Verzonden met WL2K

 

Man, man, man! Wat is me dit een hectische week geweest! Moe en met in rug en schouders een zeurderige spierpijn beginnen we eraan, aan de oversteek van een week naar de Kaap Verdische eilanden. 761 NM tot Sal!

 

Watertanks vol. Extra 100 l water in 8 l bussen voor het geval er iets met het water in onze tanks zou gebeuren.
Dieseltank vol. Vijf spiksplinternieuwe rooie jerrycans van 20 liter,  aan dek gestouwd, vol diesel. Twee kisten gevuld met fruit en groenten. Frigo vol. Vandaag nog wat vlees vacuüm laten verpakken bij de plaatselijke slager.
Als we d'er nu niet klaar voor zijn....

 

Op een windje van 2 bf, aan een snelheid van 3 kn hebben we de tijd om langzaam in te slingeren en kan ik eindelijk het verhaal van de voorbije week vertellen.

Toen Karen vertrok, was ook gelijk onze vakantie voorbij.

 

Je vraagt je natuurlijk af : wat hebben die toch altijd te doen? Gaat er dan zoveel kapot? Tja, we weten zelf ook niet hoe het komt, maar aan een boot heb je altijd werk.

 

Bijvoorbeeld :
Er zitten zeepokken op de schroefas, dat hadden we gezien bij het snorkelen. Die vertragen de boot, dus weg ermee. Tony kan dat het snelst, maar dan moet hij wel extra lood hebben aan zijn gordel om beter beneden te kunnen blijven en mooi uitgebalanceerd te werken onder water. Nergens
verkopen ze lood, maar met mijn,  stilaan afnemende, vrouwelijke charmes slaag ik er toch in een plaatselijke duikinstructeur twee maal twee kg lood af te bietsen.

 

Dan komt de mast aan de beurt, regelmatig moet die gecontroleerd op slijtage. Ook een job voor Tony. Ik krijg al klamme handen als ik denk aan naar boven moeten. 18 m hoog dat is enorm veel keren draaien aan de winch, dat kan ik je vertellen, mijn schouders trouwens ook.
Maar het echt harde fysieke werk gebeurt toch boven, hangend in de gordel, jezelf tegenhouden en tegelijk schroeven aandraaien.

 

Ook de spiboom moet hersteld, plots blijken er verschillende popnagels los te zitten.

 

Intussen ga ik gestaag door met "de was". Lakens, handdoeken, broeken alles moet eraan geloven, immers de eerstkomende tijd is het : zuinig met water!
Diep respect voor onze oma's. Wat een werk al dat spoelen en uitwringen en ook alweer niet goed voor de rug. Enkel het drogen, dat is hier een fluitje van een cent.

 

We lopen nog een aantal keer naar de stad voor campinggas en om onze duikfles te laten vullen, om extra jerrycans te kopen en een plank om die allemaal aan dek te kunnen vastmaken.

 

Ik vergeet nog dat slangenmens Tony, de stoel van Jefke (onze stuurautomaat) verstevigde met polyester, helemaal achterin, op de moeilijkst bereikbare plek van Jakker. Hij had immers gezien dat het geheel niet stevig genoeg vaststond.

 

Je merkt het al, zonder Tony met de gouden handen, kunnen we deze reis vergeten. We zouden failliet gaan aan de lonen voor alle technici.

 

Nu is de zere rug en schouders de prijs die we moeten betalen. En de lange dagen, want 's avonds zijn we bezig info over Cabo Verde te vergaren en haal ik mijn verfborstels boven om een mooie vlag te maken.

 

Tot zover het fysieke verhaal.

Dan nu het meest frustrerende, het verhaal van onze "uitklaring" uit Europa - Spanje.

 

We moeten namelijk voor Jakker een papier hebben met stempel dat we op 20 november Spanje verlaten, anders krijg je op Cabo Verde problemen.

 

Wij dus naar Los Cristianos om die stempel. Wij waren gewaarschuwd door onze pilot die schrijft : "In Los Cristianos zien ze bootmensen niet graag komen. Maar ze moeten die stempel geven dus je moet aandringen!" Wat denk je dat ik deed? Smeken en bidden in het Spaans alsjeblief. Nee, zij kunnen die stempel niet geven, wel de Policia National in Playa de Las Americas.
Onze Amerikaanse bootburen, die , als we buitenstappen, net hun huurauto afhalen, geven ons een lift. Na nog eens 15 minuten stappen en totaal bezweet bereiken we het politiekantoor om daar enkel maar te vernemen dat we inderdaad bij de  Policia Portuaria moeten zijn.... in Los Cristianos.

 

Wetende dat het daar in de haven niks zal worden, maar vastberaden dat papier te bemachtigen, wij per taxi terug.
Daar zijn we dus weer : opnieuw onze Spaanse uitleg. Ze zijn al wat bereidwilliger, of willen van dat opgewonden vrouwmens af, en bellen wat rond : "O, jullie moeten naar Santa Cruz, daar reiken ze die stempel uit want dat is een 'grenshaven' en wij niet! "

 

Er zit niks anders op. Naar Santa Cruz dan maar .... met de bus; één uur heen, één uur terug. In de grote haven het kantoor vinden, lukt ook nog wel.
En eindelijk tref ik hier vooral oudere en uiterst charmante Spanjaarden. De beambte  van de havenpolitie die mij het gewenste papier bezorgt en mij een prettige reis wenst. De taxichauffeur die me naar het busstation rijdt, honderduit vraagt en me het belang van 'heel langzaam praten met buitenlanders' uit de doeken doet.

 

Namiddag : vijf uur, bijna donker, kom ik thuis op de Jakker MET MIJN STEMPEL !

 

Tony heeft intussen het laagje sahara-zand van het dek gespoten, water getankt, de jerrycans muurvast gebonden, Jak opgevouwen en opgeborgen en met de Nederlandse buren  van de "Liberty", die ook vertrekken morgen, een frequentie afgesproken om elke dag om 18 uur een gesprekje te hebben.

Ja, nu zijn we d'er klaar voor ?