Het sturen van een zeilboot is leuk. Tochten maken op de Grevelingen, de Oosterschelde, op zee. Je voelt je meester van je schip. Schipper. Je stuurt je boot zo efficiënt mogelijk. Je hebt controle. Je haalt er de grootst mogelijk snelheid uit. Je voelt elke windvlaag aan, elke golf. Geweldig !

 

Zodra je lange tochten aanvat, krijg je een totaal ander plaatje. Sturen wordt een marteling, saai, die lange rakken steeds dezelfde koers aanhouden. Je hebt er ook geen tijd meer voor. Je moet ontbijt maken, brood bakken, zeilen trimmen, touwen nakijken, logboek bijhouden, dingen herstellen, de horizon afspeuren naar andere boten, mailen, babbelen over de radio…en dat terwijl je zeilmaatje ligt te maffen.

 

Zeilers hebben daar dus een slimme oplossing voor : een zelfstuurinrichting.

Een elektrische hebben we al aan boord. Die vreet echter té veel energie.

Daarom kochten we onze Windpilot, een windvaanstuurinstallatie. Die leeft van de wind. Je stelt hem in en hij stuurt gehoorzaam een bepaalde hoek met de wind. Opletten is wél de boodschap. Als de wind draait, verandert natuurlijk ook de gestuurde koers en zo vaar je je doel voorbij. Oogje in het zeil houden dus.

 

Zo ongeveer een dag is Tony bezig geweest met de installatie van onze Windpilot.

Niet vooraleer hij alles, op zijn eigen onnavolgbare wijze, minstens in gedachten een tiental keren in elkaar heeft gezet.

Dit keer geen smeuïg verhaal over saboterende kabels. Alles loopt van een ...polyestheren dekje.

 

Jakker weer een beetje meer 'vertrekkersboot'.


 

p5250151 medium