Positie : Aur, Aur, 08°09,280 N, 171°09,981 O


Op enkel de genua varen we aan 4,5 kn naar Aur. Zie je wel dat het kan! De wind waait zwak uit Noord-Oost. Is de harde windperiode over? Stabiel is het weer zeker niet. Pikzwarte lucht pakt samen als we de noordelijke pas inzwaaien. Maar de bui is tenminste zo galant te wachten met hevige regen tot we goed en wel in de diepe lagune zijn. Na een uurtje, de zon straalt alweer in een blauwe lucht, zoeken we bij Tabal naar een plekje zand tussen de koraalbommies. Bij de tweede poging liggen we op voldoende afstand van de koraalbergjes zodat het kwetsbare roer niks kan raken, ook niet als we omdraaien bij een windshift.

Meteen roept “James Bond” ons op : hoe heet jullie boot, hoeveel crew, waar vandaan en wanneer komen jullie aan land? Vandaag nog niet, houden we (letterlijk) de boot af, eerst onze Jak in het water. Ok, dan komt hij zelf wel even langs. Anako, zijn vrouw, neemt al meteen de tas met geschenkjes aan. Wij beloven Karen (sv Seal) te bedanken via het Yokwe radio netje van morgenochtend.

Proberen het antenne probleem op te lossen.

Tony met James Bond van Aur.

Een kleine week vliegt om op de ankerplek bij Tabal. We wandelen rond op het eiland, babbelen met de altijd achter ons aan hollende kinderen, kijken toe hoe ze met schelpjes een soort jeu de boules spelen. Tony meet de antenne van James ' SSB radio uit, soldeert één en ander opnieuw aan mekaar. Bekijkt de stroomtoevoer voor de koelkast. Ook hier weer een probleem met slechte batterijen, niet door ons op te lossen.
In een stalletje, apart van de clinic waar ze wonen, zit Anako, zoals alle vrouwen, ganse dagen te handwerken. Hun kunstwerkjes wordt verkocht tot in Hawaii. Ze vraagt me om naalden, een leesbril, bakpoeder, rijst, look.... in ruil krijg ik een door haar gemaakt sierdoosje. Ik zet me bij haar op de grond en onder het werken verneem ik dat de kleinkinderen, die rondlopen op het erf, bij hen wonen, samen met sommige van hun ouders. Eén dochter zit 9 maanden per jaar op de univ in Majuro, haar kleine van 2 jaar woont hier. Tienerzwangerschappen, een groot probleem , zucht Anako.

Anako en dochter Angela ijverig werkend.

Ondertussen probeer ik met de kinderen in een oud wiskunde boek te lezen!

Bij de loco-burgemeester en zijn vrouw gaan we onze bijdrage betalen om op Aur te mogen verblijven. Hartelijke, goedlachse mensen. Al gauw zitten we, sippend aan onze kokosnoot, gezellig in hun tuin. Ze vertrouwen ons al snel hun grootste zorgen toe. De kinderen die 9 maanden per jaar school lopen in Wotje. Vooral hun twaalfjarig zoontje heeft veel heimwee. En ook hier weer het drama van een tienermoeder, hun dochter, die in Majuro studeert. Kleinzoontje,1 jaar, zit bij opa op schoot.



Aan James beloofden we een pakje voor zijn dochter mee te nemen. Bij het afscheid komt hij ermee aanzetten. Heuh...wat ruik ik, een indringende visgeur ?
Nog vlug zoekt hij het deksel van de grote emmer vol gezouten, gedroogde vis ! Die moet mee op onze boot, mee naar Majuro. Kathleen, zijn dochter, zal die erg gegeerde vis daar verkopen. “Vergeet niet het deksel er 's avonds af te nemen, als er geen vliegen meer komen, anders begint de vis te zweten. We don't want that.” Dat je op onze boot geen plekje vindt waar je die vis niet ruikt als je het deksel openzet, zal hem een zorg wezen. De volgende dagen stinkt de Jakker tegen de wind. We kunnen toch niet met beschimmelde vis in Majuro aankomen. Oh boy, wat hebben we weer beloofd !
Spontaan zie ik een aflevering van “Het leven zoals het is op de luchthaven” voor me. Het beeld van een Afrikaan bij de douane in Zaventem, zijn koffer vol met stinkende, gedroogde vis ! Een delicatesse. Zo moeten we het zien, we brengen pralines naar Majuro.

Positie : Aur, Tabal, 08°18,12 N, 171°09,39 O

Rustig ?
Wisten wij veel dat die zogenaamde rustige ankerplek, Taroa, tijdens de nacht in een open oceaan zou veranderen. Harde zuidenwind is ons deel. Onmogelijk nog in de voorkajuit te slapen. Je wordt gewoon omhoog gegooid in je bed. Ik vlucht naar de achterkajuit en Tony naar de salon. Deuren dicht om het piepende geluid van touwen buiten te sluiten. Weer een slapeloze nacht erbij. Dit is te veel voor Corneel of dat kan nie voor Tony.
Bij het eerste licht om half zeven, het daagt nu al wat vroeger, zit Tony op handen en voeten op het voordek het anker op te halen, zo erg gaat Jakker te keer op hoge golven uit het zuiden. Want, laat dat nou net, samen met het westen, de windstreek zijn waartegen je in Taroa niet beschut bent, je ligt dan immers aan lage wal, waar de golven het hoogst zijn. Dikke pech, maar het is niet anders. Helemaal in het zuiden van Maloelap, 14 mijl van hier, moeten we bij het dorp Airik een goeie ankerplek kunnen vinden voor deze wind.

Probleem.
Prachtig zijn de talloze eilandjes die het atol vormen en waar we langs paraderen, decoratief geplaatste palmen, niet te dicht bij elkaar, schitterend witte stranden, schuimende oceaangolven op het rif. Als je dat nu thuis eens kon zien.
Maar wij hebben er niet genoeg aandacht voor, worden afgeleid door weer een volgende ramp. Opnieuw wil het rolgrootzeil niet uitrollen. De lager wil niet draaien. Het zeil zit met vouwen op de trommel en dat dikke dubbelgevouwen zeildoek trek je potvast in de gleuf waardoor het naar buiten moet. Tony vreest dat de lagering versleten is en dat zich daardoor deze situatie voordoet.
Piekeren help voorlopig niet, ik gooi de vislijn uit en warempel een prachtige rainbow runner wil wel bijten. Wat een mooie Jack, heuse regenboogkleuren op zijn rug. Wil ik die wel fileren? Het zal moeten. Hij is quasi dood als we hem binnenhalen. Bovendien eten we al een aantal dagen vegetarisch, een viske zal zeker smaken.



Via Aur terug naar Majuro.
Na een nacht met bakken water wil het doorweekte grootzeil met heel veel tegenzin toch uitdraaien. Telkens in- en uitrollend, lukt het ons het centimeter voor centimeter naar buiten te halen. Helaas, zo kan je in een moeilijke situatie niet werken.
Dit was de nachtmerrie die door ons hoofd spookte als we vroeger beweerden niet zo van een rolgrootzeil te houden. Onze Jakker was er toevallig mee uitgerust en de laatste jaren zijn we dat zeil enorm gaan appreciëren. Tot voor een paar weken. Wat nu?

Naar de meer noordelijke eilanden van het snoer verderzeilen, volgens plan, lijkt ons niet slim. We zouden best de tijd die ons nog rest in de Marshalls benutten om op internet oplossingen te zoeken, via USPS vervangstukken te bestellen, kortom het probleem proberen aan te pakken. Terug dus naar Majuro, daar kan dat.
Voorlopig zullen we enkel op genua ( het voorzeil) varen, van halve wind tot voor de wind gaat dat prima. Laat de wind alsjeblieft niet tegen staan.

Maar eerst moeten we nog naar Aur Atol, een 20tal mijlen zuidelijk in de richting van Majuro. Aan Karen van sv Seal beloofden we immers een pakje af te leveren bij ene James Bond (James Simoun), zo noemt de medic van Tabal en vriend van de yachties, zichzelf.

 

Positie : Aur, Tabal, 08°18,12 N, 171°09,39 O

Website.
Er is net een ramp afgewend. En wij wisten van toeten noch blazen als Karen ons niet gewaarschuwd had. Wij hebben hier geen internet , geen benul van wat er in de wereld, zelfs in onze eigen virtuele wereld, gebeurt.
Een hack attack is afgevuurd op onze website, de beveiliging heeft gewerkt maar toen kon niemand nog inloggen ! Karen, neef Ben en zijn vrouw Mariel hebben het probleem opgelost. Dank je wel alledrie.

Kopra.
Ik kan dus gewoon verdergaan met ons verhaal.
Als we eindelijk, na een paar dagen, elk stukje strand en grote delen van de jungle in Taroa doorploeterd hebben, zijn we klaar voor andere eilandjes in Maloelap met...nog meer oorlogsoverblijfselen. Zondag krijgt het dorp bezoek van de regeringsboot die mensen en voorraden brengt van Kwajalein, tweede belangrijk eiland van de Marshall groep. Die boot neemt ook de zakken met kopra mee naar Majuro. Kopra, quasi de enige bron van inkomsten voor de inwoners, brengt per zak 70 $ op. Geschokt kijken we toe hoe kleine kinderen met de kruiwagen kokosnoten aanbrengen. Twee achtjarigen wippen, met een groot mes, de kokos uit de schalen. Mijn afkeurende opmerking wordt weggelachen. Je reinste kinderarbeid en gevaarlijk ook. Zo zien zij dat hier duidelijk niet.



Eilandjes in de lagune.
Het weer is niet erg stabiel, maar al eilandhoppend willen we naar de noordwest uitgang van de lagune bewegen. Interessante eilandjes : eentje, Pigyattoo, met een groot generatorgebouw, op 3 mijl afstand van de vliegtuigbasis van Taroa, voor de oorlog gebouwd door de Japanners, om uit het schootsveld van de bombarderende vliegtuigen te blijven en de stroomvoorziening te kunnen blijven garanderen. Onbewoond eilandje, dus prachtig koraal. Menselijke activiteit, zo ondervonden we, vernielt veel van het koraal, al was het maar door vervuild water.

Generatorgebouw.

Generator en ...

instrumenten.



In Ollot liggen drie onderwater wrakken van Zero vliegtuigen en twee Japanse, tot patrouilleboot omgebouwde, vissersschepen. Van de vliegtuigen blijft niet veel meer over dan de zware stermotor met prop, die boven water uitsteekt. De boten, op een diepte tussen 5 en 15 m, bieden een mooier plaatje mede dank zij het kristalheldere water. Zelfs na meer dan 75 jaar en veelvuldige plunderingen herken je nog vele onderdelen.



Diepvrieskist.
In het dorp Ollot wonen een 80tal mensen, er is een schooltje en, natuurlijk, een kerk. Zodra we voet aan land zetten, joelen de schoolmeisjes rond ons. Veel verder dan onze namen noemen, komen we niet. Zij kunnen zich voorstellen in het Engels en ik in het Marshallese. Al vermoed ik dat ze meer Engels begrijpen. We ontmoeten een aantal mannen aan het werk aan het kerkgebouw, praten met het schoolhoofd en worden binnengeroepen bij Arta en zijn vrouw Helbina thuis. Na een inleidend praatje komt hij terzake : "Of Tony eens naar zijn diepvrieskist wil kijken. Pas gekocht maar werkt niet goed. En hij weet dat yachties veel over de materie weten." Uiteindelijk blijkt dat de freezer (een statussymbool hier) nooit goed zal kunnen werken op één zonnepaneeltje en één batterij, die nooit goed geladen wordt, misschien daardoor nu al stuk is. Zonder batterij overleeft het voedsel in de vriezer de nacht niet. Als er bovendien een grijze dag volgt, de zonnecellen weinig stroom leveren, ontdooit de ganse inhoud. Voor zijn werk krijgt Tony een mooi, door Helbina, gevlochten sierdoosje. Zij vlecht en weeft immers ganse dagen, vertelt ze me, intussen stevig doorwerkend, wij beiden zittend op de vloer van de "veranda". Het resultaat van haar handenarbeid kan je als souvenir kopen in Majuro. Nog een bron van inkomsten voor hun.

Speciaal voor Lyam en Roxie : herken je Maui op het rode t-shirt?

 

Terwijl ik met de meisjes praat, bespreken Tony en Arta in de keuken het diepvrieskist probleem.



Pech.
Volgende eilandje : Tjan. Van hieruit willen we de sprong naar Wotje nemen, maar dat was buiten de buienmaker gerekend. Na een rustige zeilnamiddag begon het 's nachts vreselijk te waaien en regenen. Eén van de mogelijke "showers" zoals voorspeld. Om 6 u gaat plots het ankeralarm. We drijven meteen dwars op de golven. Het anker is LOS.  We driften naar het diepe en gelukkig niet omgekeerd naar het rif. In het donker, maar het eerste licht zal weldra komen, vaar ik op GPS terug naar onze ankerplek. Moeilijk de boot op koers te krijgen , met al die ankerketting en de zware ploert onderaan bungelen, in deze 6 bf wind. Maar het lukt weer een keer.  De enige mogelijkheid is terug op een helling koraalzand ankeren. Het anker zakt erdoor als door water. De helling loopt te steil bergaf, het anker kan niet pakken. Als het weerbericht ook nog zuid tot zuidoostenwind belooft, halen we het anker maar weer op en varen terug naar Taroa. Terug naar af. Niet leuk, maar "better safe than sorry".
Taroa, beschutting biedend voor vele windrichtingen, de beste ankerplek van Maloelap. Een goeie nachtrust is heilig.
Niet dus, maar dat je lees je volgende keer.

 

Positie : Maloelap Atoll, Taroa :  08°41,751 N , 171° 13,272 O

Geschiedenis.
Een pretpark voor volwassenen , vooral mannen zo blijkt, geïnteresseerd in geschiedenis met name oorlogsgeschiedenis, dat is Taroa in een notendop.
Eén van de grotere eilanden van Maloelap Atol, vertoon zich aan ons in al zijn groene junglepracht. De azuurblauwe lagune schittert rondom Jakker. De scheefgezakte achterste mast van de Toroshima Maru en de pier daarachter beloven vele WOII relikwieën, zoals ze dat hier noemen.



Toen de Duitsers na WO I hun bezittingen in de Pacific ten noorden van de evenaar aan de Japanners moesten afstaan, ging het om een louter administratieve overname, zo besliste de League of Nations. Maar Japan trad vrij snel uit die League of Nations en begon, niet meer gebonden door overeenkomsten, in 1939 met de ontplooiing van een militaire macht in de Pacific. Taroa, op het Maloelap Atol, zou de belangrijkste luchtmachtbasis in de regio worden.
Japanse gevangenen werden gedwongen de weelderige begroeiing op het kleine eilandje weg te kappen en te vervangen door 380 gebouwen (barakken, ondergrondse kliniek, administratieve centra, werkplaatsen, generatorgebouw), een pier met kraan voor grote schepen, ontelbare wegen voor 70 voertuigen, twee 1700 m lange startbanen, een grote vliegtuig-parkeerplaats. Op het strand werden ter verdediging tegen vliegtuigaanvallen tientallen kanonnen en even zovele pill boxes (bunkers) opgericht.  Twee squadrons gevechtsvliegtuigen Mitsubishi A6M Zero en bommenwerpers Mitsubishi G4M Betty bomber, maar ook watervliegtuigen noemden dit hun thuishaven. De inwoners herkenden hun eigen eilandje niet meer. Men vertelt ons van grootvaders, eentje heeft zelfs een grootmoeder van 99 jaar, die nog vlot Japans praten, de voertaal in die tijd. Zij hebben nog levendige herinneringen aan die tijd. Wij echter, krijgen die mensen niet te zien.



Verwoesting.
Op 1 februari 1942 breekt de hel voor het eerst los. Er verschijnen vijf Amerikaanse Grumman F4F "Wildcat" vliegtuigen met twee 100-pond bommen elk, opgestegen van een vliegdekschip, aan de horizon. Ze droppen hun lading op het vliegveld , op de geparkeerde Zero gevechtsvliegtuigen en Betty bombers.
Tussen deze datum en augustus 1945 zullen de Amerikaanse vliegtuigen 3543 ton bommen en de US schepen 453 ton obussen op Taroa afvuren. Aan het eind van de oorlog gebeuren die beschietingen dagelijks.
Aan land zijn de Amerikanen hier nooit gegaan. Ze lieten de Japanners gewoon verhongeren op een eiland waar niks meer overeind stond en dat afgesneden was van bevoorrading.
76 jaar later, baggerend in de jungle tussen de overblijfselen van de vliegtuigen en de bommenkraters , probeer ik me voor te stellen hoe het moet geweest zijn.


Gisteren hebben we met Mozes een "WW II relics tour" geregeld. Vandaag blijkt hij heel wat minder enthousiast maar uiteindelijk vertrekken we richting jungle. De crews van Unique en Chez Nous stappen met ons mee.
Indrukwekkend hoeveel er na al die jaren toch nog overblijft van de vliegtuigen. Tony probeert uit de hoop aluminium-schroot, het type vliegtuig te herkennen. Of die op zijn kop ligt of niet. Instrumenten vind je niet meer, allemaal weggehaald.
Blij verrast lacht onze skipper als hij het registratienummer van een bomber ontdekt. Dat nummer moet op foto.
Mozes weet niet zoveel te vertellen. Van de geschiedenis weet hij minder dan wij. Heeft natuurlijk geen Wikipedia ter beschikking. Zijn Engels is overigens niet erg goed.

Het eiland nu.
We bezoeken later het grote hoofdkwartier midden in het dorp. Drie verdiepingen, één gedeelte zwaar bepantserd om bomaanvallen te overleven. 3097 Japanners waren hier gelegerd. Slechts 34% van de soldaten hebben het overleefd.


Het eiland, een onbewoonbare puinhoop, werd pas opnieuw bevolkt einde de zeventiger jaren, na opruimingswerken van vooral onontplofte munitie. Toch tref je die nog steeds aan op het strand.

Nu wonen er een tachtigtal mensen in kleine huisjes met zinken daken. Hier en daar hebben families een oud Japans gebouw of bunker met dikke muren, ingepalmd en vrolijk wappert er de was. Er is een schooltje, een winkeltje . De mensen maken een praatje als je voorbij wandelt. Ze zijn aan het werk onder de palmen, verzamelen kokosnoten voor copra. De burgemeester is in Majuro. James runt het winkeltje , woont naast de kerk. We vermoeden dat hij pastor en loco- burgemeester is. De politieman is werk onbekwaam, zijn pols in het verband.

Dagen ploeteren we door de jungle en op het strand. Telkens ontdekken we andere  kanonnen, soms nauwelijks zichtbaar tussen de dichte begroeiing. Zware motoren, zomaar op het strand, erg verroeste onderdelen Tony probeert alles thuis te brengen.
Het meest gefascineerd zijn we door de onontplofte bommen.



Als kers op de taart gaan we op een ochtend op snorkelverkenning van de Japanse cargo Toroshima Maru. Hij vervoerde bommen en torpedo's naar hier, om de vliegtuigen te bevoorraden. Toen hij zwaar getroffen werd in de lagune zette de kapitein het schip hier op het ondiepe rif.



Ik weet dat deze tekst weinig zegt, zonder de zovele plaatjes die we schoten. Beelden zeggen zoveel meer dan woorden. Ik zet ze zo snel als ik internet heb hierbij.

 

 

Positie : Maloelap Atoll, Taroa :  08°41,751 N , 171° 13,272 O

Reizen is meestal wat oncomfortabel. Met de auto op superdrukke autosnelwegen in ellenlange files. Met het vliegtuig onmenselijk vroeg op de luchthaven wachtend tussen de massa's zwaarbepakte toeristen. Onze manier van reizen is soms heerlijk zwierig en makkellijk, vaak misselijk makend en loodzwaar. Maar we zijn nu eenmaal zo onderweg.
In de Marshall eilanden weten zeilers wat hun te wachten staat. Erg veel tégenwind, een zware zee, nachtelijke, plotse regenbuien. Het is gewoon kwestie van de minst slechte periode eruit te kiezen.
En, een pluim voor onszelf, dat is dit keer wonderwel gelukt.
Hadden we bij het buitenkomen uit de lagune van Majuro alletwee het gevoel van "zouden we niet beter terugdraaien?"  Na een tijdje tanden bijten werd de zee stilaan ordelijker, de wind iets oostelijker en onze koers beter. Maloelap Atol bleek zelfs bezeild, dit betekent dat we scherp aan de wind, de zeilen heel dichtgetrokken, rechtstreeks naar ons doel voeren. Flink op één oor kliefden we door de golven, pikten maar af en toe een paaltje (die uitdrukking hoeft geen uitleg). Dat er weinig geslapen zou worden, wisten we zo. De eerste nacht op zee, weet je. De wind blies toch weer iets harder dan verwacht, resultaat, het was nog donker toen we bij de zuid-west pas in Maloelap arriveerden. Op en neer varend, met een zakdoekje zeil, brachten we de tijd zoek tot het rond acht uur wel in orde was om ons naar binnen te wagen. Tegen wind en stroom haalden we in de pas nauwelijks 2 kn. Het gaat wat sneller met de motor op 2000 toeren, zoals de fabrikant van de nieuwe schroef voorschrijft. Meer gas geven, is zoals in kleine versnelling een berg oprijden.

Ook in de immens grote lagune (972 km² , 71 eilandjes ) waar je de andere kant niet ziet, is de golfslag behoorlijk. Ijselmeergolfjes ! Eerst maar eens even beschutting zoeken achter een klein eilandje om te ontbijten en even uit te rusten voor we verder varen naar Taroa waar Unique en Chez Nous liggen en waar we ons, volgens het boekje, moeten melden met onze permit.

 
 

Positie : Majuro, Republic of Marshall Islands : 07°06,20 N , 171°22,43

 

Verwaaid en uitgeregend, wachtend op betere tijden ( hoe vaak al gedurende onze reis?) kan ik je intussen wat meer over Majuro vertellen.


Over de cultuurshock die we ervoeren bij aankomst uit Kiribati. Hier geen palmen- en pandanushuisjes, ze gebruiken steen en een zinken dak. In het straatbeeld geen pareo's of sarongs te zien. In Kiribati en Tuvalu gaan dames de deur niet uit zonder zo een kleurige doek rond hun heupen. Het is een beetje als je jas aantrekken. Hier dragen de Marshallese dames allemaal hetzelfde model nylon soepjurk in verschillende kleuren en desins. Buitenlanders herken je van ver aan bermuda's, shorts en kortere rokjes.


Er rijden hier erg veel auto's rond en nog meer taxi's. Collectieve taxi's. Je verplaatsen was nog nooit zo makkelijk en goedkoop. Twee vingers omhoog voor twee personen en ogenblikkelijk stopt een taxi die twee plaatsen vrij heeft. Voor 75 dollarcent rijdt hij naar het andere eind van de stad. O ja, hij rijdt rechts ! Toch raken we nu, na verschillende jaren linksrijdend verkeer, bij het oversteken nog meer in de war.
Dan is er de betelnoot. We kennen de gewoonte van het kauwen wel. Zien het hier voor het eerst van dichtbij. Taxichauffeurs stoppen bij piepkleine winkeltjes waar ze de opengesneden areca noot, gedraaid in een betelblaadje, en het witte kalkpoeder kopen. Even later zitten ze, de hele handel achter een super dikke wang gepropt, gelukzalig aan het stuur. Het effect van een kop koffie, beweert men ?
Tot zover het kauwen. Walgelijk is het spuwen, dat erbij hoort. De bordjes : “No betelnut chewing”, helpen weinig. Overal op straat zie je vuurrode plekken, uiteengespatte, uitgespuwde betelfluimen. Ieder zijn verslaving ?!

Dit produceer je al betelnoot kauwend. Uit het raampje van een rijdende wagen gemikt. Degoutant.

Terwijl ook hier iedereen vraagt , “Where you from?” , blijkt België onbekend. Europe” doet wel een belletje rinkelen. Far away !! Ja, vertel ons wat.



Na Kiribati hebben we het gevoel dat de US en Taiwan hier té veel invloed hebben en kijken we uit naar de meer authentieke outer islands. Bij wijze van voorsmaakje bezoeken we het kleine Alele museum. Wapens, navigatie hulpmiddelen, boten , geweven matten en kleren : een mooie collectie. Er is zelfs een deel gewijd aan de vreselijke kernproeven op Bikini atol.

Een soort kaart van de eilanden die men memoriseerde om te navigeren.

 

Positie : Majuro, Republic of Marshall Islands : 07°06,20 N , 171°22,43

 

Op weg naar “buiten”, ter hoogte van de vissersschepen in de lagune, zo ver waren we in vorige blog.
Eerst maar eens de genua uitrollen, te zot om al die mijlen ín de lagune te motoren. Stuurman Jefke opzetten, op die manier maken we onze handen vrij om dat werkje even samen te doen. Piep, piep, piep, piep. O nee, ”Low battery” alarm verschijnt op de display van de stuurautomaat, die verder elke medewerking weigert. Nog nooit eerder gezien?! Verdorie, Jefke, onze stuurautomaat, in staking ? Da's echt slecht nieuws.
Ok, dan stuur ik wel weer verder. Tony gaat koortsachtig op zoek naar de panne. Begint één en ander uit te meten. Ondanks het feit dat de computer van de stuurautomaat volle accuspanning krijgt, is er een “low battery” alarm. Tony's vermoeden wordt alsmaar meer bevestigd. Jefkes computer, daarin moet het probleem zitten. Onder zeil kan Pierke, de Windpilot, het wel van Jefke overnemen, maar onder motor werkt dit absoluut niet. Conclusie : Jefke moet hersteld worden en wel híer in Majuro waar we nog enigszins met de wereld verbonden zijn en het internet razend snel.

Het zwarte kastje is de computer van de stuurautomaat.


Ondertussen terug aan onze mooringboei gaat Tony verder met de probleemoplossing : handleiding bestuderen, het internet afzoeken naar mogelijke oplossingen. Al snel blijkt onze storing een gekend probleem te zijn bij de fabrikant Raytheon, die online een oplossing aanbiedt voor de handige Harry's onder ons, om van een handige Tony nog maar te zwijgen.

Even een Zener diode 1N4001 tussen twee punten op de printplaat solderen. Opgelost !” : lezen we.
Tony duikt in zijn elektronica kistje en wat een hoerenchance, tovert daar toch zeker een Zener diode 1N4004 te voorschijn. Hijzelf is nog het meest verbaasd. Deze diode doet hetzelfde werk. Onze bange visioenen : wekenlang wachten op vervangstukken of nog erger, het aanschaffen van een geheel nieuw, peperduur (4.000 $) besturingssysteem spatten met een heerlijk plofje uit elkaar.

Dit is de bewuste Zener diode naast een koffielepeltje.

Zo is de diode op zijn plek gesoldeerd, dwars in het midden van de plaat.

Want inderdaad nadat de uitgebouwde printplaat mét (0,5 $) diode weer teruggeplaatst is en we Jefke inschakelen, horen we geen gepiep meer en doet hij weer gewoon zijn werk!
Toegegeven, alles duurde wel wat langer dan je wellicht uit mijn verhaal concludeert. Zodanig zelfs dat we ons smalle weervenster met een klap hoorden dichtslaan terwijl Tony naarstig werkte. Prijs van het oponthoud : nóg één, misschien twee of meer weken Majuro, want er komt wind opzetten, veel wind én regen. Geen goed weer om te reizen. Verdorie, eind april moeten we weg uit de Marshalls. De tijd tikt.

Maar laten we nederig blijven en niet zeuren. We beseffen niet hoe gelukkig we zijn. In Tonga en Zuid-Fiji raast op dit moment de alles verwoestende cycloon Gita, een categorie 5 orkaan. Er is zelfs grote kans dat zogenaamd “cycloonvrij” Nieuw-Zeeland een veeg uit de pan krijgt. Zovele inwoners en cruisers op hun boten zijn in gevaar.
En van thuis komen opnieuw de zo gevreesde berichten over doodzieke geliefde mensen. Zucht.

 

Positie : Majuro, Republic of Marshall Islands : 07°06,20 N , 171°22,43 O

 

Ook de Marshall eilanden, het derde minst bezochte land ter wereld, enkel voorafgegaan door Kiribati en Tuvalu, kan je niet écht leren kennen in hoofdeiland Majuro. Het is er wel goed boodschappen allerhande doen. Je vindt er een paar leuke restaurantjes. Er is de yachties gemeenschap die elke dinsdag samen komt voor een natje en droogje en een erg luidruchtige babbel.


De straat met de winkels beweeg je, als je niet loopt, op en neer met taxi's die steevast 0,75 $ per persoon per rit vragen.
Cruisers (lang verstoken van nieuwe spullen aanschaffen) “amazon'en” zich hier te pletter. Majuro heeft immers een Amerikaanse zipcode en de US post levert snel en goedkoop, zo beweert men toch. Wij wachten echter nog steeds op twee pakjes.

Maar om het authentieke Marshall leven te leren kennen, moet je minstens naar een paar van de 24 atollen en 1.156 aparte eilandjes, die Marshalls rijk zijn. Nee, je kan daar niet zomaar heen zeilen. Eerst vul je voor elk atol een formulier in. Ook datum van aankomst en vertrek , wetende dat je 2 weken mag blijven. Moeilijk, want veel onbekende factoren : welk eiland is leuk ? Hoelang zal je blijven? Hoe zal het weer zijn?
De burgemeesters van de eilanden, die meer in Majuro rondhangen dan op hun eiland hebben we de indruk, ondertekenen je formulier en dan kan je gaan. Voor Bikini atol krijg je geen toestemming. Hebben we niet eens gevraagd. Onze goedkeuring van Kwajalein is niet binnen.
Foert, dan vertrekken we zonder.

Meer zullen we van Bikini Atoll wel niet te zien krijgen.


Richting noord naar Maloelap atol, 110 zeemijl, 20 u scherp aan de wind zeilen. Eerst passeren we, op weg naar buiten, opnieuw de grote vissersschepen in de lagune en de vrachtschepen die de vangst naar huis vervoeren. De vissers vangen, zo lieten we ons vertellen, voor 10 miljoen Euro aan tonijn PER DAG in deze wateren! Een ongelijke strijd. Helikopters aan dek van vele van deze vissers bewijzen dat de grote scholen vanuit de lucht worden opgespoord. Je ziet de hoge torens met gesofistikeerde verrekijkers. De tonijn heeft geen schijn van kans.
Een horrorverhaal . De visserijrechten : makkelijke inkomsten voor de Marshall eilanden (trouwens voor al de eilandengroepen in de buurt), maar erg kortzichtig want hoe lang nog?

Vissersschip laadt zijn tonijn over naar cargo.

 

Positie : Majuro, Republic of Marshall Islands : 07°06,20 N , 171°22,43 O

 

Uitgewuifd in Tarawa.

Met onze eerste, duur betaalde Marshallese, 4G gigabytjes (we moeten ook een dongle aanschaffen, anders werkt het niet) download ik de nieuwste Zilt Magazine. Een tekstje, geschreven door een deelnemer van de Volvo Ocean Race, over de zone rond de evenaar haalt me de woorden uit mijn laptop.

“../.. Hier (rond de evenaar) zijn luchtdrukverschillen niet langer de energiebron van de wind. Elke wolk kan het verschil maken tussen storm en windstilte. Soms zie je donkere wolken zonder wind, soms zie je onschuldige die 40 knopen camoufleren. Gribfiles en weerkaarten zeggen niks …/..”.

Voilà, echt, zo is zeilen rond de evenaar. Zo hoor je het ook eens van een ander.
Hier ons verhaal.
Onze start uit Tarawa (nu alweer twee weken geleden) ging met de nodige hindernissen gepaard. Het grootzeil zat potvast in de mast. Hoe we het er uiteindelijk, na een uur “chipoteren” toch uitkregen, het is me een raadsel.
Bovendien hoorden we een verdacht geklop en getril onder onze voeten, bij de schroef. Verontrustend genoeg om Tony met duikuitrusting en de nodige werktuigen onder de boot te sturen. Een versleten zinkanode, die hij meteen verving, dat is alles wat hij kon ontdekken.

Dan zouden we een uurtje motoren om vlot buiten het atol te geraken. Oeps, misrekening, het werden er 15. Pikzwart werd het boven Abaiang atoll, waar je langsheen vaart. Met een bang hart hielden we die immens grote wolken in de gaten, zwart kolkend, zware regen uitstortend, maar wij ontsnappen eraan. Toen toch.


Ons zee-beddeke is klaar !

 

De volgende drie dagen en nachten kan ik zo samenvatten.
Na een kletsnatte onstuimige nacht, droogde het vroeg of laat op, kalmeerde de zee en waaide er een mooi windje dat overdag voor een goeie, vrij comfortabele voortgang zorgde. Overdag hielden we de enorme wolken rondom ons angstvallig in het oog. Als er eentje aan de onderkant ook maar een dun streepje grijs begon te kleuren, schakelden we de radar in en tuurden op het schermpje op zoek naar enige activiteit. Een gewone wolk zie je niet op de radar. Een wolk met veel regen kan van een rood-groenig stipje op 15 NM afstand op tien minuten uitgroeien tot een groteske bloemkool met gigantische windvlagen en bakken regen vlak boven je kop. Als je dat ziet, moet je onmiddellijk zeil reven of in het ergste geval zeil helemaal naar beneden en op motor verder.
Zo ver voor overdag.

Mooi zeilen overdag !


's Nachts is dat een ander paar mouwen. Je ziet de wolken niet. Als je nog maar een vermoeden hebt van sterke wind, kan je de radar controleren en checken of er een bui aankomt, zeilen inrollen, binnen gaan zitten als het regent want...nog een tegenvaller : onze buiskap is lek als een mandje.

Het constant zeilen regelen zijn we vlug beu, zo vermoeiend en je wekt vaak, ongewild, de man te kooi. Oplossing : motor op en van binnenuit sturen en navigeren via de app op onze tablet, die een kopie van ons plotterscherm toont. Elk kwartier moet de man op wacht enkel nog de horizon afspeuren naar schepen.

Alert blijven. En effectief, tijdens onze overtocht naar de Marshall eilanden is in Kiribati een veerboot op weg van ...eiland naar Tarawa gezonken. Van de 50 opvarenden zijn er na 5 dagen 6 of 7 gered kunnen worden. Ik probeer me voor te stellen hoe je in die hoge golven en dat slechte weer je hoofd boven water houdt. Zouden wij mensen kunnen redden in zulk een zee? Wat zou je doen met al die mensen aan boord van Jakker? Hallucinant idee.

 

Additional information