Positie : Tarawa, Tabon Te Keekee Eco Lodge : 01°23,33 N 173°06,87 E


Mini-busjes.
We beginnen stilaan in de sfeer van Kiribati te raken. We stappen busjes in en uit net zoals de inwoners. Weinigen hebben een auto. De ganse dag, ook 's avond nog, rijden die busjes de enige weg die Zuid-Tarawa rijk is, telkens weer op en neer. Openbaar vervoer hier, de max. De chauffeur moet enkel rijden, de “conducteur”, altijd een (jonge) vrouw doet de rest. Zij roept, uit het raampje naar buiten leunend, keihard de bestemming, zij int het geld en regelt alles. De (vooral) Toyota's zitten knalvol, met hoofdzakelijk vrouwen. Als zij niet alles zouden beredderen...viel het leven hier stil?

Ja.

We leren algauw dat je op Kiribati “ja” zegt door je wenkbrauwen hoog op te trekken. Eerst leggen we die verwonderde gezichtsuitdrukking totaal verkeerd uit, denken dat ze ons niet begrijpen. Als we onze vraag dan herhalen. Zelfde reactie. Wenkbrauwen omhoog is dus “ja”. Geen ja-knik met je hoofd, geen gemompeld “yes”, enkel dat wenkbrauwenspel. Groeten doen ze overigens op dezelfde manier.

En Tony, die geniet weer van de bijzonder geïnteresseerde blik van meisjes jong en oud, die zonder verpinken brutaal recht in zijn exotisch grijze ogen kijken. Bruine ogen heeft hier immers iedereen.

Geld.
Vandaag moeten we naar Bairiki, één van de twee belangrijkste stadjes , voor geld en het opladen van onze smartphone. Uiteindelijk halen we geld af met de creditkaart. Niet zo slim, I know. Maar wat doe je als de ATM onze debetkaart weigert. Plan B was Nieuw-Zeelandse dollars (die we wél nog hebben) wisselen tegen Australische, de gangbare munt op Kiribati. Meteen afgevoerd dat plan B. Reden : een rij van wel honderd lijdzaam wachtenden voor ons, bij de bank en ook bij Western Union.


Zo zien wij de lodge van achter ons anker.

Noord-Tarawa.
Het gewriemel in het overbevolkte Zuid-Tarawa beu, varen we weg om te ankeren voor de Tabon Te Keekee eco lodge. Prachtig gelegen simpele “buias” (rieten huisjes) aan een pas, met stralend wit zand. We maken een praatje met een Brits koppel, de enige gasten vandaag. Bezoeken de doopvontschelpen farm en de bootwerf. Vooral vrouwen bouwen er aan de boten, vandaag niet, het is zaterdag. Fantastische wandeling doorheen het eilandje. Een Bokrijk dorpje. Komt door al de palmen daken en de gevlochten pandanuswanden.


Zou je hier niet graag een nachtje in doorbrengen?


Ook reuze doopvontschelpen beginnen hun leven piepklein (2-3 cm).


Hier bouwt men boten.

We zien resten van loopgraven, gemaakt door de Japanners, die hier alles inpalmden na Pearl Harbor. 6500 Amerikanen en Japanners sneuvelden op de drie dagen dat de strijd duurde, in november 1943. Ondanks de blunder van de eerste amfibielanding overwonnen de Amerikanen. Velen sneuvelden toen hun landingsvoertuigen bleven steken achter het rif. Schietschijf voor de Japanners, omdat het water niet hoger kwam en ze niet aan land konden vanwege het extra lage tij waar niemand van wist. Zware tol voor een les die hen hielp in Normandië.

In één van de rieten huisjes zingt een klein meisje verrassend helder “How far I'll go”, het liedje uit de Disney film (Moana ) Vaiana en prompt ben ik in Weerde waar onze kleindochter, Roxie, het liedje ook helemaal meezingt in haar eigen Engels.
De wereld een dorp, maar hier is het decor wel perfect.

Add comment


Security code
Refresh

Additional information