Cruiseschepen. Ik moet ze niet. Ellendige, giga-grote ‘ambetanteriken’.
Natuurlijk, wat is het heerlijk, een tocht met zo een drijvend luxe hotel.  Maar ik kruis hun pad liever niet.
Het is niet dat je ze niet ziet !! Je kan er gewoon niet naast kijken.
Eerst doemt er een piepklein lichtje op in het duister. Al snel heb je door :”Dat is er weer eentje”. Alsof er een groot dorp, met alle kerstverlichting aangestoken, daar rondvaart.
Met de verrekijker op zoek gaan naar rood en groen, bak- en stuurboordlicht, zodat je haar richting kan zien, vergeet het maar. Fel blauw licht, ja, van de disco.
Welke koers vaart zij??

En dat gaat ook niet vooruit! Tergend langzaam blijft zij uren in je buurt rondhangen. Zij heeft geen haast. Haar schema zegt : Morgenvroeg op Tenerife. Tijd zat en de passagiers moeten toch rustig hun glaasje kunnen drinken. Weten zij veel dat daar in de donkere nacht ook mensen op zeilboten onderweg zijn.

De radar vertelt me dat ze op twee mijl achter ons doorvaart. Ok dus. Toch in de gaten houden, wispelturig als ze zijn, verleggen ze soms weer hun koers. Zomaar. Maar dat is een zorg voor Tony die zo de wacht overneemt.
Het is inderdaad al tijd! Met al dat uitkijken en zoeken op de radar zijn de drie uurtjes zo voorbij gegaan. Toch nog iets positiefs aan die etters.
De eierwekker die we om het kwartier laten aflopen, om niet in slaap te sukkelen, hebben we nu helemaal niet nodig.

Daar zie ik tegen de wolken de lichten van Las Palmas al. Nog tien uur varen.
Alweer op motor. We zijn voorlopig opnieuw een motor-sailor.  
Zou dat nog ooit veranderen?
Iedere zeiler vertelt hetzelfde : dit is een jaar met bijzonder weinig wind. Tja!