Ik schrik wakker van een claxonconcert op de weg langs de haven. Half zeven?! We zijn in Marokko. Hier wordt luidruchtig geleefd.

Gisteren wandelden we bij wijze van eerste kennismaking naar de medina van Salé, Rabats tweelingstad, aan de overkant van de rivier, “onze” kant. Imposante muur. Massa’s volk op straat. Bedelaars aan de ingang van elke moskee, op de grond rond bakkerijen. Goed uitkijken. Grote gaten in het trottoir worden niet gesignaleerd, laat staan hersteld. Tony’s toezichtersgeest kan er niet bij.
Wij komen bij de overdekte markt, kopen groenten. Twee mannen helpen ons. Tegenover het kraampje zit een derde op een stoel. De baas? Hij int het geld. Shukran. Dank je.
Zielige kippen wachten tot iemand hen uit de hoop pikt en ze ter plekke worden herleid tot vleugels en billen.
Terug buiten in de zon. We dwalen verder. Aarzel je ergens te lang, is er meteen iemand die vraagt of hij/zij kan helpen. Kennen ze zelf het antwoord niet, mobiliseren ze de halve straat tot ze d’er uit zijn. Zomaar.

Maar vandaag gaan we naar Rabat. De portofoon zit in mijn rugzakje. De navette (de Zodiac van de haven) brengt ons immers heen en weer. Als we terugwillen, even “Bosco, navette” roepen via de draagbare marifoon en binnen 5 minuten is hij bij ons.

Eerst een muntthee op een terrasje aan het strand. Surfers proberen een goeie golf te pakken in de ferme branding. Twee bikini’s, zie ik. Blote bovenlijven van mannen. Vrouwen, helemaal aangekleed, onder afgeschoten parasols. In de stad zie je evenveel hoofddoeken als weelderige donkere haardossen. Heel veel jeans, traditionele, felgekleurde en met gouddraad bestikte jurken met kap. Weinig blote schouders. Een zeldzame rok, nooit mini. De bermuda’s zijn toeristen. Op naar de kasbah van de Oudayas nu. We ontwijken de lastige illegale “guides”, gaan binnen via een andere ingang. Prachtig de witte huisjes met veel blauw en de knapste poorten. Sinds eeuwen zoeken de mensen hier dicht bij elkaar bescherming tegen de boze buitenwereld. We zoeken schaduw en verfrissing in de Andalousische tuinen en drinken thee met “cornes de gazelle” (zoete amandelkoekjes) in het Moors café waar je neerkijkt op de ingang van de haven. Hier blikten we gisteren omhoog, bewonderend, ons eerste beeld van Marokko.

We lopen door de propvolle medina en soukh, waar iedereen inkopen doet, het is zaterdag.  Je kan hier uren ronddwalen, je ogen uitkijken in deze eeuwenoude supermarkt. Alles netjes geordend, straatje van de schoenenverkopers, straatje met meubelmakers (ze maken je bed ter plekke), straatjes met kleermakers, straatje met smeden. Niemand valt je lastig. Wat een verschil met Egypte.

Zo belanden we in het moderne Rabat, bij de toren van Hassan, 40 m hoog torent hij boven alles uit. Eigenlijk moest hij 80 m worden. Bij het mausoleum van Mohammed V dringen de wachten te paard aan op een foto.

Moe keren we terug naar het visserskaaitje waar de navette ons oppikt. Met zicht op de vele kranen en bouwwerven terug naar de haven. Een nieuwe brug, wegen , een groots bouwproject rond de haven . Bloeit de economie op? Geen crisis? Heeft Mohammed met de fez hier ook iets aan?
Nog een blik op de koninklijke steiger met zijn  liefst 5 motorjachten en we zijn terug thuis.
Ja, dat is echt zo. Binnen in de Jakker lijkt het, ook omdat het om 19 uur al donker is, wel Port Zélande …..enkel…. de temperatuur is niet echt Hollands.

 

P9180713 (Medium)P9180726 (Medium)