Positie : op anker tussen mouillage Port Moselle et Orphélinat.

Het oeroude rif, stromatoliet op de voorgrond.

Onze moeder aarde, hoe oud is die ook alweer?
Oei, dat kan ik niet zomaar op een paar miljard jaar nauwkeurig zeggen. Maar wat ik wél weet, dank zij onze onvolprezen Rocket Guide van Nieuw-Caledonië, is dat we nu bij een 3,5 miljard jaar oud rif voor anker liggen, het presqu'ile T'Ndu. Eén van de grootste nog bestaande fossiele riffen ter wereld.
We schuilen hier voor sterke westenwind, een gevreesde “reverse” wind (tegengesteld aan de normale windrichting). In deze periode van het jaar moet je daar steeds op verdacht zijn en ten allen tijde een alternatieve ankerplek in je achterhoofd, en binnen bereik, hebben.
Immers als de wind draait en je veilige ankerplek wordt plots lager wal, dan heb je binnen de kortste keren de poppen aan het dansen, of liever je hele boot mét inhoud. Slapen is er dan niet meer bij. Iets anders ook niet, trouwens.
O ja, intussen zocht ik het op : de aarde bestaat zo een 4,5 miljard jaar.

Maar dit fossiele rif dus. Een apart gevoel om hier rond te kuieren en de ronde fossiele patronen op de bodem te zien. De grote “knollen” op het strand zijn stromatolieten. Sedimentgesteenten, door micro organismen in het water laag voor laag, opgebouwd tijdens het pre-Cambrium. Dit zouden de oudste fossielen, de oudste vorm van zichtbaar leven op onze planeet, zijn. De eerste levensvorm die fotosynthese toepaste.
Blijkbaar leefde dit rif nog toen Nieuw-Caledonië 80 miljoen jaar geleden van Australië afbrak. We bewonderen de ook weer laag voor laag afbrokkelende knollen en maken foto's. Interessant, toch.
Geologen hebben hier een kluif aan, kan ik me zo voorstellen.


En dan is het Hemelvaart weekend, mooi weer en omzeggens geen wind. Wat denk je, hier heerst geen confinement meer, iedereen het water op dus. Alle eilandjes, en dat zijn er nogal wat, worden overspoeld. Bootjes brengen mensen, tenten, picknick toestanden aan. Vier dagen feest. Wij prijzen ons gelukkig dat we vorige week heel alleen hebben kunnen genieten van Ile Mbe Kouen. Een droomeilandje, goed beschut door een enorm rif.
Gadegeslagen door een vijftal remora's, krabben we voor de zoveelste keer onze onderwatertuin weg. Hier mag dat nog !
Immers, hoewel de hele lagune natuurreservaat is, genieten een aantal eilanden extra bescherming. Daar volgt een zware boete (1300 €) als men je betrapt op onderwater poetsen.
De aangroei komt steeds sneller terug. We beseffen : Jakker moet nodig uit het water voor een paar nieuwe anti-fouling lagen.



Dit weekend kuieren we rond op het lange strand van Timbia waar tweede verblijvers voor de sfeer zorgen.
Tientallen bruine mensen, Kanaken, zoeken bij laag water het rif af naar eetbare schelpen en inktvissen. Steeds dik aangekleed, lange broek, sweater met kap op het hoofd. Als ze in het water gaan, is het met hun kleren aan. Meisjes in T-shirt, bermuda. Dames in hun bloemenkleren uit de missionaris-tijd.
Witte meisjes zonnen in tanga en monokini. Werelden van verschil. (Meestal) vredig naast mekaar levend.
De nacht is stil en donker en toont ons, voor het eerst sinds lang, het Zuiderkruis, in het zuiden, nogal wiedes, maar recht ertegenover in het noorden tegelijk ook de steel van het “steelpannetje”. De rest van de Grote Beer zit achter de horizon.
Prachtig deze vertoning aan het firmament, weer zo een onverwacht cadeau voor reizigers als wij.

Nog even zeggen : is je nieuwsgierigheid gewekt naar één van de beschreven ankerplekken ? Ga dan bij de tab Positie eens kijken en klik op het betreffende ballonnetje. Ik schrijf er steeds wat bij. Als je de satelliet kaart kiest, krijg je een aardig idee.

 

Positie : voorhaven Port Moselle .

Avondwandeling bij de gloednieuwe , ongebruikte ferry terminal.


Wat een rotdag vandaag, eentje om zo weer te vergeten. En voeg daar meteen de vijf vorige dagen maar bij...en de volgende ? Het regent constant, de felle rukwinden doen de boot rondtollen als een molen, we dansen af en toe wild op de deining en koud dat het is. Ik duik de ver weggestopte sokken, jogging broeken en sweaters op. De wat muffe geur nemen we voor lief.
Météo France verkondigt dat het al 30 jaar niet meer zo “donker” is geweest in la Nouvelle Calédonie. De zonnepanelen, het stikt ervan hier, leveren quasi geen energie.
Moet je ons niet vertellen. Als de zon forfait geeft, moet onze motor elke dag anderhalf uur stationair draaien om de batterijen te laden zoals het hoort, stroomdraaien noem je dat. We zitten nu bovendien veel binnen en dan verbruik je nog meer stroom met laptops en radio, bovenop onze grootste stroomvreter, de koelkast.

Nee, we liggen niet meer in de comfortabele haven met elektriciteit à volonté. Einde van het cyclooncontract van vijf maanden voor plekje A 12 in Port Moselle.
We hadden weer geen beter moment kunnen kiezen om uit te checken. De voorbije prachtige week hebben we keihard gewerkt, amper tijd om van de stralende zon te genieten en nu krijgen we dit herfstweer op ons bord.
Met een gezellig dinertje aan boord van de Okeanos van Christel en Patrice uit Nice, sloten we de marinaperiode af.
En nu liggen we al vijf dagen op anker in het zeilersdorp net buiten de havenarmen van Port Moselle. Hier vind je permanente bewoners van jachten waarvoor geen plaats was in de haven of die het geld er niet voor (over) hebben. We wachten noodgedwongen op beter weer.

Ondanks alles voelen we ons vrij.
De havenuitgang ligt pal achter ons. Er is veel bedrijvigheid, altijd wat te zien, zelfs als het giet. Zo komt het luxe superyacht tevens cruise schip Le Lapérouse aan het ferrydok liggen nadat ze drie weken in quarantaine doorbrachten door covid. Eindelijk mag de 90-koppige bemanning van boord.
Het lijkt erop dat in deze tijden van corona de verplichte gele vlag opnieuw haar oeroude betekenis terug gewonnen heeft. Elk schip moest toen 40 dagen in quarantaine om te bewijzen dat er geen ziektes aan boord waren.

De Lapérouse, luxe cruise schip.

Zeilersdorp buiten Marina Port Moselle.

Wat doe je bij slecht weer als je niet van boord kan? Je zet gewoon de lock down procedure verder. Je klust en “pottert”. Wereldzeilen is immers werken aan je boot op exotische plaatsen, ok, nu even wat minder exotisch. Bij een boot als de onze, 24 jaar oud, is dat helemaal het geval.
Tony puzzelt in zijn elektrische kabel verzameling, plaatst een knopje voor de motorventilator, soldeert één en ander, geen sinecure op een schommelende boot. Kortom, elektrische geklus, helemaal zijn ding. Ik probeer met chloor schimmelvlekken uit de gordijntjes te wassen, gordijntjes die altijd dichtgeschoven zijn en nu even weg kunnen want anders is het toch te donker in de boot.
De peperdure dieptemeter plaatste Tony al in de haven. Er zit nu een groter gat in het achterschot. En of hij werkt die meter ! In koeien van letters staat de diepte aangegeven, een rood lichtje brandt bij nacht.
Tony dook ook de 70 m lange aussières (orkaan landvasten) op uit het water. Ik poetste en schrobde 2 dagen lang de schelpjes en modder eraf zodat we ze op de allerlaatste vrije plekjes aan boord kunnen wegstouwen.

70 m touw poetsen !


Ja, je hebt dat goed opgemerkt, aan boord is van emancipatie weinig sprake. Typische mannen en vrouwen jobkes , traditioneler kan niet.
Ik ga over het naai-en poetswerk, kook ook meestal. Communicatie is ook mijn ding net als navigatie.  Tony is naast kapitein, elektricien, mechanicus, loodgieter.
Goed wetende dat ik die technische skills toch nooit zo goed onder de knie krijg als Tony, doe ik geen moeite en ben ik vooral blij met mijn kapitein met zijn gouden handen.

En laat nu verdorie dat beter weer maar eens komen, zodat we weg kunnen zeilen !

 

 

Iedereen heeft zo zijn eigen manier om de lock down nuttig door te brengen.
Onze Zwitserse vriend zeiler Hans (sy Tuvalu) die we, samen met zijn Spaanse vrouw Imma, voor het eerst ontmoetten in Maupelia (Frans Polynesië) vatte het idee op een enquête te houden onder bevriende zeilers, zeilers gevangen ergens op de wijde oceaan.
Een paar weken geleden ontving ik zijn e-mail met de vraag of ik wilde mee doen.
Hier volgt het resultaat.


Op http://www.tuvalubarcelona.es/de       
kan je ook het verhaal van de anderen lezen (Spaans of Duits !).

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensen, zittende mensen, wolk, lucht en buiten

Afbeelding kan het volgende bevatten: oceaan, wolk, lucht, plant, strand, buiten, natuur en water

Positie : laatste dagen marina Port Moselle, A 12  (ons cycloon contract loopt af).

Het mooie gouvernementsgebouw van de Province Sud , met het Kanakensymbool en de nautilus.

Le gouvernement de la Nouvelle Calédonie” heeft beslist : vanaf maandag 20 april gaan we in “déconfinement adapté”. Lees : we mogen uit ons kot. Vrij logisch want hier is nooit een covid dode te betreuren geweest, al 3 weken zijn er geen nieuwe besmettingen, de 18 covid gevallen in het begin kwamen uit het buitenland en hebben hier nooit iemand besmet.
We mogen dus buiten, maar pas op, bepaalde regels moeten nog steeds nageleefd worden. De magische handelingen in tijden van corona : mondmasker en handschoenen dragen, afstand bewaren, handen wassen !
Winkels openen hun deuren. Restaurants serveren weer meer dan enkel afhaalmaaltijden. Bars, cinema's en nakamals (de speciale cava bars) echter blijven gesloten . Who cares, pleziervaart is weer toegelaten. Wij dromen al van een mooi plekje aan een “corp mort” (= mooring) bij een ilôt.
Niet dus...maandagochtend, het is nog donker, begint het te stortregenen en dat gieten stopt niet vóór dinsdagmiddag.
De ondergelopen straten zien er even troosteloos en verlaten uit als tijdens de “confinement”. Pas woensdag komen de mensen eindelijk buiten en is er vanaf 's morgens zenuwachtige bedrijvigheid op onze steiger.
Ook wij halen nog even wat brood en fruit, al is het aanbod op de markt vrij pover en duur en dan, los met die touwen en onze boeg richting havenuitgang.

Buiten uit die haven !

Eerste taak : Jakkers onderkant fatsoeneren. Met al die aangroei is de boot niet vooruit te branden. Logisch dat we dan naar Ilôt Maître (4M van Nouméa) varen, vlakbij. We pikken één van de, tijdens de lock down herstelde, corps morts op.
Het krabben geeft ons heel wat werk. De ganse boot is versierd met dicht op elkaar gepakte witte kalkslierten en kringels. Het lijken wel bloemen. Hier en daar wat groene micro kerstboompjes. Met grote halen schrapen we het er allemaal af. Alsof het sneeuwt dwarrelt al dat wit, samen met de kleine larfjes die erin wonen, in het water en over ons heen. Ons haar en pak zitten onder het spul. Douchen én ons pak uitspoelen anders gaat dat achteraf stinken.
We kunnen het nog. Op twee dagen klaren we de klus. Gedeeltelijk met duikuitrusting. Niet alles meteen op één dag, we moeten onze bejaarde schouders en handen sparen.


Nee, dit is geen schroef van een oud wrak, dit is wel degelijk onze schroef, na een maand in de marina.


Er is nog meer werk.
We weten niet of de cycloon er iets mee te maken heeft maar een aantal instrumenten weigerden dienst er vlak na ?! De SSB radio werkt weer nadat Tony hem onder handen nam.
De dieptemeter blijkt de geest gegeven te hebben. Zonder dat toestel kunnen we echt niet. In een lagune varen, een baai verkennen dicht bij het rif en niet weten hoe diep het er is. Akelig en gevaarlijk. Laten we hopen dat we hier een nieuw instrument op de kop kunnen tikken.
Nu we uit ons kot mogen, kunnen we weer naar de watersportwinkels. Slecht voor onze portemonnee, hier is alles de helft duurder dan in Europa.

De lock down hebben we dus goed overleefd, die tijd nuttig gebruikt. We verzetten heel wat werk. We vernisten het houtwerk in de boot. Het groot motor onderhoud nam Tony voor zijn rekening, tezamen schilderden we de motor. Ontelbare kastjes ruimde ik op, ook de achterkajuit, onze berging, kreeg een beurt .


De boordtechnieker !

Wandelen deden we zoals iedereen elke avond. Een paar routes hadden we, met als besluit het dagelijks concertje (Just un quart d'heure, zong hij aan begin en einde ) van de plaatselijke Brassens.

Hoe het nu verder moet ?? Geen idee. Rond deze tijd wilden we eigenlijk wegvaren uit Nieuw-Caledonië, op zoek naar nieuwe horizonten. Nu hebben we totaal geen idee wanneer we weer in een ander land zullen toegelaten worden. Wanneer we voor een bezoek naar huis kunnen vliegen. Wanneer we kinderen en kleinkinderen zullen terug zien. Bizar. 
Maar we klagen niet. We lezen over zeilers (in Djibouti – Soedan) die men met wapens wilde wegsturen, terug naar de oceaan. Zeilers die erg vijandig benaderd worden (in Indonesië), alsof blanke mensen beslist super besmettelijk zijn, ook al zeilen ze jaren rond in de Pacific en Indische Oceaan.
Ja, dan prijzen we ons gelukkig in Nieuw-Caledonië waar we gewoon opgaan in de zeilgemeenschap en dit weekend deel uitmaken van het grote vakantie dorp op het water. Het lijkt wel of elke boot groot en klein na die maand opsluiting het water op móet.
Een mens zit nu eenmaal niet graag opgesloten, dat is eens te meer duidelijk .  

Un quart d'heure de chansons elke avond .

Weekend park op het water, eerste weekend na lock down.

Het strand (op Ilôt Maître) is van ons .

 

 

 

Positie : in "confinement" in Port Moselle.

 

Uitzicht over de haven en de uitgestorven stad na onze dagelijkse klim op de heuvel,
steeds binnen een km van ons kot.

 

Wat doet een mens, een zeiler, in tijden van Corona, het klussen even beu?

Rondslingerende foto's een plekje geven, misschien .

En...o ja, dat lang uitgestelde video filmpje eens monteren. Mijn eerste probeersels maar ze geven een goed idee van wat we zoal meemaakten.

Ga eens kijken onder de Tab “Filmpjes

Onder “Foto's” vind je het nieuwe mapje met foto's van Nieuw-Caledonië. Die zaten niet in het logboek.

Jij hebt nu immers ook tijd zat.

 

Positie : in quarantaine in Port Moselle.

 

 

Pre-corona :  in alle vroegte hijsen we de fok opnieuw na storm Gretel.

De wereld is een dorp. Wij weten dat al lang. Zelfde films, hit-songs, zelfde smartphones all over the world. En nu plots het covid-19 virus ook all over the world.
En zowat overal dezelfde maatregelen om de curve vlak te krijgen. We zitten met z'n allen in hetzelfde schuitje, zoals mijn vriendin het schreef.

Nu geeft het niet of wij hier op onze boot zitten en jullie thuis. We doen exact hetzelfde. We blijven in ons kot. Wij vaak onder een stralende zon, jullie toch ook af en toe, mag ik hopen.
De erg rigide lock down in Nieuw-Caledonië (strenger dan in België want als het in Parijs regent druppelt het in Nieuw-Caledonië !) dwarsboomt onze plannen. Maar wiens plannen niet .
Onze poging om in zelf-quarantaine te gaan bij één van de vele onbewoonde eilandjes in de lagune, waar we dan tenminste nog konden snorkelen en zwemmen, wordt bruut door de Gendarmerie afgestopt.
We komen net terug van het rif. Geschokt na het zien van de vernieling die de storm Gretel aanrichtte. Veel afgebroken hoornkoraal, puin, nu nog wit, overal verspreid.

Vóór TC Gretel...

Na Gretel. Je ziet duidelijk de afgebroken koraalhoorntjes

 

 .
De boot met gendarmes vaart bij iedereen langs, verzoekt vriendelijk de lagune te verlaten en terug te keren naar de marina of de ankerplek er vlakbij. Geen bezoek aan het strand, geen enkele watersport of toeristische activiteit is nog toegelaten. Word je betrapt, krijg je een hoge boete (750 €).
Terug naar ons plekje A 12 in Port moselle dan maar.
Gelukkig kennen we genoeg Frans om de berichten op radio en officiële website te begrijpen. “Respectez les trois uns” ! Eén uur per dag mag je wandelen (met huisgenoten), 1 km rond je verblijf, 1 keer per dag. En ten allen tijde moet je in het bezit zijn van een “Attestation de déplacement dérogatoire” uitgeprint of in je mooiste handschrift overgeschreven en ingevuld. Een attest met de reden waarom en het uur dat je je huis verlaat. Handtekening eronder en vergeet ook je paspoort niet.
Voor ons kan dus enkel een wandeling rond de marina nog. We houden een afstand van meer dan 1 m tot andere wandelaars en mensen waar we een praatje mee maken. Proberen de poort niet aan te raken. Wassen vaker onze handen. Douchen doen we aan boord.

 

Ons uitzicht voor de volgende weken-maanden : de parking en een klein parkje.

We kunnen maar beter wennen aan deze toestand. Vreemd, akelig stil is Nouméa.
Amper nog autogeluiden. Slechts af en toe een wandelaar, met of zonder hondje, op de kaai. Het vertrouwde, altijd aanwezige geschater en geroezemoes van lunchende en “mensen op stap"  in “Le bout du monde”, vlakbij Jakker, totaal uitgedoofd.
Vreemd, als in één en of andere aflevering van X-Files. En zo is het over de hele wereld ?! De wereld een covid-19 dorp.

Bar-restaurant Le Bout du Monde (gebouw links) gesloten.

 

Positie : Port Moselle.

Vóór we in zelf gekozen quarantaine vertrekken naar de lagune van Nouvelle Calédonie, wil ik het volgende, pas afgewerkte tekstje, nog posten.

 

Zeevaarders kennen ze sinds eeuwen, de gele Q-vlag, de quarantaine vlag. In tijden van de pest bijvoorbeeld betekende deze vlag, gehesen bij het binnenvaren van een vreemde haven, dat men 40 dagen aan boord bleef om het risico van besmetting te vermijden. Het zal je wellicht verbazen, maar wij moeten die vlag nog steeds hijsen als we een vreemd land binnenzeilen.
Nu betekent ze veeleer het tegengestelde : “Wij hebben geen besmettelijke zieken aan boord en verzoeken te mogen inklaren.” Je mag in principe zelf niet van boord, dient te wachten tot de beambten voorbij komen. Al moet je ze, in bepaalde arme landen, wel zelf eerst met je dinghy afhalen.
Met de gebeurtenissen van de afgelopen maanden kan die gele vlag, hoe vreselijk ook de reden, haar historische betekenis wellicht terug oprakelen.

Dit maar om te zeggen dat wij hier in Nieuw-Caledonië ook geconfronteerd worden met bijna dezelfde drastische covid-19 maatregelen als thuis. Tot eergisteren toch nog vrij “ver van ons bed”. Nu plots gevaarlijk vlakbij. Er is een besmet Australisch koppel binnengeraakt. We begrijpen niet dat vliegtuigen uit het buitenland nog steeds mochten landen op dit eiland, tot eergisteren vrij van besmette mensen.
Maar dus nu ook hier : scholen, horeca en winkels dicht. Het advies : blijf zo veel mogelijk in uw kot.
Voor ons niet echt moeilijk.
Je bezig houden op een kleine ruimte waar je een hele tijd niet uit weg kan.
Schaarse contacten met medemensen.
Steeds genoeg mondvoorraad aan boord om langere periodes te overbruggen.
Maaltijden improviseren met wat er voorhanden is.
Het is al tien jaar lang gewoon onze wereld.

Alle aandacht gaat nu wel naar het virus nadat we vorig weekend de orkaan hebben doorstaan, maar ik zou nog wat vertellen over Tony's verjaardag.
Wij maakten er een feestweekend van.
Toen zoonlief vorige maand 40 werd, noemden we dat zijn midlife . Nu wordt vaders 70, hoe noem je dat dan ? Full life ?!
Doet er niet toe. Reden om te vieren is het wel. En dat doen we. Eerst maar eens een auto huren. Daarmee rijden we op zaterdag in een uurtje naar het Parc Rivière Blue bij het stuwmeer van Yaté. Het mooiste natuurpark van NC. Het is allemaal goed geregeld en onderhouden en gelukkig niet gesloten ! Met de auto rijd je door het immense park en stopt waar je wil. Overal zijn parkeerplekken, tientallen picknickspots en uitkijkposten, even zovele klaterende riviertjes met watervalletjes, groot en klein. Jungle met gigantische bomen. We wandelden flink wat af om zoveel mogelijk moois te zien.
De revelatie van deze dag : een onbekend vleesetend plantje  ( Nepenthes) dat een wel erg merkwaardig wijze van vliegenvangen toepast. Er groeit een heus kannetje, stijl middeleeuwse kroes, compleet met dekseltje, langs haar blaadjes. Insecten komen uit het kannetje drinken, dekseltje dicht, smikkelen !

Parc Rivière Blue.

Le Houp, 30 m hoge boom.

Reuzenvarens groeien op dezelfde manier als die thuis.

Heerlijk verfrissend.

Het verdronken bos.

Vleesetend plantje mét "kannetje" !

Zondag 8 maart dan. Internationale vrouwendag en captains verjaardag.
Vliegen was nog vóór zeilen zijn droom, dat weet iedereen die hem kent. Pas op 40 jaar kon hij die droom verwezenlijken. Vandaag kan hij zich nog eens uitleven in een Cessna 152, net als vroeger. Al is de lagune, haar eilandjes en rif heel wat anders dan de terril van Zwartberg en de Limburgse bossen.

 

Phare Amedée .

Eén van de honderden eilandjes.


Drie avonden flaneren we langsheen Anse Vata en Baie des Citrons, the places to be in Nouméa. Druk is het er, met wandelaars, joggers. Surfers en wing surfers (iets nieuws) vertrekken vanaf het strand en laten hun kunstjes zien.
Drie avonden uit eten. Wat een verwennerij !
Drie avonden life muziek. Met zelfs een verrassend optreden van de gipsy band Fuego Ritano, die we op het festival in Port Vila vorig jaar voor het eerst hoorden.



O ja, en eindelijk zagen we dit weekend, tijdens een wandeling door de botanische tuin, de Cagou. De nationale vogel van NC. Kan niet vliegen, nestelt op de grond en zet zijn prachtige kuif en mooie vleugels op om vrouwtjes te imponeren. Ook de Notu (endemische duif) konden we nu eens een keertje zien, waar we anders enkel zijn diep loeiend geluid hoorden. Voor ons is hij de "toet-vogel”.

Om af te sluiten kon het onvolprezen boodschappen doen ook nu weer niet ontbreken. We kochten zelfs materiaal om een nieuwe buiskap in mekaar te knutselen. En heel wat mondvoorraad. Want rond de wereld zeilen is boodschappen doen op exotische plekken.
We wisten toen nog niet hoe essentieel dit shoppen wel zou blijken.

 

Afbeeldingsresultaat voor image cagou

Cagou , endemische vogel, symbool van Nieuw-Caledonië.

 

 

 

Positie : Marina Port Moselle

Terwijl de wereld de corano-virus-pandemie probeert aan te pakken, krijgt Nieuw-Caledonië bovendien nog eerst een ander probleem voorgeschoteld. Cycloon Gretel.   Jij hebt nu wellicht meer tijd dan voorheen om dit even te lezen !

 

Wonden likken.  De schade aan het jacht op de voorgrond valt nog mee.

Gretel, tropische depressie – cycloon cat. 1, raast op dit ogenblik weg van Nieuw-Caledonië richting Nieuw-Zeeland. Zij laat het land achter met moeilijk berijdbare wegen, overstroomde huizen, dorpen zonder elektriciteit, een vrachtschip tegen een brug, een paar wrakke zeilboten op de kant. Maar die schade valt allemaal nog reuze mee. We zijn aan een ramp ontsnapt, het kon allemaal veel erger.
De laagste luchtdruk op onze barometer : 986 hPa, de sterkste wind gemeten door onze windmeter : 50 kn (zware storm – 90 km/u).
We hebben vannacht weer een keer de almachtige kracht van de natuur gevoeld en deemoedig ondergaan. Vóór het grote geweld losbarstte, tijdens een laatste inspectie aan dek stuwde er een super warme wind om ons heen. Super warme wind die voor de storm werd opgeduwd. De metalen wanten voelden vreemd warm aan.
Bij de eerste hevige windvlagen rond 23 u, normaal liggen we dan al lang in bed, stonden we meteen buiten. Opgeschrikt door het lawaai van de 16 ton wegende buurboot Onyx die Jakker meedogenloos opzij tegen de steiger ramde, dikke stootwillen tot platte ballonnetjes plettend. Meer dan een uur hebben we in het donker aan dek rondgespookt. Tijdens korte wind-adempauzes probeerden we de touwen verder aan te trekken (met de winch). Met de hulp van een buurman (die wel van zijn boot afraakte) lukte dat ook op Onyx min of meer. Hij raakte ons tenminste niet meer.

Het lukt tenslotte onze buurman af te houden.


Op de steiger achter ons zie ik gelijkaardige taferelen.
Elke felle windvlaag dwingt alle masten in het gelid naar één kant te buigen, boten hellen over als op zee, zeerelingen raken bijna in elkaar verstrikt. Onmiddellijk bewegen masten weer terug , boten springen op en neer op de zich vormende golven. Een raar synchroon, bruut ballet, op de tonen van krijsende wind en hevig flapperende, losse onderdelen op de boten.
Maar, al deden de meeste bewoners geen oog dicht vannacht, de boten overleefden prima.


Waarschijnlijk vooral door de maatregelen die we allemaal moeten nemen bij het “alerte cyclonique niveau 1.”, als de zwarte vlag gehezen wordt.

De barometer zal nog tot 986 hPa  zakken.

We hadden deze tropische depressie 96 P al een tijdje in de gaten. We zagen haar ontstaan in de Coral Sea en razendsnel onze richting uit komen.
Iedereen die regelmatig snorkelt in Nieuw-Caledonië kan het je vertellen : het water is de laatste drie weken erg warm geworden. Gingen we voorheen nooit zonder shorty in het water, wegens te koud. Nu verfrist datzelfde water zelfs niet eens en kan je er uren inblijven. Ideaal die watertemperatuur voor het ontstaan van een cycloon. Als er genoeg vochtige warme lucht wordt toegevoerd, kan de inwendige motor op gang komen. Door de corioliskracht begint het systeem rond te tollen en dan heb je de poppen aan het dansen.

Als zondag 15 u de zwarte vlag gehesen wordt, schiet iedereen in actie. De aussières (speciaal gekochte zware meertouwen, stevig onder water en aan ons achterschip bevestigd al bij onze aankomst in november) moeten aangetrokken worden, terwijl we de voortouwen flink lossen zodat we nu verwijderd van de kant liggen, en zodanig dat we niet met de masten van de buurschepen in de clinch kunnen komen.
Buiskap , bimini en alle losse spullen aan dek verdwijnen in de achterkajuit. We waren er theoretisch klaar voor.
Maar tijdens de doorwaakte vorige nacht hebben we ons toch afgevraagd of en vooral hoe we een cat. 5 zouden overleven.

Alle aussières zijn aangetrokken, geen verkeer meer mogelijk.

Alle hens aan dek.

 

Lees ook het nieuwste Temanu'a verhaal. 

 

Positie : Port Moselle.

Voor ons plekje, A 12, aan de “ponton des visiteurs” in Port Moselle Marina betalen we de huur van een appartementje thuis.
We informeerden en reserveerden ook al lang op voorhand, in mei vorig jaar, om zeker te zijn van een veilig heenkomen tijdens een eventuele cycloon.
En nu we dat allemaal hebben, begint het te jeuken als we maar een paar dagen achter elkaar in die haven liggen en glippen we weg zou gauw we kunnen om 's werelds grootste lagune en haar eilandjes te gaan ontdekken.
Al zijn marina's niet zo ons ding, handig zijn ze wel. Water à volonté, heerlijke douches, elektriciteit en wifi in de prijs inbegrepen. Supermarkt, jachtwinkel, restaurantjes en café's op loopafstand bovendien de CinéCity met 12 filmzalen vlakbij. Heel af en toe vertonen ze zelfs een film in originele versie.
Als de klussen ons weer wat te veel worden, laten we liefst van al de haven achter ons, zwerven wat rond, ontmoeten mensen en...dieren.

Het teakdek behandelen met teak sealer.


Slangen bijvoorbeeld. Vooral de tricot rayé, zie je hier geregeld. We kennen ze al van in Niue, een eiland een pak oostelijker van hier, waar ze bij tientallen rond en onder de boot zwommen.
Ze leven in zee én op het land, zijn uiterst giftig, dodelijk zelfs. Zeven keer giftiger dan de adder. Hun gele, driehoekige kopje en hun bek zijn echter zo klein dat ze ons echt amper kunnen bijten. Ja, heel misschien in het vel tussen onze vingers. Bovendien zijn ze schuw. Pikant detail: ze houden van rubberbootjes.
Die dag hadden we er al twee grote gezien tijdens het snorkelen. Je schrikt toch even, noem het onze diepgewortelde oerangst, houdt ze vervolgens goed in de gaten. Ze kronkelen zich snel een onvoorspelbare weg door het water, naar boven dan weer naar beneden of recht naar jou toe. Helemaal niet als vissen, die zwemmen gewoon rechtdoor of hangen stil in de stroming, als ze tenminste niet op jacht zijn.

Maar de verrassing van de dag moet nog komen. We zijn met Jak op weg naar huis, van een wandeling op Île Laragnère, stoppen nog even voor een praatje met buurman en willen weer verder. Zonder te kijken, reikt Tony naar het hendeltje waarmee je de motor aan gang trekt, voelt iets kouds en rubberachtig, kijkt en ziet zo een zwart-gele slang over de motor kruipen.
Shit, een slang !!! Ze beweegt haar hoofdje en de rest naar beneden, richting in ons bootje, waar onze voeten en benen zitten. Tony pakt al een roeispaan om het beestje overboord te dwingen. Maar, nee, stop, ik moet nog eerst een paar foto's nemen! Nu voelt ze onraad en verdwijnt uit zichzelf. Zucht. Weer een leuk verhaaltje maar ik kan het niet helpen, in mijn hoofd blijft toch rondspoken : Zou ze Tony echt tussen zijn vingers hebben kunnen bijten?
Eén van de volgende dagen, we zijn weer eens aan het onderwater krabben, komt zo een “tricootje” nieuwsgierig kijken. Eerst oog in oog met Tony. Daarna speelt ze “bikinitop touwtje “ in mijn nek. Ik grijp er ook nog naar. Brrr. Voelt helemaal niet aan als een touwtje. Pas als ik zie dat ze echt weg is, durf ik verder werken.

Tricot rayé (Nederlandse naam ??)  rond ons motortje gedrapeerd.

Zie je zijn piepklein kopje ?


Nog meer beestenboel. Op een ochtend, net licht, worden we gewekt door een vreemdsoortige fluittoon, een raar gemiauw. Klinkt best hard. Blijkt er een visarend op de zaling te zitten. Wacht hij op thermiek om zijn dag te starten ? Die grote knapen zie je geregeld overvliegen met een heuse vis in de klauwen. Zijn cadeau aan dek moeten we maar meteen wegspoelen anders maakt dat vervelende vlekken op ons pas behandeld teakdek.

Eén van de zwarte vogels die bij valavond beginnen vliegen kon het nog beter. Hij knalde zo keihard tegen ons want aan (één van de stalen kabels die de mast rechthouden), dat hij totaal misselijk op de buiskap belandde en zijn hele vismaaltijd uitkotste. Wij, binnen voor het scherm, schrokken ons rot. 's Ochtends was hij zo ver hersteld dat hij kon wegvliegen. Tony moest de stinkende visrotzooi opruimen. Mijn armen zijn gelukkig niet lang genoeg.

Nieuw-Caledonië verrast ons met een groter formaat rifvissen dan we de laatste jaren zagen. Vooral de sweetlips (grombaarzen) zijn mijn favoriet.
Grote vissen ook onder de boot . Wij zijn een echte FAD (Fish Aggregating Device). Ze hangen daar maar rond in de schaduw van Jakker.
Vergezeld van onze “keukenrestjes verorberende huisdiertjes “ : de remora's. Die hun meer alledaagse gastheer haai of schildpad hebben verruild om aan Jakker te “plakken”. Als honden vechten ze om lekkere restjes, overboord gegooid na onze maaltijd. Ze registreren en duiden bepaalde bewegingen en geluiden aan boord, weten daardoor dat het weldra etenstijd is, het sein om alvast klaar te hangen voor hun maaltje. Slimme diertjes.

Visarend op onze zaling.

Visrotzooi opruimen.

Gezellig onder Jakker. (Jacks of snappers?)

Harlekiijn Sweetlips .

Koeienstaart rog.

En dan kan deze ontmoeting er ook nog wel bij. Geen dieren, dit keer, maar militairen ?!
Op anker bij Isle Uéré, aan de oostkant van Nouméa, waar je een mooi zicht hebt op de zeven(?) heuvels van de stad, hielden soldaten op training ons twee dagen in hun ban. We zagen ze met volle bepakking de heuvel opstormen, doorheen de doornige begroeiing. Uren aan een stuk zwemmen met kleren en soldatenkistjes aan. Zwemvesten makend uit een lange broek. In hinderlaag liggen, geweer in de aanslag.
We zaten op de eerste rij, verrekijker bij de hand. Pas nadat ze met grote rubberboten vertrokken waren, waagden wij ons aan land. Want ook wij hebben namelijk onze training nodig, zij het aan een iets rustiger tempo.

 

Additional information