Een storm in een glas water , dat is hoe TD04F uiteindelijk de geschiedenis in zal gaan, de geschiedenis van Port Denarau tenminste. Andere gebieden in Fiji hebben er flink van langs gehad, veel wind en nog meer regen.
In onze marina zijn al de cycloonvlaggen naar beneden gehaald en we hebben groen licht om terug naar onze vertrouwde mooring-boeien te keren. Op de steiger zondagochtend dan ook een drukte van belang als alle boten de touwenkluwen ontwarren.
De depressie beweegt verder naar Vanuatu en zwenkt misschien binnen twee dagen nog even onze richting uit, regen en wind meevoerend. Blijven uitkijken, maar dat doen we sowieso.



Wat leerden we : het Europese model ( ECMWF) heeft gewonnen, hun voorspelling was het dichtst bij de waarheid. De organisatie van het “naar de mangroven trekken van alle boten ingeval van een aangekondigde cycloon" moet duidelijk herdacht worden. Zoals het nu is gegaan, blokkeerde een heel groot landingsvaartuig van bij de aanvang de toegang zodat er niet meer dan 8 boten “up the creek” konden. Gelukkig bleek die actie dit keer niet nodig.


       Zondagochtend, vreemd zo een leeg boeienveld.


De zon schijnt weer en droogt mijn was op een voormiddag. Maar...te vlug gejuicht, namiddag valt het water weer in bakken uit de hemel. Fiji wordt nog maar een keer geconfronteerd met de gevolgen van natuurgeweld. Op het nieuws horen we over verschillende aardverschuivingen. Eentje vernielde een gans dorp, schoof de kerk en de school gewoon in zee. Wegen zijn overstroomd en afgesloten...en het blijft regenen. Mensen die dichtbij de rivier Rewa leven, wordt verzocht veilige, hogere grond op te zoeken nu het nog licht is. Die gaan voorzeker een bange nacht tegemoet.
Wij hopen maar dat het een beetje droger is tegen woensdag dan krijgen we immers bezoek uit België. Karen en Jean-Marc komen uitrusten van een druk werkjaar met Time to Dive.

Vrijdag 16 december :
Sinds vanmorgen valt de regen loodrecht naar beneden. Geen wind.
Het meest acuut is de dreiging voor overstromingen. Er wonen zoveel mensen in de laaggelegen gebieden, bij rivieren. Ik zie de tenten voor me. Na februari-cycloon Winston geleverd door China, Australië, Japan. Wat een ellende als je daar nu nog steeds in woont.

Zeilers in de marina gaan gewoon verder met bimini's opbinden, zeilen wegnemen, boot nog steviger vastleggen.
De tropische depressie zou minder snel uitdiepen dan verwacht. Het lijkt er ook op dat hij ten westen van Fiji zou voorbij stuiven in zuidwestelijke richting. Men verwacht nog steeds een cat. 1 cycloon maar over zijn pad is men het niet eens.
Want je moet weten, net als in de goeie ouwe tijd van onze Armand Pien ( toen had je de computers van Offenbach en Reading ), “betwisten” heden ten dage vooral twee modellen de correcte voorspelling : GFS (=Amerikaans) en ECMWF (=Reading Europa). Helaas lijken ze het haast nooit eens te zijn. We “kiezen” dan maar de meest optimistische visie.

Stof genoeg voor zeilers aan het dok om urenlang te zwetsen. Uiteindelijk weet niemand precies wat op ons toekomt.

Jakkers bimini is tezamen geplooid. Hij liep een scheurtje op tijdens de operatie, is na zes jaar tropenzon erg dun en versleten. Verdorie, weer werk en/of kosten.  Tony bindt de zonnepanelen met extra touwen vast. Alle losse onderdelen zijn van dek. We kunnen enkel wachten...en de tijd gebruiken om een nieuw fotomapje van Fiji op de site te plaatsen (zie op de menubalk bij Foto's). 

 

 

Woensdag 14december :

En dan plots is het zover. Je ziet op de gribfiles de eerste krul ontstaan, de krul van een lagedrukgebied. Die krul wordt een altijd doller draaiend “eitje” en beweegt richting Fiji. De windpijltjes vertonen steeds meer “veren” lees : de weermodellen voorspellen vervaarlijk toenemende wind de volgende dagen. Is er een orkaan op komst?

In Port Denarau begint men alvast met de eerst voorbereidingen. De boten aan de moorings, wij dus ook, worden dringend verzocht vóór vanavond aan de steiger te komen vastmaken. Dat is klaar nu!
De, inmiddels, tropische depressie heeft een nummer gekregen : TD04F (in Fiji). Pas als hij groeit tot een orkaan krijgt hij een naam.
Nu is het wachten. Op het volgende weerbericht van het Fiji Met Office.

In het geval van een cycloon moeten we met z'n allen verhuizen naar de rivier, vlakbij, om ons in de mangroven te verschansen.
Laten we hopen dat het zover niet komt. Zeilers die het kunnen weten, gruwen als ze over de mangroven spreken : vergeven van muggen en ander tuig, en bloedheet.
Morgenvroeg weten we allicht meer.

O ja, ik vergeet nog te melden dat we vorige week toch nog kans zagen onze nieuwe ankerketting en gipsy uit te testen in het prachtige Musket Cove. Een vrolijk zoemend geluidje vergezelde het ophalen van het anker. Geen enkele keer haperde de ketting nog. Gedaan met het orenpijnigend, knarsend gekrijs tijdens het “opspringen” van de onwillige ketting.

Donderdag 15 december :
Bij het ontbijt komen de eerste berichten dat er al veel lokale boten in de mangroven vastgemaakt zijn en een heel grote “barge” om vrachtwagens te vervoeren de hele rivier blokkeert. De rivier is van iedereen. Je kan die boot niet wegjagen. De goede organisatie die men ons beloofde, blijkt plots onbestaand.

Wíj kunnen de mangroven wel niet meer in (steken te diep) en moeten aan de steiger trachten te overleven. Er komen een paar, beter tegen hoge golven, beschutte plaatsen vrij, dus als de weerlicht verkassen we nogmaals. Naast Ulani.
Te midden een spinnenweb van touwen zullen we de storm uitzitten. Als hij al over ons heen komt. Want zelfs dat is niet helemaal zeker.

 

 

Een zeilershand is snel gevuld, een zeilershart snel verblijd.
Met een gloednieuwe ankerketting bijvoorbeeld.
Geduldig hebben we gewacht. Met drie weken vertraging arriveerde de Australische ketting, via Fiji's hoofdstad Suva en de douane, in de winkel in Port Denarau. Een halve dag amuseren we ons met ankerkettingen wisselen. De oude, roestige ketting uit de ankerbak hijsen, een smerige bedoening. Daarna de nieuwe opmeten, elke 10 meter merktekens plaatsen (we gebruiken kleurige kabelbindertjes, de speciale merk-rubbertjes zijn hier niet te koop), uiteindelijk in de ankerbak takelen. Zwaar werk, man. Tien meter ketting weegt 25 kg, dat trek je niet zomaar vooruit.
Respect voor de mensen die we elke dag zwaar werk zien verrichten bij deze hitte, werkend aan de uitbreiding van de steigers, aan boten of aan de nieuwe brug.
Onze schouders en nek klagen de volgende dag over het zware anker-werk. Met een dag rust paaien we ze. Wij voelen ons immers reuze.
Zeventig meter nieuwe ankerketting en een “bruikbare” 15 m van de oude vullen nu onze ankerbak !



Ook heel erg leuk is het weerzien met Philippe en Sandra (Ulani) van wie we anderhalf jaar geleden in Marina Taina (Tahiti) afscheid namen. We moeten hun Etap bewonderen die, na herstelling van de schade door TC Winston, weer als nieuw schittert. En, dat heb je met goeie vrienden, we raken gewoon niet bijgebabbeld.



Van onze tijd in Port Denarau maken we gebruik om de rest van onze “to do“ list wat korter te maken. We bezoeken de dienst immigraties op de luchthaven van Nadi en verlengen ons 4 maanden visum met 2 maanden. Daarna moeten we het land uit.
Eerst vullen we, terwijl het zweet in beekjes van ons gezicht druipt (de airco doet het niet – men werkt aan het luchthavengebouw) nog maar een keer de bekende papieren in. Ieder van ons betaalt 40 €. Onze aanvraag gaat ter goedkeuring naar Suva. Binnen een week...of misschien twee, you know this is Fiji, mogen we dan terugkomen om de stempel te halen.

Verder gaat het dan met de taxi naar Vuda ( zeg Vunda) Marina om regelingen te treffen voor Jakkers verblijf vanaf half februari 2017. We kijken er wat rond, bewonderen de “pit” waar vrienden van ons, Tuvalú, hun boot cycloonveilig achterlieten en lunchen met Claudia en Thiery (Vanupieds).



De bus terug pakken is makkelijk, tenminste als de chauffeur wil stoppen. In ons geval racet de eerste gewoon de bushalte voorbij. Een palmblad op de weg, zoals men in Moorea doet, had wellicht geholpen. Het leuke nieuws : we praten de ganse wachttijd vol met een Fijiaanse jonge dame (ex-werknemster in een vijfsterren resort), die veel over de omgeving weet en het wat graag vertelt. Vuda betekent bv. “voorouders”. Hier stapten de eerste Fijianen 3500 jaar geleden uit hun grote dubbele kano's en zetten voet aan land om daarna heel Fiji te bevolken.

Voor we onze plek aan de steiger verlaten, zetten we in alle vroegte, nog voor de zon opstaat, ons teakdek in de olie.

Alle klussen voorlopig geklaard ?! Dan gaan we morgen ons mooi gegalvaniseerd anker en die prachtige ketting eens uitproberen.

 

Als afgelegen eilandjes met kleine dorpen en junglepaadjes, avontuur betekenen dan is Musket Cove Island: klassiek blauw-water-wit-strand vakantie. Mag ook wel af en toe. 

En zo zie je ook nog eens wat. De Isa World Cup Sup and Surf 2016 bijvoorbeeld. De aankomstlijn van het onderdeel lange afstand suppen ligt net naast “onze” Yachtclub bar in Musket Cove.
Een paar jaar geleden, in de Carieb, las ik voor het eerst een artikel van een dame gepassioneerd door “suppen”. Nee, ze had het niet over één of ander exotische soep, ze was verslingerd aan stand up paddlen.
Vorig jaar, pas nadat zoon Bert er in Tahiti eentje kocht, probeerde ik mijn eerste “stapjes” op het water. Echt, zo ziet het er inderdaad een beetje uit alsof je op water wandelt. Rechtop staand op een plank, beweeg je je voort met een peddel. Er is ook de prone discipline, dan peddel je al liggend of zittend op je knieën.

We gaan natuurlijk een kijkje nemen bij de finish. Leuke ambiance. Veel mooi gespierd, jong geweld in tanga en boardshort onder de supporters en deelnemers. Behoorlijk wat teams uit Europa. Belgen en Nederlanders ontbreken.

De tweede dag zijn de vrouwen aan de beurt. Veel minder deelnemers maar even fanatiek. Mooi is het onthaal van de allerlaatste dame. Iedereen die een sup kan bemachtigen, vergezelt haar tijdens haar laatste meters. Meer dan drie uren deed de Indiase over de 17 km. Drie uren in de brandend hete zon. Een volhoudertje.

 



Morgen is het “golvensurfen met sup” bij Cloudbreak, ook erg spectaculair. Maar dat zullen we op het kleine scherm moeten volgen.
De dagen in Musket Cove, wachtend op onze bestelde ankerketting, gaan ontzettend snel. Als je de hitte durft te trotseren, kan je eindeloos wandelen op de heuvels rond de resorts. Afkoelen doe je dan weer in het blauwste water. Of je gaat snorkelen op de bommies rond de “zandplaat”.


Af en toe een ice coffee, een bbq potluck met andere cruisers, een Fiji Bitter sundowner: ons hoor je niet klagen. Vooral niet nu we binnen enkele weken bezoek krijgen van dochter Karen en schoonzoon Jean-Marc

 

Jarig.
Vandaag word ik 65, je mag dat gerust weten. Beetje griezelig die leeftijd. Hoor ik nu bij de bejaarden? Voor ik daarover kan beginnen piekeren, neemt mijn schat me mee in een taxi naar de luchthaven. Er volgt een echte check-in en de vriendelijke man aan de balie wenst me een gelukkige verjaardag. Waar gaan we heen? We wachten bij de “domestic flights”. Bij de naamafroeping van de mensen voor Pacific Island Air, klinkt ook onze naam. Via trap en ladder klim ik in de “ de Haviland Otter”, het watervliegtuig, dat we een paar weken geleden zagen landen. Ik mag vooraan zitten, naast de knappe Christiano, die mij ook nog een keer feliciteert. 

Yasawa eilanden.
Daar gaan we voor een twee uur durende vlucht over de Yasawa eilanden (Fiji). Spectaculaire landingen. Opstijgingen gevolgd door een stijle 360° bocht over het resort, een scheervlucht langs rotsen, laag over de riffen. Sportief vliegen, ik hou daar wel van. Eenmaal op het water geland, laat Christiano het vliegtuig gewoon drijven, hij springt naar buiten, op de drijver, doet de deur achteraan open en begint bagage naar buiten te gooien in een wachtend bootje. Aankomende en naar huis vliegende passagiers wisselen van plaats. Stappen via de drijver, in en uit het taxibootje. Grappig. En daar gaan we weer.
Een geweldige belevenis. Tony weet de bittere pil van mijn verjaardag wel te verzachten. Dit vergeet ik niet snel.

 

Musket Cove.
Een paar dagen later lossen we de mooringboei in Port Denarau en varen de 15 NM naar Musket Cove. Eén van de goed beschutte baaien van de Mamanuca eilanden. De blauwe kleurtjes, het gele strand, de snorkelriffen , het is er weer allemaal. Ook het oudste resort van Fiji dat jachten hartelijk verwelkomt. Moeilijk je voor te stellen dat hier soms 60 zeilboten liggen. Nu is het er rustig. Enkel de Fiji blijvers hangen hier nog rond en de zeilers die wachten op een weervenster richting Nieuw-Zeeland. Wij horen bij de eerste categorie : willen in Fiji het cycloon seizoen overzomeren (november – april). 

Wow, wat is dat hier voor een kermis! Daar moeten we even aan wennen. Gedaan met de stille baaitjes, de rustige dorpjes waar enkel spelende kinderen, honden en hanen lawaai maken. Dit is Port Denarau, dé toeristenhub bij uitstek.
Met pretzoekende mensen overladen boten zetten koers naar de eilanden in de omgeving. Zoveel volk bij elkaar, waar zagen we dat voor het laatst ? De shopping mall, de omringende restaurants, alles overspoeld door toeristen veelal in onflateuze kleren, zoveel mogelijk huid aan de zon tonend. Nu begrijp ik de inlanders, die geshockeerd reageren op die bikini's, mini-topjes, broekjes, shorts voor mannen : die dresscode van toeristen....helemaal geen dresscode!

Toen we binnenvoeren, vertelde de vriendelijke dame aan de VHF radio me dat er voorlopig geen moorings vrij zijn, maar voor Jakker is er een plaatsje aan de steiger naast het superjacht-expeditieschip SuRi. We kijken zo in hun garage binnen, de inhoud : een helikopter, een ultra light watervliegtuig, ontelbare surf- en kiteboards, SUP's, rekken met wetsuits enz.

Boven midden : een blik in de garage van superjacht SuRi, helikopter, ULM op drijvers...
Beneden midden : ikke met David (Rewa). 
De rest : beeldjes van Port Denarau Marina. 

Nee, we zijn hier niet om ons daaraan te vergapen. Er is weer eens werk aan de winkel en this is the place to be daarvoor. Vooral onze ankeruitrusting is toe aan herstelling/vervanging.De ankerketting, gekocht in Panama 2014, is flink verroest, vooral het veel gebruikte middenstuk. We bestellen een nieuwe.
Op sterven na dood is de ankergipsy. De “schijf” met inkepingen, waarin de kettingschakels passen, die op de ankerwinch is gemonteerd. Zo “draai” je het anker omhoog.
Tijdens de sundowner bij Cardo's ontmoeten we Tom. Hij heeft nog wel ergens aan boord een oude gipsy. We mogen die hebben. In de werkplaats op het haventerrein laten we een bus draaien, opgelost.
Zo zie je maar, er wordt echt niet enkel gezwetst tijdens de sundowner. Deze ontmoeting brengt ons vele honderden euro's op. Al vindt Tony de prijs die ze bij Elisha Engineering voor het draaien vragen zwaar “erover”. Bij hen hebben we ook onze verroeste ankers binnengeleverd om te galvaniseren. De prijs daarvan weten we nog niet exact.



Andere reden voor ons bezoek aan Port Denarau : groot weerzien met David (Rewa). Twee jaar geleden zagen we hem voor het laatst. Hij gidst ons naar de populairste bar, het beste restaurant in de marina, stelt ons voor aan vrienden. Neemt ons met de dollarbus mee naar Nadi town.
Enorm druk is het daar want het weekend van Diwali, Hindoe feest van het licht. Een shoppende menigte doet er een soort kerstinkopen.
De avond van Diwali, zelf. De avond van het vuurwerk verzuipt letterlijk in tonnen water.

Nog een verrassing : we ontvangen weer FM radio met golden classic muziek en tijdens een nieuwsbulletin horen we warempel Belgium vernoemen. Echt waar, de heisa rond Ceta heeft de andere kant van de wereld bereikt.

Langzaam hoppend van ankerstek naar ankerplek zeilen we langsheen de noordkust van Viti Levu, tussen rif en eiland. Het landschap, een variatie op hetzelfde thema : in de verte de hoge bergen, dichtbij de heuvels. Zovele tinten groen en bruin. Dorpjes allemaal met vernielde huizen, geknakte bomen, ontbladerde palmen. Kale boomstammen als luciferhoutjes op een rij.

Het dorpje Navuniivi in Viti Levu Baai kom je binnen via een poortje. Daar word je erop gewezen dat je je sulu (= pareo of sarong) aanmoet. Je zonnebril en hoed, die moeten dan weer af. Je draagt ook best geen rugzak. Kom je op lunchuur, dan moet je mee-eten... met je handen. Later wordt er een mat uitgespreid en word je verondersteld mee te doen met de rest van het slapende snurkkoor tijdens de platte rust.

In Nananu i cake, een eilandje dat de noordkaap van Viti Levu vormt, ontmoeten we de moderne, rijke wereld ten top. Hier landt, vóór onze neus, tijdens een

strandwandeling, een watervliegtuig bij een klein exclusief resort. Gasten stappen uit. Geïnteresseerd kijken we toe hoe de Beaver zich in no time losmaakt van de golven en weer verder vliegt. 




Het contrast met de vissers die ons de volgende dag om een doosje lucifers komen vragen, kan niet groter zijn. Zij schuimen het immense rif af zoekend naar voedsel : schelpen, inktvissen, zeewier. Wij zien hen als poppetjes in de verte op de uitgestrekte riffen, als enorme, vlakke betonvelden in zee. Twee totaal verschillende werelden , denk je dan.

De boeren van de suikerrietplantages zitten duidelijk níet om lucifers verlegen. De ganse nacht brandt en knettert het vlakbij ons. Het afbranden van de suikerriethellingen een fenomeen dat je overal ziet tijdens dit seizoen. De lucht zit vol zwarte as draadjes. Neerdalend aan dek laten ze een vieze smurrie achter.

 

Leprozerie.
Makogai eiland, het Molokai van Fiji.
We hebben net ons anker laten vallen en kijken nieuwsgierig naar de enkele, erg gehavende huizen vóór ons. Moeilijk je voor te stellen dat hier ooit 5000 melaatsen en missionarissen-verplegers een volledig zichzelf bedruipende gemeenschap vormden. Opgeheven werd die in 1961.
We vragen ons af waar de doopvontschelpen kwekerij is.
Als we de volgende ochtend naar de kant motoren en begroet worden door Dany en Navi van het Department of Fisherie, vertellen zij ons meteen dat alles op het eiland verwoest is door TC Winston (daar heb je hem weer), ook de kwekerij, de pompen, de tanks. 
Overal ligt puin, een paar huisjes schots en scheef, nog van de leprozerie, zijn toch weer opnieuw in gebruik. 

Over Winston.
Navi, die hier tijdens de cycloon, met enkele mensen aan het werk was, vertelt: hij bracht elk uur over de radio rapport uit van de windsnelheden van Winston. Reeds het tweede uur “explodeerde” het gebouwtje waar ze zich in verschanst hadden. In het piepkleine betonnen toiletgebouwtje iets verderop, waanden ze zich vervolgens veilig, tot ook dat dak eraf vloog. Nu moesten ze een grotere afstand overbruggen, rennend voor hun leven naar Navi's huis. Daar overleefden ze de orkaan. Het huis staat nog steeds scheef, biedt nu voorlopig onderdak aan 7 mensen.
Over de “yachties” (zo noemt men ons) enkel lof. Ze startten onmiddellijk met hulp bieden. “Anders waren we zeker verhongerd.” 18 jachtmensen bouwden de school opnieuw op. De overheid bleef zwaar in gebreke, vinden ze. Gisteren, 9 maanden na de ramp, kwam de minister voor het eerst op bezoek bij hen.

Dany toont ons het kerkhof, enorm groot, 1500 graven, ook van Zwitserse, Franse missionarissen. Totaal overwoekerd , kruisen gebroken. Alles ligt in de zon nu, het zware jungledak totaal verdwenen. Enorme bomen, dikke takken : witte skeletten met voorzichtig nieuwe blaadjes, net zoals op Koro.


Cava (geen schuimwijn).
Dan is er de sevusevu (cava ceremonie).
Je moet weten, als wij ergens toekomen, waar ook ter wereld, en ons anker droppen in de buurt van een dorp, voelen we ons altijd een beetje “indringers”, alsof we onze tent opzetten in jouw voortuin. In Fiji heeft men echter een geweldige traditie die dit probleem aanpakt. Toestemming vragen om te ankeren, te snorkelen , te wandelen op hun eigendom doe je tijdens de sevusevu ceremonie. Tot dat doel hebben we pakjes cava-wortel gekocht op de markt in Savusavu. Je legt die voor de chef op de grond, hij neemt die aan...of niet. Iedereen gaat op de mat zitten. Van de wortels wordt poeder gestampt, water toegevoegd en daar heb je de cava. Ziet eruit als afwaswater, proeft....een beetje peperachtig, niet lekker. Maar het werkt verdovend, verslavend.

Ceremonie.
We hebben dus ons pakje cava bij. Dany roept de chef die onze gift aanneemt en formeel begint te prevelen, als een priester die een litanie opdreunt. We vangen woorden op als cevucevu, Belgium, yacht. Op bepaalde momenten wordt er drie maal geklapt, handen tot een kopje gevormd. Nog driemaal klappen en met een “Welcome to Makogai” eindigt de ceremonie. Omdat er gisteren feest was met lovo en veel te veel cava, drinken we vandaag niet. Ze bewaren het voor later.

Het traditionele cevucevu ligt de laatste tijd onder vuur. Priesters en welzijnswerkers keuren het af. Mannen worden apatisch door de drug, liggen de ganse dag op de mat. Hoe lang houdt de traditie nog stand?

Maar we willen hier niet weg vóór we de doopvontschelpen, die in de baai leven, gevonden hebben. Na wat zoeken op de plek die Navi ons aanduidde, konden we foto's maken van de “schelpjes”, zeker 1m lang, vergelijk met mijn zwemvliezen van 60 cm.


Additional information