Positie : Baie de Timbia. 

 

Nieuw-Caledonië heeft beslist. Het antwoord is “non”, het antwoord op de vraag of men volledige onafhankelijkheid van Frankrijk verkiest.
“Le caillou” wordt niet onafhankelijk, blijft (voorlopig) een speciaal overzees Frans gebied.
De opkomst was deze keer massaal.
53,3% stemde non ( in 2018 : 56,7 %.), vooral in hoofdstad Nouméa en omstreken.
46,7 % stemde oui, in de bastions van de Kanaken, de Noord provincie, het oosten en de eilanden.
De indépendantistes winnen dus terrein, zij zijn haast zeker van een zege bij een eventueel derde referendum in 2022 (de organisatie hiervan is mogelijk volgens de Nouméa akkoorden ) en zullen niet rusten vooraleer dat er komt.
Maar voorlopig blijft dus alles bij het oude.
De twee officiële vlaggen wapperen nog steeds boven het regeringsgebouw. NC is het enige land met twee vlaggen.
Hun motto : “Terre de parole, terre de partage” moeten ze nu gaan waarmaken.
Nieuwe dialogen, nieuwe afspraken om de toekomst uit te stippelen dienen zich aan. Donderdag komt alvast de Franse minister van Outre Mer naar Nieuw-Caledonië om mee te helpen de besprekingen te voeren. Hij trotseert veertien dagen quarantaine. Blijft drie weken hier.
In de straten van Nouméa vierden de indépendantistes uitbundig hun winst van drie punten. Het laatste woord is nog niet gezegd.

 

Wij kregen van de verkiezingen niks mee. Zaten in afzondering in de baai van Uitoe, met enkel het gezelschap van een dugong, wat dolfijnen en een harde, nooit aflatende Zuid-Oosten wind.

 

 

 

Positie :   Baie des Moustiques. 

 

In Nouméa ga je onvermijdelijk kopje onder in het stadsleven, in de politieke strubbelingen, de betogingen/stakingen (we zijn tenslotte in Frankrijk, denk ik dan).
De spanning stijgt er bovendien.
4 oktober : de dag van het tweede referendum nadert.
Reeds zijn er 250 internationale controleurs geland op luchthaven Tontouta. Hun vlucht is natuurlijk wél toegelaten. Voor gewone toeristen opent het luchtruim pas ten vroegste maart 2021.
Die controleurs zitten nu eerst 14 dagen opgesloten in quarantaine, vooraleer ze aan het werk kunnen. Eén testte er al covid positief.
Nieuw-Caledonië kent, voor alle duidelijkheid, geen covid gevallen meer.

Op 4 oktober kunnen Kanaken, Caldoches (hier geboren blanken) en mensen die hier meer dan 26 jaar wonen, hun stem uitbrengen.
De vraag luidt : “Voulez-vous que la Nouvelle-Calédonie accède à la pleine souveraineté et devienne indépendante ? “ (Wilt u dat NC volledig soeverein en onafhankelijk wordt ? ). Het antwoord is eenvoudig : “Oui” ou “non”.

Een referendum, hoe komt dat zo ?
In 1986 plaatste de Verenigde Naties Nieuw-Caledonië, een Frans overzees gebied, voormalige strafkolonie, op de lijst van landen die gedekoloniseerd moesten worden.

Bij een ondervraging van de bevolking werd “onafhankelijkheid” toen massaal verworpen. De inlandse Kanaken, op het hoogtepunt van de kolonisatie (19de – begin 20ste eeuw) buiten de wet gesteld en gedwongen in reservaten te leven, blijven zich verzetten.
Na onlusten die uiteindelijk uitlopen op 19 doden bij een gijzelingsactie in Ouvéa in 1988 en de moord op twee gematigde Kanaken leiders Tjibaou en Yeiwene Yeiwene tijdens de herdenking van die doden in 1989, tekende men in 1998 uiteindelijk het Nouméa akkoord. Men zette de krijtlijnen uit voor een geleidelijke overdracht van de macht aan de Kanaken. Nieuw-Caledonië diende een eerste referendum te organiseren vóór 2018. Op 4 november 2018 koos 58,8 % van de bevolking tegen de volledige onafhankelijkheid.
De Kanaken bepleitten een tweede referendum, dat gaat zondag door. Als er “non” gestemd wordt, zit de kans erin dat er nog een derde volgt.

De non-partijen, die voor Frankrijk kiezen, waarschuwen er op sociale media voor dat iedereen die gestemd heeft zijn Frans paspoort verliest bij een oui overwinning. Zomaar een Europees pastpoort opgeven, doe je niet makkelijk.
Geregeld zien we optochten met Kanaky vlaggen oproepen om Oui te stemmen. Non-aanhangers delen brochures uit.

Van de dreigende
sluiting van de Usine Vale Sud (Goro nikkel mijn en fabriek – één van de grote werkgevers van NC), eigendom van het Braziliaanse Vale , maken de onafhankelijkheid aanhangers dankbaar gebruik om de Kanaken bevolking achter zich te scharen. De fabriek/mijn is verlieslatend. 3000 banen staan bij sluiting op de tocht.
Als ze onafhankelijk zullen zijn, belooft de Senat Coutumière (het bestuursorgaan van de Kanaken) door middel van een consortium met ZuidKoreanen de fabriek te redden. De non-stemmers verwijzen dit plan naar het land van de fabeltjes.

Je vote Oui. Betoging van Kanaken.

Benieuwd hoe dat allemaal zal aflopen.
Eenvoudig voorspelbaar is het zeker niet. Je hebt hier niet enkel Kanaken (39%) en Europeanen (27,24%) . Minderheden Polynesiërs (10%), Aziaten (Javanen, Viëtnamezen, Chinezen), Arabieren maken deze smeltkroes compleet. Ook zij wonen hier al generaties lang. Het eiland is ook het hunne.
Onafhankelijkheid betekent dat de geldstroom uit Franrijk opdroogt. De levensstandaard zal dalen.
Gaat Kanaky dan de weg van Vanuatu op ? Steeds op zoek naar buitenlandse hulp , met een bevolking die vecht tegen armoede, een makkelijke prooi voor China dat al te graag zijn invloed uitbreidt, naties met wegen en gebouwen omkoopt.

Zou alles binnenkort helemaal veranderen ? Ook voor ons , want dan zijn we geen Europeanen in Europa meer ?!
Wij staan erbij en kijken ernaar. Als zeiler mijd je politieke en religieuze discussies zoveel mogelijk.

Een hoop lawaai en blote billen.
Iets helemaal anders, carnaval. Een traditie die van Europa is komen overwaaien, wordt hier in september gevierd. Wij gaan een kijkje nemen. Zien prachtig maar vooral minimaal uitgedoste vrouwen die dansen op keiharde muziek. Laten we hopen dat zij hun song kunnen horen. Wij registreren enkel een kakofonie, een hoop lawaai waar je geen liedje in herkent. Ambiance is er zeker en daar is het toch om te doen.


Ondertussen is er in de marina ook spektakel. Drie motor catamarans van de chartermaatschappij Dream Yacht Charter gaan
in vlammen op. Alles gebeurt quasi naast de vismarkt, gelegen aan het water. Men moet het gebouw voor een paar dagen sluiten. Wellicht zijn daar giftige stoffen binnengedrongen . Voorlopig geen vis te koop.
Naar de oorzaak van de brand zoekt men koortsachtig.

De marina en de stad stilaan beu, bereiden we onze zoveelste trip op zoek naar mooie plekjes in de grootste lagune ter wereld voor.
De zon komt over de evenaar onze richting uit (21 september). We voelen het al, de verwarming hoeft niet meer aan 's ochtends, het dekbed wordt te warm, vandaag moest zelfs even de ventilator aan.
Let op, dra gaan we beginnen klagen over de hitte .

Brand in de haven.

De dag erna : twee gezonken cats, rechts de vismarkt.


Dan is er nog het covid nieuws.
De zeilerswereld aan deze kant van de aardbol weet het nu wel duidelijk : Australië en Nieuw-Zeeland laten ons niet binnen, zo deelden ze mee. De Ocean Cruising Club en de Down Under Rally deden hun best de regeringen te overtuigen cruisers toe te laten om veilig het cycloon seizoen bij hun door te brengen. Zonder succes.
Het feit dat de meeste jachten al minstens 14 dagen op zee zitten voor deze landen te bereiken, al in quarantaine zijn dus, doet niet ter zake.
Je moet echt in nood verkeren vooraleer je binnen mag. Half zinkend omdat je in de orkaan zat of wat ?!!! Hallo !

Duitse zeilers lapten de afwijzing van hun verzoek tot inklaren aan hun laars, voeren toch de Bay of Islands (Nieuw-Zeeland) binnen. Ze zijn in hechtenis genomen. Moeten een hoge boete betalen, vliegen terug naar huis. Wat er met hun boot gebeuren zal?

En dan is er het spannende verhaal van Tehani-Li, vrienden van ons, Australiërs. Zij mogen hun homeland wel binnen. Kunnen echter nergens aan land, zeilen nu de 8000 mijl van Panama tot Australië in één ruk. Vandaag, dag 54 op zee, dicht in onze buurt, was verschrikkelijk voor hen. Ze besluiten Nouméa binnen te lopen, enkel om diesel in te doen. Dat mag. Spijtig genoeg zijn wij intussen in Baie des Moustiques een flink eind weg !!!!

 

 

Positie : mouillage Port Moselle.

 

Met frisse tegenzin verlaten we de prachtige Baie de Prony (Jakker uiterst rechts).

De zeiltocht terug van Baie de Prony naar Nouméa was super. Halve wind, stroom mee, we vlogen over het water.
Patrice en Christel, onze vrienden uit Nice, die dachten dat we “verloren” gezeild waren, delen, blij ons terug te zien, hun lunch ovenschotel met ons.
Met hun auto doen we boodschappen, alweer. Zo zijn de gaten in onze voorraad snel terug bijgevuld.
Zelf brood bakken hoeft nu ook even niet, in Nouméa eten we vers krakende baguettes. Of we maken ze krakend in de “sandwichmaker”.
Na een maand smaakt een “Blancheke” (van Havannah) op het terras van Le Bout du Monde heerlijk. Stom dat er nergens in de talloze baaien met leuke ankerplekken in gans Nieuw-Caledonië een bar, hoe klein ook, te bespeuren valt.

Echter, terug naar de stad betekent ook, werk aan de winkel.
Ons verhaal over water onder de vloer is nog niet af. Lees, het is er nog steeds dat water : zout dit keer. En ik kan nu ook het “beekje” volgen, dat ergens bij de motoruitlaat vandaan blijkt te komen. Om daar bij te kunnen en te onderzoeken moet de hele achterkajuit (onze berging- kelder – zolder) alweer een keer uitgerommeld. We stapelen alles in onze salon, van duikflessen, stormzeil, reserve onderdelen tot borstel en blik.
Geen nood een film kijken we dan 's avonds maar in de voorpiek.

Nog kan Tony niet aan die uitlaatbuis-klus beginnen. In de achterkajuit komt de witte imitatieleren bekleding van plafond en wand los. Grote flappen hangen naar beneden. Zo kan je niet werken. Even die hele handel opnieuw vastkleven, zou je zeggen.
Kan echt niet, want super vervelend : de achterkant van “isolatie mousse” is tot stof verpulverd. Die isolatie, of wat er van overblijft, moet weggeveegd, helemaal verwijderd en opgezogen worden. Daar houdt immers geen lijm op.
Een klus voor mij, Tony is immers allergisch voor alles waar nog maar in de verte stof bij komt kijken.
Het lijmen boven je hoofd valt niet mee. Maar eenmaal dit opgeknapt, kan het echte werk aangevat.

Achterkajuit vóór en na het "lijm"werk.

Als Tony de buis nader bekijkt, schrikt hij. Het stuk achteraan is wel erg poreus. Dat deel zou in zware zee tijdens het motoren zo kunnen “springen”. Dan zou de motor het koelwater gewoon naar binnen pompen . Erg ongezond ! Je kan dan enkel hopen dat de bilge pomp, die het in de “buik” verzamelde water uit de boot pompt, zijn werk goed doet.
Vóór we kunnen denken aan opnieuw varen, móet die buis hersteld.
Gelukkig telt Nouméa nogal wat watersportzaken en “quincailleries”. Bij de vierde winkel kunnen Tony en Patrice een degelijke uitlaatbuis van Vetus ( Nederlandse fabrikaat) op de kop tikken. Dik robuust rubber, binnenin versterkt met een metalen spiraal.

De oude buis, echter, geeft zich niet zomaar gewonnen. “Die kan ik enkel in stukken zagen om ze weg te krijgen, ” besluit mijn kapitein. Makkelijk gezegd.
Ik kan niet helpen, hou me heel stil terwijl het Tony bloed, zweet en net geen tranen kost om zijn gevecht met zaag(ske) tegen buis te winnen.



Volgende uitdaging : de nieuwe, stugge, dikke rubberen buis met metaal binnenin op de daarvoor bedoelde, erg krappe plaats tussen andere buizen, de motor en de wand maneuvreren.
Met vereende krachten trekken en duwen we het kreng op zijn plek. Nu moet nog slechts het buisuiteinde van 60 mm doorsnede op de flens van 64 mm geperst ! Kokend water, om het rubber wat weker te maken, en zeep doen wonderen en natuurlijk flink wat domme kracht . Pijnlijke spieren en handen de volgende dagen, maar we hebben een nieuwe uitlaat.
Of er nu nog water zal binnen sijpelen ?

5,40 m nieuwe uitlaatbuis.



Zo ziet (een gedeelte van) de geplaatste buis eruit.

Ondertussen trainen de militairen in alle vroegte

en gaan de uitbreidingswerken in de haven gewoon verder. 

 

Positie :Îlot Casy (Baie de Prony).

 

Uitgestrekte riffen, lichtbruin kleurend, glinsterend net onder het wateroppervlak, en zandbanken in verraderlijke rijen achter elkaar, af en toe gescheiden door het diep blauwe water van een passage. Soms is het zand hoog genoeg opgeworpen om een prachtig wit eilandje met bosjes begroeiing te vormen, het rif rondom minstens tien keer zo groot : zo moet je je de zuidelijke lagune van NC voorstellen. Aartsmoeilijk zeilgebied.
Van juli tot september speelplaats van de bultruggen.
Aan de rand van dit gebied, heerst de overmaatse molshoop van Îlot Mato. Van zowat overal in het zuiden duidelijk te zien want met zijn 50 m hoge klif torenhoog uitstekend boven de lage, net boven het water reikende eilandjes.
Volgens zeilers is Mato de best beschutte ankerplek in het zuiden.
Dat willen we wel eens zien.
Want onze ervaring voorspelt iets gans anders : nergens in de ganse lagune ben je veilig voor de “houle” (oceaandeining), meestal 1,5 – 2 m hoog, die vooral bij hoogwater door geen enkel rif voldoende wordt tegengehouden en er gewoon overheen spoelt, zodanig dat je altijd ligt te “rocken”.
Maar we moeten het toegeven, eenmaal je “eyeballend” tussen de smalle doorgang in het rif in het diepere bekken van Îlot Mato bent gemaneuvreerd, blijkt het duidelijk. Je ligt echt in een kom volledig omgeven door rijen brede muren van rif.
Zo rustig slaap je enkel in een marina.

Attractie van Îlot Mato : de heuvel, de riffen, het strand . In het weekend is het er gezellig druk, vooral nu het schoolvakantie is.
Ook wij zoeken de start van het paadje dat naar boven leidt, aangegeven door een “cairns” (stenen torentje). Ik had het me moeilijker voorgesteld . In de altijd aanwezige spinnenwebben zijn onze voorgangers al lang verstrikt geraakt, maar de slangen zijn er wel nog. Minstens 12 exemplaren tellen we als we bij valavond nog een keer naar boven klimmen. Ik vertelde al van de dodelijk giftige tricot rayé , die zowel in zee als op het land leeft. Gelukkig is haar bek zo piepklein dat ze ons niet kan bijten. Ze schrikt ook minstens even erg van ons als wij van haar.
Een mens went aan alles, deze slang hoort er intussen gewoon bij.

Paadje tussen de rotsen.

Tricot rayé.

Îlot Mato.


De dikke slang die we de volgende dag al zeilend naast onze boot spotten, dat is andere koek. Eerst denk ik nog dat het een drijvend stuk hout is. Maar ze kronkelt zich zo elegant voort aan de oppervlakte en duikt dan sierlijk, kop eerst in ware eendjesduik stijl, naar beneden. Dit was bepaald geen stok.

Na onze molshoop op zoek naar een volgende ankerplek, kiezen we in Baie de Prony de “bron” op. Een mooie, weinig bezochte baai ín de baai.
We vullen de blauwe water jerrycans met bronwater. Handdoeken en T-shirts die ik eerst aan boord waste, kan ik hier eindelijk eens overvloedig spoelen zonder zuinig op water te moeten zijn. De bron stroomt behoorlijk snel ,al eeuwen lang...de natuur, een wonder.
Wonderlijk is ook de rivier vlakbij, die we volgen met onze Jak. Enkel bij hoog water kunnen we voorbij de, bij elke rivier aanwezige, drempel. Net als we beslissen terug te keren, horen we stromend water. Nee, geen Indiana Jones toestand van zich meters naar beneden stortende waterval. Maar onze verwondering over de kabbelende watervalletjes en stroomversnellingen tussen de pittoreske bruine rotsen is er niet minder om.
Dit hebben we niet uit een gids. Helemaal onze eigen ontdekking.


Ingang riviertje of uitgang, eigenlijk .

Wassen bij de bron.

We zeilen nog steeds rond in Nieuw-Caledonië. Kunnen hier niet weg, al zouden we wel willen. Mogelijke bestemmingen , Vanuatu en de Salomon eilanden zijn covidvrij maar bekomen slechts langzaam van de grote schade aan infrastructuur, gebouwen en vooral gewassen aangericht door cycloon Harold. Ze laten voorlopig geen bezoekende jachten toe. Logisch.

In Papua Nieuw Guineahouden ze hun hart vast voor een grote tweede covid golf. Er zijn amper ziekenhuizen om deze op te vangen. Geen plek voor ons om heen te gaan.

Australië laat geen jachten binnen. We staan wel op de lijst van geïnteresseerde bezoekers.

Als ze in Nieuw-Caledonië geen covid uitzondering willen maken en de één jaar toelating voor Jakker niet willen verlengen, kunnen we enkel nog naar Fiji. Tegen wind en golven in.
Wordt vervolgd.

 

Positie : ankerplek Nouméa – Port Moselle.

 

Als we van het pad afstappen naar le village de Prony, wanen we ons in de film “Papillon”, (nog maar pas opnieuw gezien, opgedolven uit onze grote voorraad films op memory stick). De kwade geschiedenis herleeft hier een beetje. We zijn bij de ruïnes van de bagne van Prony. Ja, Jakker nog steeds op ontdekking en rondzeilend in die grote baai van Prony.

De Province Sud heeft moeite gedaan alles over de “bagne” wat aanschouwelijk te maken.
Borden met uitleg. Een voorbeeld van een boomstam op een slee, die door de kracht van 18 mannen, over houten rails werd voortgetrokken naar de rivier.
Zelfs wat voorbeelden van foltertuigen zoals de crapaudine : de voeten vastgeklemd, de samengebonden armen achterwaarts in een boom omhoog getrokken werd de gestrafte als een soort vliegtuigje, met het gezicht naar de grond gericht, achtergelaten.
We zien ook een “kast” waarin de gestrafte een lange tijd moest hurk-staan. Die kast is zo klein dat hij niet rechtop kon zitten of staan.
Een getuigenis over de “poucettes”, twee ijzers waartussen de vingers van één hand steeds erger geplet worden.
“Gedurende die veertig dagen kwam bewaker Lauzanne kwartier na kwartier mij de “poucettes” vaster draaien, om mijn marteling te verzwaren. “


Het was in 1866 dat Nieuw-Caledonië besliste geen prijzig hout (voor de bouw van Nouméa) meer te importeren maar het door gevangenen uit hun eigen bossen te laten hakken.
Nieuw-Caledonië was in die tijd net tot alternatief voor de bagne van Guyana gebombardeerd. Guyana waar, door het ongezonde klimaat, de bagnards bij bosjes stierven.
Na een maandenlange, vreselijke zeereis naar de andere kant van de wereld, “in de ijzers” in de buik van een schip begon de echte straf pas hier.
Dwangarbeid tot ze erbij neervielen, zware folteringen als ze iets mispeuterden.
Hun verdiende loon??

De wortels van deze boom , "omarmen" de fundamenten van een oud huis.

Népenthè, een typisch "mijnterrein" vleesetend plantje .

Toen uiteindelijk de meeste waardevolle bomen, veel kaori's, geveld waren, de heuvels kaal en desolaat, kon er met mijnbouw begonnen worden.
De strafkolonie werd opgedoekt. Ex-convicts, blanke kolonialen, later Javanen en Japanners gingen in tunnels en putten en bovenop heuvels wroeten, op zoek naar nikkel en andere metalen.
Immers intussen was mijnheer Garnier erachter gekomen dat “le calliou” (= Nieuw-Caledonië) rustte op een geologisch super rijke bodem. Garnierite noemde men het door hem ontdekte groenige silicaat, bijzonder rijk aan nikkel. Nu weten we dat NC op de tweede grootste nikkelvoorraad ter wereld zit. Maar de rijke rotsen bevatten ook cobalt, mangaan, chroom en ijzer. Dit laatste zorgt voor de alomtegenwoordige rode aarde.

Zo komt het dat je in heel NC de wonden van de mijnbouw van vroeger en nu kan zien. Grote gebieden zijn afgegraven, kale, rode hellingen en kloven die steeds verder eroderen, waar niks meer groeit. Andere gebieden zijn mijnconcessies die in de toekomst nog geëxploiteerd kunnen worden.
Het noorden van de prachtige Baie de Prony wordt beheerst door de moderne Gordo mijn. Grote zeehaven. Mijnbouw, transportbanden, wegen, enorme vrachtwagens, containerwoningen, alles badend in onnatuurlijk oranje kunstlicht tijdens de nacht. Wíj noemen het “Mordor” .
De nikkel uitbating, die steeds zorgde voor grote rijkdom, staat thans onder druk, de prijs op de beurs zakt, covid-19 doet er geen goed aan. Australië onderhandelt om de mijn, nu nog in Braziliaanse handen, over te nemen. Dit is helemaal niet naar de zin van het Congres van Kanaken. Als NC ooit onafhankelijk wordt (in oktober is er weer een referendum) willen zij de nikkelmijnen nationaliseren. Maar dat is een ander verhaal.

Voor ons is het hoog tijd om terug naar Nouméa te zeilen. Watertandend denken we aan verse lokale appelsienen, mandarijntjes, tomaten, passievrucht...
Een rood besmeurde dinghy, rode schoenen, rode touwen en kleren getuigen van ons bezoek aan het uiterste zuiden.

Mooie aalscholver, hij bleef terugkomen en kakte onze Jak onder.

Denk nu vooral niet dat we een maand vakantie vierden. De werken en werkjes aan de boot gaan gewoon verder. Twee keer schraapten we de romp. In het koude water valt dat niet mee.
Om de drie dagen bak ik brood.
Tony herstelde de Webasto verwarming. Die kunnen we nu erg goed gebruiken. Eerst een elektrisch reparatie, daarna verving hij een aantal buizen. Daarvoor ruimden we wel vier keer de achterkajuit uit en weer in. Het is immers helemaal achter in die kajuit te doen. Alle rommel kan nauwelijks in de salon. Wat heeft een mens allemaal bij?

Maar onze topprestatie : we hopen dat we eindelijk het waterlek dat ons al 10 jaar af en toe plaagt gevonden hebben. Al 10 jaar lang moeten we op gezette tijden het water onder de vloerdelen opsoppen. Uren zijn we daar zoet mee.
Onze reserve voorraad groenten en maaltijden in blik komt in gevaar samen met zoveel reserve spullen. Eerste opgave : aan het ongewenste water proeven. Zoet...ok.
Blijkt dat de buitendouche lekt, het water loopt gewoon via de slang naar binnen naar het laagste deel van de boot. Condenswater van de buitenkant van de koelkast voegt zich erbij en al snel heb je een bodempje water in heel de boot. Opgelost nu ? Laten we dat hopen.

 

Positie : Baie Majic


Baie Majic, de natuur bloeit tijdens de winter.


Vandaag willen we nog maar eens een kijkje nemen in Baie Majic. We krijgen niet genoeg van de klimwandeling door de prachtige natuur, naar het walvissen observatiepunt en de vuurtoren.
Nadat Didier, een nieuwe buurman bij Ilôt Casy, ons een “ontmoetings” geschenkje bracht, volgens de
“coutume” (het gebruik onder de Kanaken), gooien we los van de boei. Tony kreeg een biertje (les Belges !) maar niks maakt ons zo blij als de twee pompelmoezen die voor heel wat vitamientjes zullen zorgen, nu we door onze voorraad fruit heen zijn.

Rustig, tegen de wind, motoren we vervolgens de Baie de Prony over als Tony plots een “camion grote “ schuimgolf ziet. De daaropvolgende “spuiter” neemt alle twijfel weg. Daar zwemt een bultrug ! De “whale watch catamarans” verschijnen ten tonele.
Een tweede spuiter, dichterbij ons. Zullen we die volgen?
Maar opgepast. De observatie van de bultruggen, die volgens een vast patroon hierheen komen tijdens de arctische winter, is streng gereglementeerd. Je mag enkel opzij van het dier naderen en varen, zijn voortgang niet belemmeren, je moet op 100 m afstand blijven. Overtredingen worden zwaar bestraft (800 € boete alsof het niks is).

We varen langzaam voort, steeds rondkijkend. Spannend.
Bultruggen blijven zo'n 15-20 min. onder water (hun apnee kan tot 30 minuten duren) en zwemmen intussen natuurlijk gewoon verder. Weet je veel waar hij volgende keer zal boven komen?
Daar zie ik hem, ver vóór ons. Met verrekijker goed te zien. Foto's maken, als steeds een ramp.

Straf als je de spuiter kan ontdekken !

Regelmatig zien we de lange romp met de bult en het kleine rugvinnetje boven komen, volgt de onvergetelijke staart, inspiratie voor duizenden sieraadjes.
Hij zwemt de hele omtrek van de baai rond, naar de uitgang. Eén keer buiten wordt hij actiever, klapt met zijn enorme borstvinnen (die zijn wel 3-4 m lang) op het water. Springt hoog op. Wij zien vooral heel veel schuim als hij op zijn rug of zij landt. Hij is nu nog verder weg. Na twee uur en een half houden we de observatie voor gezien.

Elke dag varen de whale watchers uit.

Dan maar een foto van een bord in het observatie centrum.

Ook daar kan je de walvissen zien.

Als we terug de baai binnenvaren, word ik via het walvissenobservatie kanaal VHF 72, onverwacht getrakteerd op de zang van een amoureuze bultrug.
Een onderzoeksschip ín de baai maakte zopas de onderwater geluidsopname van “la baleine chanteuse”, zo noemen ze de walvis, die daar nog steeds rondzwemt, al.
Ze laten hun opname horen speciaal voor een aantal kinderen op één van de whale watch boten. Hun hoge stemmetjes klinken na afloop verrukt over de VHF radio: “Merci, merci !“ Het gezang van zo een enorm dier, ook voor ons een kippenvel moment.
Onvergetelijke ervaring, deze toevallige ontmoetingen, ons leven.
En ik besef hoe mijlenver weg van jouw, door mondmaskers en sociale bubbels overheerste wereld, waar een tweede covid golf onvermijdelijk lijkt.

 

Positie : Baie de la Somme (Prony).

Baie du Carénage, Jakker in het midden, rechts van ons, Moira.

Twee jaar geleden al, toen we beslisten naar Nieuw-Caledonië te zeilen, schaften we ons de digitale, interactieve Rocket Guide aan. Wat prijzig vonden we hem toen, nu zijn we overtuigd, deze gids is elke euro meer dan waard en haast onmisbaar tijdens onze omzwervingen. Waypoints, ankerplekken maar ook historische en wetenschappelijke info het zit er allemaal in.
En laat ons nu de auteurs van dit uitzonderlijk knap werkje tegen het lijf lopen in een wel erg afgelegen plekje van Grande Terre, Baie du Carénage .
We komen net terug bij onze Jak, na één van de door hen aanbevolen wandelingen, als twee oudere zeilers ook in hun dinghy stappen. Al gauw blijken we met Richard en Frédérique Chesher, van de Rocket Guides, te maken te hebben.
Dr. Richard is niet zomaar de eerste de beste. Deze kwieke 80-plusser, marine-bioloog, filosoof, professionele duiker, fotograaf wijdde zijn leven aan het onderzoek naar de impact van “de mens op de natuurlijke systemen van de oceanen”. Al meer dan 50 jaar probeert hij te begrijpen hoe en waarom de mensen hun oceaan en eilanden verwoesten. Onderwerp van zijn uitgebreide studies vormen onder meer de dodelijke doornenkroon zeester, de doopvontschelpen en pareloesters, het zwart koraal.

Hij brengt ons zomaar een stick met de laatste update van hun gids. Nog meer gedetailleerde wandelpaden, nog meer
foto's.
Je kan geen praatje met ze maken zonder dat de, door hun geadopteerde wilde zwerfkatten van Baie de Prony, ter sprake komen. Duidelijk hun tweede passie, die katten. Ze plaatsten zelfs een infrarood camera ,die 's nachts bewegingen registreert, om te ontdekken dat het door hen geplaatste voedsel opgegeten wordt door... ratten.
Zo brengen ze hun dagen hier door, ver van Nouméa, in deze wereld van rode aarde en klaterend water.

Cascade Pépites.


Rivière Blue.

Naar Baie de Prony.
Je begrijpt het al. Wij zijn weer op onze eigen kleine expeditie, 30 mijl verwijderd van Nouméa, in de immense Baie de Prony. Om hierheen te zeilen, kan je maar best op noorden- of westenwind wachten. Bij de (meest gangbare) harde zuidoost passaat maakt de venijnige golfslag een tocht , zelfs op motor, beslist onaangenaam en onnodig lang.

Ons geduld wordt beloond, eindelijk is het geluk mét ons en kunnen we het hele stuk al vlinderend (letterlijk de zeilen als vlindervleugels ) afleggen.
Sturen met de hand, doen we haast nooit, altijd is Jefke (stuurautomaat) roerganger. Nu moet het wel, om de zeilen op “vlindermanier” vol te houden. We gijpen (grootzeil aan andere kant) wel een keer of vijf. Als de stroom ons grijpt in het Woodin Channel stuiven we er met 9 knopen doorheen . Het weer is omgeslaan en we zoeken beschutting voor de westenwind in Baie d' Ouest, tegen de hoge knalrode, voor nikkel, afgegraven bergen aankruipend.

Later brengen we onze favoriet, Ile Casy, een bezoek. Een prachtig miniatuur Nieuw-Caledonië met alle landschappen vertegenwoordigd.
In het 4 m ondiepe water “draaien” we onze ankerketting nog even om.
Omdat je altijd ongeveer op eenzelfde diepte ankert, slijt één stuk van de ketting erger dan de rest, dat uitgesleten stuk slipt op de ankerwinch. Niet goed !
Een beproefde oplossing : gewoon het einde dat aan de boot vastzit aan het anker vastmaken en vice versa, zo de ganse ketting omdraaiend.

Schitterend uitzicht vanaf Ile Casy.

Ile Casy overheerst door pijnbomen.

Verder noordwaarts weten we, dankzij de Rocket Guide, dat er prachtige wandeltracks, rivieren, watervallen te verkennen zijn. Zonder probleem vinden we een prima ankerplek in de Baie du Carénage, dichtbij de boot Moira, de expeditie boot van Richard en Frédérique, zal later blijken.

De volgende dagen wandelen en glibberen we urenlang over de steile, rode, modderige paadjes. Stellen vast dat de "source chaude" eerder lauw is, maar de bron met zoet water, op onze volgende ankerplek, kristal helder.

We klauteren vanuit Baie Majic naar het bultruggen observatie punt Cap N'dua, maken een praatje met de mensen daar, die ons vertellen dat een paar uur geleden een walvissen paar door een aantal grote cargo's verjaagd is. Pech.


 

Zoet water bron (beneden).

Erosie een groot probleem.

 

 

Positie : To Ndu.

Ile Isié, Nieuw-Caledonië. In ons logboek blijft het voor altijd opgetekend als : Nautilus eiland !
Tony vond er immers, na jarenlang zonder succes stranden in de Pacific afstruinen, een zestal kapotte nautillus-schelpen. Eentje, ook slechts een stuk van de schaal (vind je ooit een intacte ?), toont toch nog zijn mooie kleuren en magische vorm. We kunnen het niet laten, nemen hem mee aan boord.
Mag niet! Ik weet wel, je mag geen coquillages rapen, herinneren ons de mensen van de Protection du Lagon steeds. Maar we willen hem enkel een tijdje aan boord koesteren, monsieur !
Dit levende “fossiel”, zo noemt men hem want in 500 miljoen jaar is hij(zij) amper geëvolueerd, beweegt zich voort op een diepte van verschillende honderden meters . Hij doet dit op zijn dooie gemak, via jet voortstuwing, hoort immers tot de soort : “inktvissen”. Het monstertje vertoont zich ook aan de oppervlakte o.a. om eitjes te leggen en dit niet enkel 's nachts zoals men lang dacht. Hij kan zijn drijfvermogen regelen en zodanig verticaal, op en neer, bewegen. Hier in Nieuw-Caledonië zou je hem op snorkeldiepte van 5 m kunnen aantreffen, hij houdt immers van koel zeewater.



Koel zeewater, voor het ogenblik geen probleem. De temperatuur van het oppervlakte zeewater is nu rond 20°. We moeten echt iets overwinnen om erin te springen, doen dat enkel nog in 3 mm duikpak met kap. Maar voor een Nautilus ontmoeting zou ik zeker nog grotere kou trotseren. Keep on dreaming, Jaklien !
Blijft het bijzondere feit dat er bij dit buitenrif, dichtbij ons dus, meerdere van die beestjes moeten leven. Het bewijs ligt bij onze verzameling schelpen.

Niet enkel het zeewater is koud. De lucht is dat ook. Een luik openzetten ter verkoeling, dat doen we nog amper. Dagen zonder kleren zijn er niet meer bij. Enkel 's middags en in de zon kan het nog. s' Ochtends en 's avonds is het lange broeken, sokken en truien tijd. Kan je geloven dat we al een paar ochtenden de verwarming aanzetten?
Boten hier zijn niet zo rijk, maar een goed uitgeruste Nederlandse boot (zoals wij die kochten) kan niet zonder !

Zeker, vandaag begint de winter bij de tegenvoeters waar wij vertoeven, 21 juni winter zonnewende. En ze doen hier alles omgekeerd ,dus wordt de winter voorafgegaan door een uitbundige “lente”, geen herfst (als dat seizoen hier al bestond).

Na het regenseizoen fleurt alles op. De berghellingen vertonen een prachtig groene kleur. Wat een verschil met het bruine, dorre landschap in november, het brandseizoen, toen we hier arriveerden. Zelfs de cactussen waren op sterven na dood, of zo leek het toch.
Nu geurt de “maquis” af en toe zo hevig dat het lijkt alsof iemand wat te royaal met de deodorant te keer is gegaan. Zelfs aan boord , een paar honderd meter van de kant, snuiven we die geur op.
Nadeel : de muggen houden ook van dit vochtige atmosfeertje. Wandelen in het hoge gras is vragen om beten.
In de bush moet je je nog tegen wat anders wapenen : spinnen. Van die echt grote. Ik laat Tony voorop lopen, met een lange tak in de aanslag. Gelukkig zitten ze vaak hoog tussen twee struiken.

De natuur herleeft.

Het weer wordt alsmaar mooier, rustiger vooral en zo kunnen we het eilandje Ténia bezoeken. Er omheen wandelen kost je een uur, echt klein is het dus niet. Maar het omringende rif is wel tien keer groter. Het maakt deel uit van het grote buitenrif van Nieuw-Caledonië dat daar een bocht maakt zodat je in die elleboog beschut kan snorkelen, duiken. We overwinnen onze koudwatervrees en gaan een kijkje nemen. Teleurgesteld hijsen we ons na een half uur weer aan boord van Jak en zoeken onze weg terug over het erg ondiepe water (het is laag tij). Veel van het koraal is kapot, door stormen (?), en er zit niet erg veel vis. Een school Bec de Canes volgt ons en we zien een kleine wahoo. Na de, zoals steeds, zuinige douche koesteren we ons in het zonnetje, voordeel van kouder weer.

Omdat we weten dat je bij de “Wharf van Bouraké “ (een slipway om bootjes te water te laten) vuilnis kwijt kan, ankeren we bij het tegenoverliggend eiland Leprédour.
De ondergrond is modder, zegt de Rocket Guide en “de holding is excellent”.
We bekijken het even, verklaren Jakker goed om een uurtje alleen te laten.
Wij stuiven naar de overkant . Maken een lange wandeling. Genieten van het prachtige silhouet van ongelijke rijen, in nevel gehulde bergen in de verte en van de talloze grillig gevormde baaien in het water dichtbij. Je kan hier uren naar kijken.
Bij de camping municipal van Bouraké draaien we terug.
De wind steekt op en na het eten en de afwas waait hij al 20-25 knopen. De boot beweegt wat vreemd. We “zwaaien” niet echt zoals het hoort achter het anker. Vreemd. Als Tony zijn kop buiten steekt, roept hij ongelovig : “Die zandbank achter ons is zo dichtbij ??? Kan toch niet ! Wij zijn los en drijven gewoon achteruit !”.
Motor starten, anker snel ophalen en opnieuw, ditmaal wat meer “naar voren” neerlaten. Alles is snel gebeurd. Vervolgens wachten we af, houden we ondertussen een kleine siësta ?
Nee, niks daarvan. Het anker krabt opnieuw. Op de plotter trekt Jakker een lijntje waarlangs we bewegen, alsof we 2 kn zeilen.
Ons anker met brede vloeien “drijft” te veel op de erg vloeibare, dunne modder, zakt niet tot op de bodem en kan zich bijgevolg niet ingraven.
Hier blijven we niet. Twee mijl verderop kennen we een ankerplek bij een tweemaster wrak op het strand. Er wonen ook twee vervelende hanen die al om 4u aan hun voornaamste activiteit, yachties wakker kraaien, beginnen. Maar alles beter dan niet vast te liggen voor de nacht.

Ile Ténia.

Bouraké.

Ile Puen, met wrak op het strand.

Over ankers en ankeren heb ik nog wel wat verhalen.
Onlangs haalde Tony het wel heel raar uitziend anker op. Houdini-gewijs was het helemaal in zijn eigen ketting gedraaid. Nooit eerder meegemaakt. Kwam natuurlijk doordat we zo erg ronddraaiden de nacht ervoor.
Hoe kunnen we dat “pakje anker” ontwarren ? Zo kan hij zeker niet op zijn plaatsje vooraan op de boeg. De pikhaak brengt raad, met een flinke ruk bevrijdt ons Houdini anker zichzelf. Oef.

Vanmorgen was het ankeren veel leuker. Dolfijnen speelden precies daar waar we het ijzer wilden droppen. Tony durfde er niet aan te beginnen. Toen ik alvast, de boot stillegde met een dot gas achteruit, stoven ze verschrikt weg. Sorry, dolfijntjes, dat ik jullie aan het schrikken maakte.

 

  

 

Positie : Baie des Moustiques .

10 jaar jonger !


12 juni 2010, exact 10 jaar geleden, gooiden we de trossen los in Port Zélande. Nadat we ons een week schuil hielden voor te harde wind, voeren we via de Grevelingen en de Oosterschelde het grote water op, richting Blankenberge...en vervolgens steeds verder weg.
Nu al zo een 29.000 zeemijlen in het totaal (54.000 km ongeveer).

We zouden 3, misschien 5 jaar, wegblijven. Hadden geen vast plan. Zouden wel zien hoe het zeilers-zwerversleven ons beviel.
En of het ons beviel...al waren de overtochten niet altijd even makkelijk.
We verbleven 3 jaar in de Caraïben, 2 jaar in Frans Polynesië, 2 jaar in Fiji. Maakten kennis met zovele mensen, zeilers en inwoners van bezochte landen. Zagen de meest indrukwekkende natuurwonderen. Laat me de (zee)dieren vooral niet vergeten.

10 jaar ervaringen rijker .

Na 10 jaar wonen we nog steeds op onze trouwe Jakker. Zeilen rond in de meest afgelegen baaitjes, naar onbewoonde eilandjes. Dit jaar heet ons paradijs Nieuw-Caledonië. Door Covid-19 verblijven we er langer dan aanvankelijk de bedoeling was.
Geen nood, we voelen ons thuis hier.
Daar kan een ontbijtbezoek omvattende een grondige inspectie door de douane, precies vandaag, niks aan veranderen. We krijgen immers een papier “gewogen en goed bevonden” en de wens (het verzoek) onze reis vooral voort te zetten.

De doejong van Presqu'ile Uitoe komt even piepen en wenst ons prettige reis. Hoe lang nog ? Geen idee.



Douanebezoek .

 

Additional information