Positie : in Suva, bij de Royal Suva Yachtclub.

Kijk ook even naar de foto's van de tralie-winkel.

Plan B.
Een gefrustreerd zeilmeisje schrijft vanuit de industriële haven, Suva, hoofdstad van Fiji. Ja, we liggen in Suva. Hoe dat zo komt? Vrijdag is plan B ingegaan. Plan A, zeilen naar de zuidelijke Lau-groep, kan immers de eerstvolgende week niet, zonder veel pijn, uitgevoerd worden.
Nu moet je weten, nog vóór we in Fiji arriveerden, bijna een jaar geleden, vertelde men ons : “Het allermooiste, niet te missen juweeltje van Fiji is de oostelijke Lau eilandengroep.” Zeilers hebben er de mond van vol. Allemaal willen ze naar deze, zo moeilijk te bereiken, paradijsjes. Velen raken er nooit.
Ironie van ons zeilerslot : van Tonga hierheen zeilend, vaar je gewoon tussen die Lau eilanden door, je mag er echter niet stoppen! Zware sancties staan er, zo zegt men, op overtredingen. Alles wordt door de chiefs nauwgezet gecontroleerd.
Yachties varen dus braaf verder naar de eerste “entry port”, Savusavu. Met het gekende gevolg : onmogelijk terug oost te zeilen tegen wind en golven in, vooral tijdens het winter-passaatwind seizoen.

Heel veel vijandig water.
Ook wij willen het proberen. Al beseffen we dat een “Golf van Biscaye “ van 300 zeemijlen Port Denarau, helemaal in het westen, scheidt van Fulanga, het meest zuid-oostelijk gelegen Lau eiland. Ons vijandig gezind water bovendien.
Eén derde van de weg hebben we al achter de spiegel, als we Kadavu aanlopen. Intussen snuffelen we hier al drie weken rond.
Avond na avond bestudeer ik de gidsen en websites van andere zeilers op zoek naar info over de ankerplekken, te varen routes en waypoints en mogelijke gevaren daar in de Lau. Typisch iets voor mij, wegdromen bij nieuwe bestemmingen. Haast zou ik vergeten buiten te kijken hoe wondermooi onze huidige baaien in Ono en Kadavu wel zijn. Evenals het Great Astrolabe rif, dat ons steeds weer verrast.

Vacalea.
En dan die dorpjes. Neem nu, Vacalea, het laatste dat we aandeden. Wat een klim van beneden aan het water tot bij het dorpje. Boven gekomen lopen we wat over het betonnen paadje, nemen een kijkje in de hut van de mattenweefsters, als Clara uit haar huis komt. We maken een praatje. Ze probeert uit te vissen of we wel genoeg te eten aan boord hebben. De omgekeerde wereld. Tja, eerlijk ? Onze verse groeten zijn op, we zitten aan de blikvoeding. Nu heeft ze echt met ons te doen. We moeten wachten in haar huisje, op de mat, stoelen vind je niet bij de Fijianen. Overladen met bananen, cassava, aubergines, spinazie keren we terug naar de boot. Ze verzekert me dat er voor hen genoeg over is. Het laatst wat ik wil is hun groenten oppeuzelen. Mensen denken dat we arm zijn, vertelt ze wijs. Maar we hebben alles wat er nodig is. In ruil voor de groenten, wil ze geen geld, zeep en thee zijn ok.


Suva.
Nog geeft het weerbericht ons even hoop dat we van hieruit weer een flinke sprong oost zullen kunnen wagen. Helaas, uiteindelijk niet dus. We zullen nog langer, moeten wachten...en dan doemt er een nieuw probleem op. De laatste week van augustus moet ons visum verlengd, in één van de grote steden. Vandaar, plan B : naar Suva. Even focussen en lezen over...Suva : hoofdstad van Fiji, het ligt 100 km noord van ons, het regent er altijd, het is de stad van overvloed, alles is er te krijgen, goeie restaurants, supermarkten, musea, cultuur. Suva here we come ! Zeilen kan ook zo makkelijk zijn, als wind en golven meewerken en iets achterlijker dan dwars inkomen. Het gaat ons voor één keer “voor de wind”.
En na drie weken overal moederziel alleen op anker, enkel gekleurde mensen om ons heen, geen zeilers, geen toeristen, botsen we in de vergane glorie van de Royal Suva Yachtclub, op de Nederlandse Bounty. Paulien en René, vrienden van het eerste jaar, 2010 Rabat - Marokko, lopen we om de twee jaar wel ergens tegen het lijf. Het zeilersleven, altijd vol verrassingen.

 

Positie : Korolevu Bay, Kadavu

Naisogonikino, Solotevui en veel meer van dat : wat een moeilijke Fijiaanse namen. Voor ons heet de ene baai : Generator baai, de andere : Fruitbat baai of Bulderend rif baai. Het valt me nu ook op, onze naamgeving duidt meestal op geluid. Komt het omdat onze laatste ankerplekken vredige oases van rust lijken...tot de storende of net prettige geluiden weerklinken.
Ok, het amechtige generatorlawaai verdragen we een paar dagen. Dankbaar als we zijn dat die dieselmachine de diepvriezers van de enige winkel in de erg wijde omtrek, en waar we vlakbij liggen, draaiende houdt. Hun diepgevroren kippetjes smaken overheerlijk.

De Vunivaivai winkel, want zo heet hij, vraagt om een beschrijving. Stel je een huisje voor, wat ramen en een deur, tralies helemaal rondom. Binnen in het donkere hol schrik je even. Eerst zie je enkel tralies, daarachter hangt, staat, ligt alles wat er in een doordeweekse supermarkt te koop is. Van shampoo tot chips, van bloem tot kleurpotloodjes, van sigaretten tot scheermesjes, zelfs cavawortels. Voor de klanten blijft een vloertje van een paar vierkante meter over. De kruidenier regeert in zijn paradijsje achter tralies. Boven de toonbank een doorgeefgat. Hier wisselt de koopwaar van eigenaar. Je buigt je ook helemaal tot aan die opening in de tralies om met hem te praten. Welke produkten zal ik hem vragen? Gewoon als ik ben om al rondwandelend in de winkeltjes mijn mandje vol te laden met wat ik zie, is dit een moeilijke opgave. Ik weet immers niet wat hij hier allemaal verbergt. Zowat alles, beweert hij, behalve groenten en fruit. Dat telen de mensen in hun tuintjes, voor zichzelf. Laat dat nu het enige zijn wat wij dringend nodig hebben.


Nooit gaat het vlot in het winkeltje. Het is er wel een vrolijke boel van wachtende vrouwen en kinderen, die dan volgens een raadselachtige volgorde aan de beurt komen. Een jonge tienermoeder met haar zoontje Henry geeft me tekst en uitleg bij de mensen die binnenwandelen. Ze komen met bootjes, soms van eilandjes wel 15 mijl ver weg.
Het is hier mooi wandelen in de buurt, heuvelachtig en modderig na de regen van de laatste dagen. In de hoop bananen, cassava of pawpaw te kunnen scoren doen we sevusevu in het dorp vlakbij.

Een vriendelijke jongen, Tuli, die wat met de kerk te maken heeft, rolt "de" pandanus-mat uit en doet in plaats van de chief de ceremonie. Cava drinken is er deze voormiddag niet bij, wel het handenklappen en het declameren van de litanie waarop wij telkens "mana" antwoorden. Helaas hebben ze geen rijp fruit en groenten.
Als we de baai willen verlaten komt Tuli nog kort afscheid nemen. "When you come back we have banana and pawpaw for you !!! " Voorlopig troosten we ons met een, al half gesmolten, "Fiji magnum" ijsje uit de tralie-winkel.



In Naigoro baai (9 mijl verder) krijsen 's avonds de fruit vleermuizen en bulderen de golven op het Astrolabe rif. Prachtig rif, waar we 's namiddags overheen gedriftsnorkeld zijn, vergezeld van honderden papegaaivissen en drie witpunt rifhaaien.
Vreemd, nog steeds geen andere boten te zien. De eenzaamheid begint wat zwaar te wegen.

Geen internet. Dit bericht werd verstuurd via Winlink. Foto's volgen later.

 

Positie : Naqara Bay , Ono Island, Kadavu.

Onze dagen bij Naqara Village brengen we deels onder water door, snorkelend op het prachtige Great Astrolabe Reef. Dit vierde grootste rif ter wereld is vernoemd naar het schip Astrolabe dat hier, onder commando van kapitein Dumont d’Urville, op de klippen liep en bijna zonk in 1827.
De kleurrijke zachte en harde koralen verrassen ons. Alweer een tijd geleden dat we ze zo mooi zagen. Resultaat, dat is klaar, van weinig menselijke aanwezigheid lees vervuiling door rioolwater en overmatig vissen en van weinig schade door cycloon Winston, die Kadavu spaarde.



In het water is het bepaald fris, een paar graden kouder dan de rest van de Fiji wateren. In uv-shirt en shorty houden we het twintig minuten uit. We willen niet totaal onderkoelen want de ruwe terugrit in onze snelle dinghy zorgt voor een ferme wind chill. Dan nog douchen op de spiegel, in de wind. Jongens, is dat bibberen. Want het is koud in Fiji de laatste weken. Mensen hebben er de mond van vol. Dan spreken we over temperaturen van 22° 's ochtends in de boot, welteverstaan. We slapen al een poos onder een slaapzak. Winter in Fiji !

Schoolbezoek.
We bezoeken Naqara nog een keer. Bij elke landgang worden we gechaperonneerd. Jij laat toch ook geen wildvreemde zomaar in je huis rondlopen! Vandaag begeleidt mister “Vodafone” ons, die is in zijn tuintje aan het werk. We kennen hem nog van de sevusevu. Hij gebaart naar Tony's hoed. O ja, even vergeten, op bezoek in een dorp zijn zonnebril, hoed, iets op je schouder of rug dragen not done.



We lopen met hem naar de lagere school die 38 leerlingen telt. Even wachten, dan halen ze de hoofdlerares, die zit immers gewoon thuis ?! De grote kinderen van “haar” 7de en 8ste leerjaar schrijven, terwijl ze weg is, zes zinnen over een foto aan het bord. Een foto van een vreselijk auto accident. Ze leren over verkeersveiligheid. Vreemd in een dorp waar nooit een auto komt. Wellicht hebben ze de kennis nodig als ze naar Suva gaan verder studeren.

Sommige kinderen lopen gewoon rond terwijl anderen in de klas zitten, discipline wat is dat ? Leraren zie ik evenmin. De leerlingen worden vooral in de gaten gehouden door “assistenten”, tieners met een opdracht ! Headteacher Priscilla, ze heeft het koud en is duidelijk vermoeid, trekt heel wat tijd voor ons uit. We vernemen dat al de kinderen hier een week logeren. Families van Naqara delen de zorg voor hen. Ze is ook erg nieuwsgierig naar ons leven aan boord.
We vertrekken met een pawpaw en wat chinese kool onder de arm. Ze willen er niks voor. We give what little we have, zegt Priscilla.




Zevende en achtste klas.


Priscilla heeft het koud.



Ontmoetingen op anker.
Zo verwacht men ook van ons “dienstverleningen”, zonder meer.
We zijn het enige jacht in de baai. Een makkelijk doelwit voor bootjesmannen allerhande. En zo zijn er nogal wat, want vermits Kadavu het zonder wegen moet stellen, gebeurt alle vervoer over het water. De eerste die zich aandient is Johny. Mag hij aan boord komen? Dan begint het wereldwijde standaardpraatje : “What's your name? Where from? First time in Fiji? You have children? Bla, bla, bla.”
“Come one, man, vraag numaar wat je te vragen hebt,” denken wij. Na een gans uur volgt een aarzelend : “Maybe you have some gasoline for me !” Nee, sorry, meneer, we hebben net genoeg voor onze Yamaha en jouw 40 PK verbruikt sowieso meteen het weinige dat wij je zouden kunnen schenken.
Tja, dan niet. Goed geprobeerd. Even goede vrienden.

Medicijn.
Efraim en zoontje Joseph zijn de volgenden. Komen van het verre Dravuni. Brengen vrouwen en kinderen naar het dispensarium voor inentingen en doktersbezoek. Hij heeft geen anker, moet wachten en gebruikt onze boot dan maar als boei. Ook hij komt aan boord, beetje babbelen. Hadden wij misschien andere plannen ? Stoort hij wellicht? Dat kan hij zich zelfs niet voorstellen.
Ondertussen verneem je op deze manier wel veel over hun familie, hun cultuur. Ook dingen die je helemaal niet wil horen. Als ik over onze huisgekko vertel, waarvoor ik water klaarzet en een bakje met fruitafval waar lekkere vliegjes op afkomen. Zegt hij : “Oh, wij zien die diertjes als medicijn ! We verzamelen er een aantal tezamen in een doek. Koken ze, persen de doek uit, prima drankje tegen astma”. Bah.



Benzine.
Grootvader Jo komt ook langs. “You've got gasoline for me?” Zelfde verhaal. Hij wil de cargo die vandaag komt tegemoet varen. Maar zijn benzine is op. Nu moet hij dan maar bij ons wachten. Het is 8 u. We zien het schip van ver aankomen. Jo en zijn kleinzoon zitten inmiddels aan boord. Kijken door onze verrekijker. Maar het schip vaart verder. Na twee uur willen wij graag op een laatste snorkel uitstapje vertrekken. Sorry, jullie zullen elders moeten wachten.
Het schip Iahona 2 zien we pas om 12 u opdagen in de baai. Jo raakt met zijn laatste benzine net langszij om zijn bestelde pakjes af te halen.

Positie : Naqara Bay , Ono Island, Kadavu.

Bula, bula ! How are you ?” De kinderstemmen schallen over het drooggevallen rif als we voorzichtig roeiend hun dorpje, Naqara (lees Nangara) naderen. Bijna twee meter tijverschil zorgt er in Kadavu voor dat je je dinghy meestal op een flinke afstand van de dorpjes moet achterlaten. Enkel bij hoog water kan je “vlak voor de deur” afstappen.
De kinderen trekken onze Jak op het droge. Toki, de oudste van het groepje, hij spreekt goed Engels, belooft ervoor te zorgen dat we straks niet tot onze middel moeten waden naar onze “auto”. Hij zal ons bootje steeds een stukje verder brengen in samenspel met het stijgende water.


Nu op naar de chief om ankertoestemming te vragen met de sevusevu (het cava-ritueel). Sevusevu : de essentie van de cultuur op Fiji of het nu gaat om sociale bijeenkomsten, feesten, belangrijke gebeurtenissen in hun leven. Of om het bezoek van vreemdelingen of mensen van een buurdorp, die wat te vragen hebben.

De mayor (turaga ni koro) loopt ons voor naar het huisje van de chief. Of is het de gemeenschapsruimte? Opvallend, het grote aantal broodvruchtbomen overal tussen de huisjes en het eeuwig wapperende wasgoed. Chief Paul geeft ons een hand en gebaart naar de ingang. Buiten op de grond merk ik taro planten en grote bladeren met zeven hompen gekookt vlees erop. Eisbein in de tropen? Wordt hier een feest voorbereid ? 

Zonder nadenken stap ik door de deuropening. How ! Een bomvolle kamer ! Ik kijk in de ernstige gezichten van wel vijftien mannen en vier vrouwen. Kunnen wij hier nog bij? Een vriendelijke dertiger klopt naast zich op de mat. De methodist pastor van het dorp zo stelt hij zich voor. De methodisten : populairste religie op Kadavu. We zijn gewoon binnengevallen tijdens een vergadering met cava-ceremonie van zeven chiefs van de verschillende stammen. Het thema : de proefboringen naar bauxiet en mangaan die men op het eiland Ono wil uitvoeren.
Fluisterend geeft de pastor mij tekst en uitleg, plots zwijgend als een zangerige monoloog weerklinkt. Net als in de kerk.
Eén man stampt de cavawortel (waarvan wij ook weer een pakje bijhebben) in een vijzel fijn. Dat poeder mengt men met water in de grote, decoratieve tanoa (de uit één blok hout vervaardigde bowl ter grootte van een salontafeltje) en filtert men door een zijden doek. Nadat de proever de cavadrank goedkeurt, maakt de “menger” wijdse rituele cirkelgebaren over de tanoa, spreekt een formule uit, klapt (hier in Kadavu) vijf maal in zijn handen. Vervolgens vult hij een bilo (een kop gemaakt van een halve cocosnoot), staat even plechtig stil, de bilo als een kelk voor zich uitgestrekt, gaat naar de hoogste in rang die in kleermakerszit op de grond zit.
“Nu goed opletten, straks komen wij aan de beurt”, schiet er door me heen. Eerst klapt de ontvanger één keer en terwijl hij drinkt klapt de menger vijf keer. Is de kop leeg, klappen de aanwezigen vijf keer.
De bilo gaat van man tot man, telkens hetzelfde ritueel.
Dan plots zit de menger voor mij. Ze zijn blijkbaar geëmancipeerd. Ik dacht dat de vrouwen als laatste aan de beurt kwamen.
Cava? vraagt hij. Kan ik nog weigeren dan? Gelukkig is de bilo opzettelijk niet te vol en kan ik het makkelijk, zoals het hoort, ad fundum leegdrinken. Bijna vergat ik de cobo (handklap) voor ik het kopje aanneem. Daarna vijf cobo's.



Dat gaat zo maar door. We drinken nog een tweede rondje, duidelijk minder formeel. Er wordt van “cavawortel-stamper” gewisseld. Nu kunnen er ook grapjes gemaakt. De pastor wijst één man aan, die moet voor de Vodafone antenne op de berg zorgen. “You can call him Vodafone !! “
De mannen, de meesten met een sarong om, kunnen uren hun kleermakerszit volhouden. Ik, met mijn benen aan één kant geplooid, vrees straks niet meer overeind te kunnen van de harde pandanusmat. Stilletjes vraag ik aan de pastor of het onbeleefd zou zijn nu afscheid te nemen. Dit eindeloos gedrink en geklap kan immers nog uren doorgaan.
Een foto mogen we nu ook maken, het officiële deel is achter de rug. In rad Fijiaans met de vele rollende r's legt hij aan de anderen uit dat we gaan opstappen. Ni bula vinake. Heel erg bedankt en tot ziens, sota tale.
Een klein beetje onder invloed en met wat verdoofde tong en lippen van het “mudwater”, zoals zijzelf hun cava lachend noemen, wandelen we het dorp uit.
Onze Jak vinden we terug, drijvend in enkeldiep water. Dank je, Vinaka, Toki.

Tony geeft aanwijzingen aan de jongens. Op de achtergrond Jakker alleen in de baai van Naqara.



Positie : Nabouwalu Baai , Ono Island, Kadavu.

Acht uur 's ochtends, de zon vol in ons gezicht, varen we de Nabouwalu baai binnen. De verblindende schittering op het water bemoeilijkt het navigeren, Tony vooraan op het dek, kan de diepte en eventuele koraalblokken moeilijk zien. Maar ergens, de dieptemeter geeft 15 m aan, ratelt het anker naar beneden. Pfffff, nu een frisse duik en een doucheke. Heerlijk.
Twintig uur duurde onze overtocht vanuit Viti Levu, Momi baai. Bij wijlen ging het er ruig aan toe. Zo erg dat ons gasvuur aan één kant uit zijn houder schoot en schots en scheef bleef hangen. Wat wil je, het bekende fenomeen, als je tegen de heersende zuidoost passaat in vaart. We profiteerden nochtans van een erg korte omslag in het weer en konden dan toch, al motorzeilend, het in normale omstandigheden, haast onbereikbaar doel halen, het eiland Kadavu, het vierde grootste eiland van Fiji.


Kadavu.

Eerst gunnen we ons wat rust, bewonderen de prachtig beboste bergen en genieten. Totaal anders dan Viti Levu met zijn kaalgekapte heuvels, door suikerrietplantages ingepalmd, waar je dek onder zwarte roetslierten , van het afbranden van de pas geoogste velden, verdwijnt.


Vuurtjes bij Momi bay.

Vóór we hierheen vertrokken, gunde men ons één dag en nacht aan het dok in Port Denarau Marina. Het is vakantie hoogseizoen. Veel gegadigden, weinig plaats. Eén dag dus om de boot te poetsen, water, diesel, benzine te tanken en inkopen te doen. Ook Jacomine en Roel (Tara) waar we bij Cardo's tegenaan lopen, mochten één nachtje aan het dok. We zijn nu eenmaal geen superjachten.

 

 


Positie : bij Denarau Island.

Waya,
het volgend eiland in ons rijtje, lijkt te willen wedijveren met Fatu Hiva of één van de andere Markiezen-eilanden. Het lukt daar nog aardig in ook. Ruige pieken kijken bozig neer op de baai van het dorpje Nalauwaki. Het is nog ochtend als we er aankomen. Zullen we dan maar meteen de chef van het dorp opzoeken en de sevu sevu ceremonie afwerken?
Ik vertelde toch al dat een welopgevoed mens in Fiji de toestemming van de chef vraagt om in zijn baai te mogen ankeren en snorkelen, in zijn dorp te mogen rondwandelen. Dit gebeurt traditioneel met een ceremonie. Zodra we met onze Jak op het strand landen, brengt de hoofdman van het dorp ons naar de chef. Terwijl wij verplicht slippers, hoed, zonnebril en rugzak afdoen, knoopt de chef snel zijn sulu (sarong) rond zich, Tony doet hetzelfde. Wij nemen plaats op de mat. De mannen, in kleermakerszit, de vrouwen gewoon met de benen aan dezelfde kant. Tony legt de cavawortels op de mat vóór de chef. Nooit in zijn handen geven, daar heeft men ons al voor gewaarschuwd. Je koopt trouwens het dure spul in pakketjes op de markt. Tegenwoordig kost een halve kilo kava al 50 F$ (25 €). Vergelijk : een biertje kost 4 F$. Schuld van die hoge prijs, zo zegt men : cycloon Winston. Die verwoeste vele velden.





Maar terug naar onze ceremonie.
Eerst maakt de vriendelijke chef een praatje. Waar komen we vandaan, hoeveel kinderen, kleinkinderen hebben we, hoe oud zijn we ? Op mijn vraag vertelt hij wat over zijn dorp dat bij de rivier ligt. Een rivier die afgedamd is zodat ze steeds water hebben, behalve nu het erg droog is. Volgt het officiële gedeelte dat aanvangt met de cobo – driemaal klappen met handen in kopjesvorm – vervolgens het reciteren van een tekst in het Fiji , nog een keer kobo, door hem, door ons. Klaar!
De kavadrank wordt, en dat maakten we al vaker mee, niet onmiddellijk gemaakt en gedronken, zoals wel zou moeten. Omdat het ochtend is? Omdat ze weten dat wij buitenlanders niet zo zitten te popelen om het drankje, waar zij zo dol op zijn, te drinken. Wie zal het zeggen?



Buiten de schamele, golfplaten huisjes enkel “bemeubeld” met een mat, wat hangmatten en soms een matras, de buitenkeukentjes, de buitenWC's en de solide kerk, is er nog de “kindergarten”. Op weg erheen klinkt het “Bula” van bij de huisjes. Hier en daar slaan we een praatje.

Kindergarten.
Twee juffen proberen een vijftiental kleuters wat discipline en de eerste lettertjes bij te brengen. Als wij arriveren is van het eerste niet veel meer te merken. Bula uit vele mondjes. Alle kindertjes willen high five met ons doen ?!? All over the world blijkbaar. In het klasje geen stoeltjes, enkel een mat en een soort novylon vloerbedekking met op gelijke afstanden naampjes geschreven. Een beetje zoals de krijt-kruisjes die onze juf, lang geleden, op de speelplaats tekende als we moesten oefenen voor het schoolfeest. Maar laten we vooral de juf verder vertellen. Sota tale ! (See you).

Ruw.
De volgende dag wil ik snel weer vergeten. Hij begon en eindigde, maar dat hoor je nog wel, nochtans mooi.
Eerst genieten we nog, als we vertrekken, van het fantastische spel van licht en schaduw op de hoge rotsen bij de opgaande zon. Maar in Fiji is het weer nooit als voorspeld en voorbij Waya zitten we meteen midden de korte steile golven en wind op kop. Jakker duikt met de neus in de golf. Liters water blijven gewoon aan dek staan en verdorie, als ik even binnen check blijkt mijn kant van ons bed nat...zout water lekt door het gesloten luik. O jee, weer werk aan de winkel. Voorluik eruit? Afdichting vernieuwen? Voorlopig hoop ik maar dat een stapeltje handdoeken mijn plekje droog houden. We wilden naar Malolo. Veranderen onze plannen echter, draaien af richting Denarau, liggen dan op een betere lees rustiger koers, de overkomende golven nemen af, ik kan vannacht wellicht toch op mijn plekje slapen...pfff.

Vis.
Maar de spanning houdt nog even aan. Als we bijna ter bestemming zijn, kijkt Tony voor de zoveelste keer naar de vishaak die ik uitgooide. En warempel, beet. Spartelen doet de vis niet meer. We slepen hem al te lang achter ons aan. Foei. Maar het binnenhalen gaat nu wel makkelijk, minder gespartel, minder bloed. Een half uur later is de jack gefileerd. Geen vegetarisch maaltje vanavond. Een zelf gevangen visje, smaakt dubbel zo lekker, vooral als afsluiting van een zware dag.

 

Positie : bij Sawa-i-Lau Island.

Elf zeemijlen ten noorden van Blue Lagoon lokt er weer een volgende prachtige baai. Wij op maandagochtend daarheen. En wat dacht je? Zoals wel vaker neemt de wind hand over hand toe. Zo ook de golven. Bij de ingang van de baai, smal en ondiep, wind tegen stroom, zitten we meteen in de wasmachine. Jakker springt met haar boeg hoog uit het water. Met een misselijk makende klap landt ze daarna. Paaltjes pikken, als vroeger op de Noordzee. Voorbij de Sawa-i-Lau rots moeten we nog eerst de denderende valwinden trotseren alvorens op de enigszins rustige ankerplek naast Nieuw-Zeelandse “Finch” ons anker te laten vallen. Pfff, even uitblazen.

Dat moet de wind verkeerd begrepen hebben. Hij doet er nog een schepje bovenop. Geen pretje om nu aan land te gaan met onze Jak. Nochtans lonken strand en prachtige rotsformaties.



Wat kunnen we anders doen dat de af en aan varende bootjes met kleumende toeristen gadeslaan? Die bezoeken de heilige grotten onderaan de indrukwekkende rots.
Niet veel soeps en véél te duur, vertellen ons andere zeilers. Het dorp Tamusua is eigenaar en organiseert de bezoeken, vraagt per persoon F$ 55 (24 €). Een must see volgens de Fijianen, die er meteen de legende van het prinsesje achteraan gooien. Haar geliefde verstopte haar in de grot om haar voor een verplicht huwelijk met een rivaal te behoeden. Trouw bracht hij haar elke dag te eten. Hoe het afliep ?...



Support vessel Umbra, gebouwd door de Nederlandse werf Damen, vergezelt superjachten
met aan boord alle nodige speeltjes tot een heuse duikboot toe.

Nog even komen superjacht Rochade en support vessel Umbra ons vergezellen. Maar ze houden het al snel voor bekeken. Wij trouwens ook. Snel terug naar Blue Lagoon, waar je niet kan geloven dat het 11 mijl verder zo tekeer gaat. Hier kunnen we in alle rust beter kennis maken met Shirley en Bill (Finch) uit Auckland.

De duizenden mini-visjes verheugen zich ook op onze terugkomst. Ze verschuilen zich onder Jakker, hun engel bewaarder. Maar de grote jacks (jagers) laten zich niet afschrikken door een reuzenschaduw. De ganse dag is het een gesplash van jewelste telkens jagers en prooi uit het water springen. Het principe van de FAD (Fish Aggregating Device) word je nu wel duidelijk. Een vlot op het water trekt kleine en daardoor ook grote vissen aan. Zo wordt er op heel veel plekken in de wereld gevist.



Nog een laatste keer zien we de Mohito voorraden aanbrengen voor dorp en resort. Van de gezellige, zenuwachtige drukte van het uitladen genieten we tijdens een zonsondergang met green flash, net zoals in de reisbrochures.
De barbecue met “meke”, traditionele zang en dans, vormt een aangename afsluiting van ons verblijf in Nanuya-Lailai. Opnieuw vragen we ons af : hoe doen die Zuidzee mensen het toch? Een gewoon dorpskoor dat zulke engelachtige, prachtig meerstemmige liederen brengt. Kippenvel.

We trekken weer verder en raad eens wie met ons meevaart? Onze huisgekko. Kleinzoon Lyam doopte hem Draakje.



Bijna 8 cm lang, ons decoratief huisdiertje.

 

Positie : bij Nanuya-Lailai, Blue Lagoon.

Ook hier, op de ankerplek genaamd “Blue Lagoon” (zelfs door de locals), groeit er een jachten-dorpje. Het brokkelt af als boten vertrekken, wordt even later al terug opgebouwd. Wij liggen hier al het langst te genieten van de mooie omgeving. We hebben geen haast, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de jachten van de bekende ARC Round the world rally. Die ronden onze aardbol in knap anderhalf jaar. Dan kan je echt niet treuzelen.

Elke dag wandelen we een uurtje bergop, bergaf, door de jungle, over boomstammen tot we terug aan het strand belanden. Daar kijkt George al uit naar ons. Hij onderhoudt het privéterrein van South Sea Cruises voor de Fiji Princess die elke dinsdag aanlegt. Een praatje breekt de eenzaamheid van zijn bestaan. Cava (het naar schotelwater smakende, uit de wortel van de cava-plant gemaakte “roesmiddel” van de Pacific) zou daar ook zeer bij kunnen helpen. Hebben wij misschien nog wat van die wortel aan boord?


Eén keer dalen we af tot aan de andere, erg winderige kant van het eiland. Daar zet Lo thee, koffie of chocolademelk voor wandelaars. Haar vierjarige kleindochter Mili helpt haar vandaag. Ze kan al twee zinnen Engels.



Soms wordt de rust in ons dorp verstoord, vandaag door een grote militaire RIB. Bij elk jacht worden, zonder pardon, twee officials gedropt. Zorg maar snel dat je een beetje “gekleed” voor hen kan verschijnen. Ze willen bootpapieren, cruising permit, paspoorten zien. Ze zijn erg vriendelijk maar controleren alles minutieus. Denk maar niet : “Ik blijf wel even zonder toestemming langer in Fiji rondvaren.”
Je ontsnapt niet aan de aandacht van Customs en Immigrations.


 En dan zijn daar nog de watervliegtuigen, met resort-gasten, die soms vlak voor onze neus taxiën.

 

Dank je, Hans, voor deze foto van Jakker.

Positie : bij Nanuya-Lailai, Blue Lagoon.

Manta's krijgen we dit keer niet te zien in Mantaroggenbaai. En omdat we, tussen de twee eilanden, op de harde wind en de daar tegenin staande sterke stroming liggen te dobberen en springen als een kurk, vertrekken we woensdagochtend verder noordwaarts.
Zorgvuldig volgen we Ulani's track tussen de riffen door. Dank je, Philippe, dit bespaart ons navigatiewerk.
Weer is de wind op kop en de bewolking hardnekkig. Na bijna vier uur motoren, varen we Blue Lagoon baai (eiland Nanuy Lailai) binnen, waar net drie jachten ankerop gaan. Plaats zat voor ons en de drie overige boten.
We maken een lange strandwandeling en zien Turtle eiland, het eiland waar in 1980 de film “The Bleu Lagoon” is opgenomen. Behalve de naam van de baai verwijst niks meer naar die tijd. Brooke Shields is nergens te bekennen.



Deze baai is beschut door de vele omringende eilandjes. Op één van die eilandjes, in Nasomo Baai, verkopen tuinder Toki en zijn vrouw Miri groenten, fruit en eieren. Dat hoef je ons geen twee keer te zeggen. Dit vraagt om een expeditie. Samen met Hans en Imma (Tuvalú) gaan we de volgende dag op pad. Bij hoog water voert een klein riviertje tot vlakbij de groententuin. Helaas, wij zijn te laat. Grote stukken strand liggen al droog. Een lokale visser toont ons waar we onze bootjes moeten achterlaten. Daar blijven ze steeds drijven ! Zal wel, zeker.
Zaki van 7 jaar loopt met ons mee naar de farm, over modderige paadjes, door hoogopschietend gras en kruiden. Blijf niet te lang op één plek staan, dan weten de muggen je te vinden.


Daar duikt ineens een open plek in de jungle op, een huisje, spelende kinderen op het veldje. Bula allemaal ! En op naar de moestuin. Daar begint Toki op verzoek te snijden en te plukken. Bok Choy, groene boontjes, radijzen, aubergines, spinazie, citroenen, bananen verdwijnen in de meegebrachte tassen.

Imma en Hans, de Spaans -Zwitserse crew van Tuvalú.

Even wordt zijn werk onderbroken door het bezoek van echte toeristen. Ze verblijven in het tentenkamp beneden in de baai en worden begeleid door de “broer” van Maui. Grapje : enkel voor kenners van de tekenfilm Vaiana, dé nr. 1 film van onze kleinkinderen, Lyam en Roxie.

"

"Maui's broer" en Miri.

Maar we moeten terug, laag water wacht niet. Miri maakt inventaris én de rekening op hun terrastafel. Toki stopt nog vlug wat basilicum in onze tas. Terug in de baai liggen onze bootjes lekker droog op het zand (modder.) Of wat had je gedacht? Met vereende krachten dragen en sleuren we de dinghies naar dieper water. Onze crocks, normaal hét schoeisel voor strandlandingen, deugen hier niet, vastgezogen als ze worden in de modder. Tony moet letterlijk graaiend op zoek naar een verdwenen exemplaar. De mijne gooide ik al lang in onze Jak.
Uiteindelijk raken we behouden thuis. Ons zal het de volgende week niet ontbreken aan vitamientjes.



 

 

Additional information