Positie : mouillage Port Moselle.

 

Met frisse tegenzin verlaten we de prachtige Baie de Prony (Jakker uiterst rechts).

De zeiltocht terug van Baie de Prony naar Nouméa was super. Halve wind, stroom mee, we vlogen over het water.
Patrice en Christel, onze vrienden uit Nice, die dachten dat we “verloren” gezeild waren, delen, blij ons terug te zien, hun lunch ovenschotel met ons.
Met hun auto doen we boodschappen, alweer. Zo zijn de gaten in onze voorraad snel terug bijgevuld.
Zelf brood bakken hoeft nu ook even niet, in Nouméa eten we vers krakende baguettes. Of we maken ze krakend in de “sandwichmaker”.
Na een maand smaakt een “Blancheke” (van Havannah) op het terras van Le Bout du Monde heerlijk. Stom dat er nergens in de talloze baaien met leuke ankerplekken in gans Nieuw-Caledonië een bar, hoe klein ook, te bespeuren valt.

Echter, terug naar de stad betekent ook, werk aan de winkel.
Ons verhaal over water onder de vloer is nog niet af. Lees, het is er nog steeds dat water : zout dit keer. En ik kan nu ook het “beekje” volgen, dat ergens bij de motoruitlaat vandaan blijkt te komen. Om daar bij te kunnen en te onderzoeken moet de hele achterkajuit (onze berging- kelder – zolder) alweer een keer uitgerommeld. We stapelen alles in onze salon, van duikflessen, stormzeil, reserve onderdelen tot borstel en blik.
Geen nood een film kijken we dan 's avonds maar in de voorpiek.

Nog kan Tony niet aan die uitlaatbuis-klus beginnen. In de achterkajuit komt de witte imitatieleren bekleding van plafond en wand los. Grote flappen hangen naar beneden. Zo kan je niet werken. Even die hele handel opnieuw vastkleven, zou je zeggen.
Kan echt niet, want super vervelend : de achterkant van “isolatie mousse” is tot stof verpulverd. Die isolatie, of wat er van overblijft, moet weggeveegd, helemaal verwijderd en opgezogen worden. Daar houdt immers geen lijm op.
Een klus voor mij, Tony is immers allergisch voor alles waar nog maar in de verte stof bij komt kijken.
Het lijmen boven je hoofd valt niet mee. Maar eenmaal dit opgeknapt, kan het echte werk aangevat.

Achterkajuit vóór en na het "lijm"werk.

Als Tony de buis nader bekijkt, schrikt hij. Het stuk achteraan is wel erg poreus. Dat deel zou in zware zee tijdens het motoren zo kunnen “springen”. Dan zou de motor het koelwater gewoon naar binnen pompen . Erg ongezond ! Je kan dan enkel hopen dat de bilge pomp, die het in de “buik” verzamelde water uit de boot pompt, zijn werk goed doet.
Vóór we kunnen denken aan opnieuw varen, móet die buis hersteld.
Gelukkig telt Nouméa nogal wat watersportzaken en “quincailleries”. Bij de vierde winkel kunnen Tony en Patrice een degelijke uitlaatbuis van Vetus ( Nederlandse fabrikaat) op de kop tikken. Dik robuust rubber, binnenin versterkt met een metalen spiraal.

De oude buis, echter, geeft zich niet zomaar gewonnen. “Die kan ik enkel in stukken zagen om ze weg te krijgen, ” besluit mijn kapitein. Makkelijk gezegd.
Ik kan niet helpen, hou me heel stil terwijl het Tony bloed, zweet en net geen tranen kost om zijn gevecht met zaag(ske) tegen buis te winnen.



Volgende uitdaging : de nieuwe, stugge, dikke rubberen buis met metaal binnenin op de daarvoor bedoelde, erg krappe plaats tussen andere buizen, de motor en de wand maneuvreren.
Met vereende krachten trekken en duwen we het kreng op zijn plek. Nu moet nog slechts het buisuiteinde van 60 mm doorsnede op de flens van 64 mm geperst ! Kokend water, om het rubber wat weker te maken, en zeep doen wonderen en natuurlijk flink wat domme kracht . Pijnlijke spieren en handen de volgende dagen, maar we hebben een nieuwe uitlaat.
Of er nu nog water zal binnen sijpelen ?

5,40 m nieuwe uitlaatbuis.



Zo ziet (een gedeelte van) de geplaatste buis eruit.

Ondertussen trainen de militairen in alle vroegte

en gaan de uitbreidingswerken in de haven gewoon verder. 

 

Additional information