Positie : op anker bij Port Denarau Marina.

Jep, we liggen er nog steeds, buiten vóór Port Denarau Marina op anker. Het is er rustig liggen met zuidoosten wind, in 5 m diep water. Enkel de vele ferries doen Jakker af en toe vervaarlijk schommelen. Niks om je echt druk om te maken. De “rough seas” die er buiten het rif staan, voel je hier niet.

We zijn hier om onze duikflessen te laten inspecteren. Een poging om onze duikcompressor te herstellen, zodat we zelf flessen kunnen vullen, is jammer genoeg mislukt. Wat er nog meer aan de hand is, kan enkel bij volledige demontage aan het licht komen...als Tony nog eens heel veel zin heeft.
We zullen onze gekeurde flessen voorlopig in duikcentra moeten laten vullen.


Port Denarau is van de zomerse massatoeristen ferry- en rondvaarthaven (in het cycloonseizoen), die we zo goed kennen, deels omgetoverd in een winterse (zeilseizoen) verzamelplek voor superjachten. Klinkende namen als Aquamarina, Dragonfly, Cygnus Montanus, Cavallo, Gran Finale, Glaze, Encore palmen het C dock in. We kunnen enkel de blitse, prachtig blinkende buitenkant bewonderen. Naar het interieur gluren we graag via het web. De bemanningen, heuse catwalkmeisjes en stoere binken, flaneren dan wél weer levensecht over de steiger.

 

 

 

Positie : op anker bij Port Denarau Marina.

Al zeven jaar.

Exact zeven jaar geleden zegden we de marina van Port Zélande vaarwel én onze familie en vrienden...op zoek naar avontuur, vrijheid? Nooit gedacht dat we zeven jaar later, nog steeds met Jakker, in Fiji zouden rondhangen. We plannen al lang niet meer ver vooruit. Voorlopig willen we volgend cycloonseizoen (november-mei 2018) naar de Marshall eilanden en nu een paar maanden in Fiji rondzeilen. We zien wel.

Reddingsvlot.
Eerst ronden we hier de laatste dingetjes in de Western Division af. Zo noemen de Fijianen het westelijk deel van de eilanden. We halen ons “goedgekeurde” reddingsvlot op. Eerst vonden ze het na al die maanden niet meteen terug in hun magazijn. Nu het terecht is, blijkt de controle heel professioneel gedaan en daar hangt een prijskaartje aan. Omgerekend 1600 €, enkel cash te betalen. Heel wat wandelingetjes naar het kastje in de muur later hebben we het bedrag eindelijk verzameld. Er bestaat immers zoiets als een dag- en weeklimiet. En de laatste tijd zijn we, noodgedwongen, niet bepaald zuinig geweest met aankopen en geldafhalingen.

Het reddingsvlot veilig in de bakskist tot we weer een grote oversteek maken.

We laten de taxi ook nog snel bij de supermarkt stoppen. Waar ze, maar dat weten we wel, spijtig genoeg niet het uitgebreide gamma producten zoals in Frans Polynesië kunnen aanbieden. Niks is bovendien lang houdbaar. Niet ideaal om een voorraad aan te leggen. Het zij zo.

Werkplaats.
In onze bakskist staat ook nog steeds een duikcompressor die op herstelling wacht. We hebben vervangstukken meegebracht uit België, maar dan moeten er eerst een paar aansluitingen voor leidingen, van de cilinder losgedraaid. Die aansluitingen zitten potvast. Wij op zoek naar hulp, in de plaatselijke werkplaats van de dieselmotoren die voor elektriciteit zorgen op Malolo Lailai. Ze helpen ons graag en met de bankschroef en hun grootste sleutel krijgen ze de aansluitingen uiteindelijk los.



Vaarwel.
Ulani, de Zwitserse boot die we al kennen van de Dominikaanse Republiek (in 2011) en die geregeld ons pad kruist, laatst nog in Frans Polynesië, vertrekt naar Nieuw Caledonië en Australië. Ook Tuvalú, Zwitsers-Spaanse boot, is in de buurt. Hier moet  een afscheidsparty gevierd. Een spelletje petanque, een pizza-avond met als toemaatje Fijiaanse krijgsdansen, eigenlijk bedoeld voor een ánder feestje, meer moet dat niet zijn.




Vaarwel (ook letterlijk), Sandra en Philippe, het ga jullie goed. Het was superleuk jullie hier te treffen, al was de oorzaak, TC Winston helemaal niet leuk. Ooit zien we elkaar weer, al moeten we wachten tot Isla La Graciosa in onze gezamenlijke fantasie, het “gepensioneerde-zeilers huis”.

 

In de schitterend mooie omgeving van Malolo Lailai ofte Musket Cove kan je snorkelen met de honderden anemoonvisjes (“nemootjes”). Je kan wandelen op het strand of hogerop klimmen en de riffen vanuit de hoogte bewonderen. Je kan er bbq-en of een pintje gaan drinken onder het typische dak van palmbladeren. Af en toe kan je zelfs de spectaculaire landing van het watervliegtuig gadeslaan.

Wij beleven echter toevallig een speciale attractie : een honderdtal valschermspringers hebben zich in The Plantation Resort genesteld. Ze zorgen voor spektakel.

Para's bij valavond.

Meteen stapt de volgende groep in...

...en weg zijn ze weer.


De Cessna Caravan doet veel stof opwaaien.

De ganse dag horen we het hoge gefluit van een recht omhoogklimmend vliegtuig. Je kan de springers volgen, eerst speldenknopjes hoog in de blauwe lucht. Daarna hoor je de chutes openklappen en flapperen in de wind. Voor ons een erg bekend geluid dat mooie herinneringen oproept. In een ver verleden waren we immers lid van de vliegclub in Zwartberg waar ook een paraclub bij hoorde. Elk jaar organiseerden zij de Black Mountain Boogie. Een groots para evenement compleet met recordpogingen figuren vormen met zo veel mogelijk mensen. Een heel aparte sfeer.
Gek hoe je dan plots wordt terug geflitst, helemaal naar huis en naar de tijd dat we zelf paradrop deden met de Antonov II.


Ook de lokale mensen zijn geïnteresseerd.

 

 

Een week later. Jakker drijft weer.
De donkerblauwe decoratie-lijnen boven de waterlijn zien er toonbaar uit. We kunnen weer ergens komen met Jakker.


Tony's moeizame gejakker in de catacomben van onze boot loont zich. De metalen steun voor het roer glimt van de nieuwe verf en het roer past erin, toch na de nodige correcties aan het werk van de “specialisten” in de stad.

Zo past het roer in het nieuw gemaakte stuk. Nu moet die steun nog in de boot ingebouwd.

Eindresultaat : het roer beweegt perfect in zijn lager gevat in de nieuwe steun.

Nog hangend in de banden van de kraan controleert Tony alle zeewater-afsluiters. We hebben immers zomaar eventjes negen gaten in de romp vooral voor grijs- en zwart-waterafvoer. Er lekt er geeneen...of toch? Oei, daar drupt water onder de wasbak van het achterste toilet. Houdt het dan nooit op? Je wil niet weten hoeveel zweet en sakkeren het kostte om ook dit euvel te herstellen. Opnieuw het steeds weerkerende verhaal van : veel te weinig ruimte rondom het defecte onderdeel om goed te kunnen werken en het in Fiji niet kunnen kopen van de juiste vervangstukken. Improviseren, improviseren is het motto. Als je dat niet kan, laat het werk dan maar door anderen opknappen.

De slings voor het te-water-laten worden in plastic verpakt, bescherming voor de mooie romp.


Eindelijk kunnen we nu weg uit de muggen-marina Vuda.
Wat een verademing, de haven uitvaren het grote water tegemoet. Nog steeds, nu al bijna veertig jaar, genieten we daarvan met die speciale mengeling van opwinding en intens plezier.
Rustig varen we op motor, richting Port Denarau. Jakker dartelt als een veulen dat er zin in heeft. Ze snijdt door het water met haar gladde romp, gepoetste prop en schone schroefas en roer. Tot voor kort werkte ze nog tegen als een bokkig paard.

Twee dagen aan de boei in Denarau zijn voldoende om de nieuwe EPIRB (een automatisch satelliet noodbaken) op te halen. We kopen ook nieuwe huisbatterijen, drie AGM batterijen van BOLT, in licentie gebouwd in Fiji. Ook die installatie vraagt weer het uiterste van Tony's improvisatietalent.

Nog zijn we niet klaar met ons kluslijstje. Maar foert, we verdienen wat vakantie en varen daarom naar Malolo Lailai eiland. Snorkelen, zwemmen en wandelen : het zal ons goed doen.

 

Met het verhaal over het bijna jaarlijks weerkerende karwei van het “anti-foulingen” (het schilderen van het onderwaterschip met aangroeiwerend product), het voorafgaand bevrijden van de romp van loszittende oude verf, het behandelen van de stalen kiel met een roestwerend middel en meer van die oersaaie werkjes, wil ik je niet lastig vallen.

Jaklien aan het anti-foulingen.

Maar, ik weet dat “bootjesmensen” in het volgende wellicht wel geïnteresseerd zijn, alle anderen slaan dit deeltje maar over.

Het lager van de schroefas en de as zelf zitten er alweer terug in.

Nu de propeller nog.

 

We varen al bijna een jaar rond met vrij veel speling op het buitenlager van de schroefas. Het gebrom verontrust ons steeds meer. Die schroefas moet er dus uit, het lager vervangen. Maar daartoe dient eerst, bij onze boot, het roer dat “in de weg zit”, weggenomen worden.
Laat Tony zich een halve dag amuseren met kloppen, wrikken, wringen en draaien...en daar ligt de grond bezaaid met propeller, schroefas, roer en als toemaatje ook nog de metalen steun waarin het roer draait. Die metalen steun zorgde al voor genoeg frustratie in Moorea twee jaar geleden. We wilden die toen behandelen tegen roest maar konden het roer met geen middel laten zakken omdat de boot in het water lag. Ik vertelde daar toen uitgebreid over. Ondertussen is dat stuk aan één kant gewoon doorgeroest. Werk aan de winkel.

Alle gedemonteerde onderdelen.

Aan dit verroest stuk ijzer moet dringend iets gedaan.

Wij dus naar Lautoka (35 min met de bus), tweede grootste stad van Fiji, op zoek naar de werkplaats die men ons aanraadde.
Als het werk dat ze daar afleveren zo goed zal blijken als de vorstelijke ontvangst die men ons gaf, komt dat dik in orde. Immers, ieder van de wel zes medewerkers kwam ons een hand geven, hand op het hart en met een diepe buiging. De prijs van omgerekend 175 € valt reuze mee, natuurlijk onder voorwaarde dat ze een goed stuk afleveren. En, eerlijk, daar staan we, sorry maar we kunnen er ook niet aan doen, toch nog sceptisch tegenover.
We laten hen aan hun werk en spreken af een tussentijdse inspectie te komen doen.

Ondertussen schilderen we de twee evenwijdige strepen aan de waterlijn opnieuw. Aan één kant valt het resultaat dik tegen, het afplaklint heeft niet mooi gehecht zodat de lijn er erg smoezelig uitziet. “Niet mooi binnen de lijntjes,” zou zelfs kleinzoon Lyam opmerken. Heel wat werk om dit enigszins toonbaar te maken. 



Maar het bezig zijn hier in de wind en vlak bij zee is, ondanks de hitte, bijna aangenaam te noemen. Ware het niet dat het, op bepaalde momenten van de dag, stikt van de muggen. De muggenmelk vliegt er vandoor, de muggenspiraaltjes, die stinkdingetjes die rook verspreiden en muggen verjagen,  ook...alles boter aan de galg. Je merkt de vele beten pas als het ruim te laat is en ze een paar uur lang branden en jeuken.  Anti-jeukzalf brengt redding.
Het paradijs, bestaat dat enkel voor muggen?

 

Eigenlijk heb ik er echt geen fut meer voor, we werken elke dag zo een tiental uur...maar toch heb ik mezelf onder mijn kont en achter de computer gesjot om wat te vertellen over waar we zoal mee bezig zijn.

Nu orkaan Ella uitgeraasd is, afgenomen tot een tropische depressie en ver weg van ons. Nu wij bekomen zijn van onze jetlag, blijven er geen uitvluchten meer over om niet uit het water te gaan. We vullen een officieel “haul out” formulier in. Vuda Marina laat niks aan het toeval over. Je kan niet zomaar eventjes "tussendoor" in de kraan.

Maar ik ga te snel, eerst komt de duiker om onze ankerketting, die in het midden van de “havenkom” aan een zwaar vliegwiel vasthangt, los te maken. Volgt het zware werk van ankerketting inhalen en vooral afspoelen. Na twee maanden in het water zitten er mosselen en krabbetjes op. Dat alles belandt in de ankerbak als je de ketting inhaalt en laten wij nu net àchter die ankerbak slapen. Bepaald geen prettig laat avond parfum, als die diertjes de pijp aan maarten geven. Wegspoelen dus.



Als dit geklaard is, varen we tussen de hijsbanden van de kraan en prompt gaat Jakker uit het water. De kraanman vraagt meteen om "het papier", alvorens zich voor te stellen en handjes te drukken. Afspuiten met de hogedrukreiniger is absoluut noodzakelijk. Zo erg is Jakker nog nooit aangegroeid op twee maanden tijd, ongezien.


Vervolgens rijdt de kraan met ons heel hebben en houen naar een mooi plekje in de wind, dicht bij de blauwe baai. Aan het uitzicht valt alvast niks op te merken.
Hoog genoeg opbokken zodat het roer eruit kan, want we hebben grootste klusplannen en een lang lijstje. Daarvan is het onderwaterschip met antifouling schilderen nog het makkelijkst.

 

 

 

 

 

Goed nieuws. Cycloon Ella neemt heel langzaam af in kracht en blijft ver genoeg noord van ons om geen gevaar meer te vormen.

Enkel het noordelijke eiland van Fiji, Vanua Levu, en de kleine eilanden in de buurt moeten nog waakzaam blijven. Veel wind en regen kan nog steeds hun deel zijn.

Morgen spoedt de, tot tropische depressie afgenomen, orkaan zich verder westwaarts, terwijl hij nog verder verzwakt.

Maar de weermensen blijven alert. De alles verwoestende categorie 5 cycloon Winston van vorig jaar kwam ook op zijn stappen terug, zijn pad helemaal verleggend en zich in korte tijd terug opblazend tot het monster dat zo lelijk huishield in Fiji.

Kunnen we dan nu het orkaanseizoen 2016-2017 afsluiten?

 

 

 

Bij het uit het vliegtuig stappen, omhult een zwoele warmte ons als een dikke, totaal overbodige deken. De overbekende vochtige aarde-, planten- en bloemengeur dringt onze neus binnen. Echter de stralende, spontane warmte van de mensen in Fiji, die maakt weer het meest indruk op ons. In Brussel was men erg vriendelijk bij de check-in, zeker. Maar de echt gemeende begroeting, alsof ze met heel hun lijf een familielid verwelkomen, dat tref je enkel in de Pacific aan.

Laatste week.
Maar laat ik nog even teruggaan naar de laatste week thuis.
Een mini-klasreünie, de opening van Karen en Jean-Marc hun nieuwe duikwinkel, de ontmoeting met collega-zeilers Fons en Rita van s.v. Sunshine, die we enkel van mail kenden, een laatste keer voorlezen aan de kleinkinderen, een laatste maal in de hot tub bij Bert, op de valreep nog een keelontsteking het hoofd bieden en natuurlijk overal knuffelen ten afscheid : dat zijn zo ongeveer onze bezigheden tijdens die laatste week. O ja, vergeet ik nog het tijdrovende inpak-puzzelen en bagage verdelen over twee tassen die elk 23 kg mogen wegen. Probleem : we hebben te weinig kleren en te veel zware “bootspullen”.
Maar uiteindelijk zijn we klaar voor vertrek op woensdag (3 mei ) om 7 u als we op de bus stappen van Zemst naar Zaventem. De files en verkeersdrukte omzeilen we via de speciale busstrook en het afgesloten terrein rond de luchthaven.

Op stap in Planckendael .

 

Zeilen in Zeeland met Bert.

Gezellig in de zetel bij Karen.

Ontmoeting in Abu Dhabi.
Vlot raken we in een zevental uren in Abu Dhabi, waar we een bed hebben besteld om de dertien wachturen te overbruggen. We vliegen met Etihad, de maatschappij waar Claudio, piloot en goeie vriend uit Genk, voor vliegt. Hij woont in Abu Dhabi en, net voor híj naar België vertrekt, kunnen we in het hotel anderhalf uurtje bijbabbelen. Geweldig, die ontmoeting, na elkaar tien jaar niet gezien te hebben. Zijn vrouw, Carolina (wij waren op hun huwelijk in Peru vijftien jaar geleden) vertelt mij honderduit over haar kinderen, haar familie in Peru. Mijn keel krijgt nu wel de ultieme doodsteek.
Gelukkig kan ik op de volgende vlucht van 13,5 uur naar Melbourne lekker zwijgen. Bovendien zorgde Claudio ervoor dat we in de watten gelegd worden. Ik ben er nu vast van overtuigd dat champagne goed is voor de keel.
Na 25 uur vliegen en, in Australië, nog extra vijf uur wachten, komen we uitgeput bij de, in de haven bestelde cottage, aan. We zien Jakker liggen en slapen met een gerust hart in.

Cycloon Ella, buitenbeentje
En dan kan het werken beginnen. Eerst moeten we nog via onze buurman op Jakker klimmen. Maar als dan de bijboot is opgepompt, trekken we ons met een touw naar het kleine steigertje waar we via autobanden omhoog kruipen. Hoe hou je je fit op een boot ? Jakker ligt immers nog in cycloon modus. En zal ik eens wat vertellen. In mei is het cycloonseizoen gedaan...maar, uitzonderlijk, ontwikkelt zich op dit eigenste moment een orkaan in het oosten van Fiji. Ella, komt snel naderbij en neemt toe in kracht. Dat is één zorg.
Komt daar nog een kapotte waterpomp bij die, als hij werkt, stromend water levert aan boord. En tot overmaat van ramp een kapotte zoutwaterpomp van de motor.

Zo klimmen we aan land.

Jak is veerboot.

Stromend water hebben we snel weer. Tony bestelt en plaatst een nieuwe schakelaar. Opgelost.
De waterpomp voor de motor is echter andere koek. De vriendelijke Indiër in de bootwinkel kan die in Australië bestellen...voor 900 Euro. “Wablief....ze denken wel dat het geld op mijn rug groeit,” moppert Tony. “Daar zal ik nog wel eens over slapen.” Om vervolgens toch maar die volledige pomp te bestellen want hoe moet die motor anders hersteld ?

Eigenlijk was ons plan : zo snel mogelijk uit het water. Het onderwaterschip verven en het lager van de schroefas repareren. Nieuwe batterijen installeren en ons gekeurd reddingsvlot afhalen en daarna een beetje gaan relaxen.
In plaats daarvan zitten we vast in de oven van Vuda met een motor die zoutwater lekt en een op de loer liggende orkaan We troosten ons dan maar met het feit dat we in een "hurricanehole "liggen. Waar kan je beter zijn bij een orkaandreiging?

 

Gaat de tijd in Vlaanderen sneller? Of komt het doordat we zoveel willen doen , zoveel mensen willen ontmoeten?
Bijna dagelijks neem ik me voor wat te vertellen over ons verblijf hier en hup zijn we een week verder zonder dat ik iets “op papier” kreeg.
Met nog twee weken te gaan, kan ik je nu al vertellen dat we het reuze naar onze zin hadden. We brachten veel tijd door met de kinderen en kleinkinderen.

Ontelbaar zijn de puzzles die ik samen met de bengels maakte. Zoveel verhaaltjes vertelde ik nog nooit. Tekeningen zat om mee naar Jakker te nemen. Wij kunnen hun gedateerde “one-liners” en speciale woordjes (ruim een jaar oud) in de prullenmand gooien. Hun repertoire is geupdate, zoals Bert zo mooi vaststelde. Een leuk voorbeeldje : “e'lekkere'triciteit”.

We hadden de familiereünie met meer dan 40 mensen, groot en klein. We zagen vriendinnen, vrienden terug. Zelfs onze zeilvrienden van de ex-Nautilus brachten we een onvergetelijk bezoekje.
We gingen met Karen indoor duiken in TODI op de “be-mine” site. We zeilden in Zeeland met Bert en zijn gezin in hun nieuw aangeschafte boot.

We werden een beetje “niet goed” van het overaanbod in de supermarkten en bij uitbreiding in alle winkels, die er naar ons gevoel allen, totaal onnodig, uitzien als paleizen.

We hebben het vreselijk koud gehad maar maakten ook, voor het eerst sinds zeven jaar, de intocht van de lente mee. Eindelijk kwam er wat kleur in het landschap en werd het even echt warm tenminste als je een tegen de wind beschut plekje kon vinden.
Maar, geef nu zelf toe, het is toch meestal erg donker en grauw in dit kouwe kikkerlandje. Wat krijgen we heimwee naar de uitbundige kleuren, het felle licht, de weidsheid van het water. De hitte nemen we er dan wel bij.
Ik weet nu al : de laatste twee weken zullen vast omvliegen en aan het afscheid nemen durf ik helemaal nog niet te denken.

 

  

Additional information