Positie : Port Moselle, steiger A 12.

De rode vlag "Alerte cyclone" bij de capitainerie.  Jakker is rechtse mast, vooraan.

Voor ik verderga met mijn verhaaltje van onze rondrit over Grande Terre (Nieuw-Caledonië) even een update over het weer. In België woedde CIARA. Wij hadden hier cat. 3 cycloon UERI. Hij verwijdert zich nu langzaam van ons, een kletsnat, verwaaid Nieuw-Caledonië achterlatend. Jakker is ontzettend blij met haar veilig plaatsje in Port Moselle waarheen we ten allen tijde kunnen terugkeren.
We moeten nog alert blijven, maar het ergste is voorbij. Vooral het noorden van het eiland werd getroffen. Nouméa bleef, ondanks de hevige stormregen gisteren, gespaard van grote overstromingen. Februari de regenmaand doet zijn naam wel eer aan.
Wellicht blijft dit niet de laatste tropische depressie van het seizoen. Boven de Coral Sea (tussen Australië en Nieuw-Caledonië ) is het erg onstabiel. Wordt vervolgd.

Met de auto op weg.

In de gloednieuwe Auberge de la Jeunesse in Poé hoeven we niet op slaapzaal. Wij reserveerden een kamer, met badkamer. Bed opmaken moeten we wel zelf doen.
Een vrolijke dame duwt ons een bakje met bestek in de handen. Ze toont ons twee koelkasten met ons nummer 4 en wij mogen gebruik maken van de grote diepvries. Goed zo. Op die manier kunnen we onze koelbox ook zo houden, koel. Met diepgevroren koelelementen.
Dat doen we zo ook de volgende dagen. Overal is er een koelkast met vriesvakje voor de “koudertjes” voorhanden. Of we nu in een container overnachten, een bungalow met typisch kanaken dak of een jungle hut mét jungle vogelgeluiden.

Na het gevangenis museum is het tijd voor natuur de volgende dag. Al snel blijkt dat “Roche Percée”, waarheen het bordje wijst, nog enkel de naam is van een plek. De “rots met gat” bestaat helemaal niet meer. In 2004 stortte ze in, verdween tot puin verkruimeld, in de golven. De monoliet, Bonhomme, die er vlak naast staat, trotseert de zee wel nog steeds en levert mooie plaatjes. Men zegt dat zijn “aangezicht” voortdurend verandert, onder invloed van wind en water. Hoe lang zal dat manneke nog stand houden? Want uitgerekend hier vind je de hoogste (surf)golven van Nieuw-Caledonië.
De Bonhomme kijkt naar de baie des Tortues waar van november tot maart schildpadden de baas zijn. We zitten net tussen twee periodes . De nesten zijn klaar, eitjes liggen in het warme zand. Vrijwilligers hebben dakjes uit palmblaren gemaakt en schermen erom heen. Pas toucher ! In februari zullen 's nachts de eerste schildpadjes eruit kruipen en hun weg naar zee zoeken.

Monoliet le Bonhomme.

Hier ligt een schildpaddennest in het warme zand. Niet aankomen !

Onze mangroven wandeling, tussen de endemische cycas “ geen palmen maar ook geen varens” die zo mooi begonnen was, ontaardt in een vlucht voor zwermen muggen. Zie je het voor je, muggenmelk smerend, tegelijk muggen van ons afslaand, proberen we zo snel mogelijk bij de auto te geraken. Belangrijk detail : waar ik vroeger hét slachtoffer bij uitstek was, met records van 30 muggenbeten op één arm in één uur, wordt nu vooral Tony gestoken. Iets met hormonen te maken?

Endemische cyca plant.

Na een nacht in Koné rijden we naar Voh waar je “het hart”, het symbool van Nieuw-Caledonië kan zien. Dit beroemde “Coeur de Voh” siert de cover van Earth from above, een fotografieboek met 's werelds mooiste luchtfoto's.
Let wel : dit bijzonder fotogenieke natuurfenomeen kan je enkel na een uitputtende tocht te voet, een makkelijke 4x4 rit of vanuit een vliegtuigje bewonderen.

Naar het idee : een tekening kan je ook niet zien als je ze op ooghoogte houdt, is dit hart een tekening van planten in verschillende kleuren ontstaan in de moerasdelta van een rivier, dat je niet kan zien als je op dezelfde hoogte staat.
Wij klimmen tot een eerste uitkijkpunt en kunnen vaag zien waar het hart zich moet bevinden.

Onze foto van uitzichtpunt 1.

Gepikte foto.


Op naar een volgende natuurfenomeen. De grotten van Koumac. “Alweer grotten” dachten we eerst, “zouden we wel ?” Maar deze zijn anders, vooral de grote grot maakt van ons weer even kinderen.
De klim naar de ingang is een voorproefje van wat je binnen wacht. Eén erg lange gang kronkelt als een lange slang door de buik van de aarde.J e kan niet verdwalen, hebt wel een lamp nodig. Stikdonker is het er. Bukkend, opzij schuifelend, buik intrekkend, over hindernissen krabbelend, slingerend, omhoog omlaag ga je steeds dieper de grot in. Op bepaalde plekken staan de bekende steenmannetjes (cairns) bij honderden. Na een uur krabbel je je naam opnieuw in het boek waarin je je registreerde bij aanvang. Moe maar we hebben ons geamuseerd.
We rijden nog even tot bij de erg winderige kleine jachthaven als besluit van deze dag.

Jammer dat de mijn van Tiébaghi, het is alweer de volgende dag, gesloten is. Je mag zelfs het terrein niet op. We kijken even rond in de buurt van de antieke mijn waar je heel wat kan leren over de vondst en ontginningen van nikkel (het groene goud), chroom, kobalt , zelfs goud .
De meest noordelijke weg over de Chaine, de bergketen in het midden van de Caillou of Grande Terre (het hoofdeiland van Nieuw-Caledonië) brengt ons naar de andere kant. Twee passen bieden een ver uitzicht over zwartgeblakerde bossen en afgegraven bergen. Jammer. Erosie heeft nu vrij spel. We hadden ons een mooier landschap voorgesteld.

Niet enkel Australië kent zware bosbranden.

Bovendien graaft men overal naar "het groene goud".

In dit deel van NC heersen de tribus (stammen) van Kanaken. De chef zwaait de plak. “Coutumes” regelen het leven, zoals in Vanuatu “kastom”.
Hier ging Cook als eerste Europeaan aan land. Kan je de banian boom zien waaronder de eerste mis werd opgedragen. Getuigen de vele kleine kerkjes van het nijvere werk van de missionarissen. Mooie intacte cases (traditionele hutten met hoge rieten daken en een pijl bovenin) zijn er nog wel maar moeilijk te fotograferen.

De oostkant staat gelijk aan jungle. Vruchtbaar, vochtig, warm. Overal prachtige endemische varens, bloemen, banianbomen en vele watervallen. Onze favoriet.

Donkere wolken pakken samen, een stortbui duurt tot laat in de avond. We rijden door rivierbeddingen en de laatste bac van NC, die van Ouaième, brengt ons over de grote gelijknamige riviermond. Vier auto's kunnen er tegelijk op. De indrukwekkende, steile oevers gaan schuil achter wolkengordijnen.

De bac van Ouaième.

En dan kom je in Hienghène. Prachtige baai met de mooiste rotsformaties, helaas vandaag in de regen. Dus keren we de volgende ochtend terug om La Poule Couveuse (Broedende Kip), de Sfinx en de Lindéralique in het zonlicht te bewonderen. Tevreden met die meevaller vanochtend rijden we weer verder zuidwaarts, opnieuw in de zon.

De legendarische kip .

Kerkje van de plaatselijke tribu, de Lindéralique rotsen op de achtergrond.

 

 

Foto's geplaatst !  

Positie : Île Uéré

We huren een auto. Van Hertz nog wel. Booteigenaars in Port Moselle krijgen 20 % korting!
We nemen een all-risk verzekering. Echter, schade aan banden, ruiten en het dak moeten we zelf betalen. Het dak ??? Heeft zeker iets te maken met vallende kokosnoten. Die zorgen hier vaak voor schade, zijn zelfs een belangrijke doodsoorzaak.
Kan iemand mij ook vertellen hoe we die vallende bommen dan moeten vermijden misschien ? Wij hebben alvast geen idee.

We boeken een eerste overnachting in een jeugdherberg op het strand van Poé, laden de auto in en weg zijn wij, richting noorden.
Eerste stop : de oever van een kabbelend riviertje in Païta. Blij met Tony's idee om de comfortseats ook in de auto te gooien, installeren we ons op een schaduwplekje met volle frigobox en heerlijk stokbrood. Er kan zelfs nog een dutje achteraan, je kan die seats immers helemaal plat leggen !

Eerste lunch. Makkelijke die "boot" comfortseats !

Het landschap is dor met verspreide boerderijen, koeien en paarden. Cowboy land. Grote delen herstellen van vroegere branden of zijn duidelijk pas recent zwartgeblakerd. Niet enkel Australië lijdt onder de grote droogte en de vernietigende branden. Nu ik dit schrijf bestrijden de “sapeurs pompiers” al vijf dagen een brand ten noorden van Nouméa.
In Moindou wijst een bordje naar Fort Téremba, centre penitentiaire, later Militair Fort. Dit door de inwoners, jong en oud, van Moindou mooi gerestaureerde complex willen we bezoeken.

Van buiten !


We schrijven 1860 – 1897, Nieuw-Caledonië was sinds kort Frans gebied. De eerste missionarissen hadden vele “coutumes” de kop ingedrukt. Hun religie opgedrongen aan de Kanaken. Zijzelf betaalden vaak een hoge prijs en werden opgepeuzeld.
Toen in de bagnes van Frans Guyana gevangenen én bewakers bij bosjes stierven door het moordende klimaat, zocht men een andere bestemming voor de gestraften, die men niet in Franrijk wilde hebben.
Dieven, moordenaars, politieke gevangenen uit Algerije, communards (van de Commune van Parijs) werden nu naar Nieuw-Caledonië gedeporteerd. In erbarmelijke omstandigheden, opgesloten in de ruimen van zeilschepen, bereikten ze na meer dan een half jaar hun bestemming.

Een andere reden voor hun deportatie : Nieuw-Caledonië, niet bijster populair bij “gewone” kolonisten, had dringend nood aan werkkrachten om wegen aan te leggen en gebouwen op te richten en om het land te bevolken. Daartoe liet men zelfs (hun) vrouwen overkomen.
Een erg groot percentage van de huidige Caldoches (in Nieuw-Caledonië geboren blanken) stammen af van “bagnards” (gevangenen). Eén van de madammen in het havenkantoor gaat er prat op dat ze van Belgische ouders afstamt, vrijgelaten uit de bagne na goed gedrag.


Van binnen !

Helemaal van Frankrijk hierheen gebracht om opgesloten te worden , op water en brood.

 Voor de gewone bagnards was er geen terug. Maar degenen die zich gedroegen, konden een stuk grond bekomen in Nieuw-Caledonië en een leven als bakker, kapper of winkelier beginnen. Zo ontstonden de dorpjes die wij nu kunnen bezoeken.

We lopen een paar uur rond in Fort Téremba en krijgen met tekst en foto's een beter inzicht in het koloniale verleden van Nieuw-Caledonië, de oorlogen tegen de Kanaken, het leven van die arme bagnards, de wrede straffen voor wangedrag, het uiteindelijke samenleven met de Kanaken.

Na bloedige opstanden en akkoord na akkoord tussen indépendantistes (vooral Kanaken) en loyalistes, blijft de onafhankelijkheidsbeweging nog steeds bestaan. Dit jaar zal in september opnieuw een referendum gehouden worden : “Voulez-vous que la Nouvelle Calédonie devienne indépendante?” 56,67 % stemde “Non” in 2018.
Doet me denken aan de slogans te lezen in Port Vila (Vanuatu) : “Wij zijn niet (echt)vrij zolang onze broeders in Nieuw-Caledonië afhankelijk blijven van Frankrijk ! “

 

 

De uitkijktoren.

Het uitzicht.

 

 

Positie : Nouméa.

 

Om wat meer te zien van Nieuw-Caledonië huurden we een auto en gaan, vanaf morgen, een weekje rondtrekken. Daarna krijg je het verhaal van onze rondrit.

Nu heb ik wat foto's van schildpadden in de aanbieding.

Ook van de tricot rayé noir et jaune. De waterslang die we voor het eerst in Niue zagen.  Hier kruist hij geregeld ons pad terwijl we zwemmen of wandelen. Hij verdeelt zijn tijd tussen water en land, voedt zich voornamelijk in het water. Is bijzonder giftig, binnen het uur dodelijk voor de mens, maar niet agressief en zijn bek zou te klein zijn om ons te bijten. Enkel in de huid tussen onze vingers zou dat mogelijk zijn. Geloven we dat ?

Zie je het kleine gele kopje van deze erg giftige slang.

Zoekplaatje. Zelfde slang in het water.

 

Kijk ook even naar de foto's bij het vorige tekstje.

Positie : Port Moselle, Nouméa.

 Naar Ilôt Amedée vaar je voor de phare. Van ver zie je hem slank-statig oprijzen, als een reuzenvinger die je attent maakt op de riffen.
Indrukwekkend die tweede hoogste, metalen geklonken vuurtoren ter wereld !
In Parijs gebouwd in 1862, in stukken per boot naar hier vervoerd, vervolgens geassembleerd. Dat leerden we in het Musée Maritime dat we een tijdje geleden bezochten.
De toren beklimmen kan enkel als de toeristenboot Mary D met het nodige personeel aanwezig is. Pech, niet nu, nu die net vertrokken is.



Je vaart er dus heen voor de phare maar ontdekt tevens een verrassend extraatje : de duizendkoppige kolonie Néreis Sternen . De helft van het eiland is voor hen gereserveerd. Mensen kunnen enkel op afstand een blik op het propvolle nestgebied werpen. Zíj houden zich helemaal niet in. De stank van hun vogelpoep dringt door tot op de ankerplek, bij ons in bed. Hun oorverdovend bekvechtend getsjirp vormt een constant achtergrondgeluid. Rond Jakker showen ze hun duikkunsten. Als kamikazes storten de relatief kleine vogeltjes zich met een klap in en onder water. Fladderen seconden later weer opgewekt verder, hun bek vol visjes, voer voor hun kroost.



Ook wij nemen een kijkje onder water. Behoorlijk grote vissen gebruiken onze boot als FAD (fish attraction device) : remoras, snappers, baarzen, emperors en tot onze verrassing een Napoleonvis, herkenbaar aan zijn klein staartje en de bult op zijn hoofd. Als vissen verboden is...

Nog een weetje over Ilôt Amedée. Meer dan een eeuw lang begroeven vuurtorenwachters en tijdens WO II, Amerikaanse soldaten, hun gebruikte glazen flesjes in het zand. Nu Amedée langzaam afkalft door klimaatinvloeden, stijging van het zeeniveau, dient men het publiek te waarschuwen voor het overal tevoorschijn komende antieke glas.

's Avonds krijgt dit plekje Nieuw-Caledonië iets magisch. De felle straal van de vuurtoren zwiept twee maal snel, om de tien seconden flitsend over ons heen. Ik word er weemoedig van. Kan enkel denken aan Bert en zijn gezinnetje op Temanu'a, die op dit moment vechten tegen de elementen. Toenemende harde wind en steeds hogere golven, verpesten de laatste dagen van hun tocht naar de Caraïben, naar Barbados.

Als ik dit tekstje post, liggen ze gelukkig al veilig achter hun anker bij het meest vooruitgeschoven eiland van de Bovenwindse eilanden in de Kleine Antillen.

 

Additional information