Het Noordzeegevoel.

We zagen hun silhouetten al in de verte, op weg hierheen. Vertrouwde Noordzee silhouetten...grote garnalenvissers. Nu liggen er een vijftal voor anker rond een soort fabrieks-moederschip in Cayo Cuervo. Cuba is tweede grootste wereldexporteur van "crustaceeën". Hier komen die dus vandaan.

 

"Vissers, die hebben diesel bij", zo redeneert Tony. "Ik ga vragen of ze wat kunnen missen." Nee, diesel niet, camarones (grote garnalen) des te meer. Met een emmertje vol komt schipper terug. Verontwaardigd, beledigd waren ze, toen hij vroeg hoeveel het kostte. Met de helft voor Calamares houden we nóg 2 kg over.

Dat wordt paasfestijn met scampi's.  Flink uit de kluiten gewassen exemplaren bovendien.

 

Scampi's beu?

We zijn nu een week onderweg. Kip en vlees zijn op. Dus leven we van de zee.

Keerzijde van de medaille : als je niet oplet, binnen de kortste keren een degout van al die mooie beestjes die zwaar op je maag liggen. Onvoorstelbaar voor ons. Wij, die elke (feestelijke) gelegenheid aangrepen om Scampi Alessandro te gaan eten bij Da Lydia in Maasmechelen !

 

Zoveel cayos.

We zeilen weer verder, in de beschutting ten noorden van de Cayos en de Laberinto de las Doce (=12) Leguas. Hou je vast : dit barrière rif kreeg zijn naam van Columbus himself. Heet nog steeds zo. Legua is een Spaanse zeevaarders lengtemaat uit die tijd, 5,5 km, die barrière is dus 66 km lang.

 

Gewapend met dé bijbel voor Cuba, onze in Curaçao natgeregende pilot van Nigel Calder, onze gps-kaartplotter en een back-up met andere kaarten op de laptop, durven we ons tussen de riffen te wagen.  Nooit verliezen we de dieptemeter uit het oog.

 

Een overzicht.

Pasen : Cayo Manuel Gomez.  Grote baai.  Zachtgekookte eitjes als paasontbijt. Daarna snorkelen. Zachtmoedige Walter wordt, bij het zien van drie langoesten onder een koraalblok, plots een wrede jager. Maar stok, emmer, handschoenen, wat baat het allemaal als je niet snel genoeg bent om het beest in je net te strikken als hij plots vrij zwemt.

 

Harde wind.

Paasmaandag : Cayo Algodón Grande. Jakker waagt zich een stuk verder de lagune in. Ligt daar veel rustiger dan Calamares. Vooral nadat we, als de felle noordoosten wind 's avonds opsteekt, toch nog wat verder van de ondiepte weg, opnieuw ankeren.

 

Vissersboot.

Dinsdag : Cayo Grenada. Zeven uur anker op. Het is inmiddels ook in Cuba zomertijd! Toevallig op de radio gehoord. Heerlijk zeilen tot de middag. We lopen 8,5 knopen door het water! De rest van het traject, een denkbeeldig kanaal tussen riffen door, moet de motor ons weer helpen. De namiddagwind komt uit het zuiden, van de zee, en blaast zwakjes. Tony " eyeballt" ons binnen in de baai. 

Dichtbij de mangroven ligt hij, een vissersboot : Plastico 350 !

 

In de keuken tot 's avonds.

Het is 22 uur. Tony en ik in de keuken. Zweet parelt, nee, niet enkel op ons voorhoofd. De laatste kookpot is afgewassen. De kajuit ruikt naar vis. De koelkast zit vol. 

 

Wanhopig was ik. Wat doen die vissermannen, met al hun goede bedoelingen en hun regalos (cadeaus), ons aan.  In hun mooiste, vers uit hun plunjezak gepakte t-shirts komen ze naar ons toe roeien met...langoesten.  O nee, geen langoesten. Geen nood.  Eventjes heen en weer roeien, naar het moederschip, voor een pracht palmeto, die ze aan dek bij Calamares vakkundig fileren. Filets die we met vier man niet in één keer opkrijgen.

Geld willen ze niet, wat gezelschap van "andere" mensen zeker wel. En een biertje, kostprijs 1 CUC. Een godsgeschenk. Onbetaalbaar voor hen, met hun maandloon van 12 CUC.  En toch houden ze van hun "revolutionaire" Cuba. Wij zullen dat wel nooit kunnen vatten.

 

Afscheid van..een zitzak.

Sigaretten, rum, t-shirts ze nemen het met grote dankbaarheid aan.

Dit is dé situatie waarop wij al meer dan een jaar wachtten. Sorry, Stefie :  "Je zitzak ligt nu onder een dankbare Cubaanse zeemannenkont". Die zitzak was een enorm, halve kajuit vullend geschenk. Menig romantisch uurtje brachten verliefde stelletjes, al liggend op die zitzak, op het voordek door. Voor ons in de kuip een heerlijke "zetel".  Mits enige oefening lukte het vrij aardig ons er op de juiste manier in te nestelen.

In het frisse klimaat thuis, was het een heerlijk isolerend bedje, dat je eigen warmte perfect bewaart...Hier in de tropen enkel 's nachts te gebruiken, overdag een soort gloeiend heet martelbed. Nu een jaar al niet meer gebruikt (het laatst door Karen en JM). Perfect voor vissers tijdens de frisse nachten, lijkt ons.

 

Het houdt niet op.

Maar....dit wordt echt een straatje zonder eind. Nu willen zíj ons weer iets schenken.  Vis, natuurlijk, ze hebben niks anders.  En of ze aan boord kunnen komen.

Maar wij wimpelen hun af, moeilijk hoor. De zon is al onder en we moeten maar eens beginnen met al die vis klaar te maken voor de koelkast. Dat begrijpen ze. Overboord gooien is toch geen optie.

Als ze weggaan, ik durf het haast niet zeggen, hebben ze ook nog stiekem drie grote langoesten achtergelaten. 

 

Je zou toch voor minder visioenen van een heerlijke steak krijgen, niet?

Maar, ik neem mijn woorden terug. Die palmeto is wellicht de lekkerste vis die wij ooit aten. Met zoveel vriendschap gegeven.