Positie : Timbia, (Nouvelle-Calédonie).

Christel maakte deze  foto van onze boten  (Anse Majic).

Net als we wel aan wat compagnie toe zijn, roept Christel (Okeanos) ons op. Of we ergens kunnen afspreken in het zuiden. Ze hebben een week vrij en komen met hun catamaran Okeanos onze buurt uit, samen met een andere boot, Touché Rouge. De volgende dagen wandelen, babbelen, eten en drinken we wat af, samen in Baie de Prony, exact een jaar nadat we hier toekwamen. Christel speelt voor boodschappendienst en brengt een tas vol groenten en fruit mee voor ons.
Binnenkort moeten we afscheid nemen van haar en Patrice, boot verkocht, zij terug naar Nice.
Van bubbel, mondmaskers , social distancing is hier totaal geen sprake. De kreet : “Pas de bisous, pas de caresses “ is al lang vergeten. Wij leven als in de pre-coronatijd en beseffen maar al te goed wat een geluk we hebben.
We hopen dat ook voor jou deze covid-nachtmerrie binnenkort voorbij zal zijn. Hou vol.

Op wandel in de prachtige natuur van Nieuw-Caledonië .  

Voor onze bezoekers is dat weekje “er tussenuit “ snel voorbij. Wij zetten onze zwerftocht nog even verder en laten ons opnieuw verleiden door Îlot “slangeneiland” Mato.
Met de tricot rayés (slangen) maakten we al uitgebreid kennis tijdens beklimmingen van de heuvel. Ook de visarenden houden ons van boven in de gaten.
Snorkelen deden we hier echter nog niet. Te koud, vorige keer in augustus. Nu moet dat wel lukken. We trekken een shorty aan en leggen alvast onze “solar shower” (zwarte waterzak) in de zon. Ik verheug me al op de heerlijk warme, “cadeau van de zon” douche.
We ontdekken slechts enkele mooie koraalbommies. Eerlijk, het valt wat tegen en interessante vissen zijn er ook al bijna niet . Komen hier te veel jachten, misschien? Wordt er te veel gevist in de buurt?
Dan zien we ze : drie, vier...uiteindelijk wel zestien grote “doornenkroon zeesterren”, (acanthaster planci) die aan een snel tempo het koraal lijken op te vreten.
Normaal treden ze op als “regelaars”, eten vooral snelgroeiend koraal en bewaren op die manier het evenwicht tussen de verschillende koraalsoorten. Maar als ze een pest worden, zoals hier, vreten ze alles kaal, verdwijnt het koraal en graven ze zodoende hun eigen graf.
De rechtopstaande stekels van de doornenkroon zijn uiterst giftig.
We moeten deze grote hoeveelheid zeesterren zeker melden bij de Province Sud. Er zitten er een paar erg dicht aan de oppervlakte . Snorkelaars kunnen zich makkelijk prikken. Uit verhalen van duikers heb ik onthouden dat zo een stekel in je hand of voet enorm pijnlijk is, dat je ALTIJD naar een ziekenhuis moet en best een gespecialiseerde dokter (chirurg) raadpleegt. Pijnlijk, bovendien wordt de genezing makkelijk een verhaal van een paar maanden.
Probeer ze zelf niet te doden. Als je het verkeerd aanpakt, laten ze hun eitjes los en wordt het probleem enkel groter. Specialisten schakelen de dieren uit door een injectie met een azijn mengsel. 
Terwijl we nog volop doornenkronen tellen, doemt er plots een grote witpuntrifhaai op, die iets te dicht cirkeltjes rond ons draait. We hebben het toch al koud, einde snorkeltrip dus.

Opgerolde tricot  rayé  (merk de kreukels op).

In het echt is het rif landschap veel indrukwekkender.

De balbusard visarend houdt ons nauwlettend in de gaten. 

Doornenkronen van het internet gepikt.


Dan doet zich het volgende fenomeen voor. Past dit ook in het rijtje beestenboel? Ik weet het echt niet. Op zoek naar een verklaring voor wat we zagen, roep ik je hulp in.
Hou je vast :
's ochtends vroeg zien we langs onze boot een “lange zwarte slang” schuin uit het water (30-40°) omhoog-vooruit “springen”, een vijftal meter ver. Aan de “kop” merk ik drie bolletjes, de rest van de “slang” zigzagt in het verticale vlak.
Dit gebeurt een aantal keren na mekaar. We vergissen ons niet.
Eén keer in het water geland, blijkt de “slang” een zwartbruine smurrie te zijn, die zich begint op te lossen. Spuwde een enorme inktvis dit zwarte goedje uit? Was het een strontstraal van één of ander dier (?), maar omhoog uit het water? Ik denk het niet.
Dit had kleinzoon Lyam¹ moeten zien, hij zou niet rusten voor hij een verklaring vond.

Terug in Nouméa nu. Steeds grimmiger worden hier de politieke en sociale tegenstellingen. .
Er roert heel wat. Sinds het referendum verharden de standpunten zich. Indépendantistes staan lijnrecht tegenover Frankrijk-getrouwen, praten niet meer echt.
Dé pion in het spel van getouwtrek tussen de partijen is de Usine du Sud. De fabriek in het zuiden die een soort “cakes” van nikkel legering produceert, gebruikt voor het maken van batterijen voor elektrische wagens . De fabriek verschaft werk aan een drieduizendtal mensen en onderaannemers.
Die fabriek, eigendom van het Canadese Vale, staat al even te koop. Er dient zich een overnemer aan met een belangrijke Zwitserse kapitaalsinbreng. Dit zint bepaalde Indépendantistes niet. Zij dromen van een soort nationalisering van de nikkel, hebben een “vaag” overnamebod samen met Korea Zinc. Niks concreet , zeggen de anderen.
Concreet zijn echter wel de acties van ICAN en Usine Sud= Usine Pays. Ze blokkeren de cargohaven, de toegangswegen naar Nouméa, de fabriek in het zuiden, de ferry die arbeiders erheen brengt, houden sit-ins bij het regeringsgebouw.
De chaos is enorm. De economische schade ook.
Op de vraag om hun actie op te schorten en zodoende studenten en scholieren rustig hun examens aan het eind van het schooljaar (de grote vakantie loopt van eind december tot half februari) te laten afleggen, wordt slechts schoorvoetend gereageerd.

Hoe zal dit aflopen?

Nikkel fabriek : Usine du Sud.

Terug in de hoofdstad hebben we geen zorgeloze plek aan de steiger meer, ook niet voor het orkaanseizoen. Port Moselle Marina breidt uit. Einde van de werken vermoedelijk januari. We staan op de wachtlijst.
Voor nu moeten we steeds op zoek naar een aanvaardbare, veilige ankerplek. Geen sinecure want alles ligt vol, veelal met “woonboten”. Wonen op een boot is nu eenmaal goedkoper dan het huren van een appartement. Resultaat : een wat slonzige woonbuurt op het water.

Aan de buitenkant van Baie de l'Orphelinat hebben we ons eigen ankerplaatsje gevonden. Tien meter diep, goeie ankergrond, vrij van andere boten. Eén nadeel : bij harde zuidoosten wind , bijna altijd dus, moet onze, met tassen zwaar bepakte Jak, de dwarse windgolven trotseren als we terugkomen van het boodschappen doen.
Geen probleem als je kletsnatte inkopen en bemanning niet erg vindt.
Zelfs het truukje om eerst tégen de wind te varen, dan voor de wind naar Jakker, werkt niet echt. Dat heb je nu eenmaal met rubberboten met opblaasbare bodem.
De “bache” die we van Patrice kregen, houdt nu wel de spullen droog. Onze kletsnatte, zoute kleren spoelen we even uit, zon en wind zat om ze op een mum weer droog te waaien.

Op anker moet je de weersevolutie beter in de gaten houden. Zo kon je ons een paar weken geleden, omstreeks middernacht aan dek aantreffen, druk doende te herankeren omdat we in een bui tegen een “lege” boei aanbotsten.

Toch belet dit alles ons niet om af en toe vrijdagavond naar de life optredens bij Le Bout du Monde te tuffen. En laat ons daar nu vorige vrijdag onze eerste Vlaming in Nieuw-Caledonië tegen het lijf lopen. Tom woont/werkt hier al 8 jaar en is blij eindelijk nog eens een mondje Vlaams te kunnen praten. We hebben het natuurlijk ook over de weinig benijdbare situatie in ons landje.
Sorry als ik op je hart trap met dit gebabbel over cafébezoek. Ik voel me haast schuldig, maar hier is het gewoon alledaagse koek.  Voor jullie ook weer volgend jaar ? 



¹ Lees  ook “Lyams Avonturen” op www.temanua-zeilt.be. Ook de blog van zusje Roxie vind je er : “Roxies nieuwtjes” en de nieuwste belevenissen van de ganse bemanning.

 

Palen heien voor de steigeruitbreiding.

Ons dorp op het water.

 

Additional information