Foto's van Cabo Verde:

Bekijk ze op eigen tempo in de gallery

 

 {pgslideshow id=18|width=670|height=480|delay=4000|image=L}

 

 

 

Verzonden via W2LK

 

Op zulke ogenblikken voel ik me echt met vakantie. Gezeten in een busje (aluguer), langs een oud vrouwtje dat me stiekem begluurt, naar mijn handen kijkt. Achteraan twee mooie meisjes, hun haar met veel gel strak achterover, druk bezig met hun GSM, net als thuis.  Een jonge gast, zoals velen hier, uitgedost als een would-be rapper. Een oude, magere, erg zwarte man, die ergens dichtbij een veldje opstapte en drie grote zakken gevuld met een kruid, tussen de banken perst. Boa tarde!
Ik voel me graag vreemd, ver van huis.

 

Nu gaat het aan een hoge snelheid over de bochtige bergweg, richting hoofdstad, Vila da Ribeira Brava. De weg is gloednieuw helemaal geasfalteerd nu, dus het kan. Maar we houden ons hart vast om deze chauffeur met rally ambities. Hij snijdt met doodsverachting bochten af aan de linkerkant, ontwijkt handig de enorme bruine blokken die van de rotsen naar beneden zijn gevallen, scheert langs duizelingwekkende ravijnen zonder reling.
We rijden door een Peruaans landschap. Hoge groene bergen, diepe dalen met piepkleine dorpjes, terrassen overal. Wat een rijkdom aan gewassen, groenten en fruit.
Daar, dat lijkt Machu Picchu wel.
We maken een grote omweg rond de berg via de noordkust. Passeren langs "spinnendorp", zo noem ik het. Niet te geloven. Overal langs de weg enorme spinnenwebben.  Echt ...ronde webben als tafeltjes met een diameter van 2 m. En spinnen, jongens, dikke spinnen ...8 cm of zo. Zouden die ook binnenshuis komen? Het kot zou te klein zijn, als ik die ooit binnen ontdek.

 

En dan zijn we er plots, in de hoofdstad. Eerder een groot dorp, nu een beetje uitgestorven wegens het voetbal. Weinig auto's, enkel busjes. Wat supermarktjes. Een kiosk, kerk, marktplein. Mooie huizen tussen andere in opbouw. De onvermijdelijke "Loja Chinese" , winkeltjes van Chinezen met allerhande spullen: van shampoo over potten en pannen en TV's tot onderbroeken. Hoe die overal op de Kaap Verden terecht komen?

 

We wandelen wat rond en na een koffie met gebak keren we via dezelfde weg terug.
Nog een biertje op 'ons' terras en dan in het donker op zoek naar Jakker, waar we nog de ganse avond in ons blootje buiten zitten lezen, genietend van de geluiden van Afrika by night.

 

De bombos (de trommelaars), echt waar, stoppen er pas om 7 u 's morgens mee!

 

 

Verzonden via W2LK

 

Met tientallen verdringen ze zich aan de kaai. Boatboys. Roepen, vechten om de lijn van Jak aan te pakken. Je kiest er eentje uit, of ...hij kiest jou. Hij trekt me op de kant. Vliegensvlug legt hij onze dinghy vast, met een paalsteek, alsjeblief! Je betaalt wat centen en hij waakt over Jak tot je terugkomt. Een andere boy grist je vuilniszakje uit je handen. Weer wat centen. Je belooft nog snel aan weer een andere hem morgen "werk te verschaffen", als je tenminste zijn gezicht kan onthouden, zijn T-shirt misschien.

 

Het is vrijdagavond in Tarrafal en er is feest van één of andere partij, met muziek, toespraken, veel volk op straat.  De plaatselijke trommelaars moeten niet onderdoen voor de Portugese bombos. Oorverdovend is het lawaai. Ze weten van geen ophouden.
Wij proberen te genieten van onze Cabo Verdiaanse (?) Strela op het terras, een paar stoelen en tafeltjes op het trottoir.

 

Als we, na het verorberen van een overheerlijk visje in het aangrenzende restaurant, terugkeren naar het haventerrein, wacht daar aan de poort, onze bootjongen.
Hij maakt netjes ons touw los en helpt ons aan boord.

 

Ik tuimel even later in een diepe slaap. Het was een lange dag, die voor mij al om vijf uur begon.

 

 

Verzonden via W2LK

 

Nú is het rustig zeilen, in de schaduw van Saõ Nicolau, prachtig, onherbergzaam vulkaaneiland. De zon is net op. We hebben de genua aan loef (windkant) uitgeboomd , het grootzeil aan lij. Vlinderen dus. De Nederlanders noemen dit : melkmeisje.
Vannacht, met de golven dwars, was het heel wat rommeliger. Sowieso slaap je de eerst nachten minder goed. Zeilers houden dan ook niet echt van zo een één-nacht-overtocht. Maar het kan niet anders, gezien de afstand.

 

Ginds in de verte duiden de vreemd opspattende golven op een school tonijnen. Je leert vanzelf dat tonijnen anders uit het water springen dan dolfijnen.
Die zien we trouwens iets later. Het is de Atlantisch gevlekte variant, denken we. Ze lijken iets minder showbeest dan de soorten die we tot nu toe zagen.
De zee tussen Saõ Nicolau en Santa Luzia moet bijzonder visrijk zijn, zo lezen we.

 

We koersen nu terug noord, rond de uiterste kaap van het eiland, richting Porto do Tarrafal. De motor aan want helemaal geen wind meer.

 

In de verte zien we een vijftal jachten op anker liggen. Als we dichterbij komen, gebaren collega's ons naar een plekje niet té dicht bij de kaai. Hier laten we het anker vallen.

 

Waw, wat een uitzicht. Hoge vulkanische bergen die gewoon bijna recht in zee eindigen. Diepe kloven. Zwart strand. Mooie, grote acacia's. Slaperig Afrikaanse havenstadje aan de voet. Mensen druk doende met stenen verzamelen op het strand.
Weer een totaal ander eiland om te ontdekken, straks.
Saõ Nicolau (ontdekt op Sinterklaas) : perfect timing, toch.

 

 

Verzonden via W2LK

 

Kitesurfers vertrekken enthousiast van het strand vlakbij ons. Racen over het water rond ons heen. Dan weet je het wel, zeker. We liggen aan lage wal, met veel te veel wind. Oostenwind, die vannacht plots in hevigheid opstak, namelijk. En dan ben je hier in Baia de Santa Maria totaal onbeschut.

 

We werden gewekt door geratel van een ankerketting en geschreeuw van mensen. Er is een catamaran tegen Abel T gevaren. Meteen schieten een aantal andere Nederlanders te hulp. Rubberbootjes zwermen rond. Ok, hulp genoeg.

 

Uit bed en weg hier.

 

Het was weer slapen op de 'breakdance' of hoe die kermisattractie ook mag heten. Ik moet zeggen dat het enigszins went. We gaan in 'overlevingsmode' : Tony in de salon, ik dwars in ons bed, hoofd en voeten klem tegen de beide zijwanden.
Toen er dingen door de kajuit begonnen te vliegen, ondanks dat ik alles zeevast had gezet, was de maat vol. Ophoepelen.

 

Makkelijk gezegd. Onze Jak hangt nog te schommelen in de pasnieuwe davids. Zo kunnen we niet gaan varen. Die moet veilig aan dek gestouwd. Dus Jak in het water, motor eraf en opbergen in de bakskist. Een bijna onmogelijke opgave : Tony zit in Jak als op een mechanische rodeo stier en probeert de Honda motor (van 25 kg) vanaf de achterkant van de dinghy op de spiegel van Jakker te heffen. Altijd al een hele klus, nu helemaal een uitdaging. Maar samen doen we de golvendans met de Honda en het lukt, al houdt Tony er wel een zere rug aan over.

 

Anker op nu. Er zijn al een aantal boten vertrokken, de anderen volgen weldra.

Met ruime wind stuiven we de baai van Santa Maria uit. Kijken nog eens naar het azuren water.

 

De baai 10 mijl ten noorden : Baia da Mordeira moet niet onderdoen voor de vorige. Zelfde turkooizen water en wit zand. Totaal verlaten grote baai. Beschut voor oostenwind. In de verte het begin van wat een resort moet worden.
Anker uit en zwemmen maar. Een beetje slaap inhalen ook, een brood bakken zodat we straks de overtocht naar Saõ Nicolau kunnen aanvatten.

 

Nee, we blijven niet overnachten. De verleiding is groot, vredig als het hier is.
Maar.. het anker ligt op rotsbodem, zit niet echt goed vast. Zeker in de voorpiek, onze slaapplek, hoor je ketting en anker met het nodige lawaai over de grond rammelen bij elke felle windvlaag.
Dus na een maaltje van aubergines, tomaten, paprika en mozarella in de pan, vertrekken we in de richting van de ondergaande zon, naar Saõ Nicolau. Net geen 90 NM varen.

 

Wat wij al lang wisten, is nog maar eens bevestigd : het paradijs bestaat niet!