Wat gaat dat groot zeeschip nu doen? Komt het recht naar ons toe? Gaat het voor ons door? De opeenvolgende peilingen wijzen het uit. We moeten onze koers verleggen, oploeven (naar de wind toe) , om het vóór ons door te laten passeren. Dat schip volgt immers de geul voor zeeschepen, richting Antwerpen.

Ja, goed geraden.  We zitten op zee, richting Blankenberge.

Donderdagmorgen hielden we het wel voor bekeken op onze ankerplek. De wind is afgenomen tot 5 bf. De klussen moeten maar wachten. Om 9u gaan we ankerop.
In twee uurtjes zeilen we tot de uitgang van het Grevelingenmeer, de sluis bij Bruinisse.
Prettig tochtje, net bezeild.

Eenmaal geschut gaat het verder op de Oosterschelde naar Zierikzee. Ruime wind, een heerlijk zonnetje. Zo kan zeilen ook zijn.
De brug over de Oosterschelde opent zodra we d’ er aankomen. Geluk! Ze opent slechts rond het hele en het halve uur.
Zierikzee ligt net om de hoek. We vinden een plaatsje in de binnenhaven waar de jachten al drie dik tegen elkaar liggen.
Gezellig Zeeuws stadje met terrasjes die uitnodigen tot het drinken van een stevige Leffe. Na 5 dagen aan boord voelt de kade wat onstabiel aan. Zeebenen, weet je wel. Tegenhanger van zeeziekte.

Veel kunnen we niet drinken. Huiswerk maken, dat staat er op het programma. Uitrekenen wanneer we morgen best vertrekken, rekening houdend met het tij. Koersen uitzetten. Weerbericht beluisteren en evalueren.
Het tij staat buiten aan de Roompotsluis (uitgang van de Oosterschelde - stormvloedkering) mee vanaf ongeveer 12u30. Kunnen we toch nog uitslapen.
De weermensen voorspellen voor morgen N-NO 4-5 bf. Moet kunnen. Pas ‘s avonds zal het 6 bf worden en zal de wind naar NW draaien.  We wagen het erop.

Vrijdagmorgen begeleidt een zonnetje ons via het lange kanaal van Zierikzee naar de Oosterschelde. De bruinvissen (echte kleine dolfijnen) van Zierikzee wensen ons een goede vaart.

Al snel wordt het donkerder, wolken pakken samen. De wind wakkert aan. Maar als we rond 12u30 uit de sluis tuffen besluiten we toch door te gaan. Wat moeten we anders?

Met gereefd grootzeil en fok zeilen we hoog aan de wind door de geul die naar open zee leidt. Later kunnen we zeil lossen, de koers wordt comfortabeler. Maar de zee bouwt zich op.
Grote rollers kunnen de Jakker niet deren en we geven het stuur over aan Jefke, onze stuurautomaat. Die houdt het daar op het achterschip langer uit dan wij. Koud en vooral vochtig dat het intussen geworden is! We kleden ons steeds dikker aan, mutsen, sjaal zelfs handschoenen komen eraan te pas.
Zo kennen we de Noordzee weer : grauwe zee, donker weer, brekers, stuifwater ….. en dan die zeeschepen die in een paar minuten van een ver stipje tot een imposant dreigend vlakbij monster met dikke witte snor veranderen.
Een viertal van die monsters kruisen ons pad vandaag.

Nu zien we Blankenberge in de verte. De golven worden heviger, als we over de ondiepte zeilen. Grootzeil inrollen. Handig, niemand hoeft naar de mast, zoals vroeger.

Met een piepkleine fok, je weet nooit of je motor het opgeeft, surfen we Blankenberge binnen. De geul is gebaggerd, het is er diep genoeg maar bij deze wind staat er toch een behoorlijke swell en felle dwarsstroom.

Uiteindelijk toch wel een ruig tochtje. Maar ons vertrouwen in Jakker is nog maar eens bevestigd.

Vóór het slapengaan legt Sabine, op TV, nog even uit dat het morgen en zondag koud, winderig en nat gaat worden. In Blankenberge liggen we veilig voor een paar dagen!!


 

p6180215 mediump6180217 mediump6180219 medium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lydia, nog even een antwoord op jouw ‘comment’.
Aan plaats voor een broodbakmachine geen gebrek. Stroom da’s een ander paar mouwen:  die machines werken op 220 V en dan hebben we walstroom nodig, of een omvormer maar dan neemt die machine veel te veel ampères uit onze 12 V boordaccu’s.
Idem dito voor waterkoker, strijkijzer, föhn…..
(vgl. een lamp van 100 W  op 220 V neemt 0,45 A, op 12 V wordt dat 8,3A, bij een broodbakmachine van bv. 1000W is dat 83 A !  Onze accu’s zouden vlug leeg zijn !)

Dus kneden maar dat brood.

 

 

 


Twee broden schuif ik in de oven. Ah ja, ons brood is op, zodoende.  Ik heb nu even de tijd om te schrijven.

Je hebt het ook gehoord van Frank Deboosere: harde wind! Gevolg : wij liggen nog steeds ‘om het hoekje’ te wachten. Het zeilersleven ten voeten uit. Raken we hier nog ooit weg. Wordt het donderdag of vrijdag echt beter?

Nog steeds op anker dus. Je moet je dat bij deze wind als volgt voorstellen.
We liggen achter onze ‘ploert’ : ons fonkelnieuw anker van 35 kg. Bijna dubbel zo zwaar als het origineel. Niet dat dit anker ons ooit in de steek liet, maar je vertrouwt je hele hebben en houwen toe aan dat stuk ijzer, onder de moeilijkste omstandigheden …het kan dus nooit té zwaar zijn.

“Als je in de haven wat schichtig, verlegen om je heen kijkt als mensen naar je zware anker wijzen, ga dan voor nóg een maat groter!”, een wijze raad van een collega-zeiler.

Ok, we liggen dus achter onze ploert als een huis. Nu ja, een huis op een horizontale schommel. We gieren immers, bij deze wind, flink. Jakker zwaait zo’n 90 ° heen en weer achter het gespannen touw. Dat zwaaien gaat behoorlijk snel, echt zoals op een schommel. Eens je aan de ene kant bent aangekomen, gaat het in een rotvaart weer naar de andere kant. Telkens opnieuw. Gratis Walibi!
Gelukkig hebben we daar beiden geen last van. Tony voelt die bewegingen zelfs nauwelijks.
Ik probeer het lot nog een beetje te tarten door binnen aan de kajuittafel te zitten tikken. Dan word je vlugger ziek, nl. Een beetje oefening kan geen kwaad. Op zee zal de schommel alleen maar heviger worden.

Onze tijd hier benutten we ten volle. Tony heeft de modem aan de praat gekregen en we kunnen nu via de HF-radio mails versturen, weerberichten ophalen en gribfiles, onze positie rapporteren. Niet te geloven, een wondertje van techniek!

Ook het klussen gaat gewoon door en daarbij is een eerste gewonde gevallen. Aan mij de twijfelachtige eer.
Bijna klaar met het polieren van de kuip, wilde ik het deksel van de bakskisten nog even doen. Een zwaar luik is dat, dat je zekert met een touwtje. Nu even niet, want dan kan ik niet overal bij. De wind (die nog toeneemt bij zo ‘n zwaai, weet je nog) denkt daar anders over en blaast met een enorme klap het luik dicht. Mijn arm was nét te laat weg.
De geweldige zalf, die ik van Karen kreeg, om bloeduitstortingen te helen, doet wonderen. Mijn arm heeft weer bijna normale proporties, nog wat schaafwonden blijven als getuigen over.

Nederig incasseer ik deze les in voorzichtigheid. Perfect timing !

 

 

 

 

   

Het volgende tekstje had  ik al even klaar, maar hier op anker hebben we natuurlijk niet zo een goede internetverbinding  en ik slaagde er maar niet in het te versturen. Daar zullen we aan moeten wennen ……en jullie ook!

 

p6120199 mediump6120191 mediump6120183 medium

 

 

 

 

 

 

 

“Hoe traag een schip de kaai afvaart, hoe lang het wuiven is.”

Ja, lang hebben ze gewuifd op de dijk aan de haven. De figuurtjes, staande in de ijskoude, felle wind, werden stilaan kleiner. Het wee gevoel, groter. Is dit het nu het begin van ons avontuur?
Heel raar. Vaarwel Port Zélande! Leuke haven met hoog vakantiegehalte. Met toffe mensen zowel bij het bootjesvolk als onder de noeste werkers.

Tegen de felle noordenwind in stevenen we af op onze eerste ankerplaats. We willen immers eerst wat “bijkomen” van de emoties, een paar dagen rustig nog wat klussen (ja, alweer) en nog even genieten van het mooie Grevelingenmeer. We hebben toch de tijd,hé.
Daarna gaan we dan echt van start.

Zaterdagmiddag is nog erg leuk geweest. Stralend weer. Vakantiegevoel ten top. Cava in de kuip met de “die hards” van de familie en vrienden. (Stefie en Bert, ver weg in Alaska en Noorwegen, jullie waren er in gedachten echt wel bij!).
Net op tijd arriveerden Marcella en Hilde nog. Schoonzusje Marcella, gewapend met een videocamera, om alles later aan Oma te kunnen tonen.
Het werd snel kouder, de wind hard. Tijd om de trossen los te gooien.
Met man en macht werd er geholpen onze Jakker verder naar achter aan de steiger te verhalen. De wind maakte ons vertrek echt niet makkelijk. Je hebt aan N1 wel heel weinig ruimte om te maneuvreren. Roeland schroeft nog vlug even ons opstapje los en weg zijn we. Zonder mededogen. Keihard.

Afscheid nemen, we hebben het nu wel gehad!
Kaatje vaarwel zeggen, het moeilijkst van alles. Je kinderen, dat is gewoon fysiek een stuk van jezelf.

Maar komaan, er is mail, skype, en er zijn vliegtuigen!

Dra zien w'elkaar weer !!

 

p6120849 mediump6120177 mediump6120178 medium

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer foto's vind je hier.




Eerst even een foto van onze engelbewaarder, mooi geïnstalleerd aan de kajuitingang.

 

p6110172 medium

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eén van de dingen die Tony vandaag in orde bracht.
Daarnaast (interesseert het eigenlijk nog iemand?) : het nieuwe anker bevestigd op het voorschip (viel niet mee), de bijboot opgepompt, de buitenboordmotor in orde gebracht en op de bijboot gehangen; achterstag aangespannen, een extra reddingsboei met licht aan reling bevestigd…  Terwijl ik weer voor bereidwillige assistente gespeeld heb en moet ik het nog vertellen, dingen weggestouwd, tot vervelens toe.

Aan morgen denk ik maar niet te veel. Vertrekken, er horen zo ‘n dubbele gevoelens bij.  We kijken enorm uit naar onze reis. Wat zal er gebeuren, wie gaan we ontmoeten, wat zullen we zien? Heel erg spannend allemaal.
Maar je laat ook zoveel achter …… je vrienden, familie, maar vooral je kinderen.

Belachelijk misschien, want niet te vergelijken, maar ik voel mij een beetje als bij de eerste keer op kamp. Een knoop in je maag, een wee gevoel in je buik en toch zin om te gaan. Weet je nog, Pa?

Toen kwam het ook allemaal goed. Nu dus ook, daar vertrouw ik op.

We vertrekken gewoon. Op naar een wonderlijk deel van ons leven!

 



 

 

Voorbijschietende Hollandse polders, zullen we dat de eerstkomende tijd nog zien? Ik denk het niet. Ook zelf met de wagen rijden, vergeet het maar.

Vandaag bollen we een laatste keer richting België, dankbaar gebruikmakend van de auto van Karen.

Onze laatste centjes gaan we uitgeven in Antwerpen aan een joekel van een extra anker, pilot boeken, nog wat zeekaarten…. En vooral we halen onze EPIRB op. Onze moderne engelbewaarder op zee. Als we in nood verkeren, zal die moderne Gabriël automatisch alarm slaan en via de (hemel) satellieten hulp naar onze positie dirigeren. We zullen hem een ereplaats geven aan boord, vlak aan de trap. We zullen hem altijd vriendelijk en met veel respect toelachen ….in de hoop hem tot in de eeuwigheid te kunnen laten rusten.

Op waardige wijze willen we dan morgen afscheid nemen van onze Euregio met een trip naar Gladbeck (Duitsland). Daar wacht onze bijboot (besteld tijdens  BOOT Düsseldorf)  op haar nieuwe baasjes.

Zijn we er dan, letterlijk op de valreep, klaar voor?

Er wacht nog steeds een to-do lijstje en we schieten steeds vaker plots wakker, denkend aan dingen die er nog bijgevoegd moeten ……maar als we willen ’ werken aan ons schip in exotische plaatsen’ (dat is wereldzeilen toch, beweert men) zullen we maar eens vertrekken, zeker!