Net zoals we Ile à Vache zagen verschijnen aan de horizon, zo verdwijnt het eiland en de baai, met de vele witte zeiltjes, nu achter ons. De hoge bergen van Haïti, met hun deken van dikke wolken, die houden ons nog lang in de gaten.

 

Gisteren namen we afscheid van het prachtig idyllische eiland met het lelijke kantje. Via Caille Coq ( het dorp), het rotspad langs de waterput en over de heuvel klommen en daalden we in echte 'hash'-stijl helemaal naar de zeekant. Daar, in de bar van het Amerikaans hotel Abaka lieten wij van de Jakker, de Calamares en de Nirvana ons het stokbrood en de frisdrank smaken.20 Twee gasten slechts in het hotel. Amerikaanse meisjes, ontwikkelingswerkers uit Les Cayes, die hier even de batterijen komen opladen ver van de miserie, de vuilnis en de armoede.

Haïti was al het armste land van het westelijk halfrond en heeft bovendien in 2008 vier tropische stormen over zich heen gekregen en dan was er de  2010 aardbeving, de meest verwoestende natuurramp van de moderne tijd. Het land lijkt wel vervloekt.

 

's Avonds bij een laatste Haïtiaans Prestige biertje vertelt Franse zeiler Alain (Freya) van zijn frustraties. Van het structurele probleem dat de Haïtianen vooral hulp verwachten, maar er totaal geen logistiek is en geen efficiënte medewerking van de regering en bevolking. Van de enorme problemen die hij had om de tonnen voedselhulp die hij bij zijn vrienden inzamelde hier te verdelen. Van de zinloos eindeloze discussies met de locals die steed meer vragen. Je wordt er zo moe van.

 

Het begint al met de "Hello"jogentjes in hun uitgeholde boomstam die ze constant moeten leegscheppen terwijl ze met je praten. Eerst willen ze weten hoe je je voelt, dan vragen ze een schriftje, een koekje, dan hebben ze nog meer honger, willen ze geld voor school....Zelfs als je dat allemaal geeft, houden ze nog niet op, zo vertelde Gaby van Nirvana teleurgesteld.

Wij proberen enkel iets te geven als ze er ook wat voor doen. Bedelen...het helpt niemand vooruit.

 

Wij rijke westerlingen bezwijken natuurlijk snel als twee grote bruine kinderogen met calcuttalook naar ons kijken.

Maar als je niet wat eelt op je ziel krijgt, houd je het hier niet uit. Wij hebben de rollen omgekeerd, kunnen net zo een meewarig gezicht opzetten nu ze ons bestolen hebben .

 

 

 

"Zo half elf, ik ga slapen. Even kijken of ik nog sms'jes kreeg....maar waar is mijn GSM?  Nergens te vinden?!  En die van Tony zie ik ook nergens! En wat vreemd, het grote luik boven de tafel staat helemaal opengeklapt, dat doen wij nooit!!!!!

O nee, we hebben  ongenood 'bezoek' gehad.

 

Vreemd is dat, je weet niet zo gauw te inventariseren wat je mist.

Maar uiteindelijk blijkt er ook nog geld gestolen, onze super kleine video camera (verjaardagscadeau voor Tony) een oude MP3 player en Tony's horloge.

 

Opeens klaar wakker, begin je te denken wat het belangrijkst is om onmiddellijk te doen.  Onze GSM's blokkeren voordat de dieven peperdure telefoontjes beginnen te doen.

Dus email aan hulplijn Karen met de vraag dat te doen.  Dank zij de I-pad, het is weekend en ze is niet thuis,  kan ze toch razendsnel reageren.

 

Tony probeert op de ankerplek uit te vinden of er nog slachtoffers zijn. Maar het is lang na 'sailors midnight' (21 u) en hij vindt slechts twee boten wakker.

Hij weet nu wel dat iedereen uit eten was aan de wal. Er was geen maan en onze boot was het best verlicht. Dat je ons luik op een bepaalde manier kan forceren, wist onze kapitein niet eens. Hij is meteen gaan uitproberen hoe dat kan.

 

Zaterdag antwoorden we aan iedereen die met zijn bootje langszij komt :  Non, ça ne va pas!!!! Dat we niet tevreden zijn en dat we er ruchtbaarheid aan zullen geven zodat andere zeilers hun conclusies kunnen trekken. Dan zal er heel wat minder voedsel- en andere hulp van de zeilers komen.

Velen beloven ons op onderzoek uit te trekken. We vragen Jean Jean, waar  we gisteren zaten te eten toen het gebeurde, of hij op ontdekking wil uitgaan. We zijn benieuwd.  Politie is er niet.

 

Monsieur Didier van het hotel denkt dat ze ondertussen de spullen al te koop hebben aangeboden in Les Cayes. Daar liggen onze GSM's dan tussen alle anderen tweedehands mobieltjes.

 

Dé koning van de Carieb is Digicel, zelfs hier in het armste land van het westelijk halfrond. En ook hier lopen vele jongeren rond : mobieltje in hun hand en oortjes in hun oren.

Natuurlijk gunnen wij hun dat.

 

Je weet ook dat je een risico loopt door hierheen te komen met al je rijkdom. En we zijn blij dat ze de laptops en andere apparaten met rust lieten.

 

Het zou pas de eerste keer zijn dat er wordt ingebroken in een jacht. 

Gaat Ile à Vache stilaan dezelfde kant uit als St. Lucia en andere St. Vincents?

Of hadden wij gewoon pech op ....vrijdag de dertiende!

 

 

En daar is dan op een dag Kahma. In zijn uitgeholde boomstam komt hij langszij. Eén van de zovelen in de stoet van 'Hello'-roepende, bedelende mannekes in kano's. Of we geen zin hebben in een boottocht naar de stad. De stad dat is Les Cayes, 15 km over de woelige baai naar de overkant, vasteland Haïti.

Hij zal onze gids zijn., wil ons naar immmigraties brengen, naar de markt, het internetcafé...en hij zal zorgen voor het vullen van de gasflessen. Dat wordt inderdaad tijd, we zijn aan onze laatste begonnen.

 

Zo komt het dat ik hier nu samen met Tony, Emmy, Walter, onze Schotse buurman en tien lokalen in een smalle (drie personen kunnen net naast elkaar) houten boot zit. Als bootvluchtelingen (wij veiligheidshalve met zwemvest en regenponcho) onder een enorm plastic zeil. Dat zeil werd naar achteren doorgegeven zo gauw we onze beschutte baai uitvoeren. Krampachtig houden wij het flapperende ding vast over onze knieën, boven ons hoofd. Chinese tekens en de naam van een Boedhistische hulporganisatie vlak voor mijn neus. Dat is immers de herkomst van het plastic. De lucht eronder wordt schaars en sauna-heet.  Qua claustrofobische ervaring kan dit tellen. Zout boegwater spat toch nog af en toe over mijn benen. Pech, ik had de laatste beschikbare zitplaats aan de windkant helemaal vooraan.

 

Na een half uur wordt het pijnlijk. Billen, rug, heupen beginnen te protesteren. Door een gaatje in de plastic kan ik het land zien naderen. Veel verval, van ver zie je het al. Maar ik zie geen pier of steiger, hoe gaan wie hier aan land?

 

Geen probleem, voor een vieze, met afval opgehoogde soort kade klotsen een aantal houten sloepjes. Een oud mannetje boomt, rechtopstaand, zijn bootje langzij. Overkruipen maar, pas op dat je vingers niet tussen de twee boten klem raken. Via dat bootje springen we aan land. Bagage volgt.

 

Nu begint onze tocht door de eens zo rijke rumexport haven. Ooit stond er een mooie kathedraal. Overbijfselen van koloniale huizen. In één zo een huis zitten de immigratie officieren. We zijn voorbereid, hebben kopies van al onze documenten, van de crewlist en als we 40 dollar betalen (voor twee personen) krijgen we de stempels, in - en pas na aandringen ook : uit.(Alhoewel in de free cruising guide staat dat je gelijk kan in- en uitklaren als je 10 dagen blijft, zegt de beambte : " zeven dagen"). Zijn halfslachtige poging om ons nog wat meer geld afhandig te maken, wimpelt Tony kordaat af.

 

Op de markt wil je niet te lang rondhangen. Het stikt er van de vliegen. De lucht kan je allesbehalve fris noemen. Op de bodem ligt vuil van een paar maanden. Kamah weet waar we best dollars wisselen tegen gourdes en later koopt hij wat groenten in voor ons, hem rekenen ze redelijke prijzen aan.

 

Het rioolwater dat gewoon over de straat loopt en wat verder een gebroken drinkwaterleiding, het doet bij Tony, waterzuivering-man in hart en nieren, de haren ten berge rijzen.

 

Langs de stalletjes waar ze, op straat, mobiele telefoons herstellen en duizenden kabeltjes met oortjes, adapters en oude telefoons te koop aanbieden, komen we bij een restaurant waar we echt smakelijk een ham kaas sandwich eten.  Kamahs broer laat ondertussen de gasbus vullen, met taxi en fooi ingebrepen een fractie van de prijs van thuis.

 

Durf ik aan de tocht terug nog wel denken? De zee is duidelijk woeliger. Golven klotsen tegen de 'kade', golven van grijs afvalwater. Eerst weer in de kleine houten taxibootjes die ons naar onze 'ferry' brengen. Wij springen aan boord, Tony is laatst, het bootje drijft af en hij kan er niet meer bij. Hup, een man neemt hem op zijn rug, stapt door het vuile water richting bootje. Ok, Tony ook aan boord maar .....waar is de schipper met de lange boom? We drijven af richting kade, zullen er zo dadelijk met ons wiebelende bootje tegenaan slaan. Dan liggen we allen in dat vieze water.

Jezus, wat een geschreeuw en geruzie rondom ons, maar doe dan toch iets, mannen. Plots drijft een lange stok langszij. Walter kan hem grijpen en duwt ons zo richting 'ferry'. Oef, weer overkruipen met onze lading.

De kapitein maakt aanstalten om te vertrekken maar wij kunnen hem overtuigen te wachten op onze Schotse mede-zeiler. Vertrek 13 uur, is 13 uur, toch ook in Haïti, niet?

 

We zijn nu met minder bootvluchtelingen en mijn plekje in het midden van het bankje is iets droger. Het plastic hoeft nu vooral opzij. Maar de zee is ruwer, dus de tocht langer.

 

Nadat we de zoutkorst van gezicht, armen en benen hebben afgewassen, houden we de ganse namiddag platte rust. Maar we hadden de tocht voor geen geld willen missen.

 

 

 

Dinsdag 10.01
Roeien.
Vanavond gaan we uit eten, bij Jean Jean die eigenlijk Alexandre heet. Hij zat in één van de kano’s die ons omzwermden bij onze aankomst. Eén dag op voorhand spreek je af, dan hebben hij en zijn vrouw Rosemina, de tijd om alles in te kopen.

Aperitief op Jakker want Emmy en Walter vieren vandaag hun 40ste huwelijksverjaardag!
Daarna roeien we naar de kant. Roeien, ja, niemand hangt zijn buitenboordmotor op de dinghy. We doen als de locals. Het pagaaien met één roeispaan werkt aanstekelijk bovendien is het niet ver.

Jean Jean.
Een tochtje van twintig minuten over het donkere zandpaadje tussen palmen en huisjes brengt ons bij Jean Jean thuis. De maan is nog niet op, je hoort begroetingen, Bonsoir, ziet de mensen pas als ze vlakbij zijn. Soms loopt er iemand een eindje met ons mee, wil ons de weg tonen, vertelt dat hij een neef is van Jean Jean.

Kaliko Bar en Restaurant.
Daar klinkt muziek, die moet het geluid van de generator verdoezelen. Een tuintje, twee tafels met stoelen. De hibiscus op tafel is van stof. Veel makkelijker dan elke dag een verse plukken. Voilà, Kaliko Bar en Restaurant.20
Wijn breng je zelf mee, de geserveerde vis is heerlijk. Rijst met bonen, amandelen en een lekkere kruidenkoek toe. Als de generator uitvalt (benzine op?) eten we verder in heerlijke rust, bijgelicht door een zaklantaarn. Onvergetelijke sfeer, vuurvliegjes in het donker tussen de struiken, concert van kikkers in de verte.
Er komen wat vrienden van Jean Jean langs, maar hij zit liever bij ons en laat zich het glaasje wijn smaken. Tot slot deelt hij trots zijn businesskaartje uit. Pas van de drukker in Les Cayes. De chef zelf vergezelt ons naar onze dinghy en geeft ons nog een stam bananen mee. Wat een belevenis!

woensdag 11.01.

Caille Coq.
Er is in het dorp (Caille Coq) een bakker. Eens kijken welk brood hij verkoopt. Om 9 uur gaan we op pad. Om 12 uur zijn we pas terug van onze expeditie. Nu zien we het dorp eens bij daglicht. Het zandpaadje langs de mangroven. Huisjes, geschilderd in de mooiste kleurtjes, kris kras verspreid. Sommigen met een omheining van palmblaren, paadjes van witte keien. Hier en daar een grazend paard, auto's zijn onbestaand op het eiland.

Het dorp werkt. Op een open plek doen vrouwen de was, in grote zinken schotels. Maar ik zie ook mannen aan de was.
Overal rondom ons worden netten gevlochten. Twee boten zijn in aanbouw. Mannen laden loodzware stenen uit hun boot. Die kunnen zo meedingen naar de titel van mister World. Eén en al glanzend bruine spieren, geen gram vet.20

Boulanger du Village.
We kopen ons brood bij de boulanger, zachte witte broodjes. Thuis noemen we dat sandwiches. Er vlak naast wordt hout gehakt, de oven moet gestookt.
Aan drie kleine tafels spelen vrouwen winkeltje. Shampoo, tandpasta, secondenlijm, balsem om haren stijl te maken ....de verpakkingen zien er smoezelig uit.
Schoolkinderen komen tijdens de speeltijd even met ons praten. Tonen hun boek 'Sciences'.

En overal worden de werkenden omringd door minstens evenveel kijkers en praters. Alles even relaxed en gezapig.
Zo moet het bij ons ook geweest zijn voor de komst van de automobiel.

 

 

Land in zicht! Voor mij mag je in één adem roepen : Land in "neus". Meteen met de geur van houtvuurtjes, nog mijlenver op zee, bén je al in die andere wereld.

Tussen dikke wolkenpartijen zakt de volle maan weg in zee, terwijl, recht ertegenover de zon verwoede pogingen doet de wolken op te ruimen. Wat een luchten, Schitterend is de natuur toch.

Tony komt net op tijd uitgeslapen aan dek om de eerste zeilende vissers in hun traditionele Bois-Fouilles te zien. Zeilen, veel te groot voor hun bootje, vlinderend gevoerd, en smalle bomen waarop zijzelf balanceren om het evenwicht te bewaren.  Het zijn er wel honderden, vissend tussen Ile à Vache en het vasteland van Haïti. Een documentaire van National Geographic.

 

Het aanlopen van een nieuwe bestemming, daar zullen we wel nooit immuun voor worden. Prachtig spannend is het. Als hele kleine Colombussen voelen we ons. Ja, ja, mét GPS, geen kunst aan, dat beseffen we ook wel...

En vandaag heel bijzonder, we hebben immers publiek. Tony G. en Jos in Limburg aan de radio, varen gewoon life met ons mee. Het is het uur van de QSO.20

 

Rond de ondiepte heen vorderen we steeds verder in de baai. De waterkant is afgeboord met palmen, daartussen kleuren huisjes, bootjes liggen voor anker. Een plaatje. Daar zien we een viertal zeiljachten liggen. Meteen worden we omzwermd door kleine kano's, uitgeholde boomstammen. Als Tony roept dat hij zo niet kan maneuvreren, houden ze heel even af om dan met veel overtuiging zichzelf en hun project te komen voorstellen. Als zombies zitten we een beetje te luisteren en vertellen hen dan dat we moe zijn en willen rusten. "Ja, maar, er gaan nog veel meer jongens naar jullie toekomen," vertellen ze ons, "en luister goed naar mijn naam zodat je die niet meer vergeet".  Ozny, Jean Jean, Gaston, Villedor, Edison....duizelig word je ervan. Ze willen je naar het dorp gidsen, eten voor je maken, vragen geld om hun school te betalen...

 

Daar komt een traditionele zeilboot op ons toe. Twee toeristen zitten op een bankje."Tony!", klinkt het. We herkennen Walter en Emmy van Calamares. Ze gaan naar het dorp van Madame Bernard. Nee, dank je voor de lift, we willen eerst op adem komen en gewoon rondkijken. Met open mond rondkijken, in dit ongelooflijke decor dat sinds de dagen dat piratenkapitein Morgan hier beschutting zocht, weinig veranderde.