Karen, onze webmaster, komt ons zondag bezoeken, voor een week. Vermits ik in Cuba geen toegang heb tot onze blog, plaatste zij de tekstjes van de voorbije week, die ik haar met de radio toestuurde. Nu even niet dus. Een beetje geduld !

 

Immens meer.
Vlot, zij het op motor want heel weinig wind, bereiken we de ingang van het kanaal naar Cienfuegos. Netjes tussen de rode en groene boeien door…en dan strekt zich voor ons een immens binnenmeer uit. Pas een half uur later komen we bij de ankerplek voor de marina. Een collega cruiser brengt de Aduana- en Guarda Frontera-man aan boord. We zijn al ingeklaard in Cuba, jah…maar ze moeten onze despacho zien en…vullen ook weer papieren in. Steeds dezelfde info over boot en bemanning.
Ze lusten wel een koud biertje en graag een drietal blikjes ‘for the road’. Guarda-man houdt van onze Jakker-petjes en of hij er eentje krijgt. Wat doe je dan?
Vlug onze Jak van het voordek, motor erop want de mannen moeten terug naar hun kantoor. Hebben zelf geen bootje.

Pas de Deux.
Later strekken wij ook even de benen in de haven. Alle boten checken of er bekenden bij zijn. Tuurlijk…Pas de Deux. Sympathieke Duitse vrienden die we al meer dan een jaar kennen. Laatst gezien in Grenada. Als zeiler heb je overal gezelschap en leuke avonden.

Aangename stad.
Met hen gaan we de volgende dag naar de erg koloniaal-Frans aandoende stad. Inderdaad, begin 19de eeuw woonden hier talloze Fransen, die hun stempel op de architectuur drukten. We gaan met de ‘calèche’. Hopen maar dat de man op de bok zijn paardje niet te veel afpeigert.
Eerste indruk van Cienfuegos centro : de mooiste stad sinds…Lissabon. Echt waar.
Rustige, aangename stad. Vriendelijke mensen. Naar ons gevoel heel weinig auto’s. De old timers, zo typisch voor Cuba, geraken, hier tenminste, stilaan in de minderheid. We zien nogal wat kleine Japanners en Koreanen.
We wandelen heen en weer op de promenade. Winkels, totaal verschillend van bij ons thuis. Je moet goed kijken om achter de deuren een winkel te vermoeden. Kan buiten niet zien wat er binnen te koop is. Veel volk betekent peso winkel. Minder volk : dollarwinkel.

Peso.
Als je naar Cuba reist, dien je iets te begrijpen van hun economie met twee versnellingen, twee munteenheden. Cubanen betalen in pesos cubanos voor de basis spullen zoals brood, groenten, boeken, vervoer.  Belachelijk goedkoop voor ons. Een ijsje met twee bollen bijvoorbeeld 2 pesos. Waarde : 2 oude Belgische franken !
In een peso winkel moet je eerst  uitzoeken wat er te koop is (in de dollarwinkel ook trouwens). In de rij gaan staan, met het risico dat alles uitverkocht is als jij aan de beurt bent.

CUC.
Tientallen jaren geleden heeft men dollarwinkels geopend, voor buitenlanders, om zo aan die harde valuta te geraken. Toen die "dollar economie" groeide en zelfs Cubanen toegelaten werden in de winkels (de enige plek waar ze echt leuke spullen voor hun huis en henzelf kunnen kopen), bleek er al snel een tekort aan dollars en is men begonnen met het uitgeven van CUC. Uitwisselbaar met dollar, in Cuba tenminste. Want elders in de wereld niks waard.20
Buitenlanders moeten hun geld ruilen voor CUC (Peso Convertible). Daarmee betaal je in hotels, restaurants, casas particulares, dollarwinkels.
Lijkt wat ingewikkeld…maar je hebt het systeem snel door.

Eén ding is duidelijk, de mensen die geen toegang hebben tot CUC’s, die dus niet met toeristen te maken hebben, en dat zijn er nogal wat, zijn de klos. Hun bestaan is een gevecht. Overleven.