We hebben ze op zak, of toch in onze smartphone, de tickets voor Nieuw-Zeeland. Op de kop getikt volgens de regels van de kunst voor de budget reiziger.
Te weten : 47 dagen (ongeveer 6 weken) op voorhand boeken, bij voorkeur op een dinsdag en wel rond middernacht lokaal, liefst tijdens de week reizen.
Je moet wel alert blijven want tijdens het boeken proberen luchtvaartmaatschappijen je allerhande verzekeringen aan te smeren en die dikken de prijs van een ticket flink aan.

Voor Jakker regelen we een warm, hopelijk veilig plekje in de marina van Vuda. We zullen haar weer helemaal cycloon-klaar moeten maken. Veel werk. Het is niet anders.

Toegangskanaal en bar-restaurant The Boatshed in Vuda Marina.


Het zal hoogseizoen zijn in Nieuw-Zeeland, zomervakantie. De prijzen hoog, de wegen en de hotelletjes vol. Maar we moeten nu eenmaal vóór 14 januari 2019 weg uit Fiji. Ons visum loopt ten einde.
Het goede nieuws : de kans op goed weer is groter. Vergelijk maar met een Belgische zomer die ook alle kanten op kan.

Dit eenmaal geregeld, geven we onszelf vrij en vertrekken naar de Yasawa's, de langgerekte eilandengroep in het noordwesten van Fiji.
Op een dag kan je immers terugvaren naar Denarau, in het geval van een cycloonalarm bijvoorbeeld.
Elke dag kijken we of er zich ergens in de ruime buurt (Australië – Solomon – Vanuatu) een “eitje” ontwikkelt. Zo ziet een beginnende diepe depressie eruit : een klein rondtollend eitje met veel wind dat zich snel en wispelturig verplaatst en groeien kan tot een orkaan.

Eerste halte Navadra. Onbewoond en indrukwekkend. Vorig jaar nog werd hier de Australische “Survivor” opgenomen.
De wind draait, de golven nemen toe en we liggen de ganse nacht te rocken.

Navadra Island.

Dan maar naar het 10 mijl verder gelegen Waya eiland, bij het dorp Yalobi. Maar het regent een nacht en een dag en dan wordt Waya pas echt luguber.
Het eiland met de duivelshorens roept bij cruisers toch al beelden op van de ruige Markiezen en van Alaska. Niet bepaald lieflijk maar prachtig.

Het ruige Waya.

We ankeren voor het schooltje van Yalobi dorp.


Door de grote deining uit het diepe zuiden, kan je nergens rustig ankeren. In één ruk op naar Nanuya eiland (Blue Lagoon) dan maar. De enige goeie ankerplek van de Yasawa's.
Onze geliefde wandelpaadjes voeren langs de machtige mangobomen die vol vruchten hangen deze tijd van het jaar. Als we er genoeg van dreigen te krijgen, maak ik mango jam.

Blue Lagoon heeft zijn naam niet gestolen.

Meteen proeven of de mango's wel lekker zijn !

De natuur is overdadig, de grond ligt vol rotte mango's.

 

 

 

 Prachtig, de flame trees ( flamboyanten) in bloei.

Vergeet al mijn vroeger gefilosofeer over weervensters , wachten, drie w's en dies meer. Of tenminste, berg die info op, op een veilig plekje onder je hersenpan.
Want hou je vast : we hakken de knoop door en besluiten : we zeilen niet naar Nieuw-Zeeland (en ook niet naar Nieuw-Caledonië).
Gedaan met wachten op de gunstige wind en golven. Gedaan met gruwen bij het opvragen van het actuele weer daarginds : max 18° en regen, min 10°.
We gaan niet. Tenminste niet met onze boot.

Zoals ik al vaak vertelde : zeilers schrijven hun plannen bij laag water in het zand. En wij van Jakker kennen dat truckje uitstekend.
We blijven het volgende cycloonseizoen (2018- april 2019)  nog maar eens in Fiji en vliégen in januari naar Nieuw-Zeeland.
Het kost Tony al zijn overredingskracht maar tenslotte ga ik mee in zijn redenering.

Het telkens weer schrappen van een mogelijke vertrekdatum en je opnieuw opkrikken naar een volgende. Het komt onze strot uit.
We wuiven de laatste “wachters” uit maar varen zelf niet mee.
Ik luister wel dagelijks naar hun radio praatje, maak me met hen zorgen over het dagenlange motoren, hoop dat de beloofde, ruime wind ook werkelijk opdaagt.

Dat is dat.
Laten we dan nu maar beginnen met andere voorbereidingen : onze reis naar Nieuw-Zeeland met het vliegtuig.
Om rustig één en ander online op te zoeken zeilen we naar Malolo Lailai (Musket Cove) . Oeps, zonder de Unleashed Grad Trips gerekend. Die organisatie bezorgt “vers gegradueerde” 17-18 jarige Australiërs en Nieuw-Zeelanders de, haast verplichte, partytime van hun leven. Alles gebeurt in, voor de gelegenheid, hermetisch afgesloten resorts. Enkel de harde boenke – boenke muziek houd je niet tegen.

We verhuizen dan maar naar Mana Island.

Vóór we de ankerplek ontvluchten, zien we een bekende boot : de Canadese Fluenta. Herinneringen aan Tahanea (Tuamotus – Frans Polynesië) met hen en de Nautilusjes en al de kinderen komen terug. Benjamin toen nog een kruipertje, komt ons nu tonen hoe snel hij wel kan rennen en wat kan hij babbelen! Alles gebeurt in het donker en ik heb mijn fototoestel niet bij. Helaas.

 

Fluenta in alle vroegte.

 

 

Zeilers zijn het erover eens : er zijn slechtere plekken (dan Fiji) op onze aardbol om geduld te oefenen en te wachten op een weervenster. Zie maar.

Namotu eiland, daar gaan we snorkelen in Wilkes Passage. Andere zeilers komen erheen voor de beroemde Fiji surfgolven, waaronder “Cloudbreak” behorend tot 's werelds top vier van de surfwaves.
Voor een paar uur is “Senses”, boot van één van de Google oprichters, onze buurman. Al de toys die het superjacht bezit, liggen uitgestald in het water. Chartergasten proberen hun kite-kunstjes uit.

 

Vanmorgen zien we het watervliegtuig landen bij dé zandbank tevens toeristische trekpleister van Malolo Lailai eiland, vlakbij onze huidige ankerplek. Zeer uitzonderlijk. Wij nieuwsgierig. Niks beters te doen, gaan we even kijken. Blijkbaar heeft een koppeltje deze plek, waar ze ooit samen snorkelden, gekozen tot bijzondere locatie voor hun trouw-fotoshoot. Een praatje met de wachtende piloot vinden we altijd interessant.

Maar onze aandacht mag niet verslappen. We blijven de weerevolutie volgen. We luisteren dagelijks naar Nieuw-Zeelander David van Gulf Harbour Radio, expert in de oversteek “eilanden (Fiji – Tonga – Nieuw-Caledonië) naar Nieuw-Zeeland “. Voor hem hebben lage drukgebieden, squash zones, BFH's (Big Fat High) en tropische depressies geen geheimen en hij houdt ervan deze fenomenen haarfijn uit te leggen aan ons leken.

Elke zondag geeft ook weergoeroe Bob McDavit zijn visie op het weer. Het weer een mix van patronen en chaos. Zijn woorden.

We deden zelfs kosten en kochten het programma PredictWind. Dat vergelijkt verschillende weermodellen met mekaar. Geeft vertrek- en routeplanning.
Zeilers zweren erbij. Zelfs de Volvo Ocean racers gebruiken deze digitale weerman.

Maar als die lage en hoge drukgebieden en andere straalstromen het ons moeilijk willen blijven maken, kan je hemel en aarde bewegen, het zal je niks helpen.

Zullen we onze hoop maar richten op december ? 

 

 

Geen nieuws van het (weer)front in Western Fiji. Geen goed nieuws tenminste.
Er ligt een tropische storing nr. TD02F west van Fiji. TD02F, want zo een storing krijgt een nummer voordat hij eventueel groeit tot een cycloon met een naam. Weinig reëel gevaar hiervoor, het zeewater zou nog te koud zijn (28°). Maar toch lijkt het erop dat de tropische monsters zich aan het klaarmaken zijn. Voor ons nú betekent die storing : drie dagen erg bewolkt, onstabiel weer met veel regen.
De vertrekkers wachten.
Moet ik nog duidelijker zijn? Jakker ligt nog steeds ter plaatse te trappelen.

Maar we amuseren ons. Ontmoeten bijvoorbeeld nog steeds nieuwe zeilers.
Na maandenlang vooral Engels babbelen, kunnen we ons hartje nog eens ophalen in het Nederlands. Zeiljacht Jonas ligt vlakbij. Jacob en Hanny.komen we voor het eerst tegen tijdens het wandelen. Een paar avonden samen pinten pakken later hebben we het gevoel dat we hen al veel langer kennen. Maar onze wegen scheiden weer. Ze vliegen naar huis.
Ook ons Frans komt vanonder de mottenballen. Met Patrick en Renée (catamaran SDF) ondernemen we een duik op de Plantation Pinnacle. Ze blijken dikke vrienden van weer andere zeilvrienden te zijn. Kleine wereld.

Etentje voor mijn verjaardag.

Feestjes, ook een manier om wachttijd prettig door te komen. November begint al met mijn verjaardag en dan was er Diwali op 7 november.
Fiji is immers multicultureel. Ze vieren de geboorte van Christus én van Mohammed. Ze vieren het suikerfeest, Id al Fitr. Ze vieren het grootste Hindoe feest (48% van de inwoners van Fiji zijn van Indische oorsprong) : Diwali. Het feest van het licht. Allemaal vrije dagen in Fiji.

Ashley en Zoë van Rhum-ba willen wel op de foto in hun feestelijke outfit.
We waren vorig jaar samen in de Marshall Islands.


Diwali is een familiefeest . Het huis moet er netter dan net uitzien. Iedereen dost zich uit in nieuwe, prachtige kleren. Familie en vrienden komen op bezoek. Overal in huis flonkeren lichtjes en kaarsjes. Het aangeschafte vuurwerk wordt vooral op de eerste dag van Diwali ontstoken (het feest duurt 5 dagen). Elk gezin lijkt wel zijn privé vuurwerk-show op te voeren. Vanop de eerste verdieping van de Rhum-ba (Denarau Yachtclub) krijg je een 180° zicht op al dat vuurwerk.



Intussen is het 14 november. Een extra vrije dag want Fiji gaat vandaag naar de stembus voor de parlementsverkiezingen. In de regen, een tegenvaller.
Voor ons wat meer tijd om aan de blog te werken en weerberichten te bestuderen. Moeten we de laatste van de drie w's vervangen door Wanhopen ? Welnee. We houden de moed erin daarbij geholpen door onze huisdiertjes: de piepkleine gekko's aan dek en de grote, onze afval smullende, remora's in het water.

 

 Piepklein maar hij heeft alles wat hem een gekko maakt. 

 

Deze jongens hangen permanent onder de boot. Brood en papaya is hun lievelingskostje.

 

 

 

Enkel als je van een andere planeet komt of van een vreselijk verafgelegen eiland, ken je de wereldberoemde drie w's, die ons leven grondig veranderden, niet.
Als je zeiler bent, klaar om een oversteek te maken, ken je nóg drie grote w's maar al te goed.  Wachten, Weerberichten, Wachten.
Wachten op niet te veel wind, wachten op niet te weinig wind, wachten op geen tegenwind. Kortom, wachten op de perfecte wind . Als je dat niet kan, verkoop je boot dan maar.
Makkelijk is dat wachten niet, dat kan ik je vertellen.

Je kan niet gaan rondzwerven, moet in de omgeving van een haven blijven. Zo gauw het goeie weervenster zich aandient, moet je uitgeklaard zijn bij de beambten, bevoorraad en good to go. Dus anker je in de buurt. In ons geval nu in Fiji : in Musket Cove, bij de luchthaven, in Saweni Bay.

Vlakbij de luchthaven, Jakker helemaal links.

Je doodt de tijd, probeert je aangenaam en/of nuttig bezig te houden. Poetst de vele inox onderdelen aan dek. Pikzwart word je daarvan. Het is zoiets als zilver of koper poetsen. Wie doet dat thuis nog?
Je maakt de kanakenvlag voor Nieuw Caledonië, de Franse heb je al. Je plakt voor de duizendste maal je dinghy. Je trakteert jezelf telkens weer op nog een laatste Musket Cove icecoffee na een wandeling over de heuvels daar.

 

Gaat op donderdagavond naar de meke (traditionele dansen). Doet een duik op de Plantation Pinnacle.
Wandelt tussen het suikerriet in Saweni Bay.

 

Treintje met suikerriet spoort naar de suikerrietfabriek.

 

Gaat bij vrienden op bezoek. David (Rewa) probeert nog maar een keer ons te overhalen mee naar NZ te zeilen. Susan en Nigel van restaurant Rhum-ba, die samen met ons in de Marshalls waren, werken weer als vanouds in hun restaurant.  

Je boekt een plekje aan de steiger in de marina om de laatste dingen te doen en makkelijk uit te klaren bij immigraties en douane. Allemaal in de veronderstelling dat het weer mee zal zitten en je morgen vertrekt. Om dan plots te beseffen dat je wellicht drie dagen van de vijf zal moeten motoren. Dus blaas je alles af en begint opnieuw met wachten, weerberichten, wachten...

 

 

Boenk ! Even staat de wereld stil. Of Jakker toch zeker wel.
In volle vaart zijn we met de kiel ergens tegenaan gebotst. Net hebben we onze ankerplek vóór de haveningang van Denarau bereikt. Het is overal ongeveer 4,5 m diep. NIET !
Als je met een diepgang van 2 m iets raakt ! Ik zet de motor stiller, de gashandel in neutraal maar daar varen we al opnieuw. Moet wel een zandberg onder water geweest zijn? Snel zoeken we een plekje uit en met de bibber nog in de benen, laten we het anker vallen. Binnen, bij de kielbouten, is niks abnormaals te zien. Later maar eens langs buiten checken, hier is het water te bruin, het zicht slecht.
In het totaal is ons dat nu toch al zo een viertal keer gebeurd. Onvermijdelijk?!

In de haven worden we hartelijk “Welcome back” geheten. Maria geeft ons een plekje aan de steiger voor twee nachten. “It's very busy”, anders konden we zeker langer blijven.
Tony moet tweemaal in de mast om een nieuwe Windex (windrichting-aanwijzer) te plaatsen, helemaal bovenop het toplicht. De vorige is er gewoon vanaf gewaaid tijdens zwaar weer. Al dat felle bonken in de golven vormt een zware beproeving voor het materiaal.

Tony stapt in zijn bootmanstoeltje.

 

Links toplicht zonder Windex, rechts nieuwe Windex bevestigd.

Zo hoort het uit te zien bovenop de mast.


Terwijl mijn jongste zussen hun tienduizenden stappen per dag tellen, probeer ik dat te doen met de keren die mijn arm de hendel van de winch ronddraait om Tony naar boven te hijsen. Zo een 700 maal. Het zweet drupt op mijn bril. Ik ben buiten adem als hij “Stop” roept. Spierpijn zal morgen mijn deel zijn.

 

Op Jakker zitten we opnieuw in onze dagdagelijkse routine.
Nadat we de bijna twee weken op de kant in Vuda Marina netjes betaalden, heft de kraan ons terug in het water. “No cash, no splash “, de gevleugelde uitdrukking hier. Overduidelijk !
Als maandag dan ons nieuw voorzeil geleverd wordt (zonder de nodige telefoontjes met de UPS manager bleek dit niet te lukken), kan niets ons nog in de krappe, oven-hete Vuda haven houden.
Dat zeil meteen uitproberen, natuurlijk. Richting Malolo Lailai (Musket Cove) , twee uurtjes varen, om er langzaam terug in te komen.

Onze dagdagelijkse routine dus, met een plus eigenlijk. Want, ik heb nu een Dyson Trigger 6 stofzuiger. In mijn handbagage hierheen gebracht. Op Heathrow heeft het me een half uur extra inspectie gekost. De scanner wist niet wat hij zag !


Dit is niet zomaar een kruimeldief maar een echt krachtige, snoerloze stofzuiger voor auto of boot. Ik weet het : “Bootvrouwtje is blij met huishoudtoestel.” Hoe cliché ! Maar wat wil je met een kapitein die allergisch is voor huisstofmijt en dies meer.

Die captain zit intussen ook niet stil. Op een namiddag bouwt hij met de oude motor en de nieuw meegebrachte compressor een perfect werkende duikcompressor, die meteen twee flessen vult.

Dit deel brachten we mee.

De nieuwe Lufti is born.


Nu moet enkel het weer een inspanning doen (twee samengesmolten troggen boven Fiji zorgen voor veel regen en wind), dan kunnen we in de buurt een duikje wagen.
Even ontspannen van wat ons bezig houdt. Er staan namelijk weer belangrijke beslissingen op het menu : waar gaat de reis heen? Nieuw-Zeeland of Nieuw-Caledonië ?
Laten we dat nog even voor later bewaren.

 

 

Het alles-verblindend witte ochtendlicht verdrijft meteen de vermoeidheid van 32 uur reizen als we in Fiji uit het vliegtuig stappen. Bula !
De douane madame bij de controle vraagt verbaasd : “Maar, wat hebben jullie allemaal bij? Dat moet even van dichtbij gecontroleerd en in een lijstje gezet.”
Zonder het maximum bagagegewicht te overschrijden, slaagden we erin, motoronderdelen, olie- en andere filters, een halve duikcompressor, een nieuwe windrichtingaanwijzer, twee dozen Royco erwten minutesoepjes (van levensbelang), de nieuwe Dyson stofzuiger en nog veel meer mee te brengen.
Er volgen wat Fiji-grapjes en dan : “You're free to go !” Als “Yacht in Transit” hoef je geen taks te betalen op goederen bestemd voor de boot.
Snel verlaten we de inspectie kamer. De stank van rotte vis is er niet te harden. Eén van onze Chinese medepassagiers smokkelde een onwelriekende “delicatesse” het land binnen. Getuige daarvan een vies, stinkend plasje op één van de tafels.

Vrijwel meteen begint Tony te niezen en hij zal twee dagen last hebben van hoofdpijn en een loopneus. Allergie voor de tropen of toch een virus, opgelopen in het vliegtuig ? Gelukkig huurden we de eerste twee dagen een cottage op het haventerrein. Heerlijk om bij te komen.

Nu maar eerst een kijkje nemen bij Jakker. Ze ziet er bijzonder goed uit. Een beetje stoffig . Geen mieren, geen kakkerlakken...wel hopen vogelstront op plekken waar die beestjes makkelijk kunnen zitten . Takjes in de kuip. Takjes in de giek, die we nochtans afplakten. Probeerden ze een nest te maken?

Dit is één van de schuldigen !

Langzaamaan beginnen we er dan aan : poetsen, uitpakken, opruimen.

Om de romp te polieren en het onderwaterschip af te krabben huren we een mannetje in. Zo sparen we onze schouders voor ander werk.

We vullen het formulier in voor “de extra move “ van de pit naar een “wieg” op de grond. Voor elke kraanjob moet er immers een papier ingevuld. Geen half werk

Uit haar bedje...

in de "wieg".

Nu volgt een week van hard werken. Roest aan de kiel behandelen, nieuw zwevend buitenlager op de schroefas plaatsen, het onderwaterschip één keer met primer schilderen, daarna twee keer met anti-fouling.

Ook onze vaanstandschroef geef ik drie lagen speciale anti-fouling. Benieuwd of de schroef nu minder zal aangroeien in het tropische water.
Tony werkt keihard om onze zoutwaterkraan aan het bollen te krijgen. Alles is verstopt en gecorrodeerd. Een nieuwe plastieken huiddoorvoer biedt uiteindelijk soelaas. Achter het roostertje van de zoutwaterinlaat haalt hij een krabbetje vandaan. Het is gewoon gegroeid in de kleine ruimte achter het roostertje, om nooit in open water te vertoeven. Wat een krabbe-leven !


 

Elke avond vallen we rond 20 u uitgeput in onze kooi. 's Ochtends beginnen we er weer aan, met pijnlijke armen en schouders.

Maar Vuda Marina betekent ook “The boatshed Bar and Restaurant”. Hier vind je het lekkerste eten van ver in de buurt en de tofste zeilers. We maken kennis met Hollandse Monique en halve Antwerpenaar en westrijdzeiler Bas, van de Red Max. Tof stel. Zij kennen bovendien David (Rewa), die ons meteen zondag een bezoek brengt. Twee jaar zagen we hem niet maar het klikt als vanouds.

Life band op zondag.

Je snapt het al, het is heerlijk om terug te zijn, ook al branden de beelden van de laatste avond met kinderen en kleinkinderen nog steeds door alle nieuwe indrukken heen.

Jetlag.
Twee weken op vaderlandse bodem en eindelijk zijn we over de jetlag heen. De dagelijkse duik in het zwembad bij dochter Karen, de ontmoeting met vriendinnen en vooral het feestje op zondag hebben daar flink aan meegeholpen. Familiebrunch met aansluitend een Time to Dive party met de band Zerp , het kon niet op.
En ook mijn pa, super-bompa voor de achterkleinkinderen, zat erbij en genoot ervan. Hij verraste ons met zijn buiten verwachting redelijke gezondheid. En óf hij ons nog kende.

Met dank aan Romina Dean.

Foto Romina Dean.

 


De kleinkinderen worden wild als we bij hen toekomen. Wie is er nu het meest uitgelaten ? 
We worden meteen ingepalmd, mogen nauwelijks met hun ouders praten. Tekenen, met lego bouwen, spelletjes spelen, zwemmen, verhaaltjes lezen … niks lukt ze nog alleen. Ze hebben oma en bompa Jakker zo lang moeten missen.

Lyam en Roxie tonen ons hun kunstjes.

Warm.
In onze stoutste dromen hadden we niet op dit weer durven hopen. De dagen en zelfs de nachten tropisch warm. Slapen zonder laken. Ik voel het zo vertrouwde zweetsnorretje van zodra ik iets anders doe dan gewoon languit liggen. Wij klagen niet. Het is zoals wij het gewoon zijn.

Zeilen.
Dat de zeiltraditie zal verdergezet worden in onze familie, zit er dik in. Lyam, onze kleinzoon, had het erg naar zijn zin op zeilkamp in Hofstade. We mochten getuige zijn van zijn eerste metertjes op het water.
Moeilijk hem te spotten in het veld van 29 Optimistjes. We volgden zelfs een tijdlang een verkeerd blond zeilertje, maar herkenden Lyam tenslotte toch nog tijdig, aan zijn “legerhoedje”.

Lyam vooraan, rechts van de motorboot.


To do.
Voldoende uitgerust nu, kunnen we beginnen aan onze “te-doen”-, lees vooral “aankooplijst”. Dingen die aan de andere kant van de wereld niet te koop zijn, laten we hier leveren.
Iedere zeiler die naar huis terugvliegt, doet dat met een kleine rugzak. In onze landen van melk en honing is àlles te koop. En dat doen we dus volop. Op terugreis
naar de tropen sleur je heel wat onontbeerlijke bootspullen mee. Maar ook simpele dingen kan je enkel hier kopen. Ons, bij momenten levensreddende, Minute soepekes bijvoorbeeld.

Voor het overige pendelen we tussen Weerde, Halen, Genk en Tholen – Zeeland (Nederland) waar de boot van zoon Bert ligt. We vervloeken het vreselijk drukke verkeer. Zoveel auto's en vrachtwagens.
Maar ook de massa's mensen, overal. We kunnen er erg moeilijk aan wennen. Wat komen wij van een rustig deel van de wereld !

 

 

 

Additional information