Zin in foto's van Marrakech, klik hier

 

Marrakech.

Warm, warmer, heet !!!! Als we een voet durven buitenzetten wordt het heteluchtkanon gestart. Man, man, de warme wind verschroeit alles als een föhn. Sloten muntthee bieden nauwelijks soelaas. Toch verkennen we de stad te voet, met ware doodsverachting steken we drukke straten over, want voor een voetganger stoppen, daar hebben ze in Marokko nog nooit van gehoord. We bezoeken de prachtige paleizen, de oneindig groene parken en tuinen, de tomben , de talloze souks, de medina, het mooie nieuwe Marrakech en natuurlijk “La place”, het beroemde Jemaa el Fna plein. Iedereen kent het van reisreportages en andere ‘Vlaanderen Vakantieland’ programma’s.
Slangenbezweerders, dansers, sjamanen die voor elke kwaal een kruid verkopen, verhalenvertellers, verkopers van dadels en vijgen, prachtig gepresenteerd, stalletjes met heerlijk vers geperst appelsiensap….
Maar vooral de enorme rookkolom die opstijgt van de grote houtskoolvuren waar worstjes en brochetten gebakken worden en het eentonige trommelgeluid op de Marokkaanse tamboerijn, dat we kunnen horen tot in onze riad.  Dàt is het plein voor ons.
Plein waar, tot onze grote verbazing, meer Marokkanen rondhangen dan Europeanen.

Onze gedachten gaan weer naar mijn schoonpa. De man die de hunker naar avontuur onherroepelijk doorgaf. Hoe heeft hij het plein 70 jaar geleden ervaren? We kunnen het hem helaas niet meer vragen.

In de rook ontwaren we René en Pauline, onze Nederlandse bootburen in Rabat, ook zij zijn hier een paar dagen met vakantie.

Maar, hoe vreemd, vroeger kon een vakantie niet lang genoeg duren.  Nu willen we na drie dagen terug naar de Jakker?! Heimwee naar zee? Naar ons bootbed?

Een laatste rit door de stad , een laatste blik op de stad van rode oker (alle gebouwen slechts één kleur: okerrood) en daar gaan we voor weer een rit van vier uur en half.

In Sale is het zo maar even 10 ° frisser. We herademen, we zijn terug thuis!

 

 

 

“Don’t you know we’re riding on the Marrakech express? Don’t you know we’re riding on the Marrakech express, they 're taking us to Marrakech!” (Crosby, Stills & Nash)
Marokko trekt aan ons voorbij. Het treinraam een breedbeeld TV. Eerst de grote steden, Mohammedia, Casablanca.  Net zoals bij ons krijgt de treinreiziger ook hier de niet zo fraaie achterkant van het leven te zien. De vele nu al versleten ‘nieuwbouw’-appartementen met wouden van satellietschotels op de daken. Een lucratieve business, zo blijkt. Satelliet TV : onmisbaar in het moderne Marokko.
Nog verder de bidonvilles. Kijk daar, schotelantennes bovenop stapeltjes stenen?? God nee, dat zijn huisjes. Heel schamel, stenen met wat vodden en golfplaten. Daar bovenop, dicht tegen elkaar aan, vechtend voor een plaatsje:schotels, schotels, schotels. Voor elk gezin één?  Hoeveel mensen wonen dan daar? In welke omstandigheden? Dromen weg bij Bollywood films?
Dan de graanschuur van Marokko. Eindeloze velden. Vaalgeel, de tarwe is geoogst. Muren  van cactussen rondom. Cactussen vol met “figues de barbarie”, de rood-oranje vruchten die op de markt en langs de straat verkocht worden. Tony’s pa, die twee jaar in Marokko verbleef, was er dol op.

Olijfbomen, eucalyptussen, appelsienenbomen, dadelpalmen.
Eenzame ezeltjes staan lijdzaam in de felle middaghitte. Platte karren. Schapen, geiten.

Stukjes niemandsland, dichtbij dorpen, herschapen in vuilnisbelt want bezaaid met blauwe, zwarte, witte, gele plastic zakjes verstrikt in doornige struikjes.

Bergen nu, woestijn.

Eindelijk, na vier uur en half de eerste palmen van Marrakech. Herinnering aan de oase die deze stad eens was.

Ook onze riad* blijkt een oase van rust midden in de drukke medina. De taxichauffeur parkeert zijn ‘petit taxi’ waar hij niet meer verder kan. Begeleidt ons dan te voet door de nauwe steegjes, hier en daar een piepklein winkeltje, houten deurtjes van huizen,  kinderen roepen “Bonjour”, plots een prachtige houten poort. Hier gaan we binnen.
Een mooi betegeld binnenplein met fonteintje, smeedijzeren balkons, prachtig stucwerk, glanzend houten deuren. Een paradijsje.  (Neem zelf een kijkje op de website )  
 


Onze kamer, azuurblauwe tinten ….. Heel toepasselijk, de zee als inspiratie! We zijn met vakantie.

 

*  Een riad is een traditioneel huis (paleis) waar vroeger de welgestelde families woonden, gelegen in de medina.  De meeste riads zijn meer dan honderd jaar oud. Er is altijd een patio, een binnenplaats vaak met fonteintje, versierd met mozaïek.  De kamers liggen er rondom.  Er wordt veel smeedwerk gebruikt aan ramen en balkons.  De riads zijn door erg bekwame vaklui op traditionele wijze opgeknapt.  De mozaïeken worden steentje per steentje opgebouwd, elk een aparte kleur. Alles puur handwerk, geen voorgebakken tegeltjes.

 

 

 

Plots zijn we weer in openlucht. Een pleintje met bomen. Spektakel!
In een vierkant zitten op bankjes, drie rijen dik, vrouwen vooral, mannen staan in nog meer rijen erachter. In het midden draaien verkopers, met kleren over hun schouders, rondjes en bieden telkens een stuk aan. Een rok, een broek, een tasje, sjaal, tweedehands (?). Iemand roept iets, het kledingsstuk vliegt door de lucht richting koper-in-spe, vliegt weer terug indien niet goed bevonden, blijft er, indien wel. Geschreeuw. Geld wordt doorgegeven. Wat een gezellige boel, iedereen babbelt, schreeuwt, koopt. Zondagsmarkt in Salé!

Hoe zijn we hier verzeild geraakt?
We willen naar de Romeinse opgravingen van Chellah. Zien de weg naar de Grote Moskee, nemen daar een kijkje en voor je het weet zit je weer in de medina. Aan deze kant waren we nog niet. Doolhof is té zacht uitgedrukt voor dit labyrint van straatjes, nee, gangetjes. Allemaal overdekt, alsof je van het ene kamertje naar het andere loopt, met weer een opening en een doorgang en weer een kamertje, een ateliertje met een jongen achter een naaimachine. Hij stikt witte schoolschorten.

Dank zij de Fransen, die hier vanaf 1912 hun nieuwe stad buiten de medina bouwden, zodoende deze ongemoeid lieten, zijn de medina’s van Sale en Rabat de meest authentieke van Noord Afrika.

Morgen, als we naar Marrakech sporen, zullen we kunnen vergelijken. Men zegt : een heel mooie medina, maar erg op toeristen gericht en mega druk. In die medina hebben we een riad geboekt of liever de vriendelijke jongen van het havenkantoor heeft ons geholpen hierbij.

Omdat de wifi op de boot niet erg betrouwbaar is, zit er nu wel 5 man in het piepkleine kantoortje. De jongen biedt de kabel van zijn pc aan. Kan nu zelf niet meer werken en gaat dan maar een wandelingetje maken. Moet kunnen!
Hij belt voor ons naar de riad.
Nu nog de treintickets halen en dan zijn we morgen op pad voor een aantal dagen "vakantie". Jakker ligt hier veilig bewaakt en omdat het wintertarief (!) ingaat vanaf 16 september, kost een week in de haven minder dan een nacht logeren in Marrakech.

Je hoort later weer van ons.

 

Nieuwe foto's van Rabat en Sale vind je hier.

 

 

 

 

Ik schrik wakker van een claxonconcert op de weg langs de haven. Half zeven?! We zijn in Marokko. Hier wordt luidruchtig geleefd.

Gisteren wandelden we bij wijze van eerste kennismaking naar de medina van Salé, Rabats tweelingstad, aan de overkant van de rivier, “onze” kant. Imposante muur. Massa’s volk op straat. Bedelaars aan de ingang van elke moskee, op de grond rond bakkerijen. Goed uitkijken. Grote gaten in het trottoir worden niet gesignaleerd, laat staan hersteld. Tony’s toezichtersgeest kan er niet bij.
Wij komen bij de overdekte markt, kopen groenten. Twee mannen helpen ons. Tegenover het kraampje zit een derde op een stoel. De baas? Hij int het geld. Shukran. Dank je.
Zielige kippen wachten tot iemand hen uit de hoop pikt en ze ter plekke worden herleid tot vleugels en billen.
Terug buiten in de zon. We dwalen verder. Aarzel je ergens te lang, is er meteen iemand die vraagt of hij/zij kan helpen. Kennen ze zelf het antwoord niet, mobiliseren ze de halve straat tot ze d’er uit zijn. Zomaar.

Maar vandaag gaan we naar Rabat. De portofoon zit in mijn rugzakje. De navette (de Zodiac van de haven) brengt ons immers heen en weer. Als we terugwillen, even “Bosco, navette” roepen via de draagbare marifoon en binnen 5 minuten is hij bij ons.

Eerst een muntthee op een terrasje aan het strand. Surfers proberen een goeie golf te pakken in de ferme branding. Twee bikini’s, zie ik. Blote bovenlijven van mannen. Vrouwen, helemaal aangekleed, onder afgeschoten parasols. In de stad zie je evenveel hoofddoeken als weelderige donkere haardossen. Heel veel jeans, traditionele, felgekleurde en met gouddraad bestikte jurken met kap. Weinig blote schouders. Een zeldzame rok, nooit mini. De bermuda’s zijn toeristen. Op naar de kasbah van de Oudayas nu. We ontwijken de lastige illegale “guides”, gaan binnen via een andere ingang. Prachtig de witte huisjes met veel blauw en de knapste poorten. Sinds eeuwen zoeken de mensen hier dicht bij elkaar bescherming tegen de boze buitenwereld. We zoeken schaduw en verfrissing in de Andalousische tuinen en drinken thee met “cornes de gazelle” (zoete amandelkoekjes) in het Moors café waar je neerkijkt op de ingang van de haven. Hier blikten we gisteren omhoog, bewonderend, ons eerste beeld van Marokko.

We lopen door de propvolle medina en soukh, waar iedereen inkopen doet, het is zaterdag.  Je kan hier uren ronddwalen, je ogen uitkijken in deze eeuwenoude supermarkt. Alles netjes geordend, straatje van de schoenenverkopers, straatje met meubelmakers (ze maken je bed ter plekke), straatjes met kleermakers, straatje met smeden. Niemand valt je lastig. Wat een verschil met Egypte.

Zo belanden we in het moderne Rabat, bij de toren van Hassan, 40 m hoog torent hij boven alles uit. Eigenlijk moest hij 80 m worden. Bij het mausoleum van Mohammed V dringen de wachten te paard aan op een foto.

Moe keren we terug naar het visserskaaitje waar de navette ons oppikt. Met zicht op de vele kranen en bouwwerven terug naar de haven. Een nieuwe brug, wegen , een groots bouwproject rond de haven . Bloeit de economie op? Geen crisis? Heeft Mohammed met de fez hier ook iets aan?
Nog een blik op de koninklijke steiger met zijn  liefst 5 motorjachten en we zijn terug thuis.
Ja, dat is echt zo. Binnen in de Jakker lijkt het, ook omdat het om 19 uur al donker is, wel Port Zélande …..enkel…. de temperatuur is niet echt Hollands.

 

P9180713 (Medium)P9180726 (Medium)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

In de vroege ochtend varen we, achter de rib van de marina aan, de haven van Rabat binnen. “Bonjour, suivez-nous“, verwelkomden ze ons.
Moedertje Europa hebben we achter ons gelaten, dit is Afrika.
Geuren van hout, vochtige humus, geiten, stof ook. Het is als in Egypte van het vliegtuig stappen.
Dan die eerste beelden: geen kerken meer maar moskeeën, een Portugees fort, kleine witte huisjes, palmen, toeterende auto’s, kleurrijke vissersbootjes, een kaai vol vis, heel veel mensen eromheen, handelend, ruziënd over de prijs ….. we varen eraan voorbij en kijken ernaar. Maar opletten ook, het bootje van de jachthaven tuft verder. Bakboord uit, de jachthaven binnen. Aan de eerste steiger het jacht van de koning.
Wij varen verder en krijgen mooi een plaatsje toegewezen. Drie mannen helpen ons afmeren. We mogen niet van boord, dienen te wachten op douane en politie.

En dan volgt een erg efficiënt afwikkelen van inklaren. Geen vijf minuten na ons afmeren zijn ze er al: de douanier en de politieman. Papieren worden ingevuld. Maar dan plots een regenbui en we verhuizen naar binnen. Ze openen een beetje verveeld deuren, de badkamer, de “achterkajuit van Bert en Stefanie”, het kastje met medicijnen, kijken wat rond in de voorpiek, openen een kleerkast. Als we ook nog “rien à déclarer” blijken te hebben en “pas d’armes” aan boord. Vertrekken ze met de vriendelijke boodschap :”Soyez les bien venus”. De drugshond die later bij onze Franse buurman op bezoek moet, gaat aan onze Jakker voorbij.

We zijn er geraakt, dus. In Rabat. Maar we hebben er voor moeten vechten. ‘s Morgens, na de eerste nacht, was het nog steeds heerlijk zeilweer. Maar de lucht betrok snel en de wind nam hand over hand toe. En wij maar zeil minderen tot we met slechts een klein puntje voorzeil nog 6 - 7 knopen liepen. En dan met die wind, bouwt de zee zich op.
In de wasmachine hebben we gezeten. Het hele programma doorlopen. Voorwas, kookwas, spoelen (geregeld kregen we buien). Ook toen de wind het voor bekeken hield, duurde het nog een hele tijd vooraleer de zee weer kalm werd.
Toen hebben we voor het eerst het groene water, waarvan zeilers vertellen, gezien. Een enorme golf, die met donderend gebruis hoog achter je boot opduikt, als een brandinggolf schuimt hij en daarbovenop het mooiste smaragdgroen, een watergordijn waardoor het waterzonnetje schijnt.
Steeds weer surft de Jakker er moeiteloos overheen. God zij dank!

Zo zijn we de tweede nacht ingegaan. Op motor, rollend van boord tot boord, zonder stabiliserende werking van de zeilen, geen wind immers. Slapen kan dan enkel op je rug, ingeklemd in de zeekooi.
Veel eten doe je dan niet meer. Je bent een kwartier zoet om een ‘minute soepje’ klaar te maken. Water in de moor laten lopen, het vuur aansteken, een mok uit de kast halen (oppassen, als je het deurtje openmaakt valt de inhoud eruit) , soeppoeder in de mok, dan gevaarlijk: heet water ingieten, niet te vol, want de soep klotst op en neer. Dat allemaal terwijl het vuur, de bodem waarop je staat, de soep in je mok, jijzelf van links naar rechts schommelen.
Kan je geloven dat we zo moe zijn in onze rug als we ergens toekomen? Ergens bij die wasmachine stond er in dat wassalon ook nog een ouderwetse mangel waar ze ons wel lijken doorgehaald te hebben.

Maar dat alles is weer vergeten, als we, na een verkwikkend middagdutje, op het terras van de marina Bouregreg (Rabat) aan onze muntthee nippen en genieten van alles om ons heen.

 

 

P9140695 (Medium)P9140696 (Medium)P9160701 (Medium)

 

 

 

 

 

 

P9160704 (Medium)P9160705 (Medium)P9170708 (Medium)

 

 

 

 

 

 

 

 

JSN Mini template designed by JoomlaShine.com