Positie : Port Moselle (steiger A 32).

 

Stilte nà de storm.

Een gevoel van diepe opluchting neemt bezit van ons. Het is nog een keer goed afgelopen. Het beest, tropische cycloon Luca, trok woensdag over ons heen en liet onze boot onbeschadigd achter.
Wijzelf komen iets minder gehavend uit de strijd. Beurse spieren van het sleuren met de zware touwen en ankers, van het samenknijpen van onze billen, van het spannen van onze kaken. Hoofdpijn van de stress. Evenwel niks dat niet met slaap en rust opgelost kan worden.

Als Météo France Nouvelle-Calédonie de overtocht van tropische cycloon Lucas ergens tussen woensdagochtend en late namiddag vastpint, zijn we al op pad. Met onze aankomst op de rivier Katiramona bij Port Laguerre op maandagmiddag zitten we ruim op schema. Het springtij zorgt voor de hoogste rijzing van de volgende twee weken. Bij half tij moet er overal voldoende water staan om onze 2 m diepe kiel veilig te laten passeren (het stuk met minste diepte is 1,5m , er is een totale rijzing van 1,15 m). Dat hebben we een paar maanden geleden uitgetest.
Voor het gedeelte nog verder de rivier op hebben we een “track” van vriend Olivier.
Maar daar, in de bocht, gaat het mis. Plots geeft de dieptemeter 1,9 – 1,8 -1,7 m aan. Je kan het nauwelijks voelen, zo zacht, maar we zitten vast in de modder. Boten, vooral catamarans en monohulls met weinig diepgang, varen ons voorbij richting de smalle kreek verder stroomopwaarts. Dit is niet voor ons weggelegd. Toch te ondiep.

Het begint al goed, we zitten een eerste keer vast in de modder.

De ingaande sterke stroom duwt Jakker dwars en steeds verder naar de mangrove struiken. Dit begint al goed. Hier willen we niet zijn.
Pas als we de genua uitrollen, slagen we erin met de door de dwarswind hellende boot en flink wat gas, uit de modder en tegen de stroom in weg te komen. Terug naar af, ankeren we in de grote baai bij de ingang van Port Laguerre, waar we vandaan komen. Eerst maar eens een nieuw “plan de campagne” opstellen vooraleer we weer een poging wagen. Evenwel op de rivier daar moeten we zeker zijn.

We proberen nog het voorzeil af te halen. We zagen op onze reis al te vele onvrijwillig uitgerolde voorzeilen tot lange, smalle reepjes kapotgewaaid.
Het lukt ons echter niet, plotse windvlagen zijn veel sterker dan wijzelf.
We geven het op, krijgen de genua amper terug ingerold, forceren wellicht één en ander, horen een droge knal, vóór hij plots toch oprolt (dit krijgt later nog een serieuze staart! Even onthouden.).

Bij de aankomst van een orkaan begint het dagen op voorhand al hard te waaien, wolken pakken samen, het wordt erg grijs en regent flink. Dat maakt het voorbereiden er niet prettiger op.
Dinsdagochtend zodra het tij het toelaat (rond 10 u) gaan we opnieuw op pad. Wij, “bleutjes”, sluiten aan in het treintje van geroutineerde “mangroven schuilers”, die allemaal dezelfde route varen. Achter elkaar, meer ruimte is er niet.
Dit keer stoppen we vóór we het echt ondiepe gedeelte bereiken.
Met de sterke stroming op de kont kunnen we onmogelijk ankeren. We zouden meteen over het anker heen geduwd worden. Het zou zich niet kunnen ingraven.
Eerst omdraaien dus. Makkelijk gezegd. De slang van boten blijft achterop komen. We wachten het juiste moment af.
Als je terugdraait met de boeg in de stroom kom je op een moment dwars te liggen, het sturen wordt heel moeilijk. De stroom wil je boot gewoon zo dwars voortduwen. Maar Tony, geroutineerde stuurman, brengt Jakker met veel motorgeweld met de kop in de stroom. Snel anker uit in het midden van de rivier.
Geslaagd, we hangen vast achter het anker, in het midden van de 100 m brede rivier. Evenwijdig met de mangrovenbosjes (wat mangroven precies zijn, zoek je zelf maar even op) aan beide kanten. Eerste deel ok.

Volgende opdracht : zoveel mogelijk touwen vastmaken aan de mangroven stammen en wortels en Jakker in die richting trekken, weg van het midden van de rivier. De dure 70 m lange “aussières” die we vorig jaar verplicht moesten aanschaffen, komen nu goed van pas. Tony neemt in Jak het eind van zo een touw mee. Stuurt recht in de wortels. Moeilijk , de stroom sleurt hem gewoon mee, het motortje haakt achter takken en het touw trekt naar beneden, meegenomen door de stroming, zo hard dat het touw hevig trilt. Maak dan maar eens een stevige knoop ! De operatie lukt en zo hangen we weldra aan 5 touwen.

De 70 m lange aussières komen goed van pas.

Touwen vastgemaakt aan de mangrove stammen.


Achter en dwars van Jakker zet Tony een anker uit, met ketting. Ook niet makkelijk . De stroom zet hem weg zodra hij gas mindert, gauw anker, ketting en touw overboord. Maar zo komen de ankers toch niet precies terecht waar je ze hebben wil. Pech.
Later zal blijken dat de beide ankers loskomen en haast geen nut meer hebben.
We hebben nog een lange aussière maar zolang er boten langsvaren kunnen we die niet gaan vastmaken aan de verre overkant, onze bakboordkant. We zetten alles in op ons (loskomend) anker.
Pas als het bijna donker is , zien we onze achterburen nog bakboord lijnen vastmaken 100m ver aan de andere kant. Wij kunnen nu niks meer doen. We sjorden Jak vast aan dek. Overbodig, zal achteraf blijken.

Ik denk terug aan Fiji, hoor de havenmeester nog zeggen : “Geen touw mag ongebruikt aan boord blijven ! “ Die aussière ?!
We halen de bimini weg en controleren het dek. Klaar. De avond verloopt zoals gewoonlijk. We kijken een serie en gaan slapen. Het regende al van 's middags, nu giet het.

Om 2 u zijn we plots allebei klaar wakker. De wind fluit door het want. De stroming duwt de kont met de zonnepanelen in de struiken. De touwen kraken vervaarlijk. Het stortregent.
We móeten even poolshoogte nemen. Jas en lange broek aan tegen de muggen en naar buiten. Het goede nieuws : ons vooranker zit diep ingegraven. We trekken de ankerketting bij, lossen hier een touw, trekken er daar eentje aan. Liggen nu wat meer evenwijdig met de oever.
Zo móet het gaan. Wat later liggen we potvast met de voet van onze kiel een halve meter in de modder. Dat geeft toch een beter gevoel.
Klaar wakker drinken we nog een kop koffie...om beter te slapen ?
Nee, daar komt toch weinig van in huis.
Ergens in de ochtend komen we weer los van de bodem en drijven meteen richting mangroven. Als ik mijn hand door het raampje zou steken, zou ik zo de struiken kunnen aanraken.

 

Het water staat hoog tussen de mangroven wortels. Ik kan de takken haast aanraken vanuit het raampje in de salon.

Ons bakboord anker hangt slapjes in de dunne modder. Dit moest ons uít de struiken houden. Niet dus !
We hellen vervaarlijk over in de rukken, ons want en de zonnepanelen in de bovenste takken.
Zo gaat dat maar verder. Ik ben dankbaar voor elke adempauze, hoe kort van duur ook.
We balanceren zenuwslopend lang tussen hoop, als de wind even wat bedaart, en wanhoop, als er weer een aantal felle rukken elkaar opvolgen. Het krijsende lawaai is, onuitstaanbaar, de boot lijkt met kleine rukjes op te springen op de wind. We zeggen niet veel. Kijken elkaar veel betekend bang aan. Ik schrijf berichtjes op whatsapp en facebook, stel mensen hier en aan de andere kant van de wereld gerust. Realiseer me dat dit plots kan stoppen. Op de radio horen we immers dat de elektriciteit in bepaalde delen van Nieuw-Caledonië is uitgevallen, idem dito voor vaste en mobiele telefoon, wegen zijn overstroomd. Wij zijn zuinig met stroom, de zonnepanelen geven bijna niks nu.


Even een adempauze, de rivier staat al erg hoog en kijk eens naar die kleur. 


Woensdagnamiddag, na een aantal ondraaglijk harde windvlagen waarvan je denkt, kan het nu nóg harder, is het plots oorverdovend stil. Wij houden onze adem in.
Maar echt ! Lucas lijkt voorbij geraasd. Af en toe steekt er nog een windvlaag op, best hard, maar voor ons nu “een briesje”. Hoe hard het tijdens de orkaan waaide, zullen we wel nooit precies weten. Onze meter stond uit. Men spreekt van 50-60kn. 120Km/u.

We zakken weer zachtjes in de modder. Jakker ligt stil, we horen het prachtige geluid van tropische vogels, kunnen op beide oren slapen. De muggen blijven buiten.
Bij het krieken van de dag beginnen de wolken open te breken, het “stoomt” op de rivier, bruin water haast zich naar buiten, naar de lagune. Die zal voorlopig niet meer azuurblauw blinken.

Alles losmaken valt wel mee. Tony balanceert op de wortels van de mangroven, krabbetjes, met het meest prachtige fluo-blauwe rugschild, haasten zich weg. In de ketting van het bakboord anker zit een grote wortel-takkenbos vast. Als we die eindelijk losgemaakt hebben, langszij de boot, blijven grote, onmogelijk te verwijderen, bruinrode vlekken over. De enige getuigen van ons verblijf op de rivier. Dan reken ik even de kevertjes, miertjes, ontelbare blaadjes en takjes en de kleine gekko niet mee.

Rond de middag, het lijkt alsof er een sirene afging, zet de slang van boten zich in beweging. Het wordt een race “weg van de rivier”.
We laten ons anker net buiten de ingang van de baai Port Laguerre vallen. Het poetsen en opruimen kan beginnen.
Jakker heeft de orkaan doorstaan !

 

Takkenbos in onze ankerketting en tegen de romp.

Touwen terug losmaken.



Op een rijtje weer uit de rivier.

 

 

Additional information