Positie : Munda, Agnes Gateway Lodge (Salomonseilanden).



Het slonzige, bedrijvige Noro vóór ons. 

Inklaren.
We schrikken een beetje als de customs officer ons vanop hun open motorboot toeroept dat ze later terugkomt, want nu op weg zijn naar een cargo schip. Officer Martha, we leren haar later beter kennen, heeft een uitgesproken rode mond, tanden, lippen en gehemelte. Even vergeten, betelnoot kauwen is hier hot, iedereen doet het, jong en oud, man en vrouw. We zullen moeten wennen aan die “vieze” gewoonte, waarbij het geproduceerde rode speeksel overal op straat uitgespuugd wordt en fel rode vlekken achterlaat, maar erger nog de tanden (slokdarm en wat nog meer?) van de verslaafden totaal ruïneert.
Als de douane officieren inderdaad terugkomen, is het te laat. Het is dus ok als we morgen (helemaal tegen de regels) gewoon zelf naar immigraties, biosecurity en customs stappen en de papieren in orde brengen.
Daar zijn we de volgende dag meteen drie uren zoet mee. Maar alles verloopt in een gemoedelijke sfeer. De kantoren zijn dicht bij mekaar. En de rekening voor immigraties valt met 144 € erg mee. We mogen nu drie maanden in de Salomonseilanden blijven.
Hoe de eilanden aan die naam komen? De Spaanse ontdekker, Alvaro de Mendaña, overtuigd als hij was dat men hier veel goud en edelmetalen zou vinden, noemde de eilanden naar de rijke, veel goud bezittende, Bijbelse Koning Salomon. Vandaar.

Nog snel langs Telekom voor een simkaart en credits voor data en net voor de stortbui zijn we terug aan boord. De regen blijft ons achtervolgen !



De kade met onder de paraplus de vismarkt. 

Noro.
We liggen in het hart van de bedrijvigheid in Noro vlak tegenover de markt en de aanlegsteiger voor de vele ferry bootjes die met mensen en goederen van de ontelbare eilandjes in de buurt komen. Boten mét en kano's zonder motor.
Wij zijn hier binnengeglipt via een gedynamiteerd gat in het rif, rond een aantal bommies slalommend en liggen nu rustig, geen swell.
Slechts twee keer krijgen we bezoek van woodcarvers waarvoor de Solomons zo bekend zijn en die kost wat kost een beeldje willen verkopen.

Tussen de buien door verkennen we Noro, schuifelen rond in de propvolle, donkere Chinese winkeltjes, de manager steeds op een verhoogje alles in de gaten houdend. We inventariseren wat er te koop is. Weinig ! Geen chocola, geen koffie(wel pakjes 3 in 1 – oploskoffie mét melk en suiker), geen blikjes enkel tonijn, geen havermout, geen kaas, geen krenten, geen gedroogde bonen... Musi Boko waar we met het busje heengaan, heeft iets meer keuze, maar ook hier valt de oogst tegen. We hebben nog een flinke voorraad van alles, maar ooit raakt die op.
Op de markt is wél genoeg te krijgen, tien keer goedkoper dan in Nieuw-Caledonië én beter van kwaliteit. Er zit meer volk àchter de kraampjes dan ervoor en iedereen is even enthousiast want we zijn van België en ze weten hier alles over soccer. In één klap gaat iedereen voor ons land supporteren. We zien een taxi met Belgische vlag, volgens het principe : iedereen laat duidelijk blijken wie zijn favoriet is.
Als Tony ook nog een aantal jerrycans diesel is gaan kopen, aan de prijs van 1,6 €/l. kunnen we vertrekken. Naar Lola island, in Vonavona lagoon, dat moet erg mooi zijn.
De voorbereiding heeft ons een avondje gekost. We hebben geen blitse interactieve cruising guide meer met al de waypoints, zoals in Vanuatu en Nieuw-Caledonië. Nee, hier moeten we het doen met “mud charts” (zo noemt men de, vele jaren geleden met de hand getekende, kaartjes) en de onontbeerlijke, feilloze satelliet kaarten.



Een feestje van de tonijn fabriek, de enige grote werkgever hier.  



Jakker midden het ondiepe water.

Vonavona lagune.



Op weg naar Vonavona, een huisje langsheen de Diamond Narrows. 

In drie uur leggen we de afstand naar Lola eiland af. Zigzaggend tussen koraalriffen, over een ondiepte van maar 3 m, een grote U bocht makend zodat we het Zipolo Habu resort al lang zien liggen vóór we er echt geraken.
We brengen daar een paar leuke dagen door. Drinken pintjes aan de toog met de weinige weekendgasten. Praten met Amerikaanse eigenaar Joe van Seattle en zijn vrouw Lisa. Wandelen het wilde jungle pad waar we een tiener kokosnootkrab opschrikken. Ze zit nog in de heremiet-fase, de fase dat deze met uitsterven bedreigde grootste heremiet krabben hun achterlijf met een schelp beschermen.



Opgeschrikt door onze aankomst, schudt de kokosnootkrab haar schelp af. 


Lola island.


Aan de toog.



Krokodillen kan je hier overal ontmoeten. Dit is ons eerste, onschuldige, exemplaar ! 

We bezoeken Skull eiland waar de schedels van chiefs van honderden jaren geleden in schrijnen bewaard worden. Je kan duidelijk de gaten in bepaalde schedels zien, geen twijfel over hoe die aan hun einde kwamen. Op dit eiland komt men de goden nog steeds om gunsten, zoals een goeie visvangst, smeken.



Skull island, links. 




Positie : Lola Island Resort

Vóór ik verderga met verslagjes over ons verblijf in de Salomon eilanden, zet ik eerst deze online. Onze belevenissen in de laatste en mooiste eilanden van Vanuatu, Vanua Lava en Ureparapara.  Onze 6 dagen (en nachten) tocht naar Salomon staat daar nog voor. Met de hulp van Karen gepubliceerd. Kan je er nog aan uit ? 



Na regen komt zonneschijn, en twee Franse jachten. 



Ook het bevoorradingsschip komt aan. 


Verzuipen.
Midden in een diep lagedruk systeem, een regelrechte depressie, en dan bedoel ik niet enkel buiten de boot, doen we ons uiterste best de sfeer er in te houden. Het giet al onophoudelijk twee dagen én nachten. We verzuipen echt in zoveel water. Regenwater opvangen, we zijn ermee gestopt want er rest ons geen enkele bus of fles meer om het in op te slaan. Je zou voor minder...ja, wat eigenlijk? In het water springen ? Iets anders valt er helaas niet te verzinnen.
De hevige “windbulllets” (plotse harde windkanonnen die van de bergen neerdonderen) houden zich vandaag tenminste wat in.
Maar wie weet wat er nog komt ? De perfecte Digicel 4 G verbinding heeft ook de pijp aan Maarten gegeven. Batterijen van de antennes verzopen ? Geen mogelijkheid voor de zonnepanelen om ze, zonder zon, te laden?
Het, met de radio binnengehaalde, weerbericht vertelt ons dat de depressie nog helemaal over ons heen moet met wind draaiend via noord en west naar de normale zuid oost passaat, die deze tijd van het jaar toch al uitgeput lijkt.
Er zit niks anders op dan wachten. Ik weet heel erg veel klusjes te verzinnen maar laat daar nu altijd elektriciteit mee gemoeid zijn (werken op de pc, naaimachine klusjes) en dan zegt mijn kapitein : “Njet, niks daarvan, spaar de batterijen maar, straks werkt de koelkast niet meer. De zonnepanelen leveren nu geen stroom. We zullen zeker drie uur moeten motoren om batterijen te laden.” Een podcast luisteren kan nog net. Touché van Friedl' Lesage is nu onze favoriet.

Uitklaren in Sola.
Als er plots twee zeilboten uit de regen opdoemen en daarna warempel de zon komt piepen, lijkt het einde van onze lijdensweg in zicht. We verhuizen de volgende mooie dag allemaal naar hoofdstadje Sola. Zij willen wat inkopen doen want ze vertrekken richting Australië en wij moeten vooral uitklaren bij Customs. Maar de customs officer die hier werkt, zo verzekerde men ons in Luganville, is vertrokken en zijn vervanger nog niet toegekomen. Oeps, probleem.
Oplossing : de “man” van Financiën zal ons helpen. Hij is zo onzeker dat hij tientallen telefoontjes pleegt. Twee voormiddagen zijn we zoet met wachten op telefoons, e-mails en bevestigingen. Maar hij krijgt het rond en we zijn good to go. Tussendoor stortregent het ook alweer ongenadig in Sola, dat aan de verkeerde kant van de berg gelegen is.
Meteen stromen overal beekjes waar je over en doorheen moet. Naar de winkel bijvoorbeeld om dan te ontdekken dat ze bijna volledig uitverkocht zijn.
Wij dachten dat het in België kan regenen.
Snel weg hier naar de westkant van Vanua Lava, op naar Waterfall Bay.



Sola, uiterst links het bankgebouw. 



Er wordt aan de weg gewerkt. Tony inspecteert ! 




Bedrijvigheid op het strand. 



Zo koop je hier spinazie, 2 kg aelan kabis. 



Verpakt in een bananenblad. 

Waterfall Bay.
Twee brede watervallen donderen vlak naast mekaar wel 30 m naar beneden. Daar onder in de woelige pool proberen we tevergeefs tegen de felle stroom in te zwemmen. Het koele water sleurt je zonder genade richting zee. Immers, de watervallen bevinden zich omzeggens op het strand. Uniek.
Je hoeft eigenlijk helemaal niet in het water om af te koelen, zonder ophouden omhult een ferme wind je met een frisse nevel. Het water druipt van je gezicht. Heerlijk bij deze gevoelstemperatuur van 36°.

Meteen na onze aankomst in Waterfall bay (what's in a name) nodigde Pattison (die ons kwam bezoeken met zijn outriger kano) ons uit om te komen badderen. Met de flinke branding op het strand, moet je je moment van landing met de dinghy goed kiezen. Maar het lukt. Daarna volgen we het pad, we hoeven enkel richting “gebulder” te lopen. Het dorp is uitgelopen om naar de witte mensen te komen kijken. Anne Marie, zus van Pattison, met zoon Gregory en baby vertellen ons weetjes over het dorp en de mensen.
Nog een snel stromend, diep riviertje oversteken dan kunnen we in het frisse water zakken.
We doen die tocht een paar keer per dag, kunnen aan dat verkoelende water niet weerstaan.





Met Anne Marie, Gregory en baby. 

Ruilen.
Pattison brengt ons de gevraagde groenten en fruit al de volgende dag. Maar ook zijn vader, Patrick, zus Anne-Marie en father Nickson komen langs. De ene wil in ruil voor het fruit grote haarspelden voor zijn vrouw, de ander visdraad en haken of een speargun, rijst, suiker, lucifers... Aan alles is een gebrek. Het bevoorradingsschip komt niet zo vaak. Zelf naar Sola stappen (waar de winkeltjes ook quasi leeg zijn) via een rotsig pad kost hun al snel 4-5 uur. Triest. Snap je nu waarom ze maar steeds langskomen om te babbelen en dingen proberen af te bietsen?

Het is tijd om verder te zeilen want het rustige water wordt steeds woeliger. Een vreselijke stortbui jaagt me uit bed om 2 u 's nachts. De 8 l waterfles is op een paar minuten vol. Snel plaats ik een grote jerrycan onder de tuinslang. We zullen niet omkomen van de dorst.
Zoals steeds gaat de felle regen gepaard met sterke wind. Wind recht op de kust gericht. Weer een keer liggen we aan lage wal te stampen. Van slapen komt niet meer veel. We houden het vol tot 5 u als het licht wordt, halen het anker op en varen weg. Gelukkig namen we van de twee andere boten gisteren afscheid en kwam chief Nickson ons een Farewell song zingen en ons een veilige reis wensen.



Pattison en dochtertje Zunilla. De pikinini moeten altijd mee om te hozen. 


Al het geruilde fruit afspoelen. 



Fathers kano repareren. 



Prachtige Waterfall Bay.

Ureparapara, ankeren in een ondergelopen krater.
Het vulkaan eiland in de verte lokt ons in het vroege ochtendlicht. Wij zijn niet de enige vroege vogels, opnieuw laat een vis zich verschalken. Een rainbow runner, zal later dé visser-begeleider van de vis charter boten van Lola Island bevestigen. Moeilijk voor ons deze vissen van de Stille oceaan te identificeren.
Snel inhalen en met de fishbully uit zijn miserie helpen.



Ureparapara, daar gaan we heen. 


Eerst nog een visje vangen. 



Toegang tot de krater. 

En dan lopen we de enorme vulkaankrater al binnen. Spectaculair. Hoge, loodrechte, groene vulkaanwanden, helemaal rondom even hoog, enkel een brede opening naar zee.
Biedt wel beschutting maar ook hier kan swell staan. Het doet ons denken aan de enorme Ngorongoro krater in Tanzania die we in de jaren negentig bezochten.
Chief John (een jonge chief, er zijn er hier 7) komt ons de beste ankerplek wijzen. Het ritueel van voorstellen wordt afgewerkt. Hoe heten we, waar komen we vandaan, eerste keer in Vanuatu , hebben we kinderen, kleinkinderen….willen we fruit ? Hebben we nieuws van in de wereld? Op zijn beurt vertelt hij over zijn familie, waar hij precies woont.
Later komt zijn schoonbroer chief Frederic, de grote (kleine) chief die ons later een rondleiding geeft in het echt wel mooie, grote dorp. Hij vertelt van de twee rivieren, eentje voor de mannnen, eentje voor de vrouwen. Samen gaan baden is tabu.
Eind november verwachten ze een cruiseschip . Ze bereiden dus kastom dance voor en weefklassen. Frederic zoekt ook nog een naam voor de les die hij wil geven in traditioneel koken met traditionele gebruiksvoorwerpen, net zoals de voorouders het deden. Tony stelt Cooking Museum voor.
De kapotte Yamaha buitenboordmotoren kan Tony jammer genoeg niet zo meteen herstellen. Ze dienen helemaal uit elkaar gehaald te worden, zitten vast door corrosie. Zo is het met alle toestellen die ze kopen en niet behoorlijk kunnen onderhouden en wegstouwen. Bosmaaiers, boomzagen het belandt na een tijd allemaal op een niet meer te herstellen stapel.




Chief Frederic en Tony. 



Aan kapotte Yamaha's geen gebrek. 



De mooie keuken van Melodie. 

Rouw.
Als we de volgende dag opnieuw naar onze afspraak in het dorp roeien, is alles merkwaardig stil. We zien mensen samen onder een boom, heel ingetogen zonder het gezellige gebabbel en gespeel van kinderen zoals gisteren. Er is een vrouw overleden. Het dorp is in rouw. In een dorp van 300 mensen heeft dit overlijden een grote impact. Iedereen kent haar, is familie van haar. Ze doen alle ceremonies nu. Het afleggen, de dienst in de kerk, het graven van een graf op het kerkhof, ze wordt immers namiddag nog begraven. We condoleren hen en verdwijnen daarna stilletjes naar de boot, willen hun niet storen. De rouw zal een paar maanden duren, weten we, zonen zullen hun baard laten groeien, dochters hun haren niet knippen.
Zo verlaten we dit dorp de volgende dag in mineur. Geen dansen en muziek voor ons.
We ruilden wel genoeg fruit en groenten voor de komende 6 dagen op zee.


 

Positie : Noro, Western Province, Solomon Islands.

Dag 6, dag van de tegenvallers, maar toch één grote meevaller.
Onze laatste nacht, we zijn opnieuw aan het motoren, krijgen we wat fikse regenbuien over ons heen. Tot nu kenmerkte prachtig weer dag én nacht onze tocht. Nu pakken zware wolken samen, de wind OP KOP neemt toe. Vlug moet alles binnen, de bimini houdt niet alle regen tegen. Tot overmaat van ramp geeft Jefke (onze stuurautomaat, weet je nog?) er de brui aan. Waarom gebeurt dat steeds op de meest ongelegen momenten, in het donker, tijdens een bui?!

Ik weet nog van niks. Tot Tony mij wekt, mij even wakker laat worden en dan aankondigt dat ik zal moeten sturen ???!!! Even wennen dit. Zo gekluisterd zitten aan het stuurwiel. Maar een uur later komt hij mij al aflossen. Zo gaan we door tot het licht wordt en we een laatste nietsontziende bui ondergaan.

Dan breekt de zon door en zien we de pas van Munda Bar vóór ons. Het is nu half negen 's ochtends. Spannend, we hebben geen exacte waypoints maar daar zien we de geleide palen al. Die palen houd je in één lijn, zo zit je precies op koers over de drempel, die op het ondiepste punt 6,6 m meet.
Ook de rest van de mooie route langsheen eilanden en dicht beboste oevers is met staken aangegeven. Zo komen we via de Diamond Narrows, een prachtig diep maar smal uitgesneden soort dal in de baai van Noro.
Langs een met explosieven gemaakte doorgang in het rif en Tony zijn “oogbal” gidsen, dan links, dan rechts, bereiken we een soort dieper bassin recht tegenover de markt en de levendige aanlegsteiger voor alle lokale motorbootjes en dugout kano's.
De vele kleurige figuurtjes op de kade, de wuivende mensen in hun kano's onderweg op het water, die sfeer staat ons meteen aan. Maar we mogen nog niet aan land, eerst maar eens proberen contact te maken met de autoriteiten om in te klaren. De gele quarantaine vlag wappert in het want. 

Positie  : 09°11,53 Z  158°13,54 O

Dag 5, dag van de vergeefse zeilpogingen en de onderwater vulkanen.
Hier zijn er nogal wat en we varen er mooi rond ondanks het feit dat ze diep onder ons zitten te borrelen en je er nu niks van merkt.

De wind speelt een spelletje met ons. Steeds laten we ons vangen, het gaat harder waaien  (we maken natuurlijk ook zelf wind : het “fietseffect”) we trekken de zeilen hoog, beginnen te zeilen en prompt neemt de wind terug af en laat ons aan een slakkengangetje van 2 knopen verder sukkelen. Even genieten we van de heerlijke stilte om dan maar weer verder te jakkeren...op motor.  Dit is onze slechtste zeildag tot nu.
In alle vroegte halen we de laatste jerrycans van dek en vullen de mazouttank bij. Een evenwichtsoefening op die nu toch weer fel bewegende boot. Maar zonder fuel geraken we er deze keer niet. Het kost ons een aardige duit. Gelukkig mochten we in Nieuw–Caledonië taksvrij tanken, een gedeelte van onze diesel is daarom goedkoper. Maar onze voorraad terug op peil brengen zal pijn doen want ook hier zijn de dieselprijzen erg gestegen.

Positie  : 10°02,49 Z, 160°11,91 O

We wisselen wachten zodanig dat ik ook eens de zon zie opkomen. Tot nu had ik altijd de hondenwacht 1 u – 4 u en dan slaap je rond sunrise.
Zonsopgang, hoe vaak je het ook ziet, het blijft magisch.
De donkere wolken die er 's ochtends soms hangen in de verte, worden meteen stuk gebrand.
Vanaf gisterenavond zijn we nu onafgebroken aan het motoren. Zoals elke zeiler houden we daar absoluut niet van, maar het is niet anders, zeilend-dobberend zouden we wellicht meer dan 3 weken nodig hebben. Totaal niet te vergelijken met een snelle 3 weken zeilovertocht 
Rond de middag, mijn broodje is net gebakken (ook dat moet gebeuren), geeft de landwind ons volle 2 uurtjes zeilplezier voordat onze Volvo Penta het weer moet overnemen. We zijn dat lawaai zo beu !

We varen nu ten zuiden van Guadalcanal. Zou een belletje moeten doen rinkelen omwille van de grote rol die dit eiland speelde tijdens WO II in de strijd in de Pacific tegen Japan.
Ik zie in mijn hoofd films over die oorlog, dramatische landingen met amfibies, ontelbare dode jongens meteen al op het strand en later in de vreselijke jungle. Ik zie de ontploffingen en dichte rook. De bodem van de zee ligt bezaaid met vliegtuig- en scheepswrakken. Iron Bottom Sound...niet zomaar een naam.

Om 17 u heb ik aan de radio op 8752 Mhz afspraak met het South Pacific Net . Ik rapporteer dan dat we onderweg zijn naar Noro, welke onze positie is en nog wat bijzonderheden. Zo weten toch een paar mensen waar we precies uithangen...just in case.

Positie  : 11°03,26 Z 162°08,01 O.

Dag drie en eindelijk, eindelijk waait er een gunstig windje rond de Jakker. Eentje uit de goeie richting, wat meer dwars, soms zelfs scherp aan de wind, lees nog net te bezeilen. Met 10-12 knopen wind kunnen we al wat ! Al zullen we geen race winnen, de crew op Jakker is blij want de motor kan voor langere tijd uit. (Hout aanraken !).
Mijn verjaardagswens is vervuld.
We hijsen de twee zeilen, want als er genoeg wind staat, slaan en klapperen ze niet meer zo, zetten ons achterover en genieten.

Op nacht drie verscheurde het AIS alarm plots de stilte. Er passeerde een cargo op 2 zeemijlen van ons, in de tegenovergestelde richting.We zijn dus toch niet moederziel alleen op weg.

Positie  : 11°42,66 Z 163°42,31 O.

Mijn verjaardag vandaag en ik heb maar één wens. Een beetje meer wind en niet zo pal van achter maar meer dwars. Is dat zoveel gevraagd? Een snelheid van 5 knopen in de goeie richting . Please ! Want zoals we nu zeilen schieten we San Cristobal eiland straal voorbij.
Maar het mag niet zijn. Ook vandaag motoren we meer dan de helft van de dag én nacht.
Om dit te kunnen blijven doen, legen we 4 van de fuel jerrycans die aan dek staan (dit is 85 l.)  in de dieseltank. Een moeilijke evenwichtsoefening op het rollende dek.

Het goeie nieuws : het is stralend weer, enkel wat passaat wolkjes in de verte, geen squalls, geen hoge golven, geen regen.

Positie : 12°40,25 Z, 165°39,009 O.

Ons laatste beeld van fascinerend Vanuatu : de met water gevulde vulkaankrater ( 1 km breed) met de loodrechte groene wanden, achter ons, en heel in de verte op het zwarte strand een sliert felgeel-groene figuurtjes, de kinderen in hun kleurig schooluniform op weg terug naar huis.
Vaarwel vriendelijk Ureparapara !
De verhalen over onze laatste ankerplekken in de Banks eilanden houd je tegoed, als we weer internet hebben.

We motoren de pas uit, komen op een windstille zee die toch behoorlijk golft.  Balen !
Alle voorspellingen beloofden ons dit weer, maar we kunnen niet langer op wind wachten, onze visa zijn verlopen. We kunnen maar beter snel aan het geschommel, waarvan we op anker al een voorproefje kregen, wennen.
Niks bijzonders te melden en na een paar uur, wij zijn 's namiddags vertrokken, valt de duisternis. De halve maan vormt het eerste deel van de nacht een mooi “bootje” aan de hemel.
Slapen valt beter mee dan we gewoon zijn tijdens de eerste wachten en de wind wil ook wel meewerken nu, zodat we kunnen zeilen. We lopen weliswaar maar 4-5 knopen maar wat een rust nu de motor uit kan.
Het is beter als we niet té snel gaan, anders komen we in het weekend aan en moeten een boete betalen voor het weekendwerk van de ambtenaren.

Positie : Sola ( Vanua Lava )

Langsheen de westkust van Gaua, White Rocks.

Net zijn we weer, erg timide dit keer, begroet door de families van een volgend Bokrijk dorpje in Gaua. De father van de Anglicaanse kerk praat wat vlotter, makkelijker Engels en beantwoordt kort onze vragen, maar ook niet meer dan dat. Chief Clement en jongere (opvolger) chief Terry hebben duidelijk moeite met ons accent, bovendien hoort chief Clement niet zo goed, vermoed ik. We slagen er toch in wat te converseren en ze leiden ons rond in het dorp. Kopra is ook hier weer de enige bron van inkomsten. Eén keer per maand haalt het kopra schip de gedroogde kopra op, meteen kunnen de dorpelingen met het verdiende geld spullen zoals rijst en bloem, kopen. Chief toont ons de fundamenten voor een nieuwe kerk die ze bouwen uit betonblokken. Het schiet niet zo goed op, het bouwmateriaal komt slechts mondjesmaat toe. Maar er bestaat een heus bouwplan, zegt hij trots. Volgend jaar zal alles klaar zijn. Ik zie liever de kerk en huisjes van palmblaren, maar waarom zou je hier de mensen de vooruitgang niet gunnen?



Bokrijk huisjes .



Langs Tony de father, very casual ! 

Onder een boom zitten de vrouwen een beetje te giechelen. Ik denk plots aan de water music waarover ik las en die hier uit Gaua stamt. Ik vertel hen dat ik niet goed weet wat ik me erbij moet voorstellen en of ze het ons kunnen tonen. “Nee, te lang geleden dat we oefenden”. Die uitvlucht wil ik liever niet horen. Na wat aandringen willen ze het wel proberen, namiddag, als ze eerst nog wat kunnen oefenen.

Zo staan we dus nu aan de waterkant en voel ik me in een filmscène van Mutiny on the Bounty (denk ik), een kring Tahitiaanse vrouwen staat in de lagune op het water te slaan om zo de vissen naar het midden te jagen en ze vervolgens op te scheppen.

We zijn erg onder de indruk. 8 vrouwen, meisjes staan tot hun heupen in het water en “spelen” verschillende melodietjes door met hun handen op een bepaalde, telkens verschillende manier ritmes op het water te slaan. Ze scheppen, vegen, slaan hard. Zo maken ze verschillende tonen, daarbij ook een diepe bastoon waarvan we eerst dachten dat die door mannen gespeeld werd, op de kant. Geweldige ervaring. Zo gewoon even voor ons.

Ze vertellen me dat het begon als een manier om zich te vermaken, misschien tijdens het wassen van kleren bij de rivier. Honderden jaren al leren moeders het aan hun dochters. Ze hebben er nooit een ritueel of ceremonie van willen maken want dan zouden de mannen hun water music willen regelen en beheersen.
Goed gedaan meisjes !



De meisjes kunnen haast niet ademen tijdens de water music en het zoute water prikt in hun ogen. 



Zie je Jakker in de verte ? 


Ook wij doen het goed de volgende dag als we een skipjack tonijn vangen op weg naar Vanua Lava. Een bloederige toestand altijd zo een vis vangen, binnen halen en met de fish bully uit zijn lijden verlossen. Door het hevige spartelen hangt er overal bloed. Het is ook weer een “oh nee, nu toch geen vis" moment (zo noemt vriendin Birgit van Pitufa het ) want een vis vang je altijd op het slechts mogelijke ogenblik, als je een pas aanloopt, als het net donker wordt of het veel te hard waait.
Dit keer zit hij toch al in de emmer als we de pas invaren. Dit visje is bijzonder welkom, we leven al een tijdje als vegetariërs.




Subcategories

Additional information