Positie : Nouméa.

 

Om wat meer te zien van Nieuw-Caledonië huurden we een auto en gaan, vanaf morgen, een weekje rondtrekken. Daarna krijg je het verhaal van onze rondrit.

Nu heb ik wat foto's van schildpadden in de aanbieding.

Ook van de tricot rayé noir et jaune. De waterslang die we voor het eerst in Niue zagen.  Hier kruist hij geregeld ons pad terwijl we zwemmen of wandelen. Hij verdeelt zijn tijd tussen water en land, voedt zich voornamelijk in het water. Is bijzonder giftig, binnen het uur dodelijk voor de mens, maar niet agressief en zijn bek zou te klein zijn om ons te bijten. Enkel in de huid tussen onze vingers zou dat mogelijk zijn. Geloven we dat ?

Zie je het kleine gele kopje van deze erg giftige slang.

Zoekplaatje. Zelfde slang in het water.

 

Kijk ook even naar de foto's bij het vorige tekstje.

Positie : Port Moselle, Nouméa.

 Naar Ilôt Amedée vaar je voor de phare. Van ver zie je hem slank-statig oprijzen, als een reuzenvinger die je attent maakt op de riffen.
Indrukwekkend die tweede hoogste, metalen geklonken vuurtoren ter wereld !
In Parijs gebouwd in 1862, in stukken per boot naar hier vervoerd, vervolgens geassembleerd. Dat leerden we in het Musée Maritime dat we een tijdje geleden bezochten.
De toren beklimmen kan enkel als de toeristenboot Mary D met het nodige personeel aanwezig is. Pech, niet nu, nu die net vertrokken is.



Je vaart er dus heen voor de phare maar ontdekt tevens een verrassend extraatje : de duizendkoppige kolonie Néreis Sternen . De helft van het eiland is voor hen gereserveerd. Mensen kunnen enkel op afstand een blik op het propvolle nestgebied werpen. Zíj houden zich helemaal niet in. De stank van hun vogelpoep dringt door tot op de ankerplek, bij ons in bed. Hun oorverdovend bekvechtend getsjirp vormt een constant achtergrondgeluid. Rond Jakker showen ze hun duikkunsten. Als kamikazes storten de relatief kleine vogeltjes zich met een klap in en onder water. Fladderen seconden later weer opgewekt verder, hun bek vol visjes, voer voor hun kroost.



Ook wij nemen een kijkje onder water. Behoorlijk grote vissen gebruiken onze boot als FAD (fish attraction device) : remoras, snappers, baarzen, emperors en tot onze verrassing een Napoleonvis, herkenbaar aan zijn klein staartje en de bult op zijn hoofd. Als vissen verboden is...

Nog een weetje over Ilôt Amedée. Meer dan een eeuw lang begroeven vuurtorenwachters en tijdens WO II, Amerikaanse soldaten, hun gebruikte glazen flesjes in het zand. Nu Amedée langzaam afkalft door klimaatinvloeden, stijging van het zeeniveau, dient men het publiek te waarschuwen voor het overal tevoorschijn komende antieke glas.

's Avonds krijgt dit plekje Nieuw-Caledonië iets magisch. De felle straal van de vuurtoren zwiept twee maal snel, om de tien seconden flitsend over ons heen. Ik word er weemoedig van. Kan enkel denken aan Bert en zijn gezinnetje op Temanu'a, die op dit moment vechten tegen de elementen. Toenemende harde wind en steeds hogere golven, verpesten de laatste dagen van hun tocht naar de Caraïben, naar Barbados.

Als ik dit tekstje post, liggen ze gelukkig al veilig achter hun anker bij het meest vooruitgeschoven eiland van de Bovenwindse eilanden in de Kleine Antillen.

 

 

Positie : Uere (Nouméa)

Napoleonvis.

Hij/zij zwemt statig van het ene eind naar het andere en weer terug. Hautain, gunt ons geen blik, is zich van zijn/haar waardigheid bewust, de Napoleonvis, dé ster van het Aquarium van Nouméa.
Het snorkelen en kijken naar vissen nog niet beu, willen we op een verloren dag tussen kerst en nieuwjaar graag een bezoekje brengen aan deze grote visbak. Het fragiele koraal is hoofdthema deze maand. Honderden prachtige vissen zwemmen er standaard rond. Grote doopvontschelpen zien we nu eens echt goed in hun “uitgestulpte” kleurige glorie. In de lagune lokt onze kleinste zwem-schaduw een reactie uit, bliksemsnel sluiten ze zich.

Doopvontschelpen.


Een ganse zaal brengt ode aan de geheimzinnige sirene, de doejong, bron van eeuwenoude erotische zeeman-fantasieën. Sinds onze eerste ontmoeting, in Vanuatu, fascineert dit zeezoogdier ook ons behoorlijk.
Ja, Lyam noteer maar in je boekje : oma's nieuw lievelingsdier : de doejong (Maleisische zeekoe).

Langs de Baie des Citron, quasi een kopie van de Promenade des Anglais, wandelen we terug naar huis. Wandelen, om de “moules (uit Chili) frites” die we bij Les Trois Brasseurs aten, te laten zakken. De frisse Blonde van deze ambachtelijke brouwerij flitst ons zo vier jaar terug in Papeete.

Baie des Citrons.

Je hebt het begrepen, we zijn terug in Nouméa stad. Reden : de dreiging van een cycloon in onze contreien, voor Fiji bestemd, zal achteraf blijken, maar je weet nooit hoe zo een systeem rondtolt. Met die cycloondreiging dus en de regen en wind die daarmee gepaard gaan, zijn we terug naar de marina gezeild. Ons plekje is toch betaald.

Kerst in Nouméa ! Hoe vier je die tijd zo ver van thuis en familie?
Buiten wat losse babbels met mensen op de steiger, hebben we geen echte vrienden in de buurt om bv. als de vorige jaren een potluck mee te organiseren.
Geen nood, wij amuseren ons best samen en plannen een maal met verse kreeft. We switchen al snel naar grote crevettes immers de rij bij de kreeften-kraam op de markt is niet te overzien. Het gedrang bedreigend.
Zullen wij wel eens kreeft eten op een rustiger moment ! Beloofd.

Bert en gezin gooien vannacht (voor ons) de trossen los voor dé overtocht van de Atlantische Oceaan. In een laatste praatje wensen we hun een makkelijke reis en vooral voor de kleinkinderen veel walvissen in hun kielzog. Lyam vraagt immers steeds : “Oma hoeveel walvissen hebben jullie al gezien op jullie reis? “
Stiekem wens ik hen ook een orka bezoek toe, het hoogtepunt van onze oversteek.

Bij een wandeling over de sprookjesachtig verlichte Place des Cocotiers denk ik meteen aan Roxie. Wat zou zij hiervan genoten hebben.
Blijkbaar maakt men zich hier geen zorgen over de energieverkwisting.

Ik zoek tevergeefs naar een kerststal. We stoten wel op een grote diepvriescontainer met een lange rij wachtenden ervoor. “Hierbinnen kan je een aantal ijssculpturen gaan bewonderen,” vertelt een dame mij, terwijl ze een dikke deken om zich heen wikkelt en binnen stapt. Wij gaan niet aanschuiven.

Kerstcadeautjes zijn er voor ons al vele jaren niet meer bij. Uitzondering dit jaar : de kerstman brengt twee nieuwe comfortseats . Comfortabele stoelen met verstelbare rug, voor in de kuip. Made in Holland, hier 2 keer zo duur. De kerstman geeft daar niet om.
Onze oude zetels, met verroest frame, onbeweeglijke rug, de vulling zo plat als een vijg, belanden bij de vuilniscontainer waar ze één van de talrijke clochards van Nouméa, op de valreep, ook nog een mooie kerst bezorgen.

Het nieuwe jaar toasten we toe, aan dek dansend op de muziek van buurrestaurant Le bout du monde, waar mannen in pak en dames in avondkledij en hakkenschoenen zich te goed doen aan een duur buffet.

Gelukkig 2020 !

 

 

Kijk ook eens naar de twee vorige tekstjes, foto's zeggen zoveel meer, beweert men !

 

Dit jaar knutselden we wat op het strand en in de vulkaanaarde.

Onze allerbeste wensen voor alweer een kersvers nieuw jaar.

 

 

 

 

 

 

Positie : Baie de Prony, Ile Casy.

Ile des Pins. Number One op de to-visit list van toeristen in Nieuw-Caledonië.  “L'isle la plus proche du paradis.” Het ultieme eiland, ook voor zeilers en net daardoor moeilijk bereikbaar. Of is het omgekeerd zo aantrekkelijk door het zware in-de-windse 70 mijl lange traject dat erheen voert vanuit Nouméa? Wie zal het zeggen?
Feit is : we zijn er geraakt, dek en zeereling overdekt met zout.

Vroeg opgestaan, alweer, om nog een paar uur te kunnen zeilen op de landwind die de harde passaat-tegenwind, 's nachts wegdrukt. De laatste uren jakkeren we, het verstand op nul, tegen de korte, steile Noordzeegolven aan. Jakker bonkt zich vast, tot ze soms helemaal stil ligt.
Maar nu kijken we onze ogen uit op het nooit-geziene poedersuiker-strand van Kuto, de adem-happende groene schildpadden vlakbij de boot, de superhoge pijnbomen, de mini eilandjes. Schitterend.

Een Kanaken-jongetje .

Vroeger, als ik foto's van Ile des Pins zag, vond ik de iele pijnbomen maar een soort opgeschoten onkruid. Nu ik meer over Nouvelle Calédonie lees, en die coniferen van dichtbij zie, niet enkel hier, overal op Nieuw-Caledonië, besef ik dat ik naar een stuk prehistorie kijk. De reeds in het Jurasic bestaande Araucaria columnaris pijnboom, altijd groen, endemisch, is echt een reus, wel 60 m hoog. Je ziet het zo, ze zijn vaak 3 keer zo hoog als de toch al flink uit de kluiten gewassen palmbomen er vlak naast.
NC maakte miljoenen jaren geleden deel uit van Gondwana, het zuidelijke supercontinent. Scheurde daarvan af en deelt nu met o.a. Nieuw Zeeland en Australië niet enkel deze pijnbomen, maar ook de enorme Kauri's.
Indrukwekkend.

Ile des Pins.

Nog wat historie over Ile des Pins : er wonen bijna enkel Melanesische Kanaken (2000) verdeeld over verschillende tribus met elk een chef. Overal op het eiland zie je totempalen en de typische Kanaken omheiningen.
De Kanaken kozen 200 jaar geleden voor de katholieke missionarissen, die hier in het kielzog van captain Cook arriveerden, en dus voor Frankrijk. Dat zag meteen in Ile des Pins een geschikte plek voor een “bagne” (bajes) voor communards en gewone misdadigers die ze prompt helemaal hierheen verscheepten.
De ruïnes van de bagne kijken uit over de lieflijke Kuto baai, onze thuis voor een week.
Spijtig genoeg ook af en toe pleisterplaats voor een groot cruiseschip, dat deze baai en snorkelplek Baie Kanuméra voor een paar uur omtovert in Benidorm.

Ruïne van de gevangenis .

De andere baaien op Ile des Pins laten we aan de catamarans om te exploiteren, ze zijn meestal te ondiep voor onze Jakker een bovendien een heel eind omvaren.
Met de auto bezoeken we Baie de Gadji en Baie des Crabes. In het melk-groenig water kalkstenen paddenstoel eilandjes.
La piscine naturel in Baie d' Oro zien we niet in zijn volle glorie. Je moet er 700 m heen waden over een “onder water zand-schelpenpad”. Het is hoog tij, het water meer dan kniediep en we willen onze sandalen niet aan het zoute water opofferen en onze blote voeten niet aan eventuele giftige steenvissen. We stellen ons tevreden met een mooie wandeling door het bos.

Baie des Crabes.

Grotten zijn er in dit kalksteenrijke eiland genoeg. We bezoeken er een paar. In la Grotte d' Oumagne verstopte Reine Hortense zich een tijdje toen er onenigheden tussen tribus werden uitgevochten. Zij wilde er niks mee te maken hebben.
In Baie d' Upi zien we hoe ze nog steeds outrigger kano's bouwen uit boomstammen.
Vao is zowat het enige stadje met een heuse kathedraal en een ATM.
En dan heb je nog Baie St. Maurice waar de eerste missionarissen aan land gingen.

 

Grotte d'Oumagne.

Baie St. Maurice.

Blij terug te zijn in onze baai gaan we weer meteen op zoek naar de ster van Kuto. De mysterieuze zeemeermin, de doejong. Ze (hij) vertoont zich vooral tijdens de schemering, meestal ver weg. Ik merkte haar bruine gekromde “zeehonden”-rug op. Een andere keer zag ik haar staartvin hoog uit het water als de zwemvliezen van een onderduikende snorkelaar.

Net op tijd, Tony noemde haar al mijn monster van Loch Ness, zagen we haar tezamen. Een groot bruin lichaam (2 m lang) net onder water uitgestrekt. Neusgaten een paar keer boven water, genoeg lucht om het 20 min. uit te houden, vervolgens met een sierlijke boog van haar rug, de staart een beetje in de hoogte duikt ze terug naar beneden.
Moet dit een fotoshoot voorstellen? Dan lukt de show met staart omhoog dit keer toch niet zo goed. Maar een paar foto's hebben we toch.

 

Een glimp van een zeemeerminnenstaart, ook schildpadden zijn moeilijk te fotograferen.

 

 

Positie : Bonne Anse (Baie de Prony).

Cycloonvoorbereidingen.
“Vous savez,” lacht Fanny onze bezorgdheid weg, “als je uit het water komt, moet je je twee keer grondig met veel zeep douchen. Daarna poets je je tanden drie keer na mekaar. Zo ben je vrij zeker geen ziekte op te lopen !”
Vervolgens zet ze haar duikmasker op, neemt haar mondstuk tussen de tanden en verdwijnt in het door riolering vervuilde water van marina Port Moselle. Over de bull sharks, waar anderen ons voor waarschuwden, rept ze met geen woord.

Het is half zeven 's ochtends en om zeven uur al verschijnen de beroepsduikers voor een grote pre-cycloon controle van de “aussières” (de lange cycloon-landvasten).
De tijd dringt, Fanny haast zich onze lijnen vast te maken aan de zware ketting op de bodem.
Pas gisteren, na meer dan veertien dagen eindelijk terug in de marina, toen we langsgingen bij de capitainerie, drukte men ons op het hart dat er voor ons nog werk aan de winkel was. Daar bedoelden de vriendelijke madammen niet enkel contracten tekenen en betalen mee. We moeten ook dringend twee lange touwen, 77 m elk en in een welbepaalde hoek vertrekkend van de achtersteven van onze boot, vastmaken aan de ketting die evenwijdig tussen twee steigers op de bodem van de marina ligt. Aldus verzekert men aan alle boten een betere houvast tijdens de keiharde cycloonwinden. 
Voorlopig maak je het andere eind aan de steiger vast. Bij een “alerte cyclonique” moet iedereen die lange “aussières” keihard aantrekken en aan het achtereinde van de boot vastmaken, zo de boot 2 m van de kant trekkend, eveneens los van de catway, zodat alle jachten vrij kunnen bewegen.

Fanny arriveert met de lange landvasten.

Duikster aan het werk.

Deze lijnen moeten strak aangespannen ingeval van een cycloon.

Probleem : lange lijnen van 18 mm doormeter zijn, door de grote vraag van het ogenblik, quasi onvindbaar in Nouméa. Wat nu?
En dan komt duikster Fanny op de proppen. Ze wil ons wel helpen voor een “zacht” prijsje.  Ze weet splinternieuwe landvasten (450 €) op de kop te tikken. Na een half uur is het zaakje aan de ketting bevestigd. Op de bodem moet het een warboel zijn van touwen over en onder elkaar.
Het officiële controleren neemt een voormiddag in beslag. Touwen die in een knoop zitten moeten ontward, een touw dat half doorgesneden is dient opnieuw aan elkaar gesplitst. Eén van Jakkers touwen moet opnieuw bevestigd, de hoek die het touw met onze achtersteven maakt blijkt niet wijd genoeg.
Wat een gedoe. Wij kijken toe, moeten af en toe een touw bijtrekken. Pas rond het middaguur verdwijnen de duikers tevreden van het toneel.  Onze ponton des visiteurs is klaar voor het orkaanseizoen.
Sinds 15 jaar (Erica 2004) raasde er geen tropische storm meer over Nouméa. Laten we daar minstens nog een jaar aan toevoegen.

Proviand.
Eigenlijk kwamen we terug naar Nouméa voor proviand en dan vooral om onze verse groenten- en fruit voorraad aan te vullen. Ettelijke sjauwtochten naar markt en supermarkt later is alles weer bijgevuld. Nooit gedacht dat onze reis voornamelijk zou bestaan uit boodschappen doen over de hele wereld, in de meest diverse “winkels”, van blitze supermarkten tot winkelhokjes achter tralies, de naam winkel amper waardig.
We zijn zo langzaam experts in hoeveel je met twee personen, twee rugzakken en een aantal tassen over pakweg een kilometer naar de boot kan meeslepen.
In NC waar Casino en Champion uitpuilen van bijna vergeten lekkere dingen komen we altijd nog wat zwaarder beladen thuis. Wat dacht je van bastogne koekjes, verse zuurkool  en worstjes, brie, speculaaspasta, Leffe blond enz enz.

Ook bootaankopen zijn dringend aan de orde. Marine Corail en Speed Marine, aan de overkant van de haven, blijken de eerste échte watersportzaken "zoals bij ons", sinds Papeete. Elke maand worden ze verwend met een vrachtschip vol bootspullen uit Frankrijk. Lang uitgestelde aankopen (o.a. brandblusser) moeten nu maar eens eindelijk gebeuren. Een hele hap uit ons budget. Tony vindt eindelijk de buisjes en kraantjes om ons lekkende kraan probleem op te lossen en werkt een ganse dag, dit keer met de “pet van loodgieter” op.

Loodgieter aan het werk.  Voor ...

en na.  Zie rechts de drie nieuwe doorschijnend plastiek buisjes en kraantjes.



Nouméa raakt stilaan in kerstsfeer. Getuige een feeëriek verlichte Place des Cocotiers
Onze Belgische buur vertrekt met zijn pas gekochte schip Onyx naar Australië voor een proefvaart.
Ook wij willen er weer op uit. Varen helemaal zuid-oost naar Baie de Prony (30 M) waar ontelbare ankerplekken en wandelingen te verkennen zijn.

Wandelen.
Eerste stop : Ile Casy. Er woonden ooit Kanaken van het nabijgelegen eiland Ouen. Ze bleven er niet zo lang want de bodem zit (zoals op veel plekken) vol natuurlijke, zware metalen, het hier geteelde fruit en groenten dus ook. Van het kerkhof schiet niet veel over. De allereerste loods-kapitein is er begraven. We genieten van de wandelingen doorheen de jungle en op de kale, geërodeerde top van het eiland waar we onze bootsnaam achterlaten tussen de vele anderen. Een beetje als je naam schilderen op een kademuur. Bert en de kinderen deden dit op Tenerife.

Jakker wacht beneden op ons.

Onze naam tussen de velen.



Een enthousiaste Frans Nieuw-Caledonische zeilster stuurt ons naar een volgende verlaten baai : Baie Majic. Met wandelschoenen aan onze onwennige voeten vatten we de klim aan naar het observatie centrum voor de walvissen en de vuurtoren N'dua. Walvissen zijn er deze tijd van het jaar niet. Maar we zien Ile des Pins in de verte.  Onze volgende bestemming?

De vuurtoren wijst sinds midden 19de eeuw, en nog steeds, de weg naar en van Havannah kanaal, de ingang tot de lagune van NC. De prachtige weg door jungle en over sterk beschadigd vulkanisch terrein moesten de vuurtorenwachters vroeger elke dag afleggen om het licht te gaan aansteken. Opvallend, de rode aarde die je schoenen vuurrood kleurt.  Rode aarde die nikkel, chroom, kobalt, ijzer bevat. Vlug afborstelen anders krijg je de vlekken niet meer weg.

Vuurtoren N'dua.

Observatorium walvissen.

 

Positie : Port Moselle Marina.

Dit verhaal gaat alweer over veel (te veel) wind. Verveelt het je? Ons zeker.

Elke dag waait het, het schuim van de golven. Al bijna twee weken lang nu.
Wij durven haast niet meer te verkassen. Van dat geplande hoppen van de ene mooie ankerplek naar de andere komt niks in huis. Enkel pijnlijk vroeg, als de zon net op is, rond 5 u kan je op een deftige manier snel ergens geraken. Eén keertje zeilden we rond die tijd een uurtje naar het noorden, naar Baie Tiare.
Enkel om te ontdekken dat die baai lang niet zo goed beschut is als onze Rocket Guide ons wil doen geloven. Bij hoog water komt de “houle” ons gewoon om de oren slaan, rond het eiland, dat ons moet beschutten, heen. Windvlagen geselen Jakker, die achter het anker zwaait alsof ze elk ogenblik gaat vertrekken. De behoorlijke branding aan het strand maakt het erg moeilijk aan land te gaan. Wij dus wijselijk de volgende dag terug naar af, terug naar onze vorige baai Maa.

Daar kunnen we wél aan land, het is immers hoge wal (de wind en de golven komen van die kant) en er zijn prachtige wandelingen te doen.
Met Maps.Me (navigatie app) in de hand vinden we de kleinste wegeltjes, crossen zo over de heuvels naar mooie zandstrandjes. We verkennen de rotsige kust, een verlaten huisje, een scheepswrak, een parapente veldje.

Lijkt wel wat op de Maten (Genk) enkel de palmbomen vind je daar niet.

Af en toe komen er boten bij ons ankeren. Een Zwitsers stel maakt dezelfde wandeling als wij. Hun doet dit landschap niet zozeer aan Corsica maar eerder aan Australië denken, zij verwachten plots een kangoeroe te zien springen. Zo zie je maar.

In het Rhone-dal beweren de bewoners dat je gek kan worden van de Mistral, de harde, alles verschroeiende wind die 3, 6 of 9 dagen raast. De wind die ons plaagt heet “alizé” of passaatwind en wij zijn die letterlijk oorverdovende wind ook kotsbeu. Het paradijs, we zegden het al zo vaak, bestaat niet. Ons plannetje wordt niks.

Daniel van Maito, kleine catamaran met twee vrouwen van La Réunion op bezoek, bezorgt ons plan B. Waarom niet in alle vroegte naar Ilôt Maître, daar ben je goed beschut, het is er goed snorkelen.
Zodoende liggen we nu in een echte Club Med omgeving. Zaterdag-zondag is het aantal weekend jachten niet te tellen. Dagjestoeristen op de strandjes, op de terrasjes. Aan de andere kant van het piepkleine eilandje (het ziet eruit als een landingsstrip) heerst Koning Kite. Brouwersdam in het klein, in het warm ook. Heel jong Nouméa leeft zich uit op de kite.
Zeker iets voor Bert. Je boot vlakbij het kitestrand, enkel een stripje eiland ertussen.

Schol ! Op JM zijn verjaardag en ook nog een beetje op die van mij !

Straks keert de rust weer, als de nieuwe werkweek iedereen terug naar de stad dwingt.
Is de wind iets afgenomen? Nauwelijks. Weer zijn honderden hectaren maquis in de vlammen, aangewakkerd door de hevige wind, opgegaan dit weekend. 's Nachts zie je het vuur op de bergen rondom Nouméa. De droogte : een probleem in Nieuw-Caledonië. Iedereen smeekt om water. Zal het regenen vanaf 15 december, als het “vuurseizoen” officieel afloopt ? Wordt vervolgd.

  

 

 

 

Positie : Baie Maa  ( Grande Terre – Sud )

Foto's volgen als we wifi hebben.

Armand Pien, zaliger gedachtenis, herinner je je hem nog?  Armand Pien dus, hij had het altijd over het Azoren Hoog dat het weer in onze contreien bepaalde.
Wel hier in Nouvelle Calédonie en dit deel van de Zuidelijke Stille Oceaan ( Fiji, Vanuatu enz.) hebben we ook zo een fenomeen : het hoog boven Nieuw-Zeeland en/of de Tasman Zee. Dat hoge drukgebied, weermannen noemen het wel eens het BFH (big fucking high) als het tot boven de 1030 hPa stijgt, versterkt af en toe de zuid-oost passaat op zulk een wijze dat elke verstandige zeiler zich verschanst in een beschutte baai.
Elke veertien dagen lijkt het wel van dattum te zijn. We liggen dus opnieuw, dit keer met drie mede slachtoffers, heen en weer te zwaaien, geteisterd door de felle “raffales”.
Ideaal om wat te schrijven, over Nouméa misschien.

Nouméa overrompelt ons. Sympatieke stad, met koloniale gebouwen, veel groen, mooie pleinen, Place des Cocotiers op kop en een goed voorziene groentenmarkt, om van de enorme vismarkt nog maar te zwijgen. En bezorgt ons een cultuurshock.

Place Cocotiers.


Het enorme aantal verkeerslichten, met lichten voor voetgangers ! Het verkeer, vreselijk druk. De vooral blinkend nieuwe auto's razen in drie rijstroken voorbij....stoppen echter als je, één voet op straat, een poging tot oversteken doet, zelfs waar geen zebrapad voorhanden is. Vreemd Europees.
In Vanuatu zagen we de wegen ingepalmd door lange kolonnes busjes, vaak aftandse exemplaren. Verkeerslichten ? Nooit van gehoord !  Voetgangers ? Een exotisch ras waar je absoluut geen rekening mee dient te houden.
Een andere wereld.


De marina verwent ons met gloeiend hete douches, waar je wel uren onder zou willen staan. Free wifi die enkel “buiten in de kuip” te ontvangen is en ook niet echt snel blijkt. Het gezellig-populaire café  “Au bout du monde” aan het eind van de steiger en … een misselijk makende rioolgeur. 
O ja, en vanmorgen een heiige lucht veroorzaakt door de rook van de bosbranden in Australië, die tot hier waait, dat wil Météo Nouméa ons toch doen geloven.

Toch wordt deze marina onze thuis voor de volgende maanden. Na het uitgebreid opmeten van de maten van Jakker, krijgt ze plek "A 12" aan de passantensteiger toegewezen. Het heeft allemaal met het cycloonseizoen te maken en met het feit dat we niet in de clinch zouden raken met stagen en zalingen van ons buurschip. Er staan veel gegadigden op de  lange wachtlijst voor een plekje aan de passantensteiger maar wij reserveerden al in mei. Deze haven, bomvol met lokale jachten, heeft de reputatie van een gerenommeerd hurrican hole. (= cycloon veilige plek).

Het plan is : zoveel mogelijk rondzeilen in de lagune als het weer het toelaat. Zoveel mogelijk eilandjes en ankerplekken van Grande Terre verkennen. Bij cycloondreiging snel terug naar onze ligplaats.
We zijn daarmee al goed begonnen. Twee nachten brachten we door aan een “corp mort” (boei) bij Ile Larégnère. Eén van de vele marine reservaten dichtbij het buitenrif.  Wandelen kan, op een afgebakend pad. We zien de “tractorsporen” van een schildpad op weg om eieren te leggen, het kronkelspoor van een slang, een groot zeearend nest met twee rondvliegende tiener arenden.
De ruwe, droge, scheefgegroeide struiken getuigen ervan,  de natuurelementen hebben hier vrij spel. 

Ook wij genieten weinig beschutting, er komt tijdens de nacht bovendien een zuid-west  “houle”  (deining) opzetten van 1,5 m waardoor Jakker aan het korte touw van de mooring rukt als een bokkend paard. Veel succes met slapen !
In alle vroegte, we zijn toch wakker, steken we terug over naar het vasteland. Daar kan je zoveel ankerbaaien vinden, die krijg je nooit allemaal gezien. De zeekoeien zijn niet op de afspraak.

Maar het rif lokt en als de wind mindert, wagen we ons, enkel voor de dag, naar Ilot Signal. In de vorige eeuwen gebruikten zeemannen dit eilandje als navigatie hulp, om de passe de Dumbéa, naar Nouméa te vinden.  Een fransman richtte er een 10 m hoog baken op, nu opgeknapt tot een soort witgekalkte zuil.
Ook hier unieke, droge begroeiing die men wil sparen met de aanleg van houten paadjes.
Maar vooral het snorkelen, dat is voor ons jé van hét. Grote vissen zwemmen tussen het grotendeels intakte koraal. Zoveel dikke baarzen zagen we niet meer sinds Fakarava. Twee schildpadden rusten, nauwelijks zichtbaar, op de bodem. Kleine haaien patrouilleren heen en weer.
Hier komen we zeker nog terug.


Voor de nacht pendelen we weer naar een rustige baai bij “Le Caillou” zoals men hier Grande Terre ook wel noemt en maken een mooie wandeling langs het strand met rotsige hindernissen. Het gras op de heuvels is bruin, cactussen en agaven verrassen ons. Het ruikt naar Corsica.

De vochtigheidsgraad is 51 %. De zweterige tropen zijn veraf.

 

 

Positie : Port Moselle Marina, Nouméa, Nouvelle Calédonie.

Dag 5. (van onze tocht naar Nouméa.)

Alweer gaat de wekker om 4 u. Met frisse tegenzin kruipen we uit ons warme bed en kleden ons aan. Het is de laatste week echt fris, je kan ons in de kuip zien zitten met lange broek, trui, sokken in crocs ! De ideale schoenen voor op de boot, trouwens. Antislip, kunnen tegen water en een stootje.
Wanneer hadden we voor het laatst nog zoveel kleren aan ? Ons normale bootuniform is eigenlijk : geen kleren.

Vlug nog een kop Vanuatu koffie, dat kan nog net.

We varen nu in de grootste lagune ter wereld, noord-westwaarts naar Nouméa. Rode en groene “vuurtorens” en boeien wijzen de weg. Makkelijk zat. We genieten van de zoveelste zonsopgang, zien de eerste zeilboten (sinds anderhalve week) op anker dobberen en kruisen zelfs een paar moedige collega's die ook al vroeg onderweg zijn.

 

Ilot Porc-Epic.

8 uur is het en we komen bij Ilot Porc-Epic voorbij, ook hier staat zo een groene vuurtoren neergepoot. Dat schiet goed op, nog zo'n tiental mijlen te gaan. We kijken elkaar tevreden aan.

Maar, hoor ik dat goed, klinkt daar “Jakker” door de VHF radio ? Dat kan toch niet? En roept het officiële reddingsstation MRCC NOUMEA ons op?

Toch wel, daar schalt het opnieuw : “ JAKKER, JAKKER, JAKKER  - MRCC NOUMEA, MRCC NOUMEA, MRCC NOUMEA “.
(MRCC = Maritiem reddings-en coördinatie centrum . Search and rescue. )
En of ze ons oproepen! Als we antwoorden, verzoeken ze ons een Zodiac met vissers te gaan redden. Die zwalpen zonder motor ergens ver achter ons op zee. Of we hen een sleep kunnen geven en naar de kant brengen. Via onze AIS (Automatic Identification System) kan MRCC precies zien waar we ons bevinden, zo een 4 mijl bij de pechvogels vandaan, beweren ze.

Geen denken aan dat je dit verzoek zou weigeren, assistentie verlenen dat móet je gewoon. Tuurlijk, zoeken we hen wel even. Stel je voor dat jezelf in nood verkeert...

Maar makkelijk gezegd. Eerst zie ik helemaal geen bootje. Dan een stipje heel in de verte op de horizon. Wij daarheen. Een visser in een aluminium bootje, maar hij heeft geen panne, verzekert hij ons.

Nog verder weg ontwaar ik, met de verrekijker, wat wel eens een rubberboot zou kunnen zijn. Een kwartier later bereiken we de Zodiac met motorpech en pikken zijn sleeplijn op. De vissers gebaren hoe we moeten laveren tussen eilandjes door, een paar graden naar stuurboord, een beetje meer bakboord, naar de plek waar zij hun boot te water lieten.

Op 5 m diepte maken we los, ze waaien nu zo naar de kant.

Anderhalf uur extra motoren en 9 mijlen heeft het ons gekost. Zij gebaren dat ze ons een fles gaan brengen, als we in de haven liggen ! Benieuwd !

 Op sleeptouw.

Die haven, Port Moselle, bereiken we om 12 u, twee uur later dan verwacht. Zonder probleem krijgen we een plaatsje aan de bezoekerssteiger. Eindelijk zijn we op de plek waar we 10 dagen geleden al hadden moeten afmeren. In de marina is inklaren een fluitje van een cent. Enkel captain Tony mag van boord (wij zijn in quarantaine) om de nodige formulieren op te halen. Die invullen is altijd een hele klus, ze vragen je het hemd van het lijf, maar we zijn voorbereid, moeten vooral “overschrijven”.
Van de vriendelijke Biosecurity man, die waakt over het niet-binnenbrengen van schadelijke “beestjes”, krijgen we 10/10. Weet hij veel dat alle groenten, fruit, aardappelen en eieren al lang opgepeuzeld zijn op onze verlengde overtocht ! Met zijn zware schoenen komt hij aan boord, neemt een kijkje in onze koelkast, knikt goedkeurend naar onze vuilniszak, zonder organische afval en na nog wat vragen verdwijnt hij naar de volgende boot.

In Port Moselle.

De markt van Nouméa.

Als binnen de 2 uur de douane beambten niet zijn opgedaagd, hoeven we niet meer te wachten. We mogen weg.
“Immigraties” komen morgen aan de beurt. Zal wel geen probleem zijn, Europeanen krijgen zelfs geen stempel in hun paspoort. Wij mogen hier oneindig lang verblijven, zolang we niet werken.
Een beetje wankel, na dagen op de boot, maken we een eerste wandeling door het koloniale Quartier Latin.

De straten zien er veel duurder uit, de auto's en huizen ook, bijna Europees, Mediterraan eerder.
Maar de hobbezakken waarin de vrouwen van Vanuatu zich hullen, zie je hier weer terug, zonder de grote opgenaaide zakken en met meer kant.

Allemaal te danken aan de missionarissen die de “onzedige” rieten rokjes verboden en deze grote tenten invoerden. Nu zweren vooral de oudere vrouwen overal in de Pacidic bij deze vreselijk onelegante kleren.

 

 De dames in Vanuatu.

 

 

Additional information