemaal nog niet te denken.

 

  

Opgeruimd staat netjes. Ik heb nog snel de laatste foto's in een mapje gestoken. Voor degenen die de Fiji foto's nog niet beu zijn.

De ventilatoren aan boord draaien overuren. Het is heet en, veel erger, het is vochtig. Zelfs als je niks doet, ben je constant plakkerig nat. Maar niet klagen, we moeten er tegenaan. Alles voorbereiden want we vliegen naar huis volgende week. Jij denkt : Nou en ?! Inpakken, klaar. Had je gedacht.
En wat dan met Jakker? Zij moet hier achterblijven en liefst goed “verzorgd”, dat eist de verzekering. Op zoek naar een cycloon-veilige haven komen we terecht bij Vuda Marina (zeg Vunda). Vorige woensdag voeren we binnen. Amper 5 mijl van Port Denarau waren we er in een uurtje. Een nauwe ingang, een bocht naar links en dan beland je in een ronde kom waar de boten mooi in een kringetje met boeg of kont naar de kant netjes naast elkaar vastgemaakt liggen. Voor en achteraan worden onze touwen aangepakt, alles netjes geregeld. Er is geen drijvende steiger, enkel een soort schavotje, om van je boot af te stappen. We bewegen meer dan anderhalve meter met het getij omhoog en omlaag, je kan je de halsbrekende toeren voorstellen die we af en toe moeten uithalen om van boord te stappen. Zo blijven we jong, zeker.




Maart en april zijn nog cycloonmaanden. We moeten dus in cycloonmodus lees zo min mogelijk spullen aan dek, vele zware lijnen en kettingen uitzetten, stootwillen onder de boot door vastmaken.
De zware genua, buitenboordmotor van Jak, de duikflessen, diesel jerrycans, bimini, buiskap, alles verdwijnt in de bakboord achterkajuit. We hellen merkbaar over naar die kant.
Tony haalt de windrichting-aanwijzer uit de mast naar beneden. Als die bij harde wind kapot waait, hebben we een probleem. Hier kan je geen nieuwe kopen.
Tony wil ook nog snel een nieuwe band rondom onze Jak plakken en het opklapbankje in de kuip maken.
Ik zoek in onze klerenvoorraad een paar toonbare winterspullen. Veel keuze is er niet. Eerst die muffe dingen maar eens in de wasmachine.
Dan moet ik inpakken en vervolgens al het binnenhoutwerk met azijnwater afwassen tegen eventuele schimmelvorming.
Dagen duurt al dat werk. Gelukkig, zijn we al vroeg hier, want we weten : je kan niet zoveel werk verzetten per dag. Het is zo vervloekte heet. Enkel van 6 tot 8u30 kan je vrij goed werken daarna is elk werkje de hel. Bovendien ligt er een zware depressie 1000 hPa boven ons, die veel regen bijheeft.



Maar we geraken er wel. Maandag de boot omdraaien, de neus naar het midden van de poel gericht, met een zware ketting daar vastmaken aan een boei, Jakker een eind naar het midden trekken zodat het roer niet achteraan op de kant kan stukslaan.
De laatste nachten slapen we in de cottage tegenover Jakker. Die luxe hebben we verdiend. Bovendien willen we in de droge airco lucht van de cottage een nieuwe rand rond onze Jak plakken. Sjjjt, niet verder zeggen, dat zal wel niet toegelaten zijn. Maar we willen geen herhaling van de grap van twee jaar geleden toen door een fikse regenbui, op het cruciale moment, heel de “lijmoperatie” letterlijk in het water viel.
Zijn we nu klaar? Ok. Vlaanderen we komen eraan.

Fiji verzuipt.
Al drie dagen op rij teisteren stortbuien die dag en nacht voortduren, vooral het Western Divison, het westelijke deel van Viti Levu waar wij ons nu ophouden.
Nadi , Rakiraki, Ba, andere steden en omliggende dorpen gelegen aan getijdenrivieren, zien het water stijgen. Wegen, stadscentra in laag liggende gebieden lopen gewoon onder. De gestage gietende regen en het dagelijkse hoog water werken samen en zetten alles blank. Vanmorgen bereiken ons berichten van overstromingen in het centrum van Nadi waar wij altijd boodschappen doen. De politie vraagt mensen niet naar het centrum te komen. Nadi rivier trad buiten haar oevers. De weg tussen Nadi en Lautoka, dit is ook de weg naar de luchthaven, is al op een aantal plaatsen overstroomd. Je kan er helemaal niet meer door met je auto.
Een nieuwsreporter vertelt van mensen die op het dak van hun huis een heenkomen hebben gezocht. Hoe lang kunnen ze daar blijven? Wie gaat hen redden? Het noodweer treft zoals steeds de arme mensen in hun schamele huisjes, gebouwd op aangestampte grond, het hardst. 

Onze boot heeft natuurlijk geen hinder van de regen zelf, maar de zonnepanelen geven bijna geen stroom meer door deze donkere luchten. Energie wordt een probleem aan boord, net nu je meer binnen dus aan de laptop zit. Nu moet onze motor het accu's laden overnemen. Vervelend gevolg : nog meer hitte in de boot. Wat denk je dat een metaalblok van 90° uitstraalt?
Besluit : ik telefoneer naar het havenbureau om een plekje aan de C-jetty te vragen. Daar kunnen we wal-stroom nemen en liggen we goed vast als de harde wind van een volgende tropische depressie TD10 F ons vrijdag en zaterdag zal geselen.
Blijkt dat ik net op tijd bel. Een gehaast klinkende bediende vertelt me dat we maar aan het dok moeten gaan liggen, zij kan verder voor niks zorgen. Het havenkantoor is eigenlijk al gesloten. Het personeel gaat naar huis, nu ze er nog kunnen geraken, want : “mevrouw, alles staat onder water “.
Als de regen iets minder heftig te keer gaat, verkassen we snel naar het dok. Elektriciteit regelen we via manager Nigel, die wél nog hier is. 


Intussen, vrijdag 10 februari, is depressie TD 09 F weggetrokken. Fiji werd één dag adempauze gegund. Terwijl ik dit schrijf, klettert de regen uit TD10 F op ons dek. Hoeveel meer water kan het doorweekte Fiji nog hebben?
Ali, onze havenmeester, vertrouwde ons toe dat hij in ieder geval zijn meubels en vloerkleden nog een paar dagen op de bovenverdieping laat . Er staat zowat een meter water in zijn huis.
“Rainy season in Fiji, what can you do? “, zo aanvaarden de inwoners van Fiji dit Belgische weer in de tropen.

 

Port Denarau - Fiji.

Too hot to work, my friend !”. Als mensen die hier geboren zijn dat al zeggen, dan weet je het wel, zeker. Het is drukkend heet in Fiji, 
35° C, 80 % vochtigheid. Logisch : januari, februari : de ergste maanden.

Eigenlijk kan een mens nu enkel languit in de schaduw liggen en niks doen. Of rondhangen in de, door de airco, superkoele supermarkt.
Maar zo kan dat niet aan boord van Jakker. Er bestaat een klussenlijst en daar moet en zal aan gewerkt worden.

Na onze Jak (die nu nooit meer tussentijds moet opgepompt worden) is de bimini aan de beurt. Bijna zeven jaar beschutte dat afdak ons dag in dag uit tegen de zon. Nu is het zware canvas zo dun geworden dat het scheurt als papier bij aanraking. De oude bimini nemen we zorgvuldig uit elkaar zodat we de verschillende delen als sjabloon op de nieuwe uitgerolde sunbrella kunnen leggen. Speciaal voor deze klus reserveerden we een plekje in marina Port Denarau aan de brede C Jetty.

 
Eerst alles lostornen.

Elke dag om half zes roept de wekker ons op. We vliegen erin bij het eerste licht, maar na een half uurtje is de koperen ploert al boven de horizon en begint het te stoven. De betonnen steiger warmt meteen op. Zo komt het dat wij op onze knieën zitten te meten en knippen op een gloeiend hete plaat van wel 60°. “In het zweet uws aanschijns” werken, moet wel bedoeld zijn voor streken als Fiji. Wij druipen helemaal, zien eruit alsof we van onder de douche komen.

Durven we knippen?

De ritsen opplakken.

De twee delen waaruit de bimini bestaat, kleven we op elkaar met dubbelzijdige plakband, die maakt de naad meteen waterdicht. Naar binnen nu met de hele handel. Naar ons naaiatelier, of liever : de oven. We vechten met de grote lappen zware stof, de ritssluitingen, de dubbelzijdige plakband, de boord. Op onze gewone Jakkertafel, met de degelijke, Zwitserse Elna, huis-tuin en keuken naaimachine. Helaas hebben wij geen enorme werktafel met verzonken heavy duty naaimachine. Ventilatoren hebben we wel. En die maken overuren.



In drie dagen krijgen we hem klaar. Onze zelfgemaakte, nieuwe bimini. Stel je voor, de sunbrella lag al van Panama aan boord. We zijn dik tevreden.
En wij niet alleen  : onze Fiji overbuur, die nieuwsgierig steeds onze vorderingen kwam bekijken, was zo onder de indruk dat hij meteen een bestelling voor zijn boot bij ons wilde plaatsen. Ben je gek! Je zo in het zweet werken, zo erg nadenken en brainstormen vooraleer je durft te knippen, dan al dat moeizame pas- en naaiwerk...dat breng je enkel op voor je eigen boot.

 

Mooi resultaat.

Mana eiland – Fiji.

Tijd om mij nog eens te melden. Maar het is zo heet dat mij de fut om te schrijven vaak ontbreekt.
Karen en Jean-Marc zijn nu écht weg. Veertien dagen trokken ze nog rond in Vanuatu en de Salomon eilanden op zoek naar mooie duikplekken, scheeps- en vliegtuigwrakken. Naar ons gevoel nog steeds “ in de buurt”. We chatten immers nog elke avond. Maar vanavond vliegen ze vanuit Australië terug naar huis.
Lange blonde haren, Humo's, wat koekjes en chocola : dat blijft er achter. Bewijs dat ze aan boord waren. En natuurlijk, de gepimpte Jak met nieuwe airdeck en opblaaskiel. De nieuwe stootrand wacht nog op plaatsing.
Wij vliegen hen binnen vijf weken achterna, niet getreurd dus.


Eerst genieten we nog van de loodzware hitte hier. Enkel een paar plonsen, in het 30° warme water, per dag maken het leven enigszins draaglijk.
Toch in het water nemen we borstel en steekmes dan maar mee. Met de afgedankte kredietkaarten werken we al lang niet meer. Te klein voor de job. Onze erg goeie anti-fouling, aangebracht in Tahiti, houdt het na bijna een jaar toch ook voor gezien.
Drie paar ogen volgen al onze bewegingen nauwgezet. Het zijn de drie remora's, zuigvissen, die tijdelijk onder onze boot wonen. Met de grote zuignap bovenop hun kop hechten ze zich aan haaien, grote vissen, schepen, soms, tot mijn afkeer, ook aan ons. Ze voeden zich met maaltijd overschotjes van hun gastheer. Op alles wat door ons toilet verdwijnt, toch ook overschotjes, zijn ze dol. Het zijn ware opruim en recyclage wonderen.

Remora's rond de boot in Fakarava.


Om nog meer zeeleven te zien, stuiven we met de Jak naar de zandplaat. Sandra en Philippe van Ulani gaan mee. Als steeds is het genieten daar. Het krioelt er van de zee-anemonen mét nemootjes. Meerdere pipefishes, familie van het zeepaardje, hangen op het koraal. Een kleine murene komt piepen.

Bovendien wachten er andere noodzakelijke taken. Grootzeil naaien bijvoorbeeld. Het zeil halen we in alle vroegte, voor de zon opkomt naar beneden. Van de schoothoek, die altijd aan de zon is blootgesteld, zijn alle stiksels “weggebrand”. Met de “esay stitch”, die zich doorheen het dikste materiaal boort, herstellen we alles op een dag.


Een uitstap naar Mana eiland, met het gelijknamige resort , hebben we verdiend. Van daaruit kan je Monuriki zien. Het eiland waar Tom Hanks zijn lange gesprekken met “Wilson”, de volleybal, hield in de film Cast Away.
Jakker ligt helemaal alleen aan de andere kant van Mana. 's Ochtends op een vredige vijver, 's namiddags en 's avonds op woelige baren.

 

Monuriki (eiland van Cast Away) is het meest linkse eiland in de verte.

Jakker helemaal alleen.

 

Achttien meter onder water zit ik op mijn knieën achter een muurtje. Vier duikkompanen op een rijtje naast me. Jean-Marc liggend in “de arena” voor ons, fotocamera in de aanslag, klaar om deze schitterende foto's te maken. Allen wachten we op de “haaienshow”.


We zijn mee met Aqua Trek, dé specialisten haaienduiken in Pacific Harbour, Fiji. Ze voeden de haaien. Vanzelfsprekend geen natuurlijke situatie maar het is de enige manier om die beesten te lokken en ze vervolgens in hun volle glorie te bewonderen. En geloof me, iedereen die de stier- en andere haaien ( acht verschillende soorten) zo heeft kunnen gadeslaan, schaart zich onvoorwaardelijk bij de broodnodige Red-de-Haai beweging.
De show vangt aan met een, niet aangekondigde, enorme Goliath baars, onbeweeglijk hangt hij voor ons. Je gelooft je ogen niet. Hij is groter dan de mannen die met het visafval aan de slag gaan. Die komt natuurlijk ook voor een makkelijk maaltje.



Duizenden vlindervisjes, sergeant-majoors en andere juffertjes, honderden remora's belemmeren het zicht, dat toch al troebel is door het visafval. Boven ons ontwaren we grote schaduwen, de stierhaaien. Op de bodem glijden tientallen verpleegsterhaaien rond. Sierlijk, heel erg lang en slank bewegen ze soepel rond de bakken die gevuld worden met vis. Af en toe verdwijnt eentje er helemaal in of onder. Net honden in een vuilnisemmer.
Pas minuten later, dalen de bullsharks naar beneden. Ze komen de viskoppen uit de hand van de “voerders” wegkapen. Die hebben maliënkolders aan. Een haai moest maar eens een keertje hun arm voor vis aanzien. Je weet maar nooit. Zelfs met zo een bescherming om je arm en bovenlijf voelt een beet van een bullshark aan als een slag met een voorhamer.
Achter ons hebben twee medewerkers plaatsgenomen, gewapend met stokken om brutale haaien weg te duwen. Een paar keer is dit echt wel nodig, komt een stierhaai vlak voor ons langs en zwemt een citroenhaai recht op ons toe. Ook de grijze en silvertip rifhaaien die áchter ons heen en weer zwemmen moeten we met één oog in de gaten houden.



Steeds meer ladingen viskoppen worden aangesproken. Je krijgt echt de tijd om de haaien letterlijk in de bek te kijken. Te griezelen bij de blik op hun rijen tanden. Indrukwekkend. Af en toe raken de beestjes te opgewonden en trekken de voerders zich even terug.
We zijn omgeven door een 50tal haaien, een voorzichtige raming. Acht soorten : citroenhaaien, grijze, zwartpunt- , witpunt- en zilverpuntrifhaaien, stierhaaien, grijze, verpleegsterhaaien.
Na ruim een half uur daar op de bodem roept men ons tezamen en stijgen we langzaam via het rif en een paar wrakken die op de bodem liggen, terug naar de boot.

De pauze, het is een twee-tank duik, benut Zuid-Afrikaanse Brandon, dé haaienfluisteraar, om zoveel mogelijk over vooral de bullsharks te vertellen. Ze zijn gevaarlijker voor de mens dan de grote witte omdat ze aan de kust en in de rivieren leven. Natuurlijk net het gebied waar wij ook zwemmen, surfen, snorkelen. Als hij zich bedreigd voelt, wil je niet in de buurt van deze agressieveling zijn.
Hij vertelt over de vrouwtjes die naar verre kusten zwemmen om te paren, alzo inteelt vermijdend. Ook de nauwe samenwerking met zijn lokale werknemers van de eilanden Taveuni en Beqa komt ter sprake. Zij zijn de enige Fijianen die met haaien durven omgaan.

Na een uurtje dalen we opnieuw af. Zelfde scenario. Als je de eerste keer van pure emotie niet goed hebt opgelet, doe het dan nu : dat is de boodschap.
Karen en JM hadden gelijk. Deze beleving was de super vroege autorit hierheen meer dan waard. Dit moet je meemaken ! Doe je slechts één duik op Fiji, dan moet het de haaienduik met Aqua Trek zijn ! Voor ons bovendien extra speciaal, dit familie duikavontuur samen met dochter Karen en schoonzoon Jean-Marc. Onvergetelijk !

Bezoek.
Onze vakantiegangers arriveerden vandaag. Als eindelijk tassen en rugzakken zijn uitgepakt, ligt Jakker zeker een paar cm dieper in het water en is de beschikbare vrije ruimte aan boord behoorlijk geslonken. Immers : we hebben twee duikers op bezoek, met onderwater-camera's !
Maar ze zorgen goed voor mama en papa. Het “Jakkerlijstje” met materiaal ter vervanging van kapotte onderdelen voor boot en dinghy hebben ze netjes meegebracht. Daar bovenop verwennen ze ons met Hasseltse speculaas, chocola, champagne en sterke drank. Zo, de vakantie kan beginnen !
Eerst nog boodschappen doen. Mét jetlag in hun lijf meteen op de lokale kei-zweterige bus. Respect! Prepaid kaart kopen voor 3G internet , Fiji T-shirts, zonnebril, fruit, groenten en vlees.

Dan op naar de Mamanuca eilanden. Na het slechte weer van de voorbije “wannabe” cycloon blijft het zeker anderhalve week zonnig. De harde wind in de vooravond nemen we op de koop toe. Het zorgt wel vaak voor een nat pak bij het van boord gaan. Eén keertje kleden we ons zelfs uit en nemen rokjes, shorts en T-shirts mee in een waterdichte rugzak. Een hilarische aankleedpartij op het strand, met als resultaat overal zand waar dat echt niet moet, zorgt meteen voor de goeie sfeer.


In de ochtend varen we meestal uit om te duiken. 's Avonds barbecueën we op het strand of genieten gewoon van een sundowner, al moeten we op die sunset, sinds de invoering van het zomeruur in Fiji, ongewoon lang, wel tot acht uur wachten.



Nieuwjaar.
Op de klanken van Thriller en Final Countdown dansen we op blote voeten 2017 binnen. Een geweldige strandparty in Musket Cove (Malolo Lailai eiland), met de perfecte DJ en het gedroomde gezelschap.
Toegegeven, het feestje was helemààl af geweest met ons voltallig gezin erbij, maar feestbeesten Karen en JM tellen wel voor tien.


Nu zijn ze voor het betere duikwerk, met de auto, naar Pacific Harbour en Beqa eiland afgezakt. We krijgen enthousiaste “chatberichtjes” over de very close encounters met grote haaien : bull sharks, lemon, grote grijze en meerdere echt grote vissen. Terwijl de meeste mensen die ontmoetingen het schrikwekkends zouden vinden, maken zij een aardbeving onder water mee en vinden dit, de evacuatie en de dreiging van de tsunami erna veel angstaanjagender.
Karen en JM komen ook eens een keertje naar Fiji! Niet alleen is er het tsunami alarm, ze lopen er ei zo na minister Reynders tegen het lijf. Die begroette in “hun” resort de hele Fiji olympisch-gouden rugby ploeg. Het is trouwens de eerste maal ooit dat een Belgische minister Fiji bezoekt.

Nu hangt Jakker weer aan een mooring in Port Denarau en ondergaat gelaten de dagelijkse hevige namiddag regenbuien. Gelukkig kreeg ik op tijd mijn 7 kg wasmachinelading droog !

 

 

We wensen jullie allemaal een heel erg gelukkig en gezond 2017, een droomjaar met vele kleine, prettige momenten. Wij zetten het alvast feestelijk in met onze bezoekers, Karen en Jean-Marc !

Fotomapje nr. 3 van Fiji is intussen ook klaar. Neem eens een kijkje.

 

 

 

Additional information