Positie : Port Moselle (steiger A 32).

 

Stilte nà de storm.

Een gevoel van diepe opluchting neemt bezit van ons. Het is nog een keer goed afgelopen. Het beest, tropische cycloon Luca, trok woensdag over ons heen en liet onze boot onbeschadigd achter.
Wijzelf komen iets minder gehavend uit de strijd. Beurse spieren van het sleuren met de zware touwen en ankers, van het samenknijpen van onze billen, van het spannen van onze kaken. Hoofdpijn van de stress. Evenwel niks dat niet met slaap en rust opgelost kan worden.

Als Météo France Nouvelle-Calédonie de overtocht van tropische cycloon Lucas ergens tussen woensdagochtend en late namiddag vastpint, zijn we al op pad. Met onze aankomst op de rivier Katiramona bij Port Laguerre op maandagmiddag zitten we ruim op schema. Het springtij zorgt voor de hoogste rijzing van de volgende twee weken. Bij half tij moet er overal voldoende water staan om onze 2 m diepe kiel veilig te laten passeren (het stuk met minste diepte is 1,5m , er is een totale rijzing van 1,15 m). Dat hebben we een paar maanden geleden uitgetest.
Voor het gedeelte nog verder de rivier op hebben we een “track” van vriend Olivier.
Maar daar, in de bocht, gaat het mis. Plots geeft de dieptemeter 1,9 – 1,8 -1,7 m aan. Je kan het nauwelijks voelen, zo zacht, maar we zitten vast in de modder. Boten, vooral catamarans en monohulls met weinig diepgang, varen ons voorbij richting de smalle kreek verder stroomopwaarts. Dit is niet voor ons weggelegd. Toch te ondiep.

Het begint al goed, we zitten een eerste keer vast in de modder.

De ingaande sterke stroom duwt Jakker dwars en steeds verder naar de mangrove struiken. Dit begint al goed. Hier willen we niet zijn.
Pas als we de genua uitrollen, slagen we erin met de door de dwarswind hellende boot en flink wat gas, uit de modder en tegen de stroom in weg te komen. Terug naar af, ankeren we in de grote baai bij de ingang van Port Laguerre, waar we vandaan komen. Eerst maar eens een nieuw “plan de campagne” opstellen vooraleer we weer een poging wagen. Evenwel op de rivier daar moeten we zeker zijn.

We proberen nog het voorzeil af te halen. We zagen op onze reis al te vele onvrijwillig uitgerolde voorzeilen tot lange, smalle reepjes kapotgewaaid.
Het lukt ons echter niet, plotse windvlagen zijn veel sterker dan wijzelf.
We geven het op, krijgen de genua amper terug ingerold, forceren wellicht één en ander, horen een droge knal, vóór hij plots toch oprolt (dit krijgt later nog een serieuze staart! Even onthouden.).

Bij de aankomst van een orkaan begint het dagen op voorhand al hard te waaien, wolken pakken samen, het wordt erg grijs en regent flink. Dat maakt het voorbereiden er niet prettiger op.
Dinsdagochtend zodra het tij het toelaat (rond 10 u) gaan we opnieuw op pad. Wij, “bleutjes”, sluiten aan in het treintje van geroutineerde “mangroven schuilers”, die allemaal dezelfde route varen. Achter elkaar, meer ruimte is er niet.
Dit keer stoppen we vóór we het echt ondiepe gedeelte bereiken.
Met de sterke stroming op de kont kunnen we onmogelijk ankeren. We zouden meteen over het anker heen geduwd worden. Het zou zich niet kunnen ingraven.
Eerst omdraaien dus. Makkelijk gezegd. De slang van boten blijft achterop komen. We wachten het juiste moment af.
Als je terugdraait met de boeg in de stroom kom je op een moment dwars te liggen, het sturen wordt heel moeilijk. De stroom wil je boot gewoon zo dwars voortduwen. Maar Tony, geroutineerde stuurman, brengt Jakker met veel motorgeweld met de kop in de stroom. Snel anker uit in het midden van de rivier.
Geslaagd, we hangen vast achter het anker, in het midden van de 100 m brede rivier. Evenwijdig met de mangrovenbosjes (wat mangroven precies zijn, zoek je zelf maar even op) aan beide kanten. Eerste deel ok.

Volgende opdracht : zoveel mogelijk touwen vastmaken aan de mangroven stammen en wortels en Jakker in die richting trekken, weg van het midden van de rivier. De dure 70 m lange “aussières” die we vorig jaar verplicht moesten aanschaffen, komen nu goed van pas. Tony neemt in Jak het eind van zo een touw mee. Stuurt recht in de wortels. Moeilijk , de stroom sleurt hem gewoon mee, het motortje haakt achter takken en het touw trekt naar beneden, meegenomen door de stroming, zo hard dat het touw hevig trilt. Maak dan maar eens een stevige knoop ! De operatie lukt en zo hangen we weldra aan 5 touwen.

De 70 m lange aussières komen goed van pas.

Touwen vastgemaakt aan de mangrove stammen.


Achter en dwars van Jakker zet Tony een anker uit, met ketting. Ook niet makkelijk . De stroom zet hem weg zodra hij gas mindert, gauw anker, ketting en touw overboord. Maar zo komen de ankers toch niet precies terecht waar je ze hebben wil. Pech.
Later zal blijken dat de beide ankers loskomen en haast geen nut meer hebben.
We hebben nog een lange aussière maar zolang er boten langsvaren kunnen we die niet gaan vastmaken aan de verre overkant, onze bakboordkant. We zetten alles in op ons (loskomend) anker.
Pas als het bijna donker is , zien we onze achterburen nog bakboord lijnen vastmaken 100m ver aan de andere kant. Wij kunnen nu niks meer doen. We sjorden Jak vast aan dek. Overbodig, zal achteraf blijken.

Ik denk terug aan Fiji, hoor de havenmeester nog zeggen : “Geen touw mag ongebruikt aan boord blijven ! “ Die aussière ?!
We halen de bimini weg en controleren het dek. Klaar. De avond verloopt zoals gewoonlijk. We kijken een serie en gaan slapen. Het regende al van 's middags, nu giet het.

Om 2 u zijn we plots allebei klaar wakker. De wind fluit door het want. De stroming duwt de kont met de zonnepanelen in de struiken. De touwen kraken vervaarlijk. Het stortregent.
We móeten even poolshoogte nemen. Jas en lange broek aan tegen de muggen en naar buiten. Het goede nieuws : ons vooranker zit diep ingegraven. We trekken de ankerketting bij, lossen hier een touw, trekken er daar eentje aan. Liggen nu wat meer evenwijdig met de oever.
Zo móet het gaan. Wat later liggen we potvast met de voet van onze kiel een halve meter in de modder. Dat geeft toch een beter gevoel.
Klaar wakker drinken we nog een kop koffie...om beter te slapen ?
Nee, daar komt toch weinig van in huis.
Ergens in de ochtend komen we weer los van de bodem en drijven meteen richting mangroven. Als ik mijn hand door het raampje zou steken, zou ik zo de struiken kunnen aanraken.

 

Het water staat hoog tussen de mangroven wortels. Ik kan de takken haast aanraken vanuit het raampje in de salon.

Ons bakboord anker hangt slapjes in de dunne modder. Dit moest ons uít de struiken houden. Niet dus !
We hellen vervaarlijk over in de rukken, ons want en de zonnepanelen in de bovenste takken.
Zo gaat dat maar verder. Ik ben dankbaar voor elke adempauze, hoe kort van duur ook.
We balanceren zenuwslopend lang tussen hoop, als de wind even wat bedaart, en wanhoop, als er weer een aantal felle rukken elkaar opvolgen. Het krijsende lawaai is, onuitstaanbaar, de boot lijkt met kleine rukjes op te springen op de wind. We zeggen niet veel. Kijken elkaar veel betekend bang aan. Ik schrijf berichtjes op whatsapp en facebook, stel mensen hier en aan de andere kant van de wereld gerust. Realiseer me dat dit plots kan stoppen. Op de radio horen we immers dat de elektriciteit in bepaalde delen van Nieuw-Caledonië is uitgevallen, idem dito voor vaste en mobiele telefoon, wegen zijn overstroomd. Wij zijn zuinig met stroom, de zonnepanelen geven bijna niks nu.


Even een adempauze, de rivier staat al erg hoog en kijk eens naar die kleur. 


Woensdagnamiddag, na een aantal ondraaglijk harde windvlagen waarvan je denkt, kan het nu nóg harder, is het plots oorverdovend stil. Wij houden onze adem in.
Maar echt ! Lucas lijkt voorbij geraasd. Af en toe steekt er nog een windvlaag op, best hard, maar voor ons nu “een briesje”. Hoe hard het tijdens de orkaan waaide, zullen we wel nooit precies weten. Onze meter stond uit. Men spreekt van 50-60kn. 120Km/u.

We zakken weer zachtjes in de modder. Jakker ligt stil, we horen het prachtige geluid van tropische vogels, kunnen op beide oren slapen. De muggen blijven buiten.
Bij het krieken van de dag beginnen de wolken open te breken, het “stoomt” op de rivier, bruin water haast zich naar buiten, naar de lagune. Die zal voorlopig niet meer azuurblauw blinken.

Alles losmaken valt wel mee. Tony balanceert op de wortels van de mangroven, krabbetjes, met het meest prachtige fluo-blauwe rugschild, haasten zich weg. In de ketting van het bakboord anker zit een grote wortel-takkenbos vast. Als we die eindelijk losgemaakt hebben, langszij de boot, blijven grote, onmogelijk te verwijderen, bruinrode vlekken over. De enige getuigen van ons verblijf op de rivier. Dan reken ik even de kevertjes, miertjes, ontelbare blaadjes en takjes en de kleine gekko niet mee.

Rond de middag, het lijkt alsof er een sirene afging, zet de slang van boten zich in beweging. Het wordt een race “weg van de rivier”.
We laten ons anker net buiten de ingang van de baai Port Laguerre vallen. Het poetsen en opruimen kan beginnen.
Jakker heeft de orkaan doorstaan !

 

Takkenbos in onze ankerketting en tegen de romp.

Touwen terug losmaken.



Op een rijtje weer uit de rivier.

 

 

 

All well on board Jakker.
We survived TC Lucas in the mangroves of the Katiramona river (Port Laguerre -Païta) without damage.
It was a scary experience but also a lesson learned : how to moor your boat on a river in the mangroves.
We thank the trees and bushes that protected us with their gentle branches and roots.

 

Alles ok aan boord van Jakker. 
We overleefde cycloon Lucas in de mangroven van de Katiramona rivier (Port Laguerre - Païta) zonder schade. 
Een "bangelijke" ervaring , maar we leerden ons lesje : hoe hang je je boot vast in de mangroven. 
Bomen en struiken van de rivier , we danken jullie voor de zachte behandeling/bescherming van Jakker. 

Een langer artikel volgt. Zo veel te doen ! 

 

 

Positie : Îlot Maître .

Va'a training rond Jakker. 


Jean-Marie Tjibaou.
Van zodra je Nieuw-Caledonië bezoekt en je wat over de historie leest, duikt die naam op. Een naam die blijft hangen. Tjibaou, ooit burgemeester van Hienghène, bekende leider van de “indépendantistes” van het FLNKS in de woelige jaren zeventig en tachtig. Voor de enen een heilige, een martelaar, voor anderen veel te mild. De man van de “Akkoorden van Matignon” (1988). Akkoorden tussen indépendantistes en loyalisten (Frankrijk getrouwen) die voor de broodnodige rust en vrede zorgden in het toen door bloedige moorden, rellen en opstanden geteisterde land.
In 1989 werd hij, samen met zijn rechterhand Yeiwéné Yeiwéné, vermoord door een Kanak die het duidelijk niet eens was met zijn politiek. Dit gebeurde uitgerekend op de éénjarige herdenking van de 19 doden van Ouvéa. 19 Kanaken die stierven tijdens de bevrijdingsactie van door hen in grotten gegijzelde gendarmes.
Tjibaou wilde de Kanaken meer bewust maken van hun eigen cultuur, kunst en tradities. Was van plan een grootst cultureel centrum op te richten voor dat doel.
Na zijn dood heeft het stadsbestuur daar werk van gemaakt.

Vandaag wandelen wij rond in dat wel erg speciale gebouwencomplex van “Le Centre Culturel Tjibaou,” ontworpen door de Italiaanse architect, Renzo Piano ( bekend van dat andere ontwerp : het centre Pompidou) . Italiaan maar hij laat zich inspireren door de grote Kanaky symbolen. Het centrum is opgebouwd rond 10 traditionele “cases”, typische Kanaken huizen, in symbiose met de natuur van het schiereiland Tia, even buiten Nouméa.

Cultureel centrum Tjibaou.

Je hebt het al door. We zijn weer in de stad. De trein van depressies , de harde wind, hoge golven dwingen ons naar de betrekkelijke veiligheid en rust op anker in Baie de 'l Orphelinat. Al zitten we soms opgesloten aan boord.

Bij de minste weersverbetering kan je ons in Baie des Citrons vinden. De place to be voor de inwoners van Nouméa. Kinderen spelen in het zand, sportieve volwassenen (zo zijn er nogal wat in Nouméa) joggen er, doen hun turnoefeningen of trekken baantjes (als er geen “alarme requin” is !).


We wagen ons zelfs aan een Tahiti Night in MV Lounge en wanen ons terug in Moorea.

Polynesische danseressen komen aan. 


Ook de mannen en vrouwen met hun va'a die elke ochtend en avond rond onze boot trainen, herinneren ons aan Frans-Polynesië. De grote, hierheen geïmmigreerde, groep Polynesiërs van vooral Wallis en Futuna brachten hun geliefkoosde sport mee.

Ben je nog geïnteresseerd in onze laatste waarnemingen onder water ?
We zagen :
– een zebra haai. Vreemde naam voor een haai met luipaardtekening. Hij heeft die zebrastrepen enkel als hij jong is.
– een 2 m grote zeebaars onder onze boot
– twee enorme roggen nieuwsgierig rond ons fladder-zwemmen, bij slecht zicht en in door hoge golven erg onrustig water. Tony lacht me uit, maar ik wil het graag weten : waren het koestaart roggen of gespikkelde waaierstaart-pijlstaartroggen ?

 


Rustende zebra haai. 


Het recente lijstje van dingen die de geest gaven aan boord :
– de batterij van onze Dyson stofzuiger
– de Pactor Modem om emails te sturen met de HF radio
– een Blue Tooth luidsprekertje.
Tenslotte lekt de zoutwaterpomp van de motor en de antifouling onder de boot heeft het opgegeven. Steeds vaker moeten we onze “onderwater-zoo” eraf krabben.

Voor het overige : all well on board !  Tenminste als we  niet te veel van dit weer voorgeschoteld krijgen.  Misschien bij de volgende depressie ?! 

 

 

 

Positie : Ile Uéré.

Gorgonen.

 Het is zomer in Nieuw-Caledonië. Het is heet. Ook het water is een stuk warmer. Plots hoeven we helemaal geen shorty meer aan om te snorkelen. We moeten ook niks “overwinnen” of moed verzamelen om in dat koude water te springen.
Integendeel. Minstens een paar keer per dag zwemmen we in ons blootje rond de boot, de beste oplossing om snel af te koelen. Omdat het ook vaak onweert, met flinke tropische plensbuien (die via slangen in onze watertanks terechtkomen), is er nu op Jakker aan (douche) water absoluut geen gebrek.
Hebben we dat aan La Niña te danken? Het zal wel.
Vorig jaar brandden, zoals in Australië, rond deze tijd, grote, bosrijke gedeelten van Le Caillou (Nieuw-Caledonië) dagen na mekaar. Het vuur doven bleek een hele klus.
Nu stralen de heuvels in de verte je frisgroen tegemoet.
Keerzijde van de medaille : in het noorden en oosten zijn stadjes afgesloten van de buitenwereld, niet te bereiken, doorgaande wegen overstroomd.


Berichten over erg onaangenaam, koud weer thuis, zware sneeuwval in Spanje, felle koude in Portugal bereiken ons. Ik heb met jullie te doen maar hier, bij jullie tegenvoeters, is het zomer. Bovendien tot half februari “grote vakantie” . Daar krijgen ook wij een vakantiegevoel bij. Alweer. Vooral op deze bestemming : het kalksteen-grotteneiland Ile Moro.
De onderwaterwereld aan de zuidkant van dit eiland kennen we nog niet. De houle (zee deining) en de wind gaan er steeds ongenadig ruw te keer. Nu even niet.
Christel vertelde ons van deze “verplichte” snorkeltrip. Ik vroeg nog : “Waar precies ? “
Wist ik veel dat die pracht zich langs de ganse zuidzijde van het eiland uitstrekt. Minstens een halve kilometer.
Waw. Onderwatertuin. Wilde koraaltuin. Hoe noem je dit?
Een wilde rotstuin, misschien. Heel veel kleuren, lage, dichte struikjes. Groen overheerst, maar er is ook diepblauw en fluo paars.



Kerstdag heeft een verrassing in petto. Als we de bocht nemen bij Ile Ndukue dobbert er al een boot. Een witte boot, met veel rode “accenten” . De Touché Rouge, vrienden van vrienden. Didier ziet in onze komst een teken. Nu móet hij de grote langouste die hij weet “wonen”, wel gaan schieten.
Maar dit prachtig beestje opeten? Erg jammer.
Lekker smaakt hij wel. Nee, niet op de BBQ, die hebben we niet. Chefkok Didier weet precies hoe je dat..euh..varkentje wast.


Florence en Didier moeten na het weekend terug aan het werk. Wij zeilen elke dag een stukje verder, zwemmen veel en ontdekken nog steeds nieuwe snorkel-koraalriffen.
De enkele rifhaai die we zien, vormt voor ons geen gevaar.
Toch voelen we ons niet meer zo op ons gemak als voorheen. Er is hier veel te doen rond de aanvallen van haaien.
In de omgeving van Nouméa en ook bij eilandjes in de lagune vielen tijgerhaaien mensen aan. Vorig jaar verdween een windsurfer nadat een haai in zijn nabijheid werd gezien. Men vond enkel zijn, nog gesloten, trapeze-harnas terug ! Ook snorkelaars blijken een dankbare prooi. Vaak worden ze in de bil gebeten, zoals de vrouw die met een research-team werkte dichtbij het rif.
Onlangs sloot de stad een paar populaire stranden omdat er haaien opgemerkt zijn.
Wij nemen ons voor goed om ons heen te kijken tijdens het snorkelen.

Nee, geen tijgerhaai, dit is een wit punt rifhaai.

Waakzaam (vigilant) moeten we ook blijven voor het weer. Met al die depressies die ons deel zijn, draait de wind soms plots west. Naar beschutting tegen die wind moet je echt op zoek. Die plekjes kan je op één hand tellen.

Dan heb ik het nog niet over de orkaandreiging. Als aanvulling op de onvolprezen weervoorspeller www.windy.com, haal ik dagelijks via de HF radio ook nog andere gribfiles voor ons gebied binnen. Daar kan ik de evolutie voor de volgende 16(!) dagen zien, volgens het Amerikaanse computermodel GFS. Vaak is dat model het totaal oneens met het meer betrouwbaar Europees model ECMWF , maar je krijgt toch een idee.
Eind januari zal de kans op orkanen fors toenemen, dat staat vast.
Dan komt het “treintje” van de MJO terug in onze contreien.
Probeer ik dit even simplistisch voor te stellen ? De Madden-Julian Oscillation (MJO) is een patroon, een soort samenspel tussen circulatie in de atmosfeer en tropische diepe convectie. De heren Madden en Julian hebben dit patroon herkend en uitgevogeld. Het patroon beweegt zich, daarom noem ik het een treintje, van west naar oost boven de tropische gebieden rond de aarde, aan een snelheid van 9-18 mijl per uur. Het patroon laat zich vooral boven de Indische en de Stille Oceaan gelden. Belangrijk : tropische cyclonen liften mee met dit treintje, dat hun de ideale brandstof voor hun motor levert.
Concreet : om de 30 tot 60 dagen kan je dat treintje weer boven je boot verwachten.
Het vorige MJO treintje bracht super cycloon cat 5 Yasa naar Vanuatu en Fiji.
Wij kijken dus met een bang hartje naar eind januari – begin februari, hopen aan een orkaan te ontsnappen. Want wat zeggen de Frank Debooseres van deze kant van de wereld : La Niña zou voor meer orkanen kunnen zorgen.
Wordt het je allemaal te veel, te technisch ? Vergeet dat laatste dan maar.
Maar voor ons is het wel de harde realiteit.
Duimen maar.

Toemaatje. Een prachtig gecamoufleerde sepia. Compleet met stekeltjes, om in de omgeving op te gaan. 

 

 

 

Positie : Îlot Tangue.

 

 

Laten we het voorbije ruige jaar 2020 snel vergeten, de mooie herinneringen opslaan en overstappen naar een lieflijk 2021.
Onze wensen voor jullie.

Lieflijke Frangipane. 

Over die laatste weken van dat rampjaar moet ik nog melden dat Nieuw-Caledonië ontsnapte aan de klauwen van super-tropische-cycloon Yasa.
Fiji daarentegen kreeg ze de volle laag. Grote delen van de eilandengroep zien eruit als oorlogsgebied. Er zijn jachten op de kant gegooid. Van één boot, Pantagruel, weten we dat hij gezonken is, in de noordelijke Laugroep, de bemanning gered.
En dit is nog maar het begin van het orkaanseizoen in het zuidelijke halfrond. .

Australië en Nieuw-Zeeland leveren de eerste hulpgoederen. De vereniging SeaMercy, d.i. zeilers helpen de plaatselijke bevolking, organiseert onmiddellijk gerichte hulpacties.
We wensen de bevolking veel moed om terug opnieuw te beginnen...alweer.

Zee veer.

Potlood zee-egel. 

 

Positie : Ilot Maître.


December. De vlammend rode flamboyanten bloeien overal op. De mango's zijn rijp.
Het is weer zover. In het zuidelijk halfrond komt het orkaanseizoen er weer aan. Ons zevende seizoen in dit deel van de aardbol.
Een La Niña periode beloven ons de weermensen bovendien. La Niña : net het tegengestelde fenomeen van El Niño.
Voor Nouvelle-Calédonie zou dat betekenen : meer maar minder hevige cyclonen, zo noemt men de orkanen hier.
Afwachten maar.
Nee, niet zomaar werkloos afwachten! Voorbereidingen treffen, plannen uitwerken, daar is het nu tijd voor.
Vorig jaar, toen we nog een veilig plekje in de marina bewoonden, volstond het de verplichte “aussières” (lange stormlijnen) veilig onder water te (laten) bevestigen.
Dit jaar hebben we, wegens de nog steeds niet voltooide marina-uitbreidingswerken, geen plekje aan de steiger. De vrouwen van het kantoor konden ons enkel een plekje geven op de lange lijst van kandidaat gegadigden

Eerste taak : op zoek gaan naar een alternatief. Een plaats die beschutting biedt tegen orkaan wind en waar je de zee helemaal niet kan zien ! Kenners weten, enkel dan ben je veilig voor de erg hoge golven die gepaard gaan met een cycloon en wellicht nog meer schade aanrichten dan de wind.
Twee opties hebben we. Ankeren in Baie du Carénage (in Baie de Prony) of vastmaken aan de mangroven van de rivier La Katiramona (Port Laguerre).
Baie du Carénage kennen we al. Het, ver in het rode-aarde-gebied van Baie de Prony verborgen plekje, is diep genoeg voor onze boot. Goed beschut tegen alle winden, ver van zee.
Nadelen : 40 zeemijl ver van Nouméa, 10 – 12 uur opboksen in tegenwind die, in de aanloop naar de orkaan, al aanwakkert.
Bovendien vormen de andere boten die er ankeren, en dat zouden er nogal wat zijn, een reëel gevaar. Ronddriftende boten wier anker lossloeg vormden, tijdens cat. 5 cycloon Winston (2016) in Fiji, de grootste bedreiging.

Daarom mikken we op Port Laguerre en de mangrovenrivier. Ons plan A.
Eén grote probleem stelt zich: het is er niet erg diep.
Daarom trokken we vorig weekend op onderzoek.
Jakker parkeren we aan de ingang van de baai. De dieptemeter duidt 5 m aan. Onze boot steekt 2 m diep.
Gewapend met draagbare GPS met waypoints uit de onvolprezen Rocket Guide van Richard Chesher, een draagbare dieptemeter, ons Navionics navigatie systeem op de Samsung, gaan we sonderen.
De rivier kronkelt weg van de grote baai het binnenland in, je ziet de zee helemaal niet meer. Goed zo !
We ontdekken één plek van 1,50 m diep bij half tij. Daar moeten we dus echt bij hoog water over. Het tijverschil bereikt hier rond 1 m..
Verder is er een smalle kreek waar je de boot gewoon midden in legt, met touwen aan de mangroven bomen vastgemaakt. Zou dat lukken?


Draagbare dieptemeter.

Dieptemeter aflezen, moeilijk in de zon. 

De Katiramona.

Stanley en .....

Terug bij Jakker stellen we verwonderd vast dat de diepte is afgenomen van 5m tot 3,2m ! Vreemd. Aandachtig rondkijkend, merken we toch niet echt een verschil in positie. Dat is ook verdomd moeilijk in te schatten.
Daar heb je instrumenten voor, die we wat nonchalant, niet raadplegen. Tot het een uur later plots erg duidelijk wordt : we liggen niet meer op onze oorspronkelijke plek. Nu is er nog maar goed een halve meter onder de kiel. We zijn weer op drift.
Zelfde verhaal als een paar maanden geleden. De ankergrond, dunne, waterige mangroven-modder in combinatie met windbuien van plus 28 knopen en een sterke uitgaande 2 kn stroming. Ons anker kan daar niet tegen, wordt op die manier losgewrikt. Verdomme.
Anker op en heel erg voorzichtig weg hier, naar Baie Papaye, de naburige baai.
Besluit : op ons anker kunnen we in de mangroven niet echt vertrouwen.
Is ook niet nodig, drukt Olivier (van zeilboot Korrigan, een Ovni met intrekbare kiel) ons op het hart. Je hangt vast aan je touwen.
Hij geeft ons zijn gevolgd “pad” en biedt aan samen te varen.
Hij schuilde vorig jaar al 3 maal op de rivier.
Hij is er zeker van dat wij er ook geraken. Wij steken zeker 1 m dieper, toch link vinden we zelf . We zullen zien.

Komt dat naar ons ?  NC  is dat schuin streepje onder de krul. 


Is dat nu toeval ? Bij mijn dagelijks opvragen van de weerkaarten zie ik een tropische storing verschijnen bij Vanuatu. Er begint “een draaier – een krul”, zo zeggen wij, rond te tollen. Gaat die naar Fiji, komt hij over ons heen ? Zeker in de gaten te houden.
We voelen het gewoon elke dag warmer en vochtiger worden. 85 % vochtigheid, bepaald plakkerig. Een voorbode ?

En niet enkel het weer raakt oververhit. Dit geldt eveneens voor de gemoederen van de indépendantistes. Met steeds hardere acties geven ze uiting aan hun ontevredenheid over het verloop van de overname van de Usine du Sud. Ze willen een soort nationalisering. Doch hun partner Korea Zinc trekt zich terug.
Ze ontketenen ware veldslagen. Blokkeren al dagen de toegangswegen naar Nouméa, richten een ravage aan in de haven, snijden de touwen van de ferry los, de ferry die werkvolk naar de fabriek brengt, ze stoken auto's op, steken een benzinestation in brand , vernielen een postkantoor, molesteren politiemensen. Betogers vuren schoten in de lucht. Het loopt verder uit de hand.
Van op onze ankerplaats horen we het afschieten van traangasgranaten, de echo galmt tegen de bergen. Gendarmes maken een voorlopig eind aan de wegversperringen. Er worden mensen opgepakt.
Een snelwet van het Haut-Commissariat gaat onmiddellijk in : verbod op het dragen van vuurwapens, "armes blanches" zoals machetes of coupe-coupes en knuppels, verbod op de verkoop van alcohol.
Vooral ten zuiden van Nouméa loopt de toestand uit de hand : scholen sluiten want kunnen de veiligheid van de leerlingen niet meer garanderen, benzine stations raken zonder brandstof, supermarkten worden niet meer bevoorraad, er is geen brood meer te krijgen.
Waar gaat dit eindigen? Leiders roepen op tot kalmte ... anderen tot nationale staking en verzet?!

Afscheid van Patrice en Christel.

Wij volgen de nieuwsuitzendingen, doen inkopen in de verlaten binnenstad, lunchen een laatste keer met Patrice en Christel (Okeanos), die terug naar Frankrijk vliegen en focussen ons verder op het weer.
Ons hachje, dat is onze prioriteit

 

BREAKING NEWS : gisteren hebben gendarmes de bezetting van de fabriek (een Sevezo 2 bedrijf)kunnen verhinderen , daarbij werden echte kogels afgevuurd. 300 bange werknemers zijn met de ferry Vale Grand Sud kunnen ontsnappen.
Alle internationale vluchten zijn uitgesteld.

 

Positie : Timbia, (Nouvelle-Calédonie).

Christel maakte deze  foto van onze boten  (Anse Majic).

Net als we wel aan wat compagnie toe zijn, roept Christel (Okeanos) ons op. Of we ergens kunnen afspreken in het zuiden. Ze hebben een week vrij en komen met hun catamaran Okeanos onze buurt uit, samen met een andere boot, Touché Rouge. De volgende dagen wandelen, babbelen, eten en drinken we wat af, samen in Baie de Prony, exact een jaar nadat we hier toekwamen. Christel speelt voor boodschappendienst en brengt een tas vol groenten en fruit mee voor ons.
Binnenkort moeten we afscheid nemen van haar en Patrice, boot verkocht, zij terug naar Nice.
Van bubbel, mondmaskers , social distancing is hier totaal geen sprake. De kreet : “Pas de bisous, pas de caresses “ is al lang vergeten. Wij leven als in de pre-coronatijd en beseffen maar al te goed wat een geluk we hebben.
We hopen dat ook voor jou deze covid-nachtmerrie binnenkort voorbij zal zijn. Hou vol.

Op wandel in de prachtige natuur van Nieuw-Caledonië .  

Voor onze bezoekers is dat weekje “er tussenuit “ snel voorbij. Wij zetten onze zwerftocht nog even verder en laten ons opnieuw verleiden door Îlot “slangeneiland” Mato.
Met de tricot rayés (slangen) maakten we al uitgebreid kennis tijdens beklimmingen van de heuvel. Ook de visarenden houden ons van boven in de gaten.
Snorkelen deden we hier echter nog niet. Te koud, vorige keer in augustus. Nu moet dat wel lukken. We trekken een shorty aan en leggen alvast onze “solar shower” (zwarte waterzak) in de zon. Ik verheug me al op de heerlijk warme, “cadeau van de zon” douche.
We ontdekken slechts enkele mooie koraalbommies. Eerlijk, het valt wat tegen en interessante vissen zijn er ook al bijna niet . Komen hier te veel jachten, misschien? Wordt er te veel gevist in de buurt?
Dan zien we ze : drie, vier...uiteindelijk wel zestien grote “doornenkroon zeesterren”, (acanthaster planci) die aan een snel tempo het koraal lijken op te vreten.
Normaal treden ze op als “regelaars”, eten vooral snelgroeiend koraal en bewaren op die manier het evenwicht tussen de verschillende koraalsoorten. Maar als ze een pest worden, zoals hier, vreten ze alles kaal, verdwijnt het koraal en graven ze zodoende hun eigen graf.
De rechtopstaande stekels van de doornenkroon zijn uiterst giftig.
We moeten deze grote hoeveelheid zeesterren zeker melden bij de Province Sud. Er zitten er een paar erg dicht aan de oppervlakte . Snorkelaars kunnen zich makkelijk prikken. Uit verhalen van duikers heb ik onthouden dat zo een stekel in je hand of voet enorm pijnlijk is, dat je ALTIJD naar een ziekenhuis moet en best een gespecialiseerde dokter (chirurg) raadpleegt. Pijnlijk, bovendien wordt de genezing makkelijk een verhaal van een paar maanden.
Probeer ze zelf niet te doden. Als je het verkeerd aanpakt, laten ze hun eitjes los en wordt het probleem enkel groter. Specialisten schakelen de dieren uit door een injectie met een azijn mengsel. 
Terwijl we nog volop doornenkronen tellen, doemt er plots een grote witpuntrifhaai op, die iets te dicht cirkeltjes rond ons draait. We hebben het toch al koud, einde snorkeltrip dus.

Opgerolde tricot  rayé  (merk de kreukels op).

In het echt is het rif landschap veel indrukwekkender.

De balbusard visarend houdt ons nauwlettend in de gaten. 

Doornenkronen van het internet gepikt.


Dan doet zich het volgende fenomeen voor. Past dit ook in het rijtje beestenboel? Ik weet het echt niet. Op zoek naar een verklaring voor wat we zagen, roep ik je hulp in.
Hou je vast :
's ochtends vroeg zien we langs onze boot een “lange zwarte slang” schuin uit het water (30-40°) omhoog-vooruit “springen”, een vijftal meter ver. Aan de “kop” merk ik drie bolletjes, de rest van de “slang” zigzagt in het verticale vlak.
Dit gebeurt een aantal keren na mekaar. We vergissen ons niet.
Eén keer in het water geland, blijkt de “slang” een zwartbruine smurrie te zijn, die zich begint op te lossen. Spuwde een enorme inktvis dit zwarte goedje uit? Was het een strontstraal van één of ander dier (?), maar omhoog uit het water? Ik denk het niet.
Dit had kleinzoon Lyam¹ moeten zien, hij zou niet rusten voor hij een verklaring vond.

Terug in Nouméa nu. Steeds grimmiger worden hier de politieke en sociale tegenstellingen. .
Er roert heel wat. Sinds het referendum verharden de standpunten zich. Indépendantistes staan lijnrecht tegenover Frankrijk-getrouwen, praten niet meer echt.
Dé pion in het spel van getouwtrek tussen de partijen is de Usine du Sud. De fabriek in het zuiden die een soort “cakes” van nikkel legering produceert, gebruikt voor het maken van batterijen voor elektrische wagens . De fabriek verschaft werk aan een drieduizendtal mensen en onderaannemers.
Die fabriek, eigendom van het Canadese Vale, staat al even te koop. Er dient zich een overnemer aan met een belangrijke Zwitserse kapitaalsinbreng. Dit zint bepaalde Indépendantistes niet. Zij dromen van een soort nationalisering van de nikkel, hebben een “vaag” overnamebod samen met Korea Zinc. Niks concreet , zeggen de anderen.
Concreet zijn echter wel de acties van ICAN en Usine Sud= Usine Pays. Ze blokkeren de cargohaven, de toegangswegen naar Nouméa, de fabriek in het zuiden, de ferry die arbeiders erheen brengt, houden sit-ins bij het regeringsgebouw.
De chaos is enorm. De economische schade ook.
Op de vraag om hun actie op te schorten en zodoende studenten en scholieren rustig hun examens aan het eind van het schooljaar (de grote vakantie loopt van eind december tot half februari) te laten afleggen, wordt slechts schoorvoetend gereageerd.

Hoe zal dit aflopen?

Nikkel fabriek : Usine du Sud.

Terug in de hoofdstad hebben we geen zorgeloze plek aan de steiger meer, ook niet voor het orkaanseizoen. Port Moselle Marina breidt uit. Einde van de werken vermoedelijk januari. We staan op de wachtlijst.
Voor nu moeten we steeds op zoek naar een aanvaardbare, veilige ankerplek. Geen sinecure want alles ligt vol, veelal met “woonboten”. Wonen op een boot is nu eenmaal goedkoper dan het huren van een appartement. Resultaat : een wat slonzige woonbuurt op het water.

Aan de buitenkant van Baie de l'Orphelinat hebben we ons eigen ankerplaatsje gevonden. Tien meter diep, goeie ankergrond, vrij van andere boten. Eén nadeel : bij harde zuidoosten wind , bijna altijd dus, moet onze, met tassen zwaar bepakte Jak, de dwarse windgolven trotseren als we terugkomen van het boodschappen doen.
Geen probleem als je kletsnatte inkopen en bemanning niet erg vindt.
Zelfs het truukje om eerst tégen de wind te varen, dan voor de wind naar Jakker, werkt niet echt. Dat heb je nu eenmaal met rubberboten met opblaasbare bodem.
De “bache” die we van Patrice kregen, houdt nu wel de spullen droog. Onze kletsnatte, zoute kleren spoelen we even uit, zon en wind zat om ze op een mum weer droog te waaien.

Op anker moet je de weersevolutie beter in de gaten houden. Zo kon je ons een paar weken geleden, omstreeks middernacht aan dek aantreffen, druk doende te herankeren omdat we in een bui tegen een “lege” boei aanbotsten.

Toch belet dit alles ons niet om af en toe vrijdagavond naar de life optredens bij Le Bout du Monde te tuffen. En laat ons daar nu vorige vrijdag onze eerste Vlaming in Nieuw-Caledonië tegen het lijf lopen. Tom woont/werkt hier al 8 jaar en is blij eindelijk nog eens een mondje Vlaams te kunnen praten. We hebben het natuurlijk ook over de weinig benijdbare situatie in ons landje.
Sorry als ik op je hart trap met dit gebabbel over cafébezoek. Ik voel me haast schuldig, maar hier is het gewoon alledaagse koek.  Voor jullie ook weer volgend jaar ? 



¹ Lees  ook “Lyams Avonturen” op www.temanua-zeilt.be. Ook de blog van zusje Roxie vind je er : “Roxies nieuwtjes” en de nieuwste belevenissen van de ganse bemanning.

 

Palen heien voor de steigeruitbreiding.

Ons dorp op het water.

 

Positie : Anse Majic.

Het veelkleurige maanlandschap op de top van Ile Casy. 

Terwijl jullie in Europa opnieuw massaal in lock down gaan, elke dag bang het aantal zieken en slachtoffers van dat piepkleine, wereld teisterende corona-monster tellen, leven wij, zonder dat dit de bedoeling is, waarschijnlijk meer geïsoleerd dan jullie.
Immers als je de “parrage” (buurt) van Nouméa verlaat, zie je nog erg sporadisch andere boten. Behalve op Îlot Casy, ons lievelingseilandje in de grote Baie de Prony, daar ontmoet je af en toe nog wel eens wat kampeerders.
Wij krijgen hier helemaal een vakantiegevoel, liggen er nu al een week. 's Ochtends en s' avonds suppen en zwemmen, overdag één van de lange, erg gevarieerde wandelingen en één keer per dag onze tocht naar de koude, windkant van het eiland om online kranten, mails en WhatsApp te lezen. Het best zitten we daarvoor bij het kleine kerkhof, of wat er nog van overschiet. Immers de 4G golven van de antenne hoog op de berg, bereiken ons aan de westkant van het eiland, waar Jakker ligt, niet.
Acht familieleden én de vroegere chef exploitatie van de penitentiaire instelling van Prony, liggen hier begraven, al zo een 150 jaar. 

On line bij het kerkhof.

Ons pad hierheen voert langs het bijzondere bos van cycas. Geen palm, geen varen toch hebben ze kenmerken van beide planten.
De voorhistorische cycas, je kent ze wellicht als kamerplant, zijn weinig veranderd sinds het Jurasic tijdperk toen ze welig tierden. Naaktzadigen. Een mannelijke plant en een vrouwelijke. Hier staan ze er een beetje triest bij. Veel bladeren zijn gelig, geven een verwelkte indruk.
Het is een sport voor ons : wie ontdekt het eerst een bloeiende mannelijke “cone”. Die zagen we voorheen nog niet. Moet wel de tijd van het jaar zijn. Vrouwelijke bloeiende planten kunnen we nauwelijks vinden . Eentje staat vlak bij onze waterkant.
Een infobord verschaft wat uitleg. Zo leert een mens nog eens wat !


Maar mijn lievelingsplantje blijft met ruime voorsprong, het “bekerplantje”, de vleesetende Népenthè, in het Engels “monkey cup” (apen zouden er soms uit drinken), dat na de regens welig tiert op de voormalige mijnbodem.

Het cyca bos.

Vrouwelijke cyca.

Mannelijke cyca.

Mijn lievelings "bekertjes".

Ook onder water valt er wat te ontdekken. We duiken naar het wrak van een zeilboot en gaan een kijkje nemen bij de Aiguille, een soort schoorsteen die oprijst van 20 m diepte tot 2,5 m. Kalkafzettingen door het warme water uit de vulkanische bodem vormden deze “naald”. Het koraal kan ons niet echt bekoren maar er zit nogal wat vis en de grillige kalkformaties maken de duik de moeite waard.
Na zo een 45 minuten duik, hebben we een paar uur nodig om alles af te spoelen en te drogen en natuurlijk, de flessen opnieuw met lucht te vullen.
Vervelen doen we ons duidelijk niet aan boord.

Oma op de sup...

... en bij de gezonken zeilboot.

Tot slot de "aiguille".

 

 

 

Positie : Anse Majic (terug in het gebied van de rode aarde).

 

en ook het water kleurt er rood !

 

O nee, wat is er nu weer mis ? 

Er komt geen water meer uit de kraan. Niet in de keuken, niet in de badkamers, niet uit de buitendouche. De elektrische pomp, die voor de druk zorgt, heeft de geest gegeven. Bij het demonteren, op zoek naar de oorzaak van het falen, loopt er heel wat zoet water naar onze “kelder”, het diepste punt van de boot, de bilge. Ruim 7 liter water sop ik op van tussen de blikjes gepelde tomaten, erwtjes, champignons, van tussen de opbergdozen met tools en onderdelen.
We lossen het probleem voorlopig op door de voetpomp voor zeewater te gebruiken. Jeanneau voorzag in de kombuis zo een pomp, die via een drieweg ventiel kan “omgezet” worden op het zoet water systeem. Blij met die voetpomp, verplaatst de badkamerroutine zich tijdelijk naar de kombuis. Tanden poetsen in de keuken.
Zonder deze oplossing zouden we genoodzaakt zijn het water op één of andere manier rechtstreeks uit de tank onder ons bed te halen. Veel geluk daarmee ! 

Onze idyllische omzwerving in Baie Saint Vincent , de prachtige wandelingen langs wildpaadjes heuvelopwaarts, het bewonderen van de vergezichten, het ontdekken van de grotten in Moro, het eindigt abrupt. Kapitein staat te popelen om de pomp te herstellen of vervangen.
Met spoed terug naar Nouméa dus. We vinden een ankerplek in Baie Orphelinat.

De grotten van Ile Moro. De slangen zijn ook hier van de partij.


Weerom steken we met Jak (gelukkig is het rustig weer, bij harde wind worden we kletsnat) de voorhaven over naar Nouville. Schiereiland Nouville : de hemel voor de watersporter op zoek naar onderdelen.
Je kan veel beweren over Nieuw-Caledonië. Het is er schandelijk duur, maar de watersportzaken weten wat een zeiler nodig heeft. We nemen geen risico en kopen meteen een nieuwe waterpomp om de meer dan 20 jaar oude te vervangen. .
Een nieuw bakboord navigatielicht en de eindelijk geleverde knop voor de Raymarine plotter verdwijnen ook in ons winkelwagentje.
Tony kan weer naar hartelust klussen de volgende dagen.
Nu ik dit schrijf, genieten we weer het comfort van stromend water. Enkel maakt de nieuwe pomp iets meer lawaai telkens ze na een liter waterverbruik, opnieuw druk op het systeem brengt. Even wennen.

Ken je het liedje : “I don't care, je m'en moque!” ? De laatste hit van Axelle Red draait men hier minstens een paar keer per dag . Meteen vliegen mijn gedachten dan over de oceaan naar Hasselt, mijn en ook haar geboortestad.

Ik denk aan de bijna-lockdown toestand (ik weet het wel, dat woord is taboe) waaronder jullie in België zuchten. De strenge maatregelen. De vele eenzamen. De bomvolle ziekenhuizen. De doden.
Het gaat met de wereld (nog) niet de goede kant op. Je wordt daar niet vrolijk van, om het maar eens op z'n Nederlands te zeggen.
Dat hier geen covid gevallen meer zijn, kan ons maar matig troosten. We missen familie en vrienden. Voelen ons af en toe opgesloten in het paradijs.
Maar wat kunnen we anders doen dan de moed erin houden. Het komt ooit wel goed. Wij hebben alvast goed nieuws : de “permit” van één jaar, voor Jakker, is door de douane met zes maanden verlengd. Het papier mét stempel geeft ons toelating om met de boot minstens tot 7 mei 2021 hier te blijven. Zou er volgend voorjaar een oplossing zijn voor ons ? Wie zal het zeggen?

Weer op weg.


Wij besluiten onze zwerftocht rond het eiland weer op te pikken.
De stad Nouméa gaat ons snel vervelen. Te rumoerig, stinkend, bovendien een erg onrustige ankerplek.
Eerst zorgen we voor het beloofde Belgisch mosselfestijn op de Franse Lagoon : Okeanos. Weliswaar met Ierse diepvriesmosselen. Maar smaken doet het in elk geval.

Dit keer gaan we Zuid-Oostwaarts. In de Baie Ue ontdekken we meteen een prachtig meanderende rivier. We roeien Jak het hele eind, enkel zonder motor kan je genieten van de oerwoud vogelgeluiden, en voelen het de volgende dag aan onze spieren. Workout Jakker stijl.

Ingang van de rivier , Baie Ue.

 

 

Additional information