Positie : Port Moselle, steiger A 12.

 

Volgende stop op onze rondrit doorheen Nouvelle-Calédonie : Poindimié.
Een lange weg door groen jungle landschap. Tribu gebied. Dat maken ze je duidelijk met tientallen lintjes in de kleuren van de officiële Kanakenvlag in de bomen langs de weg.
Kanaak betekent trouwens “mens” in de taal van Hawaii.
Fruitkraampjes met wat trieste bakbananen en citroenen. In een bakje dat erbij staat, deponeer je je geld. Verder niemand te zien.

Lintjes geven aan : "Dit is stammen (tribu) gebied. "


Poindimié dus, de grootste stad aan de oostkust, met wel drie supermarkten. Nee, geen supermarkten zoals jij je ze voorstelt. Maar rommelige doolhofruimtes, warm-vochtig als de pest, door alle diepvriezers die er hun warme lucht in dumpen Je kan er wél alles vinden, als je tenminste de eigenzinnige rayon-schikkings-logica van de plaatselijke gerant kan uitvogelen.
Een mooi strand. Op een flinke kano-peddel-afstand voor de kust een aanlokkelijk eilandje Tibarama, perfecte bestemming als we met Jakker op gang zouden zijn.

Eilandje Tibamara.


We maken een kronkelende omweg langs de rivier Tiwaka naar les chutes de Pombeï. Bij de parking aangekomen, verspert een afsluiting ons de weg. Parking afgesloten wegens “trop d'ordure et des déchèts sur le parking” ?!? Inderdaad we zien een hoop gedumpte plastic flessen en andere rotzooi, alsof ze van een stort hierheen gevoerd zijn.
Door een geel-zwart lint niet tegen te houden, lopen we verder en zien beneden een glimp van een Ardèche-achtige rivier, blauwe prachtig gevormde rotsblokken, stroomversnellinkjes . Prachtig uitzicht. Een wegeltje glibbert naar beneden. Zullen we? Vergeet het maar, aan de overkant van de weg, boven op een heuveltje schreeuwt een boze lokale vrouw dat we niet naar beneden mogen. Tribu gebied en gesloten. Niet dan.
“Hebben ze zelf die vuilnis gestort om toeristen te weren ?,” denken we dan.
Eerste teleurstelling, niet de laatste.

Ons jungle hutje in Farino.

Het meest leuke voor ons, bergen en hoge varens krijg je op zee niet vaak te zien, bewaarden we tot het laatst. We steken vandaag weer de bergrug (la Chaîne centrale ) over naar de westkant en willen naar het Parc des Grandes Fougères (het park met de grote endemische varens). We boekten een junglehut in Farino, echt bergdorpje bewoond door Caldoches (in Nieuw-Caledonië geboren blanken) van Corsicaanse oorsprong.
Naar de waterval wandelen we nog bij valavond. 's Ochtends vroeg dan op pad naar het park. Als we de weg opdraaien, kan je niet naast het grote gele bord “Parc fermé” kijken. Hoezo? Sluitindsdag was toch gisteren ? Om zeker niet tevergeefs naar boven te rijden, maken we rechtsomkeer naar de mairie.
Het vriendelijk meisje belt meteen naar het park, krijgt geen gehoor, loopt buiten, ziet dat de rode auto weg is, dus de opzichter is wel degelijk daar, zal het bord vergeten zijn weg te halen, dat gebeurt nog wel eens .

Rij maar rustig naar boven, het park is open, “verzekert ze ons, alhoewel ook haar tweede telefoontje niks oplevert. Toch niet helemaal gerustgesteld, rijden we weg. Na een km begint de onverharde weg van wel 6 km, af en toe stijl en slippery. Dan eindelijk een poort. GESLOTEN. Ik bel naar het gemeentehuis. Totaal verbaasd is “ons” meisje, ze begrijpt er niks van, roept er iemand bij. Intussen is mijn belkrediet op, heb gelukkig een “récharge” kaartje. Krassen, opnieuw laden, weer bellen. “Désolée” maar de vader van de opzichter, een chef, wordt vandaag begraven, dus is het park gesloten. Niks aan te doen. Wij terug naar beneden, foeterend op die slechte communicatie hier.

Duidelijk, maar toch !

De varens groeien natuurlijk ook buiten de poort !

Erg giftige boom.

Maar de voorzienigheid heeft ervoor gezorgd dat we begrip kunnen opbrengen voor deze situatie. Hoezo? Lees.
Op een afgelegen stuk bergweg botsten we gisteren plots op een groot aantal mensen. In de berm zittend, tegen boomstammen leunend wachten honderden mannen en vrouwen, netjes gekleed, stil pratend, duidelijk op iets. Wij rijden langzaam voort. Nog steeds meer mensen stromen toe. We vorderen nu nog stapvoets, moeten stoppen. Ik vraag snel aan een jonge man vlakbij wat er gebeurt. Hij maakt een kruisteken en fluistert eerbiedig : “Le chef est décédé”. Wij kijken opzij en zien, in kleurige doeken gewikkeld, duidelijk de vorm van een lichaam, in de achterbak van een pick-up. Die staat klaar om te vertrekken. Een begrafenis, Kanaken stijl.
Zodoende begrijpen we die gesloten poort wat beter !

Traditionele "Case".

Kerkje ergens onderweg.

We verorberen onze baguette lunch in het sculpturenpark van La Foa en bekijken er de St. Marguerite, een Eifel brug, maar de fut is eruit. Daarom rijden we maar meteen terug naar Nouméa, naar de supergrote Carrefour buiten de stad. Het nuttige aan het aangename paren, dat kunnen zeilers goed. Als je een auto hebt, kan je er niet omheen : boodschappen zal je doen : vooral drank, bloem, koffie, suiker, melkpoeder en zware dingen laden we in de koffer.
Als we later het luik van Jakker openschuiven en de vertrouwde scheepsgeur ruiken, kunnen we er niet omheen. Zelfs een luxe kamer met kingsize bed kan het niet halen tegen onze boot.

Sculpturenpark in La Foa. Moderne kunst.

De Marguerite  brug, oude kunst van Eifel-discipel, dateert van 1909.

 

 

 

Soms heb je geen zin om tekst te lezen. Kijk daarom naar mijn eerste fotomapje van Nieuw-Caledonië.

 

Positie : Port Moselle, steiger A 12.

De rode vlag "Alerte cyclone" bij de capitainerie.  Jakker is rechtse mast, vooraan.

Voor ik verderga met mijn verhaaltje van onze rondrit over Grande Terre (Nieuw-Caledonië) even een update over het weer. In België woedde CIARA. Wij hadden hier cat. 3 cycloon UERI. Hij verwijdert zich nu langzaam van ons, een kletsnat, verwaaid Nieuw-Caledonië achterlatend. Jakker is ontzettend blij met haar veilig plaatsje in Port Moselle waarheen we ten allen tijde kunnen terugkeren.
We moeten nog alert blijven, maar het ergste is voorbij. Vooral het noorden van het eiland werd getroffen. Nouméa bleef, ondanks de hevige stormregen gisteren, gespaard van grote overstromingen. Februari de regenmaand doet zijn naam wel eer aan.
Wellicht blijft dit niet de laatste tropische depressie van het seizoen. Boven de Coral Sea (tussen Australië en Nieuw-Caledonië ) is het erg onstabiel. Wordt vervolgd.

Met de auto op weg.

In de gloednieuwe Auberge de la Jeunesse in Poé hoeven we niet op slaapzaal. Wij reserveerden een kamer, met badkamer. Bed opmaken moeten we wel zelf doen.
Een vrolijke dame duwt ons een bakje met bestek in de handen. Ze toont ons twee koelkasten met ons nummer 4 en wij mogen gebruik maken van de grote diepvries. Goed zo. Op die manier kunnen we onze koelbox ook zo houden, koel. Met diepgevroren koelelementen.
Dat doen we zo ook de volgende dagen. Overal is er een koelkast met vriesvakje voor de “koudertjes” voorhanden. Of we nu in een container overnachten, een bungalow met typisch kanaken dak of een jungle hut mét jungle vogelgeluiden.

Na het gevangenis museum is het tijd voor natuur de volgende dag. Al snel blijkt dat “Roche Percée”, waarheen het bordje wijst, nog enkel de naam is van een plek. De “rots met gat” bestaat helemaal niet meer. In 2004 stortte ze in, verdween tot puin verkruimeld, in de golven. De monoliet, Bonhomme, die er vlak naast staat, trotseert de zee wel nog steeds en levert mooie plaatjes. Men zegt dat zijn “aangezicht” voortdurend verandert, onder invloed van wind en water. Hoe lang zal dat manneke nog stand houden? Want uitgerekend hier vind je de hoogste (surf)golven van Nieuw-Caledonië.
De Bonhomme kijkt naar de baie des Tortues waar van november tot maart schildpadden de baas zijn. We zitten net tussen twee periodes . De nesten zijn klaar, eitjes liggen in het warme zand. Vrijwilligers hebben dakjes uit palmblaren gemaakt en schermen erom heen. Pas toucher ! In februari zullen 's nachts de eerste schildpadjes eruit kruipen en hun weg naar zee zoeken.

Monoliet le Bonhomme.

Hier ligt een schildpaddennest in het warme zand. Niet aankomen !

Onze mangroven wandeling, tussen de endemische cycas “ geen palmen maar ook geen varens” die zo mooi begonnen was, ontaardt in een vlucht voor zwermen muggen. Zie je het voor je, muggenmelk smerend, tegelijk muggen van ons afslaand, proberen we zo snel mogelijk bij de auto te geraken. Belangrijk detail : waar ik vroeger hét slachtoffer bij uitstek was, met records van 30 muggenbeten op één arm in één uur, wordt nu vooral Tony gestoken. Iets met hormonen te maken?

Endemische cyca plant.

Na een nacht in Koné rijden we naar Voh waar je “het hart”, het symbool van Nieuw-Caledonië kan zien. Dit beroemde “Coeur de Voh” siert de cover van Earth from above, een fotografieboek met 's werelds mooiste luchtfoto's.
Let wel : dit bijzonder fotogenieke natuurfenomeen kan je enkel na een uitputtende tocht te voet, een makkelijke 4x4 rit of vanuit een vliegtuigje bewonderen.

Naar het idee : een tekening kan je ook niet zien als je ze op ooghoogte houdt, is dit hart een tekening van planten in verschillende kleuren ontstaan in de moerasdelta van een rivier, dat je niet kan zien als je op dezelfde hoogte staat.
Wij klimmen tot een eerste uitkijkpunt en kunnen vaag zien waar het hart zich moet bevinden.

Onze foto van uitzichtpunt 1.

Gepikte foto.


Op naar een volgende natuurfenomeen. De grotten van Koumac. “Alweer grotten” dachten we eerst, “zouden we wel ?” Maar deze zijn anders, vooral de grote grot maakt van ons weer even kinderen.
De klim naar de ingang is een voorproefje van wat je binnen wacht. Eén erg lange gang kronkelt als een lange slang door de buik van de aarde.J e kan niet verdwalen, hebt wel een lamp nodig. Stikdonker is het er. Bukkend, opzij schuifelend, buik intrekkend, over hindernissen krabbelend, slingerend, omhoog omlaag ga je steeds dieper de grot in. Op bepaalde plekken staan de bekende steenmannetjes (cairns) bij honderden. Na een uur krabbel je je naam opnieuw in het boek waarin je je registreerde bij aanvang. Moe maar we hebben ons geamuseerd.
We rijden nog even tot bij de erg winderige kleine jachthaven als besluit van deze dag.

Jammer dat de mijn van Tiébaghi, het is alweer de volgende dag, gesloten is. Je mag zelfs het terrein niet op. We kijken even rond in de buurt van de antieke mijn waar je heel wat kan leren over de vondst en ontginningen van nikkel (het groene goud), chroom, kobalt , zelfs goud .
De meest noordelijke weg over de Chaine, de bergketen in het midden van de Caillou of Grande Terre (het hoofdeiland van Nieuw-Caledonië) brengt ons naar de andere kant. Twee passen bieden een ver uitzicht over zwartgeblakerde bossen en afgegraven bergen. Jammer. Erosie heeft nu vrij spel. We hadden ons een mooier landschap voorgesteld.

Niet enkel Australië kent zware bosbranden.

Bovendien graaft men overal naar "het groene goud".

In dit deel van NC heersen de tribus (stammen) van Kanaken. De chef zwaait de plak. “Coutumes” regelen het leven, zoals in Vanuatu “kastom”.
Hier ging Cook als eerste Europeaan aan land. Kan je de banian boom zien waaronder de eerste mis werd opgedragen. Getuigen de vele kleine kerkjes van het nijvere werk van de missionarissen. Mooie intacte cases (traditionele hutten met hoge rieten daken en een pijl bovenin) zijn er nog wel maar moeilijk te fotograferen.

De oostkant staat gelijk aan jungle. Vruchtbaar, vochtig, warm. Overal prachtige endemische varens, bloemen, banianbomen en vele watervallen. Onze favoriet.

Donkere wolken pakken samen, een stortbui duurt tot laat in de avond. We rijden door rivierbeddingen en de laatste bac van NC, die van Ouaième, brengt ons over de grote gelijknamige riviermond. Vier auto's kunnen er tegelijk op. De indrukwekkende, steile oevers gaan schuil achter wolkengordijnen.

De bac van Ouaième.

En dan kom je in Hienghène. Prachtige baai met de mooiste rotsformaties, helaas vandaag in de regen. Dus keren we de volgende ochtend terug om La Poule Couveuse (Broedende Kip), de Sfinx en de Lindéralique in het zonlicht te bewonderen. Tevreden met die meevaller vanochtend rijden we weer verder zuidwaarts, opnieuw in de zon.

De legendarische kip .

Kerkje van de plaatselijke tribu, de Lindéralique rotsen op de achtergrond.

 

 

Foto's geplaatst !  

Positie : Île Uéré

We huren een auto. Van Hertz nog wel. Booteigenaars in Port Moselle krijgen 20 % korting!
We nemen een all-risk verzekering. Echter, schade aan banden, ruiten en het dak moeten we zelf betalen. Het dak ??? Heeft zeker iets te maken met vallende kokosnoten. Die zorgen hier vaak voor schade, zijn zelfs een belangrijke doodsoorzaak.
Kan iemand mij ook vertellen hoe we die vallende bommen dan moeten vermijden misschien ? Wij hebben alvast geen idee.

We boeken een eerste overnachting in een jeugdherberg op het strand van Poé, laden de auto in en weg zijn wij, richting noorden.
Eerste stop : de oever van een kabbelend riviertje in Païta. Blij met Tony's idee om de comfortseats ook in de auto te gooien, installeren we ons op een schaduwplekje met volle frigobox en heerlijk stokbrood. Er kan zelfs nog een dutje achteraan, je kan die seats immers helemaal plat leggen !

Eerste lunch. Makkelijke die "boot" comfortseats !

Het landschap is dor met verspreide boerderijen, koeien en paarden. Cowboy land. Grote delen herstellen van vroegere branden of zijn duidelijk pas recent zwartgeblakerd. Niet enkel Australië lijdt onder de grote droogte en de vernietigende branden. Nu ik dit schrijf bestrijden de “sapeurs pompiers” al vijf dagen een brand ten noorden van Nouméa.
In Moindou wijst een bordje naar Fort Téremba, centre penitentiaire, later Militair Fort. Dit door de inwoners, jong en oud, van Moindou mooi gerestaureerde complex willen we bezoeken.

Van buiten !


We schrijven 1860 – 1897, Nieuw-Caledonië was sinds kort Frans gebied. De eerste missionarissen hadden vele “coutumes” de kop ingedrukt. Hun religie opgedrongen aan de Kanaken. Zijzelf betaalden vaak een hoge prijs en werden opgepeuzeld.
Toen in de bagnes van Frans Guyana gevangenen én bewakers bij bosjes stierven door het moordende klimaat, zocht men een andere bestemming voor de gestraften, die men niet in Franrijk wilde hebben.
Dieven, moordenaars, politieke gevangenen uit Algerije, communards (van de Commune van Parijs) werden nu naar Nieuw-Caledonië gedeporteerd. In erbarmelijke omstandigheden, opgesloten in de ruimen van zeilschepen, bereikten ze na meer dan een half jaar hun bestemming.

Een andere reden voor hun deportatie : Nieuw-Caledonië, niet bijster populair bij “gewone” kolonisten, had dringend nood aan werkkrachten om wegen aan te leggen en gebouwen op te richten en om het land te bevolken. Daartoe liet men zelfs (hun) vrouwen overkomen.
Een erg groot percentage van de huidige Caldoches (in Nieuw-Caledonië geboren blanken) stammen af van “bagnards” (gevangenen). Eén van de madammen in het havenkantoor gaat er prat op dat ze van Belgische ouders afstamt, vrijgelaten uit de bagne na goed gedrag.


Van binnen !

Helemaal van Frankrijk hierheen gebracht om opgesloten te worden , op water en brood.

 Voor de gewone bagnards was er geen terug. Maar degenen die zich gedroegen, konden een stuk grond bekomen in Nieuw-Caledonië en een leven als bakker, kapper of winkelier beginnen. Zo ontstonden de dorpjes die wij nu kunnen bezoeken.

We lopen een paar uur rond in Fort Téremba en krijgen met tekst en foto's een beter inzicht in het koloniale verleden van Nieuw-Caledonië, de oorlogen tegen de Kanaken, het leven van die arme bagnards, de wrede straffen voor wangedrag, het uiteindelijke samenleven met de Kanaken.

Na bloedige opstanden en akkoord na akkoord tussen indépendantistes (vooral Kanaken) en loyalistes, blijft de onafhankelijkheidsbeweging nog steeds bestaan. Dit jaar zal in september opnieuw een referendum gehouden worden : “Voulez-vous que la Nouvelle Calédonie devienne indépendante?” 56,67 % stemde “Non” in 2018.
Doet me denken aan de slogans te lezen in Port Vila (Vanuatu) : “Wij zijn niet (echt)vrij zolang onze broeders in Nieuw-Caledonië afhankelijk blijven van Frankrijk ! “

 

 

De uitkijktoren.

Het uitzicht.

 

 

Positie : Nouméa.

 

Om wat meer te zien van Nieuw-Caledonië huurden we een auto en gaan, vanaf morgen, een weekje rondtrekken. Daarna krijg je het verhaal van onze rondrit.

Nu heb ik wat foto's van schildpadden in de aanbieding.

Ook van de tricot rayé noir et jaune. De waterslang die we voor het eerst in Niue zagen.  Hier kruist hij geregeld ons pad terwijl we zwemmen of wandelen. Hij verdeelt zijn tijd tussen water en land, voedt zich voornamelijk in het water. Is bijzonder giftig, binnen het uur dodelijk voor de mens, maar niet agressief en zijn bek zou te klein zijn om ons te bijten. Enkel in de huid tussen onze vingers zou dat mogelijk zijn. Geloven we dat ?

Zie je het kleine gele kopje van deze erg giftige slang.

Zoekplaatje. Zelfde slang in het water.

 

Kijk ook even naar de foto's bij het vorige tekstje.

Positie : Port Moselle, Nouméa.

 Naar Ilôt Amedée vaar je voor de phare. Van ver zie je hem slank-statig oprijzen, als een reuzenvinger die je attent maakt op de riffen.
Indrukwekkend die tweede hoogste, metalen geklonken vuurtoren ter wereld !
In Parijs gebouwd in 1862, in stukken per boot naar hier vervoerd, vervolgens geassembleerd. Dat leerden we in het Musée Maritime dat we een tijdje geleden bezochten.
De toren beklimmen kan enkel als de toeristenboot Mary D met het nodige personeel aanwezig is. Pech, niet nu, nu die net vertrokken is.



Je vaart er dus heen voor de phare maar ontdekt tevens een verrassend extraatje : de duizendkoppige kolonie Néreis Sternen . De helft van het eiland is voor hen gereserveerd. Mensen kunnen enkel op afstand een blik op het propvolle nestgebied werpen. Zíj houden zich helemaal niet in. De stank van hun vogelpoep dringt door tot op de ankerplek, bij ons in bed. Hun oorverdovend bekvechtend getsjirp vormt een constant achtergrondgeluid. Rond Jakker showen ze hun duikkunsten. Als kamikazes storten de relatief kleine vogeltjes zich met een klap in en onder water. Fladderen seconden later weer opgewekt verder, hun bek vol visjes, voer voor hun kroost.



Ook wij nemen een kijkje onder water. Behoorlijk grote vissen gebruiken onze boot als FAD (fish attraction device) : remoras, snappers, baarzen, emperors en tot onze verrassing een Napoleonvis, herkenbaar aan zijn klein staartje en de bult op zijn hoofd. Als vissen verboden is...

Nog een weetje over Ilôt Amedée. Meer dan een eeuw lang begroeven vuurtorenwachters en tijdens WO II, Amerikaanse soldaten, hun gebruikte glazen flesjes in het zand. Nu Amedée langzaam afkalft door klimaatinvloeden, stijging van het zeeniveau, dient men het publiek te waarschuwen voor het overal tevoorschijn komende antieke glas.

's Avonds krijgt dit plekje Nieuw-Caledonië iets magisch. De felle straal van de vuurtoren zwiept twee maal snel, om de tien seconden flitsend over ons heen. Ik word er weemoedig van. Kan enkel denken aan Bert en zijn gezinnetje op Temanu'a, die op dit moment vechten tegen de elementen. Toenemende harde wind en steeds hogere golven, verpesten de laatste dagen van hun tocht naar de Caraïben, naar Barbados.

Als ik dit tekstje post, liggen ze gelukkig al veilig achter hun anker bij het meest vooruitgeschoven eiland van de Bovenwindse eilanden in de Kleine Antillen.

 

 

Positie : Uere (Nouméa)

Napoleonvis.

Hij/zij zwemt statig van het ene eind naar het andere en weer terug. Hautain, gunt ons geen blik, is zich van zijn/haar waardigheid bewust, de Napoleonvis, dé ster van het Aquarium van Nouméa.
Het snorkelen en kijken naar vissen nog niet beu, willen we op een verloren dag tussen kerst en nieuwjaar graag een bezoekje brengen aan deze grote visbak. Het fragiele koraal is hoofdthema deze maand. Honderden prachtige vissen zwemmen er standaard rond. Grote doopvontschelpen zien we nu eens echt goed in hun “uitgestulpte” kleurige glorie. In de lagune lokt onze kleinste zwem-schaduw een reactie uit, bliksemsnel sluiten ze zich.

Doopvontschelpen.


Een ganse zaal brengt ode aan de geheimzinnige sirene, de doejong, bron van eeuwenoude erotische zeeman-fantasieën. Sinds onze eerste ontmoeting, in Vanuatu, fascineert dit zeezoogdier ook ons behoorlijk.
Ja, Lyam noteer maar in je boekje : oma's nieuw lievelingsdier : de doejong (Maleisische zeekoe).

Langs de Baie des Citron, quasi een kopie van de Promenade des Anglais, wandelen we terug naar huis. Wandelen, om de “moules (uit Chili) frites” die we bij Les Trois Brasseurs aten, te laten zakken. De frisse Blonde van deze ambachtelijke brouwerij flitst ons zo vier jaar terug in Papeete.

Baie des Citrons.

Je hebt het begrepen, we zijn terug in Nouméa stad. Reden : de dreiging van een cycloon in onze contreien, voor Fiji bestemd, zal achteraf blijken, maar je weet nooit hoe zo een systeem rondtolt. Met die cycloondreiging dus en de regen en wind die daarmee gepaard gaan, zijn we terug naar de marina gezeild. Ons plekje is toch betaald.

Kerst in Nouméa ! Hoe vier je die tijd zo ver van thuis en familie?
Buiten wat losse babbels met mensen op de steiger, hebben we geen echte vrienden in de buurt om bv. als de vorige jaren een potluck mee te organiseren.
Geen nood, wij amuseren ons best samen en plannen een maal met verse kreeft. We switchen al snel naar grote crevettes immers de rij bij de kreeften-kraam op de markt is niet te overzien. Het gedrang bedreigend.
Zullen wij wel eens kreeft eten op een rustiger moment ! Beloofd.

Bert en gezin gooien vannacht (voor ons) de trossen los voor dé overtocht van de Atlantische Oceaan. In een laatste praatje wensen we hun een makkelijke reis en vooral voor de kleinkinderen veel walvissen in hun kielzog. Lyam vraagt immers steeds : “Oma hoeveel walvissen hebben jullie al gezien op jullie reis? “
Stiekem wens ik hen ook een orka bezoek toe, het hoogtepunt van onze oversteek.

Bij een wandeling over de sprookjesachtig verlichte Place des Cocotiers denk ik meteen aan Roxie. Wat zou zij hiervan genoten hebben.
Blijkbaar maakt men zich hier geen zorgen over de energieverkwisting.

Ik zoek tevergeefs naar een kerststal. We stoten wel op een grote diepvriescontainer met een lange rij wachtenden ervoor. “Hierbinnen kan je een aantal ijssculpturen gaan bewonderen,” vertelt een dame mij, terwijl ze een dikke deken om zich heen wikkelt en binnen stapt. Wij gaan niet aanschuiven.

Kerstcadeautjes zijn er voor ons al vele jaren niet meer bij. Uitzondering dit jaar : de kerstman brengt twee nieuwe comfortseats . Comfortabele stoelen met verstelbare rug, voor in de kuip. Made in Holland, hier 2 keer zo duur. De kerstman geeft daar niet om.
Onze oude zetels, met verroest frame, onbeweeglijke rug, de vulling zo plat als een vijg, belanden bij de vuilniscontainer waar ze één van de talrijke clochards van Nouméa, op de valreep, ook nog een mooie kerst bezorgen.

Het nieuwe jaar toasten we toe, aan dek dansend op de muziek van buurrestaurant Le bout du monde, waar mannen in pak en dames in avondkledij en hakkenschoenen zich te goed doen aan een duur buffet.

Gelukkig 2020 !

 

 

Kijk ook eens naar de twee vorige tekstjes, foto's zeggen zoveel meer, beweert men !

 

Dit jaar knutselden we wat op het strand en in de vulkaanaarde.

Onze allerbeste wensen voor alweer een kersvers nieuw jaar.

 

 

 

 

 

 

Positie : Baie de Prony, Ile Casy.

Ile des Pins. Number One op de to-visit list van toeristen in Nieuw-Caledonië.  “L'isle la plus proche du paradis.” Het ultieme eiland, ook voor zeilers en net daardoor moeilijk bereikbaar. Of is het omgekeerd zo aantrekkelijk door het zware in-de-windse 70 mijl lange traject dat erheen voert vanuit Nouméa? Wie zal het zeggen?
Feit is : we zijn er geraakt, dek en zeereling overdekt met zout.

Vroeg opgestaan, alweer, om nog een paar uur te kunnen zeilen op de landwind die de harde passaat-tegenwind, 's nachts wegdrukt. De laatste uren jakkeren we, het verstand op nul, tegen de korte, steile Noordzeegolven aan. Jakker bonkt zich vast, tot ze soms helemaal stil ligt.
Maar nu kijken we onze ogen uit op het nooit-geziene poedersuiker-strand van Kuto, de adem-happende groene schildpadden vlakbij de boot, de superhoge pijnbomen, de mini eilandjes. Schitterend.

Een Kanaken-jongetje .

Vroeger, als ik foto's van Ile des Pins zag, vond ik de iele pijnbomen maar een soort opgeschoten onkruid. Nu ik meer over Nouvelle Calédonie lees, en die coniferen van dichtbij zie, niet enkel hier, overal op Nieuw-Caledonië, besef ik dat ik naar een stuk prehistorie kijk. De reeds in het Jurasic bestaande Araucaria columnaris pijnboom, altijd groen, endemisch, is echt een reus, wel 60 m hoog. Je ziet het zo, ze zijn vaak 3 keer zo hoog als de toch al flink uit de kluiten gewassen palmbomen er vlak naast.
NC maakte miljoenen jaren geleden deel uit van Gondwana, het zuidelijke supercontinent. Scheurde daarvan af en deelt nu met o.a. Nieuw Zeeland en Australië niet enkel deze pijnbomen, maar ook de enorme Kauri's.
Indrukwekkend.

Ile des Pins.

Nog wat historie over Ile des Pins : er wonen bijna enkel Melanesische Kanaken (2000) verdeeld over verschillende tribus met elk een chef. Overal op het eiland zie je totempalen en de typische Kanaken omheiningen.
De Kanaken kozen 200 jaar geleden voor de katholieke missionarissen, die hier in het kielzog van captain Cook arriveerden, en dus voor Frankrijk. Dat zag meteen in Ile des Pins een geschikte plek voor een “bagne” (bajes) voor communards en gewone misdadigers die ze prompt helemaal hierheen verscheepten.
De ruïnes van de bagne kijken uit over de lieflijke Kuto baai, onze thuis voor een week.
Spijtig genoeg ook af en toe pleisterplaats voor een groot cruiseschip, dat deze baai en snorkelplek Baie Kanuméra voor een paar uur omtovert in Benidorm.

Ruïne van de gevangenis .

De andere baaien op Ile des Pins laten we aan de catamarans om te exploiteren, ze zijn meestal te ondiep voor onze Jakker een bovendien een heel eind omvaren.
Met de auto bezoeken we Baie de Gadji en Baie des Crabes. In het melk-groenig water kalkstenen paddenstoel eilandjes.
La piscine naturel in Baie d' Oro zien we niet in zijn volle glorie. Je moet er 700 m heen waden over een “onder water zand-schelpenpad”. Het is hoog tij, het water meer dan kniediep en we willen onze sandalen niet aan het zoute water opofferen en onze blote voeten niet aan eventuele giftige steenvissen. We stellen ons tevreden met een mooie wandeling door het bos.

Baie des Crabes.

Grotten zijn er in dit kalksteenrijke eiland genoeg. We bezoeken er een paar. In la Grotte d' Oumagne verstopte Reine Hortense zich een tijdje toen er onenigheden tussen tribus werden uitgevochten. Zij wilde er niks mee te maken hebben.
In Baie d' Upi zien we hoe ze nog steeds outrigger kano's bouwen uit boomstammen.
Vao is zowat het enige stadje met een heuse kathedraal en een ATM.
En dan heb je nog Baie St. Maurice waar de eerste missionarissen aan land gingen.

 

Grotte d'Oumagne.

Baie St. Maurice.

Blij terug te zijn in onze baai gaan we weer meteen op zoek naar de ster van Kuto. De mysterieuze zeemeermin, de doejong. Ze (hij) vertoont zich vooral tijdens de schemering, meestal ver weg. Ik merkte haar bruine gekromde “zeehonden”-rug op. Een andere keer zag ik haar staartvin hoog uit het water als de zwemvliezen van een onderduikende snorkelaar.

Net op tijd, Tony noemde haar al mijn monster van Loch Ness, zagen we haar tezamen. Een groot bruin lichaam (2 m lang) net onder water uitgestrekt. Neusgaten een paar keer boven water, genoeg lucht om het 20 min. uit te houden, vervolgens met een sierlijke boog van haar rug, de staart een beetje in de hoogte duikt ze terug naar beneden.
Moet dit een fotoshoot voorstellen? Dan lukt de show met staart omhoog dit keer toch niet zo goed. Maar een paar foto's hebben we toch.

 

Een glimp van een zeemeerminnenstaart, ook schildpadden zijn moeilijk te fotograferen.

 

 

Additional information