En daar is dan op een dag Kahma. In zijn uitgeholde boomstam komt hij langszij. Eén van de zovelen in de stoet van 'Hello'-roepende, bedelende mannekes in kano's. Of we geen zin hebben in een boottocht naar de stad. De stad dat is Les Cayes, 15 km over de woelige baai naar de overkant, vasteland Haïti.

Hij zal onze gids zijn., wil ons naar immmigraties brengen, naar de markt, het internetcafé...en hij zal zorgen voor het vullen van de gasflessen. Dat wordt inderdaad tijd, we zijn aan onze laatste begonnen.

 

Zo komt het dat ik hier nu samen met Tony, Emmy, Walter, onze Schotse buurman en tien lokalen in een smalle (drie personen kunnen net naast elkaar) houten boot zit. Als bootvluchtelingen (wij veiligheidshalve met zwemvest en regenponcho) onder een enorm plastic zeil. Dat zeil werd naar achteren doorgegeven zo gauw we onze beschutte baai uitvoeren. Krampachtig houden wij het flapperende ding vast over onze knieën, boven ons hoofd. Chinese tekens en de naam van een Boedhistische hulporganisatie vlak voor mijn neus. Dat is immers de herkomst van het plastic. De lucht eronder wordt schaars en sauna-heet.  Qua claustrofobische ervaring kan dit tellen. Zout boegwater spat toch nog af en toe over mijn benen. Pech, ik had de laatste beschikbare zitplaats aan de windkant helemaal vooraan.

 

Na een half uur wordt het pijnlijk. Billen, rug, heupen beginnen te protesteren. Door een gaatje in de plastic kan ik het land zien naderen. Veel verval, van ver zie je het al. Maar ik zie geen pier of steiger, hoe gaan wie hier aan land?

 

Geen probleem, voor een vieze, met afval opgehoogde soort kade klotsen een aantal houten sloepjes. Een oud mannetje boomt, rechtopstaand, zijn bootje langzij. Overkruipen maar, pas op dat je vingers niet tussen de twee boten klem raken. Via dat bootje springen we aan land. Bagage volgt.

 

Nu begint onze tocht door de eens zo rijke rumexport haven. Ooit stond er een mooie kathedraal. Overbijfselen van koloniale huizen. In één zo een huis zitten de immigratie officieren. We zijn voorbereid, hebben kopies van al onze documenten, van de crewlist en als we 40 dollar betalen (voor twee personen) krijgen we de stempels, in - en pas na aandringen ook : uit.(Alhoewel in de free cruising guide staat dat je gelijk kan in- en uitklaren als je 10 dagen blijft, zegt de beambte : " zeven dagen"). Zijn halfslachtige poging om ons nog wat meer geld afhandig te maken, wimpelt Tony kordaat af.

 

Op de markt wil je niet te lang rondhangen. Het stikt er van de vliegen. De lucht kan je allesbehalve fris noemen. Op de bodem ligt vuil van een paar maanden. Kamah weet waar we best dollars wisselen tegen gourdes en later koopt hij wat groenten in voor ons, hem rekenen ze redelijke prijzen aan.

 

Het rioolwater dat gewoon over de straat loopt en wat verder een gebroken drinkwaterleiding, het doet bij Tony, waterzuivering-man in hart en nieren, de haren ten berge rijzen.

 

Langs de stalletjes waar ze, op straat, mobiele telefoons herstellen en duizenden kabeltjes met oortjes, adapters en oude telefoons te koop aanbieden, komen we bij een restaurant waar we echt smakelijk een ham kaas sandwich eten.  Kamahs broer laat ondertussen de gasbus vullen, met taxi en fooi ingebrepen een fractie van de prijs van thuis.

 

Durf ik aan de tocht terug nog wel denken? De zee is duidelijk woeliger. Golven klotsen tegen de 'kade', golven van grijs afvalwater. Eerst weer in de kleine houten taxibootjes die ons naar onze 'ferry' brengen. Wij springen aan boord, Tony is laatst, het bootje drijft af en hij kan er niet meer bij. Hup, een man neemt hem op zijn rug, stapt door het vuile water richting bootje. Ok, Tony ook aan boord maar .....waar is de schipper met de lange boom? We drijven af richting kade, zullen er zo dadelijk met ons wiebelende bootje tegenaan slaan. Dan liggen we allen in dat vieze water.

Jezus, wat een geschreeuw en geruzie rondom ons, maar doe dan toch iets, mannen. Plots drijft een lange stok langszij. Walter kan hem grijpen en duwt ons zo richting 'ferry'. Oef, weer overkruipen met onze lading.

De kapitein maakt aanstalten om te vertrekken maar wij kunnen hem overtuigen te wachten op onze Schotse mede-zeiler. Vertrek 13 uur, is 13 uur, toch ook in Haïti, niet?

 

We zijn nu met minder bootvluchtelingen en mijn plekje in het midden van het bankje is iets droger. Het plastic hoeft nu vooral opzij. Maar de zee is ruwer, dus de tocht langer.

 

Nadat we de zoutkorst van gezicht, armen en benen hebben afgewassen, houden we de ganse namiddag platte rust. Maar we hadden de tocht voor geen geld willen missen.