Positie : ankerplek Nouméa – Port Moselle.

 

Als we van het pad afstappen naar le village de Prony, wanen we ons in de film “Papillon”, (nog maar pas opnieuw gezien, opgedolven uit onze grote voorraad films op memory stick). De kwade geschiedenis herleeft hier een beetje. We zijn bij de ruïnes van de bagne van Prony. Ja, Jakker nog steeds op ontdekking en rondzeilend in die grote baai van Prony.

De Province Sud heeft moeite gedaan alles over de “bagne” wat aanschouwelijk te maken.
Borden met uitleg. Een voorbeeld van een boomstam op een slee, die door de kracht van 18 mannen, over houten rails werd voortgetrokken naar de rivier.
Zelfs wat voorbeelden van foltertuigen zoals de crapaudine : de voeten vastgeklemd, de samengebonden armen achterwaarts in een boom omhoog getrokken werd de gestrafte als een soort vliegtuigje, met het gezicht naar de grond gericht, achtergelaten.
We zien ook een “kast” waarin de gestrafte een lange tijd moest hurk-staan. Die kast is zo klein dat hij niet rechtop kon zitten of staan.
Een getuigenis over de “poucettes”, twee ijzers waartussen de vingers van één hand steeds erger geplet worden.
“Gedurende die veertig dagen kwam bewaker Lauzanne kwartier na kwartier mij de “poucettes” vaster draaien, om mijn marteling te verzwaren. “


Het was in 1866 dat Nieuw-Caledonië besliste geen prijzig hout (voor de bouw van Nouméa) meer te importeren maar het door gevangenen uit hun eigen bossen te laten hakken.
Nieuw-Caledonië was in die tijd net tot alternatief voor de bagne van Guyana gebombardeerd. Guyana waar, door het ongezonde klimaat, de bagnards bij bosjes stierven.
Na een maandenlange, vreselijke zeereis naar de andere kant van de wereld, “in de ijzers” in de buik van een schip begon de echte straf pas hier.
Dwangarbeid tot ze erbij neervielen, zware folteringen als ze iets mispeuterden.
Hun verdiende loon??

De wortels van deze boom , "omarmen" de fundamenten van een oud huis.

Népenthè, een typisch "mijnterrein" vleesetend plantje .

Toen uiteindelijk de meeste waardevolle bomen, veel kaori's, geveld waren, de heuvels kaal en desolaat, kon er met mijnbouw begonnen worden.
De strafkolonie werd opgedoekt. Ex-convicts, blanke kolonialen, later Javanen en Japanners gingen in tunnels en putten en bovenop heuvels wroeten, op zoek naar nikkel en andere metalen.
Immers intussen was mijnheer Garnier erachter gekomen dat “le calliou” (= Nieuw-Caledonië) rustte op een geologisch super rijke bodem. Garnierite noemde men het door hem ontdekte groenige silicaat, bijzonder rijk aan nikkel. Nu weten we dat NC op de tweede grootste nikkelvoorraad ter wereld zit. Maar de rijke rotsen bevatten ook cobalt, mangaan, chroom en ijzer. Dit laatste zorgt voor de alomtegenwoordige rode aarde.

Zo komt het dat je in heel NC de wonden van de mijnbouw van vroeger en nu kan zien. Grote gebieden zijn afgegraven, kale, rode hellingen en kloven die steeds verder eroderen, waar niks meer groeit. Andere gebieden zijn mijnconcessies die in de toekomst nog geëxploiteerd kunnen worden.
Het noorden van de prachtige Baie de Prony wordt beheerst door de moderne Gordo mijn. Grote zeehaven. Mijnbouw, transportbanden, wegen, enorme vrachtwagens, containerwoningen, alles badend in onnatuurlijk oranje kunstlicht tijdens de nacht. Wíj noemen het “Mordor” .
De nikkel uitbating, die steeds zorgde voor grote rijkdom, staat thans onder druk, de prijs op de beurs zakt, covid-19 doet er geen goed aan. Australië onderhandelt om de mijn, nu nog in Braziliaanse handen, over te nemen. Dit is helemaal niet naar de zin van het Congres van Kanaken. Als NC ooit onafhankelijk wordt (in oktober is er weer een referendum) willen zij de nikkelmijnen nationaliseren. Maar dat is een ander verhaal.

Voor ons is het hoog tijd om terug naar Nouméa te zeilen. Watertandend denken we aan verse lokale appelsienen, mandarijntjes, tomaten, passievrucht...
Een rood besmeurde dinghy, rode schoenen, rode touwen en kleren getuigen van ons bezoek aan het uiterste zuiden.

Mooie aalscholver, hij bleef terugkomen en kakte onze Jak onder.

Denk nu vooral niet dat we een maand vakantie vierden. De werken en werkjes aan de boot gaan gewoon verder. Twee keer schraapten we de romp. In het koude water valt dat niet mee.
Om de drie dagen bak ik brood.
Tony herstelde de Webasto verwarming. Die kunnen we nu erg goed gebruiken. Eerst een elektrisch reparatie, daarna verving hij een aantal buizen. Daarvoor ruimden we wel vier keer de achterkajuit uit en weer in. Het is immers helemaal achter in die kajuit te doen. Alle rommel kan nauwelijks in de salon. Wat heeft een mens allemaal bij?

Maar onze topprestatie : we hopen dat we eindelijk het waterlek dat ons al 10 jaar af en toe plaagt gevonden hebben. Al 10 jaar lang moeten we op gezette tijden het water onder de vloerdelen opsoppen. Uren zijn we daar zoet mee.
Onze reserve voorraad groenten en maaltijden in blik komt in gevaar samen met zoveel reserve spullen. Eerste opgave : aan het ongewenste water proeven. Zoet...ok.
Blijkt dat de buitendouche lekt, het water loopt gewoon via de slang naar binnen naar het laagste deel van de boot. Condenswater van de buitenkant van de koelkast voegt zich erbij en al snel heb je een bodempje water in heel de boot. Opgelost nu ? Laten we dat hopen.

 

Positie : Baie Majic


Baie Majic, de natuur bloeit tijdens de winter.


Vandaag willen we nog maar eens een kijkje nemen in Baie Majic. We krijgen niet genoeg van de klimwandeling door de prachtige natuur, naar het walvissen observatiepunt en de vuurtoren.
Nadat Didier, een nieuwe buurman bij Ilôt Casy, ons een “ontmoetings” geschenkje bracht, volgens de
“coutume” (het gebruik onder de Kanaken), gooien we los van de boei. Tony kreeg een biertje (les Belges !) maar niks maakt ons zo blij als de twee pompelmoezen die voor heel wat vitamientjes zullen zorgen, nu we door onze voorraad fruit heen zijn.

Rustig, tegen de wind, motoren we vervolgens de Baie de Prony over als Tony plots een “camion grote “ schuimgolf ziet. De daaropvolgende “spuiter” neemt alle twijfel weg. Daar zwemt een bultrug ! De “whale watch catamarans” verschijnen ten tonele.
Een tweede spuiter, dichterbij ons. Zullen we die volgen?
Maar opgepast. De observatie van de bultruggen, die volgens een vast patroon hierheen komen tijdens de arctische winter, is streng gereglementeerd. Je mag enkel opzij van het dier naderen en varen, zijn voortgang niet belemmeren, je moet op 100 m afstand blijven. Overtredingen worden zwaar bestraft (800 € boete alsof het niks is).

We varen langzaam voort, steeds rondkijkend. Spannend.
Bultruggen blijven zo'n 15-20 min. onder water (hun apnee kan tot 30 minuten duren) en zwemmen intussen natuurlijk gewoon verder. Weet je veel waar hij volgende keer zal boven komen?
Daar zie ik hem, ver vóór ons. Met verrekijker goed te zien. Foto's maken, als steeds een ramp.

Straf als je de spuiter kan ontdekken !

Regelmatig zien we de lange romp met de bult en het kleine rugvinnetje boven komen, volgt de onvergetelijke staart, inspiratie voor duizenden sieraadjes.
Hij zwemt de hele omtrek van de baai rond, naar de uitgang. Eén keer buiten wordt hij actiever, klapt met zijn enorme borstvinnen (die zijn wel 3-4 m lang) op het water. Springt hoog op. Wij zien vooral heel veel schuim als hij op zijn rug of zij landt. Hij is nu nog verder weg. Na twee uur en een half houden we de observatie voor gezien.

Elke dag varen de whale watchers uit.

Dan maar een foto van een bord in het observatie centrum.

Ook daar kan je de walvissen zien.

Als we terug de baai binnenvaren, word ik via het walvissenobservatie kanaal VHF 72, onverwacht getrakteerd op de zang van een amoureuze bultrug.
Een onderzoeksschip ín de baai maakte zopas de onderwater geluidsopname van “la baleine chanteuse”, zo noemen ze de walvis, die daar nog steeds rondzwemt, al.
Ze laten hun opname horen speciaal voor een aantal kinderen op één van de whale watch boten. Hun hoge stemmetjes klinken na afloop verrukt over de VHF radio: “Merci, merci !“ Het gezang van zo een enorm dier, ook voor ons een kippenvel moment.
Onvergetelijke ervaring, deze toevallige ontmoetingen, ons leven.
En ik besef hoe mijlenver weg van jouw, door mondmaskers en sociale bubbels overheerste wereld, waar een tweede covid golf onvermijdelijk lijkt.

 

Positie : Baie de la Somme (Prony).

Baie du Carénage, Jakker in het midden, rechts van ons, Moira.

Twee jaar geleden al, toen we beslisten naar Nieuw-Caledonië te zeilen, schaften we ons de digitale, interactieve Rocket Guide aan. Wat prijzig vonden we hem toen, nu zijn we overtuigd, deze gids is elke euro meer dan waard en haast onmisbaar tijdens onze omzwervingen. Waypoints, ankerplekken maar ook historische en wetenschappelijke info het zit er allemaal in.
En laat ons nu de auteurs van dit uitzonderlijk knap werkje tegen het lijf lopen in een wel erg afgelegen plekje van Grande Terre, Baie du Carénage .
We komen net terug bij onze Jak, na één van de door hen aanbevolen wandelingen, als twee oudere zeilers ook in hun dinghy stappen. Al gauw blijken we met Richard en Frédérique Chesher, van de Rocket Guides, te maken te hebben.
Dr. Richard is niet zomaar de eerste de beste. Deze kwieke 80-plusser, marine-bioloog, filosoof, professionele duiker, fotograaf wijdde zijn leven aan het onderzoek naar de impact van “de mens op de natuurlijke systemen van de oceanen”. Al meer dan 50 jaar probeert hij te begrijpen hoe en waarom de mensen hun oceaan en eilanden verwoesten. Onderwerp van zijn uitgebreide studies vormen onder meer de dodelijke doornenkroon zeester, de doopvontschelpen en pareloesters, het zwart koraal.

Hij brengt ons zomaar een stick met de laatste update van hun gids. Nog meer gedetailleerde wandelpaden, nog meer
foto's.
Je kan geen praatje met ze maken zonder dat de, door hun geadopteerde wilde zwerfkatten van Baie de Prony, ter sprake komen. Duidelijk hun tweede passie, die katten. Ze plaatsten zelfs een infrarood camera ,die 's nachts bewegingen registreert, om te ontdekken dat het door hen geplaatste voedsel opgegeten wordt door... ratten.
Zo brengen ze hun dagen hier door, ver van Nouméa, in deze wereld van rode aarde en klaterend water.

Cascade Pépites.


Rivière Blue.

Naar Baie de Prony.
Je begrijpt het al. Wij zijn weer op onze eigen kleine expeditie, 30 mijl verwijderd van Nouméa, in de immense Baie de Prony. Om hierheen te zeilen, kan je maar best op noorden- of westenwind wachten. Bij de (meest gangbare) harde zuidoost passaat maakt de venijnige golfslag een tocht , zelfs op motor, beslist onaangenaam en onnodig lang.

Ons geduld wordt beloond, eindelijk is het geluk mét ons en kunnen we het hele stuk al vlinderend (letterlijk de zeilen als vlindervleugels ) afleggen.
Sturen met de hand, doen we haast nooit, altijd is Jefke (stuurautomaat) roerganger. Nu moet het wel, om de zeilen op “vlindermanier” vol te houden. We gijpen (grootzeil aan andere kant) wel een keer of vijf. Als de stroom ons grijpt in het Woodin Channel stuiven we er met 9 knopen doorheen . Het weer is omgeslaan en we zoeken beschutting voor de westenwind in Baie d' Ouest, tegen de hoge knalrode, voor nikkel, afgegraven bergen aankruipend.

Later brengen we onze favoriet, Ile Casy, een bezoek. Een prachtig miniatuur Nieuw-Caledonië met alle landschappen vertegenwoordigd.
In het 4 m ondiepe water “draaien” we onze ankerketting nog even om.
Omdat je altijd ongeveer op eenzelfde diepte ankert, slijt één stuk van de ketting erger dan de rest, dat uitgesleten stuk slipt op de ankerwinch. Niet goed !
Een beproefde oplossing : gewoon het einde dat aan de boot vastzit aan het anker vastmaken en vice versa, zo de ganse ketting omdraaiend.

Schitterend uitzicht vanaf Ile Casy.

Ile Casy overheerst door pijnbomen.

Verder noordwaarts weten we, dankzij de Rocket Guide, dat er prachtige wandeltracks, rivieren, watervallen te verkennen zijn. Zonder probleem vinden we een prima ankerplek in de Baie du Carénage, dichtbij de boot Moira, de expeditie boot van Richard en Frédérique, zal later blijken.

De volgende dagen wandelen en glibberen we urenlang over de steile, rode, modderige paadjes. Stellen vast dat de "source chaude" eerder lauw is, maar de bron met zoet water, op onze volgende ankerplek, kristal helder.

We klauteren vanuit Baie Majic naar het bultruggen observatie punt Cap N'dua, maken een praatje met de mensen daar, die ons vertellen dat een paar uur geleden een walvissen paar door een aantal grote cargo's verjaagd is. Pech.


 

Zoet water bron (beneden).

Erosie een groot probleem.

 

 

Positie : To Ndu.

Ile Isié, Nieuw-Caledonië. In ons logboek blijft het voor altijd opgetekend als : Nautilus eiland !
Tony vond er immers, na jarenlang zonder succes stranden in de Pacific afstruinen, een zestal kapotte nautillus-schelpen. Eentje, ook slechts een stuk van de schaal (vind je ooit een intacte ?), toont toch nog zijn mooie kleuren en magische vorm. We kunnen het niet laten, nemen hem mee aan boord.
Mag niet! Ik weet wel, je mag geen coquillages rapen, herinneren ons de mensen van de Protection du Lagon steeds. Maar we willen hem enkel een tijdje aan boord koesteren, monsieur !
Dit levende “fossiel”, zo noemt men hem want in 500 miljoen jaar is hij(zij) amper geëvolueerd, beweegt zich voort op een diepte van verschillende honderden meters . Hij doet dit op zijn dooie gemak, via jet voortstuwing, hoort immers tot de soort : “inktvissen”. Het monstertje vertoont zich ook aan de oppervlakte o.a. om eitjes te leggen en dit niet enkel 's nachts zoals men lang dacht. Hij kan zijn drijfvermogen regelen en zodanig verticaal, op en neer, bewegen. Hier in Nieuw-Caledonië zou je hem op snorkeldiepte van 5 m kunnen aantreffen, hij houdt immers van koel zeewater.



Koel zeewater, voor het ogenblik geen probleem. De temperatuur van het oppervlakte zeewater is nu rond 20°. We moeten echt iets overwinnen om erin te springen, doen dat enkel nog in 3 mm duikpak met kap. Maar voor een Nautilus ontmoeting zou ik zeker nog grotere kou trotseren. Keep on dreaming, Jaklien !
Blijft het bijzondere feit dat er bij dit buitenrif, dichtbij ons dus, meerdere van die beestjes moeten leven. Het bewijs ligt bij onze verzameling schelpen.

Niet enkel het zeewater is koud. De lucht is dat ook. Een luik openzetten ter verkoeling, dat doen we nog amper. Dagen zonder kleren zijn er niet meer bij. Enkel 's middags en in de zon kan het nog. s' Ochtends en 's avonds is het lange broeken, sokken en truien tijd. Kan je geloven dat we al een paar ochtenden de verwarming aanzetten?
Boten hier zijn niet zo rijk, maar een goed uitgeruste Nederlandse boot (zoals wij die kochten) kan niet zonder !

Zeker, vandaag begint de winter bij de tegenvoeters waar wij vertoeven, 21 juni winter zonnewende. En ze doen hier alles omgekeerd ,dus wordt de winter voorafgegaan door een uitbundige “lente”, geen herfst (als dat seizoen hier al bestond).

Na het regenseizoen fleurt alles op. De berghellingen vertonen een prachtig groene kleur. Wat een verschil met het bruine, dorre landschap in november, het brandseizoen, toen we hier arriveerden. Zelfs de cactussen waren op sterven na dood, of zo leek het toch.
Nu geurt de “maquis” af en toe zo hevig dat het lijkt alsof iemand wat te royaal met de deodorant te keer is gegaan. Zelfs aan boord , een paar honderd meter van de kant, snuiven we die geur op.
Nadeel : de muggen houden ook van dit vochtige atmosfeertje. Wandelen in het hoge gras is vragen om beten.
In de bush moet je je nog tegen wat anders wapenen : spinnen. Van die echt grote. Ik laat Tony voorop lopen, met een lange tak in de aanslag. Gelukkig zitten ze vaak hoog tussen twee struiken.

De natuur herleeft.

Het weer wordt alsmaar mooier, rustiger vooral en zo kunnen we het eilandje Ténia bezoeken. Er omheen wandelen kost je een uur, echt klein is het dus niet. Maar het omringende rif is wel tien keer groter. Het maakt deel uit van het grote buitenrif van Nieuw-Caledonië dat daar een bocht maakt zodat je in die elleboog beschut kan snorkelen, duiken. We overwinnen onze koudwatervrees en gaan een kijkje nemen. Teleurgesteld hijsen we ons na een half uur weer aan boord van Jak en zoeken onze weg terug over het erg ondiepe water (het is laag tij). Veel van het koraal is kapot, door stormen (?), en er zit niet erg veel vis. Een school Bec de Canes volgt ons en we zien een kleine wahoo. Na de, zoals steeds, zuinige douche koesteren we ons in het zonnetje, voordeel van kouder weer.

Omdat we weten dat je bij de “Wharf van Bouraké “ (een slipway om bootjes te water te laten) vuilnis kwijt kan, ankeren we bij het tegenoverliggend eiland Leprédour.
De ondergrond is modder, zegt de Rocket Guide en “de holding is excellent”.
We bekijken het even, verklaren Jakker goed om een uurtje alleen te laten.
Wij stuiven naar de overkant . Maken een lange wandeling. Genieten van het prachtige silhouet van ongelijke rijen, in nevel gehulde bergen in de verte en van de talloze grillig gevormde baaien in het water dichtbij. Je kan hier uren naar kijken.
Bij de camping municipal van Bouraké draaien we terug.
De wind steekt op en na het eten en de afwas waait hij al 20-25 knopen. De boot beweegt wat vreemd. We “zwaaien” niet echt zoals het hoort achter het anker. Vreemd. Als Tony zijn kop buiten steekt, roept hij ongelovig : “Die zandbank achter ons is zo dichtbij ??? Kan toch niet ! Wij zijn los en drijven gewoon achteruit !”.
Motor starten, anker snel ophalen en opnieuw, ditmaal wat meer “naar voren” neerlaten. Alles is snel gebeurd. Vervolgens wachten we af, houden we ondertussen een kleine siësta ?
Nee, niks daarvan. Het anker krabt opnieuw. Op de plotter trekt Jakker een lijntje waarlangs we bewegen, alsof we 2 kn zeilen.
Ons anker met brede vloeien “drijft” te veel op de erg vloeibare, dunne modder, zakt niet tot op de bodem en kan zich bijgevolg niet ingraven.
Hier blijven we niet. Twee mijl verderop kennen we een ankerplek bij een tweemaster wrak op het strand. Er wonen ook twee vervelende hanen die al om 4u aan hun voornaamste activiteit, yachties wakker kraaien, beginnen. Maar alles beter dan niet vast te liggen voor de nacht.

Ile Ténia.

Bouraké.

Ile Puen, met wrak op het strand.

Over ankers en ankeren heb ik nog wel wat verhalen.
Onlangs haalde Tony het wel heel raar uitziend anker op. Houdini-gewijs was het helemaal in zijn eigen ketting gedraaid. Nooit eerder meegemaakt. Kwam natuurlijk doordat we zo erg ronddraaiden de nacht ervoor.
Hoe kunnen we dat “pakje anker” ontwarren ? Zo kan hij zeker niet op zijn plaatsje vooraan op de boeg. De pikhaak brengt raad, met een flinke ruk bevrijdt ons Houdini anker zichzelf. Oef.

Vanmorgen was het ankeren veel leuker. Dolfijnen speelden precies daar waar we het ijzer wilden droppen. Tony durfde er niet aan te beginnen. Toen ik alvast, de boot stillegde met een dot gas achteruit, stoven ze verschrikt weg. Sorry, dolfijntjes, dat ik jullie aan het schrikken maakte.

 

  

 

Positie : Baie des Moustiques .

10 jaar jonger !


12 juni 2010, exact 10 jaar geleden, gooiden we de trossen los in Port Zélande. Nadat we ons een week schuil hielden voor te harde wind, voeren we via de Grevelingen en de Oosterschelde het grote water op, richting Blankenberge...en vervolgens steeds verder weg.
Nu al zo een 29.000 zeemijlen in het totaal (54.000 km ongeveer).

We zouden 3, misschien 5 jaar, wegblijven. Hadden geen vast plan. Zouden wel zien hoe het zeilers-zwerversleven ons beviel.
En of het ons beviel...al waren de overtochten niet altijd even makkelijk.
We verbleven 3 jaar in de Caraïben, 2 jaar in Frans Polynesië, 2 jaar in Fiji. Maakten kennis met zovele mensen, zeilers en inwoners van bezochte landen. Zagen de meest indrukwekkende natuurwonderen. Laat me de (zee)dieren vooral niet vergeten.

10 jaar ervaringen rijker .

Na 10 jaar wonen we nog steeds op onze trouwe Jakker. Zeilen rond in de meest afgelegen baaitjes, naar onbewoonde eilandjes. Dit jaar heet ons paradijs Nieuw-Caledonië. Door Covid-19 verblijven we er langer dan aanvankelijk de bedoeling was.
Geen nood, we voelen ons thuis hier.
Daar kan een ontbijtbezoek omvattende een grondige inspectie door de douane, precies vandaag, niks aan veranderen. We krijgen immers een papier “gewogen en goed bevonden” en de wens (het verzoek) onze reis vooral voort te zetten.

De doejong van Presqu'ile Uitoe komt even piepen en wenst ons prettige reis. Hoe lang nog ? Geen idee.



Douanebezoek .

 

Positie : op anker tussen mouillage Port Moselle et Orphélinat.

Het oeroude rif, stromatoliet op de voorgrond.

Onze moeder aarde, hoe oud is die ook alweer?
Oei, dat kan ik niet zomaar op een paar miljard jaar nauwkeurig zeggen. Maar wat ik wél weet, dank zij onze onvolprezen Rocket Guide van Nieuw-Caledonië, is dat we nu bij een 3,5 miljard jaar oud rif voor anker liggen, het presqu'ile T'Ndu. Eén van de grootste nog bestaande fossiele riffen ter wereld.
We schuilen hier voor sterke westenwind, een gevreesde “reverse” wind (tegengesteld aan de normale windrichting). In deze periode van het jaar moet je daar steeds op verdacht zijn en ten allen tijde een alternatieve ankerplek in je achterhoofd, en binnen bereik, hebben.
Immers als de wind draait en je veilige ankerplek wordt plots lager wal, dan heb je binnen de kortste keren de poppen aan het dansen, of liever je hele boot mét inhoud. Slapen is er dan niet meer bij. Iets anders ook niet, trouwens.
O ja, intussen zocht ik het op : de aarde bestaat zo een 4,5 miljard jaar.

Maar dit fossiele rif dus. Een apart gevoel om hier rond te kuieren en de ronde fossiele patronen op de bodem te zien. De grote “knollen” op het strand zijn stromatolieten. Sedimentgesteenten, door micro organismen in het water laag voor laag, opgebouwd tijdens het pre-Cambrium. Dit zouden de oudste fossielen, de oudste vorm van zichtbaar leven op onze planeet, zijn. De eerste levensvorm die fotosynthese toepaste.
Blijkbaar leefde dit rif nog toen Nieuw-Caledonië 80 miljoen jaar geleden van Australië afbrak. We bewonderen de ook weer laag voor laag afbrokkelende knollen en maken foto's. Interessant, toch.
Geologen hebben hier een kluif aan, kan ik me zo voorstellen.


En dan is het Hemelvaart weekend, mooi weer en omzeggens geen wind. Wat denk je, hier heerst geen confinement meer, iedereen het water op dus. Alle eilandjes, en dat zijn er nogal wat, worden overspoeld. Bootjes brengen mensen, tenten, picknick toestanden aan. Vier dagen feest. Wij prijzen ons gelukkig dat we vorige week heel alleen hebben kunnen genieten van Ile Mbe Kouen. Een droomeilandje, goed beschut door een enorm rif.
Gadegeslagen door een vijftal remora's, krabben we voor de zoveelste keer onze onderwatertuin weg. Hier mag dat nog !
Immers, hoewel de hele lagune natuurreservaat is, genieten een aantal eilanden extra bescherming. Daar volgt een zware boete (1300 €) als men je betrapt op onderwater poetsen.
De aangroei komt steeds sneller terug. We beseffen : Jakker moet nodig uit het water voor een paar nieuwe anti-fouling lagen.



Dit weekend kuieren we rond op het lange strand van Timbia waar tweede verblijvers voor de sfeer zorgen.
Tientallen bruine mensen, Kanaken, zoeken bij laag water het rif af naar eetbare schelpen en inktvissen. Steeds dik aangekleed, lange broek, sweater met kap op het hoofd. Als ze in het water gaan, is het met hun kleren aan. Meisjes in T-shirt, bermuda. Dames in hun bloemenkleren uit de missionaris-tijd.
Witte meisjes zonnen in tanga en monokini. Werelden van verschil. (Meestal) vredig naast mekaar levend.
De nacht is stil en donker en toont ons, voor het eerst sinds lang, het Zuiderkruis, in het zuiden, nogal wiedes, maar recht ertegenover in het noorden tegelijk ook de steel van het “steelpannetje”. De rest van de Grote Beer zit achter de horizon.
Prachtig deze vertoning aan het firmament, weer zo een onverwacht cadeau voor reizigers als wij.

Nog even zeggen : is je nieuwsgierigheid gewekt naar één van de beschreven ankerplekken ? Ga dan bij de tab Positie eens kijken en klik op het betreffende ballonnetje. Ik schrijf er steeds wat bij. Als je de satelliet kaart kiest, krijg je een aardig idee.

 

Positie : voorhaven Port Moselle .

Avondwandeling bij de gloednieuwe , ongebruikte ferry terminal.


Wat een rotdag vandaag, eentje om zo weer te vergeten. En voeg daar meteen de vijf vorige dagen maar bij...en de volgende ? Het regent constant, de felle rukwinden doen de boot rondtollen als een molen, we dansen af en toe wild op de deining en koud dat het is. Ik duik de ver weggestopte sokken, jogging broeken en sweaters op. De wat muffe geur nemen we voor lief.
Météo France verkondigt dat het al 30 jaar niet meer zo “donker” is geweest in la Nouvelle Calédonie. De zonnepanelen, het stikt ervan hier, leveren quasi geen energie.
Moet je ons niet vertellen. Als de zon forfait geeft, moet onze motor elke dag anderhalf uur stationair draaien om de batterijen te laden zoals het hoort, stroomdraaien noem je dat. We zitten nu bovendien veel binnen en dan verbruik je nog meer stroom met laptops en radio, bovenop onze grootste stroomvreter, de koelkast.

Nee, we liggen niet meer in de comfortabele haven met elektriciteit à volonté. Einde van het cyclooncontract van vijf maanden voor plekje A 12 in Port Moselle.
We hadden weer geen beter moment kunnen kiezen om uit te checken. De voorbije prachtige week hebben we keihard gewerkt, amper tijd om van de stralende zon te genieten en nu krijgen we dit herfstweer op ons bord.
Met een gezellig dinertje aan boord van de Okeanos van Christel en Patrice uit Nice, sloten we de marinaperiode af.
En nu liggen we al vijf dagen op anker in het zeilersdorp net buiten de havenarmen van Port Moselle. Hier vind je permanente bewoners van jachten waarvoor geen plaats was in de haven of die het geld er niet voor (over) hebben. We wachten noodgedwongen op beter weer.

Ondanks alles voelen we ons vrij.
De havenuitgang ligt pal achter ons. Er is veel bedrijvigheid, altijd wat te zien, zelfs als het giet. Zo komt het luxe superyacht tevens cruise schip Le Lapérouse aan het ferrydok liggen nadat ze drie weken in quarantaine doorbrachten door covid. Eindelijk mag de 90-koppige bemanning van boord.
Het lijkt erop dat in deze tijden van corona de verplichte gele vlag opnieuw haar oeroude betekenis terug gewonnen heeft. Elk schip moest toen 40 dagen in quarantaine om te bewijzen dat er geen ziektes aan boord waren.

De Lapérouse, luxe cruise schip.

Zeilersdorp buiten Marina Port Moselle.

Wat doe je bij slecht weer als je niet van boord kan? Je zet gewoon de lock down procedure verder. Je klust en “pottert”. Wereldzeilen is immers werken aan je boot op exotische plaatsen, ok, nu even wat minder exotisch. Bij een boot als de onze, 24 jaar oud, is dat helemaal het geval.
Tony puzzelt in zijn elektrische kabel verzameling, plaatst een knopje voor de motorventilator, soldeert één en ander, geen sinecure op een schommelende boot. Kortom, elektrische geklus, helemaal zijn ding. Ik probeer met chloor schimmelvlekken uit de gordijntjes te wassen, gordijntjes die altijd dichtgeschoven zijn en nu even weg kunnen want anders is het toch te donker in de boot.
De peperdure dieptemeter plaatste Tony al in de haven. Er zit nu een groter gat in het achterschot. En of hij werkt die meter ! In koeien van letters staat de diepte aangegeven, een rood lichtje brandt bij nacht.
Tony dook ook de 70 m lange aussières (orkaan landvasten) op uit het water. Ik poetste en schrobde 2 dagen lang de schelpjes en modder eraf zodat we ze op de allerlaatste vrije plekjes aan boord kunnen wegstouwen.

70 m touw poetsen !


Ja, je hebt dat goed opgemerkt, aan boord is van emancipatie weinig sprake. Typische mannen en vrouwen jobkes , traditioneler kan niet.
Ik ga over het naai-en poetswerk, kook ook meestal. Communicatie is ook mijn ding net als navigatie.  Tony is naast kapitein, elektricien, mechanicus, loodgieter.
Goed wetende dat ik die technische skills toch nooit zo goed onder de knie krijg als Tony, doe ik geen moeite en ben ik vooral blij met mijn kapitein met zijn gouden handen.

En laat nu verdorie dat beter weer maar eens komen, zodat we weg kunnen zeilen !

 

 

Iedereen heeft zo zijn eigen manier om de lock down nuttig door te brengen.
Onze Zwitserse vriend zeiler Hans (sy Tuvalu) die we, samen met zijn Spaanse vrouw Imma, voor het eerst ontmoetten in Maupelia (Frans Polynesië) vatte het idee op een enquête te houden onder bevriende zeilers, zeilers gevangen ergens op de wijde oceaan.
Een paar weken geleden ontving ik zijn e-mail met de vraag of ik wilde mee doen.
Hier volgt het resultaat.


Op http://www.tuvalubarcelona.es/de       
kan je ook het verhaal van de anderen lezen (Spaans of Duits !).

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensen, zittende mensen, wolk, lucht en buiten

Afbeelding kan het volgende bevatten: oceaan, wolk, lucht, plant, strand, buiten, natuur en water

Positie : laatste dagen marina Port Moselle, A 12  (ons cycloon contract loopt af).

Het mooie gouvernementsgebouw van de Province Sud , met het Kanakensymbool en de nautilus.

Le gouvernement de la Nouvelle Calédonie” heeft beslist : vanaf maandag 20 april gaan we in “déconfinement adapté”. Lees : we mogen uit ons kot. Vrij logisch want hier is nooit een covid dode te betreuren geweest, al 3 weken zijn er geen nieuwe besmettingen, de 18 covid gevallen in het begin kwamen uit het buitenland en hebben hier nooit iemand besmet.
We mogen dus buiten, maar pas op, bepaalde regels moeten nog steeds nageleefd worden. De magische handelingen in tijden van corona : mondmasker en handschoenen dragen, afstand bewaren, handen wassen !
Winkels openen hun deuren. Restaurants serveren weer meer dan enkel afhaalmaaltijden. Bars, cinema's en nakamals (de speciale cava bars) echter blijven gesloten . Who cares, pleziervaart is weer toegelaten. Wij dromen al van een mooi plekje aan een “corp mort” (= mooring) bij een ilôt.
Niet dus...maandagochtend, het is nog donker, begint het te stortregenen en dat gieten stopt niet vóór dinsdagmiddag.
De ondergelopen straten zien er even troosteloos en verlaten uit als tijdens de “confinement”. Pas woensdag komen de mensen eindelijk buiten en is er vanaf 's morgens zenuwachtige bedrijvigheid op onze steiger.
Ook wij halen nog even wat brood en fruit, al is het aanbod op de markt vrij pover en duur en dan, los met die touwen en onze boeg richting havenuitgang.

Buiten uit die haven !

Eerste taak : Jakkers onderkant fatsoeneren. Met al die aangroei is de boot niet vooruit te branden. Logisch dat we dan naar Ilôt Maître (4M van Nouméa) varen, vlakbij. We pikken één van de, tijdens de lock down herstelde, corps morts op.
Het krabben geeft ons heel wat werk. De ganse boot is versierd met dicht op elkaar gepakte witte kalkslierten en kringels. Het lijken wel bloemen. Hier en daar wat groene micro kerstboompjes. Met grote halen schrapen we het er allemaal af. Alsof het sneeuwt dwarrelt al dat wit, samen met de kleine larfjes die erin wonen, in het water en over ons heen. Ons haar en pak zitten onder het spul. Douchen én ons pak uitspoelen anders gaat dat achteraf stinken.
We kunnen het nog. Op twee dagen klaren we de klus. Gedeeltelijk met duikuitrusting. Niet alles meteen op één dag, we moeten onze bejaarde schouders en handen sparen.


Nee, dit is geen schroef van een oud wrak, dit is wel degelijk onze schroef, na een maand in de marina.


Er is nog meer werk.
We weten niet of de cycloon er iets mee te maken heeft maar een aantal instrumenten weigerden dienst er vlak na ?! De SSB radio werkt weer nadat Tony hem onder handen nam.
De dieptemeter blijkt de geest gegeven te hebben. Zonder dat toestel kunnen we echt niet. In een lagune varen, een baai verkennen dicht bij het rif en niet weten hoe diep het er is. Akelig en gevaarlijk. Laten we hopen dat we hier een nieuw instrument op de kop kunnen tikken.
Nu we uit ons kot mogen, kunnen we weer naar de watersportwinkels. Slecht voor onze portemonnee, hier is alles de helft duurder dan in Europa.

De lock down hebben we dus goed overleefd, die tijd nuttig gebruikt. We verzetten heel wat werk. We vernisten het houtwerk in de boot. Het groot motor onderhoud nam Tony voor zijn rekening, tezamen schilderden we de motor. Ontelbare kastjes ruimde ik op, ook de achterkajuit, onze berging, kreeg een beurt .


De boordtechnieker !

Wandelen deden we zoals iedereen elke avond. Een paar routes hadden we, met als besluit het dagelijks concertje (Just un quart d'heure, zong hij aan begin en einde ) van de plaatselijke Brassens.

Hoe het nu verder moet ?? Geen idee. Rond deze tijd wilden we eigenlijk wegvaren uit Nieuw-Caledonië, op zoek naar nieuwe horizonten. Nu hebben we totaal geen idee wanneer we weer in een ander land zullen toegelaten worden. Wanneer we voor een bezoek naar huis kunnen vliegen. Wanneer we kinderen en kleinkinderen zullen terug zien. Bizar. 
Maar we klagen niet. We lezen over zeilers (in Djibouti – Soedan) die men met wapens wilde wegsturen, terug naar de oceaan. Zeilers die erg vijandig benaderd worden (in Indonesië), alsof blanke mensen beslist super besmettelijk zijn, ook al zeilen ze jaren rond in de Pacific en Indische Oceaan.
Ja, dan prijzen we ons gelukkig in Nieuw-Caledonië waar we gewoon opgaan in de zeilgemeenschap en dit weekend deel uitmaken van het grote vakantie dorp op het water. Het lijkt wel of elke boot groot en klein na die maand opsluiting het water op móet.
Een mens zit nu eenmaal niet graag opgesloten, dat is eens te meer duidelijk .  

Un quart d'heure de chansons elke avond .

Weekend park op het water, eerste weekend na lock down.

Het strand (op Ilôt Maître) is van ons .

 

 

 

Additional information