Na ruim één week kan het wel. Een evaluatie van de overtocht, gebruikelijk zo bij het begin van het jaar.

Ook gebruikelijk: de ellendig hoge dwarsgolven, het eeuwige rollen dat vergeet je allemaal, vooral de mooie momenten blijven hangen. De ontmoeting met de orca’s en de andere walvissen. De ontelbare prachtige zonsop- en ondergangen, de sterrenhemels, de vallende sterren. Het praatje dat we maakten met de captain van de catamaran. Het rustgevende van routine en wacht lopen. De nachten alleen in de kuip, rustig je gedachten laten kabbelen. Het lekkere eten dat we toch elke dag weer voor elkaar kregen. Bij onze aankomst hadden we zelfs nog appels, appelsienen, aardappelen en tomaten over. We kennen anderen die enkel op blikgoed overleefden.
Dan was er het hoogtepunt van de dag : het noteren van de positie en het uitrekenen van de dagafstand, de grootste: 135 nm,  de kleinste: 80 nm.
Ander hoogtepunt: ons gesprek met het thuisfront, de radio amateurs van de NOL. Toch een prestatie op zich, elke dag een sked. Alleen voelden we ons zeker nooit, ondanks de grote plas blauw water rondom.

In perfecte harmonie met elkaar en vanzelfsprekende samenwerking hebben we deze Mont Ventoux van de zeilers gehaald. Niet in het minst dank zij Jakker, Pierke en Jefke: die ons geen moment in de steek lieten.  De enige schade, een paar doorgesleten touwen.
Volmaakt tevreden dus.