Positie : Baie de Prony, Carénage.

De prachtige pijnbomen van Ile des Pins. 

Vergeten is het cycloonleed. Met Jakker maken we de lagune alweer onveilig.
En vermits er in de nasleep van die flinke depressie nog steeds westenwind over Nieuw-Caledonië waait, het bovendien ook hier paasvakantie is, rept iedereen zich met deze “wind mee” situatie richting zuidoosten, naar de populaire maar vaak zo onbereikbare Baie de Prony.
Zo ook wij en de familie Rocher (sv Korrigan) die Oliviers ouders op bezoek hebben. We kennen hen al van in Vanuatu, Frans-Canadese cruisers die zich tijdelijk, omwille van corona, settelden in Nouméa, ouders werken, dochters lopen hier school.
Samen brengen we een gezellige avond door.

Als zij terug naar Nouméa moeten, de school begint na Pasen opnieuw, motor-sailen wij op ons gemak naar Ile des Pins, nog zo een populaire, moeilijk bereikbare bestemming.
Ik vertelde al uitgebreid over dit eiland, van de duizenden pins colonnaires, de prachtige baai van Kanuméra, het witte nooit geziene poedersuiker-strand van de baai van Kuto.
Wat foto's volstaan om het geheugen op te frissen.


Baie de Kanuméra. 



Hier gaan we lunchen. 

Boodschappen doe je hier . 

Ondertussen, moest je soms denken dat we écht vakantie hebben, gaat het afwerken van de to-do lijst gewoon verder. Even voor geïnteresseerde zeilers misschien.
We trekken een kabel voor het nieuwe log. Zonder de spiraal, flink wat vloeibare zeep (om de kabel in te smeren) en onnoemelijk veel geduld en volharding om tientallen keren opnieuw te proberen de kabel achter panelen en kastjes en tussen de vele andere kabels op de tast door te steken, was het ons nooit gelukt.
Tony knutselt een nieuwe relais om de motor te starten. Hij vervangt de dikke blok door een eigen creatie samengesteld met gerecupereerde fichkes, relais, kabels en schroefjes uit zijn haast onuitputtelijke voorraad van die spulletjes.
Dan vergeet ik zeker nog een aantal klusjes.

Nog in Ile des Pins zeilen we naar het naburige Ile Brosse, het eilandje op 5 mijl van Kuto dat steeds, ook bij ons eerste bezoek al, naar ons lonkt. Als we het anker droppen, zien we het meteen. Dit is weer zo een Bora Bora plek. Luierend in de kuip kan je niet anders dan gefascineerd naar al die tinten blauw en groen blijven kijken. Ken je het staren in een haardvuur? Zoiets.
Maar mooie liedjes duren niet lang en we zien op www.windy een ZW “houle” van wel 3 m aankomen op zondag. Die golven rollen gewoon de weinig beschutte baai van Kuto binnen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken hoe Jakker dan tekeer zal gaan. “Daar word je niet vrolijk van.” Hanny (zeiljacht Jonas), mag ik even jouw woorden gebruiken?
Wegwezen dus. Jammer, maar het is niet anders.

Op de foto kan je die vele tinten Bora Bora blauw toch niet echt vangen. 

Toer rond het eiland. 

Zaterdag is zo een zeildag uit de boekskes, al staat er toch al een flinke deining die de boot in kurketrekker bewegingen voortdrijft.
Het einde van die dagtocht komt dan weer uit een ander boekske, dat van : “wat kan er allemaal misgaan aan boord.”
Als we de genua (het voorzeil) willen inrollen, krijgen we daar totaal geen beweging in.
Tony sprint naar voor en probeert plat op zijn buik uit te vissen wat er aan de hand is. Plat op zijn buik, ja , want de rol waarop het touw zich oprolt (denk aan een haspel) zit ín de ankerbak. Goed beschermd, misschien, maar vreselijk onpraktisch. Je kan immers niet goed zien wat er aan de hand is. Tony's gissing : het oproltouw is van de rol afgelopen en er nu niet één, twee, drie op te krijgen. Het zeil klappert onmenselijk hard.
Enige oplossing : genua naar beneden. Vroeger, in de goeie ouwe tijd zonder rolzeilen, deden we niet anders. Het lukt vrij vlot en op motor haasten we ons naar de “corp mort” (zo noemen de fransen een meerboei) in Anse Majic.
Tony gaat onmiddellijk aan de slag en “kijkt” met zijn nieuwste speeltje, een endoscoop, als een echte chirurg wat er aan de hand is. Bijna helemaal in de ankerbak verdwenen, kan hij het touw weer mooi op de haspel winden. Het duurt wel heel wat langer dan de tijd om dit neer te schrijven.  Pijn in armen, ribben en rug zullen hem de volgende dagen nog aan dit klusje herinneren.
Hij bedenkt een “Tony oplossing” om herhaling (door de ietsje versleten rol) van deze pech te vermijden.

Onderzoek met de endoscoop. 

De genua oproller. 



Een Tony oplossing. 


Na de wandeling-klimpartij naar Cap N'dua zeilen we nog verder de baai van Prony binnen, schuilend voor nog meer slecht weer. In de brousse zoals ze dat hier zeggen, op de rivier Carenage.
Laten we hopen dat we toch nog wat van de prachtige wandelingen kunnen maken, al zal het ploeteren en glibberen worden op de bloedrode, modderige paden. Water zal er genoeg zijn in de talrijke riviertjes en watervalletjes, die we zelfs op de ankerplek horen klateren !



Stapschoenen aantrekken. 


Even uitrusten.


Positie : Baie de Prony.

 

Uitgang  Port Moselle. 

Dank God voor mangroven ! Zij beschermen niet enkel pasgeboren visjes en ander klein gespuis, ook boten zoals Jakker vinden er een perfect heenkomen voor een cycloon.

Hadden zij niet zo een sterke lage stammen en takken waar we ons aan kunnen vastmaken, we zouden niet weten waarheen vluchten als in de marina geen plaats blijkt.
Want ja, het is weer eens zo ver. Er komt een cycloon aan.
Ons eerste argument in de brief aan de directeur van de douane, om ons nog wat meer tijd in NC te gunnen, luidde : “het is nog steeds orkaanseizoen.”
Wel wetende dat velen het orkaanseizoen-einde in NC al zien in maart.
Nu lijkt er erop dat ze hierboven beslisten ons maar eens gelijk te geven. 
Zo hadden wij het niet bedoeld ! Zeker niet nu zelfs in de vorig jaar uitgebreide marina geen plaats blijkt te zijn voor ons. 
Tenminste, men kan ons niks garanderen. Sonja van de capitainerie kribbelt Jakker op een papiertje en toont ons dan het lijstje van wel 20 boten die voor onze naam staan.

Willen we wachten tot morgen voormiddag het verdict valt of we een plekje krijgen?  Als we de ons overbekende rivier op moeten, het enige alternatief, kan dat enkel bij hoog water. Dan kunnen we net over de ondieptes heen. Dat hoog water valt morgen om 10u. Als we dan nog uit Nouméa moeten wegvaren, is dat rijkelijk laat. 
Ons besluit : “We vertrekken nu”, we nemen het zekere voor het onzekere.

Het is erg mooi weer, niets doet vermoeden dat er zich ten noorden van ons een dikke depressie krul ontwikkelt. Een draaier, zoals wij zeggen. Tropische depressie FILI.
Na een mooi tochtje droppen we het anker in Baie Papaye. Hier lig je wel beschut bij oosten wind. Maar de baai is helemaal open naar de lagune toe en als er westen wind komt opzetten met de bijbehorende golven, wordt het hier op zijn minst erg onaangenaam, om niet te zeggen gevaarlijk. Morgenvroeg zijn we hier weg.

Al tijdens de nacht begint het te regenen en 's ochtends giet het echt. Verdorie. We zijn nog niet echt klaar. Tony wil nog graag twee stukken van de nieuwe ankerketting, van elk 5m, afknippen om aan de reserveankers vast te maken en ze aldus te verzwaren. 
Uitgeput en buiten adem van de krachtinspanning van dat overknippen (met onze grote betonijzer schaar) bevestigt hij nog de harpsluitingen en dan kunnen we vertrekken.






Ons achteranker is een Fortress, een "mecano oefening" om het in elkaar te steken maar het houdt uitstekend. 

Veel vocht in de lucht.


Beiden gehuld in onze duikshorties met een duikbandana op het hoofd. Geen gezicht maar wel heel afdoende tegen de felle regenbuien, gaan we maar weer een keer op pad. Pad dat we nu wel ruim voldoende verkenden. Toch begint telkens het zweet me uit te breken als de dieptemeter beneden de 3 m aangeeft. Onze kiel steekt 2m diep en je moet toch wat marge hebben. Boven de hoogste zandhoop meten we 2,4 m. Ok, is goed.

Daar zie ik ons plekje al. Oeps, er liggen al twee boten. Een man begint meteen te ruziën dat we hem hinderen en ons anker op zijn touwen laten vallen. Het is zo al moeilijk genoeg . Hou op, man.
We moeten immers aan komen varen en meteen omkeren met de neus tegen de stroming in , anker uitgooien en ook achteraan een touw of anker vastmaken anders vallen we dwars op de rivier die hier ook maar 3m is. Geen makkelijke oefening op de smalle rivier.

Het met touwen sleuren, (de aussières van 70m, hoeveel wegen die ? ), touwen aan mekaar knopen, het tussen de mangrove wortels kruipen en stevig vastmaken, het anker midscheeps uitgooien. Het is allemaal geweldig déjà-vue.
Maar we kunnen het steeds sneller.  
Alles wijst erop dat deze cycloon zeker geen Niran zal worden, toch weet je nooit wat zo een tollend systeem zal doen, net zoals een echte tol zomaar van richting kan veranderen. Je doet dus braaf wat er gedaan moet.



Opruimen maar weer !

Eén ding is zeker, dit is een regen depressie . Het rivierwater kleurt nu al bruin van de aarde meegesleurd door het regenwater uit de bergen. Daar gaat onze frisblauwe antifouling kleur en ook de romp en onze dinghy, alles krijgt een vaalbruin kleurtje.
En dan begint het afwachten weer een keer. Zonder veel elektriciteit te verbruiken, want geen zon geen stroom. Het enige wat we wél in overvloed hebben is water. Douchen dus. Warm douchen met het warme water van het varen op motor. Van al die regen krijg je toch kou.

Het is pas om 4 u 's ochtends dat ik wakker schrik van rukken aan de boot. De wind huilt als een trein door de bosjes. Veel kan je niet zien in de pikkedonker. Voelen des te meer. Het is zó warm buiten, midden in de nacht. Alles wat je aanraakt, is gewoon warm. Heel bizar, een steeds terugkerend fenomeen tijdens orkanen. Na een uurtje kruipen we terug in bed, het geweld lijkt af te nemen.
Dit was gewoon een flinke storm. We maakten met Niran veel erger mee.

Maar de volgende dag blijft het erg hard waaien. Geen enkele zeiler komt in beweging, op de lagune spookt het nog steeds. De depressie verwijdert zich slechts heel erg langzaam. We maken er het beste van en gaan een biertje drinken bij buur Georges, die ook vorige keer voor ons lag. Apéro in de mangroven, het is eens wat anders.
Gespreksonderwerp : het buiten varen. Elke dag stijgt de rivier bij hoog water iets minder hoog, want we gaan naar doodtij (dan is het verschil tussen laag en hoog water het kleinst).
Zal er nog genoeg water staan als we willen buiten varen?,” dat is wat ons bezig houdt.
We maakten ons om niks zorgen. 
De volgende dag, als iedereen zich weer heeft losgemaakt, varen we mooi achter elkaar aan, zonder vast te varen, naar buiten.

Nu mag het nog een keer regenen om de moddertouwen af te spoelen, zodat we ze dan netjes weer kunnen drogen en opbergen. Nee, niet tot een volgende keer. Toch niet dit jaar !!! Laten we dat maar hopen.

 

Snap je nu waarom Captain Cook dit land Nieuw-Caledonië noemde ?! Een soort van warm Schotland. 

 

 

 

 

Positie : Baie de Papaye (Nouvelle-Calédonie). 

Moeilijkheden met het 4G netwerk zorgden ervoor dat ik mijn nieuwste post niet kon plaatsen. Bij deze poging wel ?

Maar nog meer moeilijkheden komen eraan. April, nog steeds cycloon seizoen, wil dat even bevestigen. Tropische depressie F10  - TC Fili vormt zich ten noorden van Nieuw-Caledonië. Of die langs of over ons heen zal tollen?

Voor een plaats in de haven zet men ons achteraan een lijst van wel 20 boten. Morgen begint men aan de toewijzing. Daar wachten we niet op. Richting de rivier dan maar. Daar, op anker in Baie Papaye, volgen we het weerbericht. Eén van de komende dagen naar de mangroven of niet, we zien wel. Hoog water is rond het middaguur, dat valt mee.

Duimen maar dat het allemaal niet hoeft.

 

The jungle in the Parc des Grandes Fougères.  


Daar staat ze dan, onze trots. Ziet er nog bijzonder goed uit, van “beneden” bekeken toch. Razend nieuwsgierig zijn we naar hoe het er binnen in de boot uitziet. Geen idee.
Daarvoor moeten we eerst “boven” geraken. Ladders lenen ze hier op de werf niet uit.
Een constructie in elkaar flansen, zoals vorige keer, lukt niet meer. De ingrediënten (paletten en houten blokken) zijn niet meer voorhanden. Er moet een trap komen.
Met onze huurauto dus naar Ducos (weet je nog, het stadsdeel voor al dergelijke aankopen) alwaar we bij Monsieur Bricolage (de Brico van Frankrijk, zeg maar) een trapladder kopen. Van die ladder stappen we op onze uitklapbare zwemtrap en hijsen ons zo in de kuip. Zwaar voor rug en armen als je dat ontelbare keren per dag moet doen. Zal later blijken.

Upstairs, downstairs. 

Nu kunnen we eindelijk het beschermende zeiltje over de kajuit ingang wegnemen. Dat heeft het trouwens flink te verduren gekregen tijdens de laatste cyclonen. Beetje gescheurd bij de bevestigingen, doet het toch nog maar mooi zijn werk. In mijn hoofd begin ik een lijstje. Eerste punt : nieuw dekkleedje stikken.

Schuifluik open. Eerste gewaarwording : Trapper-geurtje (insiders kennen dat, genoemd naar de geur van onze vorige boot, een Trapper, als die lang dicht geweest was). Voor de rest geen schimmel, geen water. Prima.

Heet.

Maar wel gloeiend heet. Kan je nagaan, Jakker staat op een betonnen “parking” zonder groen of schaduw. Dat beton is een reusachtige bakplaat, die maar niet afgekoeld raakt.

Heel erg vroeg beginnen met werken en een lange siësta houden, zo willen we dat aanpakken.

De douches op het terrein, met enkel koud water, Carine van “de bureau” schaamt er zich wat voor, vormen dit keer geen enkel probleem, integendeel. Tony blijft er zelfs onder tot hij, bijna onderkoeld, terug aan boord verschijnt.

Vóór we aan het onderhoud van de boot kunnen beginnen, moet die eerst uitgeruimd worden. Letterlijk alles ligt immers binnen. Stel je voor dat je in jouw salon de auto, het dak, de stoelen en tafels van het terras, wat fietsen en een hoop werktuigen zou proppen. Zo onleefbaar ziet Jakker eruit. Eerst zwieren we dat allemaal aan dek. Vervolgens plaatsen we buiskap en bimini (dak van ons terras) terug, die moeten voor levensnoodzakelijke schaduw zorgen. Voor de eerste dag is dat genoeg gewerkt, wij zijn snel pompaf. Door de hitte, een restant jetlag of onze leeftijd. Wie zal het zeggen?

Lots of stuff everywhere .

Rug.

De volgende dag vliegen we er vóór zonsopgang in. Tony plaatst een nieuw schroefaslager. Hij prutst het rubber met vijl en tang eruit, zodat de schroefas eruit kan schuiven zonder, en dat is erg belangrijk want spaart een hoop werk, het roer moet weggenomen. Daarna bus eruit kloppen en overzagen om ze te vervangen.
Volgt de binnendichting, twee rubbers over elkaar schuiven, ook geen bepaald makkelijke klus.

Ondertussen schuur ik de kiel en ook de ankers en behandel ze tegen roest.
Is het van het gebogen staan verven onder de kiel of misschien door de “laddertje op, laddertje af” oefening? Plots schiet er een pijnscheut in mijn rug. Ik kan niet meer recht. Mijn pa noemde het “den aap” en dat is ook precies hoe ik erbij loop.

Lap, een paar dagen gedwongen rust, op mijn rug met benen omhoog in een rechte hoek, ondertussen wel genietend van het verhaal van Leopold II door Johan Op de Beeck, een fraaie podcast van Klara.

Loodgieter.
Tony, nu met de pet van loodgieter op, pakt de huiddoorvoeren, afsluiters en slangen van het voorste toilet en het wasbakje aan. Alles moet eruit, afsluiters zijn gecorrodeerd, slangen werden bros. Doe het hem maar eens na. In die loeiende hitte gehurkt zitten werken in een ruimte zo groot als een kastje onder de gootsteen. Een slangenmens moet je zijn.
Passende slangen, doorvoeren en afsluiters vinden, nog zo een uitdaging, het kost je bijna een dag aan rondrijden en bij elkaar zoeken.
Geen enkele winkel heeft gewoon alles. Gelukkig kennen we ondertussen nogal wat watersportzaken. Bijna hadden we het opgegeven, als er toch nog eentje mij te binnen schiet en laat die nog net die laatste slang in voorraad hebben.
De klus afgewerkt, blijft er enkel nog het afwachten of alles dicht is, of er geen zeewater binnen komt bij het te water laten.

 

Tony, the plumber. 



Working on his famous "Jobber". 

Nog een taak : het aanschaffen, voor de derde keer op onze reis, van een nieuwe gegalvaniseerde ankerketting. Taksvrij, voordelig hier.
Erg lang gaan die dingen niet mee. Zo een drie jaar. Maar ons huis hangt eraan, van levensbelang. Dan betaal je met de glimlach.

En dan zijn we zover dat we de aangroeiwerende verf kunnen aanbrengen. Het laatste punt op onze werklijst. Ik ben ook nog steeds zoet met binnen opruimen, weggooien wat lang niet gebruikt werd, plekjes zoeken voor nieuwe spullen die we meebrachten. Een nooit eindigende taak.
Als je meer dan een halfjaar in een ruim appartement hebt gewoond, lijkt de boot plots wel erg klein en rommelig. Vooral omdat er nog onuitgepakte tassen liggen en rommel van vóór we vertrokken. Een mens, ik toch, wordt daar kregel van. Erg belangrijk is dan het zorgen voor een eigen plekje zonder rommel, waar je even kan uitrusten en bijkomen. Dat doe ik dus maar eerst.

New anchor chain. 

Er tussenuit.
Voordat je een huizenhoog medelijden met ons gaat krijgen, moet ik dit kwijt. Ergens halfweg de werken, nog vóór het verschot in mijn rug, muizen we er twee dagen onderuit. We hebben tenslotte een auto en bovendien hebben we één en andere verjaardag te vieren.
We trekken, nee, niet naar het strand, wel naar de bergen, naar de koelte van riviertjes en veel bomen. Boeken een hotel dichtbij het park van de Grandes Fougères. Tijdens onze eerste eiland rondrit twee jaar geleden, stonden we daar letterlijk voor een gesloten poort wegens het onverwachte overlijden van een belangrijke tribu-chef.
Zou een bezoek dit jaar lukken? Na een laatste zwempartijtje zijn we er klaar voor. Van Sarraméa gaat het richting Farino waar de aarden weg naar het park begint.
Onze Citroën C1 houdt zich goed op de nogal steile weg met de onvermijdelijke gaten.
Maar dan staat er plots een bord langs de weg : 4x4 aangeraden. Oeps. Verderop in de hoogte zien we de weg bochten, we zien diepe putten en zelfs wat uitgesleten, diepe “beekjes” in die bocht. Kom, we stappen omhoog om zelf poolshoogte te nemen. “Dat moet hier wel lukken”, stelt Tony vast. “Wat aan de buitenkant sturen en gas blijven geven.” Klopt, in eerste versnelling klimmen we voorbij de bocht. Er volgen nog een paar van die uitdagingen maar een kwartier later rijden we de parking op. Dit best niet proberen met ons autootje als het pijpenstelen giet. We betalen het gepensioneerden tarief en krijgen een brochure mee die we moeten afgeven bij het verlaten van het park. Zo controleren ze of er niemand in het immense park verdwaald achterblijft.
Meer dan een uur krijgen we stevige klimpartijen en steile afdalingen voorgeschoteld en vooral...overal reuzen varens. Prachtig. Rustig. Niet te warm. Misschien iets te zwaar voor mijn rug geweest?

Our bungalow. 



Breakfast at the pool.

Parc des Grandes Fougères. 



Our small car. 

In het water.
Maar snel ben ik weer beter en zetten we in twee dagen de antifouling onder de boot.
We zijn een perfect team. Ik doe tot waar ik zonder pijn aankan en werk met de verfrol in beide handen. Niet enkel mijn rug maar ook mijn schouder moet ik ontzien. Mens toch.
Tony gaat gewoon verder waar ik stopte.



The last job. 

Back into the water. 

En dan is het dinsdagmiddag en hebben we rendez-vous met de kraanman. Tony verft, terwijl we in de kraan hangen, nog snel de plekken waar de boot al die tijd op steunde en dan rijdt de kraan, met daarin Jakker zachtjes schommelend, het terrein af. Even later schommelt ze nog steeds, maar nu in water. Nog even checken op eventuele lekken bij schroefas en huiddoorvoeren. Alles ok. Tony leverde puik werk.
Daar gaan we, de motor start bij de eerste poging, naar onze favoriete ankerplek bij het militaire hoofdkwartier op de grens van Baie de l'Orphelinat en de mouillage van Port Moselle.
Jakker is weer in haar element en wij met haar.

Dat de motor even later niet meer zo vlot start, lost Tony ook weer op. Na enig zoekwerk vindt hij de schuldige, een kapotte relais. Die is snel vervangen. Reserve onderdelen als deze hebben we zat aan boord.

Our anchor spot when in Nouméa. 

Douane.

O ja, er is er ook nog het douane verhaal.
Omdat je met een buitenlandse boot maar een jaar in Nouvelle-Calédonie mag blijven en we omwille van covid al verlengingen kregen, stelden de douane ambtenaren de entrepot regeling voor, toen we naar huis moesten voor noodzakelijke paspoortvernieuwing. Jakker bleef daardoor zeven maanden in bezit van de douane, zeg maar. .
Vanaf nu is ze dus weer officieel een Belgisch jacht in Nieuw-Caledonië en als dusdanig moet ze zo snel mogelijk vertrekken of de volledige invoertaks betalen. De één jaar toelating is immers al lang overschreden, twee keer kregen we al verlengingen wegens covid. Nog een keer verlengen ? “Maar mevrouw, mijnheer, dat wordt toch echt een probleem ?”
“Ik kan daar niet over beslissen.”, zegt de ambtenaar met het brilletje, die we intussen al een beetje kennen, en hij ons. “Een brief aan de directeur met een opsomming van jullie problemen lijkt me de beste oplossing. “
Zo gezegd, zo gedaan.
Nog twee maal keren we onverrichterzake terug van het ons al zo bekende loket alvorens we eindelijk met hét papier met stempel buiten stappen, zelf met een brede smile. We mogen nog tot einde september in Nieuw-Caledonië blijven ! Krijgen dus ruim de tijd om uit te zoeken welke landen “open” zijn en onder welke voorwaarden we binnen mogen.

Dat zal nog een hele klus worden.

Maar laten we nu maar eens eerst wat gaan genieten en toch nog een klein beetje verder werken aan onze talloze projecten. Het eilandje Uere in de baai Sainte-Marie is een prima bestemming als het onstabiele weer met wind uit verschillende richtingen eraan komt. We wagen het zelfs in ons blootje te zwemmen vanaf het strand, geen haaien te melden.



At anchor in Uere. 


 

 Koud in Finland, onze eerste stop. 

Twee uur 's nachts. Wij zijn klaar wakker, hebben honger, voelen totaal geen nood aan slaap. 
Jet lag” heeft ons te pakken. Een vlucht van effectief 22 u, Brussel – Nouméa, tien uur tijdsverschil overbruggen in een etmaal, dat doe je niet ongestraft. Onze vierde nacht op rij die zo verloopt. Zal ik dan maar wat schrijven?

Onze reis startte donderdagochtend. Bert reed ons naar de bushalte. 7u20 : de bus richting luchthaven. In Weerde was iedereen al vroeg wakker, kinderen moeten naar school, ouders naar het werk. Het afscheid was kort en krachtig. Pijn duw je naar de achtergrond, we moeten focussen op onze bagage en het tijdschema.
Inchecken op de luchthaven is omslachtiger dan vroeger maar als je de covid pas, negatieve test en alle toelatingen kan tonen, valt het wel mee.

Eerst etappe : Brussel - Finland. In de buurt van Helsinki belanden we in een andere wereld. Mistig, koud, dicht bebost sneeuwlandschap. Op de luchthaven overal grote sneeuwhopen, bij elkaar geharkte sneeuw. Mensen in dikke jassen, laarzen, handschoenen.
Ook hier weer controle van covid pas en attestation voor Nieuw-Caledonië, in een speciaal daarvoor toegevoegde zone.

We maken ons de bedenking of we wel over Rusland kunnen vliegen, nu Poetin gisteren met een offensief tegen Oekraïne begon. Er wordt niks gecommuniceerd daaromtrent.
Onze urenlange vlucht over Rusland van west naar oost gaat gewoon door. Achteraf beseffen we dat wij één van de voorlopig laatste vluchten, via dit traject, naar Tokio meemaakten.
De Airbus A 350 zit maar half vol. We kunnen ons op drie zetels uitstrekken en wat slapen.

De grenzen van Japan zijn wegens covid nog steeds gesloten, enkel transit vluchten gaan door. Narita airport is uitgestorven, geen winkeltje of cafetaria om even te verpozen.
Ronddwalende passagiers wil men vermijden dus moeten we in groep naar onze volgende terminal en gate. Voortdurend naar iedereen en niemand buigende hostessen lopen met ons mee. Als schoolkinderen mogen we de rij niet verlaten zonder meteen door hen op de vingers getikt te worden. Diezelfde juffen tellen ons voortdurend, opnieuw en opnieuw, maniakaal, hun lippen cijfertjes prevelend. Alsof iemand van ons het in zijn hoofd zou halen op de loop te gaan?

 

Wie vindt vulkaan Fuji in de verte ? 

Het verschil met de vorige vlucht is enorm. Propvol zit deze Airbus 330 Neo. Er keren veel Fransen, via de vlucht uit Parijs, terug naar Nieuw-Caledonië, duidelijk. De atmosfeer is totaal anders. Je durft, kan amper opstaan. De toiletten zijn voortdurend bezet. De lucht is bedompt. Dit is vliegen pre-covid.
Film kijken, kan me op deze vluchten niet meer bekoren. Er zijn geen ondertitels en het geluid van de film is verschrikkelijk, zodat hij totaal de mist ingaat.

We landen perfect op tijd op la Tontouta, Nouméa. Een laatste keer onze temperatuur meten, paspoort- en andere controles, daarna drie kwartier met de taxi naar het hotel.
Uit een box tegen de muur halen we onze sleutel. De kamer is snel gevonden en eindelijk vliegt ons mondmasker waar het wil, 28 u, zonder onderbreking, zat het voor onze mond en neus.

We maken kennis met onze thuis voor de volgende 7 dagen. Van 8-9 u en van 17 - 18 u mogen we buiten, de rest van de tijd brengen we noodgedwongen door in huisarrest.

TV kijken en lezen, koffietjes drinken en babbelen, muziek luisteren, veel meer valt er niet te doen.
O ja, we ontdekken het fenomeen “podcast”. Kennen dat natuurlijk al lang, maar door toedoen van Karen krijgen we een aantal goeie tips en zijn meteen gewonnen.

De oorlog in Oekraïne zorgt voor een stroom beelden en een soort nieuws dat we liever niet zien. Hoe kan één man de wereld plots zo veranderen ? Afgrijselijk, onbegrijpelijk. Met een bang hart wachten we, met de hele wereld, af hoe dit alles zal evolueren.

We kunnen het niet helpen, slapen nogal wat overdag zodat we 's nachts wakker zijn. Onze biologische klok ! Probeer maar eens meteen het nieuwe “uur” aan te houden, zoals iedereen aanbeveelt, als je niet echt iets te doen hebt.

Maaltijden : een ander verhaal. Ze worden ons 's morgens gebracht. We kunnen ze opwarmen in de oven.
Voorgerechtjes en desserts vallen het meest in onze smaak. Al ben je ook die na een aantal dagen beu. Van het opgewarmde vlees en de groenten zijn we niet zo kapot.
Het weer valt ronduit tegen, maar dat wisten we op voorhand. Twee depressies komen op NC afstevenen. Vooral regen en hevige wind brengen ze mee.
We zijn blij met onze keuze voor een hotel dicht bij Baie des Citrons. Als het even niet regent tijdens ons uitgaansuurtje zijn we onmiddellijk bij het strand en de ambiance van deze populaire baai. Tot ver wandelen voelen we ons toch niet in staat, bij deze ongewone, vochtige hitte. We komen uit de Belgische winter, dat is wel duidelijk.

Nog een paar dagen volhouden, de zon zal er binnenkort weer zijn en als onze tweede antigeen test vrijdag negatief is (ik moet dat neuspeuteren al voor de achtste keer met steeds dezelfde afkeer ondergaan) kunnen we eindelijk naar Jakker...waar veel werk op ons wacht.

 

Baie des Citrons, 's ochtends vroeg. 

 


 

 

En dan plots krijgen we bericht van vliegtuigmaatschappij Aircalin :   Uw terugvlucht naar Nouméa wordt, als u wil, omgeboekt voor vertrek 24 februari, zonder verdere kosten. “

Zo simpel kan het zijn. Plots na bijna zeven maanden kunnen we terugvliegen naar Nieuw–Caledonië, tenminste als we toelating krijgen van de regering.  Ook hier niet het gebruikelijke, ferme “non”, maar een positieve “attestation”, die sneller binnenkomt dan de tijd die we nodig hadden om het omslachtige formulier in te vullen.
Let wel, we moeten na aankomst zeven dagen in septaine (auto isolatie) in een hotel, minder dan 24 u voor we hier vertrekken een antigeen test ondergaan en ook nog eentje op dag twee en zeven van ons verblijf in het hotel.
Dus geheel zonder rompslomp kan het toch nog niet.
Maar we klagen niet. We kunnen terug en dat is wat telt.

Na 22 uur effectieve vliegtijd en de nodige uren rondhangen in luchthavens, zullen we de week bekomen van de jetlag, in een hotel, goed kunnen gebruiken. 
Daarna willen we aan het werk beginnen. Dat is het plan.
Goed uitgerust kunnen we dan Jakker stap voor stap vaarklaar maken want na een laatste behandeling is mijn schouder zo optimaal als nog mogelijk is. 
Hoe we Jakker terugvinden, lezen jullie dan later wel. Met een bang hart zal ik toch de jachtenstelplaats binnen rijden, dat verzeker ik je.  

En dan zorgen Karen en Jean-Marc, geheel op hun eigen wijze, op de valreep voor een super grote verrassing. Een dag na hun 18 daagse overtocht van de Atlantische oceaan (iedereen in ons gezin heeft nu een Transat op zijn actief) vliegen ze diezelfde oceaan terug over om Karen haar verjaardag met de ganse familie te vieren. Een heftig weerzien en afscheid ! Een feestje, ook voor de drie februari- en de twee maart-jarigen, perfect timing.

 Daarna scheiden de wegen van de Erensjes zich opnieuw tot een volgende reünie in.... 

 

 

Family quality time.

Drie maanden hoorde je niets meer van me. Niks speciaals te melden, moet je dan maar denken. In een steeds kouder aanvoelend België hielden we ons onledig met familie en vrienden ontmoeten, kleinkinderen oppassen, uitstapjes maken, klusjes opknappen, boot spullen online bestellen, wandelen...

Ongemerkt naderden zo de eindejaarsfeesten.
Bert en gezin plannen een reünie met de bemanningen van de “kids-boats”, waarmee ze tijdens hun voorbije sabbatical jaren, optrokken. Dat feestje zal doorgaan in Oostenrijk, thuis voor sv Three Little Birds, tijdens de kerstvakantie.

En ook wij zullen kerst, totaal onverwacht, elders vieren. Voor die verrassing zorgde een satelliet telefoontje van Jean–Marc. Zomaar, vanop de wijde oceaan kwam de vraag of we zijn zoon Leander wilden vergezellen op de vlucht naar Kaap Verdië, waar Blowing Bubbles binnen een paar dagen zal arriveren.
De reeds geregelde chaperonne vlucht met zijn neef was, je raadt het al, door corona in het water gevallen.

Erg lang moeten we over het antwoord niet nadenken. Kerst vieren in de kou, we zijn dat verleerd !

In Weerde wordt het dus een erg compact mini kerst-eindejaarsfeestje, op voorhand.
De essentiële ingrediënten zijn wél aanwezig. Opa's en oma's, flesje bubbels, wensen, cadeautjes en vooral : nieuwjaarsbrieven. De kinderen doen erg hun best met de sierlijk geschreven, politiek correcte nieuwjaarsbrieven over corona, wereldgezondheid , wereldeconomie. Wauw.
 

Nieuwjaarsbrieven ...iets te vroeg ! 

Erg vroeg de volgende ochtend staan we al in Zaventem bij de incheckbalie. Mondmaskers zullen we de ganse dag dragen. Het controleren van covid safe passen en andere PLF formulieren en toestanden maakt reizen nog lastiger, het wachten nog langer.

Maar dat vergeet ik allemaal snel als we in Palmeira (Sal) uit de taxi stappen bij restaurantje “Esplanade Rotterdam” en Karen rond mijn hals vliegt. Niet te beschrijven dat moment.
We kunnen meteen aanschuiven voor de lunch want ook zij krijgen nu pas (het is na tweeën) het eten op hun bord.
Heerlijk om later in de ons bekende kajuit onder de lakens te kruipen. Golfjes klotsen, de boot schommelt wat.

En dan kan het zo bekende bootleven beginnen.

Elke dag weer zorgen voor boodschappen. Vooral brood moet besteld worden en toch is het ook dan nog afwachten wat je krijgt. Maar steeds te zoet, te veel kaneel. Het is niet anders. Aan het alternatief, zelf bakken, begin ik niet, nu mijn schouder en arm niet mee willen (ik zit met een gescheurde schouderpees).
Groenten en fruit zijn schaars, dat weet ik nog van 11 jaar geleden toen wij in exact dezelfde straatjes rondliepen. Er zijn meer Chinese supermarktjes. Ze verkopen alles van keukenbenodigdheden, plastiek kommetjes en bakken, kleren, schoenen, speelgoed, alcohol, pasta...als toespijs echter enkel vier plakjes kaas in plastiek folie, idem voor een soort geperste ham. O ja, aan de kassa kan je driehoekjes smeerkaas uit een doosje Happy Cow (zusje van die andere koe “die lacht” ) per stuk kopen.
Karen tovert elke dag een lekker maaltje voor zes personen op tafel. We gaan ook vaak lokaal eten al moet je dan veel langer wachten.

Visserskaai in Palmeira.

Er wordt veel gedoken met de Franse vrienden van de catamaran Ornella. Zij geven op hun beurt kite les aan Karen, JM en Seppe. Daarvoor trekken we met z'n allen naar kite beach aan de andere kant van het eiland. Wij verkennen het strand en genieten van de toffe strandbar en de ontspannen kite atmosfeer.

Sal is een steenwoestenij met wat kale vulkanische heuvels, een grote oude krater, een paar piepkleine stadjes, een steeds populairder wordende kite scene en een massa “eenheidsworst resorts” enkel in Santa Maria .

We bezoeken de Salinas. Vroeger werd hier zout gewonnen, getransporteerd en uitgevoerd via de nu vervallen haveninstallaties. Je blijft gewoon zonder moeite drijven op dit “27 keer zouter dan zee “ water.

Karen in actie op kite beach. 

Helaas, hij geraakte niet ver ! 

Het Blue Eye, nog een toeristen vanger, komt in dit winterlicht, de zon komt niet hoog genoeg, niet echt tot zijn recht. Maar de omgeving is prachtig om zien. Woeste zee, kleuren wit en diepblauw. We stappen de 5 km terug, in de brandende zon. Nood aan beweging.
Palmeira, waar elke dag horden toeristen met gids zich komen vergapen aan het kleine vissersstadje, daar wonen wij aan boord. Daar beleven wij dagelijks de couleur locale. Van het weerzinwekkende slachten van gevangen haaien en andere vis tot het plezante communiceren in een soort Spaans-Frans met lokale mensen (die enkel Portugees en een Kaap Verdisch dialect spreken).
Van het dagelijks avontuurlijk uitstappen uit onze bijboot, vooral bij laag water, op de stokoude stenen kademuur, tot het wegjagen van de baldadig, bedelende straatjongens die proberen die bijboot te “bewaken”, te molesteren, ja.

We lachen ons te pletter en genieten van de quiz, georganiseerd door de wonderlijk getalenteerde quizmaster, Leander. De gezellige kaart- en babbel avonden maken ook deze reis weer onvergetelijk. Het contact is intens, het afscheid valt zwaar.

Terug thuis peppen de kleinkinderen ons op. Wandelingen, gezellige, voor ons leerrijke, babbeltjes, zijn balsem voor de ziel. Maar onze gedachten gaan ook steeds meer uit naar onze thuis in Nouméa. We gaan werk maken van onze terugkeer, nu dit iets soepeler kan, al weet je met Omikron nooit. Maar eerst moet mijn arm nog wat beter gefixed, al voelen mijn pezen in schouder en pols al beter aan na de laatste behandeling. 

Er wervelt eind van de week ook alweer een cycloon richting Jakker.  Hoog tijd dat we gaan kijken hoe ze erbij staat ! 

 

 

 

Positie : België zonder onze boot, pendelend tussen Weerde (Vlaams-Brabant) en Herk-de-Stad (Limburg), tussendoor een paar weken Canarische eilanden.




Geen landrotten.
Ze ziet er als steeds fantastisch uit. Onze dochter, Karen. Het is bijna twee jaar geleden dat ik haar voor het laatst zag, tijdens een blitz bezoek aan België.
Nu staat ze ons in Arrecife, Lanzarote, breed glimlachend, op te wachten. Immers ondertussen zijn ook zij en haar partner Jean-Marc, met hun zeilboot Blowing Bubbles, vertrokken voor een zeil-duik-wereldreis. In de Canarische eilanden houden ze een langere tussenstop.
Een tijdje aan boord meeleven is de ideale, de enige, manier om echt samen te kunnen zijn met hen. Dan doen we dat toch !
Denk dus vooral niet dat we landrotten zijn geworden.


Ook met de kleinkinderen hebben we niet enkel gefietst, gewandeld, spelletjes gespeeld, gebabbeld en lekker gegeten. Een weekendje Zeeland, aan boord van hun boot, Temanu'a, kon niet ontbreken.
Ook op de plas in Hofstade wordt er serieus gezeild. Lyam en zijn ploegje zijn nipt tweede in de marathon zeilrace voor optimist. De derde generatie zeilende Erensjes heeft het roer stevig in handen, wij zijn getuige.



Lyam is weer weg voor het twintigste rondje. 




Maar de Canarische eilanden nu.
Na het “kippenvel” weerzien met Karen, Jean-Marc en Leander (vgl. het terugzien van Bert en zijn gezin) kan de verkenning van het mooie Canarische eiland, Lanzarote, dat we ook meer dan 20 jaar geleden bezochten, beginnen.
De lava tunnels, het ruwe vulkaanlandschap van Timanfaya, de halve maan putjes met druivenplanten. Fascinerend allemaal.
Zo ook de onderwater wereld die we nu voor het eerst, met de Blowing bubbles crew, ontdekken.

Quality time met plus-kleinzoon Leander, daar is nu tijd voor. Zijn grote wens, mini- golven met Oma, loopt, voor hem verrassend, af met een nederlaag.
Oma onderschat ! Een traktatie op het terras verzacht de teleurstelling.
Dan is er nog zijn Frans. Om goed voorbereid aan het zesde leerjaar te kunnen beginnen, is er nog werk aan de winkel. Ik wil wel helpen. Werkwoord vervoegingen, moeilijke Franse woorden en zinnen, vertalingen klinken op elk willekeurig moment door de kajuit.

Maar er moet weer gevaren. Als we rond half drie de steiger dienen vrij te maken, varen we gelijk verder.
Enkel op genua lopen we meteen 5 knopen, maar golven zijn er natuurlijk ook en Leanders maag houdt daar duidelijk niet van.
Hij wil echt niet het record aantal keren overgeven per dag, van nichtje Roxie (sv Temanu'a ), breken. Zijn woorden. Is nochtans aardig op weg.
Een nacht op zee met vier zeilers die de wachten delen, valt reuze mee en 's middags liggen we al afgemeerd aan de steiger in de marina van Las Palmas.
Voor muziek tijdens de overtocht zorgde Karen. Een oude opname van een Urbanus show (vroeger een topper in ons gezin) waarmee we allemaal uit volle borst meezingen en declameren, dat is één van de hoogtepunten.
Ook mag ik het spectaculaire life optreden van een groep dolfijnen niet vergeten.

De marina in Las Palmas, gelegen vlakbij een super drukke toegangsweg, valt wat tegen maar het bij de Canaries zeer populaire strand, Playa de las Canteras, in het noorden van de stad, maakt veel goed.

JM slaagt in de, quasi onmogelijke, taak een huurauto te versieren ! We bezoeken het binnenland, de hoogste berg, het mooiste stadje, Teror. Teror, voor mij het Scherpenheuvel van Las Palmas, viert vandaag 15 augustus feest. Dingetjes die ik sinds mijn jeugd niet meer zag, worden hier verkocht : ringetjes, armbandjes, medailles...alles met lichtblauwe Maria portretjes.
Op weg erheen rijden we ons bijna potvast, als Google maps ons, op zijn eigenzinnige, onnavolgbare wijze, langs een onmogelijk stijl, smal, bochtig straatje stuurt. De enige oplossing : allemaal uitstappen, langzaam doorrijden en te voet gaan kijken hoe het nu verder moet.
We bezoeken nog het pittoreske Puerto Mogan en het oude Las Palmas met hoogtepunt “het huis van Christoffel Columbus” en zijn dan weer klaar om verder te trekken, naar Tenerife.
Na een oponthoud in de charmante hoofdstad Santa Cruz waar we de crew van de Puff, zeilvrienden van Temanu'a, ontmoeten, zeilen we in een dagtochtje naar Zuid-Tenerife.  Behoorlijk harde, half achterlijke wind stuwt ons aan 7 knopen naar San Miguel.
Daar beleven we de laatste avond aan boord en nemen de dag erop voor de tigste keer afscheid van geliefden, weliswaar met de geruststelling : “Tot snel !”



Lanzarote.



Huis Christoffel Columbus, achterzijde. 

In Teror.

Zandduinen Mas Palomas.

Pink girls.

Afscheid.


Laatste duikbeurs.
Want Karen en Jean-Marc hebben zich met hun bedrijf Dirty Divers ingeschreven voor de duikbeurs in Friedrichshafen aan de Bodensee. Daarvoor moet heel wat voorbereid en “tetrisgewijs“ ingeladen worden in bestelwagen en aanhanger. Wij steken dus allemaal onze handen uit de mouwen en zijn tezamen content met de goeie verkoop tijdens deze eerste post-corona duikbeurs.
Maar het echt grote nieuws : Dirty Divers werd vlak na de duikbeurs verkocht/overgenomen. Nog even gigantisch werk aan de winkel : het stock tellen van de haast ontelbare, kleine, onmisbare hebbedingetjes voor duikers is een monnikenwerkje.
Op de valreep, kunnen wij nu ook eens ons steentje bijdragen “in de winkel” en helpen waar we kunnen.
Eindresultaat : dinsdag 5 oktober droppen we de tevreden crew van Blowing Bubbles op de luchthaven. Nu deze zakelijke banden zijn doorgeknipt, kan de reis en de vrijheid pas echt beginnen. Heel veel geluk, Karen en Jean-Marc.

Corona.
Intussen krijgen we uit Weerde minder goed nieuws. Lyam testte, naast andere kinderen uit zijn en andere klassen, positief voor covid. School gesloten. Lyam in quarantaine op zijn kamer. Eten, taakjes voor school, spelen; lezen...alles gebeurt in afzondering. Eén toegeving, alle deuren mogen open zodat hij toch nog wat van het leven beneden meekrijgt.
Als het gevaar geweken is, Roxie en Stefanie negatief getest, logeren we hier weer een tijdje.
Na twee jaar “op zee” is het in Weerde weer business as usual. De kinderen naar school, mama en papa aan het werk. Waarbij papa voor weken afwezig is. De zending betreft dit keer omschakeling piloot Airbus A 400.

Ons normale bootleventje lijkt verder weg dan ooit. Vliegticket ingehouden, bericht van le gouvernement dat we vóór januari 2022 geen nieuws moeten verwachten.
Aan de winter, de eerste sinds 11 jaar, valt niet meer te ontsnappen.

Laten we die griepspuit maar gaan halen .

Drie generaties "Erensjes" bouwen aan een skate ramp in de garage.

Wandelen in Weerde.

 

 

Positie : België, pendelend tussen Weerde (Vlaams-Brabant) en Herk-de-Stad (Limburg).


WIJ ZITTEN VAST IN BELGIË .

Het is zover. Het ondenkbare tevens onvermijdelijke is gebeurd.
De Delta variant van het covid virus is uiteindelijk ook Nieuw-Caledonië binnen geslopen en waart er nu rond, zelfs en vooral op de eilanden, in de tribus (de clans of lokale gemeenschappen), in de squats (de kansarme wijken met golfplaten huisjes).
De luchtvaartmaatschappij annuleert onze terugvlucht, geboekt voor november. De internationale luchthaven Tontouta, wordt gesloten tot eind december 2021, blijft enkel toegankelijk voor militairen en zorgpersoneel.
Voor ons is er voorlopig, zonder serieus “motif impérieux”, geen weg terug. Op het door ons ingevulde formulier krijgen we zelfs geen respons.
Deze berichten schudden me wakker. Tijd om weer eens wat van me te laten horen.


Al heimwee  naar betere tijden. 

Tot nu was Nieuw-Caledonië quasi
covid free. Twee keer een confinement maar weinig positieve tests, een paar zieken. Al sinds april geen covid maatregelen meer. Alle inreizende personen in quarantaine, dat wel.
Met nauwelijks 20% van de bevolking gevaccineerd, schiet de regering wakker en stemt snel een wet tot verplichte vaccinatie van iedereen. Weliswaar staan er (nog) geen straffen op het negeren van dit bevel, toch is het een krachtige boodschap.
Ik denk aan de talrijke discussies die we met mensen in Nouméa hadden. “Hier is geen covid en ik ga niet naar het buitenland. Waarom zou ik me laten vaccineren?” wierpen ze telkens op als wij aanvoerden dat het te laat zou blijken te zijn als het corona virus op één of andere wijze plots NC toch zou bereiken. Zouden ze nog eens aan die gesprekken denken, nu ze in lange wachtrijen aanschuiven bij de vaccinatie centra ? Of, nog erger, nu ze in een ziekenhuisbed liggen ?
Inmiddels is de avondklok ingesteld en overlegt de regering over nog strengere maatregelen, zijn er 49 doden en 58 patiënten op intensieve zorgen.
Voor ons betekent dat : Jakker blijft eenzaam achter in NC en wij zitten voor onbepaalde tijd vast in België. Dit, door ons gevreesde scenario, verbaast ons niet.
Het goede nieuws : onze boot staat er nog mooi en stevig bij. Vriend Olivier houdt een oogje in het zeil !



Nu ik de draad van de blog weer oppikte, kan ik evengoed gewoon wat vertellen over de voorbije maanden.
Reizen is altijd avontuur.
In covid tijden nog meer dan vroeger. Koffers pakken en heel veel info studeren, dat is de boodschap.
Wij deden dat toch, dacht ik.
Maar meteen bij het inchecken viel alles dik tegen. Na een lange kronkel-aanschuif-slang (de vlucht naar Parijs zat bomvol) meldde de balie dame ons dat we niet mee mochten. Waarom kon ze niet vertellen?
Vermoedelijk omdat ons PLF formulier nog niet behoorlijk ingevuld was. De stoelnummers, die zij niet kon geven omdat het formulier niet in orde was, ontbraken nog. Logisch toch ?! Nu weten we hoe je dat aanpakt, toen nog niet.
Geen behoorlijke wifi op de luchthaven, 4G werkte ook niet, zelfs geen plekje om te zitten, behalve in een klein hoekje op de grond, wat doe je dan.
Je klopt aan bij de balie van de luchtvaartmaatschappij.
Uiteindelijk vulden we, prinsheerlijk gezeten achter de laptop van de madammen van de Aircalin balie (die ons tenslotte een stoelnummer geven), onze formulieren in.
Een lang verhaal kort, nooit eerder gebeurd, wij checkten als allerlaatsten in.

Na al dat gedoe begon op 18 juli om 0u55 onze tocht naar het andere einde van de wereld via Tokio, Helsinki naar Brussel waar we na 2 jaar (3 voor Tony) onze zoon durven knuffelen. Fantastisch gevoel.
De vlucht Tokio – Helsinki is er eentje om te onthouden. Slechts 19 passagiers op een toestel voor minstens 300 personen. Pure verwennerij en heel veel plaats om te slapen.



Het weerzien met Stefanie, Lyam en Roxie is geweldig. Zoals steeds lijkt het wel alsof we echt niet zo lang weg waren. Meteen kan het vertellen beginnen.
Eten, drinken, babbelen en tenslotte slapen.
Verrassing de volgende ochtend : we moeten ons aanmelden voor een PCR test en, tot die negatief blijkt, in quarantaine.
Ons Europees (Frans ) certificaat van Nieuw-Caledonië kan men hier niet “lezen”. Dit land staat niet in “het” lijstje, is onbekend en dus meteen een rood gebied buiten Europa.
Welkom in de nieuwe corona wereld !

Meer nieuws over de voorbije maanden volgt snel.

 

Positie : op de kant in Nouville, Nouméa.

Nee, dit is Noorwegen niet, maar de baai van Ile Nou, met cruise ship La Pérouse op anker.


Het wordt nu echt menens.
Zaterdagnacht, eigenlijk zondag om 0u55 vertrekt ons eerste vliegtuig (er volgen er dan nog twee) richting Tokyo.
Ons resten nog een paar dagen om de boot klaar te maken en onze tassen te pakken.
Het uit het water liften was alvast een fluitje van een cent. De mannen hier doen echt een tiental boten per dag, elke dag. Dat noem je ervaring.
Ze bezorgden ons een mooie plekje, beweerden ze zelf. Kan je van zo een plaats op beton van mooi spreken? Ok, het is niet middenin het parkeerveld voor boten, waar elke dag geschuurd, gespoten, geverfd wordt.
Zouden we hier minder stof “slikken” ?

Tony spuit het onderwaterschip schoon met een hogedrukspuit (een Kerchère = Kärcher, zoals dat hier heet ), die krijg je gratis als je antifouling koopt.
De kiel is flink verroest, een speciale behandeling is echt noodzakelijk. We zetten er twee lagen antiroest op.
Ook de, alweer, verroeste ankers nemen we onder handen.
De dieseltanks vullen we tot boven toe, zo kan er zich geen condens vormen.

In de kraan, 



Tony in actie met de "Kerchère". 

Het anker behandelen tegen roest.

Dan volgt een rollercoaster van opruimen, wegstouwen, organiseren. Schimmel in de boot probeer ik te voorkomen door her en der bakken azijn te plaatsen.

Extra taak dit keer : Jakker cycloonklaar maken, wij weten immers niet wanneer we terug aan boord zullen zijn. Het dek maken we volledig “rommelvrij”, dat werkje kennen we inmiddels.
De boot dient bovendien met naar maat gemaakte spanbanden (sangels) stevig verankerd. Je koopt ze bij Boniface in Ducos. Ducos , ik vertelde het al, het koopdistrict van Nouméa voor al je aankopen. Als je het in Ducos niet vindt, kan je het vergeten.

De dure sangels zijn aangebracht. 

Gelukkig huurden we een wagen zodat we wat mobieler zijn. Nouville, waar de boot op de kant staat, op het (schier)eiland Ile Nou, aan de andere kant van de stad, ligt ver van alles.
Ver van alles maar historisch erg belangrijk, dat ontdekken we nu pas .
Hier kwamen de eerste Fransen toe. Ze richtten er de eerste strafkolonie van Nieuw Caledonië op. Straffen en koloniseren, hun belangrijkste doelen.
Later moeten we dit plekje grondiger gaan ontdekken.


Een beetje historie. 

Voor het eerst in al die jaren hebben we serieuze financiële pech.
Betalen met kredietkaart lukt niet meer. Zelfs een lang zenuwslopend telefonisch gesprek, na veel wachtmuziekjes en nummertjes toetsen, met onze bank en Athos Wordline kan de kaarten niet tot leven wekken. Niemand kan ons zeggen wat er aan de hand is. We willen niet langer tijd verspillen, lossen dit probleem later wel op.
Reddende engelen Olivier en Daphné (sv Korrigan) staan borg bij Hertz (moet met kredietkaart) en schieten onze haven rekening voor door middel van betaling met een cheque, betaalmiddel dat in Frankrijk, dus ook in Nouméa nog algemeen gebruikt wordt.
De debetkaarten werken gelukkig wel nog, geldopname en kleinere bedragen betalen lukt.

We laten het niet aan ons hart komen, werken verder, steeds minder rustig naarmate de tijd vordert.
Zelfs op le 14 Juillet is er veel bedrijvigheid om ons heen op het terrein. Mensen profiteren van de vrije dag om aan de boot te werken.
De gietende regen van gisteren vergeten we maar vlug, vandaag schijnt de zon alweer.

Van thuis bereiken ons verontrustende berichten. België, vooral het oosten, verzuipt. Hoe gaan wij ons landje aantreffen?
En hoe zit het met covid en de maatregelen? Bepaald geen zorgeloze trip naar huis.

Op de valreep roept men ons op het covid certificaat te komen ophalen. Wij zijn bij de eerste reizigers die vanuit NC vertrekken met zo een certificaat.

Morgen nog het elektronisch PLF invullen om een QR code van België te ontvangen.
Nee, reizen is er niet makkelijker op geworden.

De volgende maanden zal het stil worden op deze blog. Enkel sporadisch zal ik wellicht nog wat nieuws brengen.
Je nood aan wat zeilavonturen kan je lenigen bij www.blowingbubbles.eu. Karen en Jean-Marc zitten op dit eigenste ogenblik ergens halfweg tussen Gibraltar en Lanzarote, voor hun eerste grotere overtocht, en alles is ok.


We zullen ze missen de wingkiters van Anse Vata. 




Subcategories

Additional information