Verzonden via W2LK

Ik durf het haast niet te zeggen, wil jullie niet al té jaloers maken. Heel stilletjes dan ..we liggen in het azuurste blauw water bij een hagelwit strand. Het zuiden van Sal, Baia de Santa Maria. We zijn onmiddellijk in dat heerlijke water gesprongen.
Hallucinant! Laat dit vakantieplaatje je koude sneeuw-winterdag verwarmen, terwijl je bij een gevoelstemperatuur van - 12 ° van je auto naar kantoor loopt of van je auto naar je woning, laarzen aan en dikke winterjas. Laat het een dekentje zijn om de kilte van de avond te verzachten.



Op een tweetal uurtjes zeilden we met een lekker windje van Palmeira naar hier. Dit keer werden we vergast op een vliegshow van vliegende vissen. Het zijn elfjes die net boven het water vliegen. Met hun fragiele, doorzichtige vleugels en hun blauwe lijfje vliegen ze echt een heel eind ver, zwenken een andere richting uit, zoals echte vogels. Heel sierlijk allemaal.



Van ver zien we ze al aan komen varen. Twee schepen, heel dicht bij elkaar. Eerst denken we nog dat het een tweemaster is. Nee, het is een sleep. De ene zeilboot trekt de andere voort. Dan moeten het haast wel de Tin Hau en de La Luna, met motorpech, zijn. We hoorden op het Nederlandse 'netje' dat ze van Gambia onderweg hierheen zijn. We praten even over de marifoon en horen later dat ze ook naar deze baai komen, samen met Abel T en  ECH'o  (Belgen).
Een heuse Nederlandstalige invasie!



Gisteren zijn we hier een kijkje komen nemen met de aluguer (verzameltaxi). Het was windstil en een beetje onweerachtig. Man, man, wat was het heet. We konden het vocht dat we verloren niet bij gedronken krijgen en zwalpten van het ene terrasje naar het andere.
In Santa Maria heb je het snel gezien dus stopten we op de weg terug nog maar even in Espargos om wat boodschappen te doen en te 'surfen'.
Toen we op de site van de Liberty een kijkje gingen nemen, schrokken we toch wel even. Opstapper Henk terug naar Nederland. Margreet die de overtocht wellicht niet meedoet, omdat ze steeds maar ziek blijft worden, Erik wiens hand nog niet in orde is en op zoek is naar opstappers.
We ontvangen hen niet meer met onze radio op het afgesproken uur.
Dus : Erik, als je dit leest, weet dat we jullie avontuur blijven volgen en meeleven met jullie tegenslagen. Jullie komen er beslist wel uit.
Ook de Nederlanders die hier vandaag toekwamen, willen allemaal weten hoe het jullie vergaat.



Verder maken we er vandaag een rustige avond van.
Gisteren was het gezellig met Filip en Diane (Miles Ahead), onze Genkse buren, aan boord. Bij wat koele Leffes, die zij al te lang moesten missen,  hebben we heel wat afgebabbeld.
De rest van ons voorraadje bewaren we voor nog een gelegenheid als deze.


Verzonden via W2LK

 

Overal horen we hetzelfde liedje. "Het weer doet raar. We begrijpen het niet. Het is warmer/kouder dan normaal. Het regent meer/minder."
Ook hier op Sal. Vorige maand heeft het 20 dagen geregend, vertelt men ons. Heel uitzonderlijk. Als je over het eiland rijdt, merk je een voorzichtig groene waas over de dorre ondergrond.

 

Zeilers zeggen dat het een La Niña' jaar zou zijn. Komt het daardoor?

 

Feit is dat de passaatwinden waar wij allen op wachten om over te steken naar de Carieb, op zich laten wachten. Er heerst nu zelfs een heuse ZW storm op de oceaan die reikt tot de Canarische eilanden. De ARC (Atlantic Race for Cruisers) wordt er danig door verstoord. Een tiental zeilers zocht zijn heil in Mindelo (Saõ Vicente) en wacht daar beter weer af.

 

Wij worden, voor de derde keer sinds we vertrokken, getrakteerd op hoge golven. Dit keer veroorzaakt door die storm. Tot 4 m hoog zouden ze worden. Onze trip naar het zuiden van Sal, naar de baai van Santa Maria, hebben we maar uitgesteld. We hadden nochtans gisteren radiocontact met de Moonrise ( een Nederlandse vertrekker) die ons verzekerde dat de swell daar wel meeviel.
Carlos, een oude zeer ervaren Duitse zeerot, die hier is blijven hangen nadat zijn boot zonk in de haven, waarschuwde ons echter dat het in het zuiden nog veel erger te keer gaat.

 

Toen we dan vanmorgen vroeg om 7 u al bezig waren onze boot te verplaatsen, dichter naar de kant, vanwege het onophoudelijke schommelen, wisten we het wel. We blijven hier nog even liggen.

 

In Palmeira is best wel genoeg te beleven.
De thuiskomst van de enige visser die, met deze swell, durft uitvaren. Het gevecht van al de mensen die op de kade die visser opwachten met manden. Je probeert in die manden zoveel vis te verzamelen als mogelijk. Later laat je de vissen tellen en betaal je. De dappersten springen gewoon in het water met hun mand, klimmen aan boord en grabbelen de vissen bij elkaar. Voor ons schieten er ook nog drie makreeltjes over.

 

De sensatie die de aankomst van een busje toeristen veroorzaakt. Iedereen is plots handelaar, installeert tafeltjes en verkoopt snuisterijen en rum.

 

Het gadeslaan van het leven van alledag. De vele werklozen die wat rondhangen. De vrouwen die klussen rond en in het huis. De jonge moedertjes met babytjes op de heup, die naar het winkeltje om de hoek lopen. Grote, slanke vrouwen en meisjes.
Doen je denken aan miss België van een paar jaar geleden.

 

En dan hebben we ook nog zoveel te kletsen met onze buren, de Genkenaren. Van Bokrijk nota bene, vlakbij onze voormalige thuis.

 

Tijd te kort gewoon!

 

 

Verzonden via W2LK

 

Ik zit in de kuip en zie... Afrika. Een wat smoezelig stadje, sommige huisjes fel blauw, groen of geel geschilderd. Een kaai met vrachtboot. Een kaaitje van rotsblokken met cafeetje, waar vissers hun vangst verkopen in een drukte van jewelste. De tanks van Shell met olievoorraad voor het eiland. Het savannestrand met acacia's waar men 's morgens jogt en 's avonds een balletje schopt. De wel twintig andere wereldzeilers hier voor anker.  We zijn in Porto da Palmeira, Sal. Eén van de drie plekken op Cabo Verde waar je kan inklaren.

 

De voorlaatste dag van onze overtocht krijgen we echte wind cadeau. Het venijn zit weer eens in de staart. Als we tot dan een gezapige 4 knopen liepen, worden er dat nu plots wel 6... alleen . té laat. Zelfs aan die snelheid halen we het niet vóór donker. Remmen dus, een haven aanlopen bij nacht, zeker in Afrika, waar je nogal wat onverlichte boeien en andere verrassingen aantreft, we houden er niet van.

 

Met een belachelijk lapje voorzeil vorderen we aan 2 knopen door de donkere nacht. De molshoop kan ik nu niet meer zien, wel twee groepen lichtjes in de verte. Hoe wonderlijk, je vaart zes nachten en bereikt dan zo een klein eiland waar stadjes zijn en elektriciteit.
Hoe heeft Diogo Gomes dat hier in 1460 toch maar ontdekt? Een raadsel voor mij.

 

Om half twaalf wordt ik vergast op een prachtige 'moonrise', bijna laatste kwartier speelt ze verstoppertje met passaatwolken. Alsof er een schemerlamp staat opgesteld achter de wolken.

 

Bulderende branding blijkt het lawaai te zijn dat we al zo lang horen. Dat is de grote swell die wij voelen en die zo zijn tocht over de oceaan eindigt.
Dan zijn er ook de felle landingslichten van Tui en andere toestellen . We naderen vakantiebestemming Sal.

 

Zo goochelend met de genua, wat inrollen, weer wat uitrollen, slagen we erin bij zonsopgang voor Palmeira te liggen. Niet één molshoop zien we nu, maar zeker vier vulkaankegels op een eiland van 12 op 30 km.
Uitgeslapen kunnen we nu binnenvaren. Onze GPS kaart (sommigen hebben daar problemen mee) blijkt ook nog te kloppen met de werkelijkheid.

 

Naar goede gewoonte snuffelen we wat rond in de ontwakende ankerbaai op zoek naar een goed plekje. Gevonden.
"Helaba, zijt gij echt van Genk? " (Genk staat immers als thuishaven op onze spiegel.)

 

Hebben we dat goed gehoord!  Liggen we gewoon naast...  stadsgenoten ! Niet te geloven! We zien al bijna nooit landgenoten maar dit slaat alles.
Wat een toeval. Wat zullen we straks veel te vertellen hebben.

 

Verzonden met W2LK

 

Molshoop in zicht!
"Een laaghangende wolk", denkt Tony.
Maar; nee hoor, dat moet Monte Grande zijn, de hoogste berg (407 m) van het erg vlakke zand- en zouteiland, Sal.
Het ligt zo een 40 NM voor ons.

 

Dat halen we, met deze wind, niet meer voor het donker wordt. Een beetje afremmen dan maar zodat we of bij fel maanlicht (de maan gaat op om half twaalf vannacht) of bij het ochtendkrieken kunnen binnenlopen op de ankerplek : Porto da Palmeira.

 

De beslissing om er nog een extra nacht aan te breien viel gisteren. Toen er 's avonds wat wind opstak, hebben we beslist te gaan zeilen en niet kost wat kost op de motor voluit te gaan om vanmorgen te kunnen aankomen.

Het was een heerlijk rustige zeilnacht. We hebben lekker geslapen. We hebben genoten van het geschitter op het water, van de afnemende maan. We hebben tijdens onze wacht MP3 muziek beluisterd en zijn begonnen aan de massa films die we op harde schijf meehebben.

Nu maar weer eens een candlelight diner bereiden en dan zijn we klaar voor onze (voorlopig) laatste nacht op zee. Het wordt kip. Kip die de slager in Las Galletas; naar onze grote tevredenheid,  vacuüm verpakte.
Dan is het vlees op en zullen we moeten vissen.

Maar eerst vind ik dat we een exemplaar van de (naar ik lees) overheerlijke lagostas van Sal verdiend hebben.

 

Verzonden via W2LK 

 

Bloedrood komt de zon van achter de horizon omhooggesneld, gehaast om haar dagtaak te beginnen. Mijn laatste drie-uurswacht (5 -8) zit er bijna op. We kunnen beginnen aan dag 6 op zee. Wat gaan die dagen razendsnel, zeg.

 

We hebben nog maar net samen zitten ontbijten of het is  al 18 uur, tijd voor de sked met Erik van de Liberty.

 

Elke avond is er daarna een candlelight diner voorzien (zonder candles weliswaar, die bewaren we voor op anker) bij een klein lichtje aan de captains table in de kuip. Dan kunnen de wachten van telkens drie uur beginnen. Wachten die ons prima bevallen. Drie uur is net lang genoeg om echt te kunnen slapen. Drie uur is net niet té lang voor degene die wakker is en dan toch naar zijn bed begint uit te kijken.

 

 

De temperatuur stijgt gestaag. 's Nachts blijft het nu 24° maar de tropen naderen, het wordt steeds vochtiger, 85 %. Wennen aan zo een zweterig, zout atmosfeertje.

 

Vandaag de vlag van Cabo Verde maar eens afwerken. Er moeten nog 10 gele sterren op getekend, voor elk eiland één. Met de stiften die Rita mij bezorgde een fluitje van een cent. Ook mast en zeilen controleren en de bakken met fruit en groenten aan een inspectie onderwerpen. Met de meest rijpe groenten ga ik creatief aan de slag om een lekker menu samen te stelllen. Improviseren dus.

 

 

En dan is er nog het hoofdstuk : communicatie.

 

Als je wil ben je er de ganse dag mee bezig. Denk maar niet dat we afgesneden zijn van de wereld. Kan dat heden ten dage nog wel?

 

Om 9 uur hebben we de sked met trouwe ON6TM, ON4AXU en ON3JF van de NOL. Die vertellen de laatste (winter)nieuwtjes en bezorgen ons dagelijks verhaaltje aan het thuisfront.

 

Dan zijn er de netjes (groepjes zeilers onderweg die op afgesproken uren met elkaar kletsen en posities doorgeven). Zo hebben wij er eentje met de Liberty.

 

Mailtjes reizen heen en weer : verstuurd en ontvangen door onze HF radio. Ons positierapport volgt dezelfde weg.

 

De marifoon reikt weliswaar niet ver, zo een 50 km. Maar gisteren was het daar ook  een gegons van praatjes van ARC boten onder elkaar. De eerste grote zeiljachten bochtten achter ons de Oceaan op. Ze zijn immers zondag vertrokken met z'n 25O.

 

Drie zeiljachten hebben we tot nu toe gezien en één visser. Hier is nog plaats zat.

 

Ik noteer even onze positie en zie dat we ter hoogte van Nouakchott zitten. Ja, 600 km westelijker, natuurlijk. Beelden van Parijs-Dakar. Binnenkort is het weer zover.

 

Maar wij doen ons eigen Parijs-Dakar-tje. Woenstijn en zee, ze zijn aan elkaar gewaagd. Elke dag anders en bovendien gevaarlijk verslavend.

 

JSN Mini template designed by JoomlaShine.com