Positie : Anse Majic.

Het veelkleurige maanlandschap op de top van Ile Casy. 

Terwijl jullie in Europa opnieuw massaal in lock down gaan, elke dag bang het aantal zieken en slachtoffers van dat piepkleine, wereld teisterende corona-monster tellen, leven wij, zonder dat dit de bedoeling is, waarschijnlijk meer geïsoleerd dan jullie.
Immers als je de “parrage” (buurt) van Nouméa verlaat, zie je nog erg sporadisch andere boten. Behalve op Îlot Casy, ons lievelingseilandje in de grote Baie de Prony, daar ontmoet je af en toe nog wel eens wat kampeerders.
Wij krijgen hier helemaal een vakantiegevoel, liggen er nu al een week. 's Ochtends en s' avonds suppen en zwemmen, overdag één van de lange, erg gevarieerde wandelingen en één keer per dag onze tocht naar de koude, windkant van het eiland om online kranten, mails en WhatsApp te lezen. Het best zitten we daarvoor bij het kleine kerkhof, of wat er nog van overschiet. Immers de 4G golven van de antenne hoog op de berg, bereiken ons aan de westkant van het eiland, waar Jakker ligt, niet.
Acht familieleden én de vroegere chef exploitatie van de penitentiaire instelling van Prony, liggen hier begraven, al zo een 150 jaar. 

On line bij het kerkhof.

Ons pad hierheen voert langs het bijzondere bos van cycas. Geen palm, geen varen toch hebben ze kenmerken van beide planten.
De voorhistorische cycas, je kent ze wellicht als kamerplant, zijn weinig veranderd sinds het Jurasic tijdperk toen ze welig tierden. Naaktzadigen. Een mannelijke plant en een vrouwelijke. Hier staan ze er een beetje triest bij. Veel bladeren zijn gelig, geven een verwelkte indruk.
Het is een sport voor ons : wie ontdekt het eerst een bloeiende mannelijke “cone”. Die zagen we voorheen nog niet. Moet wel de tijd van het jaar zijn. Vrouwelijke bloeiende planten kunnen we nauwelijks vinden . Eentje staat vlak bij onze waterkant.
Een infobord verschaft wat uitleg. Zo leert een mens nog eens wat !


Maar mijn lievelingsplantje blijft met ruime voorsprong, het “bekerplantje”, de vleesetende Népenthè, in het Engels “monkey cup” (apen zouden er soms uit drinken), dat na de regens welig tiert op de voormalige mijnbodem.

Het cyca bos.

Vrouwelijke cyca.

Mannelijke cyca.

Mijn lievelings "bekertjes".

Ook onder water valt er wat te ontdekken. We duiken naar het wrak van een zeilboot en gaan een kijkje nemen bij de Aiguille, een soort schoorsteen die oprijst van 20 m diepte tot 2,5 m. Kalkafzettingen door het warme water uit de vulkanische bodem vormden deze “naald”. Het koraal kan ons niet echt bekoren maar er zit nogal wat vis en de grillige kalkformaties maken de duik de moeite waard.
Na zo een 45 minuten duik, hebben we een paar uur nodig om alles af te spoelen en te drogen en natuurlijk, de flessen opnieuw met lucht te vullen.
Vervelen doen we ons duidelijk niet aan boord.

Oma op de sup...

... en bij de gezonken zeilboot.

Tot slot de "aiguille".

 

 

 

Additional information