Positie : Baie de Prony, Grande Terre, Nouvelle Calédonie.

“Vent, vent et vent !” grapt de nieuwslezeres tot besluit van haar weerbericht.
Als zelfs niet-zeilers al over de nooit ophoudende wind gaan klagen en de marathonlopers op Grande Terre vandaag erdoor gehinderd worden, dan weet je het wel, zeker.
We blijven ter plaatse.
Elke dag luisteren we de moeilijk te horen (met veel ruis) weerberichten, vragen we gribfiles op. We wikken en wegen. Vertrekken we vanavond of morgenvroeg misschien ?
Elke dag opnieuw worden we van onze sokken geblazen door een wind van 6-7 bf, waardoor je zelfs aan dek niks kan uitrichten. Ook 's nachts gaat de wind tekeer. We hebben de moed niet te vertrekken.
Tijd voor een plan B. In plaats van rechtstreeks naar de ingang van de grote lagune van Nieuw-Caledonië te zeilen, quasi onmogelijk met deze tegenwind, willen we oversteken naar de, beter bezeilde, oostkust van Grande Terre (het hoofdeiland) en dan later naar Passe Havannah  hoppen.

Dag 1.
Na zes dagen “uitrusten”, gaan we ervoor. Het waait nog steeds hard, maar de windrichting is gunstiger lees meer oostelijk en we hopen een comfortabeler koers te kunnen sturen, niet zo hoog aan de wind.
60 mijl moeten we overbruggen tot de Passe Thio en nog verdere 12 mijl tot de eerste veilige ankerplek. Pijnlijk vroeg weg dus, bij het eerste licht, hier al om 4u45. 
Met twee piepkleine zeilen beginnen we eraan. Ik blijf buiten en aan de “lage” kant zittend moet ik enkel snel mijn voeten intrekken als er weer een gulp zeewater overkomt.
De zeilen staan goed, de golven bruisen wild maar zijn niet gekruist, we gaan er als een pijl met een gemiddelde van 7 knopen vandoor. We eten wat boterhammekes, op voorhand al gesneden, want veel kan je op dit bokkend schip niet uitrichten in de keuken. Voor het eerst zitten we dik aangekleed in de kuip, compleet met sokken en crocs, geweldige anti-slip schoenen.

Rond 14 u rijden we op de achterlijke golven de pas Thio binnen. We zeilen nu binnen het buitenrif, de golven nemen maar langzaam af en als we richting zuid-oost, in de wind,  naar het schiereilandje Neuméni sturen, bonken we ons, op motor, vast in de windgolven. 2000 toeren moet hij draaien om meer dan 5 knopen voortgang te maken.
Eindelijk, rond 15u30 ratelt ons anker naar beneden, vlakbij een mooi strandje, hoge bergen, deels afgegraven voor nikkel, in de achtergrond.
Weer een harde tocht tot een goed einde gebracht.
“Smooth seas never made skilled sailors”, zullen we maar denken.
Al wilde ik dat ik dat bordje bij de douane in Port Vila niet gelezen had.

Dag 2.
Voor mijn verjaardag, de volgende dag, moet ik niet onmogelijk vroeg op, ik krijg een prachtig onbewoond eilandje cadeau, Ile de Némou, 5 mijl verderop. We roeien erheen, neuzen wat rond, bewonderen de hoge pijnbomen die dubbel of drie keer zo hoog zijn als de hoogste palmboom (20m), zwemmen in het frisse water.
We breken de Martini aan die we voor een habbekrats, taxfree aankochten in Vanuatu.
Morgen is het weer werken. Tegen de wind en (wind)golven 26 mijl verder naar het zuidoosten, naar Kouakoué.

Dag 3.
Omdat 's ochtends de wind nog niet zo hard waait, vertrekken we weer om half vijf. We volgen de waypoints van de aangekochte digitale “Rocket Guide voor Nieuw-Caledonië”. 
Niet echt nodig hier, want op de gevaarlijke plekken duiden rode en groene boeien de route aan. Ongezien de laatste jaren.
De kust doet me sterk denken aan Canada, het hoge Noorden, Patagonië (niet dat ik daar ooit geweest ben). We varen moederziel alleen in een ware National Geographic omgeving.  Al dagen geen mensen, geen boten. Wel één schildpad, één zwart en witte zeeslang, een school spinner dolfijnen die wel 5-6 m hoog opspringen, intussen om hun as wentelend, spinnend. 
Zonder problemen varen we uren later de baai van Kouakoué binnen.
Weer een plaatje : wit strand, super hoge pijnbomen, bergen en heuvels op de achtergrond.

Dag 4. 
Zelfde scenario als gisteren. We vorderen steeds verder zuidwaarts langs de kust. Makkelijker vandaag want de wind is noord-oost. Het gaat ons voor de wind.
Hoe dichter naar de pas, hoe dichter ook de wolken samenpakken. Het vriendelijke zonnetje verdwijnt. De wind haalt uit en het begint plots te gieten. Een grote Chinese  vissersboot, op weg naar buiten, verdwijnt achter een regengordijn.
Gelukkig is de regen van korte duur en ook de wind doet weer normaal. Er staat weinig stroming in de pas, het tij is nog maar pas gekeerd. Perfect.
We hebben tijd om al de grote betonnen “vuurtorens” te bekijken.
Rond de middag valt het anker in Prony baai. Bonne Anse zo noemen ze deze ankerplek, die beschutting biedt voor zuid-westen wind. Want als kers op de taart, krijgen we nog een niet verwachte windrichting gepresenteerd. Hopelijk voldoet deze baai in de baai en zullen we niet liggen te rocken vannacht.
Morgen de laatste 30 mijl van deze onverwacht lange tocht ?

Additional information