Verzonden met WL2K


Stipt om 6 u liggen we aan de dieselsteiger. Tanken kan hier 24 u op 24, enkel even per marifoon "Bosco" oproepen en er wordt voor gezorgd. Wat een service! Geen pechverhaal dus dit keer.

Dan varen we verder naar de ontvangststeiger waar politieman en douanebeambte al buiten staan. Tijdens het babbeltje met hen komt de zon, een grote rode bal, op.
We moeten nog wat wachten, zeggen ze. Op wat dan ?
Daar verschijnt plots een militair met hond. Op een vloek zijn ze bij ons aan boord. De hond daalt makkelijk de trap af, die heeft dat meer gedaan. Combatboots en scherpe hondennagels op onze mooi gelakte vloer......dat doet pijn. "Zoek, zoek", beveelt de man. De hond snuffelt overal. Niks ontsnapt aan zijn aandacht : toilet, achterkajuiten, ons bed, kasten. Dan zijn ze verdwenen, snel, zoals ze gekomen zijn.

"Ok, jullie kunnen vertrekken." Geen verdachte plantjes, die hier overigens wel geteeld mogen worden, gevonden.

Al bij al ging dat nog vlot. Het is kwart over zeven als we achter de pilotboot aan buitenvaren. Ik kijk nog eens naar de kasbah, wit in het steeds sterker wordende licht.

 


Verzonden met WL2K

Half drie 's middags. We kloppen aan bij het douanekantoor in de haven van Salé. "Entrez!"
We stappen binnen en belanden midden in een huiselijk tafereeltje. Drie ambtenaren zitten rond een bureau. Midden op  het bureau een tajine-schotel, een schotel met druiven. Ze tasten, letterlijk, gretig toe. Brengen telkens kleine porties met hun vingers naar hun mond.
"Kom, neem ook wat", nodigen ze uit. "Kom zitten en eet wat mee," dringen ze aan. Ik snoep wat druiven van de tros, wil echt niet gaan zitten rommelen in hun "déjeuner".
Wij komen om hun te vertellen dat we morgen vertrekken en of we de nodige papieren kunnen krijgen.
Eén heel belangrijk blauw papiertje geven ze ons alvast mee, dat moeten we in de volgende haven bezorgen. "Heel goed bewaren ", drukken ze ons op het hart. Onze paspoorten krijgen we morgenvroeg pas terug, als we bij vertrek aan hun ponton afmeren.
Met een :" Bonne appétit" laten we hun verder aan hun middagmaal.

Op naar de souk nu om wat laatste inkopen te doen. De mannen van de groenten -en fruitkraam kennen ons al. Ze zoeken de beste exemplaren uit en stoppen ons extra mandarijntjes en druiven toe : "Très sucré, madame!" Ja, van suiker houden ze hier wel. 35 kg suikerverbruik per kop per jaar! In thee, in koffie, in koekjes en gebak.
Olijven nemen we ook mee. Ook hier eerst proeven.  Nog wat gemarineerde kalkoenbrokjes. In de schapenkoppen en poten uit het winkeltje ernaast, hebben we vandaag niet zo een zin!

Na een laatste muntthee op het lounge-terras van de jachthaven, een groter contrast met de theehuisjes in de medina bestaat er niet, zijn we klaar om morgen te vertrekken.

 

 

 

Terug van Marrakech en wat nu? Tja, eigenlijk willen we verder zeilen, maar, je kan het al  raden, zeker …..alle weerbronnen voorspellen veel wind, net daar waar wij heen willen! Vooral ‘s nachts op de koop toe. Als zeiler moet je ermee leren leven of …..terug naar huis gaan.

Dus vandaag gaan we op stap naar Chellah. We lopen te voet naar de ruïnes van de oude ommuurde stad en zien op deze manier weer een flink stuk van het moderne Rabat. De ministeries, de ambassades, brede lanen, mooie gebouwen, bewaakt door militairen.  

Wat een contrast met de medina. Daar zie je de armoede in de achteraf straatjes. Daar zie je de oude bedelende vrouwtjes. Oud zijn in Marokko, vrouw bovendien, zonder middelen van bestaan, zonder familie …..vreselijk. De aalmoezen, die de vrome moslims je geven (één van de vijf geboden van de Koran), zorgen ervoor dat je net niet van honger omkomt.
Daar zie je de vele magere katten, hun kostje bijeenscharrelend in de vuilnisbakken.  Soms moeten ze hun trofeeën delen met sjofele mannen die hier ook hun actieterrein hebben, zoeken naar nog bruikbare en/of eetbare spullen.
Dit ook is Marokko.

We zijn intussen in Chellah aangekomen. Feniciërs en Chartagers stichtten hier in de oudheid een eerste nederzetting, later overgenomen door de Romeinen. Sala heette deze volledig ommuurde stad. De muur is nog intact, er zijn wat povere Romeinse ruïnes. Ook vindt men er de overblijfselen van de necropolis die de Almohaden ervan maakten, compleet met moskee en minaret, nadat de stad verlaten werd door de Romeinen.

Wij genieten echter vooral van de prachtige verwilderde tuinen, het bamboebos, de koelte van al dat groen en van de ooievaars die hier de boel hebben overgenomen.

Op een bankje kijken we toe hoe die grote vogels zonder vleugelbeweging op de thermiek “drijven” en steeds hoger stijgen. Hun geklepper klinkt ons tot afscheid nog na.

 

 

P9270792 (Medium)P9270795 (Medium)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

P9270803 (Medium)

 

 

 


 

 

Zin in foto's van Marrakech, klik hier


Marrakech.

Warm, warmer, heet !!!! Als we een voet durven buitenzetten wordt het heteluchtkanon gestart. Man, man, de warme wind verschroeit alles als een föhn. Sloten muntthee bieden nauwelijks soelaas. Toch verkennen we de stad te voet, met ware doodsverachting steken we drukke straten over, want voor een voetganger stoppen, daar hebben ze in Marokko nog nooit van gehoord. We bezoeken de prachtige paleizen, de oneindig groene parken en tuinen, de tomben , de talloze souks, de medina, het mooie nieuwe Marrakech en natuurlijk “La place”, het beroemde Jemaa el Fna plein. Iedereen kent het van reisreportages en andere ‘Vlaanderen Vakantieland’ programma’s.
Slangenbezweerders, dansers, sjamanen die voor elke kwaal een kruid verkopen, verhalenvertellers, verkopers van dadels en vijgen, prachtig gepresenteerd, stalletjes met heerlijk vers geperst appelsiensap….
Maar vooral de enorme rookkolom die opstijgt van de grote houtskoolvuren waar worstjes en brochetten gebakken worden en het eentonige trommelgeluid op de Marokkaanse tamboerijn, dat we kunnen horen tot in onze riad.  Dàt is het plein voor ons.
Plein waar, tot onze grote verbazing, meer Marokkanen rondhangen dan Europeanen.

Onze gedachten gaan weer naar mijn schoonpa. De man die de hunker naar avontuur onherroepelijk doorgaf. Hoe heeft hij het plein 70 jaar geleden ervaren? We kunnen het hem helaas niet meer vragen.

In de rook ontwaren we René en Pauline, onze Nederlandse bootburen in Rabat, ook zij zijn hier een paar dagen met vakantie.

Maar, hoe vreemd, vroeger kon een vakantie niet lang genoeg duren.  Nu willen we na drie dagen terug naar de Jakker?! Heimwee naar zee? Naar ons bootbed?

Een laatste rit door de stad , een laatste blik op de stad van rode oker (alle gebouwen slechts één kleur: okerrood) en daar gaan we voor weer een rit van vier uur en half.

In Sale is het zo maar even 10 ° frisser. We herademen, we zijn terug thuis!

 



“Don’t you know we’re riding on the Marrakech express? Don’t you know we’re riding on the Marrakech express, they 're taking us to Marrakech!” (Crosby, Stills & Nash)
Marokko trekt aan ons voorbij. Het treinraam een breedbeeld TV. Eerst de grote steden, Mohammedia, Casablanca.  Net zoals bij ons krijgt de treinreiziger ook hier de niet zo fraaie achterkant van het leven te zien. De vele nu al versleten ‘nieuwbouw’-appartementen met wouden van satellietschotels op de daken. Een lucratieve business, zo blijkt. Satelliet TV : onmisbaar in het moderne Marokko.
Nog verder de bidonvilles. Kijk daar, schotelantennes bovenop stapeltjes stenen?? God nee, dat zijn huisjes. Heel schamel, stenen met wat vodden en golfplaten. Daar bovenop, dicht tegen elkaar aan, vechtend voor een plaatsje:schotels, schotels, schotels. Voor elk gezin één?  Hoeveel mensen wonen dan daar? In welke omstandigheden? Dromen weg bij Bollywood films?
Dan de graanschuur van Marokko. Eindeloze velden. Vaalgeel, de tarwe is geoogst. Muren  van cactussen rondom. Cactussen vol met “figues de barbarie”, de rood-oranje vruchten die op de markt en langs de straat verkocht worden. Tony’s pa, die twee jaar in Marokko verbleef, was er dol op.

Olijfbomen, eucalyptussen, appelsienenbomen, dadelpalmen.
Eenzame ezeltjes staan lijdzaam in de felle middaghitte. Platte karren. Schapen, geiten.

Stukjes niemandsland, dichtbij dorpen, herschapen in vuilnisbelt want bezaaid met blauwe, zwarte, witte, gele plastic zakjes verstrikt in doornige struikjes.

Bergen nu, woestijn.

Eindelijk, na vier uur en half de eerste palmen van Marrakech. Herinnering aan de oase die deze stad eens was.

Ook onze riad* blijkt een oase van rust midden in de drukke medina. De taxichauffeur parkeert zijn ‘petit taxi’ waar hij niet meer verder kan. Begeleidt ons dan te voet door de nauwe steegjes, hier en daar een piepklein winkeltje, houten deurtjes van huizen,  kinderen roepen “Bonjour”, plots een prachtige houten poort. Hier gaan we binnen.
Een mooi betegeld binnenplein met fonteintje, smeedijzeren balkons, prachtig stucwerk, glanzend houten deuren. Een paradijsje.  (Neem zelf een kijkje op de website )  
 


Onze kamer, azuurblauwe tinten ….. Heel toepasselijk, de zee als inspiratie! We zijn met vakantie.

 

*  Een riad is een traditioneel huis (paleis) waar vroeger de welgestelde families woonden, gelegen in de medina.  De meeste riads zijn meer dan honderd jaar oud. Er is altijd een patio, een binnenplaats vaak met fonteintje, versierd met mozaïek.  De kamers liggen er rondom.  Er wordt veel smeedwerk gebruikt aan ramen en balkons.  De riads zijn door erg bekwame vaklui op traditionele wijze opgeknapt.  De mozaïeken worden steentje per steentje opgebouwd, elk een aparte kleur. Alles puur handwerk, geen voorgebakken tegeltjes.