Positie : op de kant in Nouville, Nouméa.

Nee, dit is Noorwegen niet, maar de baai van Ile Nou, met cruise ship La Pérouse op anker.


Het wordt nu echt menens.
Zaterdagnacht, eigenlijk zondag om 0u55 vertrekt ons eerste vliegtuig (er volgen er dan nog twee) richting Tokyo.
Ons resten nog een paar dagen om de boot klaar te maken en onze tassen te pakken.
Het uit het water liften was alvast een fluitje van een cent. De mannen hier doen echt een tiental boten per dag, elke dag. Dat noem je ervaring.
Ze bezorgden ons een mooie plekje, beweerden ze zelf. Kan je van zo een plaats op beton van mooi spreken? Ok, het is niet middenin het parkeerveld voor boten, waar elke dag geschuurd, gespoten, geverfd wordt.
Zouden we hier minder stof “slikken” ?

Tony spuit het onderwaterschip schoon met een hogedrukspuit (een Kerchère = Kärcher, zoals dat hier heet ), die krijg je gratis als je antifouling koopt.
De kiel is flink verroest, een speciale behandeling is echt noodzakelijk. We zetten er twee lagen antiroest op.
Ook de, alweer, verroeste ankers nemen we onder handen.
De dieseltanks vullen we tot boven toe, zo kan er zich geen condens vormen.

In de kraan, 



Tony in actie met de "Kerchère". 

Het anker behandelen tegen roest.

Dan volgt een rollercoaster van opruimen, wegstouwen, organiseren. Schimmel in de boot probeer ik te voorkomen door her en der bakken azijn te plaatsen.

Extra taak dit keer : Jakker cycloonklaar maken, wij weten immers niet wanneer we terug aan boord zullen zijn. Het dek maken we volledig “rommelvrij”, dat werkje kennen we inmiddels.
De boot dient bovendien met naar maat gemaakte spanbanden (sangels) stevig verankerd. Je koopt ze bij Boniface in Ducos. Ducos , ik vertelde het al, het koopdistrict van Nouméa voor al je aankopen. Als je het in Ducos niet vindt, kan je het vergeten.

De dure sangels zijn aangebracht. 

Gelukkig huurden we een wagen zodat we wat mobieler zijn. Nouville, waar de boot op de kant staat, op het (schier)eiland Ile Nou, aan de andere kant van de stad, ligt ver van alles.
Ver van alles maar historisch erg belangrijk, dat ontdekken we nu pas .
Hier kwamen de eerste Fransen toe. Ze richtten er de eerste strafkolonie van Nieuw Caledonië op. Straffen en koloniseren, hun belangrijkste doelen.
Later moeten we dit plekje grondiger gaan ontdekken.


Een beetje historie. 

Voor het eerst in al die jaren hebben we serieuze financiële pech.
Betalen met kredietkaart lukt niet meer. Zelfs een lang zenuwslopend telefonisch gesprek, na veel wachtmuziekjes en nummertjes toetsen, met onze bank en Athos Wordline kan de kaarten niet tot leven wekken. Niemand kan ons zeggen wat er aan de hand is. We willen niet langer tijd verspillen, lossen dit probleem later wel op.
Reddende engelen Olivier en Daphné (sv Korrigan) staan borg bij Hertz (moet met kredietkaart) en schieten onze haven rekening voor door middel van betaling met een cheque, betaalmiddel dat in Frankrijk, dus ook in Nouméa nog algemeen gebruikt wordt.
De debetkaarten werken gelukkig wel nog, geldopname en kleinere bedragen betalen lukt.

We laten het niet aan ons hart komen, werken verder, steeds minder rustig naarmate de tijd vordert.
Zelfs op le 14 Juillet is er veel bedrijvigheid om ons heen op het terrein. Mensen profiteren van de vrije dag om aan de boot te werken.
De gietende regen van gisteren vergeten we maar vlug, vandaag schijnt de zon alweer.

Van thuis bereiken ons verontrustende berichten. België, vooral het oosten, verzuipt. Hoe gaan wij ons landje aantreffen?
En hoe zit het met covid en de maatregelen? Bepaald geen zorgeloze trip naar huis.

Op de valreep roept men ons op het covid certificaat te komen ophalen. Wij zijn bij de eerste reizigers die vanuit NC vertrekken met zo een certificaat.

Morgen nog het elektronisch PLF invullen om een QR code van België te ontvangen.
Nee, reizen is er niet makkelijker op geworden.

De volgende maanden zal het stil worden op deze blog. Enkel sporadisch zal ik wellicht nog wat nieuws brengen.
Je nood aan wat zeilavonturen kan je lenigen bij www.blowingbubbles.eu. Karen en Jean-Marc zitten op dit eigenste ogenblik ergens halfweg tussen Gibraltar en Lanzarote, voor hun eerste grotere overtocht, en alles is ok.


We zullen ze missen de wingkiters van Anse Vata. 




Positie : Baie du Carénage (nog een keer).

Zie je (in het midden) de hoge pin colonnaire uittorenen boven de palmboom ?


Ile des Pins”. Captain Cook, ja, die weer, heeft niet erg lang gezocht naar een naam voor het eiland waar hij in 1774, tijdens zijn tweede reis, op botste. Je kan echt niet naast de pins colonnaires of Araucaria columnaris op Ile des Pins kijken. Logisch die naam.
De endemische naaldboom, hij groeide ook al op het prehistorische zuidelijke continent Gondwana, wordt 60 tot 80 m hoog en steekt, als een opgeschoten, dun onkruid, hoog boven de toch ook al flink uit de kluiten gewassen palmbomen uit. Fascinerend om zien.
Stel je hier nu even de gigantische diplodocus, bronto- en andere saurussen, die 150 miljoen jaren geleden de aarde bevolkten, voor. Hun lange nek ontwikkelden ze om uit deze torenhoge naaldbomen grote stukken te happen, er hun enorme honger mee te stillen en energie op te doen.

Ook rond
“la piscine naturelle” vormt zich een rand van deze typische altijd groene coniferen. De toeristische boekskes zeggen : “Als je daar niet gezwommen hebt, ben je niet op Ile des Pins geweest !” Pech voor ons. Vorige keer in 2019 hebben we het natuurlijk zwembad niet gevonden. Dit keer moet dat beter kunnen.
We laten onze huurauto achter op de parking van Le Méridien. Het pad naar de pool zou goed aangegeven zijn. Maar waar we op de onmetelijke zee moeiteloos onze weg vinden, lukt dat hier op dit kleine eilandje niet. Als we al bijna een uur gelopen hebben, zonder ook maar een glimp van de pool, keren we, teleurgesteld en mopperend, op onze stappen terug, botsen daarbij op een gezinnetje dat naar la piscine op weg is. Zij kennen het geheim van de toegang tot het paadje, toegang die totaal geblokkeerd is door omgevallen bomen. Als je daar omheen klautert, is de rest een makkie. De meisjes tateren in rad Frans honderduit tegen mij. Mijn oma-status is overduidelijk, daar hoef ik niet aan te twijfelen.
En dan verschijnt daar voor ons de pool. Prachtige locatie, toegegeven. Alle, op Ile des Pins aanwezige toeristen, lijken hier vandaag verzameld. Valt reuze mee.
In de pre-covid tijd spoelden hier dagelijks massa's cruiseschip klanten aan, het natuurlijke zwembad gewoon verbergend onder een laag spartelaars met volle gelaatsmaskers.



Op weg naar La Piscine Naturelle. 

Lunch in Le Méridien. 


Le déjeuner reserveerden we in “
Le Méridien”, we hebben nog één en ander te vieren. Op het pad erheen verrassen een drietal prachtig blauwe vlinders, papilio montrouzieri, ons, ook weer endemisch in Nieuw-Caledonië.



Papilio Montrouzieri 

Onze terugrit staat in het teken van
de geschiedenis. Na Cook, de sandelhouthakkers, de protestantse en katholieke priesters die de welbekende “missionarissen soepjurk” voor dames introduceerden, werd Ile des Pins Frans gebied en deporteerde men de gevangenen van de commune de Paris hierheen.
De gebouwen van de bagne, waar deze mensen in erbarmelijke omstandigheden overleefden, zijn haast niet meer te betreden. We trotseren het 2 m hoge onkruid.
De watertoren heeft het overleefd, wordt onderhouden en doet nog steeds dienst.



Nog een must see :
Pic N'ga. De hoogste berg van Ile des Pins, 262 meter hoog. Peanuts zal je denken. Toch een stevige klim, over een erg rotsig pad en steiler dan we verwachtten. Maar het uitzicht is prachtig.

De
Kunié Sailing week van de Club Nautique Calédonienne zorgt tijdens ons eerste weekend in Kuto voor een toffe ambiance. 25 jachten, bemanningen en sympathisanten amuseren zich op het water en het strand. Zoveel volk zien ze hier zelden. Elke dag zeilwedstrijden. Er komen zelfs vijf authentieke, in de Baie d' Upi gebouwde, “outrigger” pirogues opdagen voor hun eigen wedstrijd. Jammer, het weer is somber en er valt een lichte regen.



Lokale pirogues.



De caboteur brengt de broodnodige bevoorrading. 

Dinsdag, als de race terugkeert naar Nouméa , zien we de wedstrijdboten even van dichterbij. Eén meisjesboot spotten we, gesponsord door Dove.

De rust keert weer. Terug naar ons bootleventje : de prachtige natuur bewonderen, wandelen, kletsen met buurboten, we krijgen er niet genoeg van.
We maken kennis met Pierrette en Fabrice, kwieke zeventigers die in de baai van Ouao op hun Bénéteau wonen. Nemen ons vast voor hen daar te bezoeken.

Als er harde wind en hoge golven worden aangekondigd, houden we het hier voor bekeken. Vóór we terugkeren naar Nouméa, maken we nog een omweg naar Baie du Carénage om ons mentaal voor te bereiden op de stad, de klus van het Jakker op de kant zetten en onze vlucht naar België.

De, op elk moment van de dag vlak achter onze boot opduikende, talloze schildpadden, de schuwe dugongs en manta's, we zullen ze missen.

Vanop Pic N'ga.

De blauwe meisjesboot . 

 

 

Positie : Île des Pins.



Île des Pins, Baie Kanuméra, zicht op Pic N'ga (midden).

De “winter” komt eraan. Alhoewel je op 22° zuiderbreedte (dichtbij de Steenboks- keerkring) natuurlijk niet echt van winter spreken kan, vinden wij het toch sokken - lange broek - dekentjes tijd, vooral 's avonds en 's ochtends dan en als de kille zuidenwind blaast. Immers onze verwarming gaf de pijp aan Maarten.
De accu's vragen in deze tijd van het jaar meer aandacht. De zon die later opkomt, zo rond 6u30, heeft om 16 u ook al geen fut meer. Haar stralen vallen (te) schuin in, leveren veel minder stroom dan wanneer ze loodrecht naar beneden branden.
We schakelen 's nachts de koelkast uit (onze grootste verbruiker) en houden zo de batterijen op 12,4 V.
Twee jaar oud zijn ze nu, weldra tijd voor (alweer) nieuwe . Als ze ergens allergisch voor zijn, is het wel voor tropische warmte. Hun positie naast de motor, verre van ideaal, doet er ook geen goed aan.


Winter, ook walvissentijd in de Pacific. Het eerste bultrug vrouwtje is al gesignaleerd in de Passe de Boulari (NC). Ze is vroeg. Voelde ze de drang om te bevallen? Want dat is wat ze hier doen. Dat, en ingaan op de acrobatische avances van de mannetjes en vervolgens zorgen voor nieuwe spruiten.
Binnenkort doorkruisen catamarans met geïnteresseerden weer de lagune op zoek naar “fonteinen” en buitelende dieren.

Wij werken verder aan ons record. Met gedroogde tomaten, augurken, olijven, soupe de poisson, groenten in blik en enkele verse tomaten, eieren, aardappelen, uien goochelend, improviseer ik erop los.
We zien de bodem van de koekjes trommel. Zelf bakken kan niet, het nog resterende meel verdwijnt in het brood. Custard heb ik wel nog, dus wordt het vanillepudding voor de zoete goesting.

Prachtige oeroude bomen, die ontsnapten aan de houtkap, zie je overal  in NC.

Vóór we Baie du Carénage verlaten, bezoeken we
het bad van “madame van de gouverneur.” Bij laag water kan je op het drooggevallen gebied lopen. Overal komt er warm water uit de grond. Je kan het wel 32 ° warme water voelen opwellen uit de kalkpijpjes.
Dat moet madame (we schrijven eind 19de, begin 20ste eeuw) op gedachten gebracht hebben. Ze liet een bad metsen en kwam hier heerlijk badderen in het warme water. Ik weet niet of er een gebouwtje omheen stond indertijd. Zou ze ten aanschouwe van iedereen, zoals toen gebruikelijk was in alles verhullende badkleding, geploeierd hebben?



Stel je hier madame van de gouverneur voor, prachtig decor, toch.

En dan, zomaar ineens, blijkt morgen wel een goeie dag om
naar Île des Pins (in Kanaky : Kunié zeg Kwênyii) te zeilen en de “rooie aarde baai met duizenden watervalletjes” van Prony vaarwel te zeggen. Vroeg vertrekken is altijd een goed idee. De eerste mijlen overbruggen we met de motor. Als de wind komt opzetten, hijsen we genua en grootzeil en varen hoog aan de wind recht op het doel af. We halen vlot 6 knopen, ons onderwaterschip kreeg een natuurlijke poetsbeurt op het “zoete rivierwater” van de Baie du Carénage. Immers, zoet water, daar kunnen zeediertjes niet tegen.
Nauwkeurig tussen riffen en ondieptes door zeilend bereiken we, rond 13 u, het voorlaatste waypoint. Tijdens het laatste rak, pal in de wind, helpt de motor ons weer. Een half uur later plonst het anker in de wondermooie baai van Kuto, Île des Pins, “
l'île la plus proche du paradis ”, zoals hun slogan luidt..
Op ons log 30.015 zeemijl ! Mooi rond getal voor de elfde verjaardag van ons vertrek uit Zeeland !
Meteen dezelfde avond krijgen we, bij ons aankomstpintje, de subliemste zonsondergang “ever” aangeboden.



Vrijdag nemen we een kijkje in de kleine
kruidenierszaak op loopafstand. Je kan er je kont niet draaien, maar ze hebben alles wat een bijna lege boot nodig heeft, zelfs diepvries vlees en vers fruit.
Op de zaterdagmarkt willen we ook een kijkje nemen dus regelen we een taxi, want alle auto's op het eiland zijn verhuurd morgen.
We hebben te veel ervaring met kleine eilandmarktjes om hier bergen fruit te verwachten. Enkel wat passievruchten, kokosnoten, maniok, bok choi liggen op de tafels.
Steek de schuld maar op het huwelijksfeest van gisteren, giechelen de verkoopsters, duidelijk allemaal al wat ouder.
Het best gevuld is de bar, diverse koffiedames bieden hun pas gebakken cake aan. Je bent hier snel aan de praat. Met de dames achter de stalletjes maar ook met een Thaise die blij is wat Engels te kunnen praten.



Pas gisteren ontdekten we dat vanavond 25 zeiljachten, deelnemers aan de eerste Kunié Sailing Week, in Kuto baai zullen arriveren. Als we nu eens helemaal in het hoekje gaan ankeren, dan blijft er ruim plaats voor die boten. Toch. Nee, niet dus.
's Middags komt men ons vertellen dat we naar de zuidoostelijk gelegen tweeling baai moeten verkassen.
We zoeken ons een plekje dichtbij de champignonrots “Le Rocher” in Baie de Kanuméra. Le Rocher is tabu, heilig, het is verboden erop te klimmen.



Jakker naast Le Rocher. 

Prachtig ankeren is het hier tenminste tot de wind naar het zuiden draait en we wel terug moeten naar de drukke baai. Niemand kan ons verplichten op die hoge, oncomfortabele windgolven te blijven liggen.
Een vijftal keren hebben we nu opnieuw geankerd op Ile des Pins, dik tegen captain Tony's zin die altijd het zwaarste werk voor zijn rekening neemt.
Echter, de steeds opnieuw opduikende brede dugong-rug en de enorme, op een slordig tapijt lijkende, met zijn vleugeluiteinde aan het wateroppervlak plonzende reuzenmanta die we spotten op onze laatste ankerplek, maken veel goed. Als er ook nog een school dolfijnen vrolijk komt buitelen, kan de pret helemaal niet meer op.
Dan vergeet ik nog de talloze kop-boven-water-stekende schildpadden, deze lieve vriendjes horen gewoon bij het decor.

O ja, over ons record. Uiteindelijk overbrugden we 36 dagen zonder ook maar iets in te kopen of te krijgen. We waren dat helemaal niet van plan, kunnen dus nog langer indien nodig.

Hoeveel van deze "pins colonaires" zouden er op Ile des Pins groeien? Miljoenen !




Positie : Baie du Carénage.



Vechten om je staande te houden in het getijdenwater. 



De kleine wenkkrab houdt van deze omgeving. 


Hou je van records ? Wel, wij zijn bezig ons eigen record te verbreken. 29 dagen vandaag, het record “op Jakker overleven zonder inkopen doen.” . Net als tijdens een overtocht, maar dan gewoon ankerend op zovele plekken in de immense Baie de Prony. We hebben echt nog geen zin om terug te varen naar Nouméa.
Ergens verder weg heen zeilen, naar Ile des Pins of de Loyautés eilanden, lukt ons maar niet. Te veel wind, harde regen en de laatste verrassing : een enorme zeedeining van wel 5 m, naar ons gestuurd door een diepe depressie over de Tasmanzee. Je weet wel, die zee tussen Australië en Nieuw-Zeeland (genoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman) waar ook ons Nieuw-Caledonische weer gemixt wordt.

Te vroeg victorie gekraaid dus. Het slechte weer is niet over. Verdorie, we lijken wel in een iets warmer uitgevallen België verzeild geraakt. Triest, wit-mistig sluiten regenbuien ons in. Zijn we de laatste wezens op aarde? Rondom ons totale verlatenheid op het water. We liggen aan een boei in Anse Majic (Baie de Prony), één van onze favoriete wandelbestemmingen. Hier kan je het steile pad nemen naar Cap Ndua en het observatieplatform voor de walvissen.
Maar, stel je voor, op weg naar ons paadje, het klaarde even wat op, horen we het al. Er ruist een klaterend beekje ? Het wandelpad blijkt nu een riviertje ! Zonder natte moddervoeten kom je hier niet door.
Net voor een situatie als deze hebben we onze zeillaarzen, weliswaar ver weggestopt, zovele jaren aan boord bewaard. Een paar uur later stellen we blij vast dat ze niet lekken, dat ze bovendien lekker lopen. Die zeilerstheorie van “alle spullen weggooien die je meer dan een jaar niet gebruikt”, daar heb ik mijn bedenkingen bij. Toch maar niet te letterlijk nemen.



Die joekel van een depressie in de Tasman zee brengt ook krachtige westen en zuidwesten wind mee als die onder Nieuw-Caledonië doordraait. Een tegendraadse windrichting, een reverse.
De wind rond depressies draait hier trouwens andersom dan in het noordelijk halfrond, met de klok mee dus, wist je dat ?
Perfecte beschutting vinden we nu in de Baie du Carénage, een baai in de baai en ook nog eens een eind op een soort rivier. Het is hier gewoon binnenland, wel 5-6 zeemijl van zee verwijderd, van deining hebben ze hier nog nooit gehoord.

Een uitgelezen keuze aan hikes is in de aanbieding. Ondanks de zware regens en de doorweekte bodem voelen de hellende paadjes niet al te glibberig aan. Ik neem mijn stok mee, altijd voorzichtig, en grijp kleine boompjes ter hulp.
Overal zoeken stroompjes, riviertjes hun weg naar beneden. Die moet je oversteken, wil je ergens geraken. Dit keer gaan we niet op ons botten maar trekken we de crocs aan. Over stenen door het glasheldere water, heerlijk fris aan de voeten. We genieten als kinderen. Ook van de twin watervallen en het koude dompelbadje beneden.





Aan de strandjes en oevers verwonderen we ons over de hopen opgestapelde puimsteen .
Afkomstig van de vulkaanuitbarsting op Tonga twee jaar geleden? Heel wat zeilers in Tonga en Fiji rapporteerden toen dat ze geen water meer zagen, letterlijk in een zee van puimsteen voeren. Vreemd.

De regio van de rivière Carénage was oud bagne- en mijngebied, niet moeilijk er antieke overblijfselen, kabels, rails zelfs een stoomketel te ontdekken. Bij de ruïnes van gevangenis gebouwen, bakkerij, kerkhof verwijl je even in het niet zo fraaie verleden.
Gevangenen, aangevoerd uit Frankrijk, hebben er zwaar afgezien, in de houtkap en later in de mijnen.
Inheemse stammen zagen deze regio eeuwenlang als vervloekt, kwamen er enkel om stammentwisten uit te vechten. Hier woonde men niet.
Of waren de zware metalen in de grond, waardoor mensen ziek werden van het eten van hun geteelde groenten en het jarenlang drinken van het water, verantwoordelijk voor de uitgestorven, niet bewoonde hoogvlaktes.



Stenen gebouwen hebben de tand des tijds overleefd. Prison ? Munitiedepot ? 



Puimsteen voor het oprapen. 

Nu het water overal rondom ons klatert, is watertanks vullen een must. “Twee (of meer) emmertjes water halen.“. De drie “vaste” zeilers van deze baai, zij “wonen” hier zowat, staken de armen uit de mouwen en legden een leiding aan bij een bron, zo heb je water dat altijd snel “loopt”.
Iedereen mag zich bedienen. Alleen, rond het “kraantje” valt alles droog bij laag water enkel bij hoog water kan je gaan tanken. Tien minuutjes dinghy varen en je vult je jerrycans sneller dan in de marina en het water is veel lekkerder dan marina- chloorwater.

 

Tenslotte nog wat politiek nieuws. Op dit ogenblik wordt er in Parijs druk vergaderd. Verkozenen van Nieuw-Caledonië reisden op uitnodiging van president Macron en minister van Outre-mer Lecornu daarheen om te praten over de toekomst van het eiland. Een uitgebracht document verduidelijkt uitgebreid de gevolgen van respectievelijk een “oui” of “een non” uitslag voor de man in de straat. De vraag blijft onveranderd : “Wil je dat NC onafhankelijk wordt van Frankrijk? “.
Op 12 december 2021, zo is besloten, gaan de Nieuw-Caledoniërs naar de stembus voor het derde referendum. Daarna volgen er twee jaren van “overgang” wat de uitslag ook zal zijn. Het wordt weer spannend in NC.

Twee emmertjes water halen...op de prachtigste locatie.

 

 

Positie : Ilot Casy.


De waterval aan de ingang van Baie Uie zagen we nog nooit zo overvloedig. 

Mooier weer.
De meest natte zomer sinds tientallen jaren lijkt er toch eindelijk de brui aan te geven en maakt langzaam plaats voor een tropische winter : lees : een drogere, “koudere” periode met regelmatige, strakke zuid-oost passaat.
Boten, groot en klein, onder zeil of motor, komen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn. De grote lagune lokt.

Wij moeten echt eerst iets doen aan de enorme Neptunusbaard onder onze boot, die veroorzaakt zodanige wervelingen onder de romp dat Jakker langzaam is als een “sitting duck”.
Op een vroege ochtend, in Baie de Timbia, waagt Tony zich, gewapend met een brede spatel, in het 4 m diepe water. Loodgordel om, zijn ademautomaat via een slang verbonden met een duikfles. Zo kan hij snel doorwerken onder water, zonder telkens naar lucht te moeten komen happen. Het werkt ook veel rustiger, weinig gespat van zwemvliezen.
De tip van de haaienkenners in Fiji indachtig, trekt Tony een zwarte kap over zijn grijze haren. Heldere kleuren, zoals witte haren, worden door haaien veel sneller opgemerkt. En dat is wel het laatste wat we willen.

Deze keer mag ik niet meehelpen met krabben. Mijn dubieuze taak : haaienwacht houden aan dek, het water afspeuren naar een tijgerhaai. Bij alarm zal ik hard aan de slang in Tony's mond trekken, dat spreken we af.
Het blijkt allemaal niet nodig en na een uurtje hijst Tony zich terug aan boord, zijn duikpak overdekt met krielige “garnaaltjes”. Erg moeilijk te verwijderen, die krengen hebben overal klauwtjes. Ze haken zich aan mekaar vast en aan elk oppervlak dat zich daartoe leent. Richten zich op hun achterpoten op, zo lijkt het toch, een beetje als een bidsprinkhaan. Vreemde diertjes, die garnalen geraamtes. Ze intrigeren me.

Ik dus op zoek in ons off line wikipedia exemplaar (Kiwix). Ik ben tenslotte oma van “speurneus” Lyam ! En warempel, na wat pseudo-wetenschappelijk gespeur kan ik deze diertjes determineren. Ik denk dat Tony overdekt was met caprella mutica ofte Japanese skeleton shrimps (ik zei het toch : geraamte garnalen, in het Nederlands nog beter : spookkreeftjes), afkomstig uit Japan. Maar, en nou breekt mijn klomp, voor het eerst ook in Europa aangetroffen in Nederland, in 1995, op bouwelementen voor de constructie van de Oosterscheldedam bij het werkeiland Neeltje Jans (meegereisd met cargo schepen). In deze Engelstalige wikipedia vernoemt men zelfs de Vlaamse naam van dit specifieke spookkreeftje : macho-spook-kreeftje ! Macho omdat de mannetjes een harige borst hebben.
Weer wat geleerd vandaag. Dolgraag zou ik dit diertje aan kleinzoon Lyam tonen. Het samen bekijken, er ons over verwonderen.

Macho spookkreeftjes krioelen op Tony zijn pak.

Duidelijk een vrouwtje met eitjes. Zie de verdikking in het midden van haar lijf. 


Schoon schip gemaakt onder water, kunnen we opnieuw op pad in de lagune.
Nog steeds hangen er dreigende luchten en als je de, door de recente regens, diepgroene glans op de woeste bergen ziet, begrijp je plots helemaal waarom James Cook dit land Nieuw-Caledonië noemde (naar Schotland).



Met Jak naar het strand voor een wandeling. Groene bergen in de verte. Nieuw-Caledonië. 

Een reis naar dat oude continent, meer bepaald naar België, daar moeten we dringend werk van maken. Onze paspoorten dienen vernieuwd en dit kan enkel in ons vaderland. Dan komen vrienden met een auto goed van pas. Voor ons cruisers een zegen. Tegen een kleine wederdienst kan je hun auto af en toe lenen. Dat deden we vorige week nog een keer. Dank je wel, Olivier en Daphne.
We togen naar het bureau van Aircalin, de luchtvaartmaatschappij. Reden naar Nouville, waar zich het terrein bevindt om boten op de kant te zetten. Ook de Chantier Naval Neptune vereerden we met een bezoekje. Aan de andere kant van hetzelfde water, maar kilometers omrijden.
Dat allemaal om een eventuele vlucht naar huis te regelen en te onderzoeken hoe en waar we Jakker in “entrepôt” (in niemandsland, onder de hoede van de douane) veilig kunnen achterlaten, zonder dat we de dure taks op onze boot, voor een verblijf van langer dan een jaar, aan ons broek hebben.

Pas de soucis. Het komt in orde. We vliegen in juli naar huis en, kruis je vingers, in november hopelijk ook weer terug als na 31 oktober de luchthaven Tontouta opnieuw passagiers mag verwelkomen.
Quarantaine is dan niet meer nodig. Tenminste als de regering niet beslist de periode van sluiting van de luchthaven te verlengen.



Jakker in Baie Uie.

Alles geregeld, resten er ons twee maanden om nog wat te spelevaren.
Alhoewel, als je onze tocht doorheen het Woodin Channel richting Baie de Prony vandaag had gezien. Pfff, bepaald geen pleziertochtje. Korte , steile golven, resultaat van stroom tegen wind, bezorgden Jakker flinke klappen. De neus beukt in de golven, water sproeit over de boot heen, Jakker wordt als door een reuzenhand gestopt door die golven. We ploeteren zo voort tot we kunnen afvallen en we uiteindelijk in kalmer vaarwater terecht komen.
In de luwte van Îlot Casy wacht ons de beloning voor ons gejakker, de volledige rust. Hier kunnen we ons weer gaan uitleven in wandelen en heuvels beklimmen.
Of ik durf zwemmen ?? Ook hier zijn tijger haaien gesignaleerd ! Stom.

Al is het aanbod van groenten in NC altijd erg seizoensgebonden en valt de oogst van zowat alles tegen door de felle regens van de laatste tijd, slaagde ik er toch in lokale aubergines, tomaten, avocado's, manioc, aardappels en uien zelfs witloof, champignons, prinsessenboontjes en prei op de markt in Nouméa te pakken te krijgen. Meer dan 5 kg zoete lokale appelsienen van Dumbéa (NC) moeten ons van vitamientjes voorzien. Appels en peren van Australië vullen de fruitvoorraad aan.
Voor elke tocht hier in NC, moet je inkopen doen als voor een korte overtocht. Geen mogelijkheid om “onderweg” iets te kopen.
Maar nu kunnen we het wel een tijdje uitzingen zonder supermarkt.

Om te eindigen nog wat familie nieuws : sv Blowing Bubbels (met dochter Karen en JM) neemt het estafettestokje over van sv Temanu'a ( met zoon Bert en gezin). Karen vertrekt weldra voor een lange tocht, Bert eindigt zijn 2 jaar sabbatical in schoonheid op de Nederlandse wateren.

Lees hun blogs op www.blowingbubbles.eu en www.temanua-zeilt.be
Ons familie moto : iedereen zeilt.

 

 

Positie : Marina Port Moselle.

 

 Zo kan het ook zijn in Nouméa en dit nu reeds dagen lang. 

Abnormaal dit weer. Nooit zoveel regen gehad de laatste jaren. Zou La Niña er wat mee te maken hebben?”
Iedereen wil het wel over de regen hebben op dit eiland waar het prachtige weer vanzelfsprekend is.
Nu zíjn we officieel covidfree, de vier weken lockdown achter de rug, ook de vijf weken mondmaskerplicht, zitten we geplaagd met die bakken regen, regen, regen !
De ene tropische depressie na de andere trekt over ons heen.
Zaterdagnacht worden we een paar uur uit onze slaap gehouden door zware stormwind, gelukkig groeit die niet uit tot een cycloon.
We zitten nu al dagenlang binnen. Tijd zat om te schrijven, wist ik maar waarover.

Het was aan het einde van de periode van confinement dat het eerste slecht weer werd aangekondigd. Wanneer we nog even voor een laatste keer “zonder nat te worden” gaan wandelen, treffen we het havenkantoor eindelijk open. Een tijdelijk plaatsje in de haven is snel geregeld. Maar als we, met Jakker, op weg van net buiten de marina naar binnen motoren, houden de Gendarmerie Maritime ons aan. Of we onze “navigation” (van 5 minuten !) netjes geregeld hebben met de haven autoriteiten, of we dus een toelating hebben, varen is immers verboden.
“Hoezo? “ , komen wij uit de lucht gevallen. “Geldt dat ook voor een verplaatsing van een paar honderd meter ??? “ Jazeker. De gendarmes laten zich niet vermurwen en vertrekken pas als ik echt op de VHF de MRCC oproep.
Nee, die gaan niet over deze kwestie, maar geven me wel een telefoonnummer, waar ik meteen op een voice mail wordt getrakteerd.
Foert, hier in de havenmond ronddobberen, wachtend op antwoord, mag ook helemaal niet. Vooruit maar, naar ons plaatsje aan de steiger.
Er volgen nog telefoons en mails vóór de Affaires Maritimes ons uiteindelijk in een definitieve mail vragen te wachten tot morgen (?!), dan wordt de confinement vermoedelijk opgeheven en is deze hele procedure niet meer nodig....maar wat dacht je, dan liggen wij al lang en breed vast in vak A 20.
Bureaucratie ?!

Op een boot, in de regen gebeurt er niet veel noemenswaardig. Ik kan je enkel wat losse nieuwtjes brengen :
Napoleon vis Léon II (ongeveer 14 jaar oud) is niet meer. Dé ster van het aquarium van Nouméa overleed schielijk aan een infectie. Vorig jaar maakten we kennis met deze zestig kilo wegende bijzonder intrigerende vis met de bijna menselijke oogopslag.

Leon II. 

Vendée Globe race boot “Merci” arriveerde in Nouméa. De enige boot die niet terugkeerde in Les Sables-d'Olonne na een solo race rond de wereld, maar halfweg stopte, is nu een attractie in Baie de l'Orphélinat . De Franse schipper liep met pech Nieuw-Zeeland aan en besloot zijn reis te eindigen in Nieuw-Caledonië waar zijn lief werkzaam is als verpleegkundige en hij, Fransman, na een quarantaine, gewoon kan wonen en werken. Zijn plan : in plaatselijke scholen en verenigingen vertellen over zijn zeilavonturen, zo mensen warm maken voor het zeezeilen.


Politiek zit er weinig schot in de verkiezing van de nieuwe president voor Nieuw-Caledonië. Afgezette president Santa doet voorlopig gewoon verder en velen (vooral loyalisten) vinden dat het goed is zo.
Vorige week hebben de Indépendantistes het derde referendum aangevraagd. Maar ook de “Etat” (Frankrijk) toont initiatief en nodigt de verschillende Nieuw-Caledonische partijen uit naar Parijs voor een diepgaand gesprek.

De overname van de nikkel fabriek is eindelijk een feit . Prony Resources bestaat uit een consortium van Nieuw-Caledonische investeerders, o.a. de eigen werknemers (51%), de Zwitserse multinational Trafigura (19 %) en een derde investeringsmaatschappij (30 %). Tesla gaat de boel technisch ondersteunen, de nikkel is veelal bestemd voor de batterijen van hun elektrische wagens
Iedereen lijkt akkoord en de wegblokkages, rellen en opstandjes zijn bedwongen.

En interesseert je dit : de zomersolden zijn hier met een paar weken verlengd wegens de lockdown.

Ideaal weer om de mooie oude Bernheim bibliotheek in Nouméa te bezoeken. 

Dan is er het nieuws van het overlijden van prins Philip in Engeland.
Niet enkel Engeland rouwt. Ook op Tanna, het prachtige vulkaaneiland in Vanuatu, rouwt een dorp om zijn overleden messias : prins Philip.
Als ik de foto's zie, zit ik zo terug onder de enorme banyan bomen op het veldje bij de vulkaan .
Zo een verering is niks bijzonders op dit eiland waar diverse “cargocults” beleden worden.
Zo heb je er de John From cult. Tijdens WO II beloofde ene “John from America “ terug te komen met een boot vol met hulpgoederen voor de arme bevolking.
Zij bidden nog steeds tot hem en wachten.
Wat zeilde ik graag terug naar dit eiland. Als dat eens kon.

Morgen halen wij onze tweede covid prik en laten we hopen dat we dan eindelijk weg kunnen uit de marina. Al begin ik nu al te beven bij de gedachte dat we dan onder water moeten om op zijn minst de schroef te poetsen. Met dat, tot een klomp aangegroeide, ding kunnen we echt niet sturen. De haaien, zouden ze er nog zitten?

Maar zie hoe de bomen zich herstellen. Zoek de verschillen !

 

 

Positie : vierde week confinement in Nouméa (Baie de l'Orphelinat).






De vernis pot bovengehaald.

De aanvankelijke lockdown van veertien dagen, al een keer met een week verlengd, gaat nog een week door. Er is immers een paar dagen geleden weer één positief lokaal covid geval opgedoken. Dus besliste de “president van lopende zaken” (men raakt het niet eens over de keuze van een nieuwe president) samen met de hoge-commissaris (Frankrijk) nog een extra week aan de lockdown toe te voegen, doel : opnieuw een covid free Nieuw-Caledonië !

Ons goed nieuws : wij hebben alvast onze eerste Pfizer vaccin prik gescoord. Enkel een kwestie van bellen, afspraak maken en een week later de drie kwartier naar het “centre de vaccination” stappen voor de injectie. Makkelijk.
16 april krijgen we de tweede prik.


Gedwongen om meer tijd aan boord te blijven, dan klussen we maar. Schuurpapier bovengehaald, verfborstels en de vernispot. Resultaat : overal in de boot weerkaatst het verblindend zonlicht in de prachtig gelakte vlakken. Voelt goed.

Maar op de blog heb ik ook nog wat werk. Het volgende tekstje was al klaar vóór cycloon Niran roet in het “posten” kwam werpen.
Ruim een maand na het gebeuren lees je hier een verhaal dat ik liever niet wilde vertellen.

In Australië, ja, daar gebeuren zulke dingen. Het nieuws wordt breed uitgesmeerd, gaat de wereld rond. Maar hier in Nieuw-Caledonië toch niet ?!
Beide landen grenzen aan de Koraal Zee, klopt. Maar ondanks het feit dat jullie thuis ons wellicht ergens vlakbij Australië, in dat verre werelddeel Oceanië plaatsen, ligt er toch meer dan 1400 km water tussen beide landen.

Wel, hier is nu ook het onnoemelijke gebeurd. Een man is dodelijk gebeten door een haai.
Het gebeurde niet zomaar ergens op het buitenrif ver weg. Nee, de 57-jarige man, een “plaisancier” zoals wij, bloedde dood in wat je wel dé populairste weekend bestemming voor bootjes en jachten groot en klein, voor zonnekloppers en families van Nouméa kan noemen : Îlot Maître. Strandeiland, kiters eiland, thuis van het Hilton resort, de prachtige snorkelplek op 3 mijl van Nouméa, in weekend en vakanties bezocht door honderden mensen heen en weer geracet door talloze taxiboten.
Tijdens gewone weekdagen één van onze favoriete bestemmingen. Slechts een paar voetbalvelden groot, het omringende rif tien keer uitgestrekter.
Een paar dagen geleden hebben we er nog uitgebreid gezwommen, gesnorkeld in het door opgewoeld zand (er staan meestal nogal hoge windgolven), troebele water. We merkten toen nog op dat we van geluk mochten spreken dat hier blijkbaar geen tijgerhaaien kwamen. De witpuntrifhaaien die we vaak ontmoeten, rekenen we niet bij de gevaarlijke. Hun gedrag kennen we.
Hoe onnozel kan een mens zijn ?

Het ochtendnieuws maandag maakte met één bericht een gruwelplaats van deze favoriete snorkelstek. Een setting zo uit Jaws geplukt.
Achteraf kan je je voorstellen dat een haai met slechte bedoelingen, gelokt wordt door het watergespat van tientallen mensen, voor hem de gedragingen van even zovele hulpeloze dieren. Gelokt door het geluid van motorbootjes en de drukte die dat met zich meebrengt, vergelijkbaar met een grote school opgejaagde vissen, zenuwachtig uit het water springend, rond elkaar heen schietend.
Een voor geluid, geur en trillingen zo gevoelig dier móet daar wel eens gaan kijken.
Ze staan geboekstaafd als gevaarlijk voor de mens, mede door het feit dat ze van ondiep, troebel water, riviermondingen houden, plekken waar mensen, kinderen baden.
Men weet bovendien dat ze alles-eters zijn. Men vindt autobanden en andere rommel in hun maag.

Autopsie neemt alle twijfel weg, een tijgerhaai van 4 m doodde onze “collega booteigenaar”. Een beet van 36 cm in zijn been, de rechter beenslagader doorgesneden zonder het bot te breken.
Onze vrienden, het Frans-Canadese gezin op de kids-boat Korrigan zijn nog steeds getraumatiseerd, zij waren getuigen van het gebeuren.


Foto uit de krant. 

Ilot Maître in betere tijden, toen er van haai aanvallen nog geen sprake was. 

Wat kon de burgemeester van Nouméa anders doen dan beloven dat men dit dier opsporen en doden zal? De Province Sud gaf haar toestemming. Later horen we dat er wel 8 tijgerhaaien gedood zijn in de buurt van Nouméa.
Een triest lot voor deze met uitsterven bedreigde, ondanks alles, prachtige roofdieren.

Hoe komt het dat ze zo agressief zijn, dat de laatste tijd het aantal aanvallen toeneemt? Want je moet weten, dit is niet het eerste geval. Reeds in Fiji vernamen we het verhaal van een meisje dat door een haai gedood werd in de marina. De voorbije maanden zijn er twee snorkelaars en een duikster gebeten en noteerde men drie merkwaardige verdwijningen van getrainde zwemmers. En dan is er nog het teruggevonden harnas van een verdwenen kitesurfer.

Treft de vele hobby-speervissers schuld ? Of de mensen die etensresten overboord gooien? De mensen die hun gevangen visje schoonmaken in het zeewater achter hun boot? Of is het vervuiling van de lagune? Wie zal het zeggen?
Feit blijft : wij zijn ons vertrouwen in de lagune kwijt !
Als tijgerhaaien in de buurt van Nouméa opduiken, kunnen ze wel overal in de grootste lagune ter wereld rondzwemmen. In één klap is ons paradijselijk tropisch zwembad een gruwelijke poel geworden.
Onder een stralende zon lokt het mooiste, warme zwemwater, slechts één stap overboord verwijderd. Kunnen/durven we die stap nog te zetten?

Voorlopig is dit, door de lockdown en het verbod op watersporten, nog niet aan de orde. Maar als de lockdown ooit eindigt, móeten we ons onderwaterschip poetsen. De ganse romp zit onder de zeepokken en kleine garnaaltjes nu onze anti-fouling al lang verdwenen is. Onze Jakker zal niet meer vooruit te branden zijn.
Hoe gaan we dat aanpakken?
Karen zegt dat in het water gaan met duikflessen veiliger is. Dat je je groot moet maken ingeval van confrontatie. Dat je heldere kleuren in kleding en zwemvliezen moet vermijden. Opvallend witte haren zijn al voldoende om “haai-aandacht” te trekken, daarom moest Tony in Fiji tijdens “het duiken met haaien” zijn haren onder een kap verbergen.
Mooie theorie allemaal! Stelt het me gerust? Nee.
Durf ik binnenkort het water weer in?
Ik vrees ervoor, vooral nu we gisteren een jagende tijgerhaai dichtbij de boot waarnamen. Te midden van veel water gespat en opspringende visjes zagen we alletwee duidelijk de gelijkzijdige rugvin. Het werd even stil in de kuip.

Nog steeds liggen overal jachten op de rotsen .  TC Niran is de schuldige. 

 






 

Positie : Baie de l' Orphelinat.

Een week geleden stond de wereld stil voor ons. Meer dan twee uur lang ondergingen wij en onze boot de mokerslagen van een helse oerkracht. De oerkracht van cycloon Niran.
Eerst stond er nog : “
vochten” we tegen een oerkracht. Maar van vechten kan geen sprake zijn als je machteloos bent als een vlieg tegenover een vastbesloten man met een vliegenmepper.
Hier is mijn relaas.

Boten zoeken een geschikt plaatsje op de Katiramona rivier (Païta). 

 

Laat de touwen het houwen ! Touwen houwen. Touwen houwen !
Aan deze mantra klamp ik me vast, terwijl rondom ons de hel maar blijft voortduren. Je kan gewoon niks anders doen. We proberen met de motor op volle kracht de kop van de boot op de wind te houden, de kracht op de touwen wat te verminderen, zonder succes. Die wind lacht ons gewoon uit. Wat denken die mensen wel? Kunnen ze zich mijn enorme energie, mijn gigantische kracht eigenlijk wel voorstellen? .

We hadden goed naar het weerbericht geluisterd, ons uitgebreid voorbereid. Het was tenslotte al de tweede keer op een paar weken tijd dat een orkaan onze richting uitkwam.
De storm zou deze keer van het westen komen. We beslissen daarom, bij nader inzien, naar de overkant van de rivier te verhuizen. Daar lig je achter de berg, in de luwte bij westenwind. Het is er bovendien 5 m diep. Geen kans de grond te raken. Jammer, maar dit betekende wel dat alle reeds gespannen touwen en de ankers terug los moesten. Weer moest Tony over wortels en takken klauteren, met het water vlak onder zich, eerst om touwen los te maken, dan om ze opnieuw vast te maken aan de andere kant.
Hij kiest niet zomaar de eerste de beste tak, dringt dieper het “bos” in om een geschikte, erg dikke stam te vinden.
Het aantal paalsteken dat we legden is niet meer te tellen. Paalsteken om touwen aan bomen vast te maken, paalsteken (met twee halve steken) om touwen aan elkaar te knopen. Vrijdag namiddag als de stroom kentert, brengen we de lijnen uit naar de overkant van de rivier, 70 m ver. We hebben twee zulke lange touwen (de aussières van vorig jaar in de marina). Het derde landvast aan stuurboord wordt een aaneengeknoopt geheel van wel vier kortere touwen, dat brengen we zaterdagochtend nog uit. Hiervoor pakken we, na wat aarzelen, toch onze huidige, in gebruik zijnde, genua schoten. Als ze modderig worden, dan is dat maar zo. Nu zijn echt al onze touwen “in touw”.
Eentje van die extra lange lijnen kunnen we met de lier flink doorzetten.
De anderen trekken we ook zo hard mogelijk aan, met vereende krachten. We weten immers dat touwen, vooral deze lange, enorm rekken.

Aan de oostkant van de rivier zit Jakker vast op de bodem bij laag water. Je ziet het voorschip boven water komen. 
De boot zou hier veel te harde slagen op kiel en mast krijgen bij golven. 

Aan de westkant is het 5 m diep ...



... en de berg beschermt ons voor westenwind. 

Buiskap, dekzeiltjes van de diesel jerrycans, reddingsboei en lijn, alles wat binnen kan, verdwijnt in het voorste toilet waar ook de genua ligt. We rijgen een touw rond de zonnepanelen en eentje rond de samengerolde bimini. Onze Jak leggen we dit keer langszij, halfvol met water zodat hij flink zwaar is.
Nu moeten we wachten. Klinkt makkelijk! Is het niet. Je stelt je vragen: wat kan er allemaal misgaan, hebben we echt al het nodige gedaan, vergeten we nog iets ?
Naar “www.windy” durf ik niet meer te kijken. Die vreselijk paarse en rode kleuren, ik wil ze niet zien.
Maar echt bang word ik pas als we op de radio vernemen dat alle vliegtuigen van Air Calin (de nationale vliegtuigmaatschappij) naar Australië vertrokken zijn. Normaal staan ze in hun loods, nu leek het toch beter ze te evacueren !?! Alle vrachtschepen, pilot- en andere werkboten zijn verplicht vertrokken uit de Grande Rade van Nouméa, moeten ergens een veiliger heenkomen zoeken. Men maakt de vergelijking met categorie 5 orkaan Erica uit 2003.
Komt er een twintigjaren storm? Totaal niet te vergelijken met TC Lucas van een maand geleden ? Dit klinkt allemaal erg verontrustend. Waren we toch beter om een plaatsje in de haven gaan smeken?

En dan plots is er geen tijd meer om te piekeren. Het is zaterdag 15 uur, de luchtdruk gaat in vrije val tot 978 hPa. De laagste stand op onze barometer. Men heeft in Nouméa 955 hPa opgetekend.
Buiten stuwt een hete luchtstroom voor het geweld uit. Dan begint het monster te loeien. Voor ons in de verte zien we grote witte wolken opstijgen, het rivierwater wordt gewoon omhoog geprojecteerd, de muur komt recht op ons toe. Ons stukje water verandert in een woeste, bruine zee met golven van 2 m. We zijn een speelgoedbootje in deze wind . Tony start de motor en probeert met vol gas, de kop op de wind te houden en de ergste spanning wat van de touwen te nemen. Lachwekkende poging. Hij bereikt er niks mee. De 70 m lange touwen aan stuurboord rekken zo ver uit dat ik vrees toch nog op de andere oever te belanden. De boeg wijst al die richting uit, we liggen schuin op stroom en wind. Jakker verdwijnt in een mist van opwaaiend zout water. De boot ligt scheef als onder te veel zeil, dan naar de ene dan naar de andere kant. Dingen vallen om binnen.
Toch willen we zien wat er gebeurt. Tony klampt zich vast aan het stuurwiel, ik piep boven de opbouw uit, probeer wat te filmen. Tot ik dat zelfs niet meer durf. Dan kan ik nog enkel bidden :” Laat de touwen het houwen.”
Anderhalf uur gaat dat zo door. Een eeuwigheid, erg cliché maar echt, zo is het.
Onze ogen prikken, haren, gezicht, armen, alles zit vol zout. Vorige keer zaten we binnen, het stortregende toen. Nu valt er geen druppel.

 

Het spektakel begint. 

 

Dan plots in een vingerknip draait de wind eindelijk naar het westen en liggen we achter de berg. Georges, op de boot voor ons, steekt in triomf de armen omhoog. Hij had dit zo voorspeld.
Nu krijgen de boten achter ons de volle laag, waait het witte water daar hoog op. Het brullende lawaai van wel tien startende Jumbo jets slaat ons murw.
De rollen draaien om. Nu kunnen wij, min of meer, toekijken. Het waait nog steeds 30 knopen maar ons lijkt dat een briesje.
Een uur later zijn we safe.
We zitten versuft in de kuip, de boot en wijzelf bedekt met een confetti van groene mangroven blaadjes, onze huid onder een zoutkorstje.
Na bijna 11 jaar cruisen keken we een zware orkaan in de ogen. In Nouméa heeft men tot 90 knopen gemeten (170 km per uur).

 

Twee onderstaande foto's tonen dezelfde plek achter ons, tijdens orkaan en een paar uur ervoor. 

 

De verbogen steun van de zonnepanelen. 

Touwen opruimen. Mijn haren nog duidelijk erg zout . 

Nu is de eerste opdracht : familie, vrienden thuis geruststellen. De berichtjes staan erg lang in de wachtrij vooraleer ze tenslotte toch “vertrekken”. Het mobiele net is overbelast.
Bang, bezorgd, slecht slapend, wachten onze kinderen op hun eigen boten onze bevrijdende boodschap af. We kennen het zelf te goed, het machteloze “duimen” als zij in zware weersomstandigheden zitten aan de andere kant van de wereld.

Alweer moeten we opruimen. Onze mooi gepoetste boot ziet er niet uit.
In “boekskes” voor mensen van onze leeftijd lees je : jullie moeten genoeg beweging krijgen, moeten verveling vermijden, een bezigheid zoeken.
Allemaal waar, maar nu ben ik toch even jaloers op die verveelde mensen.

Tony, die zonder twijfel altijd het meeste fysieke werk opknapt, wordt beloond met een opstoot van zona (herpes zoster). Stress en uitputting, geen goede combinatie. Vooral als je de ziekte al een keer doormaakte ben je erg vatbaar.
Een vaccinatie konden we bij ons laatste bezoek in België niet krijgen. Maar met de medicatie uit onze EHBO kist kan hij meteen een kuur beginnen.

Bij het wegvaren uit de rivier zien we meteen in de eerste bocht de grote aluminium Cigale (2,5 m diep) op de kant geworpen liggen. Hij kan, door zijn diepgang, gewoon niet verderop schuilen. Bij elke orkaan ankert hij op dit plekje. Cycloon Niran heeft hem op de knieën gekregen. Hij ziet er niet al te erg beschadigd uit, maar kan hier nu niet weg. Om los te kunnen komen, zal hij minstens moeten wachten tot er bij nieuwe maan en springtij meer water staat, binnen een week.

De Alubat Cigale aan lager wal. 

De rest van het verhaal ken je.
Volgende dag : Nieuw-Caledonië in lockdown en Jakker terug naar Nouméa. Langs heuvels die over grote stroken totaal bruin verkleurd zijn. Langs kleine, totaal vernielde sloppenwijken. Hun golfplaten huisjes gewoon plat tegen de grond, alle bezittingen verspreid. Nu plots naakt, zichtbaar voor ons. Vroeger, verborgen achter struiken en bomen, wisten wij van hun bestaan hier amper af.
In de baai van Nouméa bespeuren we met de verrekijker minstens 15 bootwrakken. De heuvels zijn bruin en kaal. Overal bemerken we huizen die we vroeger, door de begroeiing er rond, gewoon niet zagen.

Orkaan Niran laat ons allen verslagen achter.
“What doesn't kill you, makes you stronger !”, zullen we maar concluderen, zeker.  Zoals ook de Temanu'a crew besluit.  

 

De, na zovele jaren, eindelijk groene heuvels opnieuw bruin en dor. 

 

Positie : mouillage Baie de l' Orphelinat (Nouméa).

 

Weggewaaid ín Marina Port Moselle. 

Eerlijk, het wordt me allemaal te veel.
Ik kan niet meer volgen. De gebeurtenissen buitelen over elkaar heen.
De internet verbinding faalt na de doortocht van categorie 5 cycloon Niran.
Er is te veel op te ruimen. Altijd bezig, geen rust. 
Achter de laptop gaan zitten schrijven, ik kan het niet. Er zitten een paar onafgewerkte tekstjes in de pipeline, voor later. Eerst dit maar versturen. Het meest recente gebeuren.

8 maart, Internationale Vrouwendag. Voor mij, sinds “mensenheugenis” : Tony's verjaardag. Om 5 u ben ik al in de weer in de kombuis. Een lekker vers broodje, veel meer heb ik niet om hem te verrassen, na onze angstige orkaanbelevenissen.
Het nieuws van 6 u zet meteen een domper op de feestvreugde. Nieuw-Caledonië gaat vannacht, na één jaar, opnieuw in confinement. Hoe is het mogelijk?
Er zijn 9 positieve covid-gevallen ontdekt !
Via de bubbel die NC deelt met Wallis en Futuna (twee kleine Frans overzeese eilandjes) sloop het virus binnen. Omdat er meer Futuna- en Wallisianen ( zeg je dat zo? ) in NC wonen en werken dan op hun eigen eiland, is het heen en weer een druk komen en...vliegen. Ongelooflijk, maar deze mensen ontsnappen aan de ultra strenge quarantaine maatregelen, de strikte tests die alle andere reizigers hier moeten ondergaan.

Confinement, lock down, zoals vorig jaar dus. Enkel noodzakelijke verplaatsingen zijn toegelaten, 1km van huis mag je nog 1 uur gaan wandelen per dag (steeds de correct ingevulde verklaring en identiteitskaart op zak hebben), scholen dicht, evenals horeca en niet-essentiële winkels, watersporten verboden, alle bewegingen van boten op de lagune verboden. Bovendien, dat is nieuw, vanaf zaterdag moeten we verplicht overal een chirurgisch mondmasker dragen.

Leuk verjaardagscadeau voor Tony ! We krijgen dus geen chill-pauze in de mooie Baie Maa, moeten snel terug naar Nouméa vóór de Zuidoost passaatwind (pal tegen) te hard gaat waaien, zo rond 10 u.
We wilden nog gaan wandelen hier.
Verwonderd, de frisse, alles overheersende “eucalyptusachtige” geur van miljoenen uitdrogende blaadjes nog wat langer inademen.
De enorme ravage van kapotte bomen op het strand, die we door de verrekijker kunnen waarnemen, van dichtbij bekijken.
Helaas, kan niet. We moeten terug.

Alles stopt hier. Jullie in België kennen dat. Wij waren het al vergeten.
In Nouméa aangekomen, besluiten we de kat uit de boom te kijken. Zoals elke goeie zeiler kunnen we lang overleven vóór echt alles opgegeten is. We willen zeker niet in de enorme files gaan staan voor de supermarkten. Ook hier doen ze het weer : vechten om toiletpapier, pasta en rijst.

 

Place des Cocotiers .

Majestueuze bomen volledig verdord.

De "frisgroene" struiken vóór het marina kantoor. 

We gaan wel nog even wandelen. Zien de schade door orkaan Niran aangericht aan bomen en planten overal in de stad. Omgevallen bomen en takken. Amper nog groene blaadjes, alles doods bruin alsof er vlakbij een gigantisch vuur brandde.
Nee, de blaadjes zijn niet weggewaaid, ze hangen bruin en dor nog aan de takken. Enkel palmen en koloniale pijnbomen ontsnappen eraan.
Ik zoek dit fenomeen op.
Blijkbaar heeft de enorme witte, zoute nevel (zeewater tientallen meters hoog in de lucht geblazen) die de ganse stad omhulde alle blaadjes in een oogwenk gedood. Net nu alles eindelijk ongewoon groen was door de zware regen van de laatste maanden.
Ook op de heuvels overal in Nieuw-Caledonië zie je grote “verbrande” stroken waar de zoute wind het hardst raasde.
Vreemd fenomeen. Ik lees dat men na zware orkanen in de Carieb, waar alles nog veel tropisch groener is, dit bruine landschap vanuit de ruimte kan waarnemen.

De volgende twee weken moeten we ons dus bezig houden aan boord. Geen probleem. Klussen zijn er genoeg. Ons dek ligt nog altijd vol vieze touwen, blaadjes, takjes overal.
En ik kan eindelijk werk maken van de beloofde, achterop geraakte, dramatische verslagjes.

Ook deze heuvel was prachtig groen. De flamboyant op de voorgrond, grijs nu. 


Additional information