Positie : South-Tarawa, Bonriki : 01°22,382 N, 173°07,808 O.

Wind.
Al dagen waait het hard, 5-6 bf. Voor Jakker (ons huis) geen probleem, toch niet op deze goed beschutte ankerplek in Bonriki. Maar om met Jak, ons kleine bootje (onze auto), aan land te gaan, dàt is een uitdaging. De wind sproeit het schuim van de kleine, voor Jak echter grote golfjes, helemaal over ons heen. Echt toonbaar zien we er niet meer uit als we ons een weg over het strandje banen. Tussen plastic-, glas- en blikafval door, langsheen het enorme varken, ijverig scharrelend, één poot vastgebonden, lopen we naar de weg.

Geen meisjes in Bikini op het strand !

Waar we ook aanleggen, steeds bieden vriendelijke bewoners aan op onze dinghy te passen. Wijzen ze er hun kinderen op niet op dat prachtige “springkasteeltje” te spelen. Zo kunnen we zien hoe triest sommige mensen leven. Tony spreekt nog steeds van de twee dames die in hun totaal leeg, afgeleefd bakstenen huisje (pas verruild voor hun hutje ?) op de grond zaten met een paar krijsende baby's. Geen meubel te zien. De doos koekjes die hij hun aanbood in ruil voor het oppassen op onze Jak, verdween in een oogwenk.



Aan de wal.
Na dagen aan boord, moeten we nu toch eens een keertje aan wal. We zorgden voor een grote voorraad blik en “droge voeding” toen we naar hier vertrokken, maar af en toe moeten we wel op zoek naar verse bananen, papayas of kip.
We drinken ook graag een koffie in de Chatterbox, het Westers internetcafé, waar je steevast expats ontmoet of met Titi, het koffiemeisje wat kan babbelen.
Ik hou dan weer van busje rijden, ook al is elk gesprek quasi onmogelijk door de keiharde muziek, een mix van romantische Pacific muziek en boenke boenke covers van wereldbekende nummers.

Vreemde gewoonten.
Zo, door wat langer te blijven hangen, raak je doordrongen van de plaatselijke cultuur. Na die talloze busritjes, geperst tussen de I-Kiribati, even zovele uurtjes wachtend aan bank- en andere immigratieloketten (we moesten immers ons visum verlengen), kleine gesprekjes, leer je de gebruiken kennen.
I-Kiribati zijn wat bedeesd. Pas als jij luid “Mauri” groet, doen zij dat, verrast opkijkend, ook. Behalve de meisjes dan, die blauwogige Tony giechelend groeten, dat vertelde ik al. Zoals overal ter wereld wil men weten waar je vandaan komt en heeft men, een paar uitzonderingen daargelaten, absoluut geen idee. Belgium ???
Steevast volgt dan : “First time Kiribati?”
Een hoop gewoonten zijn all over de Pacific hetzelfde. Je mag niet blijven staan vóór een groep zittende mensen. Als je zit, mogen je voetzolen niet in iemands richting wijzen. Je schoenen laat je buiten. In de bakkerij in Tuvalu zelfs op uitdrukkelijk schriftelijk verzoek.
Verbaasd ervaren we een apart gebruik in Kiribati. Als je voorbij een groepje mensen loopt die met elkaar praten (al zijn het er maar twee) dan buig je diep voorover en door je knieën en prevelt een verontschuldiging. Een beetje als bij ons wanneer je te laat binnenkomt voor een toneelvoorstelling en naar je plaats schuifelt.
Zo gebeurt het dat midden in de telefoonwinkel terwijl we even wachten en gewoon naast elkaar staan te praten, mensen voortdurend al buigend-prevelend voor ons doorlopen. Grappig.

In de kuip.
Elke dag zijn we vanuit onze uitkijkpost in de kuip getuige van het leven in de lagune. Het mag dan wel hard waaien, de lucht is stralend blauw en de kleurtjes van het water niet te beschrijven.
Vissersbootjes vertrekken met twee roeiers, die gaan hun netten uitgooien. Wie geen bootje heeft, loopt de ganse dag tot zijn borst in het water, op de langzaam droogvallende zandplaat, een visnet achter zich aantrekkend. Honden en kinderen crossen op die kilometers lange zandplaten, die een witte waas in de lucht weerspiegelen.


Volgeladen “ferrybootjes” varen mensen af en aan van het verafgelegen Noord-Tarawa naar de stad. Ook zij hebben last van de golven, moeten uitkijken mensen en vracht niet te nat te maken. Comfortabel is het niet. Mensen zitten op een rijtje achter elkaar, zo smal is het bootje, dat door een drijver in evenwicht wordt gehouden.


Andere boten brengen enorme stapels pandanus-rollen van de afgelegen eilandjes naar de stadjes. De puur natuur organische daken van de Kiribati huisjes (buias) moeten immers vaak vernieuwd worden.

Zo stilaan groeit bij ons de nieuwsgierigheid naar de Marshall eilanden, gelijkaardig maar zonder twijfel ook weer apart.

 

Positie : South-Tarawa, Bikenibeu : 01°22,236 N, 173°06,833 O.

 

 

De Subaru Forester is onze wagen voor een dag, met “het stuur aan de verkeerde kant”, flauw grapje uit onze jeugd. Na bijna twee jaar voetganger in landen met linksrijdend verkeer verrassen de auto's ons eindelijk steeds minder. Zelf rijden blijkt nog makkelijker, vooral op dit eiland met slechts één weg en om de haverklap een verkeersremmer, zodat busjes en auto's zich in een lange slang verplaatsen. Gewoon volgen maar.
Ons plan voor vandaag : we doen de WOII tour én we gooien bier, cola en diesel in de koffer. Het weinige fruit (bananen en een enkele papaya) en groenten (een piepklein zakje met nog kleinere tomaatjes en wat Chinese kool) te koop in stalletjes langs de weg, hoe duur ook, het is van ons.

 

Slag om Tarawa.
Maar eerst WOII en meer bepaald de Slag om Tarawa. Een bloedige strijd tussen de Japanners, die Tarawa in bezit namen en er een onneembare vesting van maakten twee dagen na de aanval op Pearl Harbor, en de Amerikanen die het eiland wilden bevrijden in november 1943.
Vooral de regio Betio (hoofdstad) was door de Japanners zwaar versterkt met bunkers, kanonnen en loopgraven. Ze richtten er hun commando centrum voor de Gilbert eilanden in.
De groots opgezette Amerikaanse landing met amfibievaartuigen, hun eerste grote strijd in de Pacific, mislukte doordat de leiding het niet nodig achtte degelijke informatie over de tijverschillen in te winnen. De landingsvaartuigen liepen vast en konden niet meer voor of achteruit door het extreme lage tij. Vele jonge Amerikanen lieten hun leven achter het rif, op het strand, in het water ,een makkelijk doelwit voor het vijandig geschut. Maar dank zij de enorme  Amerikaanse machtsontplooiing van 17 vliegdek-, 12 oorlogsschepen, 8 zware en 4 lichte cruisers, 66 destroyers, 36 transportschepen en 35.000 soldaten konden ze de goed voorbereide Japanners haast tot de laatste man verslaan.
5.700 mensen sneuvelden voor dit piepkleine eiland (3,5 km lang en 300 m breed) : 4.690 Japanners en Koreaanse dwangarbeiders , 1.113 Amerikanen. 3 dagen duurde de strijd.
750 I-Kiribati lieten het leven gedurende de ganse oorlog.



Kanonnen.
Veel kanonnen en bunkers vind je niet meer op Zuid-Tarawa en overal stinkt het naar pis. Maar onder een strakblauwe hemel proberen we ons even voor te stellen hoe het moet geweest zijn, onder vijandelijk vuur landen op een prachtig palmenstrand waarbij een doorsnee mens enkel aan vakantie kan denken. Zinloze oorlog.

Weer zo speciaal Kiribati : nog vorige week was het park, bij deze bunkers en kanonnen behorend, verlaten. Vandaag is elk strookje land ingenomen door feestvierende families. Kerst en nieuwjaar zijn heilig. Overal tentjes, matten , kookvuurtjes, reuzengrote geluidsboxen.
Oudejaarsavond waait het (net als in België) voor ons te hard om naar de wal te tuffen. Oud op nieuw vieren we dus gewoon op Jakker, al “Vlees en Bloed” binch-kijkend.


Zeilrace.
Eén januari gaan we een kijkje nemen bij de aankomst van de zeilrace. Nee, niet de beroemde Sydney-Hobart race.
De boten met outriggers zijn zelf gebouwd, geen carbon maar zeilen van plastic zakken. Het gaat er daarom niet minder serieus aan toe. Dat bewijst de prijsuitreiking met envelopjes met inhoud voor de winnaars .

In de maneapa ernaast is ook wat aan de gang. Veel volk op de matten en een man die met luide stem dingen omroept. Dichterbij komend snap ik het plots. Nieuwjaarsdag, geen traditionele dansen maar kienen. Nog een erfenis van de Engelsen ?

 

EEN GEZOND, GELUKKIG, TOF 2018 !

 

Positie : Abaiang, Koinawa 01°51,96 N 172°59,02 O


Kerstmis in Abaing : onze meest “on-kerst-achtige” kerst ooit.
Nergens een verdwaalde opblaaskerstman, zoals je die in buureiland Tarawa nog wel eens kan aantreffen. Geen plastic kerstboompjes, -lichtjes en ballen, zelfs geen simpele kerststal in de katholieke kerk. Maar feesten in wat dé oorspronkelijke kerstgedachte is, tijdens een reuze katholieke familie ontmoeting. Zo viert men hier kerst sinds de missionarissen voet aan land zetten.
Koinawa, normaal gezien een dorpje van zo een 300 inwoners, is de place to be voor dit evenement. Twee weken lang strijkt hier de helft van de eilandbevolking neer. Tweeduizend katholieken komen hier samen leven, zingen, dansen.
Al een paar dagen rijden trucks af en aan, hoog opgestapeld met mensen en hun hele hebben en houwen. Enkel hun hutjes blijven thuis. Matten, enorme potten en pannen, bussels hout, ja, zelfs de varkentjes moeten mee.


Zoek mij bij de opdringerige kinderen.

Belgische kerk.
En daar verschijnen wij dan ineens met ons bijbootje op het strand ten tonele.
“I-matang, I-matang ! Witte mensen !“, roepen de kindjes die ons tegemoet komen lopen op het strand. Voor ik het weet heb ik een paar smoezelige handjes vast en vechten er nog meer half-blote kindjes om een plaatsje langs me. We bewonderen de torenhoge kerk, afgewerkt in 1907, gebouwd door een Belgische pater, zij noemen hem hier father Ioane (Jan ?). Aan de buitenkant is de kerk vrij goed in orde, binnen wat sjofel. Ter ere van father Ioane noemt men één dorp op Abaiang, tot op vandaag, Borotium spreek uit Borosum, Belgium zoals dat in hun oren klinkt. Is dat niks?



Maneapa.
Dan staan we plots temidden het gewoel. Niemand had ons kunnen voorbereiden op de aanblik van dat enorme veld omgeven door een zestal grote maneapa's (gemeenschapshuizen) met hun immense palmen daken en vele kleinere buias wriemelend vol met mensen. Mannen en vrouw liggend, zittend, babbelend, eten kokend, kinderen verzorgend, kleren verkopend.
Kinderen en jongeren met brommers, ruim in de meerderheid, crossen en spelen overal tussen door.
Groot en klein loert verlegen naar ons. Als je vriendelijk : “Mauri,” groet, dan pas antwoorden ze. Een praatje maken, lukt maar moeizaam. Veel “opgetrek van wenkbrauwen”, betekent ja...of toch iets anders?



Tweeduizend mensen, dicht bij elkaar, en buiten een paar waterputten zien we niks dat op sanitair lijkt. Een groot festival zonder toi toi's. Oh boy.
Als we het bospaadje naar de zee volgen, kijk ik extra goed waar ik mijn voeten zet.

De processie met Maria van de Rozenkrans om 5 u 's ochtends gaat aan ons voorbij en ook de drie uur durende mis in de reuze maneapa. Pikant detail ons verteld door Michele, een Australische vrijwilligster, de enige andere witte mens die we ontmoeten. De pastoor stelde het begin van de mis met 20 minuten uit, terwijl hij hoogstpersoonlijk rondliep om al de liggende, slapende, luie mensen met een stokje van hun mat te porren en de kerk in te jagen. Pas als iedereen er is, kan de misviering beginnen.

Zang.
's Namiddags, als we een kijkje nemen bij het grootste gemeenschapshuis, maakt een vriendelijke man, George, meteen vooraan op de mat een plaatsje voor ons vrij. Er is een koorcompetitie aan de gang. Alle dorpjes groot en klein zijn vertegenwoordigd. Elk koor, de zangers uitgedost in dezelfde lavalava (sarong), stapt naar het podium en brengt hun ingestudeerde religieuze liedjes. De vrouwenstemmen erg hoog, zuiver als belletjes.
George blijkt de vrolijke dirigent van het koor van Tebontebike te zijn, geregeld davert de hele tent van de lachsalvo's. Plots hoor ik tussen het I-Kiribati “Tony en Jacky”, hij introduceert ons bij het publiek. Aha, daarom vroeg hij tot twee keer toe onze namen.
Als oud-zeeman kent hij Antwerpen, Rotterdam, Hamburg. Fluisterend voeren we een gesprekje terwijl ik achter mij verschillende vrouwen mekaar zie “vlooien”.
Na een paar uur, het zingen is nog in volle gang en het wordt al donker, nemen we afscheid, bang als we zijn dat we niet meer overeind kunnen als we hier nog lang op de mat zitten. Duidelijk iets waar zij onze meerdere in zijn.
Wat een aparte kerst.
Thuis op Jakker wachten de cassava frietjes en ik heb zelfs nog een potje krieken van onder de bank opgedoken. Een simpele Vlaamse kerst met gekleurde lampjes in de kuip.
Om 5 u maakt Tony mij wakker, daar staat aan de noordhemel, nee, niet de ster van Bethlehem maar de volledige Grote Beer. Wat is dat lang geleden. Kerst op het noordelijk halfrond, al is het maar luttele 1° noord.

George legt me één en ander uit.

De Limburghal van Abaiang.

Positie : Abaiang, 01°48,38 N 173°01,27 O


The outer islands.
Van zodra je je een beetje begint voor te bereiden op bestemmingen als Tuvalu, Kiribati en de Marshall eilanden duikt het begrip “outer islands” op. Op deze atollen, ja, we zijn weer terug in de wereld van nauwelijks boven water uitstekende ringen rond immense lagunes. Op deze atollen dus daar is het leven nog authentiek, rustig, zoals 100 jaar geleden, kortom daar vind je de verborgen paradijsjes.
Dat je er niet zomaar heen mag, besef je ook snel. Als de vriendelijke dames van customs en immigrations in Tarawa ons vragen of we outer islands willen bezoeken en welke van de 32 atollen dan wel, hebben wij ons antwoord klaar : Abaiang en Butaritari. Een mens moet keuzes maken. Vlotjes krijgen we volgende dag van de respectieve diensten onze permit en die geven we hier in Abaiang aan de, inderhaast uit zijn late middagdutje gewekte, politie-officier af.
“Ok, jullie kunnen hier nu tien dagen vrij rondrijden en -varen, uitklaren kan je hier niet !”. Of we dat niet al lang weten, op elk formulier staat dat je altijd terug naar Tarawa moet alvorens Kiribati te verlaten. Ooit was dat anders.

Aankomst in Abaiang.
Een paar uur eerder zijn we met het instromende tij van 3 knopen aan een rotvaart van 9 knopen door de pas naar binnen gesleurd. Minste diepte 4m, dat is niet zo gek veel onder onze kiel die 2 m diep steekt. Ik stuur op de satelliet kaart (dank zij dat fantastische Ovitalmap en ook SAS Planet zie ik ons bootje op de kaart varen), terwijl Tony “oogbalt”. Zijn eigenste ogen met polaroïd zonnebril, het enige instrument dat hij echt vertrouwt. “Buiten kijken” hij blijft erop hameren.

Eén van de weinige open plekken.

Moeilijk spontane foto's maken.

Verscholen.
Ongeveer 300 mensen wonen, helemaal weggestopt onder de bomen, daar waar wij aan land gaan, Taburao. Vanaf Jakker zie je enkel bos.
Komt het door de grote ijzerbomen met daaronder een soort naaldentapijt zoals je dat ook in onze Limburgse bossen vindt of door de enorme broodvruchtbomen (vreemd, zo een klein potplantje aan dek van captain Blighs Bounty) die lijken op onze eeuwenoude bronsgroene eiken? Wie zal het zeggen, maar ik moet aan thuis denken. Onder die prachtige bomen, natuurlijk ontbreken de onmisbare kokospalmen niet, staan ze weer, de hutjes mooi gegroepeerd rond een erf. Paadjes zijn afgezoomd met plantjes, er zijn bankjes, mooi gevlochten omheiningen , vriendelijke mensen, een parkachtige omgeving. Toch niet idealiseren, ik zie een mama luizen plukken uit de haren van haar dochtertje, de lachende kindjes zien er allemaal een beetje smoezelig uit.
De quarantaine officier nodigt ons uit in zijn eenvoudige lodge. Hij heeft een klein restaurantje en verhuurt brommers.

Rotweer.
Aan de andere kant van lagune grijnzen zwarte wolken als we in Jak stappen. De golven schuimen ook niet bepaald vriendelijk, maar we hebben afgesproken een tochtje met de brommer te maken vandaag. Hoe dichter we het land naderen, hoe zwarter het nu ook vóór ons wordt. Zoals we maar al te goed weten, zullen deze wolken ons weldra insluiten en dan zal de hel losbreken. We geven ons gewonnen en haasten ons terug naar Jakker. In overlevingsmodus komen we de volgende stormachtige uren door. Boterhammekes-weer want zo kan ik niet koken.
Het goede nieuws , we kunnen weer naar hartelust smodderen met water.

 

Positie : Tarawa, Tabon Te Keekee Eco Lodge : 01°23,33 N 173°06,87 E


Mini-busjes.
We beginnen stilaan in de sfeer van Kiribati te raken. We stappen busjes in en uit net zoals de inwoners. Weinigen hebben een auto. De ganse dag, ook 's avond nog, rijden die busjes de enige weg die Zuid-Tarawa rijk is, telkens weer op en neer. Openbaar vervoer hier, de max. De chauffeur moet enkel rijden, de “conducteur”, altijd een (jonge) vrouw doet de rest. Zij roept, uit het raampje naar buiten leunend, keihard de bestemming, zij int het geld en regelt alles. De (vooral) Toyota's zitten knalvol, met hoofdzakelijk vrouwen. Als zij niet alles zouden beredderen...viel het leven hier stil?

Ja.

We leren algauw dat je op Kiribati “ja” zegt door je wenkbrauwen hoog op te trekken. Eerst leggen we die verwonderde gezichtsuitdrukking totaal verkeerd uit, denken dat ze ons niet begrijpen. Als we onze vraag dan herhalen. Zelfde reactie. Wenkbrauwen omhoog is dus “ja”. Geen ja-knik met je hoofd, geen gemompeld “yes”, enkel dat wenkbrauwenspel. Groeten doen ze overigens op dezelfde manier.

En Tony, die geniet weer van de bijzonder geïnteresseerde blik van meisjes jong en oud, die zonder verpinken brutaal recht in zijn exotisch grijze ogen kijken. Bruine ogen heeft hier immers iedereen.

Geld.
Vandaag moeten we naar Bairiki, één van de twee belangrijkste stadjes , voor geld en het opladen van onze smartphone. Uiteindelijk halen we geld af met de creditkaart. Niet zo slim, I know. Maar wat doe je als de ATM onze debetkaart weigert. Plan B was Nieuw-Zeelandse dollars (die we wél nog hebben) wisselen tegen Australische, de gangbare munt op Kiribati. Meteen afgevoerd dat plan B. Reden : een rij van wel honderd lijdzaam wachtenden voor ons, bij de bank en ook bij Western Union.


Zo zien wij de lodge van achter ons anker.

Noord-Tarawa.
Het gewriemel in het overbevolkte Zuid-Tarawa beu, varen we weg om te ankeren voor de Tabon Te Keekee eco lodge. Prachtig gelegen simpele “buias” (rieten huisjes) aan een pas, met stralend wit zand. We maken een praatje met een Brits koppel, de enige gasten vandaag. Bezoeken de doopvontschelpen farm en de bootwerf. Vooral vrouwen bouwen er aan de boten, vandaag niet, het is zaterdag. Fantastische wandeling doorheen het eilandje. Een Bokrijk dorpje. Komt door al de palmen daken en de gevlochten pandanuswanden.


Zou je hier niet graag een nachtje in doorbrengen?


Ook reuze doopvontschelpen beginnen hun leven piepklein (2-3 cm).


Hier bouwt men boten.

We zien resten van loopgraven, gemaakt door de Japanners, die hier alles inpalmden na Pearl Harbor. 6500 Amerikanen en Japanners sneuvelden op de drie dagen dat de strijd duurde, in november 1943. Ondanks de blunder van de eerste amfibielanding overwonnen de Amerikanen. Velen sneuvelden toen hun landingsvoertuigen bleven steken achter het rif. Schietschijf voor de Japanners, omdat het water niet hoger kwam en ze niet aan land konden vanwege het extra lage tij waar niemand van wist. Zware tol voor een les die hen hielp in Normandië.

In één van de rieten huisjes zingt een klein meisje verrassend helder “How far I'll go”, het liedje uit de Disney film (Moana ) Vaiana en prompt ben ik in Weerde waar onze kleindochter, Roxie, het liedje ook helemaal meezingt in haar eigen Engels.
De wereld een dorp, maar hier is het decor wel perfect.

Van Tuvalu heb je nog weinig foto's gezien. Daar heb ik dit weekend aan gewerkt. Hier zijn ze ! Je vindt ze onder de tab "Foto's".
Ik probeer ook nog hier en daar een woordje uitleg te geven.

Positie : Tarawa, Bikenibeu : 01°22,22 N 173°06,26 E

 

Daar zal je de boarding party hebben !
Nee, nee, we hebben het niet over een feestje. Boarding party : zo noemen Engelstaligen het groepje ambtenaren dat aan boord de inklaringsprocedure komt uitvoeren. De dinghy van Unique (een catamaran die we kennen van in Fiji) dropt drie dames op onze spiegel. Nigel was toch toevallig aan de wal en gaf hen een lift, zij hebben zelf geen bootje.



Het wordt een gezellig uurtje papieren invullen en grapjes vertellen met de dames van customs, immigrations en health. Als de stempels gezet zijn, brengt Tony hen weg. Eén van de dames (vooraan in ons bootje) trekt wel een erg angstig gezicht, zij kan niet zwemmen. Gelukkig is deze een beruchte ankerplek nu veel rustiger dan normaal.



We zijn nu officieel in Kiribati, spreek uit Kiribas. Dat komt zo. Hun alfabet bestaat uit 13 letters. Voor de s hebben ze geen letter, daar gebruiken ze “ti” voor, lees ti dus als s.
Kiribati bestaat uit 33 eilanden, uitgestrooid aan beide zijden van de evenaar én de datumlijn, zich uitstrekkend van “zuid van Hawaii tot noord van Tuvalu”. Ongelooflijke 3,5 miljoen km² water, groter dan de US.
Maar arm, dat zie je meteen als je aan de wal gaat in Betio(Besso). We laten Jak achter in je reinste rioolwater, waar, als we terugkomen, jongetjes lustig zitten in te plonsen. Bah!
Hopelijk pakken we ongewild geen verstekelingen als kakkerlakken of erger mee aan boord.

Van de huisjes durf ik nauwelijks een foto te maken. Ze lijken nochtans een beetje op die in Bokrijk met hun rieten daken, maar zo verwaarloosd.
Van de 109.000 inwoners die heel Kiribati rijk is, woont de helft op Tarawa op een smalle strook land van een paar honderd meter tussen lagune en oceaan, nooit hoger dan 3 m.
Tarawa is internationaal bekend door de bloedige slag (meer dan 6.000 doden op drie dagen tijd) die, tussen Japanners en Amerikanen, om dit eilandje geleverd werd in WO II.

Arm, overbevolkt, stoffig, maar de mensen bedeesd vriendelijk, zeker als je wat meer belangstelling toont. De madamme die me bananen verkocht, zie ik later terug in het busje. Ze praat honderd uit en vraagt maar raak.
We halen de permits op om een paar outer islands te mogen bezoeken. Je hoort een verzoek te schrijven, moet de eilanden bij naam noemen, mag er maar 10 dagen blijven en moet vooraleer verder te varen, terug naar Tarawa om uit te klaren. Ok, begrepen.

Over deze (onze eerste) ankerplek lazen we : inklaren en wegwezen. Je boot kan hier heel erg te keer gaan als de wind over de enorme lagune blaast. Anker op maar.
Onze tocht over de lagune naar Bikenibeu (nog steeds in Zuid-Tarawa) is spannend. Slalommend in een doolhof van zandbanken en riffen over het prachtigste turkoois, onze smartphone met Ovitalmap (een erg nauwkeurig satelliet navigatie programma dat Google Earth beelden gebruikt) in de hand, komen we na drie uur aan bij onze vier collega cruisers.
Hier is het prachtig ankeren. En elke avond sundowners op een andere boot.

Fransman en Belg , buren.

Positie : 01°22,14 N 172°55,93 O

Midden in de Stille Oceaan, glijden we, moederziel alleen, voort op een lichte bries over een vriendelijk, in de volle maan, blikkerende zee. Correctie, niet moederziel alleen want gisteren zagen we een kleine walvis. En sorry Magellan voor mijn verwijten aan jouw adres, vannacht en vanmorgen deed de Pacifico haar naam alle eer aan. Eindelijk.
Daar doen we het dus voor, soms zou je het warempel vergeten.

En dan vannacht zat ik plots met twee grijze kerels in de kuip. Eentje kletsnat, zeewater druipt uit zijn lange baard en zie ik daar een visje blinken? Zijn drietand legt hij even in het gangboord, om zijn martini aan te pakken. Om 1 u 's nachts klinken we met Neptunus. Voor de tweede keer steken we de evenaar over en zijn plots weer terug in ?ons? noordelijk halfrond.

De volgende ochtend komt de wind pal van achter. Je begrijpt dat dan het achterste zeil, het grootzeil, de genua dit is het voorste zeil, afdekt. Dit betekent minder snelheid door het steeds invallen en met een klap terug volslaan van de genua. Zo verslijt dat zeil wel erg snel en wat een enerverend geklapper, zeg. We zetten dus de boom. Een dikke, zware alu buis van 4 m die de genua aan de andere kant , vlinderend, uit moet houden. Vlot gaat dat nooit. Op een bokkend paard werken met dat monster, waar de wind spel op heeft en die je in een bepaalde positie wil krijgen. Tony is de pieneut want zo sterk. Laat ik volstaan met te zeggen dat hij nadien minstens een half uur nodig heeft om af te koelen. En dan bedoel ik niet enkel dat hij het er warm van heeft gekregen. Frustratie- en woede-stoom afblazen duurt ook wel even. Ik doe stilletjes mee want zie jij aan boord iemand anders om de verwensingen op te vangen? Als we daarna met 7 knopen door het water scheuren, vergeten we die schermutselingen gauw. Ons relatie-geheim?

Net na zonsondergang komen we in Tarawa bij de ingang van het kanaal aan. Alles is goed beboeid, bijna als thuis met verlichte groene en rode boeien ! Zo scharrelen we langzaam richting ankerplek. Beetje moeilijk, maar tussen een hoop visserswrakken vinden we toch een plaatsje. De volle maan komt net op tijd een handje helpen.
Voilà, het is weer eens gelukt.

Positie : 02°46,48 Z 175°28,87 O

Midden in de Stille Oceaan, jakkeren we, moederziel alleen voort in harde windvlagen over een zee die wit is van neergutsend water. Waarom Magellan die oceaan zo moest noemen, mij een raadsel? Omdat hij toevallig gunstige wind had, toen hij de oceaan voor het eerst opvoer. Wij zagen haar nauwelijks heel kalm.

Een zakdoekgroot zeiltje, motor bij. Alle kussentjes, e-books, spullen die het leven in de kuip aangenaam moeten maken, zijn binnen, wij incluis. Elk kwartier steken we om beurt ons hoofd buiten om eventueel ?gezelschap? tijdig op te merken. Groot voordeel van onze Raymarine E 7 kaartplotter (bij ons staat die buiten): je kan via wifi het scherm op je tablet inhalen. Snelheid , koers, radarscherm alles is binnen te volgen.

We zijn dag 3 van onze tocht naar de Gilbert Islands ? Kiribati (hoofdeiland Tarawa). Rommelig was de zee al bij aanvang maar de wind zat goed en we zeilden snel. Meer dan twee dagen heb je al nodig om vanuit Funafuti (hoofdeiland van Tuvalu) het grond-zeegebied van Tuvalu te doorkruisen. Zeegebied want veel meer water dan land.
We droomden al van een snelle oversteek...tot gisteravond felle buien roet in het eten kwamen gooien. Wind op kop, steile, korte golven die Jakker hoog uit het water tillen en haar dan met een misselijkmakende klap weer plat op haar buik doen neerkomen.
De ganse nacht is het van dat. Soms giet het water, één keer slaat er een golf in de kuip. Zoet of zout water, wat maakt het uit?
Staat er voor morgen maandag beter weer op het programma? Het weerbericht kletst maar wat af. Kloppen doet het zelden. We zien wel.
O ja, voor de rest is alles wel aan boord. Maak je geen zorgen. Al raakt de pompoensoep en de gebakken rijst met groenten nu op en zal ik morgen opnieuw improviserend moeten koken.

Additional information