Twee broden schuif ik in de oven. Ah ja, ons brood is op, zodoende.  Ik heb nu even de tijd om te schrijven.

Je hebt het ook gehoord van Frank Deboosere: harde wind! Gevolg : wij liggen nog steeds ‘om het hoekje’ te wachten. Het zeilersleven ten voeten uit. Raken we hier nog ooit weg. Wordt het donderdag of vrijdag echt beter?

Nog steeds op anker dus. Je moet je dat bij deze wind als volgt voorstellen.
We liggen achter onze ‘ploert’ : ons fonkelnieuw anker van 35 kg. Bijna dubbel zo zwaar als het origineel. Niet dat dit anker ons ooit in de steek liet, maar je vertrouwt je hele hebben en houwen toe aan dat stuk ijzer, onder de moeilijkste omstandigheden …het kan dus nooit té zwaar zijn.

“Als je in de haven wat schichtig, verlegen om je heen kijkt als mensen naar je zware anker wijzen, ga dan voor nóg een maat groter!”, een wijze raad van een collega-zeiler.

Ok, we liggen dus achter onze ploert als een huis. Nu ja, een huis op een horizontale schommel. We gieren immers, bij deze wind, flink. Jakker zwaait zo’n 90 ° heen en weer achter het gespannen touw. Dat zwaaien gaat behoorlijk snel, echt zoals op een schommel. Eens je aan de ene kant bent aangekomen, gaat het in een rotvaart weer naar de andere kant. Telkens opnieuw. Gratis Walibi!
Gelukkig hebben we daar beiden geen last van. Tony voelt die bewegingen zelfs nauwelijks.
Ik probeer het lot nog een beetje te tarten door binnen aan de kajuittafel te zitten tikken. Dan word je vlugger ziek, nl. Een beetje oefening kan geen kwaad. Op zee zal de schommel alleen maar heviger worden.

Onze tijd hier benutten we ten volle. Tony heeft de modem aan de praat gekregen en we kunnen nu via de HF-radio mails versturen, weerberichten ophalen en gribfiles, onze positie rapporteren. Niet te geloven, een wondertje van techniek!

Ook het klussen gaat gewoon door en daarbij is een eerste gewonde gevallen. Aan mij de twijfelachtige eer.
Bijna klaar met het polieren van de kuip, wilde ik het deksel van de bakskisten nog even doen. Een zwaar luik is dat, dat je zekert met een touwtje. Nu even niet, want dan kan ik niet overal bij. De wind (die nog toeneemt bij zo ‘n zwaai, weet je nog) denkt daar anders over en blaast met een enorme klap het luik dicht. Mijn arm was nét te laat weg.
De geweldige zalf, die ik van Karen kreeg, om bloeduitstortingen te helen, doet wonderen. Mijn arm heeft weer bijna normale proporties, nog wat schaafwonden blijven als getuigen over.

Nederig incasseer ik deze les in voorzichtigheid. Perfect timing !