Positie : Port Moselle, steiger A 12.

 

Volgende stop op onze rondrit doorheen Nouvelle-Calédonie : Poindimié.
Een lange weg door groen jungle landschap. Tribu gebied. Dat maken ze je duidelijk met tientallen lintjes in de kleuren van de officiële Kanakenvlag in de bomen langs de weg.
Kanaak betekent trouwens “mens” in de taal van Hawaii.
Fruitkraampjes met wat trieste bakbananen en citroenen. In een bakje dat erbij staat, deponeer je je geld. Verder niemand te zien.

Lintjes geven aan : "Dit is stammen (tribu) gebied. "


Poindimié dus, de grootste stad aan de oostkust, met wel drie supermarkten. Nee, geen supermarkten zoals jij je ze voorstelt. Maar rommelige doolhofruimtes, warm-vochtig als de pest, door alle diepvriezers die er hun warme lucht in dumpen Je kan er wél alles vinden, als je tenminste de eigenzinnige rayon-schikkings-logica van de plaatselijke gerant kan uitvogelen.
Een mooi strand. Op een flinke kano-peddel-afstand voor de kust een aanlokkelijk eilandje Tibarama, perfecte bestemming als we met Jakker op gang zouden zijn.

Eilandje Tibamara.


We maken een kronkelende omweg langs de rivier Tiwaka naar les chutes de Pombeï. Bij de parking aangekomen, verspert een afsluiting ons de weg. Parking afgesloten wegens “trop d'ordure et des déchèts sur le parking” ?!? Inderdaad we zien een hoop gedumpte plastic flessen en andere rotzooi, alsof ze van een stort hierheen gevoerd zijn.
Door een geel-zwart lint niet tegen te houden, lopen we verder en zien beneden een glimp van een Ardèche-achtige rivier, blauwe prachtig gevormde rotsblokken, stroomversnellinkjes . Prachtig uitzicht. Een wegeltje glibbert naar beneden. Zullen we? Vergeet het maar, aan de overkant van de weg, boven op een heuveltje schreeuwt een boze lokale vrouw dat we niet naar beneden mogen. Tribu gebied en gesloten. Niet dan.
“Hebben ze zelf die vuilnis gestort om toeristen te weren ?,” denken we dan.
Eerste teleurstelling, niet de laatste.

Ons jungle hutje in Farino.

Het meest leuke voor ons, bergen en hoge varens krijg je op zee niet vaak te zien, bewaarden we tot het laatst. We steken vandaag weer de bergrug (la Chaîne centrale ) over naar de westkant en willen naar het Parc des Grandes Fougères (het park met de grote endemische varens). We boekten een junglehut in Farino, echt bergdorpje bewoond door Caldoches (in Nieuw-Caledonië geboren blanken) van Corsicaanse oorsprong.
Naar de waterval wandelen we nog bij valavond. 's Ochtends vroeg dan op pad naar het park. Als we de weg opdraaien, kan je niet naast het grote gele bord “Parc fermé” kijken. Hoezo? Sluitindsdag was toch gisteren ? Om zeker niet tevergeefs naar boven te rijden, maken we rechtsomkeer naar de mairie.
Het vriendelijk meisje belt meteen naar het park, krijgt geen gehoor, loopt buiten, ziet dat de rode auto weg is, dus de opzichter is wel degelijk daar, zal het bord vergeten zijn weg te halen, dat gebeurt nog wel eens .

Rij maar rustig naar boven, het park is open, “verzekert ze ons, alhoewel ook haar tweede telefoontje niks oplevert. Toch niet helemaal gerustgesteld, rijden we weg. Na een km begint de onverharde weg van wel 6 km, af en toe stijl en slippery. Dan eindelijk een poort. GESLOTEN. Ik bel naar het gemeentehuis. Totaal verbaasd is “ons” meisje, ze begrijpt er niks van, roept er iemand bij. Intussen is mijn belkrediet op, heb gelukkig een “récharge” kaartje. Krassen, opnieuw laden, weer bellen. “Désolée” maar de vader van de opzichter, een chef, wordt vandaag begraven, dus is het park gesloten. Niks aan te doen. Wij terug naar beneden, foeterend op die slechte communicatie hier.

Duidelijk, maar toch !

De varens groeien natuurlijk ook buiten de poort !

Erg giftige boom.

Maar de voorzienigheid heeft ervoor gezorgd dat we begrip kunnen opbrengen voor deze situatie. Hoezo? Lees.
Op een afgelegen stuk bergweg botsten we gisteren plots op een groot aantal mensen. In de berm zittend, tegen boomstammen leunend wachten honderden mannen en vrouwen, netjes gekleed, stil pratend, duidelijk op iets. Wij rijden langzaam voort. Nog steeds meer mensen stromen toe. We vorderen nu nog stapvoets, moeten stoppen. Ik vraag snel aan een jonge man vlakbij wat er gebeurt. Hij maakt een kruisteken en fluistert eerbiedig : “Le chef est décédé”. Wij kijken opzij en zien, in kleurige doeken gewikkeld, duidelijk de vorm van een lichaam, in de achterbak van een pick-up. Die staat klaar om te vertrekken. Een begrafenis, Kanaken stijl.
Zodoende begrijpen we die gesloten poort wat beter !

Traditionele "Case".

Kerkje ergens onderweg.

We verorberen onze baguette lunch in het sculpturenpark van La Foa en bekijken er de St. Marguerite, een Eifel brug, maar de fut is eruit. Daarom rijden we maar meteen terug naar Nouméa, naar de supergrote Carrefour buiten de stad. Het nuttige aan het aangename paren, dat kunnen zeilers goed. Als je een auto hebt, kan je er niet omheen : boodschappen zal je doen : vooral drank, bloem, koffie, suiker, melkpoeder en zware dingen laden we in de koffer.
Als we later het luik van Jakker openschuiven en de vertrouwde scheepsgeur ruiken, kunnen we er niet omheen. Zelfs een luxe kamer met kingsize bed kan het niet halen tegen onze boot.

Sculpturenpark in La Foa. Moderne kunst.

De Marguerite  brug, oude kunst van Eifel-discipel, dateert van 1909.

 

 

Additional information