Rond half twaalf varen we tussen Le Rocher du Diamant en Martinique door. We zijn bijna halfweg op onze tocht naar Fort de France, de hoofdstad van het eiland.

Het steile rotseilandje (Diamant rots), van ver lijkt het nog het meest op een broodje, heeft geschiedenis geschreven. Ten tijde van Napoleon wilden de Engelsen, die nog altijd heer en meester waren op zee, hier wel graag, erg strategisch, een schip stationeren. Schepen waren er echter te weinig en een Engelse slimmerik bedacht dat de rots ook perfect als schip kon fungeren. Zo komt het dat deze rots, gedurende 18 maanden, tot de Fransen hen verdreven,  H.M.S. Diamond Rock heette. Geen pretje voor degenen die hier gestationeerd waren. De rots stijgt recht uit zee op, is kaal en vergeven van slangen. Toch plaatsten de Engelsen hier kanonnen, erg onaangenaam voor de niets vermoedende schepen die hier langs voeren naar Martinique.
Napoleon, wiens vrouw Joséphine geboren is op Martinique , kon dit niet over zijn kant laten gaan en beval de inname van de rots, hetgeen boven alle verwachtingen nog lukte ook. Nadien hebben de Engelsen bij de slag van Trafalgar wel wraak genomen. Zo gaat dat in de geschiedenis nu eenmaal.

Eenmaal de rots voorbij nemen de golven af en de wind toe. Met een sneltreinvaart stuiven we voorbij vele baaien, de ene al mooier dan de andere. Overal liggen jachten op anker. Hier komen we nog wel eens een kijkje nemen. Nu eerst maar verder naar Fort de France.

De grote baai van deze stad opent zich voor ons. “Vaar eens vlug stuurboord uit, hier drijft …..een schaap, een man??? Nee, het is maar een schildpad!  Oef. “
Zonder verdere problemen zeilen we naar de overkant en laten het anker vallen vóór het Fort St. Louis. Een fort type Vauban, zoals er in Frankrijk ontelbare gebouwd zijn.
Ook hier zijn jachten meer dan welkom, een grote dinghy steiger verwelkomt ons, er vlakbij een groot park.

Dus gaan we een namiddagje wandelen in de hoofdstad van het eiland, die met haar kleine straatjes, de wat vervallen houten huisjes en de gemoedelijke sfeer, met erg veel lachende zwarte mensen, eerder doet denken aan een groot dorp.

Benieuwd hoe het Karen hier bevalt morgen.