Ik ben gecapituleerd. Tony vindt die blond-rossig-grijze haren van mij maar niks. Hij is daar duidelijk in, zo is hij nu eenmaal. Ik wilde me eigenlijk gewoon grijs laten worden, of toch lichter van haarkleur. De kapster thuis hielp me in die richting door ze asblond te kleuren. Nee, niet goed, vond Tony . Dus na lang tegenstribbelen, ja, feministen van mijn tijd, heb ik toegegeven. Zo ben ik nu eenmaal. Maar op één voorwaarde… hij gaat mij helpen mijn haar weer donker te kleuren. Vandaag nog wel.

De kajuit wordt kapsalon. Ik zit op de frigobox, recht onder de lamp en zo lukt dat verven aardig. Hier in de haven van Point à Pitre hebben we genoeg water dus het uitspoelen, mijn grootste bezwaar tegen verven want zoveel water verknoeien, gaat makkelijk.
Enig probleem: in de Champion hier in de haven hebben ze enkel de kleuren : blond, blauw-zwart en kastanjebruin.
Ik wil niet weten hoe je eruitziet met dat zwart op je kop. Het kastanjebruin, dat ik wel móest kiezen, ís gewoon zwart.
Resultaat : ik loop, als een Russische Svetlana op jaren, in de haven rond. Enkel de vuurrode lippen en koolzwarte wenkbrauwen ontbreken nog. Zelf schrik ik telkens als ik een spiegel passeer.
Tony is gelukkig. "Ok, het is wel wat te donker, maar toen ik je leerde kennen was je nog zwarter " en  "Waarom zou je mooie bloesjes en rokjes kopen? Met je oma-haren kan je beter oma-kleren aantrekken. " Zijn woorden. Ik zei het toch al, ongezouten krijg je zijn mening.
Die mening bestaat nu nog enkel uit complimentjes. Veel aangenamer als je dag in, dag uit met elkaar optrekt.
De haren maken de vrouw of liefde is…je haren kleuren in zijn favoriete kleur!

Ja, ja, hierbij een foto, daar zit je toch op te wachten en verder wil ik er niks meer over horen.

 

 

 

 



Ze stappen in de taxi (netjes op tijd zoals besteld, dit zijn de Antillen) en zijn weg. Zo eenvoudig vertrekken je kinderen weer voor een tijdje uit je leven. Wij blijven achter met honderden foto’s, filmpjes en zoete herinneringen. Met pijn in het hart denken we aan dat lieve, kleine ventje dat ons al echt kende na die twee weken. We missen hem nu al ontzettend.
Al die kleine, nieuwe dingetjes die hij de volgende maanden stilaan zal leren, zullen we niet meemaken.
Maar er is skype en dat nieuwe wonder-communicatiemiddel willen we zo vaak als kan, gebruiken.
Dan is het nu weer de beurt aan de grootouders uit Wetteren om Lyam te vertroetelen.

En wij kijken na die heerlijk weken met het gezinnetje van Bert alweer uit naar het bezoek van Karen. Dat is het zeilersbestaan.

Om de pijn te verzachten, storten we ons op “werk”.  Niet alleen wassen, plassen en inkopen doen. Eindelijk, eindelijk kunnen we nog eens op internet, dus foto’s , foto’s, hier komen ze. 

 

 {pgslideshow id=30|width=670|height=480|delay=4000|image=L}


 

Onder een stralende zon en blauwe lucht zijn we teruggezeild naar Guadeloupe. De passaatwind is nog niet teruggekeerd. Af en toe moest de motor dus aan. Terug naar Berts favoriete eilandje, Îlet du Gosier. Waarom zou je verder zoeken als hier alles voorhanden is. Behalve wind om te kiten dan, maar die is er nergens nu.

Gosier, als je het ons vraagt, het meest sportieve stadje van Guadeloupe. Van zonsopgang, rond 6 u, zijn ze er, de zwemmers. Trage zwemmers, die vaak stoppen en een praatje maken dat over het water klinkt in de stille ochtend. Snelle zwemmers, een tiental bij mekaar, om ter eerst aan het eilandje. Zwemmers met een boeitje achter zich aan, een waarschuwing voor de boten die hier rondvaren.
Oudere zwemmers en jonge. Blanke maar vooral zwarte zwemmers.
Dat gaat zo door tot 's avonds. Wij proberen het ook eens, van Jakker tot het eilandje. Bert doet nog beter, zwemt op een half uur tot het strand aan het stadje, naar het eilandje en terug naar Jakker.

Ook snorkelen is een goed alternatief voor kiten. We gaan om beurt per twee met Jak naar het rif. Hier is heel wat te zien en zo ondiep. Wat een eerste snorkel-ervaring voor Stefanie! Buiten de "gewone" visjes, ontdekken we vandaag een langoust. We zien een zwart gevlekte "porcupinefish" (in het Nederlands stekelvarken-vis ? - tja, we hebben enkel een Engelstalige gids over de rifvissen) die zich onder een grote koraalblok verbergt.
En een "poets garnaal", prachtig rood-witte garnaal, lokt aan de ingang van zijn grot klanten(vissen) met zijn lange spierwitte sprieten.

Om beurt passen we ook op Lyam. We waren echt vergeten hoe snel zo een klein ventje bijleert. Hij brabbelt en kraait nu heel vlotjes, lacht makkelijk als hij een gezicht dichtbij ontwaart, luistert naar het baby-melodietje, probeert zich op te trekken met zijn armpjes en staat dan in wankel evenwicht rechtop op zijn mollige beentjes (perfecte oefening voor een latere waterstart met zijn kite, knipoogt Bert).

Als de zon onder is, genieten wij in de kuip van de volle maan. Prachtig hoe die het eilandje verlicht en nu er geen wind staat, kan je gewoon tot op de bodem van dit immense zwembad kijken en in het witte maanlicht de roodachtige zeesterren bewonderen tussen het zeegras.

Paradijs?!

 

Het is 9 uur. Ontbijt achter de kiezen, alles aan kant en zeevast, ook onze jongste matroos, zijn klamboebed met kussens nog steviger ingeklemd.
We gaan vandaag een beetje "oceaan" proeven en "le canal" tussen Guadeloupe en Īles des Saintes oversteken. Het weerbericht is perfect : 3-4 bf wind, golven van 1,60 m, volop zon. Ook het zicht is uitstekend. We zien Souffričre, de vulkaan, roken. We zien Marie Galante (ook een eiland van Guadeloupe) en in de verte doemt het hoge Dominica op. De eilanden vóór ons, daar koersen we heen aan een mooie 5 - 6 knopen.
Bert en ook Stefanie sturen het hele stuk. Lyam geeft geen kik. Vier uur lang ligt hij op zijn buikje in de zich langzaam opwarmende kajuit. Omwille van overkomend water, kan je de luiken niet zomaar openzetten. Maar het deert hem duidelijk niet.

Ons bezoek is al een week ingeschommeld, deze golven kunnen hun dus niet echt deren.
Iedereen is tevreden als we het anker laten vallen bij Bourg les Saintes (Terre-de-Haut).

's Avonds in hotel LoBleu, waar gratis wifi is, kunnen oma en opa uit Wetteren zich er persoonlijk van overtuigen dat alles prima in orde is met iedereen maar vooral met Lyam, die, klein als hij is, overal de aandacht trekt.

Lyam, die toen hij pas aankwam in Guadeloupe, wat aarzelend voor de eerste keren lachte, dat nu steeds vaker doet en ook grimassen trekkend ons probeert "na te praten".
Vooral 's morgens voert hij hele conversaties met bompa. Een ochtendmensje?

 

Toen Tony het in de gaten kreeg, was het al rijkelijk laat. Zijn praatje met de gepensioneerde Fransman moest hij abrupt afbreken. Hij kon Stefanie toch niet zomaar, met kite en al, in de handen en in de boot van een weliswaar overvriendelijke zwarte man, laten. Schone rescueboot voor onze kitesurfers is hij.
Te laat zag hij dat Bert Stefanies board achter zich aantrok, in een poging haar te helpen. Zijzelf lag in het water te wachten op hulp, de lijnen van haar kite verstrikt achter een boei.

De man van de kleine "navette" (veerboot) zag zijn kans schoon een mooie blanke madam te "redden". In no time had hij haar aan boord gehezen.  Begon in het wilde weg aan de touwen te trekken om ook haar kite binnenboord te halen. Ramp?als je iets niet mag doen, is het wel die lijnen in de war brengen.

Intussen kite Bert richting Jakker. "Te weinig wind," schreeuwt hij, "kan niet tegen de wind in om Stefanie te helpen". "Gooi snel een touw" . Te laat, dat lukt mij niet meer. Hij kan niet stoppen en waait gewoon verder richting Point-ą-Pitre.
Daar komt Tony eindelijk aan, Stefanie en kitezeil in de Jak. Als ze dicht genoeg bij Berts zeil raken, kunnen ze ook daar de lucht uit laten ontsnappen en het hele zootje, Bert incluis aan boord nemen. Redding gelukt.
Of waarom je steeds met aanlandige wind moet kiten. Doen ze ook altijd, behalve als er zo een geweldige reddingsboot voorhanden is.

Nu eerst maar eens die kitezeilen mooi opplooien en aan dek stouwen en dan naar downtown Gosier om te genieten van het mooiste uurtje van de dag, vlak vóór zonsondergang.
Iedereen in Jak en de strandlanding lukt perfect.
Eerst is het nog broeierig warm in de straatjes. Zeker voor Bert met Lyam, dat kleine kacheltje, in de draagzak. Later, op het terras, is het aangenaam zwoel. Als sundowner drinken we een paar peperdure (4 ?) Carib biertjes, het is immers vakantie.
Tijdens onze afvaart van het strand hebben we de grootste lol. Zitten die biertjes er voor iets tussen wellicht? Stefanie, baby in de ene arm, roeit met de andere. Ik aan de linker roeispaan, zo steken we van wal. De mannen houden Jak recht in de golven, wij roeien tot het diep genoeg is om de motor naar beneden te klappen. Nu springen de mannen ook aan boord, motortje aan en weg.
Zelfs zo'n eenvoudig uitje, op de Jakker is het altijd een beetje avontuur!