Vis.
"Jullie houden wel een oogje op het huis en op de honden als we naar Fakarava zijn, ok?!" riep Valentine en weg was ze, met haar man Gaston en hun motorboot, volgeladen met vis voor de resorts. Hun parelfarm hebben ze verruild voor een visfarm. Visfuiken, waar honderden kilo's vis domweg inzwemmen, kost de "farmers" geen centje pijn.
Van die visverkoop leven ze, van de onvermijdelijke kopra en van het geld dat wij zeilers betalen voor de door hun neergelaten "corps morts" lees ankerboeien. Daarbij opent restaurant Valentine als er genoeg cruisers zijn.


Vahine.
Ik noem haar la reine van Amyot zoals ze hier de scepter zwaait. Nog zo een schoolvoorbeeld van dé Polynesische, fors uitgevallen vahine, zoals we er al genoeg hebben ontmoet. Geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Niet op hun mondje gevallen. Geëmancipeerd, lang voor dat woord in het westen uitgevonden werd. Ze weten van aanpakken, rijden met de dikke pickups terwijl mijnheer zoet langs hen zit. Dirigeren de boel. Staan als visser hun mannetje. Zo was hier in de baai een vissersfamilie uit Rangiroa op bezoek. Het moederschip bleef hier aan de boei als zij met hun motorboten aan het werk waren op de oceaan. Eenmaal genoeg vis gevangen, varen de mannen met de twee kleinere motorboten weg. Moeder en dochter nemen het grote moederschip voor hun rekening. Brengen dat helemaal weg naar Tahiti. Mensen van de zee !


Valentine dus, ook zo een madame met haar op haar tanden, zus van Liza op Hirifa trouwens, maakt een geringschattend gebaar met haar vinger haar neus ophoogduwend, over zeilers met, echte of vermeende, kapsones. Als je haar bevalt, vertelt ze voortdurend grapjes en schatert het uit. Maar zelfs dan wil ze liever niet op de foto.


Vakantie in Amyot.
Een week zijn we nu al in het prachtige Anse Amyot. Elke dag doen we wel een boeiend wandelingetje op één van de motu's (eilandjes) aan de rand van onze cirkelvormige, gezellige baai.
Nergens is het makkelijk stappen, overal scherp koraal. Met mijn crocs ga ik dat koraal te lijf. In de achtergebleven plassen zeewater ontdekken we vreemd leven, zoals de meer dan een meter lange "worm zeekomkommers". Dat heb ik niet zelf uitgevonden. Het is Karen die me, als mijn persoonlijke google, via mail, info geeft over het mariene leven.
Het duiken en snorkelen in en rond de pas, minder heftig dan Fakarava, is toch bijzonder mooi en interessant.  Ook hier haaien, Napoleonvissen, heel veel baarzen die, om deze tijd van het jaar, klaar liggen om kuit te schieten, hun mannetje afwachtend in de buurt, ons opgewonden wegleidend als we te dicht in de buurt komen. In Fakarava is het een big event, met duizenden baarzen, hier slechts een mini-festivalletje.
Eén keer verrassen we een enorme wolk "haringachtige vissen"  (chinchards legt Valentine ons uit) die in paniek beginnen rondschieten, overal tegen ons opbotsen, boven ons heen in onze dinghy springen. Schubben vliegen rond, een sterke vislucht verspreidt zich. Snel in ons bootje nu!

Wormzeekomkommer

Opnieuw harde wind.
Maar er komt weer stormachtige wind en hoge golven aanzetten. Het lijkt wel een tiendaags terugkerend patroon.  We horen op Polynesie Première, de middengolf radio, het verslag van de verschrikkelijkste Va'a (vlerkpauw) race ooit. Een marathonversie van meer dan 8 u, vreselijk gevecht tegen wind en hoge golven rond Mo'orea.
Valentine en Gaston kunnen voorlopig niet terugkeren. De Garue-pas in Fakarava is nu de hel. Opa Philippe, die hier is achtergebleven, harkt elke godganse dag het erf en maakt zich voor de rest zorgen over zijn pakje tabak dat nu wel erg lang op zich laat wachten.

 

Jakker in Anse Amyot, rechts de visfarm, achteraan links: restaurant Valentine.

 

Vanuit vis-perspectief moet het onderwaterschip van onze Jakker er wel uitzien als het lijf van een grote vis. De verschillende soorten kleine visjes die onder onze romp bescherming zoeken, blijken daarvan overtuigd. Ook de remora's, de zuigvissen, zien in ons een prima gastheer. Normaal hechten ze zich, met de zuignap bovenop hun platte kop, vast op haaien, schildpadden. De remora, een aaseter, leeft vooral van visrestjes die in het water dwarrelen als hun gastheer-haai een flinke hap in een prooi zet.

Ook onder Jakker kan hij op regelmatige tijdstippen rekenen op lekkere brokjes. Bij elke maaltijd worden er wel kruimeltjes overboord gezet. Vetrandjes, oud brood, restjes vis, vlees. Afwaswater...heerlijk. Maar de ware delicatesse komt vooral 's morgens en na maaltijden uit de afvoer van het kleinste kamertje. Zeilers vervuilen het water....belange niet, zolang onze huisdieren, de remora's, en zovele andere visjes, bij ons zijn, wordt alles netjes en haast voor het het water raakt, opgepeuzeld.
Hier in lieflijk Anse Amyot (Toau) zijn de zuigvissen ook weer van de partij. Hebben we ze helemaal, vastgeplakt aan onze kiel, 40 mijl lang, meegenomen van Fakarava? Of zijn het nieuwe vriendjes die hier in de lagune op boten wachten? Tenzij we ze zouden kunnen merken,  zullen we het wel nooit weten...