Positie : Beachfront Resort, Luganville ( Espiritu Santo – Vanuatu)



Dinghy dok met overdekte leugenbank links. 

Voor we de Maskelyne eilanden verlaten, willen we nog even een kijkje nemen in Uliveo, waar we drie jaar geleden het jubileum van de doopvontsschelpen farm meevierden.
Is het nu toeval ? Ook dit keer wordt er gevierd. Zodra we voet aan wal zetten, het spannende binnenvaren van de ”hondenpoot” pas met harde wind brachten we er goed vanaf, en we een praatje maken met de altijd aanwezige mannen op de “leugenbank” onder het rieten afdak, komt Philip ons achterna gelopen en nodigt ons uit voor de “fathersday celebration” van morgen zondag in hun Presbyteriaanse gemeenschap. We moeten op tijd komen want er horen wat voorbereidingen bij, doet hij mysterieus. En het programma zal hij ons later komen vertellen.
Zondag loop ik de ganse dag in een weinig flaterende “aelan dress” (eiland jurk ook wel missionaris jurk) dat hoort zo, beweert Philip. Captain Tony krijgt, samen met alle vaders, een bloemenkrans omgehangen.



Bloemenkrans voor vaderdag . 



Wat vind je van mijn missionaris jurk ?



Kinderen staan klaar met de bloemenkransen. 



Zingend gaan we de kerk binnen. 


De anderhalf uur durende dienst, een beproeving voor rug en billen want je zit op harde houten banken, wordt niet geleid door een priester maar door drie dames die hymnen en teksten voorlezen. De gezangen klinken eenvoudig, maar meerstemmig. Er wordt een tekst voorgelezen; zoiets als : de rechten en plichten van de gelovigen. Met mijn “smol smol “ begrip van het bislama begrijp ik toch dat de vrouwen hun man moeten gehoorzamen, maar ook dat de man zijn vrouw moet respecteren, hard moet werken voor zijn gezin en dat ze samen goed voor de pikinini's (kinderen) moeten zorgen. Ok, is genoteerd, zeker ?! De eilanden worden door nogal wat huiselijk geweld geplaagd, zou dit helpen?
Volgt een speciaal vaderdag lied gebracht door alle moeders . Alles in Bislama. De zich om mij bekommerende moeders laten me de tekst meelezen zodat ik snel een beetje mee kan zingen.
Apotheose : aan het einde van de dienst moeten alle aanwezigen (honderd of meer) ons de hand drukken. In een lange rij komen ze aan ons voorbijgeschoven. O jee, als dit maar goed komt ? Hoe zit het met omikron hier? Of griep en verkoudheid ?
Maar ik heb steeds mijn flesje anti-bacteriële zeep bij, het komt wel in orde. .
Na een fotoshoot met de vaders, intussen heeft de bemanning van een Tasmaanse boot zich bij ons gevoegd, kunnen we gaan lunchen. Veel rijst, stukken vis en als toetje een mooi versierde taart. Mijn citroencake verdwijnt ook richting de vele borden.
Pas nadat een fikse stortbui is uitgeraasd, kunnen we terug naar de boot. Aan boord van Jak een piepkleine verstekeling. Maar daar straks meer over.

De dames zorgen voor de lunch.


Tony en Philip bij de plek waar de eerste missionarissen aan land gingen. 

Afscheid van Lutes Village, op naar Port Sandwich (Lamap) 15 mijl meer noordelijk gelegen in een, ook tegen westenwind, goed beschutte baai. We gaan meteen even gedag zeggen bij Noëlla en Rock, die een klein winkeltje runnen. Twee bekende zeilers uit Nouméa (SV TAO) brengen hier een lange “werk”vakantie door. In Lamap spreekt men immers veelal Frans. Er is een Franse school in dit voormalige Frans gebied (ik vertelde al dat Engeland en Frankrijk de Nieuwe Hebriden bestuurden in een condominium).

De weg naar Lamap is niet bepaald kort en makkelijk, dat herinneren we ons nog. Toch vatten we de zweterige tocht 's ochtends aan. We moeten toch wat meer bewegen ! De gaten in de weg zijn nog dieper geworden en de scherpe stenen voel je door je schoenzolen heen.
Net zoals voor drie jaar zijn we te vroeg bij de piepkleine markt. Aan volk geen gebrek. Alle vrouwen wachten op de komst van de “boeren”. Hier drink je geen koffietje in afwachting maar een overheerlijke, frisse kokosnoot . We keren naar huis met zeker 3 kg bananen ( het kleine bovenste kransje van een hele stam bakbananen) en 2 kg aelan kabis (spinazie) in een bananenblad. Heeft deze tocht, met al onze bagage, te veel van ons gevergd. Wie zal het zeggen?
De volgende dag voelt Tony zich ziek. Is het covid, een verkoudheid, een griepje?
Ik kan niet achterblijven en krijg twee dagen later keelpijn, een loopneus en pijn in mijn gewrichten. Plaatselijke dorpen bezoeken, je moet daar toch mee oppassen ! Weten we wel.
Op een eenzame ankerplek in Port Stanley zieken we verder uit.



Langs de weg naar Lamap, tankstation in een container. 



Bananen kopen in Lamap . 


Positie : Port Sandwich – Malekula – Vanuatu.


Klassiek beeld in de Maskelyne Islands, zo genoemd naar een bemanningslid van captain Cook, 
de outrigger wacht op terugkerende farmers. 


Een slurpend geluid en het spatten van water schrikt ons op. Daar zien we de grijze, brede rug van een enorm dier onder het wateroppervlak. De neus boven water. De kop verdwijnt, duikt weer op. Opnieuw en opnieuw, tot hij genoeg lucht heeft opgesnoven en hij met een felle bolling van zijn rug en breed vertoon van zijn staart weer onder water duikt. Ganse dagen grazend, stofzuigend op de bodem op zoek naar algen en gras.
We zien de brede “stofzuigsporen” onder de boot als we de romp inspecteren. Dit is weer eens nodig. Na een half jaar beginnen hier en daar weer zeepokken op te duiken, vooral op de schroef die we, een beetje tot onze spijt, niet met peperdure speciale antifouling behandelden.
Als je de dugong (doejong), want over dit dier hebben we het hier, onder water wil spotten, moet je op zoek naar een wolk van zand en opgewoeld stof.
We zien hem iedere dag rondhangen bij de boot. Een foto van hem maken, of moet ik zeggen van haar, want het is tenslotte een zeemeermin, dugong in het Maleisisch, is quasi ondoenbaar. Zeilers komen speciaal om de dugong te zien naar Lamen Bay hier op Epi Island. Voor ons opdracht gelukt. 




Onze zeemeermin.

Aan land word je verwelkomd door al even hartelijke mensen. We drinken een koffie in een gloednieuwe bar. We praten her en der met Ni-Vanuatu die nieuwsgierig zijn naar ons leven. Mike neemt ons mee naar zijn tuin om verse groenten en fruit te plukken. Hij verzamelt cassava, papaya, bananen, reuze bonen en vooral “aelan kabis” (letterlijk : eiland kool – soort spinazie).
Maar pas nadat we urenlang met zijn ma en pa, Makin en Timothy, gebabbeld hebben, over hun leven en het onze, keren we naar huis. Het gaat, zoals overal ter wereld, over onze kinderen en kleinkinderen en ons land. Twee van hun zoons werken als fruitplukkers in Nieuw-Zeeland. Komen enkel rond kerst terug thuis. Hun dochters wonen in Port Vila.
Maar ook de oorlog in Oekraïne en de sterk gestegen benzineprijs komen ter sprake. Vergis je niet. Op sommige eilanden in Vanuatu, zoals dit meer voorspoedige Epi, hebben de mensen nu al een aantal jaren de mogelijkheid om op de hoogte te blijven. Of dat echt een zegen is, laat ik in het midden. Sinds Digicel overal op de heuvels antennes plaatste, is het internet hier vlotter dan pakweg in Nieuw-Caledonië. Bovendien, nog belangrijker, zeven keer goedkoper. Betaalbare GSM's worden aangeboden. Oplaadkaarten zijn ook niet al te duur.
Mensen, vooral jongeren hebben smartphones. Bellen met familie op andere eilanden kan. Wat een luxe !

Zo zagen we een paar dagen geleden het voor ons vreemde beeld. In een taxibootje, vol met mensen, staat één jongen rechtop, de bekende beweging makend een smartphone opgeheven en naar ons gericht. Niet ik maak een foto van het zoveelste tot de rand volgeladen motorbootje. Hij maakt een foto van onze boot. De omgekeerde wereld.

Zoon Mike in zijn weelderige tuin. 



Zijn mama en papa willen ook wel even op de foto. 



Restaurantje in Lamen Bay. 

Zelfs in Awei (Maskelyne eilanden), onze volgende bestemming, zie ik ook één GSM. Toch wonen de twintig mensen, één familie, hier nog vrij primitief. Drie jaar geleden herstelde Tony hier een invertor voor een zonnepaneel. Safron en Jocelyne kennen ons nog van toen. Ze komen ons gedag zeggen, hebben bananen mee (nog meer bananen) en vragen in ruil om naalden, vishaken en lucifers.
De meisjes Lindia (4) en Elsina (10) brengen ons, heel langzaam, bedeesd steeds dichterbij komend, een bezoekje. Ze varen in een kindermaat outrigger kano. Zonder zwemvest, rustig zittend in die ondenkbaar smalle bootjes, ongelooflijk op hun gemak.
Veel kan je niet praten met hen. Ze leren eerst bislama (de nationale taal van Vanuatu), pas in de derde klas beginnen ze met Engels. Tenzij ze in bepaalde streken wonen waar de voertaal op school Frans is. Overblijfsel van de tijd toen Fransen én Engelsen Vanuatu deelden (Frans en Engels zijn officiële talen).
Maar het best kennen ze natuurlijk hun eigen dialect.
En het zou zomaar kunnen dat zelfs een buurdorp die taal niet begrijpt.
Omdat de stammen vroeger vijanden waren en geen contact hadden, bestaan er in Vanuatu 113 talen, die vaak zelfs helemaal niets met elkaar gemeen hebben.
Een beetje als bij ons, maar geef toe, een Limburger begrijpt toch nog wel altijd iets van wat een West-Vlaming zegt. Alhoewel niet iedereen het met mij eens zal zijn !


Kleine Lindia. 



Nichtje Elsina. 





Positie : Lamen Bay, Epi, Vanuatu.

Sunset in Mele Bay. 

The fire show in Mele die heeft, ongeveer 3 jaar geleden, indruk op ons gemaakt. Blijkbaar hebben de jongeren uit het dorp Mele, die de voorstelling opzetten, ze na covid alweer hervat. Op een regenachtige avond houden we dus een busje aan dat ons voor 200 Vut (1,5 €) over de wel heel slechte weg, soms moet de chauffeur echt aan de linkerkant gaan rijden om een enorm gat te ontwijken, naar The Beach Bar in Mele brengt. Perfect op tijd, want een kwartiertje later beginnen ze er al aan. Moderne en meer traditionele liedjes wisselen elkaar af, terwijl tientallen meisjes en jongens met vuur spelen, vuurpotten rondzwaaien, vuurtouwen slingeren, dansend figuren uitvoeren. Een spektakel dat eindigt met een ware vuurregen en een acrobatische performance aan een meterslang hoog opgehangen stuk “gordijn”.





In Port Vila hebben we nu genoeg gezien. Toch eerst weer inkopen voor we vertrekken, het lijkt of we niks anders doen, op de markt fruit en groenten scoren, Digicel “top up” kaarten bijkopen. Geld afhalen lukt jammer genoeg niet vandaag. Het ATM systeem ligt plat ?! Gelukkig kunnen we de jachthaven met kredietkaart betalen. Dubbel zo duur is het geworden. 21 € per nacht voor een mooring ! Europese prijzen ?!
Echt tijd om te vertrekken.

Covid maatregel. Iedereen moet bij het binnen gaan van een winkel “zijn handen goed wassen”. Zo doe je het en zo klinkt dat in het Vanuatu.

Busjes beheersen het straatbeeld in Port Vila. 



Kinderen en vrouwen brengen zo de ganse dag door op de markt. 


We overnachten eerst in de naburige baai bij The Beach Bar waar we nog een pizza meepikken en een Tusker Bitter tijdens happy hour.
Dan 's ochtends in alle vroegte naar Devils Point. What's in a name? Op weg naar Havannah Harbour moet je die kaap ronden. Nu begint elke zeiler al een beetje zenuwachtig te worden bij het woord Kaap. Wijzelf deden er al enorm veel, maar het respect blijft. De wind versnelt er fameus, de golven worden flink hoger, zijn onvoorspelbaar, je krijgt overfalls. Vooral bij wind tegen stroom condities wil je daar liever niet zijn.
Maar we hebben stroom en wind bijna in dezelfde richting. Het is er ruw maar doenbaar en snel, dat vooral.
De kaap gerond en dan zie je Hat Island (het eiland lijkt echt wel op een hoed) of beter het heilige eiland Eretoka. Het is onbewoond en tabu want de bekendste chief van Vanuatu (dat toen helemaal nog niet zo heette), die vrede stichtte tussen vele eilanden en hun respectievelijke chiefs, ligt daar begraven. En hij ligt er niet alleen, samen met hem werden zijn echtgenote en achttien chiefs met hun echtgenotes, ceremonieel, levend met hem mee begraven. Hij stierf in 1265 maar leeft nog steeds verder in de geesten van de huidige ni Vanuatu.

's Middags snorkelen we al in Ai Creek. Het water is een aangename 27° en belangrijker er zijn hier (nog) geen agressieve tijger- of stierhaaien gesignaleerd.

Beroemd Hat Island. 


Positie : aan een mooring van de jachtclub – Port Vila – Vanuatu.



Bruisende, ziedende witte golfkammen breken achter en langs onze boot. Zo ver ik kan kijken, een dreigend landschap van witte, hoge pieken en grijze steile “Noordzee” golven. Massa's groen water torenen hoog boven ons en donderen dan toch steeds, gelukkig, onder de boot door. Af en toe waait een zoute spray of, minder aangenaam, een grote klatsch zout water van een golfkam in het achterste deel van onze kuip.
Welkom op zee ! Zo hadden we het niet bedoeld, maar het is ons allemaal erg bekend.
Binnen voel je al dat geweld veel minder, maar het concert van pottekes, bakjes, honderden spulletjes die een mens nu eenmaal meezeult in kastjes en op rekjes en die je niet allemaal zeevast kan zetten en die bij elke beweging tegen elkaar en de wand botsen, valt niet te negeren, wat een kakofonie. Daar moet je weer aan wennen. Elke twee seconden raast de boot van links naar rechts, in een grote schommelbeweging. Kan je je dat voorstellen? Kling, klang, rododododo, pok, pok...

De aanvankelijk vrij rustige zee is gaandeweg steeds ruwer geworden. Zo gaat dat nu eenmaal. De wind waait hard 20-25 kn pal vanachter. Wij lopen tenminste wel heel erg goed enkel op een gereefd voorzeil..
Jefke (een koosnaampje voor onze elektrische stuurautomaat) doet het nog goed, maar krijgt het steeds moeilijker in de zware zee die de boot altijd uit koers duwt. Even in herinnering brengen wellicht, wij sturen haast nooit zelf op zee, Jefke die doet het zware werk.
Maar o wee, wat als hij plots in alarm gaat ? Tony's wacht en ik lig net te doezelen. Piep, piep, piep ! We vliegen alle twee op. Een alarm als je op zee bent, in het donker. Ik haat dat.
Jefke is gestopt. Even resetten en hij doet het weer.
Maar steeds vaker valt hij uit tot hij tenslotte helemaal afhaakt.

Gelukkig hebben we Pierke nog, onze windvaan, nog zo een robot bemanningslid, hij stuurt puur op de wind en verbruikt geen energie van batterijen. En alsof hij problemen vermoedde, Tony installeerde hem vóór we vertrokken, normaal doet hij dat niet voor een kortere trip.
Nadeel van dit “crewlid” is dat de afstelling ervan door middel van touwtjes en katrolletjes niet zo makkelijk is. “Trial and error” is nu eenmaal niet zo eenvoudig als een druk op een knopje, met de boodschap : “Stuur iets meer naar stuurboord of bakboord.” Pierke stuur je door via een touwtje een wieltje naar boven of beneden te draaien. Het is precisiewerk daar op het zoute achterschip.
Maar hij helpt ons geweldig uit de nood en stuurt de verdere 250 mijl vrijwel zonder problemen.

Pierke in volle actie. Regelen doen we door middel van het kleine rode touwtje .

Vrijdagmiddag stormen we met hoge achterop lopende zee de grote baai van Port Vila binnen en ankeren op de ons al bekende “quarantaine “ plek. De gele quarantaine vlag wappert in het want. Die zo vaak gehezen verplichte vlag als je een nieuw land aandoet, een overblijfsel uit de tijd toen zware epidemieën eeuwen geleden door schepen konden worden veroorzaakt of verspreid, heeft sinds covid weer betekenis gekregen.

's Namiddags worden de dames van immigratie en douane netjes bij onze boot afgeleverd. De meeste formulieren vulden we al in en stuurden hen per email. Inclusief het indrukwekkende formulier over de gezondheid aan boord dat we nog in extremis, met onze laatste 4G credits, invulden in de beruchte Havannah pas, de “uitgang” van Nieuw-Caledonië.
Vragen als :
– hoeveel dead bodies heb je aan boord en waaraan stierven ze ?
– welke ziektes heersen er aan boord? Welke symptomen vertonen de zieken?
– wie is er de chirurg ? – hebben jullie verstekelingen aan boord, hoeveel ?
Man, man, we zijn toch geen cruiseschip of cargo ! Maar je vult dat allemaal braafjes in met de smartphone toetsjes op een flink golvend schip. Steeds fouten corrigerend . Je weet wel, zoals smsjes intikken in een rijdende auto !

Maar wonder boven wonder, ze hebben alles ontvangen. We mogen 120 dagen blijven in Vanuatu en als we het goed begrijpen kunnen we dinsdag een permit halen om alle eilanden te bezoeken! Tevreden genieten we even later van ons biertje. De harde muziek van de discotheek vlakbij zal ons pas, als we willen slapen, storen.

In Vanuatu schrijft men fonetisch : dit is  Number one café.  

 Bloemenmarkt . 

Later regelen we één van de weinige al gecontroleerde en goed bevonden boeien bij Yachting World , de kleine marina van Port Vila. Covid is nog niet veraf. De Australische eigenaar, zelf pas 3 weken terug na de covid verbanning, vindt, post-covid, maar moeizaam opnieuw personeel voor het restaurant en het bureau.
In de stad en op de markt hangt nog dezelfde vriendelijke sfeer die we ons herinneren. De trottoirs zijn nog steeds echte hindernissen parcours, letterlijk met grote gaten en plotse verhogingen en trapjes en grote, alles blokkerende, geparkeerde SUV's .
Nambawan en the Rossi, twee plekken die met Le Bout du Monde (Nouméa) kunnen concureren, zijn gewoon open.

Maar, teleurstelling, het heerlijke biefstuk-restaurant ,Chill, onze favoriet, is volledig leeg geruimd. Wacht men op betere tijden ?

 

Positie : onderweg over de lagune van Nieuw-Caledonië naar de Havannah pas.

Tata, Nouméa.

En dan plots is het zover.
De weerkaarten beloven een klein weervenster, zoals zeilers dat noemen.
De wind, de lage druk gebieden, de regen, de stroming, de golven, al deze elementen spelen samen in ons voordeel. Het moet lukken, als alles zo blijft, tenminste. Maar dat kunnen we ons nu echt niet meer aantrekken.

Wij schoven ons vertrek nu al weken voor ons uit. Je aandacht kan niet verslappen. Je moet er klaar voor zijn. Het goede moment grijpen als het er is.
Nog kunnen we niet op stel en sprong wegzeilen. De tocht langs immigraties, douane, havenkapitein neemt een paar uur in beslag, nog snel een RAT covid test, taksvrije diesel en benzine tanken en Vanuatu Border Control en Customs (verplicht) melden dat we er aankomen!
Nu kunnen we echt.
Op naar nieuwe avonturen. On y va !


Afscheid van de zeilvrienden !  Ooit zien we elkaar terug. 




Positie : Baie Orphelinat – Nouméa.



Af en toe zit er toch nog een mooie zonsondergang in.



Maar meestal is het somber en kletsnat op de ankerplek.

Als er, in zijn tijd, op één dag zoveel water zou gevallen zijn, Noah had zeker meteen heel zijn menagerie in de ark gejaagd. Zo erg was het, vorig weekend en gisteren weer en vandaag en morgen....

Nog steeds trekt de ene depressie na de andere over ons heen. De mooie dagen tussenin kan je op één hand tellen. Wij zuchten .
La Niña...mijn gat.

Toch blijven we hopen en uitkijken naar dat ene weervenster dat het mogelijk moet maken hier weg te raken....naar Vanuatu. Ja, je hoort het goed, de kogel is (zo goed als) door de kerk. We hakten de knoop door, we willen naar Vanuatu zeilen. Al zullen ook wij, pas echt zeker zijn als we daar ons anker droppen !

We schieten in actie. Er moet nog veel gebeuren. Indien je naar Australië zeilt (wat we dus niet zullen doen) neem je best zo weinig mogelijk proviand mee. Verse voeding mag er niet binnen, daag de douane niet uit want de boot wordt volledig gecontroleerd en de boetes zijn hoog.
In Vanuatu moet je enkel vuurwapens, drugs en alcohol aangeven en controle kennen ze niet echt.
Ik probeer me dus te herinneren welke voedingsmiddelen er in Vanuatu niet te krijgen zijn en wil die hier nog aanschaffen. Moeilijke oefening. Het is tenslotte al drie jaar geleden.
Een laatste keer gaan we met de Dacia van Olivier op pad.

We nemen ook stilaan afscheid van de vrienden, altijd de zwaarste taak van allemaal.
Dit keer zijn dat geen echte cruisers maar mensen die op hun boot wonen en een job hebben hier in Nouméa. We zijn hun eeuwig dankbaar voor de hulp die we van hun kregen.



Afscheid van Florence en Didier bij hun aan boord. 


We besluiten nog een flinke investering te doen, schaffen een nieuwe dinghy aan, een nieuwe auto zou je kunnen zeggen. Niet direct het type bijboot dat we wilden, maar hij ziet er helemaal niet slecht uit. De oude Jak geven we cadeau aan een jonge, pas beginnende zeiler. Hij blij en wij natuurlijk ook !



Oud en nieuw naast elkaar. 

Uitklaren bij douane en immigraties moet tot het laatste wachten. Bij de havenkapitein ligt de rekening voor 2,5 jaar ankeren in Nieuw-Caledonisch water.
Ook de covid RAT test, 24 u voor vertrek kan pas op het laatst.
Nog taksvrij diesel tanken en dan kunnen we in principe weg. Eerst 40 mijl, dat is bijna 8 u varen tot aan de uitgang van de enorme lagune (de Havannah pas), dan kan de tocht pas echt beginnen.
Die Havannah pas moet je niet onderschatten, die neem je bij voorkeur, zoals elke pas, bij uitgaand tij en wind in dezelfde richting, zo vermijd je staande golven.

Maar ik ben aan het dromen, zo ver is het nog niet ! Of zou ik, heel stilletjes , durven fluisteren dat er deze week wellicht een weervenstertje op een kier gaat staan ?


Zulke plaatjes kunnen we sporadisch toch ook nog maken ! 








Onze stek als we in Nouméa zijn, Baie Orphelinat.


Op 12 juni 2010 laten we onze thuishaven in Zeeland, vrienden en familie, achter en beginnen aan deze reis, die wel nooit lijkt te eindigen. Al 12 jaar onderweg, nobody said it was easy....maar we vinden het nog steeds plezant en zijn het boordleven nog niet beu.


Grevelingen meer, Zeeland.


2010 , we doen Tenerife aan.

Twee en half jaar geleden arriveerden we in Nieuw-Caledonië en hadden we het allemaal goed uitgevogeld en gepland. We zouden mei 2020 terugzeilen naar Vanuatu om daar een aantal eilanden, die we nog niet kenden, te bezoeken. Vervolgens zouden we noord westelijk verder zeilen naar de Salomon eilanden en daar het cycloonseizoen doorbrengen. Het jaar erna zou onze route dan noord west over PNG heen naar Indonesië leiden.
Mooi niet, besliste het virus dat ieders leven grondig verstoorde en dat leven minstens 2 jaar on hold zette. Een wel heel heftige oefening in “toestand aanvaarden” en “er het beste van maken” voor de ganse wereldbevolking.

Nu willen we dolgraag alsnog ons plan van destijds uitvoeren maar weten niet zeker of het nog kan. Op 1 juli (vandaag) gaan de grenzen van de bedoelde eilanden open maar met restricties. Hoe is de situatie er na covid echt en hoe zit het met de invloed van de Oekraïne oorlog op de bevoorrading ? Ik schrijf mails, krijg ook effectief antwoord. Een antwoord waar ze wel alle kanten mee uit kunnen. Bijvoorbeeld : of we de meeste van de talloze eilanden zomaar kunnen bezoeken? Ja, mits het fiat van de Customs !?
Dus blijft de vraag : “waar nu heen ?”. Zullen we naar Australië (over gereglementeerd – maar van alle gemakken voorzien en waar werkelijk alles te koop is) varen of kiezen we voor het onzekere pad “ver weg van de gebaande wegen “, bovendien malaria gebied waar je veelal zelf oplossend moet kunnen zijn. De ene dag wint Australië,(ons verstand) , maar de volgende dag bedenken we ons weer en willen we absoluut naar Vanuatu (ons hart). Wat zal het uiteindelijk worden, jij zal bij de eersten zijn om het te vernemen.

Tony zorgt er alvast voor dat een aantal dringende argumenten om west naar Australië te
zeilen, (aankopen en herstellingen die niet kunnen wachten) afgevinkt worden, lees niet meer zo dringend zijn.
Hij lijmt op zeer professionele wijze de plaat waar de motor van de dinghy op hangt. Die plaat begon namelijk op golven vervaarlijk te bewegen. Toch moeten we dagelijks twee keer lucht bijpompen. De aankoop van een nieuwe bijboot dringt zich onvermijdelijk op.
We stellen het kopen van nieuwe batterijen niet langer uit, kopen ze nu.
Het reddingsvlot (* ) kan hier niet officieel gekeurd worden, ok, doen we het zelf. Straks meer daarover
Het galvaniseren van het telkens opnieuw roestende anker kan ook nog wel wat uitgesteld.







Bijboot Jak, mooi hersteld.

Nog een argument pro Salomons, het zal er zeker warmer zijn. Goed nieuws nu onze verwarming de geest heeft gegeven en zonder nieuwe onderdelen (waarvan men in België zei dat ze niet meer te krijgen zijn) niet te herstellen is.

Wat afleiding tijdens deze beslissingsperiode brengt de Groupama Race rond NC. 21 racers liggen aan de steigers klaar voor vertrek. We nemen een kijkje, het is prachtig weer die dag. En ook als de meeste deelnemers, na 3 tot 6 dagen en nachten zeilen, uitgeput maar in een euforische stemming aangekomen zijn, maken we wat fotootjes.
Straks groot feest in Le Bout du Monde.




Derde boot, Eye Candy,  is de winnaar.



De meisjes boot ! 




* Ben je geïnteresseerd in onze inspectie van het reddingsvlot?
Zeilvriendin Florence stelt de ruimte in haar crèche in het weekend ter beschikking (en brengt ons erheen), want nadat je het vlot opblaast, moet het 24 u rusten. Volgende dag : de inspectie. Tony is tevreden, alles is in perfecte staat, er is geen lek te bespeuren. Maar nu komt de aap uit de mouw. Hoe haal je de lucht uit zo een vlot met terugslagkleppen, zodat je het op kan plooien en het ook nog in de zak past ? Zeker een uur kost het ons om de meeste lucht eruit te krijgen, opplooien en half in de zak... waar het nog steeds uitpuilt.
Hier moet nog verder aan gewerkt.
We halen het nog een keer uit de zak en beginnen opnieuw, op het voordek. Tony maakt de slang van de fles los en zo proberen we met de voetpomp nog wat meer lucht uit het vlot te zuigen. Het pakje wordt steeds kleiner zodat we het in de plastic zak kunnen sealen en tenslotte terug in de oranje tas proppen. Opdracht gelukt.







Klaar .

 



Stilte voor de storm. 

Ik weet het wel, je leest al een tijd geen nieuwe dingen meer op de blog.
“Er gebeurt niks speciaals, we bezoeken steeds opnieuw dezelfde plekken spelevarend in de lagune, we nemen stilaan afscheid van NC, ons leven kabbelt voort, waarom en waarover zou ik wel schrijven ?”
Dat zal je altijd zien, ik moet dit nog maar denken of prompt gebeurt er wat.

Bij onze dagelijkse ochtend koffie, nooit zonder weerbericht-checken, zien we, ergens volgende week, de wind van de gebruikelijke zuid-oost (passaat)richting draaien naar het westen. Dé schrik van bootmensen : er komt een stevige reverse aan, een wind van de “verkeerde” richting.
Die verduivelde late cycloon sleept dit systeem nog achter zich aan.
Als dan Meteo France Nouvelle Calédonie waarschuwt voor “un coup d'Ouest remarquable” wordt het menens.
We zorgen dat we in een baai liggen waar je een beetje voor alle winden beschutting kàn vinden. De afstand naar de overkant meet wel 5 zeemijl, toch wat ver, zal later blijken, maar veel keuze heb je hier niet.

Het is die ochtend 6u30 verraderlijk stil, het water een spiegel waarin we een dolfijn en een dugong ontdekken. Nee, we mogen hen niet de schuld geven, profs zouden zich niet laten afleiden, maar feit is : wij genieten iets te lang van de lenig buitelende diertjes en vertrekken wellicht een kwartiertje te laat. Als we koers zetten naar de overkant voor beschutting tegen westenwind, komt zwarte lucht razendsnel op ons toe. De felle wind zwiept Jakker bijna onmiddellijk ongenadig van haar koers.
Van het ene op het andere moment zitten we in een storm. De zee is helemaal wit, de regen striemt in onze ogen. We naderen de hoge wal, maar met deze 40 knopen rafales kunnen we onmogelijk ankeren. Een zeilboot wil altijd met de kont naar de wind draaien, het is een hele opgave om met de motor volle bak in deze helse buien, de kop in de wind te houden. Als het geweld iets afneemt, droppen we het anker. Dat lukt ! Met een ruk aan de ketting liggen we vast.



Foto's geven een idee.

Dan volgen een aantal uren met stormwind beurtelings uit noordoost en noordwest. Een uiterst vreemd fenomeen. Nog nooit meegemaakt, denk ik. Meteen na een klap van stuurboord, krijgen we er eentje van bakboord, de boot helt vervaarlijk over, telkens verdwijnen de zijraampjes bijna onder water. We kijken elkaar aan, dit is erger dan de laatste cycloon.
De bimini krijgt het erg te verduren. We slagen er in hem op te doeken en op te rollen. Ergens in de namiddag vindt de stormachtige wind zijn plekje in het zuidoosten terug.
Nu liggen we hier weer aan de lage wal (de kant waar de wind heen waait). De golven bouwen zich razendsnel op, iets wat ons nog steeds kan verbazen. Het wordt hier levensgevaarlijk, anker op en weg.
Nu begint de hel pas echt. Steile golven, type Noordzee, van een paar meter beletten ons om voortgang te maken. Tergend langzaam vorderen we richting veilige opper, de motor draait “over zijn toeren”. Jakker springt van golf naar golf. Daarbij komt het zware perspex toegangsluik los en dondert gewoon van de trap naar beneden. Later opgemeten schade : een diepe inkeping in de trap en in een vloerdeel en bijna in Tony zijn teen.
Aangekomen bij de hoge wal staan we, zoals altijd, versteld van hoe rustig het er is.
We kunnen weer opgelucht ademhalen, de boel opruimen en spatten zoutwater van onze matras in de voorpiek opdeppen...want het voorluik was niet helemaal perfect gesloten. Pech.
Maar we doorstonden een, in een paar uur, 360° ronddraaiende stormwind. Iets voor de geschiedenis.

50 jaar – Goud.
Toch nog meer nieuws, heuglijk dit keer. Op 27 mei 1972 stapten we in het huwelijksbootje.
50 jaar geleden, klopt. We kunnen het zelf haast niet geloven. Vroeger waren gouden jubilarissen stokoud. Wij dus nu ook ?!
We laten het niet aan ons hart komen. Maken er een gouden weekendje van, weg van de boot, die we in marina Port Moselle parkeren.
We genieten van de mooie natuur van Nieuw-Caledonië, lekker eten, luxeresorts en zelfs van een sauna op een frisse avond.
Een familiefeest, dat zal voor later zijn.

 Piepjong !



Iets minder piep ! 



Koningspalmen bos.

Le bonhomme. 

We doen gewoon verder ! 

 

 

 

Positie : Baie de Prony, Carénage.

De prachtige pijnbomen van Ile des Pins. 

Vergeten is het cycloonleed. Met Jakker maken we de lagune alweer onveilig.
En vermits er in de nasleep van die flinke depressie nog steeds westenwind over Nieuw-Caledonië waait, het bovendien ook hier paasvakantie is, rept iedereen zich met deze “wind mee” situatie richting zuidoosten, naar de populaire maar vaak zo onbereikbare Baie de Prony.
Zo ook wij en de familie Rocher (sv Korrigan) die Oliviers ouders op bezoek hebben. We kennen hen al van in Vanuatu, Frans-Canadese cruisers die zich tijdelijk, omwille van corona, settelden in Nouméa, ouders werken, dochters lopen hier school.
Samen brengen we een gezellige avond door.

Als zij terug naar Nouméa moeten, de school begint na Pasen opnieuw, motor-sailen wij op ons gemak naar Ile des Pins, nog zo een populaire, moeilijk bereikbare bestemming.
Ik vertelde al uitgebreid over dit eiland, van de duizenden pins colonnaires, de prachtige baai van Kanuméra, het witte nooit geziene poedersuiker-strand van de baai van Kuto.
Wat foto's volstaan om het geheugen op te frissen.


Baie de Kanuméra. 



Hier gaan we lunchen. 

Boodschappen doe je hier . 

Ondertussen, moest je soms denken dat we écht vakantie hebben, gaat het afwerken van de to-do lijst gewoon verder. Even voor geïnteresseerde zeilers misschien.
We trekken een kabel voor het nieuwe log. Zonder de spiraal, flink wat vloeibare zeep (om de kabel in te smeren) en onnoemelijk veel geduld en volharding om tientallen keren opnieuw te proberen de kabel achter panelen en kastjes en tussen de vele andere kabels op de tast door te steken, was het ons nooit gelukt.
Tony knutselt een nieuwe relais om de motor te starten. Hij vervangt de dikke blok door een eigen creatie samengesteld met gerecupereerde fichkes, relais, kabels en schroefjes uit zijn haast onuitputtelijke voorraad van die spulletjes.
Dan vergeet ik zeker nog een aantal klusjes.

Nog in Ile des Pins zeilen we naar het naburige Ile Brosse, het eilandje op 5 mijl van Kuto dat steeds, ook bij ons eerste bezoek al, naar ons lonkt. Als we het anker droppen, zien we het meteen. Dit is weer zo een Bora Bora plek. Luierend in de kuip kan je niet anders dan gefascineerd naar al die tinten blauw en groen blijven kijken. Ken je het staren in een haardvuur? Zoiets.
Maar mooie liedjes duren niet lang en we zien op www.windy een ZW “houle” van wel 3 m aankomen op zondag. Die golven rollen gewoon de weinig beschutte baai van Kuto binnen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken hoe Jakker dan tekeer zal gaan. “Daar word je niet vrolijk van.” Hanny (zeiljacht Jonas), mag ik even jouw woorden gebruiken?
Wegwezen dus. Jammer, maar het is niet anders.

Op de foto kan je die vele tinten Bora Bora blauw toch niet echt vangen. 

Toer rond het eiland. 

Zaterdag is zo een zeildag uit de boekskes, al staat er toch al een flinke deining die de boot in kurketrekker bewegingen voortdrijft.
Het einde van die dagtocht komt dan weer uit een ander boekske, dat van : “wat kan er allemaal misgaan aan boord.”
Als we de genua (het voorzeil) willen inrollen, krijgen we daar totaal geen beweging in.
Tony sprint naar voor en probeert plat op zijn buik uit te vissen wat er aan de hand is. Plat op zijn buik, ja , want de rol waarop het touw zich oprolt (denk aan een haspel) zit ín de ankerbak. Goed beschermd, misschien, maar vreselijk onpraktisch. Je kan immers niet goed zien wat er aan de hand is. Tony's gissing : het oproltouw is van de rol afgelopen en er nu niet één, twee, drie op te krijgen. Het zeil klappert onmenselijk hard.
Enige oplossing : genua naar beneden. Vroeger, in de goeie ouwe tijd zonder rolzeilen, deden we niet anders. Het lukt vrij vlot en op motor haasten we ons naar de “corp mort” (zo noemen de fransen een meerboei) in Anse Majic.
Tony gaat onmiddellijk aan de slag en “kijkt” met zijn nieuwste speeltje, een endoscoop, als een echte chirurg wat er aan de hand is. Bijna helemaal in de ankerbak verdwenen, kan hij het touw weer mooi op de haspel winden. Het duurt wel heel wat langer dan de tijd om dit neer te schrijven.  Pijn in armen, ribben en rug zullen hem de volgende dagen nog aan dit klusje herinneren.
Hij bedenkt een “Tony oplossing” om herhaling (door de ietsje versleten rol) van deze pech te vermijden.

Onderzoek met de endoscoop. 

De genua oproller. 



Een Tony oplossing. 


Na de wandeling-klimpartij naar Cap N'dua zeilen we nog verder de baai van Prony binnen, schuilend voor nog meer slecht weer. In de brousse zoals ze dat hier zeggen, op de rivier Carenage.
Laten we hopen dat we toch nog wat van de prachtige wandelingen kunnen maken, al zal het ploeteren en glibberen worden op de bloedrode, modderige paden. Water zal er genoeg zijn in de talrijke riviertjes en watervalletjes, die we zelfs op de ankerplek horen klateren !



Stapschoenen aantrekken. 


Even uitrusten.


Subcategories

Additional information