Eigenlijk heb ik er echt geen fut meer voor, we werken elke dag zo een tiental uur...maar toch heb ik mezelf onder mijn kont en achter de computer gesjot om wat te vertellen over waar we zoal mee bezig zijn.

Nu orkaan Ella uitgeraasd is, afgenomen tot een tropische depressie en ver weg van ons. Nu wij bekomen zijn van onze jetlag, blijven er geen uitvluchten meer over om niet uit het water te gaan. We vullen een officieel “haul out” formulier in. Vuda Marina laat niks aan het toeval over. Je kan niet zomaar eventjes "tussendoor" in de kraan.

Maar ik ga te snel, eerst komt de duiker om onze ankerketting, die in het midden van de “havenkom” aan een zwaar vliegwiel vasthangt, los te maken. Volgt het zware werk van ankerketting inhalen en vooral afspoelen. Na twee maanden in het water zitten er mosselen en krabbetjes op. Dat alles belandt in de ankerbak als je de ketting inhaalt en laten wij nu net àchter die ankerbak slapen. Bepaald geen prettig laat avond parfum, als die diertjes de pijp aan maarten geven. Wegspoelen dus.



Als dit geklaard is, varen we tussen de hijsbanden van de kraan en prompt gaat Jakker uit het water. De kraanman vraagt meteen om "het papier", alvorens zich voor te stellen en handjes te drukken. Afspuiten met de hogedrukreiniger is absoluut noodzakelijk. Zo erg is Jakker nog nooit aangegroeid op twee maanden tijd, ongezien.


Vervolgens rijdt de kraan met ons heel hebben en houen naar een mooi plekje in de wind, dicht bij de blauwe baai. Aan het uitzicht valt alvast niks op te merken.
Hoog genoeg opbokken zodat het roer eruit kan, want we hebben grootste klusplannen en een lang lijstje. Daarvan is het onderwaterschip met antifouling schilderen nog het makkelijkst.

 

 

 

 

 

Goed nieuws. Cycloon Ella neemt heel langzaam af in kracht en blijft ver genoeg noord van ons om geen gevaar meer te vormen.

Enkel het noordelijke eiland van Fiji, Vanua Levu, en de kleine eilanden in de buurt moeten nog waakzaam blijven. Veel wind en regen kan nog steeds hun deel zijn.

Morgen spoedt de, tot tropische depressie afgenomen, orkaan zich verder westwaarts, terwijl hij nog verder verzwakt.

Maar de weermensen blijven alert. De alles verwoestende categorie 5 cycloon Winston van vorig jaar kwam ook op zijn stappen terug, zijn pad helemaal verleggend en zich in korte tijd terug opblazend tot het monster dat zo lelijk huishield in Fiji.

Kunnen we dan nu het orkaanseizoen 2016-2017 afsluiten?

 

 

 

Bij het uit het vliegtuig stappen, omhult een zwoele warmte ons als een dikke, totaal overbodige deken. De overbekende vochtige aarde-, planten- en bloemengeur dringt onze neus binnen. Echter de stralende, spontane warmte van de mensen in Fiji, die maakt weer het meest indruk op ons. In Brussel was men erg vriendelijk bij de check-in, zeker. Maar de echt gemeende begroeting, alsof ze met heel hun lijf een familielid verwelkomen, dat tref je enkel in de Pacific aan.

Laatste week.
Maar laat ik nog even teruggaan naar de laatste week thuis.
Een mini-klasreünie, de opening van Karen en Jean-Marc hun nieuwe duikwinkel, de ontmoeting met collega-zeilers Fons en Rita van s.v. Sunshine, die we enkel van mail kenden, een laatste keer voorlezen aan de kleinkinderen, een laatste maal in de hot tub bij Bert, op de valreep nog een keelontsteking het hoofd bieden en natuurlijk overal knuffelen ten afscheid : dat zijn zo ongeveer onze bezigheden tijdens die laatste week. O ja, vergeet ik nog het tijdrovende inpak-puzzelen en bagage verdelen over twee tassen die elk 23 kg mogen wegen. Probleem : we hebben te weinig kleren en te veel zware “bootspullen”.
Maar uiteindelijk zijn we klaar voor vertrek op woensdag (3 mei ) om 7 u als we op de bus stappen van Zemst naar Zaventem. De files en verkeersdrukte omzeilen we via de speciale busstrook en het afgesloten terrein rond de luchthaven.

Op stap in Planckendael .

 

Zeilen in Zeeland met Bert.

Gezellig in de zetel bij Karen.

Ontmoeting in Abu Dhabi.
Vlot raken we in een zevental uren in Abu Dhabi, waar we een bed hebben besteld om de dertien wachturen te overbruggen. We vliegen met Etihad, de maatschappij waar Claudio, piloot en goeie vriend uit Genk, voor vliegt. Hij woont in Abu Dhabi en, net voor híj naar België vertrekt, kunnen we in het hotel anderhalf uurtje bijbabbelen. Geweldig, die ontmoeting, na elkaar tien jaar niet gezien te hebben. Zijn vrouw, Carolina (wij waren op hun huwelijk in Peru vijftien jaar geleden) vertelt mij honderduit over haar kinderen, haar familie in Peru. Mijn keel krijgt nu wel de ultieme doodsteek.
Gelukkig kan ik op de volgende vlucht van 13,5 uur naar Melbourne lekker zwijgen. Bovendien zorgde Claudio ervoor dat we in de watten gelegd worden. Ik ben er nu vast van overtuigd dat champagne goed is voor de keel.
Na 25 uur vliegen en, in Australië, nog extra vijf uur wachten, komen we uitgeput bij de, in de haven bestelde cottage, aan. We zien Jakker liggen en slapen met een gerust hart in.

Cycloon Ella, buitenbeentje
En dan kan het werken beginnen. Eerst moeten we nog via onze buurman op Jakker klimmen. Maar als dan de bijboot is opgepompt, trekken we ons met een touw naar het kleine steigertje waar we via autobanden omhoog kruipen. Hoe hou je je fit op een boot ? Jakker ligt immers nog in cycloon modus. En zal ik eens wat vertellen. In mei is het cycloonseizoen gedaan...maar, uitzonderlijk, ontwikkelt zich op dit eigenste moment een orkaan in het oosten van Fiji. Ella, komt snel naderbij en neemt toe in kracht. Dat is één zorg.
Komt daar nog een kapotte waterpomp bij die, als hij werkt, stromend water levert aan boord. En tot overmaat van ramp een kapotte zoutwaterpomp van de motor.

Zo klimmen we aan land.

Jak is veerboot.

Stromend water hebben we snel weer. Tony bestelt en plaatst een nieuwe schakelaar. Opgelost.
De waterpomp voor de motor is echter andere koek. De vriendelijke Indiër in de bootwinkel kan die in Australië bestellen...voor 900 Euro. “Wablief....ze denken wel dat het geld op mijn rug groeit,” moppert Tony. “Daar zal ik nog wel eens over slapen.” Om vervolgens toch maar die volledige pomp te bestellen want hoe moet die motor anders hersteld ?

Eigenlijk was ons plan : zo snel mogelijk uit het water. Het onderwaterschip verven en het lager van de schroefas repareren. Nieuwe batterijen installeren en ons gekeurd reddingsvlot afhalen en daarna een beetje gaan relaxen.
In plaats daarvan zitten we vast in de oven van Vuda met een motor die zoutwater lekt en een op de loer liggende orkaan We troosten ons dan maar met het feit dat we in een "hurricanehole "liggen. Waar kan je beter zijn bij een orkaandreiging?

 

Gaat de tijd in Vlaanderen sneller? Of komt het doordat we zoveel willen doen , zoveel mensen willen ontmoeten?
Bijna dagelijks neem ik me voor wat te vertellen over ons verblijf hier en hup zijn we een week verder zonder dat ik iets “op papier” kreeg.
Met nog twee weken te gaan, kan ik je nu al vertellen dat we het reuze naar onze zin hadden. We brachten veel tijd door met de kinderen en kleinkinderen.

Ontelbaar zijn de puzzles die ik samen met de bengels maakte. Zoveel verhaaltjes vertelde ik nog nooit. Tekeningen zat om mee naar Jakker te nemen. Wij kunnen hun gedateerde “one-liners” en speciale woordjes (ruim een jaar oud) in de prullenmand gooien. Hun repertoire is geupdate, zoals Bert zo mooi vaststelde. Een leuk voorbeeldje : “e'lekkere'triciteit”.

We hadden de familiereünie met meer dan 40 mensen, groot en klein. We zagen vriendinnen, vrienden terug. Zelfs onze zeilvrienden van de ex-Nautilus brachten we een onvergetelijk bezoekje.
We gingen met Karen indoor duiken in TODI op de “be-mine” site. We zeilden in Zeeland met Bert en zijn gezin in hun nieuw aangeschafte boot.

We werden een beetje “niet goed” van het overaanbod in de supermarkten en bij uitbreiding in alle winkels, die er naar ons gevoel allen, totaal onnodig, uitzien als paleizen.

We hebben het vreselijk koud gehad maar maakten ook, voor het eerst sinds zeven jaar, de intocht van de lente mee. Eindelijk kwam er wat kleur in het landschap en werd het even echt warm tenminste als je een tegen de wind beschut plekje kon vinden.
Maar, geef nu zelf toe, het is toch meestal erg donker en grauw in dit kouwe kikkerlandje. Wat krijgen we heimwee naar de uitbundige kleuren, het felle licht, de weidsheid van het water. De hitte nemen we er dan wel bij.
Ik weet nu al : de laatste twee weken zullen vast omvliegen en aan het afscheid nemen durf ik helemaal nog niet te denken.

 

  

Opgeruimd staat netjes. Ik heb nog snel de laatste foto's in een mapje gestoken. Voor degenen die de Fiji foto's nog niet beu zijn.

De ventilatoren aan boord draaien overuren. Het is heet en, veel erger, het is vochtig. Zelfs als je niks doet, ben je constant plakkerig nat. Maar niet klagen, we moeten er tegenaan. Alles voorbereiden want we vliegen naar huis volgende week. Jij denkt : Nou en ?! Inpakken, klaar. Had je gedacht.
En wat dan met Jakker? Zij moet hier achterblijven en liefst goed “verzorgd”, dat eist de verzekering. Op zoek naar een cycloon-veilige haven komen we terecht bij Vuda Marina (zeg Vunda). Vorige woensdag voeren we binnen. Amper 5 mijl van Port Denarau waren we er in een uurtje. Een nauwe ingang, een bocht naar links en dan beland je in een ronde kom waar de boten mooi in een kringetje met boeg of kont naar de kant netjes naast elkaar vastgemaakt liggen. Voor en achteraan worden onze touwen aangepakt, alles netjes geregeld. Er is geen drijvende steiger, enkel een soort schavotje, om van je boot af te stappen. We bewegen meer dan anderhalve meter met het getij omhoog en omlaag, je kan je de halsbrekende toeren voorstellen die we af en toe moeten uithalen om van boord te stappen. Zo blijven we jong, zeker.




Maart en april zijn nog cycloonmaanden. We moeten dus in cycloonmodus lees zo min mogelijk spullen aan dek, vele zware lijnen en kettingen uitzetten, stootwillen onder de boot door vastmaken.
De zware genua, buitenboordmotor van Jak, de duikflessen, diesel jerrycans, bimini, buiskap, alles verdwijnt in de bakboord achterkajuit. We hellen merkbaar over naar die kant.
Tony haalt de windrichting-aanwijzer uit de mast naar beneden. Als die bij harde wind kapot waait, hebben we een probleem. Hier kan je geen nieuwe kopen.
Tony wil ook nog snel een nieuwe band rondom onze Jak plakken en het opklapbankje in de kuip maken.
Ik zoek in onze klerenvoorraad een paar toonbare winterspullen. Veel keuze is er niet. Eerst die muffe dingen maar eens in de wasmachine.
Dan moet ik inpakken en vervolgens al het binnenhoutwerk met azijnwater afwassen tegen eventuele schimmelvorming.
Dagen duurt al dat werk. Gelukkig, zijn we al vroeg hier, want we weten : je kan niet zoveel werk verzetten per dag. Het is zo vervloekte heet. Enkel van 6 tot 8u30 kan je vrij goed werken daarna is elk werkje de hel. Bovendien ligt er een zware depressie 1000 hPa boven ons, die veel regen bijheeft.



Maar we geraken er wel. Maandag de boot omdraaien, de neus naar het midden van de poel gericht, met een zware ketting daar vastmaken aan een boei, Jakker een eind naar het midden trekken zodat het roer niet achteraan op de kant kan stukslaan.
De laatste nachten slapen we in de cottage tegenover Jakker. Die luxe hebben we verdiend. Bovendien willen we in de droge airco lucht van de cottage een nieuwe rand rond onze Jak plakken. Sjjjt, niet verder zeggen, dat zal wel niet toegelaten zijn. Maar we willen geen herhaling van de grap van twee jaar geleden toen door een fikse regenbui, op het cruciale moment, heel de “lijmoperatie” letterlijk in het water viel.
Zijn we nu klaar? Ok. Vlaanderen we komen eraan.

Fiji verzuipt.
Al drie dagen op rij teisteren stortbuien die dag en nacht voortduren, vooral het Western Divison, het westelijke deel van Viti Levu waar wij ons nu ophouden.
Nadi , Rakiraki, Ba, andere steden en omliggende dorpen gelegen aan getijdenrivieren, zien het water stijgen. Wegen, stadscentra in laag liggende gebieden lopen gewoon onder. De gestage gietende regen en het dagelijkse hoog water werken samen en zetten alles blank. Vanmorgen bereiken ons berichten van overstromingen in het centrum van Nadi waar wij altijd boodschappen doen. De politie vraagt mensen niet naar het centrum te komen. Nadi rivier trad buiten haar oevers. De weg tussen Nadi en Lautoka, dit is ook de weg naar de luchthaven, is al op een aantal plaatsen overstroomd. Je kan er helemaal niet meer door met je auto.
Een nieuwsreporter vertelt van mensen die op het dak van hun huis een heenkomen hebben gezocht. Hoe lang kunnen ze daar blijven? Wie gaat hen redden? Het noodweer treft zoals steeds de arme mensen in hun schamele huisjes, gebouwd op aangestampte grond, het hardst. 

Onze boot heeft natuurlijk geen hinder van de regen zelf, maar de zonnepanelen geven bijna geen stroom meer door deze donkere luchten. Energie wordt een probleem aan boord, net nu je meer binnen dus aan de laptop zit. Nu moet onze motor het accu's laden overnemen. Vervelend gevolg : nog meer hitte in de boot. Wat denk je dat een metaalblok van 90° uitstraalt?
Besluit : ik telefoneer naar het havenbureau om een plekje aan de C-jetty te vragen. Daar kunnen we wal-stroom nemen en liggen we goed vast als de harde wind van een volgende tropische depressie TD10 F ons vrijdag en zaterdag zal geselen.
Blijkt dat ik net op tijd bel. Een gehaast klinkende bediende vertelt me dat we maar aan het dok moeten gaan liggen, zij kan verder voor niks zorgen. Het havenkantoor is eigenlijk al gesloten. Het personeel gaat naar huis, nu ze er nog kunnen geraken, want : “mevrouw, alles staat onder water “.
Als de regen iets minder heftig te keer gaat, verkassen we snel naar het dok. Elektriciteit regelen we via manager Nigel, die wél nog hier is. 


Intussen, vrijdag 10 februari, is depressie TD 09 F weggetrokken. Fiji werd één dag adempauze gegund. Terwijl ik dit schrijf, klettert de regen uit TD10 F op ons dek. Hoeveel meer water kan het doorweekte Fiji nog hebben?
Ali, onze havenmeester, vertrouwde ons toe dat hij in ieder geval zijn meubels en vloerkleden nog een paar dagen op de bovenverdieping laat . Er staat zowat een meter water in zijn huis.
“Rainy season in Fiji, what can you do? “, zo aanvaarden de inwoners van Fiji dit Belgische weer in de tropen.

 

Port Denarau - Fiji.

Too hot to work, my friend !”. Als mensen die hier geboren zijn dat al zeggen, dan weet je het wel, zeker. Het is drukkend heet in Fiji, 
35° C, 80 % vochtigheid. Logisch : januari, februari : de ergste maanden.

Eigenlijk kan een mens nu enkel languit in de schaduw liggen en niks doen. Of rondhangen in de, door de airco, superkoele supermarkt.
Maar zo kan dat niet aan boord van Jakker. Er bestaat een klussenlijst en daar moet en zal aan gewerkt worden.

Na onze Jak (die nu nooit meer tussentijds moet opgepompt worden) is de bimini aan de beurt. Bijna zeven jaar beschutte dat afdak ons dag in dag uit tegen de zon. Nu is het zware canvas zo dun geworden dat het scheurt als papier bij aanraking. De oude bimini nemen we zorgvuldig uit elkaar zodat we de verschillende delen als sjabloon op de nieuwe uitgerolde sunbrella kunnen leggen. Speciaal voor deze klus reserveerden we een plekje in marina Port Denarau aan de brede C Jetty.

 
Eerst alles lostornen.

Elke dag om half zes roept de wekker ons op. We vliegen erin bij het eerste licht, maar na een half uurtje is de koperen ploert al boven de horizon en begint het te stoven. De betonnen steiger warmt meteen op. Zo komt het dat wij op onze knieën zitten te meten en knippen op een gloeiend hete plaat van wel 60°. “In het zweet uws aanschijns” werken, moet wel bedoeld zijn voor streken als Fiji. Wij druipen helemaal, zien eruit alsof we van onder de douche komen.

Durven we knippen?

De ritsen opplakken.

De twee delen waaruit de bimini bestaat, kleven we op elkaar met dubbelzijdige plakband, die maakt de naad meteen waterdicht. Naar binnen nu met de hele handel. Naar ons naaiatelier, of liever : de oven. We vechten met de grote lappen zware stof, de ritssluitingen, de dubbelzijdige plakband, de boord. Op onze gewone Jakkertafel, met de degelijke, Zwitserse Elna, huis-tuin en keuken naaimachine. Helaas hebben wij geen enorme werktafel met verzonken heavy duty naaimachine. Ventilatoren hebben we wel. En die maken overuren.



In drie dagen krijgen we hem klaar. Onze zelfgemaakte, nieuwe bimini. Stel je voor, de sunbrella lag al van Panama aan boord. We zijn dik tevreden.
En wij niet alleen  : onze Fiji overbuur, die nieuwsgierig steeds onze vorderingen kwam bekijken, was zo onder de indruk dat hij meteen een bestelling voor zijn boot bij ons wilde plaatsen. Ben je gek! Je zo in het zweet werken, zo erg nadenken en brainstormen vooraleer je durft te knippen, dan al dat moeizame pas- en naaiwerk...dat breng je enkel op voor je eigen boot.

 

Mooi resultaat.

Mana eiland – Fiji.

Tijd om mij nog eens te melden. Maar het is zo heet dat mij de fut om te schrijven vaak ontbreekt.
Karen en Jean-Marc zijn nu écht weg. Veertien dagen trokken ze nog rond in Vanuatu en de Salomon eilanden op zoek naar mooie duikplekken, scheeps- en vliegtuigwrakken. Naar ons gevoel nog steeds “ in de buurt”. We chatten immers nog elke avond. Maar vanavond vliegen ze vanuit Australië terug naar huis.
Lange blonde haren, Humo's, wat koekjes en chocola : dat blijft er achter. Bewijs dat ze aan boord waren. En natuurlijk, de gepimpte Jak met nieuwe airdeck en opblaaskiel. De nieuwe stootrand wacht nog op plaatsing.
Wij vliegen hen binnen vijf weken achterna, niet getreurd dus.


Eerst genieten we nog van de loodzware hitte hier. Enkel een paar plonsen, in het 30° warme water, per dag maken het leven enigszins draaglijk.
Toch in het water nemen we borstel en steekmes dan maar mee. Met de afgedankte kredietkaarten werken we al lang niet meer. Te klein voor de job. Onze erg goeie anti-fouling, aangebracht in Tahiti, houdt het na bijna een jaar toch ook voor gezien.
Drie paar ogen volgen al onze bewegingen nauwgezet. Het zijn de drie remora's, zuigvissen, die tijdelijk onder onze boot wonen. Met de grote zuignap bovenop hun kop hechten ze zich aan haaien, grote vissen, schepen, soms, tot mijn afkeer, ook aan ons. Ze voeden zich met maaltijd overschotjes van hun gastheer. Op alles wat door ons toilet verdwijnt, toch ook overschotjes, zijn ze dol. Het zijn ware opruim en recyclage wonderen.

Remora's rond de boot in Fakarava.


Om nog meer zeeleven te zien, stuiven we met de Jak naar de zandplaat. Sandra en Philippe van Ulani gaan mee. Als steeds is het genieten daar. Het krioelt er van de zee-anemonen mét nemootjes. Meerdere pipefishes, familie van het zeepaardje, hangen op het koraal. Een kleine murene komt piepen.

Bovendien wachten er andere noodzakelijke taken. Grootzeil naaien bijvoorbeeld. Het zeil halen we in alle vroegte, voor de zon opkomt naar beneden. Van de schoothoek, die altijd aan de zon is blootgesteld, zijn alle stiksels “weggebrand”. Met de “esay stitch”, die zich doorheen het dikste materiaal boort, herstellen we alles op een dag.


Een uitstap naar Mana eiland, met het gelijknamige resort , hebben we verdiend. Van daaruit kan je Monuriki zien. Het eiland waar Tom Hanks zijn lange gesprekken met “Wilson”, de volleybal, hield in de film Cast Away.
Jakker ligt helemaal alleen aan de andere kant van Mana. 's Ochtends op een vredige vijver, 's namiddags en 's avonds op woelige baren.

 

Monuriki (eiland van Cast Away) is het meest linkse eiland in de verte.

Jakker helemaal alleen.

 

Additional information