Positie : bij Sawa-i-Lau Island.

Elf zeemijlen ten noorden van Blue Lagoon lokt er weer een volgende prachtige baai. Wij op maandagochtend daarheen. En wat dacht je? Zoals wel vaker neemt de wind hand over hand toe. Zo ook de golven. Bij de ingang van de baai, smal en ondiep, wind tegen stroom, zitten we meteen in de wasmachine. Jakker springt met haar boeg hoog uit het water. Met een misselijk makende klap landt ze daarna. Paaltjes pikken, als vroeger op de Noordzee. Voorbij de Sawa-i-Lau rots moeten we nog eerst de denderende valwinden trotseren alvorens op de enigszins rustige ankerplek naast Nieuw-Zeelandse “Finch” ons anker te laten vallen. Pfff, even uitblazen.

Dat moet de wind verkeerd begrepen hebben. Hij doet er nog een schepje bovenop. Geen pretje om nu aan land te gaan met onze Jak. Nochtans lonken strand en prachtige rotsformaties.



Wat kunnen we anders doen dat de af en aan varende bootjes met kleumende toeristen gadeslaan? Die bezoeken de heilige grotten onderaan de indrukwekkende rots.
Niet veel soeps en véél te duur, vertellen ons andere zeilers. Het dorp Tamusua is eigenaar en organiseert de bezoeken, vraagt per persoon F$ 55 (24 €). Een must see volgens de Fijianen, die er meteen de legende van het prinsesje achteraan gooien. Haar geliefde verstopte haar in de grot om haar voor een verplicht huwelijk met een rivaal te behoeden. Trouw bracht hij haar elke dag te eten. Hoe het afliep ?...



Support vessel Umbra, gebouwd door de Nederlandse werf Damen, vergezelt superjachten
met aan boord alle nodige speeltjes tot een heuse duikboot toe.

Nog even komen superjacht Rochade en support vessel Umbra ons vergezellen. Maar ze houden het al snel voor bekeken. Wij trouwens ook. Snel terug naar Blue Lagoon, waar je niet kan geloven dat het 11 mijl verder zo tekeer gaat. Hier kunnen we in alle rust beter kennis maken met Shirley en Bill (Finch) uit Auckland.

De duizenden mini-visjes verheugen zich ook op onze terugkomst. Ze verschuilen zich onder Jakker, hun engel bewaarder. Maar de grote jacks (jagers) laten zich niet afschrikken door een reuzenschaduw. De ganse dag is het een gesplash van jewelste telkens jagers en prooi uit het water springen. Het principe van de FAD (Fish Aggregating Device) word je nu wel duidelijk. Een vlot op het water trekt kleine en daardoor ook grote vissen aan. Zo wordt er op heel veel plekken in de wereld gevist.



Nog een laatste keer zien we de Mohito voorraden aanbrengen voor dorp en resort. Van de gezellige, zenuwachtige drukte van het uitladen genieten we tijdens een zonsondergang met green flash, net zoals in de reisbrochures.
De barbecue met “meke”, traditionele zang en dans, vormt een aangename afsluiting van ons verblijf in Nanuya-Lailai. Opnieuw vragen we ons af : hoe doen die Zuidzee mensen het toch? Een gewoon dorpskoor dat zulke engelachtige, prachtig meerstemmige liederen brengt. Kippenvel.

We trekken weer verder en raad eens wie met ons meevaart? Onze huisgekko. Kleinzoon Lyam doopte hem Draakje.



Bijna 8 cm lang, ons decoratief huisdiertje.

 

Positie : bij Nanuya-Lailai, Blue Lagoon.

Ook hier, op de ankerplek genaamd “Blue Lagoon” (zelfs door de locals), groeit er een jachten-dorpje. Het brokkelt af als boten vertrekken, wordt even later al terug opgebouwd. Wij liggen hier al het langst te genieten van de mooie omgeving. We hebben geen haast, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de jachten van de bekende ARC Round the world rally. Die ronden onze aardbol in knap anderhalf jaar. Dan kan je echt niet treuzelen.

Elke dag wandelen we een uurtje bergop, bergaf, door de jungle, over boomstammen tot we terug aan het strand belanden. Daar kijkt George al uit naar ons. Hij onderhoudt het privéterrein van South Sea Cruises voor de Fiji Princess die elke dinsdag aanlegt. Een praatje breekt de eenzaamheid van zijn bestaan. Cava (het naar schotelwater smakende, uit de wortel van de cava-plant gemaakte “roesmiddel” van de Pacific) zou daar ook zeer bij kunnen helpen. Hebben wij misschien nog wat van die wortel aan boord?


Eén keer dalen we af tot aan de andere, erg winderige kant van het eiland. Daar zet Lo thee, koffie of chocolademelk voor wandelaars. Haar vierjarige kleindochter Mili helpt haar vandaag. Ze kan al twee zinnen Engels.



Soms wordt de rust in ons dorp verstoord, vandaag door een grote militaire RIB. Bij elk jacht worden, zonder pardon, twee officials gedropt. Zorg maar snel dat je een beetje “gekleed” voor hen kan verschijnen. Ze willen bootpapieren, cruising permit, paspoorten zien. Ze zijn erg vriendelijk maar controleren alles minutieus. Denk maar niet : “Ik blijf wel even zonder toestemming langer in Fiji rondvaren.”
Je ontsnapt niet aan de aandacht van Customs en Immigrations.


 En dan zijn daar nog de watervliegtuigen, met resort-gasten, die soms vlak voor onze neus taxiën.

 

Dank je, Hans, voor deze foto van Jakker.

Positie : bij Nanuya-Lailai, Blue Lagoon.

Manta's krijgen we dit keer niet te zien in Mantaroggenbaai. En omdat we, tussen de twee eilanden, op de harde wind en de daar tegenin staande sterke stroming liggen te dobberen en springen als een kurk, vertrekken we woensdagochtend verder noordwaarts.
Zorgvuldig volgen we Ulani's track tussen de riffen door. Dank je, Philippe, dit bespaart ons navigatiewerk.
Weer is de wind op kop en de bewolking hardnekkig. Na bijna vier uur motoren, varen we Blue Lagoon baai (eiland Nanuy Lailai) binnen, waar net drie jachten ankerop gaan. Plaats zat voor ons en de drie overige boten.
We maken een lange strandwandeling en zien Turtle eiland, het eiland waar in 1980 de film “The Bleu Lagoon” is opgenomen. Behalve de naam van de baai verwijst niks meer naar die tijd. Brooke Shields is nergens te bekennen.



Deze baai is beschut door de vele omringende eilandjes. Op één van die eilandjes, in Nasomo Baai, verkopen tuinder Toki en zijn vrouw Miri groenten, fruit en eieren. Dat hoef je ons geen twee keer te zeggen. Dit vraagt om een expeditie. Samen met Hans en Imma (Tuvalú) gaan we de volgende dag op pad. Bij hoog water voert een klein riviertje tot vlakbij de groententuin. Helaas, wij zijn te laat. Grote stukken strand liggen al droog. Een lokale visser toont ons waar we onze bootjes moeten achterlaten. Daar blijven ze steeds drijven ! Zal wel, zeker.
Zaki van 7 jaar loopt met ons mee naar de farm, over modderige paadjes, door hoogopschietend gras en kruiden. Blijf niet te lang op één plek staan, dan weten de muggen je te vinden.


Daar duikt ineens een open plek in de jungle op, een huisje, spelende kinderen op het veldje. Bula allemaal ! En op naar de moestuin. Daar begint Toki op verzoek te snijden en te plukken. Bok Choy, groene boontjes, radijzen, aubergines, spinazie, citroenen, bananen verdwijnen in de meegebrachte tassen.

Imma en Hans, de Spaans -Zwitserse crew van Tuvalú.

Even wordt zijn werk onderbroken door het bezoek van echte toeristen. Ze verblijven in het tentenkamp beneden in de baai en worden begeleid door de “broer” van Maui. Grapje : enkel voor kenners van de tekenfilm Vaiana, dé nr. 1 film van onze kleinkinderen, Lyam en Roxie.

"

"Maui's broer" en Miri.

Maar we moeten terug, laag water wacht niet. Miri maakt inventaris én de rekening op hun terrastafel. Toki stopt nog vlug wat basilicum in onze tas. Terug in de baai liggen onze bootjes lekker droog op het zand (modder.) Of wat had je gedacht? Met vereende krachten dragen en sleuren we de dinghies naar dieper water. Onze crocks, normaal hét schoeisel voor strandlandingen, deugen hier niet, vastgezogen als ze worden in de modder. Tony moet letterlijk graaiend op zoek naar een verdwenen exemplaar. De mijne gooide ik al lang in onze Jak.
Uiteindelijk raken we behouden thuis. Ons zal het de volgende week niet ontbreken aan vitamientjes.



 

 

Positie : bij MantaRay Island Resort en Drawaqa eiland.

Al veel te lang lonken de heuvels van de Yasawa eilanden naar ons, vanuit de verte. Je ziet ze altijd of je nu in Vuda ligt of in Denarau. Maar nu gaan we ze écht van nabij verkennen. In alle vroegte, zo doen we het meestal, sleuren we het anker, letterlijk, uit de zware modder van Denarau. Het duurt wel even voor de klei, met behulp van een emmer, van de ankerketting gespoeld is. Maar dan zijn we op weg. De nieuw geplaatste AIS (Automatic Identification System) werkt voortreffelijk. We worden op onze GPS display, met flikkerende pijlen, gewaarschuwd voor alle schepen (uitgerust met zulk systeem), die ons pad kruisen en een gevaar kunnen opleveren. Bovendien hebben we nu een transponder waardoor zij ons kunnen zien. Weer wat veiliger aan boord van Jakker.


Naar Drawaqa eiland, onze bestemming, is het 40 mijl. Het waait te weinig om dat binnen de gewenste tijd zeilend te bereiken, dus geeft ons lawaaierig, groen monster weer een demonstratie van zijn kunnen.
Goed nieuws : de zoutwaterpomp van de motor, die niet vervangen is wegens onmogelijk te bestellen in Fiji, lekt niet meer. Het geïmproviseerde opvangpotje dat eronder hangt, blijft leeg. Oef.

Bij Drawaqa aangekomen liggen er al drie zeiljachten en moeten we ons tevreden stellen met een plaatsje dichtbij een “bommie” (koraalblok). 's Nachts hoor ik geregeld de ketting over het koraal ratelen. Dus verhuizen we een eerste én een tweede maal als er andere boten vertrekken.
Twee keer per dag stopt de Flyer II hier. De gele ferry van South Sea Cruises. Er is geen steiger. Kleine bootjes komen toeristen, bagage, bevoorrading voor de resortjes oppikken en afgeven terwijl de ferry gewoon in onze buurt drijft. De Flyer II - Awesome Adventures Fiji brengt zelfs voorraden voor kleine cruiseschepen mee.


Zo komt het dat we meer dan een uurtje babbelen met twee wachtende crewleden van de Fiji Princess. Zij halen groenten en fruit af voor hun cruiseschip dat om de hoek ligt. We gooien hun een lijntje toe, maakt het wachten makkelijker. Als de ferry eindelijk komt aanracen weten wij weer wat meer over het leven in Fiji.



In Manta Ray Island Resort gaan we 's namiddags onze benen strekken, eten een pizza en laten ons vertellen dat er al drie dagen geen manta's zijn gespot. Het water zou te helder zijn. Vorige week was dat anders. Er kwam toen zelfs een bultrug door de pas.  We blijven hopen.

Witte zeilboot vooraan is Jakker.

 

Positie : op anker bij Port Denarau Marina.

Jep, we liggen er nog steeds, buiten vóór Port Denarau Marina op anker. Het is er rustig liggen met zuidoosten wind, in 5 m diep water. Enkel de vele ferries doen Jakker af en toe vervaarlijk schommelen. Niks om je echt druk om te maken. De “rough seas” die er buiten het rif staan, voel je hier niet.

We zijn hier om onze duikflessen te laten inspecteren. Een poging om onze duikcompressor te herstellen, zodat we zelf flessen kunnen vullen, is jammer genoeg mislukt. Wat er nog meer aan de hand is, kan enkel bij volledige demontage aan het licht komen...als Tony nog eens heel veel zin heeft.
We zullen onze gekeurde flessen voorlopig in duikcentra moeten laten vullen.


Port Denarau is van de zomerse massatoeristen ferry- en rondvaarthaven (in het cycloonseizoen), die we zo goed kennen, deels omgetoverd in een winterse (zeilseizoen) verzamelplek voor superjachten. Klinkende namen als Aquamarina, Dragonfly, Cygnus Montanus, Cavallo, Gran Finale, Glaze, Encore palmen het C dock in. We kunnen enkel de blitse, prachtig blinkende buitenkant bewonderen. Naar het interieur gluren we graag via het web. De bemanningen, heuse catwalkmeisjes en stoere binken, flaneren dan wél weer levensecht over de steiger.

 

 

 

Positie : op anker bij Port Denarau Marina.

Al zeven jaar.

Exact zeven jaar geleden zegden we de marina van Port Zélande vaarwel én onze familie en vrienden...op zoek naar avontuur, vrijheid? Nooit gedacht dat we zeven jaar later, nog steeds met Jakker, in Fiji zouden rondhangen. We plannen al lang niet meer ver vooruit. Voorlopig willen we volgend cycloonseizoen (november-mei 2018) naar de Marshall eilanden en nu een paar maanden in Fiji rondzeilen. We zien wel.

Reddingsvlot.
Eerst ronden we hier de laatste dingetjes in de Western Division af. Zo noemen de Fijianen het westelijk deel van de eilanden. We halen ons “goedgekeurde” reddingsvlot op. Eerst vonden ze het na al die maanden niet meteen terug in hun magazijn. Nu het terecht is, blijkt de controle heel professioneel gedaan en daar hangt een prijskaartje aan. Omgerekend 1600 €, enkel cash te betalen. Heel wat wandelingetjes naar het kastje in de muur later hebben we het bedrag eindelijk verzameld. Er bestaat immers zoiets als een dag- en weeklimiet. En de laatste tijd zijn we, noodgedwongen, niet bepaald zuinig geweest met aankopen en geldafhalingen.

Het reddingsvlot veilig in de bakskist tot we weer een grote oversteek maken.

We laten de taxi ook nog snel bij de supermarkt stoppen. Waar ze, maar dat weten we wel, spijtig genoeg niet het uitgebreide gamma producten zoals in Frans Polynesië kunnen aanbieden. Niks is bovendien lang houdbaar. Niet ideaal om een voorraad aan te leggen. Het zij zo.

Werkplaats.
In onze bakskist staat ook nog steeds een duikcompressor die op herstelling wacht. We hebben vervangstukken meegebracht uit België, maar dan moeten er eerst een paar aansluitingen voor leidingen, van de cilinder losgedraaid. Die aansluitingen zitten potvast. Wij op zoek naar hulp, in de plaatselijke werkplaats van de dieselmotoren die voor elektriciteit zorgen op Malolo Lailai. Ze helpen ons graag en met de bankschroef en hun grootste sleutel krijgen ze de aansluitingen uiteindelijk los.



Vaarwel.
Ulani, de Zwitserse boot die we al kennen van de Dominikaanse Republiek (in 2011) en die geregeld ons pad kruist, laatst nog in Frans Polynesië, vertrekt naar Nieuw Caledonië en Australië. Ook Tuvalú, Zwitsers-Spaanse boot, is in de buurt. Hier moet  een afscheidsparty gevierd. Een spelletje petanque, een pizza-avond met als toemaatje Fijiaanse krijgsdansen, eigenlijk bedoeld voor een ánder feestje, meer moet dat niet zijn.




Vaarwel (ook letterlijk), Sandra en Philippe, het ga jullie goed. Het was superleuk jullie hier te treffen, al was de oorzaak, TC Winston helemaal niet leuk. Ooit zien we elkaar weer, al moeten we wachten tot Isla La Graciosa in onze gezamenlijke fantasie, het “gepensioneerde-zeilers huis”.

 

In de schitterend mooie omgeving van Malolo Lailai ofte Musket Cove kan je snorkelen met de honderden anemoonvisjes (“nemootjes”). Je kan wandelen op het strand of hogerop klimmen en de riffen vanuit de hoogte bewonderen. Je kan er bbq-en of een pintje gaan drinken onder het typische dak van palmbladeren. Af en toe kan je zelfs de spectaculaire landing van het watervliegtuig gadeslaan.

Wij beleven echter toevallig een speciale attractie : een honderdtal valschermspringers hebben zich in The Plantation Resort genesteld. Ze zorgen voor spektakel.

Para's bij valavond.

Meteen stapt de volgende groep in...

...en weg zijn ze weer.


De Cessna Caravan doet veel stof opwaaien.

De ganse dag horen we het hoge gefluit van een recht omhoogklimmend vliegtuig. Je kan de springers volgen, eerst speldenknopjes hoog in de blauwe lucht. Daarna hoor je de chutes openklappen en flapperen in de wind. Voor ons een erg bekend geluid dat mooie herinneringen oproept. In een ver verleden waren we immers lid van de vliegclub in Zwartberg waar ook een paraclub bij hoorde. Elk jaar organiseerden zij de Black Mountain Boogie. Een groots para evenement compleet met recordpogingen figuren vormen met zo veel mogelijk mensen. Een heel aparte sfeer.
Gek hoe je dan plots wordt terug geflitst, helemaal naar huis en naar de tijd dat we zelf paradrop deden met de Antonov II.


Ook de lokale mensen zijn geïnteresseerd.

 

 

Een week later. Jakker drijft weer.
De donkerblauwe decoratie-lijnen boven de waterlijn zien er toonbaar uit. We kunnen weer ergens komen met Jakker.


Tony's moeizame gejakker in de catacomben van onze boot loont zich. De metalen steun voor het roer glimt van de nieuwe verf en het roer past erin, toch na de nodige correcties aan het werk van de “specialisten” in de stad.

Zo past het roer in het nieuw gemaakte stuk. Nu moet die steun nog in de boot ingebouwd.

Eindresultaat : het roer beweegt perfect in zijn lager gevat in de nieuwe steun.

Nog hangend in de banden van de kraan controleert Tony alle zeewater-afsluiters. We hebben immers zomaar eventjes negen gaten in de romp vooral voor grijs- en zwart-waterafvoer. Er lekt er geeneen...of toch? Oei, daar drupt water onder de wasbak van het achterste toilet. Houdt het dan nooit op? Je wil niet weten hoeveel zweet en sakkeren het kostte om ook dit euvel te herstellen. Opnieuw het steeds weerkerende verhaal van : veel te weinig ruimte rondom het defecte onderdeel om goed te kunnen werken en het in Fiji niet kunnen kopen van de juiste vervangstukken. Improviseren, improviseren is het motto. Als je dat niet kan, laat het werk dan maar door anderen opknappen.

De slings voor het te-water-laten worden in plastic verpakt, bescherming voor de mooie romp.


Eindelijk kunnen we nu weg uit de muggen-marina Vuda.
Wat een verademing, de haven uitvaren het grote water tegemoet. Nog steeds, nu al bijna veertig jaar, genieten we daarvan met die speciale mengeling van opwinding en intens plezier.
Rustig varen we op motor, richting Port Denarau. Jakker dartelt als een veulen dat er zin in heeft. Ze snijdt door het water met haar gladde romp, gepoetste prop en schone schroefas en roer. Tot voor kort werkte ze nog tegen als een bokkig paard.

Twee dagen aan de boei in Denarau zijn voldoende om de nieuwe EPIRB (een automatisch satelliet noodbaken) op te halen. We kopen ook nieuwe huisbatterijen, drie AGM batterijen van BOLT, in licentie gebouwd in Fiji. Ook die installatie vraagt weer het uiterste van Tony's improvisatietalent.

Nog zijn we niet klaar met ons kluslijstje. Maar foert, we verdienen wat vakantie en varen daarom naar Malolo Lailai eiland. Snorkelen, zwemmen en wandelen : het zal ons goed doen.

 

Met het verhaal over het bijna jaarlijks weerkerende karwei van het “anti-foulingen” (het schilderen van het onderwaterschip met aangroeiwerend product), het voorafgaand bevrijden van de romp van loszittende oude verf, het behandelen van de stalen kiel met een roestwerend middel en meer van die oersaaie werkjes, wil ik je niet lastig vallen.

Jaklien aan het anti-foulingen.

Maar, ik weet dat “bootjesmensen” in het volgende wellicht wel geïnteresseerd zijn, alle anderen slaan dit deeltje maar over.

Het lager van de schroefas en de as zelf zitten er alweer terug in.

Nu de propeller nog.

 

We varen al bijna een jaar rond met vrij veel speling op het buitenlager van de schroefas. Het gebrom verontrust ons steeds meer. Die schroefas moet er dus uit, het lager vervangen. Maar daartoe dient eerst, bij onze boot, het roer dat “in de weg zit”, weggenomen worden.
Laat Tony zich een halve dag amuseren met kloppen, wrikken, wringen en draaien...en daar ligt de grond bezaaid met propeller, schroefas, roer en als toemaatje ook nog de metalen steun waarin het roer draait. Die metalen steun zorgde al voor genoeg frustratie in Moorea twee jaar geleden. We wilden die toen behandelen tegen roest maar konden het roer met geen middel laten zakken omdat de boot in het water lag. Ik vertelde daar toen uitgebreid over. Ondertussen is dat stuk aan één kant gewoon doorgeroest. Werk aan de winkel.

Alle gedemonteerde onderdelen.

Aan dit verroest stuk ijzer moet dringend iets gedaan.

Wij dus naar Lautoka (35 min met de bus), tweede grootste stad van Fiji, op zoek naar de werkplaats die men ons aanraadde.
Als het werk dat ze daar afleveren zo goed zal blijken als de vorstelijke ontvangst die men ons gaf, komt dat dik in orde. Immers, ieder van de wel zes medewerkers kwam ons een hand geven, hand op het hart en met een diepe buiging. De prijs van omgerekend 175 € valt reuze mee, natuurlijk onder voorwaarde dat ze een goed stuk afleveren. En, eerlijk, daar staan we, sorry maar we kunnen er ook niet aan doen, toch nog sceptisch tegenover.
We laten hen aan hun werk en spreken af een tussentijdse inspectie te komen doen.

Ondertussen schilderen we de twee evenwijdige strepen aan de waterlijn opnieuw. Aan één kant valt het resultaat dik tegen, het afplaklint heeft niet mooi gehecht zodat de lijn er erg smoezelig uitziet. “Niet mooi binnen de lijntjes,” zou zelfs kleinzoon Lyam opmerken. Heel wat werk om dit enigszins toonbaar te maken. 



Maar het bezig zijn hier in de wind en vlak bij zee is, ondanks de hitte, bijna aangenaam te noemen. Ware het niet dat het, op bepaalde momenten van de dag, stikt van de muggen. De muggenmelk vliegt er vandoor, de muggenspiraaltjes, die stinkdingetjes die rook verspreiden en muggen verjagen,  ook...alles boter aan de galg. Je merkt de vele beten pas als het ruim te laat is en ze een paar uur lang branden en jeuken.  Anti-jeukzalf brengt redding.
Het paradijs, bestaat dat enkel voor muggen?

 

Additional information