(verstuurd via Winlink)

Positie : op anker in Baie du Santal, Ile Lifou, Nieuw-Caledonië.

De rust is allesomvattend en doet zó goed.
Rust, ja, nu wel. Dat was de voorbije anderhalve dag wel anders. Deze laatste tocht hoort zonder twijfel in het vakje “zware oversteken”, het echte “jakkeren”.
We hadden onze voorzorgsmaatregelen genomen, verwachtten hommeles.
Nog meer dan voor een gewone oversteek bracht  ik spullen die kunnen vallen, in veiligheid. De kaartentafel, die normaal vol ligt met bureauspulletjes, gsm's, laptop, ruimde ik helemaal leeg. Alles vindt een plaatsje in de achterkajuit. Het wordt immers een aan-de-winds rak van meer dan 200 mijl over stuurboord van Vanuatu naar Nieuw-Caledonië, en we zullen flink op één oor gaan.
Alles gaat als voorzien. De wind blijft toenemen tot 6-7 bf. Het is werken om de zeilen telkens een stuk in te draaien. Jakker gaat er als een trein vandoor. De golven van 2-2,5 m slaan als mokerslagen tegen de romp om dan in een gulp over de ganse boot te sproeien. Alles door en door zout achterlatend.
Als het te erg wordt, het oorverdovend lawaai buiten, de bewegingen, het overkomende zeewater, verschansen we ons binnen, om elk kwartier ons hoofd eens buiten te steken en rondom te speuren naar andere boten.
Tenminste, Tony doet dat zonder moeite. Ik voel me telkens ik opsta duizelig en ziek. Elke keer heb ik daarna 10 min nodig om te herstellen, nog 5 min rusten en het is alweer tijd om boven te gaan kijken. Twee keer komt het weinige dat ik heb gegeten naar buiten.
Het goede nieuws, we vliegen over het water aan 7 soms wel 8 knopen. Van eten of slapen komt echt niet veel.

Op de middag van de tweede dag zeilen we ter hoogte van Lifou eiland. De golven nemen, achter het eiland, langzaam wat af, de wind blijft. Aan de verleiding van de prachtige westelijke baai kunnen we niet weerstaan. We denken allebei hetzelfde, laten we hier gaan ankeren.
Ok, het mag niet, we moeten eerst gaan inklaren in Nouméa, de hoofdstad van Nieuw-Caledonië.  Maar als we niet aan land gaan, kan niemand er iets tegen hebben dat twee vermoeide zeilers beschutting zoeken. Toch .
Zo gezegd, zo gedaan.
En zo brengen we hier al twee dagen op anker door. Luisterend naar elk weerbericht dat we kunnen opvangen, gribfiles inhalend met de radio, twijfelend wanneer we verder zullen varen en langs welke route.

Je vraagt je wellicht af waarom we in de eerste plaats met die harde wind vertrokken zijn.
Wel, het zag er midden vorige week goed uit. Je beslist dan te vertrekken. Kijkt alles nog eens na en gaat vrijdag uitklaren (douaneformulieren invullen, havengelden betalen, paspoortstempels halen) want in het weekend kan dat niet. Dat uitklaren in het piepkleine kantoortje van de douane nam veel tijd in beslag maar was gezellig, met de andere zeilers die ook weg willen. Nooit wordt er meer informatie uitgewisseld en gebabbeld dan daar.
Maar één keer uitgeklaard, moet je binnen de 24 u het land verlaten. Laat nu dat gunstige weerbericht plots met veel meer wind komen aandraven. Bovendien zien we geen oostenwind meer, waar we wel op rekenden.
Niks aan te doen, we moeten weg. Tot zondagochtend treuzelen we nog. Boter aan de galg, er verandert niets. Een harde zuid-oosten wind, bijna op kop, blaast ons helemaal tot Ile de Lifou.
Intussen is, na een heerlijke nachtrust, de harde tocht alweer bijna vergeten. Het is hier goed in onze baai, laat ons maar wat van het zonnetje en het prachtig turkooise water genieten.

 

Additional information