Positie : Timbia, (Nouvelle-Calédonie).

Christel maakte deze  foto van onze boten  (Anse Majic).

Net als we wel aan wat compagnie toe zijn, roept Christel (Okeanos) ons op. Of we ergens kunnen afspreken in het zuiden. Ze hebben een week vrij en komen met hun catamaran Okeanos onze buurt uit, samen met een andere boot, Touché Rouge. De volgende dagen wandelen, babbelen, eten en drinken we wat af, samen in Baie de Prony, exact een jaar nadat we hier toekwamen. Christel speelt voor boodschappendienst en brengt een tas vol groenten en fruit mee voor ons.
Binnenkort moeten we afscheid nemen van haar en Patrice, boot verkocht, zij terug naar Nice.
Van bubbel, mondmaskers , social distancing is hier totaal geen sprake. De kreet : “Pas de bisous, pas de caresses “ is al lang vergeten. Wij leven als in de pre-coronatijd en beseffen maar al te goed wat een geluk we hebben.
We hopen dat ook voor jou deze covid-nachtmerrie binnenkort voorbij zal zijn. Hou vol.

Op wandel in de prachtige natuur van Nieuw-Caledonië .  

Voor onze bezoekers is dat weekje “er tussenuit “ snel voorbij. Wij zetten onze zwerftocht nog even verder en laten ons opnieuw verleiden door Îlot “slangeneiland” Mato.
Met de tricot rayés (slangen) maakten we al uitgebreid kennis tijdens beklimmingen van de heuvel. Ook de visarenden houden ons van boven in de gaten.
Snorkelen deden we hier echter nog niet. Te koud, vorige keer in augustus. Nu moet dat wel lukken. We trekken een shorty aan en leggen alvast onze “solar shower” (zwarte waterzak) in de zon. Ik verheug me al op de heerlijk warme, “cadeau van de zon” douche.
We ontdekken slechts enkele mooie koraalbommies. Eerlijk, het valt wat tegen en interessante vissen zijn er ook al bijna niet . Komen hier te veel jachten, misschien? Wordt er te veel gevist in de buurt?
Dan zien we ze : drie, vier...uiteindelijk wel zestien grote “doornenkroon zeesterren”, (acanthaster planci) die aan een snel tempo het koraal lijken op te vreten.
Normaal treden ze op als “regelaars”, eten vooral snelgroeiend koraal en bewaren op die manier het evenwicht tussen de verschillende koraalsoorten. Maar als ze een pest worden, zoals hier, vreten ze alles kaal, verdwijnt het koraal en graven ze zodoende hun eigen graf.
De rechtopstaande stekels van de doornenkroon zijn uiterst giftig.
We moeten deze grote hoeveelheid zeesterren zeker melden bij de Province Sud. Er zitten er een paar erg dicht aan de oppervlakte . Snorkelaars kunnen zich makkelijk prikken. Uit verhalen van duikers heb ik onthouden dat zo een stekel in je hand of voet enorm pijnlijk is, dat je ALTIJD naar een ziekenhuis moet en best een gespecialiseerde dokter (chirurg) raadpleegt. Pijnlijk, bovendien wordt de genezing makkelijk een verhaal van een paar maanden.
Probeer ze zelf niet te doden. Als je het verkeerd aanpakt, laten ze hun eitjes los en wordt het probleem enkel groter. Specialisten schakelen de dieren uit door een injectie met een azijn mengsel. 
Terwijl we nog volop doornenkronen tellen, doemt er plots een grote witpuntrifhaai op, die iets te dicht cirkeltjes rond ons draait. We hebben het toch al koud, einde snorkeltrip dus.

Opgerolde tricot  rayé  (merk de kreukels op).

In het echt is het rif landschap veel indrukwekkender.

De balbusard visarend houdt ons nauwlettend in de gaten. 

Doornenkronen van het internet gepikt.


Dan doet zich het volgende fenomeen voor. Past dit ook in het rijtje beestenboel? Ik weet het echt niet. Op zoek naar een verklaring voor wat we zagen, roep ik je hulp in.
Hou je vast :
's ochtends vroeg zien we langs onze boot een “lange zwarte slang” schuin uit het water (30-40°) omhoog-vooruit “springen”, een vijftal meter ver. Aan de “kop” merk ik drie bolletjes, de rest van de “slang” zigzagt in het verticale vlak.
Dit gebeurt een aantal keren na mekaar. We vergissen ons niet.
Eén keer in het water geland, blijkt de “slang” een zwartbruine smurrie te zijn, die zich begint op te lossen. Spuwde een enorme inktvis dit zwarte goedje uit? Was het een strontstraal van één of ander dier (?), maar omhoog uit het water? Ik denk het niet.
Dit had kleinzoon Lyam¹ moeten zien, hij zou niet rusten voor hij een verklaring vond.

Terug in Nouméa nu. Steeds grimmiger worden hier de politieke en sociale tegenstellingen. .
Er roert heel wat. Sinds het referendum verharden de standpunten zich. Indépendantistes staan lijnrecht tegenover Frankrijk-getrouwen, praten niet meer echt.
Dé pion in het spel van getouwtrek tussen de partijen is de Usine du Sud. De fabriek in het zuiden die een soort “cakes” van nikkel legering produceert, gebruikt voor het maken van batterijen voor elektrische wagens . De fabriek verschaft werk aan een drieduizendtal mensen en onderaannemers.
Die fabriek, eigendom van het Canadese Vale, staat al even te koop. Er dient zich een overnemer aan met een belangrijke Zwitserse kapitaalsinbreng. Dit zint bepaalde Indépendantistes niet. Zij dromen van een soort nationalisering van de nikkel, hebben een “vaag” overnamebod samen met Korea Zinc. Niks concreet , zeggen de anderen.
Concreet zijn echter wel de acties van ICAN en Usine Sud= Usine Pays. Ze blokkeren de cargohaven, de toegangswegen naar Nouméa, de fabriek in het zuiden, de ferry die arbeiders erheen brengt, houden sit-ins bij het regeringsgebouw.
De chaos is enorm. De economische schade ook.
Op de vraag om hun actie op te schorten en zodoende studenten en scholieren rustig hun examens aan het eind van het schooljaar (de grote vakantie loopt van eind december tot half februari) te laten afleggen, wordt slechts schoorvoetend gereageerd.

Hoe zal dit aflopen?

Nikkel fabriek : Usine du Sud.

Terug in de hoofdstad hebben we geen zorgeloze plek aan de steiger meer, ook niet voor het orkaanseizoen. Port Moselle Marina breidt uit. Einde van de werken vermoedelijk januari. We staan op de wachtlijst.
Voor nu moeten we steeds op zoek naar een aanvaardbare, veilige ankerplek. Geen sinecure want alles ligt vol, veelal met “woonboten”. Wonen op een boot is nu eenmaal goedkoper dan het huren van een appartement. Resultaat : een wat slonzige woonbuurt op het water.

Aan de buitenkant van Baie de l'Orphelinat hebben we ons eigen ankerplaatsje gevonden. Tien meter diep, goeie ankergrond, vrij van andere boten. Eén nadeel : bij harde zuidoosten wind , bijna altijd dus, moet onze, met tassen zwaar bepakte Jak, de dwarse windgolven trotseren als we terugkomen van het boodschappen doen.
Geen probleem als je kletsnatte inkopen en bemanning niet erg vindt.
Zelfs het truukje om eerst tégen de wind te varen, dan voor de wind naar Jakker, werkt niet echt. Dat heb je nu eenmaal met rubberboten met opblaasbare bodem.
De “bache” die we van Patrice kregen, houdt nu wel de spullen droog. Onze kletsnatte, zoute kleren spoelen we even uit, zon en wind zat om ze op een mum weer droog te waaien.

Op anker moet je de weersevolutie beter in de gaten houden. Zo kon je ons een paar weken geleden, omstreeks middernacht aan dek aantreffen, druk doende te herankeren omdat we in een bui tegen een “lege” boei aanbotsten.

Toch belet dit alles ons niet om af en toe vrijdagavond naar de life optredens bij Le Bout du Monde te tuffen. En laat ons daar nu vorige vrijdag onze eerste Vlaming in Nieuw-Caledonië tegen het lijf lopen. Tom woont/werkt hier al 8 jaar en is blij eindelijk nog eens een mondje Vlaams te kunnen praten. We hebben het natuurlijk ook over de weinig benijdbare situatie in ons landje.
Sorry als ik op je hart trap met dit gebabbel over cafébezoek. Ik voel me haast schuldig, maar hier is het gewoon alledaagse koek.  Voor jullie ook weer volgend jaar ? 



¹ Lees  ook “Lyams Avonturen” op www.temanua-zeilt.be. Ook de blog van zusje Roxie vind je er : “Roxies nieuwtjes” en de nieuwste belevenissen van de ganse bemanning.

 

Palen heien voor de steigeruitbreiding.

Ons dorp op het water.

 

Positie : Anse Majic.

Het veelkleurige maanlandschap op de top van Ile Casy. 

Terwijl jullie in Europa opnieuw massaal in lock down gaan, elke dag bang het aantal zieken en slachtoffers van dat piepkleine, wereld teisterende corona-monster tellen, leven wij, zonder dat dit de bedoeling is, waarschijnlijk meer geïsoleerd dan jullie.
Immers als je de “parrage” (buurt) van Nouméa verlaat, zie je nog erg sporadisch andere boten. Behalve op Îlot Casy, ons lievelingseilandje in de grote Baie de Prony, daar ontmoet je af en toe nog wel eens wat kampeerders.
Wij krijgen hier helemaal een vakantiegevoel, liggen er nu al een week. 's Ochtends en s' avonds suppen en zwemmen, overdag één van de lange, erg gevarieerde wandelingen en één keer per dag onze tocht naar de koude, windkant van het eiland om online kranten, mails en WhatsApp te lezen. Het best zitten we daarvoor bij het kleine kerkhof, of wat er nog van overschiet. Immers de 4G golven van de antenne hoog op de berg, bereiken ons aan de westkant van het eiland, waar Jakker ligt, niet.
Acht familieleden én de vroegere chef exploitatie van de penitentiaire instelling van Prony, liggen hier begraven, al zo een 150 jaar. 

On line bij het kerkhof.

Ons pad hierheen voert langs het bijzondere bos van cycas. Geen palm, geen varen toch hebben ze kenmerken van beide planten.
De voorhistorische cycas, je kent ze wellicht als kamerplant, zijn weinig veranderd sinds het Jurasic tijdperk toen ze welig tierden. Naaktzadigen. Een mannelijke plant en een vrouwelijke. Hier staan ze er een beetje triest bij. Veel bladeren zijn gelig, geven een verwelkte indruk.
Het is een sport voor ons : wie ontdekt het eerst een bloeiende mannelijke “cone”. Die zagen we voorheen nog niet. Moet wel de tijd van het jaar zijn. Vrouwelijke bloeiende planten kunnen we nauwelijks vinden . Eentje staat vlak bij onze waterkant.
Een infobord verschaft wat uitleg. Zo leert een mens nog eens wat !


Maar mijn lievelingsplantje blijft met ruime voorsprong, het “bekerplantje”, de vleesetende Népenthè, in het Engels “monkey cup” (apen zouden er soms uit drinken), dat na de regens welig tiert op de voormalige mijnbodem.

Het cyca bos.

Vrouwelijke cyca.

Mannelijke cyca.

Mijn lievelings "bekertjes".

Ook onder water valt er wat te ontdekken. We duiken naar het wrak van een zeilboot en gaan een kijkje nemen bij de Aiguille, een soort schoorsteen die oprijst van 20 m diepte tot 2,5 m. Kalkafzettingen door het warme water uit de vulkanische bodem vormden deze “naald”. Het koraal kan ons niet echt bekoren maar er zit nogal wat vis en de grillige kalkformaties maken de duik de moeite waard.
Na zo een 45 minuten duik, hebben we een paar uur nodig om alles af te spoelen en te drogen en natuurlijk, de flessen opnieuw met lucht te vullen.
Vervelen doen we ons duidelijk niet aan boord.

Oma op de sup...

... en bij de gezonken zeilboot.

Tot slot de "aiguille".

 

 

 

Positie : Anse Majic (terug in het gebied van de rode aarde).

 

en ook het water kleurt er rood !

 

O nee, wat is er nu weer mis ? 

Er komt geen water meer uit de kraan. Niet in de keuken, niet in de badkamers, niet uit de buitendouche. De elektrische pomp, die voor de druk zorgt, heeft de geest gegeven. Bij het demonteren, op zoek naar de oorzaak van het falen, loopt er heel wat zoet water naar onze “kelder”, het diepste punt van de boot, de bilge. Ruim 7 liter water sop ik op van tussen de blikjes gepelde tomaten, erwtjes, champignons, van tussen de opbergdozen met tools en onderdelen.
We lossen het probleem voorlopig op door de voetpomp voor zeewater te gebruiken. Jeanneau voorzag in de kombuis zo een pomp, die via een drieweg ventiel kan “omgezet” worden op het zoet water systeem. Blij met die voetpomp, verplaatst de badkamerroutine zich tijdelijk naar de kombuis. Tanden poetsen in de keuken.
Zonder deze oplossing zouden we genoodzaakt zijn het water op één of andere manier rechtstreeks uit de tank onder ons bed te halen. Veel geluk daarmee ! 

Onze idyllische omzwerving in Baie Saint Vincent , de prachtige wandelingen langs wildpaadjes heuvelopwaarts, het bewonderen van de vergezichten, het ontdekken van de grotten in Moro, het eindigt abrupt. Kapitein staat te popelen om de pomp te herstellen of vervangen.
Met spoed terug naar Nouméa dus. We vinden een ankerplek in Baie Orphelinat.

De grotten van Ile Moro. De slangen zijn ook hier van de partij.


Weerom steken we met Jak (gelukkig is het rustig weer, bij harde wind worden we kletsnat) de voorhaven over naar Nouville. Schiereiland Nouville : de hemel voor de watersporter op zoek naar onderdelen.
Je kan veel beweren over Nieuw-Caledonië. Het is er schandelijk duur, maar de watersportzaken weten wat een zeiler nodig heeft. We nemen geen risico en kopen meteen een nieuwe waterpomp om de meer dan 20 jaar oude te vervangen. .
Een nieuw bakboord navigatielicht en de eindelijk geleverde knop voor de Raymarine plotter verdwijnen ook in ons winkelwagentje.
Tony kan weer naar hartelust klussen de volgende dagen.
Nu ik dit schrijf, genieten we weer het comfort van stromend water. Enkel maakt de nieuwe pomp iets meer lawaai telkens ze na een liter waterverbruik, opnieuw druk op het systeem brengt. Even wennen.

Ken je het liedje : “I don't care, je m'en moque!” ? De laatste hit van Axelle Red draait men hier minstens een paar keer per dag . Meteen vliegen mijn gedachten dan over de oceaan naar Hasselt, mijn en ook haar geboortestad.

Ik denk aan de bijna-lockdown toestand (ik weet het wel, dat woord is taboe) waaronder jullie in België zuchten. De strenge maatregelen. De vele eenzamen. De bomvolle ziekenhuizen. De doden.
Het gaat met de wereld (nog) niet de goede kant op. Je wordt daar niet vrolijk van, om het maar eens op z'n Nederlands te zeggen.
Dat hier geen covid gevallen meer zijn, kan ons maar matig troosten. We missen familie en vrienden. Voelen ons af en toe opgesloten in het paradijs.
Maar wat kunnen we anders doen dan de moed erin houden. Het komt ooit wel goed. Wij hebben alvast goed nieuws : de “permit” van één jaar, voor Jakker, is door de douane met zes maanden verlengd. Het papier mét stempel geeft ons toelating om met de boot minstens tot 7 mei 2021 hier te blijven. Zou er volgend voorjaar een oplossing zijn voor ons ? Wie zal het zeggen?

Weer op weg.


Wij besluiten onze zwerftocht rond het eiland weer op te pikken.
De stad Nouméa gaat ons snel vervelen. Te rumoerig, stinkend, bovendien een erg onrustige ankerplek.
Eerst zorgen we voor het beloofde Belgisch mosselfestijn op de Franse Lagoon : Okeanos. Weliswaar met Ierse diepvriesmosselen. Maar smaken doet het in elk geval.

Dit keer gaan we Zuid-Oostwaarts. In de Baie Ue ontdekken we meteen een prachtig meanderende rivier. We roeien Jak het hele eind, enkel zonder motor kan je genieten van de oerwoud vogelgeluiden, en voelen het de volgende dag aan onze spieren. Workout Jakker stijl.

Ingang van de rivier , Baie Ue.

 

 

Positie : Baie de Timbia. 

 

Nieuw-Caledonië heeft beslist. Het antwoord is “non”, het antwoord op de vraag of men volledige onafhankelijkheid van Frankrijk verkiest.
“Le caillou” wordt niet onafhankelijk, blijft (voorlopig) een speciaal overzees Frans gebied.
De opkomst was deze keer massaal.
53,3% stemde non ( in 2018 : 56,7 %.), vooral in hoofdstad Nouméa en omstreken.
46,7 % stemde oui, in de bastions van de Kanaken, de Noord provincie, het oosten en de eilanden.
De indépendantistes winnen dus terrein, zij zijn haast zeker van een zege bij een eventueel derde referendum in 2022 (de organisatie hiervan is mogelijk volgens de Nouméa akkoorden ) en zullen niet rusten vooraleer dat er komt.
Maar voorlopig blijft dus alles bij het oude.
De twee officiële vlaggen wapperen nog steeds boven het regeringsgebouw. NC is het enige land met twee vlaggen.
Hun motto : “Terre de parole, terre de partage” moeten ze nu gaan waarmaken.
Nieuwe dialogen, nieuwe afspraken om de toekomst uit te stippelen dienen zich aan. Donderdag komt alvast de Franse minister van Outre Mer naar Nieuw-Caledonië om mee te helpen de besprekingen te voeren. Hij trotseert veertien dagen quarantaine. Blijft drie weken hier.
In de straten van Nouméa vierden de indépendantistes uitbundig hun winst van drie punten. Het laatste woord is nog niet gezegd.

 

Wij kregen van de verkiezingen niks mee. Zaten in afzondering in de baai van Uitoe, met enkel het gezelschap van een dugong, wat dolfijnen en een harde, nooit aflatende Zuid-Oosten wind.

 

 

 

Positie :   Baie des Moustiques. 

 

In Nouméa ga je onvermijdelijk kopje onder in het stadsleven, in de politieke strubbelingen, de betogingen/stakingen (we zijn tenslotte in Frankrijk, denk ik dan).
De spanning stijgt er bovendien.
4 oktober : de dag van het tweede referendum nadert.
Reeds zijn er 250 internationale controleurs geland op luchthaven Tontouta. Hun vlucht is natuurlijk wél toegelaten. Voor gewone toeristen opent het luchtruim pas ten vroegste maart 2021.
Die controleurs zitten nu eerst 14 dagen opgesloten in quarantaine, vooraleer ze aan het werk kunnen. Eén testte er al covid positief.
Nieuw-Caledonië kent, voor alle duidelijkheid, geen covid gevallen meer.

Op 4 oktober kunnen Kanaken, Caldoches (hier geboren blanken) en mensen die hier meer dan 26 jaar wonen, hun stem uitbrengen.
De vraag luidt : “Voulez-vous que la Nouvelle-Calédonie accède à la pleine souveraineté et devienne indépendante ? “ (Wilt u dat NC volledig soeverein en onafhankelijk wordt ? ). Het antwoord is eenvoudig : “Oui” ou “non”.

Een referendum, hoe komt dat zo ?
In 1986 plaatste de Verenigde Naties Nieuw-Caledonië, een Frans overzees gebied, voormalige strafkolonie, op de lijst van landen die gedekoloniseerd moesten worden.

Bij een ondervraging van de bevolking werd “onafhankelijkheid” toen massaal verworpen. De inlandse Kanaken, op het hoogtepunt van de kolonisatie (19de – begin 20ste eeuw) buiten de wet gesteld en gedwongen in reservaten te leven, blijven zich verzetten.
Na onlusten die uiteindelijk uitlopen op 19 doden bij een gijzelingsactie in Ouvéa in 1988 en de moord op twee gematigde Kanaken leiders Tjibaou en Yeiwene Yeiwene tijdens de herdenking van die doden in 1989, tekende men in 1998 uiteindelijk het Nouméa akkoord. Men zette de krijtlijnen uit voor een geleidelijke overdracht van de macht aan de Kanaken. Nieuw-Caledonië diende een eerste referendum te organiseren vóór 2018. Op 4 november 2018 koos 58,8 % van de bevolking tegen de volledige onafhankelijkheid.
De Kanaken bepleitten een tweede referendum, dat gaat zondag door. Als er “non” gestemd wordt, zit de kans erin dat er nog een derde volgt.

De non-partijen, die voor Frankrijk kiezen, waarschuwen er op sociale media voor dat iedereen die gestemd heeft zijn Frans paspoort verliest bij een oui overwinning. Zomaar een Europees pastpoort opgeven, doe je niet makkelijk.
Geregeld zien we optochten met Kanaky vlaggen oproepen om Oui te stemmen. Non-aanhangers delen brochures uit.

Van de dreigende
sluiting van de Usine Vale Sud (Goro nikkel mijn en fabriek – één van de grote werkgevers van NC), eigendom van het Braziliaanse Vale , maken de onafhankelijkheid aanhangers dankbaar gebruik om de Kanaken bevolking achter zich te scharen. De fabriek/mijn is verlieslatend. 3000 banen staan bij sluiting op de tocht.
Als ze onafhankelijk zullen zijn, belooft de Senat Coutumière (het bestuursorgaan van de Kanaken) door middel van een consortium met ZuidKoreanen de fabriek te redden. De non-stemmers verwijzen dit plan naar het land van de fabeltjes.

Je vote Oui. Betoging van Kanaken.

Benieuwd hoe dat allemaal zal aflopen.
Eenvoudig voorspelbaar is het zeker niet. Je hebt hier niet enkel Kanaken (39%) en Europeanen (27,24%) . Minderheden Polynesiërs (10%), Aziaten (Javanen, Viëtnamezen, Chinezen), Arabieren maken deze smeltkroes compleet. Ook zij wonen hier al generaties lang. Het eiland is ook het hunne.
Onafhankelijkheid betekent dat de geldstroom uit Franrijk opdroogt. De levensstandaard zal dalen.
Gaat Kanaky dan de weg van Vanuatu op ? Steeds op zoek naar buitenlandse hulp , met een bevolking die vecht tegen armoede, een makkelijke prooi voor China dat al te graag zijn invloed uitbreidt, naties met wegen en gebouwen omkoopt.

Zou alles binnenkort helemaal veranderen ? Ook voor ons , want dan zijn we geen Europeanen in Europa meer ?!
Wij staan erbij en kijken ernaar. Als zeiler mijd je politieke en religieuze discussies zoveel mogelijk.

Een hoop lawaai en blote billen.
Iets helemaal anders, carnaval. Een traditie die van Europa is komen overwaaien, wordt hier in september gevierd. Wij gaan een kijkje nemen. Zien prachtig maar vooral minimaal uitgedoste vrouwen die dansen op keiharde muziek. Laten we hopen dat zij hun song kunnen horen. Wij registreren enkel een kakofonie, een hoop lawaai waar je geen liedje in herkent. Ambiance is er zeker en daar is het toch om te doen.


Ondertussen is er in de marina ook spektakel. Drie motor catamarans van de chartermaatschappij Dream Yacht Charter gaan
in vlammen op. Alles gebeurt quasi naast de vismarkt, gelegen aan het water. Men moet het gebouw voor een paar dagen sluiten. Wellicht zijn daar giftige stoffen binnengedrongen . Voorlopig geen vis te koop.
Naar de oorzaak van de brand zoekt men koortsachtig.

De marina en de stad stilaan beu, bereiden we onze zoveelste trip op zoek naar mooie plekjes in de grootste lagune ter wereld voor.
De zon komt over de evenaar onze richting uit (21 september). We voelen het al, de verwarming hoeft niet meer aan 's ochtends, het dekbed wordt te warm, vandaag moest zelfs even de ventilator aan.
Let op, dra gaan we beginnen klagen over de hitte .

Brand in de haven.

De dag erna : twee gezonken cats, rechts de vismarkt.


Dan is er nog het covid nieuws.
De zeilerswereld aan deze kant van de aardbol weet het nu wel duidelijk : Australië en Nieuw-Zeeland laten ons niet binnen, zo deelden ze mee. De Ocean Cruising Club en de Down Under Rally deden hun best de regeringen te overtuigen cruisers toe te laten om veilig het cycloon seizoen bij hun door te brengen. Zonder succes.
Het feit dat de meeste jachten al minstens 14 dagen op zee zitten voor deze landen te bereiken, al in quarantaine zijn dus, doet niet ter zake.
Je moet echt in nood verkeren vooraleer je binnen mag. Half zinkend omdat je in de orkaan zat of wat ?!!! Hallo !

Duitse zeilers lapten de afwijzing van hun verzoek tot inklaren aan hun laars, voeren toch de Bay of Islands (Nieuw-Zeeland) binnen. Ze zijn in hechtenis genomen. Moeten een hoge boete betalen, vliegen terug naar huis. Wat er met hun boot gebeuren zal?

En dan is er het spannende verhaal van Tehani-Li, vrienden van ons, Australiërs. Zij mogen hun homeland wel binnen. Kunnen echter nergens aan land, zeilen nu de 8000 mijl van Panama tot Australië in één ruk. Vandaag, dag 54 op zee, dicht in onze buurt, was verschrikkelijk voor hen. Ze besluiten Nouméa binnen te lopen, enkel om diesel in te doen. Dat mag. Spijtig genoeg zijn wij intussen in Baie des Moustiques een flink eind weg !!!!

 

 

Positie : mouillage Port Moselle.

 

Met frisse tegenzin verlaten we de prachtige Baie de Prony (Jakker uiterst rechts).

De zeiltocht terug van Baie de Prony naar Nouméa was super. Halve wind, stroom mee, we vlogen over het water.
Patrice en Christel, onze vrienden uit Nice, die dachten dat we “verloren” gezeild waren, delen, blij ons terug te zien, hun lunch ovenschotel met ons.
Met hun auto doen we boodschappen, alweer. Zo zijn de gaten in onze voorraad snel terug bijgevuld.
Zelf brood bakken hoeft nu ook even niet, in Nouméa eten we vers krakende baguettes. Of we maken ze krakend in de “sandwichmaker”.
Na een maand smaakt een “Blancheke” (van Havannah) op het terras van Le Bout du Monde heerlijk. Stom dat er nergens in de talloze baaien met leuke ankerplekken in gans Nieuw-Caledonië een bar, hoe klein ook, te bespeuren valt.

Echter, terug naar de stad betekent ook, werk aan de winkel.
Ons verhaal over water onder de vloer is nog niet af. Lees, het is er nog steeds dat water : zout dit keer. En ik kan nu ook het “beekje” volgen, dat ergens bij de motoruitlaat vandaan blijkt te komen. Om daar bij te kunnen en te onderzoeken moet de hele achterkajuit (onze berging- kelder – zolder) alweer een keer uitgerommeld. We stapelen alles in onze salon, van duikflessen, stormzeil, reserve onderdelen tot borstel en blik.
Geen nood een film kijken we dan 's avonds maar in de voorpiek.

Nog kan Tony niet aan die uitlaatbuis-klus beginnen. In de achterkajuit komt de witte imitatieleren bekleding van plafond en wand los. Grote flappen hangen naar beneden. Zo kan je niet werken. Even die hele handel opnieuw vastkleven, zou je zeggen.
Kan echt niet, want super vervelend : de achterkant van “isolatie mousse” is tot stof verpulverd. Die isolatie, of wat er van overblijft, moet weggeveegd, helemaal verwijderd en opgezogen worden. Daar houdt immers geen lijm op.
Een klus voor mij, Tony is immers allergisch voor alles waar nog maar in de verte stof bij komt kijken.
Het lijmen boven je hoofd valt niet mee. Maar eenmaal dit opgeknapt, kan het echte werk aangevat.

Achterkajuit vóór en na het "lijm"werk.

Als Tony de buis nader bekijkt, schrikt hij. Het stuk achteraan is wel erg poreus. Dat deel zou in zware zee tijdens het motoren zo kunnen “springen”. Dan zou de motor het koelwater gewoon naar binnen pompen . Erg ongezond ! Je kan dan enkel hopen dat de bilge pomp, die het in de “buik” verzamelde water uit de boot pompt, zijn werk goed doet.
Vóór we kunnen denken aan opnieuw varen, móet die buis hersteld.
Gelukkig telt Nouméa nogal wat watersportzaken en “quincailleries”. Bij de vierde winkel kunnen Tony en Patrice een degelijke uitlaatbuis van Vetus ( Nederlandse fabrikaat) op de kop tikken. Dik robuust rubber, binnenin versterkt met een metalen spiraal.

De oude buis, echter, geeft zich niet zomaar gewonnen. “Die kan ik enkel in stukken zagen om ze weg te krijgen, ” besluit mijn kapitein. Makkelijk gezegd.
Ik kan niet helpen, hou me heel stil terwijl het Tony bloed, zweet en net geen tranen kost om zijn gevecht met zaag(ske) tegen buis te winnen.



Volgende uitdaging : de nieuwe, stugge, dikke rubberen buis met metaal binnenin op de daarvoor bedoelde, erg krappe plaats tussen andere buizen, de motor en de wand maneuvreren.
Met vereende krachten trekken en duwen we het kreng op zijn plek. Nu moet nog slechts het buisuiteinde van 60 mm doorsnede op de flens van 64 mm geperst ! Kokend water, om het rubber wat weker te maken, en zeep doen wonderen en natuurlijk flink wat domme kracht . Pijnlijke spieren en handen de volgende dagen, maar we hebben een nieuwe uitlaat.
Of er nu nog water zal binnen sijpelen ?

5,40 m nieuwe uitlaatbuis.



Zo ziet (een gedeelte van) de geplaatste buis eruit.

Ondertussen trainen de militairen in alle vroegte

en gaan de uitbreidingswerken in de haven gewoon verder. 

 

Positie :Îlot Casy (Baie de Prony).

 

Uitgestrekte riffen, lichtbruin kleurend, glinsterend net onder het wateroppervlak, en zandbanken in verraderlijke rijen achter elkaar, af en toe gescheiden door het diep blauwe water van een passage. Soms is het zand hoog genoeg opgeworpen om een prachtig wit eilandje met bosjes begroeiing te vormen, het rif rondom minstens tien keer zo groot : zo moet je je de zuidelijke lagune van NC voorstellen. Aartsmoeilijk zeilgebied.
Van juli tot september speelplaats van de bultruggen.
Aan de rand van dit gebied, heerst de overmaatse molshoop van Îlot Mato. Van zowat overal in het zuiden duidelijk te zien want met zijn 50 m hoge klif torenhoog uitstekend boven de lage, net boven het water reikende eilandjes.
Volgens zeilers is Mato de best beschutte ankerplek in het zuiden.
Dat willen we wel eens zien.
Want onze ervaring voorspelt iets gans anders : nergens in de ganse lagune ben je veilig voor de “houle” (oceaandeining), meestal 1,5 – 2 m hoog, die vooral bij hoogwater door geen enkel rif voldoende wordt tegengehouden en er gewoon overheen spoelt, zodanig dat je altijd ligt te “rocken”.
Maar we moeten het toegeven, eenmaal je “eyeballend” tussen de smalle doorgang in het rif in het diepere bekken van Îlot Mato bent gemaneuvreerd, blijkt het duidelijk. Je ligt echt in een kom volledig omgeven door rijen brede muren van rif.
Zo rustig slaap je enkel in een marina.

Attractie van Îlot Mato : de heuvel, de riffen, het strand . In het weekend is het er gezellig druk, vooral nu het schoolvakantie is.
Ook wij zoeken de start van het paadje dat naar boven leidt, aangegeven door een “cairns” (stenen torentje). Ik had het me moeilijker voorgesteld . In de altijd aanwezige spinnenwebben zijn onze voorgangers al lang verstrikt geraakt, maar de slangen zijn er wel nog. Minstens 12 exemplaren tellen we als we bij valavond nog een keer naar boven klimmen. Ik vertelde al van de dodelijk giftige tricot rayé , die zowel in zee als op het land leeft. Gelukkig is haar bek zo piepklein dat ze ons niet kan bijten. Ze schrikt ook minstens even erg van ons als wij van haar.
Een mens went aan alles, deze slang hoort er intussen gewoon bij.

Paadje tussen de rotsen.

Tricot rayé.

Îlot Mato.


De dikke slang die we de volgende dag al zeilend naast onze boot spotten, dat is andere koek. Eerst denk ik nog dat het een drijvend stuk hout is. Maar ze kronkelt zich zo elegant voort aan de oppervlakte en duikt dan sierlijk, kop eerst in ware eendjesduik stijl, naar beneden. Dit was bepaald geen stok.

Na onze molshoop op zoek naar een volgende ankerplek, kiezen we in Baie de Prony de “bron” op. Een mooie, weinig bezochte baai ín de baai.
We vullen de blauwe water jerrycans met bronwater. Handdoeken en T-shirts die ik eerst aan boord waste, kan ik hier eindelijk eens overvloedig spoelen zonder zuinig op water te moeten zijn. De bron stroomt behoorlijk snel ,al eeuwen lang...de natuur, een wonder.
Wonderlijk is ook de rivier vlakbij, die we volgen met onze Jak. Enkel bij hoog water kunnen we voorbij de, bij elke rivier aanwezige, drempel. Net als we beslissen terug te keren, horen we stromend water. Nee, geen Indiana Jones toestand van zich meters naar beneden stortende waterval. Maar onze verwondering over de kabbelende watervalletjes en stroomversnellingen tussen de pittoreske bruine rotsen is er niet minder om.
Dit hebben we niet uit een gids. Helemaal onze eigen ontdekking.


Ingang riviertje of uitgang, eigenlijk .

Wassen bij de bron.

We zeilen nog steeds rond in Nieuw-Caledonië. Kunnen hier niet weg, al zouden we wel willen. Mogelijke bestemmingen , Vanuatu en de Salomon eilanden zijn covidvrij maar bekomen slechts langzaam van de grote schade aan infrastructuur, gebouwen en vooral gewassen aangericht door cycloon Harold. Ze laten voorlopig geen bezoekende jachten toe. Logisch.

In Papua Nieuw Guineahouden ze hun hart vast voor een grote tweede covid golf. Er zijn amper ziekenhuizen om deze op te vangen. Geen plek voor ons om heen te gaan.

Australië laat geen jachten binnen. We staan wel op de lijst van geïnteresseerde bezoekers.

Als ze in Nieuw-Caledonië geen covid uitzondering willen maken en de één jaar toelating voor Jakker niet willen verlengen, kunnen we enkel nog naar Fiji. Tegen wind en golven in.
Wordt vervolgd.

 

Positie : ankerplek Nouméa – Port Moselle.

 

Als we van het pad afstappen naar le village de Prony, wanen we ons in de film “Papillon”, (nog maar pas opnieuw gezien, opgedolven uit onze grote voorraad films op memory stick). De kwade geschiedenis herleeft hier een beetje. We zijn bij de ruïnes van de bagne van Prony. Ja, Jakker nog steeds op ontdekking en rondzeilend in die grote baai van Prony.

De Province Sud heeft moeite gedaan alles over de “bagne” wat aanschouwelijk te maken.
Borden met uitleg. Een voorbeeld van een boomstam op een slee, die door de kracht van 18 mannen, over houten rails werd voortgetrokken naar de rivier.
Zelfs wat voorbeelden van foltertuigen zoals de crapaudine : de voeten vastgeklemd, de samengebonden armen achterwaarts in een boom omhoog getrokken werd de gestrafte als een soort vliegtuigje, met het gezicht naar de grond gericht, achtergelaten.
We zien ook een “kast” waarin de gestrafte een lange tijd moest hurk-staan. Die kast is zo klein dat hij niet rechtop kon zitten of staan.
Een getuigenis over de “poucettes”, twee ijzers waartussen de vingers van één hand steeds erger geplet worden.
“Gedurende die veertig dagen kwam bewaker Lauzanne kwartier na kwartier mij de “poucettes” vaster draaien, om mijn marteling te verzwaren. “


Het was in 1866 dat Nieuw-Caledonië besliste geen prijzig hout (voor de bouw van Nouméa) meer te importeren maar het door gevangenen uit hun eigen bossen te laten hakken.
Nieuw-Caledonië was in die tijd net tot alternatief voor de bagne van Guyana gebombardeerd. Guyana waar, door het ongezonde klimaat, de bagnards bij bosjes stierven.
Na een maandenlange, vreselijke zeereis naar de andere kant van de wereld, “in de ijzers” in de buik van een schip begon de echte straf pas hier.
Dwangarbeid tot ze erbij neervielen, zware folteringen als ze iets mispeuterden.
Hun verdiende loon??

De wortels van deze boom , "omarmen" de fundamenten van een oud huis.

Népenthè, een typisch "mijnterrein" vleesetend plantje .

Toen uiteindelijk de meeste waardevolle bomen, veel kaori's, geveld waren, de heuvels kaal en desolaat, kon er met mijnbouw begonnen worden.
De strafkolonie werd opgedoekt. Ex-convicts, blanke kolonialen, later Javanen en Japanners gingen in tunnels en putten en bovenop heuvels wroeten, op zoek naar nikkel en andere metalen.
Immers intussen was mijnheer Garnier erachter gekomen dat “le calliou” (= Nieuw-Caledonië) rustte op een geologisch super rijke bodem. Garnierite noemde men het door hem ontdekte groenige silicaat, bijzonder rijk aan nikkel. Nu weten we dat NC op de tweede grootste nikkelvoorraad ter wereld zit. Maar de rijke rotsen bevatten ook cobalt, mangaan, chroom en ijzer. Dit laatste zorgt voor de alomtegenwoordige rode aarde.

Zo komt het dat je in heel NC de wonden van de mijnbouw van vroeger en nu kan zien. Grote gebieden zijn afgegraven, kale, rode hellingen en kloven die steeds verder eroderen, waar niks meer groeit. Andere gebieden zijn mijnconcessies die in de toekomst nog geëxploiteerd kunnen worden.
Het noorden van de prachtige Baie de Prony wordt beheerst door de moderne Gordo mijn. Grote zeehaven. Mijnbouw, transportbanden, wegen, enorme vrachtwagens, containerwoningen, alles badend in onnatuurlijk oranje kunstlicht tijdens de nacht. Wíj noemen het “Mordor” .
De nikkel uitbating, die steeds zorgde voor grote rijkdom, staat thans onder druk, de prijs op de beurs zakt, covid-19 doet er geen goed aan. Australië onderhandelt om de mijn, nu nog in Braziliaanse handen, over te nemen. Dit is helemaal niet naar de zin van het Congres van Kanaken. Als NC ooit onafhankelijk wordt (in oktober is er weer een referendum) willen zij de nikkelmijnen nationaliseren. Maar dat is een ander verhaal.

Voor ons is het hoog tijd om terug naar Nouméa te zeilen. Watertandend denken we aan verse lokale appelsienen, mandarijntjes, tomaten, passievrucht...
Een rood besmeurde dinghy, rode schoenen, rode touwen en kleren getuigen van ons bezoek aan het uiterste zuiden.

Mooie aalscholver, hij bleef terugkomen en kakte onze Jak onder.

Denk nu vooral niet dat we een maand vakantie vierden. De werken en werkjes aan de boot gaan gewoon verder. Twee keer schraapten we de romp. In het koude water valt dat niet mee.
Om de drie dagen bak ik brood.
Tony herstelde de Webasto verwarming. Die kunnen we nu erg goed gebruiken. Eerst een elektrisch reparatie, daarna verving hij een aantal buizen. Daarvoor ruimden we wel vier keer de achterkajuit uit en weer in. Het is immers helemaal achter in die kajuit te doen. Alle rommel kan nauwelijks in de salon. Wat heeft een mens allemaal bij?

Maar onze topprestatie : we hopen dat we eindelijk het waterlek dat ons al 10 jaar af en toe plaagt gevonden hebben. Al 10 jaar lang moeten we op gezette tijden het water onder de vloerdelen opsoppen. Uren zijn we daar zoet mee.
Onze reserve voorraad groenten en maaltijden in blik komt in gevaar samen met zoveel reserve spullen. Eerste opgave : aan het ongewenste water proeven. Zoet...ok.
Blijkt dat de buitendouche lekt, het water loopt gewoon via de slang naar binnen naar het laagste deel van de boot. Condenswater van de buitenkant van de koelkast voegt zich erbij en al snel heb je een bodempje water in heel de boot. Opgelost nu ? Laten we dat hopen.

 

Positie : Baie Majic


Baie Majic, de natuur bloeit tijdens de winter.


Vandaag willen we nog maar eens een kijkje nemen in Baie Majic. We krijgen niet genoeg van de klimwandeling door de prachtige natuur, naar het walvissen observatiepunt en de vuurtoren.
Nadat Didier, een nieuwe buurman bij Ilôt Casy, ons een “ontmoetings” geschenkje bracht, volgens de
“coutume” (het gebruik onder de Kanaken), gooien we los van de boei. Tony kreeg een biertje (les Belges !) maar niks maakt ons zo blij als de twee pompelmoezen die voor heel wat vitamientjes zullen zorgen, nu we door onze voorraad fruit heen zijn.

Rustig, tegen de wind, motoren we vervolgens de Baie de Prony over als Tony plots een “camion grote “ schuimgolf ziet. De daaropvolgende “spuiter” neemt alle twijfel weg. Daar zwemt een bultrug ! De “whale watch catamarans” verschijnen ten tonele.
Een tweede spuiter, dichterbij ons. Zullen we die volgen?
Maar opgepast. De observatie van de bultruggen, die volgens een vast patroon hierheen komen tijdens de arctische winter, is streng gereglementeerd. Je mag enkel opzij van het dier naderen en varen, zijn voortgang niet belemmeren, je moet op 100 m afstand blijven. Overtredingen worden zwaar bestraft (800 € boete alsof het niks is).

We varen langzaam voort, steeds rondkijkend. Spannend.
Bultruggen blijven zo'n 15-20 min. onder water (hun apnee kan tot 30 minuten duren) en zwemmen intussen natuurlijk gewoon verder. Weet je veel waar hij volgende keer zal boven komen?
Daar zie ik hem, ver vóór ons. Met verrekijker goed te zien. Foto's maken, als steeds een ramp.

Straf als je de spuiter kan ontdekken !

Regelmatig zien we de lange romp met de bult en het kleine rugvinnetje boven komen, volgt de onvergetelijke staart, inspiratie voor duizenden sieraadjes.
Hij zwemt de hele omtrek van de baai rond, naar de uitgang. Eén keer buiten wordt hij actiever, klapt met zijn enorme borstvinnen (die zijn wel 3-4 m lang) op het water. Springt hoog op. Wij zien vooral heel veel schuim als hij op zijn rug of zij landt. Hij is nu nog verder weg. Na twee uur en een half houden we de observatie voor gezien.

Elke dag varen de whale watchers uit.

Dan maar een foto van een bord in het observatie centrum.

Ook daar kan je de walvissen zien.

Als we terug de baai binnenvaren, word ik via het walvissenobservatie kanaal VHF 72, onverwacht getrakteerd op de zang van een amoureuze bultrug.
Een onderzoeksschip ín de baai maakte zopas de onderwater geluidsopname van “la baleine chanteuse”, zo noemen ze de walvis, die daar nog steeds rondzwemt, al.
Ze laten hun opname horen speciaal voor een aantal kinderen op één van de whale watch boten. Hun hoge stemmetjes klinken na afloop verrukt over de VHF radio: “Merci, merci !“ Het gezang van zo een enorm dier, ook voor ons een kippenvel moment.
Onvergetelijke ervaring, deze toevallige ontmoetingen, ons leven.
En ik besef hoe mijlenver weg van jouw, door mondmaskers en sociale bubbels overheerste wereld, waar een tweede covid golf onvermijdelijk lijkt.

 

Additional information